<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR104811_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Waalwijk 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 08-07-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Waalwijk 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 44, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 44, lid 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Waalwijk 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Waalwijk;</al><al>gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 13 april 2010,</al><al>gelet op artikel 44 tweede en derde lid en 95 tot en met 99 en 147 van de
                        Gemeentewet;</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden;</al><al>overwegende dat wijzigingen in de rechtspositiebepalingen en belastingregels
                        het actualiseren van de verordening noodzakelijk maken;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS-
                        EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE WAALWIJK 2010 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriele regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt 212;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="g."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994 nr. AD94/U1011, Stcrt
                                    181;</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van gemeenteraad;</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in
                            artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden toegekend, gelijk aan het door de minister van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeente-klasse 5 (40.000
                            – 60.000) vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a</nr><titel>Vergoeding voor fractievoorzitters in de gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de vergoeding voor de werkzaamheden ontvangen
                                fractievoorzitters voor de duur van hun voorzitterschap per jaar een
                                toelage gelijk aan 1,2% van de vergoeding op jaarbasis en een
                                toelage gelijk aan 0,4% van de vergoeding op jaarbasis voor elk lid
                                dat de fractie buiten de fractievoorzitter telt. De toelagen tezamen
                                bedragen ten hoogste 6,4% van de vergoeding op jaarbasis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester
                                vast:</al><lijst><li nr="a."><al>hoeveel leden een fractie telt;</al></li><li nr="b."><al>de duur van het fractievoorzitterschap.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die
                                gelijk is aan het bedrag voor gemeenteklasse 5 (40.000 – 60.000),
                                vermeld in tabel II van het Rechtspositie-besluit raads- en
                                commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt
                                in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die
                                gelijk is aan het bedrag, voor gemeenteklasse 5 (40.000 – 60.000),
                                vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest, ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen
                                buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
                                beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        noodzakelijk gemaakte reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een
                                        vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                                        reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4,
                                        onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente wordenaan het
                            raadslid vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Scholing: cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentebelang door of namens de
                                gemeente worden aangeboden of verzorgd, komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                griffier. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                vervulling van het raadslidmaatschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid kan de noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten
                                declareren – als de scholingskosten ten laste van de gemeente komen
                                – tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens het
                                Reisbesluit binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergoeding voor hard- en software en internetaansluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de raadsleden wordt een vergoeding toegekend voor de
                                    aanschaf van hard- en software. De hoogte van de vergoeding
                                    bedraagt maximaal € 1.250,-.</al></li><li nr="2."><al>Deze vergoeding wordt één maal per raadsperiode beschikbaar
                                    gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Indien er sprake is van beëindiging van het raadslidmaatschap
                                    wordt de toegekende vergoeding, ongeacht de reden, naar rato
                                    teruggevorderd. </al></li><li nr="4."><al>De raadsleden komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de
                                    kosten voor internet.</al></li><li nr="5."><al>De vergoeding voor het aanleggen van een internetverbinding
                                    bedraagt eenmalig </al></li></lijst><al>€ 150,-. </al><al>6.Voor een internetabonnement wordt maandelijks maximaal € 30,-
                            beschikbaar gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentepersoneel geldende
                                spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op
                                aanvraag deelnemen aan de levensloopregeling, als bedoeld in artikel
                                19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling en
                                omgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak van enige vergoeding door de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef
                            en onderdeel</al><al>f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
                            als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan deelnemen aan de
                            Fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                            loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de
                            raadsvergoeding, dan wel vaste onkostenvergoeding, verminderd met de
                            vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al> 2. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak </al><al> van enige vergoeding door de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Politiek molestverzekering raadsleden</titel></kop><al>De gemeente sluit een molestverzekering af. Voor het geval het recht op
                            schadever-goeding ontstaat als roerende of onroerende eigendommen van
                            het raadslid of van de bij hen inwonende familieleden beschadigd of
                            verloren gaan (zulks in materiële zin) en opzettelijk of niet
                            opzettelijk is veroorzaakt in verband met het uitoefenen van de functie
                            wordt krachtens deze verzekering een vergoeding uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ongevallenverzekering raadsleden</titel></kop><al>De gemeente sluit een ongevallenverzekering af. In geval van
                            invaliditeit en bij overlijden wordt krachtens deze verzekering een
                            vergoeding uitgekeerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorziening arbeidsongeschiktheid en compensatieregeling
                                werkloosheidsuitkering raadsleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval dat een lid van de raad een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding
                                voor de werkzaamheden die dit lid van de raad ontvangt, wordt deze
                                vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
