<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR104673_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inburgering gemeente Gouda 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 1 juni 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inburgering gemeente Gouda 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt. 8, 19, 23, 24a, 24f, 35 Wet inburgering</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art 4.27 Besluit inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>27</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inburgering gemeente Gouda 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Gouda</vet></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Gouda, 25 mei 2011, inzake: Verordening inburgering gemeente Gouda
                            2011;</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid,
                            24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het
                            Besluit inburgering;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening: “Verordening inburgering
                                gemeente Gouda 2011”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 Begripsomschrijvingen</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Gouda;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>inburgeringsvoorziening: de voorziening die toeleidt naar
                                        het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als
                                        tweede taal I of II.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 Informatieverstrekking</nr></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                            doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten
                            en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang
                            tot inburgeringsvoorzieningen. Het college maakt bij de
                            informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen in ieder geval
                            gebruik van de website van de gemeente Gouda, waar nodig aangevuld met
                            een persoonlijk informatiegesprek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 Aanwijzen</nr><titel>van de doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt, conform de wet, voor asielgerechtigde
                                inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt, conform de wet, voor geestelijke bedienaren een
                                inburgeringsvoorziening vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan voor overige inburgeringsplichtigen een
                                inburgeringsvoorziening vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college stelt voor vrijwillige inburgeraars geen
                                inburgeringsvoorziening vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 De</nr><titel>inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de arbeidsinschakeling wordt
                                afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt geen taalkennisvoorziening vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 Inhoud</nr><titel>van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarvoor het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;
                                    en</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al/><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening en de daaruit
                                    voortvloeiende werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan het inburgerings(her)examen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II;</al></li><li nr="d."><al>het melden van verzuim indien door ziekte dan wel door andere
                                    relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de
                                    beschikking kan worden voldaan;</al></li><li nr="e."><al>overige verplichtingen die het bereiken van het doel van de
                                    inburgeringsvoorziening kunnen</al><al>ondersteunen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/></kop><lid><lidnr/><al/><al/><al/><al/><al>5.Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de
                                openbare vergadering van: </al><al>5.De raad van de gemeente voornoemd,</al><al>5. , voorzitter</al><al>5. , griffier</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7 Inning van de eigen bijdrage</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste 18 termijnen betaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening,
                                bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de
                                verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 en 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bestuurlijke boete wordt afgestemd op de ernst van de
                                overtreding, de mate waarin de inburgeringsplichtige de overtreding
                                kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>intrekking voorgaande regeling</titel></kop><al>De Verordening inburgering gemeente Gouda 2010 wordt per 1 juli 2011
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vrijwillige inburgeraar voor wie vóór 1 juli 2011 een
                                inburgeringsvoorziening is vastgesteld, blijven de Verordening
                                inburgering gemeente Gouda 2010 en ondertekende
                                inburgeringsovereenkomst van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige die vóór 1 juli 2011 het inburgeringsexamen
                                of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II met goed
                                gevolg heeft afgelegd, blijft het recht behouden een beloning ter
                                hoogte van de eigen bijdrage te ontvangen van het college, zoals
                                bepaald in artikel 8 van de Verordening inburgering gemeente Gouda
                                2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2011. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inburgering gemeente
                            Gouda 2011.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare
                        vergadering van 25 mei 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente voornoemd,</ondertekening><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>De Wet inburgering (WI) is op 1 januari 2007 in werking getreden. </al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                            derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                            verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting
                            staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de
                            inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen
                            inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen.
