<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR105136_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening gemeente Geldrop-Mierlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Middenstandsbelangen, 15-06-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening gemeente Geldrop-Mierlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging Hoofdstuk 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM2011.0213</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel bijdrage gemeentelijke monumenten Geldrop-Mierlo 2006</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening gemeente Geldrop-Mierlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Monumentenverordening</al><al>Tekst van de verordening vastgesteld bij raadbesluit van 6 juni 2011
                        (GM2011.0213). </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a monument:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                    betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                    zaak als bedoeld onder 1;</al></li></lijst><al>b beschermd gemeentelijk monument:</al><al> onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze
                            verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;</al><al>c gemeentelijke monumentenlijst:</al><al> de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening
                            als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken;</al><al>d beschermd rijksmonument:</al><al> onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de
                            Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al><al>e kerkelijk monument:</al><al> onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke
                            gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend
                            of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de
                            eredienst;</al><al>f welstand- en erfgoedcommissie:</al><al> de op basis van artikel 15 lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde
                            commissie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit
                            eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                            1988, de Monumentenverordening en het erfgoedbeleid;</al><al>g bouwhistorisch onderzoek:</al><al> in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de
                            bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.</al><al>h van rijkswege beschermd dorpsgezicht:</al><al> dorpsgezicht, dat is aangewezen volgens de bepalingen van de
                            monumentenwet 1988;</al><al>i vergunning:</al><al> een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder f
                            of artikel 2.2 eerste lid onder b Wabo</al><al>j bevoegd gezag:</al><al> bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 Wabo</al><al>k Wabo: </al><al> Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Welstand- en erfgoedcommissie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Er wordt een welstand- en erfgoedcommissie ingesteld volgens de
                            bepalingen van het reglement van orde op de gemeentelijke welstand- en
                            erfgoedcommissie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de
                                registratie op de gemeentelijke monumentenlijst.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een
                                belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd
                                gemeentelijk monument.</al><al>2 Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit
                                nemen, vragen zij advies aan de welstand- en erfgoedcommissie. In
                                spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege
                                blijven.</al><al>3 Op de aanwijzingsprocedure tot beschermd gemeentelijk monument is
                                het bepaalde in de artikelen 4:8 en 4:9 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.</al><al>4 Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een object de
                                kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd
                                gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als
                                bedoeld in artikel 7 lid 1 plaatsheeft of vaststaat dat het monument
                                niet wordt aangewezen, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van
                                overeenkomstige toepassing.</al><al>5 Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing
                                van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument
                                bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al><al>6 Burgemeester en wethouders brengen de raad in kennis van het
                                besluit over de aanwijzing van een gemeentelijk monument. </al><al>7 Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument
                                aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar.</al><al>8 De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op
                                grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Termijn advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>1 De welstand- en erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen
                                acht weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en
                                wethouders.</al><al>2 Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na
                                ontvangst van het advies van de welstand- en erfgoedcommissie, maar
                                in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mededeling</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt
                                medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de
                                kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire
                                schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders registreren het beschermde
                                gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst.</al><al>2 De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de
                                tenaamstelling en een beschrijving van het beschermde gemeentelijke
                                monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op
                                aanvraag van een belanghebbende wijzigen.</al><al>2 Artikel 4, tweede, derde en vijfde tot en met zevende lid, alsmede
                                artikel 5, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing
                                op de wijziging.</al><al>3 Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders van ondergeschikte betekenis is blijft overeenkomstige
                                toepassing van artikel 4, tweede, derde en vijfde tot en met zevende
                                lid, alsmede artikel 5, eerste lid, achterwege.</al><al>4 De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.</al><al>2 Artikel 4 lid 2 en artikel 5, eerste en tweede lid, zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de intrekking.</al><al>3 De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al><al>4 De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                aangetekend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde
                                gemeentelijke monumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden een monument als bedoeld in artikel 1 aanhef en
