<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR105297_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Baatbelasting (druk)riolering buitengebied Cuijk 2000</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-76960.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dWijziging%2bverordening%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dCuijk%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10%26_page%3d2%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=17&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad d.d. 18 december 2014, nr. 76960</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Baatbelasting (druk)riolering buitengebied Cuijk 2000</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijzigingartikel 8, lid 2, sub c</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Baatbelasting (druk)riolering buitengebied Cuijk 2000</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Cuijk;</vet></al><al/><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13
                        oktober 2009;</al><al/><al>Gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het "Bekostigingsbesluit
                        Baatbelasting(druk)riolering buitengebied Cuijk 1998", vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 26 oktober 1998;</al><al/><al><vet>B e s l u i t:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>“Verordening tot 3e wijziging van de verordening op de heffing en
                            invordering van een Baatbelasting (druk)riolering buitengebied Cuijk
                            2000”.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a</lidnr><al>een onroerende zaak:</al><al>1. een gebouw eigendom;</al><al>2. een gedeelte van een onder 1. bedoeld eigendom dat blijkens zijn
                            indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al><al>3. een samenstel van twee of meer van de onder 1. bedoelde eigendommen
                            of onder 2 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden
                            beoordeeld bij elkaar horen.</al></lid><lid><lidnr>b</lidnr><al>een bedrijfspand: een onroerende zaak waarvoor op grond van de
                            inrichting een milieuvergunning is vereist waarbij de verplichting geldt
                            dat het afvalwater op een verantwoorde wijze moet worden afgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>c</lidnr><al>een burgerwoning:alle onroerende zaken die niet vallen onder de
                            begripsomschrijving "bedrijfspand".</al></lid><lid><lidnr>d</lidnr><al>een cluster:een op een bij deze verordening behorende en als zodanig
                            gewaarmerkte kaart afgebakende groep van onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder de naam "Baatbelasting (druk)riolering buitengebied Cuijk 2000"
                            wordt in de vorm van een heffing ineens een directe belasting geheven
                            ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de rode
                            omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig
                            gewaarmerkte kaarten, die op 1 januari 2000 zijn gebaat door de in het
                            tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht
                            door of met medewerking van het gemeentebestuur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten de aanleg van
                            (druk)riolering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip
                            van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in
                            de vorm van een jaarlijkse aanslag, bij de aanvang van het belastingjaar
                            als zodanig in de kadastrale registers is vermeld, tenzij blijkt dat hij
                            op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                            recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr/><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr/><al>De belasting bedraagt:</al></lid><lid><lidnr>a</lidnr><al>voor een bedrijfspand € 5.672,25 (f. 12.500,00)</al></lid><lid><lidnr>b</lidnr><al>voor een burgerwoning € 3.403,35 (f. 7.500,00)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                            belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting gedurende 20 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin
                            dient binnen 4 weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij
                            de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b. van de Gemeentewet be-doelde
                            ambtenaar te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                            verschuldigde, berekend op basis van een periode van 20 jaren en een
                            rentevoet van 6,5 %.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De belasting voor de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar op
                            verzoek worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante
                            waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
                            plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
                            rentevoet van 6,5 %. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient vóór
                            15 maart van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt,
                            schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b. van de
                            Gemeentewet bedoelde ambtenaar te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>A. Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                            heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als
                            bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
                            overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de jaarlijkse
                            heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. </al><al>B. De belasting kan na wijziging van de belastingplicht als bedoeld in