                            Aan de inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het
                            inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al>Gemeenten hebben bij de uitvoering van de WI een aantal belangrijke
                            taken gekregen. Zo hebben gemeenten de opdracht om de
                            inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te informeren over de rechten
                            en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de
                            taak aan inburgeringsplichtigen die daarvoor op grond van de wet of het
                            gemeentelijk beleid in aanmerking komen een inburgeringsvoorziening aan
                            te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe
                            naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                            taal I of II. </al><al>Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen
                            handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een
                            inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen
                            die voor hem gelden. </al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening
                            regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                    inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                                    hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang
                                    tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                    inburgeringsvoorzieningen en over de rechten en plichten van de
                                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                                    vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid,
                                    WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die
                                    voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel
                                    35 WI).</al></li><li nr="4."><al>Bepalen dat het college een inburgeringsvoorziening kan
                                    vaststellen, zonder dat eerst een aanbod wordt gedaan (artikel
                                    19a, eerste lid, WI).</al><al><vet>De bevoegdheid om een inburgeringsvoorziening direct vast
                                        te stellen </vet></al><al>Artikel 19a, eerste lid, WI geeft de bevoegdheid aan de
                                    gemeenteraad om bij verordening te bepalen dat het college een
                                    inburgeringsvoorziening niet aanbiedt aan een
                                    inburgeringsplichtige, maar deze direct vaststelt. Indien de
                                    gemeenteraad van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, kan het
                                    college niet een inburgeringsvoorziening aan een
                                    inburgeringsplichtige aanbieden, waarbij deze de mogelijkheid
                                    heeft de aangeboden voorziening te weigeren. De
                                    inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te
                                    verlenen aan de uitvoering van de vastgestelde voorziening
                                    (artikel 23, eerste lid, WI). </al><al>De gemeente Gouda kiest voor het vaststellingstelsel. De
                                    inburgeringsplichtige mag de voorziening niet weigeren. De
                                    inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te
                                    verlenen aan de uitvoering van de vastgestelde voorziening
                                    (artikel 23, eerste lid, WI). Dit betekent niet dat in alle
                                    gevallen een inburgeringsvoorziening moet worden vastgesteld.
                                    Voor een inburgeringsplichtige die met de
                                    inburgeringsvoorziening instemt wordt de voorziening
                                    vastgesteld. Ook voor de inburgeringsplichtige die niet instemt
                                    met de inburgeringsvoorziening, maar voor wie de gemeente vindt
                                    dat de voorziening wel noodzakelijk wordt geacht wordt de
                                    voorziening vastgesteld. Voor de inburgeringsplichtigen die geen
                                    voorziening willen gaan volgen en voor wie de gemeente het niet
                                    noodzakelijk acht, wordt geen vaststellingsbeschikking
                                    opgesteld. In dit geval wordt voor de inburgeringsplichtige een
                                    handhavingsbeschikking opgesteld (oudkomer) of een kennisgeving
                                    als hij/zij een nieuwkomer is. </al><al/><al><vet>Regels over de informatieverstrekking aan
                                        inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                                    vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                    inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de
                                    rechten en plichten uit hoofde van de WI, informatie over het
                                    aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                                    voorzieningen.</al><al/><al><vet>Regels over het vaststellen van
                                        inburgeringsvoorzieningen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van
                                    de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt
                                    op het inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen
                                    inburgeringsplichtigen ondersteunen door het vaststellen van een
                                    inburgeringsvoorziening. Alle inburgeringsplichtigen kunnen in
                                    beginsel in aanmerking komen voor een voorziening. De
                                    gemeenteraad bepaalt welke groepen inburgeringsplichtigen in
                                    aanmerking komen voor een voorziening en welke groepen op eigen
                                    kracht dienen in te burgeren. </al><al>Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het
                                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                                    taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat
                                    examen. De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage
                                    van € 270,00 te betalen voor de inburgeringsvoorziening.
