<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR104808_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Loonkostensubsidie Wet werk en bijstand Gemeente Kerkrade 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuid-Limburger 09-04-2008, 17-12-2008 en 15-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Loonkostensubsidie Wet werk en bijstand Gemeente Kerkrade 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Reintegratieverordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-04-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-02-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08n00025, 08n00409, 09n00418</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BELEIDSREGELS LOONKOSTENSUBSIDIE WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE KERKRADE
                2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van de gemeente Kerkrade besluit, gelet op artikel 147, derde
                        lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8 en 10 tweede lid van de Wet werk
                        en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere
                        en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36
                        van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        gewezen werknemers, en de artikelen 87, 88 en 89 van het EG-verdrag. </al><al>gelet op de EG-verordening Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002,
                        L 337/3) en de EG-verordening de minimissteun (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L
                        10/30), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen van de
                        gemeentelijke reïntegratieverordeningen in het kader van de Wet werk en
                        bijstand (Verzamelcirculaire SZW, april 2004), </al><al>vast te stellen: Besluit inzake de regels van de gemeente Kerkrade voor de
                        toekenning van steunverlening aan ondernemingen en subsidies 2008. </al><al>B E S L U I T </al><lijst><li nr="·"><al>vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels loonkostensubsidie
                                Wet werk en bijstand 2008 </al></li><li nr="·"><al>in te trekken de uitvoeringsregel artikel 7 Reïntegratieverordening
                                Wet werk en bijstand zoals vastgesteld bij besluit van
                                5.10.2004.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr/><al> In dit besluit wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al> onderneming”: een onderneming als omschreven in Verordening (EG) nr.
                            70/2001; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> „benadeelde werknemers”: personen die behoren tot categorieën
                            werknemers welke het moeilijk hebben om zonder hulp tot de arbeidsmarkt
                            toe te treden, zijnde personen die ten minste aan één van de volgende
                            criteria voldoen:</al><al> a. personen die jonger zijn dan 25 jaar of hun voltijdse opleiding
                            minder dan twee jaar tevoren hebben voltooid, en die nog niet hun eerste
                            reguliere betaalde betrekking hebben gevonden;</al><al> b. migrerende werknemers die in de Gemeenschap verhuizen of zijn
                            verhuisd of die ingezetene van de Gemeenschap worden om er te werken; </al><al>c. personen die behoren tot een etnische minderheid in een EU-lidstaat
                            en wier profiel met betrekking tot talenkennis, beroepsopleiding of
                            werkervaring moet worden bijgesteld om hun vooruitzicht op het
                            verkrijgen van een vaste betrekking te verbeteren; </al><al>d. personen die willen intreden of herintreden in het arbeidsleven en
                            die gedurende ten minste twee jaar niet hebben deelgenomen aan het
                            arbeidsproces of aan een opleiding, in het bijzonder personen die hun
                            werk hebben opgegeven wegens de moeilijkheid arbeid en gezinsleven te
                            combineren; </al><al>e. personen die als alleenstaande volwassene de zorg op zich nemen voor
                            een of meer kinderen; </al><al>f. personen die geen diploma hoger middelbaar onderwijs of daarmee
                            gelijkgestelde kwalificatie hebben behaald, die geen betrekking hebben
                            of die hun betrekking verliezen; </al><al>g. personen van meer dan 50 jaar, die geen betrekking hebben of die hun
                            betrekking verliezen; </al><al>h. langdurig werklozen, dat wil zeggen personen die gedurende twaalf van
                            de voorbije 16 maanden, respectievelijk zes van de acht voorbije maanden
                            voor personen jonger dan 25 jaar, werkloos zijn geweest;</al><al> i. personen die overeenkomstig het nationale recht als verslaafde of
                            ex-verslaafde zijn erkend;</al><al>j. personen die sinds de aanvang van een periode van detentie of een
                            andere strafrechtelijke maatregel nog niet hun eerste reguliere betaalde
                            betrekking hebben gevonden; </al><al>k. vrouwen in een geografisch gebied waar de gemiddelde
                            werkloosheidsgraad reeds gedurende ten minste twee kalenderjaren meer
                            dan 100 % van het gemeenschapsgemiddelde bedraagt en waar de
                            werkloosheidsgraad van vrouwen reeds gedurende ten minste twee van de
                            voorbije drie kalenderjaren meer dan 150 % van de werkloosheidsgraad van
                            mannen in het betrokken gebied bedraagt; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> „loonkosten”: de volgende bestanddelen die daadwerkelijk door de
                            onderneming moeten worden betaald met betrekking tot de betrokken