                            dit lid onder a, over-eenkomstig het vierde lid van dit artikel worden
                            afgekocht.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
                            en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het
                            beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt
                            overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
                            belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor
                            de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet
                            verstreken belastingjaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr/><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanslagen als bedoeld in artikel 2 (heffing ineens) moeten worden
                            betaald binnen 3 maanden na de dagtekening van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid gelden voor aanslagen
                            als bedoeld in artikel 6 (jaarlijkse belasting) de navolgende termijnen
                            van betaling:</al><al>a. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de
                            maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld.</al><al>b. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan €
                            4.000,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke
                            maandelijkse termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste
                            dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later. </al><al>c. In gevallen bedoeld in het tweede lid, onder b. geldt in afwijking in
                            zoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door
                            middel van automatische betalings-incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in elf gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr/><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr/><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tot 3e wijziging van
                            de “Verordening Baatbelasting (druk)riolering buitengebied Cuijk
                            2000"</al><al/><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Cuijkop 14 december 2009,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>C.G.W.M. Selman L.M. Schoots</ondertekening><ondertekening> Griffier, Voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING VERORDENING "BAATBELASTING (DRUK)RIOLERING BUITENGEBIED
                                CUIJK 2000".</titel></kop><al/><al><vet>1. ALGEMENE INLEIDING</vet></al><al/><al>Het is bij landelijke wetgeving gebruikelijk een zogenaamde “Memorie van
                            toelichting” op de betreffende wet te maken. In deze toelichting kan
                            worden verduidelijkt wat met de wet en de onderscheidene artikelen wordt
                            beoogd. Dit heeft niet alleen voor Uw raad voordelen, ook in eventuele
                            fiscale procedures heeft de belastingrechter meer aanknopingspunten voor
                            een afgewogen rechtspleging. Om die reden is bij deze nieuwe
                            gemeentelijke belastingverordening eveneens een toelichting opgesteld.
                            Deze belastingverordening is een direct gevolg van het raadsbesluit van
                            26 oktober 1998. In deze vergadering is het "Bekostigingsbesluit
                            Baatbelasting (druk)riolering buitengebied Cuijk 1998" vastgesteld.
                            Genoemd bekostigingsbesluit was een uitvloeisel van het raadsbesluit van
                            6 mei 1996 waarbij werd besloten, mits de gemiddelde kosten van aanleg
                            niet boven de f. 15.000,-- (€ 6.806,70) zouden uitkomen, om grote delen
                            van het buitengebied te voorzien van riolering. Daarbij werd tevens
                            besloten om van de eigenaren van de aan te sluiten panden een eigen
                            bijdrage te verlangen van f. 7.500,-- (€ 3.403,35) voor een burgerwoning
                            en f. 12.500,-- (€ 5.672,25) voor een bedrijfspand. Kostenverhaal
                            geschiedt uitsluitend in de vorm van een in te voeren baatbelasting. Aan
                            alle wettelijke voorwaarden is inmiddels voldaan. Er is tijdig een
                            bekostigingsbesluit genomen en het besluit tot vaststelling van de
                            belastingverordening wordt ruimschoots genomen binnen de (wettelijke)
                            termijn van twee jaren nadat de voorzieningen zijn voltooid. Een
                            baatbelasting heeft overigens een objectief karakter. Het toevallige
                            gebruik dat de belastingplichtige van een gebaat object maakt, heeft
                            geen invloed op de belastingplicht.Beslissend is of de onroerende zaak
                            door de voorzieningen (in dit geval de aanleg van (druk)riolering) is
                            gebaat. Nadere informatie over de inhoud van de belastingverordening is
                            hierna uitgewerkt in een artikelgewijze toelichting. Tenslotte wordt
                            opgemerkt dat bij de opstelling van de belastingverordening gebruik is
                            gemaakt van de “Modelverordening Baatbelasting, opgesteld door de
                            Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</al><al/><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>2. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Om misverstanden bij het belastingobject te voorkomen is in dit artikel
                            (sub a.) onder meer een omschrijving van het begrip "onroerende zaak"
                            opgenomen. Daarbij is - zoveel mogelijk - aangesloten bij de
                            objectafbakening van de Onroerendezaakbelastingen en de Rioolrechten.