                                    (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde
                                    inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening of
                                    een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding
                                    (artikel 19, zesde lid, WI).</al><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te
                                    stellen met betrekking tot het vaststellen van een
                                    inburgeringsvoorziening. In de wet is ook vastgelegd over welke
                                    onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld. Het
                                    gaat om dezelfde onderwerpen als bij het aanbieden van een
                                    inburgeringsvoorziening (artikel 19a, tweede lid, sub b, WI): </al><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het
                                    vaststellen van inburgeringsvoorzieningen (artikel 19, vijfde
                                    lid, sub a, WI).</al><lijst><li nr="·"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het vaststellen
                                            van inburgeringsvoorzieningen (artikel 19, vijfde lid,
                                            sub a, WI).</al></li><li nr="·"><al>De vaststelling door het college van een passende
                                            inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de
                                            totstandkoming en de samenstelling van die voorziening
                                            (artikel 19, vijfde lid, sub b, WI).</al></li><li nr="·"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor
                                            wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. </al></li><li nr="·"><al>Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de
                                            inning van de eigen bijdrage door het college en de
                                            mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23,
                                            derde lid, WI).</al><al/></li></lijst><al><vet>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke
                                        boete</vet></al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van
                                    de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                                    overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt
                                    het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden
                                    opgelegd.</al><al/><al><vet>De procedure van het vaststellen van een
                                        inburgeringsvoorziening</vet></al><al>Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening begint met het
                                    houden van de intake. In de intake wordt met de
                                    inburgeringsplichtige gesproken over de voorziening die het
                                    college voor betrokkene geschikt acht. Er zijn vervolgens vier
                                    mogelijkheden: </al><lijst><li nr="1."><al>In de intake blijkt dat het college aan de
                                            inburgeringsplichtige geen voorziening wil verstrekken.
                                            Het college stelt geen voorziening vast en kan een
                                            handhavingsbeschikking nemen (voor de oudkomer) of een
                                            kennisgeving afgeven (voor een nieuwkomer).</al></li><li nr="2."><al>De gemeente biedt een voorziening aan en de
                                            inburgeringsplichtige is het hiermee eens. De gemeente
                                            neemt een beschikking.</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige vindt de
                                            inburgeringsvoorziening niet gepast en geeft aan zelf op
                                            een andere wijze aan de inburgeringsplicht te zullen
                                            voldoen. Het college stemt hiermee in en neemt alleen
                                            een handhavingsbeschikking (voor een oudkomer) of een
                                            kennisgeving (voor een nieuwkomer).</al></li><li nr="4."><al>Het college acht een inburgeringsvoorziening geschikt
                                            maar de inburgeringsplichtige wil deze voorziening niet.
                                            Het college heeft de mogelijkheid om de
                                            inburgeringsvoorziening vast te stellen, tegen de zin
                                            van betrokkene in.</al></li></lijst><al>Het verschil met het aanbodstelsel schuilt in de laatste
                                    mogelijkheid. Een gemeente die het aanbodstelsel hanteert is als
                                    ze een aanbod doet afhankelijk van de medewerking van de
                                    inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige kan immers het
                                    aanbod aanvaarden maar ook afwijzen. Een gemeente die het
                                    vaststellingstelsel hanteert, is niet afhankelijk van de
                                    bereidheid van de inburgeringsplichtige akkoord te gaan met de
                                    voorziening die het college voor de betrokken
                                    inburgeringsplichtige passend vindt. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen
                                    die worden gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering (WI),
                                    het Besluit inburgering en de Regeling inburgering ook van
                                    toepassing zijn op deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 2 De informatieverstrekking</vet></al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar
                                    gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die
                                    voortvloeien uit de WI. De wet laat gemeenten vrij om zelf te
                                    bepalen op welke manier de informatievoorziening aan de
                                    inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel bepaalt artikel
                                    8 WI dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                                    de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                    inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                                    hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang
                                    tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</vet></al><al>In dit artikel is gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit artikel
                                    19a, eerste lid, WI om in een verordening te bepalen dat het
                                    college een inburgeringsvoorziening kan vaststellen zonder dat
                                    daar een procedure van aanbod (door het college) en aanvaarding
                                    (door de inburgeringsplichtige) vooraf gaat. Op grond van dit
                                    artikel kan het college voor elke inburgeringsplichtige een
                                    inburgeringsvoorziening vaststellen. </al><al>Een vrijwillige inburgeraar is een inwoner van Nederland, niet
                                    zijnde inburgeringsplichtige, zoals bedoeld in artikel 1q, WI.