                            arbeidsplaatsen: </al><al>a. het brutoloon, vóór belasting, en </al><al>b. de verplichte sociale zekerheidsbijdragen;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1a</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze beleidsregels zijn van toepassing op loonkostensubsidies waarvan de te
                        subsidiëren arbeid aanvangt op of na 1.2.2008. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiecriteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de subsidieontvanger:
                        </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al> een arbeidsovereenkomst te sluiten met een benadeelde werknemer. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> de in het eerste lid bedoelde arbeidsovereenkomst aan te gaan voor de
                            duur van minimaal drie maanden, en minimaal 10 uren per week. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> in de 6 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de in het eerste
                            lid bedoelde arbeidsovereenkomst geen ontslagvergunning gekregen te
                            hebben van het CWI in verband met bedrijfseconomische redenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> ten genoege van het college aantonen, dat hij voor het verrichten van
                            de werkzaamheden een subsidie nodig heeft, alsmede dat de verwachting
                            gerechtvaardigd is, dat met inbegrip van de subsidie de financiële
                            middelen ter beschikking staan om met de activiteiten bij te dragen aan
                            de realisatie van het beoogde beleidsdoel; </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> een zodanige werkwijze toepassen alsmede over een zodanige
                            organisatorische en administratieve opzet of over zodanig
                            gekwalificeerde medewerkers beschikken, dat het college redelijkerwijs
                            mag verwachten dat de activiteiten bijdragen aan verwezenlijking van het
                            beoogde beleidsdoel, en </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> zich onthouden van gedragingen of geen doelen nastreven die in strijd
                            zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidievormen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan aan elke werkgever, al dan niet zijnde een onderneming,
                            die een benadeelde werknemer in dienst neemt een loonkostensubsidie
                            verlenen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde loonkostensubsidie wordt vastgesteld
                            conform onderstaand schema: </al></lid><lid><lidnr/><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Duur </vet><vet>Wwb-uitkering</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Hoogte subsidiebedrag</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Betaalwijze</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1/2 jaar - 1 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>6000</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2500 na 6 maanden; € 2500 na 12 maanden; bij
                                                verlenging met 6 maanden de resterende € 1000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 tot 2 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>8000</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3000 na 6 maanden; € 3000 na 12 maanden; bij
                                                verlenging met 6 maanden de resterende € 2000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 tot 3 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>12000</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 40000 na 6 maanden; € 4000 na 12 maanden; bij
                                                verlenging met 6 maanden de resterende € 4000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 3 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>16000</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5000 na 6 maanden; € 5000 na 12 maanden; bij
                                                verlenging met 6 maanden de resterende € 6000</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De bedragen in te schema als bedoeld in het tweede lid gelden bij een
                            arbeidscontract van 12 maanden bij een fulltime dienstverband. Het
                            aantal uren dat als fulltime kan worden aangemerkt wordt bepaald door de
                            CAO van de werkgever. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Bij een contract van minder dan uren/maanden wordt de subsidie naar
                            rato vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De minimale duur van een arbeidscontract is 3 maanden en het minimum
                            aantal uren is 10 per week. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Voor de klanten die via het instrument “Werkgeverschap als
                            reïntegratie-instrument” zijn geplaatst en tussentijds of na afloop van
                            het arbeidscontract, al dan niet gevolgd door WW-uitkering, weer
                            aanspraak maken op een Wwb-uitkering telt deze periode als duur van de
                            Wwb-uitkering mee en wordt derhalve niet aangemerkt als onderbreking van
                            de uitkeringsduur. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> Voor klanten die middels bovenstaand schema bij een werkgever worden
                            geplaatst geldt dat de periode van één jaar gerekend vanaf de start van
                            het dienstverband niet wordt aangemerkt als onderbreking van de
                            uitkeringsduur. Hiervoor geldt wel de restrictie dat een en dezelfde
                            klant niet binnen een jaar bij dezelfde werkgever geplaatst kan worden
                            met subsidie.</al><al>Doet een klant na één jaar gerekend vanaf de datum dienstverband een