                            Hierdoor is het mogelijk om in jaarlijkse aanslagen omgezette bijdragen
                            ineens gecombineerd op te leggen met de andere gemeentelijke
                            jaarheffingen zoals OZB, Rioolrechten, Hondenbelasting en
                            Afvalstoffenheffing. Voorts zijn ten behoeve van het onderscheid in
                            belastingtarieven (artikel 5) de begrippen "bedrijfspand" (artikel 1,
                            sub b.) en "burgerwoning" (sub c.) nader uitgewerkt.Er is sprake van een
                            "bedrijfspand" als daarvoor op grond van de inrichting een
                            milieuvergunning is vereist waarbij de verplichting geldt dat het
                            afvalwater op een verantwoorde wijze moet worden afgevoerd. Alle andere
                            onroerende zaken vallen onder het begrip "burgerwoning". Omdat er bij de
                            voorbereiding van de aanleg een clusterindeling is gemaakt, is het
                            begrip "cluster” eveneens uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingbaar feit</titel></kop><al>Via artikel 2 maakt de kaart waarop het gebate gebied is aangegeven deel
                            uit van de belastingverordening. Voorts is het tijdstip van “het gebaat
                            zijn” vermeld. Naar de feitelijke toestand op dit tijdstip dient te
                            worden beoordeeld of de onroerende zaken gebaat zijn door de getroffen
                            of nog te treffen voorzieningen. Er vindt dus een eenmalige beoordeling
                            plaats over de vraag of een onroerende zaak gebaat is door de getroffen
                            voorzieningen. Dit brengt mee dat latere wijzigingen in het gebaat zijn
                            van een onroerende zaak geen invloed hebben op de verschuldigde
                            belasting. Ook latere bijbouw of afbraak van objecten kan niet leiden
                            tot wijziging in het totaalbestand van belaste objecten. Het begrip
                            "voorzieningen" sluit aan bij de bestaande jurisprudentie. In dit geval
                            wordt de aanleg van (druk)riolering als voorziening aangemerkt, die door
                            of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand is of wordt
                            aangebracht.. De gemeente kan dus zelf voor de totstandkoming van de
                            voorzieningen zorgdragen of daaraan medewerking geven. Wie uitvoerder is
                            doet niet terzake. Van medewerking is sprake in-ien de kosten mede door
                            de gemeente worden gedragen.Er is volgens constante jurisprudentie
                            sprake van "baat" als een onroerende zaak door de ge-meentelijke
                            voorziening in een "voordeliger positie" is gekomen. Het is niet
                            noodzakelijk dat de "baat" gepaard gaat met een aantoonbare
                            waardestijging. De mogelijkheid tot aansluiting op het rioolstelsel is
                            in ieder geval een aspect dat er toe leidt dat een onroerende zaak, naar
                            objectieve maatstaven beoordeeld, in een gunstiger positie is gekomen.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>In dit artikel wordt de belastingplicht omschreven. Belastingplichtig
                            zijn natuurlijke personen en rechtspersonen zoals vennootschappen,
                            stichtingen en verenigingen, die van de door gemeentelijke voorzieningen
                            gebate onroerende zaken, zoals vermeld in artikel 2, het genot hebben
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>Er is in de Gemeentewet geen heffingsmaatstaf opgenomen voor de
                            baatbelasting. Dit houdt in dat de gemeentelijke wetgever vrij is in het
                            bepalen van de heffingsmaatstaf. Bij de keuze van de heffingsmaatstaf -
                            een vast bedrag per onroerende zaak - is aansluiting gezocht bij de in
                            de praktijk meest gebruikte maatstaven.Een vast bedrag per onroerende
                            zaak wordt bijna overal gebruikt als het gaat om voorzieningen inzake
                            aanleg van riolering en van gas-, water- en elektriciteitsleidingen
                            waarvan alle aangesloten of aan te sluiten objecten in gelijke of
                            nagenoeg gelijke mate profiteren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>In dit artikel zijn de belastingtarieven opgenomen. Deze tarieven zijn
                            gebaseerd op het raadsbesluit van 26 oktober 1998. In deze vergadering
                            is het "Bekostigingsbesluit Baatbelasting (druk)riolering buitengebied
                            Cuijk 1998" vastgesteld. Genoemd bekostigingsbesluit is weer een
                            uitvloeisel van het eerdere raadsbesluit van 6 mei 1996 waarbij werd
                            besloten, mits de gemiddelde kosten van aanleg niet boven de f.