                                bedoelde korting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een lid van de raad een uitkering op grond van het
                                Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de
                                na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de
                                werkzaamheden die dit lid van de raad ontvangt, wordt deze
                                vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
                                bedoelde korting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval dat een lid van de gemeenteraad een uitkering ontvangt
                                met geheel of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, kan de vergoeding
                                voor de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2, op verzoek van het
                                desbetreffende raadslid worden verlaagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Uitkering bij overlijden</titel></kop><al>In geval van het overlijden van een raadslid, wordt aan de directe
                            nabestaanden een eenmalige uitkering gedaan ten bedrage van de
                            raadsvergoeding die het raadslid maximaal over drie maanden op grond van
                            het in artikel 2 van deze verordening bepaalde zou hebben
                            ontvangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><al>1.Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                            30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt,
                            ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2
                            bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de
                            waarneming. </al><al>2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                            onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap,
                                bevalling of ziekte</titel></kop><al>1.De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 15 blijven van
                            toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk
                            ontslag is verleend wegens zwangerschap, bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste
                            of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                            bepalingen van toepassing is.</al><al>2.De artikelen 1 tot en met 8 en 14 en 16 van deze verordening zijn van
                            toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                            raadslid dat ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft
                            verkregen wegens zwangerschap, bevalling of ziekte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>1.De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden
                            kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5 (40.000 – 60.000)
                            , vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor gemaakte
                                reiskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de
                                gemeente ten behoeve van de gemeente. De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        noodzakelijk gemaakte reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een
                                        vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                                        reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 4,
                                        onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                        reiskosten.</al><lijst><li nr="2."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke
                                                reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de
                                                regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen
                                                regeling als bedoeld in de eerste volzin is
                                                vastgesteld, vindt op aanvraag saldering van de
                                                reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder
                                                plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling
                                                binnenland, artikel 2a van de Reisregeling
                                                buitenland en artikel 13a van de krachtens het
                                                Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                                Verplaatsingskostenregeling 1989. </al></li><li nr="3."><al>Voor reiskosten binnen het grondgebied wordt
                                                maandelijks een vergoeding uitbetaald. </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan de wethouder
                            vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een wethouder die het voornemen heeft in het gemeentelijk belang een
                                buitenlandse reis te maken, heeft vooraf toestemming nodig van het
                                college. De gemeenteraad wordt van dit besluit op de hoogte
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een wethouder die het voornemen van een reis meldt, verschaft
                                informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                                beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de
                                geraamde kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van
                                derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst
                                op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang is
                                doorslaggevend voor de besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de reis wordt een verslag gemaakt. Buitenlandse reizen worden
                                vermeld in een jaarverslag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente
                                daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de
                                besluitvorming van het college betrokken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het anderszins meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en
                                wordt in dat geval bij de besluitvorming van het college
                                betrokken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden
                                is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het
                                college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor
                                rekening van de wethouder.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De, in verband met de buitenlandse reis, gedane functionele uitgaven
                                worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden
                                vergoed voor zover zij redelijk en verantwoord worden geacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Scholing: Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de algemeen
                                directeur/secretaris. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening
                                van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met
                                de uitoefening van het ambt van wethouder. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wethouder kan de noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten
                                declareren – als de scholingskosten ten laste van de gemeente komen
                                – tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens het
                                Reisbesluit binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Vergoeding voor hard- en software en internetaansluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouders wordt een vergoeding toegekend voor de
                                    aanschaf van hard- en software. De hoogte van de vergoeding
                                    bedraagt maximaal € 1250,-.</al></li><li nr="2."><al>Deze vergoeding wordt één maal per raadsperiode beschikbaar