                            beroep op uitkering dan geldt dat wél als onderbreking van de
                            uitkeringsduur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onverminderd het in de Algemene wet bestuursrecht bepaalde neemt de
                            subsidieontvanger het volgende in acht: </al><al>a. de aanvraag wordt door middel van een door het college vastgesteld
                            aanvraagformulier ingediend; </al><al>b. de aanvraag dient uiterlijk 8 weken na de aanvang van de
                            arbeidsovereenkomst door het college ontvangen te zijn; </al><al>c. de aanvraag gaat vergezeld van tenminste:</al><al> 1. een kopie van de arbeidsovereenkomst; </al><al>2. bescheiden waaruit blijkt dat in de 3 jaar voorafgaande aan de
                            aanvraag geen andere cumulatieve staatssteun ontvangen is dan wel welke
                            staatssteun in welke omvang ontvangen is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag vaststellingsbeschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onverminderd het in de Algemene wet bestuursrecht bepaalde neemt de
                            subsidieontvanger bij de aanvraag voor een vaststellingsbeschikking het
                            volgende in acht: </al><al>a. de aanvraag wordt door middel van een door het college vastgesteld
                            aanvraagformulier ingediend; </al><al>b. de aanvraag dient door het college ontvangen te zijn uiterlijk 4
                            weken na afloop van de gesubsidieerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onverminderd het in de Algemene wet bestuursrecht bepaalde kan het
                            college, al dan niet in nadere regels, bepalen welke andere gegevens en
                            bescheiden worden ingestuurd bij een aanvraag tot
                            vaststellingsbeschikking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de in het eerste lid bedoelde aanvraag niet voor het daarin
                            genoemde tijdstip is ontvangen of de subsidieontvanger de andere
                            bescheiden en gegevens bedoeld in het tweede lid niet verschaft, gaat
                            het college zes weken na het eenmalig rappel over tot ambtshalve
                            vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al> Het college beslist op een aanvraag voor subsidievaststelling binnen de in
                        de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn, die eenmalig met twaalf
                        weken kan worden verlengd, onder kennisgeving aan belanghebbende(n). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De subsidie kan, onverminderd het bepaalde in artikel 8, worden
                            geweigerd indien: </al><al>a. één van de weigeringsgronden genoemd in de Algemene wet bestuursrecht
                            zich voordoet;</al><al> b. niet voldaan wordt aan een in artikel 2 genoemd subsidiecriterium.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanvullende weigering/intrekking Wet BIBOB</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en deze
                            beleidsregels kan het college voor subsidies binnen bepaalde
                            beleidsdoelen of onderdelen van beleidsdoelen, bepalen dat de gevraagde
                            subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden
                            ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3
                            van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar
                            bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De beleidsdoelen of de onderdelen van beleidsdoelen bedoeld in het
                            eerste lid worden opgenomen in een door het college vast te stellen
                            bijlage behorende bij deze beleidsregels. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd en uit eigener beweging alle
                            informatie die betrekking heeft op de vaststelling van het recht op
                            loonkostensubsidie, de hoogte en de duur ervan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De subsidieontvanger verschaft alle informatie en verleent alle
                            medewerking aan onderzoeken die door of namens het college worden
                            uitgevoerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De subsidieontvanger richt zich, voor wat betreft de inrichting van de
                            financiële administratie en zijn verslaglegging naar de aanwijzingen van
                            het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlenen van een voorschot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan in de verleningbeschikking bepalen dat vooruitlopend op
                            de vaststelling één of meer voorschotten worden verleend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien gebruik wordt gemaakt van de in het eerste lid genoemde
                            bevoegdheid bepaalt het college tevens het bevoorschottingsschema. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien loonkostensubsidie wordt verleend over een periode waarover met
                            toepassing van het eerste lid een voorschot is verleend, kan deze
                            loonkostensubsidie zonder machtiging van de belanghebbende worden
                            verrekend met dit voorschot. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college bepaalt het subsidieplafond op de hoogte van het werkdeel
                            Fonds voor Werk en Inkomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid wordt in de nadere
                            regels tevens opgenomen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslissingsbevoegdheden</titel></kop><al> Het verstrekken van de loonkostensubsidie vindt plaats onder
                        verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Standstill-bepaling</titel></kop><al> Een steunmaatregel die staatssteun vormt, mag niet worden verstrekt voordat