                            15.000,-- zouden uitkomen, om grote delen van het buitengebied te
                            voorzien van riolering. Daarbij is tevens besloten om van de eigenaren
                            van de aan te sluiten panden een eigen bijdrage te verlangen van f.
                            7.500,-- voor een burgerwoning en f. 12.500,-- voor een
                            bedrijfspand.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse heffing</titel></kop><al>Baatbelasting is in beginsel een heffing ineens. De belastingplichtige
                            dient de heffing ineens te betalen. Op verzoek van de belastingplichtige
                            kan de baatbelasting echter in de vorm van een jaarlijkse belasting
                            worden geheven gedurende ten hoogste dertig jaren. Een gemeente is
                            verplicht daarvoor een regeling te treffen in de verordening. Hierin is
                            dan ook voorzien. Gelet op de geschatte levensduur van de drukriolering
                            en gelet op de hoogte van de bijdrage ineens, respectievelijk f. 12.500
                            en f. 7.500,--, is een termijn van twintig jaren opgenomen waarin de
                            betaling van de heffing ineens kan worden omgezet in een jaarlijkse
                            belasting. In de jaarlijkse heffing (annuïteit) moet een rentecomponent
                            worden opgenomen. De rentevoet is bepaald op 6,5%. Deze rentevoet is
                            namelijk analoog aan de rente die door de gemeenteraad is vastgesteld
                            ten behoeve van de berekening van de kapitaallasten (rente en
                            afschrijving) van het krediet "Aanleg (druk)riolering buitengebied.</al><al>Hoeveel bedraagt de jaarlijkse aanslag (tijdvak 20 jaar, rente
                            6,5%):</al><al>Belasting ineens: Jaarlijkse aanslagf. 12.500,-- f. 1.134,46f. 7.500,--
                            f. 680,67</al><al>Voorts is in artikel 6, lid 4 een bepaling opgenomen dat een in een
                            jaarlijkse heffing omgezette aanslag op elk moment weer kan worden
                            afgekocht. De afkoopsom bedraagt in dergelijke gevallen: </al><al>Bij afkoopt voor: Restant looptijd bedrijfspand: Bedrag afkoop
                            burgerwoning:</al><table summary=""><title/><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al>15 maart 2001</al></entry><entry><al>19 jaar (2001 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f.12.178,10</al></entry><entry><al>f. 7.306,80</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2002</al></entry><entry><al>18 jaar (2002 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 11.835,22</al></entry><entry><al>f. 7.101,07</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2003</al></entry><entry><al>17 jaar (2003 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 11.470,04</al></entry><entry><al>f. 6.881,97</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2004</al></entry><entry><al>16 jaar (2004 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 11.081,14</al></entry><entry><al>f. 6.648,62</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2005</al></entry><entry><al>15 jaar (2005 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 10.666,95</al></entry><entry><al>f. 6.400,11</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2006</al></entry><entry><al>14 jaar (2006 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 10.225,84</al></entry><entry><al>f. 6.135,45</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2007</al></entry><entry><al>13 jaar (2007 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 9.756,06</al></entry><entry><al>f. 5.853,59</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2008</al></entry><entry><al>12 jaar (2008 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 9.255,75</al></entry><entry><al>f. 5.553,40</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2009</al></entry><entry><al>11 jaar (2009 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 8.722,91</al></entry><entry><al>f. 5.233,70</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2010</al></entry><entry><al>10 jaar (2010 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 8.155,44</al></entry><entry><al>f. 4.893,22</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2011</al></entry><entry><al>9 jaar (2011 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 7.551,08</al></entry><entry><al>f. 4.530,61</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2012</al></entry><entry><al>8 jaar (2012 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 6.907,44</al></entry><entry><al>f. 4.144,43</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2013</al></entry><entry><al>7 jaar (2013 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 6.221,97</al></entry><entry><al>f. 3.733,15</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2014</al></entry><entry><al>6 jaar (2014 t/m 2019)</al></entry><entry><al>f. 5.491,94</al></entry><entry><al> f. 3.295,13</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2015</al></entry><entry><al>5 jaar (2015 t/m 2019)</al></entry><entry><al> f. 4.714,45</al></entry><entry><al> f. 2.828,65</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2016</al></entry><entry><al>4 jaar (2016 t/m 2019)</al></entry><entry><al> f. 3.886,43</al></entry><entry><al> f. 2.331,84</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2017</al></entry><entry><al>3 jaar (2017 t/m 2019)</al></entry><entry><al> f. 3.004,59</al></entry><entry><al> f. 1.802,74</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2018</al></entry><entry><al>2 jaar (2018 t/m 2019)</al></entry><entry><al> f. 2.065.43</al></entry><entry><al> f. 1.239,25</al></entry></row><row><entry><al>15 maart 2019</al></entry><entry><al>1 jaar (2019)</al></entry><entry><al> f. 1.065,22</al></entry><entry><al> f. 639,13</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Artikel 6, lid 5 bepaalt vervolgens dat indien een onroerende zaak
                            wordt verkocht gedurende de verdere looptijd van de heffing de
                            baatbelasting in de vorm van een jaarlijkse aanslag wordt gecontinueerd.