                                    gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Indien er sprake is van beëindiging van het wethouderschap wordt
                                    de toegekende vergoeding, ongeacht de reden, naar rato
                                    teruggevorderd. </al></li><li nr="4."><al>De wethouders komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de
                                    kosten voor internet.</al></li><li nr="5."><al>De vergoeding voor het aanleggen van een internetverbinding
                                    bedraagt eenmalig </al></li></lijst><al>€ 150,-. </al><al>6.Voor een internetabonnement wordt maandelijks maximaal € 30,-
                            beschikbaar gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de wethouder wordt op aanvraag voor de uitoefening van zijn ambt
                                een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die
                                hoofdzakelijk bestemd is voor zakelijk gebruik.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor privé-gebruik wordt maandelijks een eigen bijdrage ingehouden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>(vervallen) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Spaarloonregeling/Levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de Levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling en
                                omgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding door de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de Fietsregeling als bedoeld in
                                    artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar
                                    keuze van de wethouder wordt de bezoldiging, dan wel vaste
                                    onkostenvergoeding, dan wel eindejaarsuitkering verminderd met
                                    de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                    Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak</al></li></lijst><al> van enige vergoeding door de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Politiek molestverzekering wethouders</titel></kop><al>De gemeente sluit een molestverzekering af. Voor het geval het recht op
                            schadever-goeding ontstaat als roerende of onroerende eigendommen van de
                            wethouder of van de bij hen inwonende familieleden beschadigd of
                            verloren gaan (zulks in materiële zin) en opzettelijk of niet
                            opzettelijk veroorzaakt is in verband met het uitoefenen van de functie
                            wordt krachtens deze verzekering een vergoeding uitgekeerd. Voor de
                            wethouder is lichamelijk letsel meeverzekerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Ongevallenverzekering wethouders</titel></kop><al>De gemeente sluit een ongevallenverzekering af. In geval van
                            invaliditeit en bij overlijden wordt krachtens deze verzekering een
                            vergoeding uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Regeling outplacement gewezen wethouders</titel></kop><al>De kosten van outplacementactiviteiten voor gewezen wethouders zijn tot
                            een vastgesteld bedrag voor rekening van de gemeente Waalwijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt, heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads-
                                en commissieleden is gelijk aan het door de minister van
                                Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5
                                (40.000 – 60.000) vastgestelde maximum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                hogere vergoeding vaststellen, ten aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                        beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de
                                        commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                        aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding
                                        niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan
                                        tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te
                                        verrichten arbeid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1.Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                            niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                            benoemd, worden de reiskosten buiten de standplaats vergoed. </al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de
                                    in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig
                                    het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                    redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van
                                    reizen buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                    Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad
                                    toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                    buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                    verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                    vanwege de gemeente georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                    rekening van de </al></li></lijst><al> gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Scholing: Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het commissielidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Vergoeding voor hard- en software en internetaansluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de commissieleden wordt een vergoeding toegekend voor de
                                aanschaf van hard- en software. De hoogte van de vergoeding bedraagt
                                maximaal € 1.250,-.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze vergoeding wordt één maal per raadsperiode beschikbaar
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er sprake is van beëindiging van de werkzaamheden als
                                commissielid wordt de toegekende vergoeding, ongeacht de reden, naar
                                rato teruggevorderd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissieleden komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de
                                kosten voor internet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoeding voor het aanleggen van een internetverbinding bedraagt
                                eenmalig € 150,-.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor een internetabonnement wordt maandelijks maximaal € 30,-
                                beschikbaar gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Door het college worden nadere regels gesteld omtrent de uitvoering van
                            deze verordening in het Handboek Bruikleen en Declaratie 2010.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Waalwijk 2010’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De ‘Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden
                            gemeente Waalwijk 2006’ wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2010, met dien verstande
                            dat besluiten genomen op basis van de vigerende verordening van kracht
                            blijven. De artikelen 1 tot en met 18 en 33 tot en met 36 werken terug
                            tot en met 16 maart 2006. De artikelen 19 tot en met 32 ten aanzien van
                            de op 26 april 2006 en 5 juni 2008 beëdigde wethouders werken terug tot
                            en met de dag van hun beëdiging. Artikel 37 werkt voor zover het de
                            leden van de raad en commissie betreft terug tot en met 16 maart 2006 en
                            voor zover het de op 26 april 2006 en 5 juni 2008 beëdigde wethouders
                            betreft tot en met de dag van hun beëdiging.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 24 juni 2010. </al><al>DE RAAD VAN WAALWIJK</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.H. Kocken drs. A.M.P. Kleijngeld</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>