                                    De gemeente Gouda heeft in het kader van de bezuinigingen van
                                    rijkswege besloten vanaf 1 juli 2011 geen
                                    inburgeringsvoorziening meer aan te bieden aan een vrijwillige
                                    inburgeraar. De vrijwillige inburgeraar waarvoor een
                                    inburgeringsvoorziening is vastgesteld voor 1 juli 2011 kunnen
                                    deze afronden. </al><al/><al><vet>Artikel 4 De inburgeringsvoorziening</vet></al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking
                                    tot de vaststelling door het college van een passende
                                    inburgerings- of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de
                                    totstandkoming en samenstelling van de inburgeringsvoorziening
                                    (artikel 19, vijfde lid, sub b, WI). In dit artikel worden de
                                    kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor
                                    iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt,
                                    een op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te
                                    stellen. </al><al> In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college
                                    een passende inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het
                                    bepalen van de passendheid van een inburgeringsvoorziening,
                                    kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al><lijst><li nr="·"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de
                                            Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving en zijn
                                            of haar leercapaciteit. </al></li><li nr="·"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige
                                            vervult of gaat vervullen in de Nederlandse samenleving.
                                            Daarbij kan worden gedacht aan het verrichten van
                                            betaalde arbeid en/of het opvoeden van kinderen.</al></li><li nr="·"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige.
                                            Hierbij kan worden gedacht aan eventuele zorgtaken die
                                            de inburgeringsplichtige moet vervullen. </al></li></lijst><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke
                                    bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten
                                    hebben dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening
                                    die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht
                                    vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die
                                    een voorziening gericht op </al><al>arbeidsinschakeling ontvangen of zullen ontvangen, dient de
                                    inburgeringsvoorziening daarop te worden afgestemd. Dit beginsel
                                    is vastgelegd in het tweede lid van dit artikel. Bij het
                                    vaststellen van een inburgeringsvoorziening moet overigens
                                    rekening worden gehouden met het bepaalde in artikel 19, vierde
                                    lid, WI. In deze bepaling uit de WI is opgenomen dat er voor een
                                    uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige geen
                                    inburgeringsvoorziening wordt vastgesteld, indien dat diens
                                    arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>Artikel 19, derde lid, WI, beschrijft waaruit een
                                    inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een cursus
                                    die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                                    afleggen van het desbetreffende examen. </al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud-en
                                    nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een
                                    verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening (artikel
                                    19, zesde lid, WI).</al><al>Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de
                                    kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het
                                    kunnen afronden van een beroepsopleiding (artikel 19, tweede
                                    lid, WI). De gemeente Gouda zal geen taalkennisvoorzieningen
                                    vaststellen, zoals het derde lid van dit artikel beschrijft. De
                                    taalkennisvoorziening is binnen de gemeente Gouda in het
                                    verleden niet ingezet wegens het ontbreken van de behoefte.
                                    Mocht deze behoefte toch bestaan dan kan de gemeente Gouda
                                    inburgeringsplichtigen die een beroepsopleiding volgen een
                                    inburgeringsvoorziening op maat bieden ter
                                    taalondersteuning.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Inhoud van de beschikking</vet></al><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening
                                    is een beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de
                                    mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te
                                    gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder
                                    geval in de beschikking moeten worden opgenomen.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening
                                    en de daaraan verbonden rechten en plichten van de inburgeraar
                                    nauwkeurig moeten worden vermeld. De inburgeringsplichtige is
                                    verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de
                                    inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving
                                    hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan hem
                                    bekend zijn gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het
                                    inburgeringsexamen moet hebben behaald, ligt vast in de wet
                                    (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan)
                                    van deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). </al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in
                                    hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op
                                    welke wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van
                                    verrekening met de bijstandsuitkering). De inning is geregeld in
                                    artikel 7 van de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel van de verordening vormt de uitwerking van artikel
                                    23, derde lid, WI dat bepaalt dat de gemeenteraad bij
                                    verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                                    vastgesteld. Het college legt de verplichtingen vast in de
                                    beschikking tot vaststelling van de
                                    inburgeringsvoorziening.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                                    inburgeringsplichtigen de eigen bijdrage in een aantal termijnen
                                    kunnen betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij
                                    inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een andere door
                                    de gemeente te verstrekken socialezekerheidsuitkering ontvangen
                                    mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze
                                    uitkering. Als het college op deze wijze wil verrekenen, dan
                                    moet dat worden opgenomen in de beschikking waarmee de
                                    inburgeringsvoorziening wordt vastgesteld. </al><al>Betaling van de eigen bijdrage is een wettelijke verplichting.