                            Deze regeling wordt ook toegepast bij de bestaande baatbelastingen in
                            onze gemeente. Artikel 6, lid 6 ziet toe op situaties waarbij een gebaat
                            object in de loop van het tijdvak in eigendom wordt gesplitst. De
                            maatstaf wordt dan opnieuw vastgesteld voor de nog niet verstreken
                            belastingjaren. Als er twee nagenoeg gelijkwaardige nieuwe onroerende
                            zaken ontstaan ligt het in de rede de jaarlijkse heffing te splitsen in
                            de verhouding 50 : 50. Bij andersoortige splitsingen zal de verdeling
                            naar de omstandigheden moeten worden beoordeeld. Is de aanslag reeds
                            ineens voldaan dan heeft splitsing uiteraard geen gevolgen meer voor de
                            aanslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Uit doelmatigheidsoverwegingen is gekozen voor heffing bij wege van
                            aanslag. Hierdoor is combinatie van de jaarlijkse aanslag met andere
                            gemeentelijke aanslagen op één aanslagbiljet mogelijk . Overigens zal in
                            de loop van februari 2000 aan alle belastingplichtigen, conform de
                            bepalingen in deze verordening, de aanslag ineens afzonderlijk worden
                            opgelegd. Deze aanslag dient binnen 3 maanden na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet te worden betaald. Bij de aanslag zal een formulier worden
                            gevoegd waarmee kan worden verzocht de aanslag “ineens” om te zetten in
                            een jaarlijkse aanslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>Zoals reeds opgemerkt dient de heffing ineens binnen 3 maanden na
                            dagtekening (29 februari 2000) te zijn betaald. Als de heffing ineens
                            wordt omgezet in een jaarlijkse aanslag wordt deze aanslag gecombineerd
                            op één aanslagbiljet met de andere gemeentelijke jaarheffingen zoals de
                            Onroerendezaakbelastingen, de Rioolrechten en de Afvalstoffenheffing.
                            Reden waarom de regels voor betaling in die situatie gelijk gesteld zijn
                            aan die voor genoemde jaarheffingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>1 Omdat men betaalt voor door de gemeente aangelegde voorzieningen wordt
                            het verlenen van kwijtschelding uitgesloten. Bij de andere in onze
                            gemeente geheven baatbelastingen is kwijtschelding evenmin
                            mogelijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Door de inwerkingtreding van de derde tranche van de Algemene wet
                            bestuursrecht en de daarop gebaseerde aanpassingswetgeving zijn een
                            aantal bevoegdheden van de gemeenteraad met ingang van 1 januari 1998
                            overgegaan naar het college van burgemeester en wethouders.Reden waarom
                            door het college voor alle gemeentelijke belastingen een nadere regeling
                            is vastgesteld. In deze regeling zijn voorschriften opgenomen over
                            aangifte, renteberekening en voorlopige aanslag . </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Deze bepaling is conform de modelbepalingen.</al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>