                                onder a te beschadigen of te vernielen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd
                                met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een monument als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder a af
                                        te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht
                                        te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een monument als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder a te
                                        herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                                        dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De vergunningaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit
                                        omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 11
                                        wordt in viervoud ingediend bij het bevoegd gezag. De
                                        aanvraag moet een goed inzicht geven in de bestaande
                                        situatie en in de door de aanvrager gewenste situatie.</al></li><li nr="2"><al>Bij de aanvraag moeten tenminste worden overlegd:</al><lijst><li nr="-"><al>tekeningen en foto’s van de bestaande situatie;</al></li><li nr="-"><al>tekeningen van de beoogde situatie;</al></li><li nr="-"><al>formulier voor aanvraag om vergunning als bedoeld in
                                                artikel 11.</al></li></lijst></li></lijst><al>3 Eerst nadat is verklaard dat de aanvraag voldoet aan voorwaarden
                                om te kunnen adviseren wordt deze ontvankelijk verklaard en zal het
                                advies van de welstand- en erfgoedcommissie worden ingewonnen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Advies van de welstand- en erfgoedcommissie en beslissing op
                                    de aanvraag</titel></kop><al>1 Op de voorbereiding van een besluit om de aanvraag om vergunning
                                als bedoeld in artikel 11 is afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al><al>2 Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de welstand- en erfgoedcommissie om advies.</al><lijst><li nr="3"><al>Binnen acht weken na de datum van verzending van het
                                        afschrift brengt de welstand- en erfgoedcommissie
                                        schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="4"><al>Indien burgemeester en wethouders niet besluiten binnen de
                                        in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde
                                        termijn, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het bevoeg gezag geeft met betrekking tot een beschermd kerkelijk
                                monument geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 11 dan
                                in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een
                                beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt
                                het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>1 De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
                                indien:</al><al> a blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                onvolledige opgave is verleend;</al><al> b blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in
                                artikel 11 niet naleeft;</al><al> c de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder
                                dient te wegen;</al><al> d niet binnen een jaar van de vergunning gebruik wordt
                                gemaakt.</al><al>2 De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                                welstand- en erfgoedcommissie.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><al>1 Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                            ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument
                            aan de welstand- en erfgoedcommissie.</al><al>2 De welstand- en erfgoedcommissie adviseert schriftelijk over de
                            aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het
                            afschrift.</al><al>3 Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de
                            welstand- en erfgoedcommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd met artikelen 10 en/of 11 van deze
                            verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Opsporingsbevoegdheid</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 17 strafbaar gestelde feiten is, naast de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders met de zorg voor de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens de Monumentenwet 1988 en/of deze verordening zijn belast,
                            ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn
                            vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht en
                                hoofdstuk 5 Wabo zijn van overeenkomstige toepassing voor de
                                uitoefening van toezichthoudende bevoegdheden door gemeentelijke
                                toezichthouders die zijn belast met het toezicht op de naleving van
                                het bepaalde bij of krachtens de Monumentenwet 1988 en/of deze
                                verordening;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>voor het betreden van woningen is een door de burgemeester afgegeven
                                machtiging op basis van artikel 2 van de Algemene wet op het
                                binnentreden vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1 De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad
                            van 2 januari 2004, alsmede de door de Raad vastgestelde wijzigingen op
                            die verordening, wordt gelijktijdig ingetrokken. </al><al>2 Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                            gemeentelijke monumenten treedt zij in werking op de dag na de
                            vaststelling.</al><al>3 Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                            rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.</al><al>4 De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad
                            van 2 januari 2004 voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                            rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing
                            vindt.</al><al>5 De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening,
                            alsmede de door de Raad vaststelde wijzigingen op die verordening,
                            aangewezen en geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten worden
                            geacht aangewezen of geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen
                            van deze verordening.</al><al>6 Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                            van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het
                            eerste lid van dit artikel ingetrokken verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening
                            gemeente Geldrop-Mierlo”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>V.W.F.M. van der Zee M.J.D. Donders - de Leest</ondertekening><ondertekening>plv. griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>