                                    In gevallen waarin de betaling van de eigen bijdrage een drempel
                                    vormt voor deelname aan een inburgeringsvoorziening, kan de
                                    bijdrage in maximaal achttien (maandelijkse) termijnen worden
                                    voldaan (bij achttien termijnen maandelijks € 15,00). </al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV
                                    WERKbedrijf ontvangt, kan het college het UWV WERKbedrijf
                                    verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op
                                    de uitkering van het UWV WERKbedrijf (artikel 24, tweede lid,
                                    WI). In dit geval int het UWV WERKbedrijf de eigen bijdrage ten
                                    behoeve van de gemeente. Deze wijze van verrekening geschiedt
                                    door het UWV WERKbedrijf en niet door de gemeente, en wordt dus
                                    niet in deze verordening geregeld.</al><al/><al><vet>Artikel 8 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                        verschillende overtredingen</vet></al><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de
                                    hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de
                                    verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34
                                    WI zijn voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen
                                    van de bestuurlijke boete vastgelegd. </al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn
                                    maximumbedragen en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij
                                    elke overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de
                                    ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de
                                    overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college
                                    daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden
                                    waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 5:46 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht). Deze bepaling brengt met zich mee
                                    dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal
                                    moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele
                                    omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. Afwijking
                                    van de standaardboete kan zowel een verhoging als een verlaging
                                    betekenen, zij het dat de verhoging het maximumbedrag van
                                    artikel 34 WI niet te boven mag gaan. Indien de overtreding in
                                    het geheel niet verwijtbaar is, wordt ingevolge artikel 5:41 van
                                    de Algemene wet bestuursrecht geen boete opgelegd. Bij de
                                    vaststelling van de omstandigheden waarin de
                                    inburgeringsplichtige verkeert kan gedacht worden aan financiële
                                    en sociale aspecten. Hierbij kan onder meer aandacht worden
                                    besteed aan eventuele bijzondere lasten, bijvoorbeeld hoge
                                    woonlasten of aflossingsverplichtingen, de gezinssamenstelling,
                                    of het effect van een opeenstapeling van boetes.</al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde
                                    re-integratie- en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat
                                    dezelfde gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep
                                    om te verschijnen en gegevens te verstrekken) zowel aanleiding
                                    kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel
                                    18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van een
                                    boete of maatregel op grond van een andere scocialezekerheidswet
                                    of –regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze
                                    samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat
                                    geval géén bestuurlijke boete kan opleggen.</al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al><vet>Intrekking voorgaande regeling</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al><vet>Overgangsbepaling</vet></al><al>De vrijwillige inburgeraar voor wie een inburgeringsvoorziening
                                    is vastgesteld en die een door de inburgeraar en gemeente
                                    ondertekende inburgeringsovereenkomst bezit kan de
                                    inburgeringsvoorziening afronden zoals is vastgesteld en is,
                                    conform de Verordening inburgering gemeente Gouda 2010 geen
                                    eigen bijdrage verschuldigd.</al><al>Het college heeft besloten de bestuurlijke beloning af te
                                    schaffen per 1 juli 2011. Dit betekent dat de
                                    inburgeringsplichtigen die na deze datum het inburgeringsexamen
                                    of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II behalen
                                    geen aanspraak meer kunnen maken op de bestuurlijke beloning.
                                    Wel blijven inburgeringsplichtigen die vóór 1 juli 2011 het
                                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                                    taal I of II met goed gevolg hebben afgelegd hun recht behouden
                                    op deze beloning, zoals bepaald in artikel 8 van de Verordening
                                    inburgering gemeente Gouda 2010.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>