                        de Europese Commissie een beschikking tot goedkeuring van die steun heeft
                        gegeven of wordt geacht die te hebben gegeven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Herziening dan wel intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het herzien of
                            intrekken van een toekenningbesluit tot verlening van loonkostensubsidie
                            ingevolge het bepaalde in de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de
                            Algemene wet bestuursrecht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een besluit tot toekenning van loonkostensubsidie wordt herzien of
                            gewijzigd indien: a. sprake is van het niet of niet behoorlijk nakomen
                            van de verplichting, bedoeld in artikel 9 van deze beleidsregels en dit
                            heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan
                            verleende of verstrekte loonkostensubsidie; b. anderszins de
                            loonkostensubsidie ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend en
                            de subsidieontvanger dit redelijkerwijs wist of behoorde te weten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan, indien zij daarvoor dringende redenen aanwezig achten,
                            besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of wijziging af te zien.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het terugvorderen van
                            ten onrechte verleende, verstrekte dan wel vastgestelde
                            loonkostensubsidie, zoals neergelegd in de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50
                            van de Algemene wet bestuursrecht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien terugvordering van een verstrekte loonkostensubsidie volgens het
                            bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht mogelijk is, wordt er
                            teruggevorderd, met inachtneming van en conform het bepaalde in de
                            Algemene wet bestuursrecht en deze beleidsregels alsmede het bepaalde in
                            het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In de terugvorderingbeschikking wordt aan de debiteur door het college
                            medegedeeld: </al><al>a. tot welk bedrag en over welke periode de ten onrechte ontvangen
                            loonkostensubsidie wordt teruggevorderd; </al><al>b. de termijn of termijnen waarbinnen de debiteur de ten onrechte
                            ontvangen loonkostensubsidie dient terug te betalen; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Op welke wijze het besluit, bij niet of niet volledige betaling, ten
                            uitvoer zal worden gelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Dit besluit treedt in werking per 1 februari 2008. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald onder de naam ‘Beleidsregels
                        Loonkostensubsidie Wet werk en bijstand gemeente Kerkrade 2008. </al><al/><al><vet>AANVULLING D.</vet><vet>D</vet><vet>. 01-07-2008: </vet></al><al>"Naast de loonkostensubsidie kunnen ook scholingskosten vergoed
                        worden. Hiervoor geldt een <onderstreept>maximaal</onderstreept> bedrag van
                        2500 Euro. Indien de kosten onder de 500 Euro blijven worden de kosten als
                        lumpsumbedrag betaald. Dat wil zeggen zonder overlegging van bewijzen door
                        de werkgever. </al><al>Indien de kosten meer bedragen dan 500 Euro kunnen die door de werkgever
                        omder overlegging van bewijzen achteraf gedeclareerd worden met een maximum
                        van 2500 Euro". </al><al/><al><vet>Wijziging 16-06-2009:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Loonsubsidie is mogelijk voor elke Wwb klant die langer dan 3
                                maanden werkloos is;</al><al> - Voor de Wwb klanten ouder dan 23 jaar: </al><al>- € 4000 na 6 maanden </al><al>- € 4000 na 12 maanden </al><al>- € 4000 bij verlenging van het arbeidscontract met 6 maanden - Voor
                                de Wwb klanten jonger dan 23 jaar: </al><al>- 22 jaar: 85% van € 4000 </al><al>- 21 jaar: 72,5% van € 4000 </al><al>- 20 jaar: 61,5% van € 4000 </al><al>- 19 jaar: 52,5% van € 4000 </al><al>- 18 jaar: 45,5% van € 4000</al></li><li nr="-"><al>Bedragen gelden bij een fulltime dienstverband. Bij een contract van
                                minder ren/maanden wordt de subsidie naar rato vastgesteld. </al><al>- Het aantal uren dat als fulltime kan worden aangemerkt wordt
                                bepaald door de CAO van de werkgever. </al><al>- De minimale duur van een arbeidscontract is 3 maanden en het
                                minimum aantal uren is 10 uren per week.</al></li><li nr="-"><al>Naast de loonkostensubsidie kunnen ook scholingskosten vergoed
                                worden. Hiervoor geldt een maximaal bedrag van €2500. Indien de
                                kosten onder de € 500 blijven worden die als lumpsumbedrag betaald.
                                Dat wil zeggen zonder overlegging van bewijzen door de werkgever. In
                                de kosten meer bedragen dan € 500 kunnen die door de werkgever onder
                                overlegging van bewijzen achteraf gedeclareerd worden met een
                                maximum van € 2500.</al></li><li nr="-"><al>Onder scholingskosten wordt verstaan: scholing die leidt tot een
                                erkend certificaat.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 29 januari 2008 en
                        gewijzigd d.d 01-07-2008 en d.d. 16-06-2009. </ondertekening><ondertekening>de secretaris, burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>