<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR104541_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-06-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art 44, lid 2 en 3 en art. 95 tot en met 99</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-07-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>alg 07/3089</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden wordt ingetrokken; Art. 36 bevat een gefaseerde invoering van deze verordenng (terugwerkende kracht)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rhenen, </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 mei 2007 </al><al>gelet op de artikel 44. tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de
                        Gemeentewet, </al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden, </al><al>besluit: </al><al>vast te stellen de volgende verordening </al><al>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders</al></li><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DCMP/AV/FAR, Stcrt. 212</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56</al></li><li nr="g."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/UI011, Stcrt.
                                    181</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel102 van de
                                    Gemeentewet</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 18.001-24.000 vastgestelde maximum. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse
                                18.001-24.000, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit
                                raads- en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt </al><lijst><li nr="a."><al>bijlage 1 bij VNG-leden brief U200600890 d.d. 17 mei 2006
                                    </al></li><li nr="b."><al>VNG-Iedenbrief ECCVA/U200700476</al></li></lijst><al>aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
                                gelijk aan het bedrag voor qemeenteklasse 18.001-24.000, vermeld in
                                tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen, </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van a/gemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de gemeente
                                voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer,
                                bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een
                                ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid
                                ontvangt het raadslid ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar
                                een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een
                                periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan
                                van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                                software welke het college aan raadsleden in bruikleen ter
                                beschikking stelt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                beschikking is gesteld, verleent het college een raadslid op
                                aanvraag voor de uitoefening van het raadslidmaatschap voor een
                                periode van maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                aanschafwaarde voor </al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software, </al></li><li nr="b."><al>of gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur
                                        en software. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                                        aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software welke het college aan raadsleden in bruikleen ter
                                        beschikking stelt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                                met de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kinderopvang (vervallen).</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonrege/ing/levensloopreqeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 199 van
                                de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel t. van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                                Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. </al><al>Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                                onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                                bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslid maatschap meer bedraagt dan de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt. wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt. wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding. bedoeld in artikel 3 </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als
                                bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden bedraagt € 175 per jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van
                                het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De artikelen 2 tot en met 4,8,10 tot en met 12 en 13a blijven van
                                toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de
                                Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding
                                die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid,
                                ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                                bepalingen van toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8. eerste, tweede, vierde en vijfde
                                lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing
                                op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                                raadslid dat ingevolge artikel XI0 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                                heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden
                            kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.001-24.000,
                            vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 15
                            vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                            artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. </al><al>De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                    bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders; </al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                    verblijfkosten; </al></li><li nr="d."><al>op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                    wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                    gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de
                                    eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de
                                    reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
                                    overeenkomstig artikel4a van de Reisregeling binnenland, artikel
                                    2a van de Reisregeling buitenland en artikel13a van de krachtens
                                    het Verplaatsingskosten besluit 1989 vastgestelde
                                    Verplaatsingskosten regeling 1989. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
                                maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto
                                wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de
                                gemeente ingehuurde auto. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder ook
                                worden gebruikt voor het reizen tussen de woning en de plaats van
                                tewerkstelling en voor reizen ten behoeve van nevenfuncties die de
                                wethouder vervult uit hoofde van zijn ambt. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de wethouder op grond van artikel 15 een tegemoetkoming
                                ontvangt in de reiskosten tussen de woning en de plaats van
                                tewerkstelling wordt een korting op die tegemoetkoming toegepast ter
                                grootte van </al><lijst><li nr="a."><al>1/20 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
                                        elke dag waarop zowel van de woning naar de plaats van
                                        tewerkstelling als omgekeerd van de plaats van
                                        tewerkstelling naar de woning gebruik is gemaakt van de
                                        dienstauto; </al></li><li nr="b."><al>1/40 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
                                        elke dag waarop alleen hetzij van de woning naar de plaats
                                        van tewerkstelling hetzij omgekeerd van de plaats van
                                        tewerkstelling naar de woning gebruik is gemaakt van de
                                        dienstauto; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede lid
                                bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke dienstauto
                                en daarvoor een vergoeding van reiskosten ontvangt wordt die
                                vergoeding in de gemeentelijke kas gestort. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verblijfkosten (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="1"><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente
                                        voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende
                                        apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een
                                ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid
                                ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar
                                een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een
                                periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan
                                van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                                software welke het college aan wethouders in bruikleen ter
                                beschikking stelt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                beschikking is gesteld, verleent het college de wethouder op
                                aanvraag voor de uitoefening van het ambt voor een periode van
                                maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde
                                voor </al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software. of </al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software. </al></li></lijst><al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                                computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan
                                de wethouders in bruikleen ter beschikking stelt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op aanvraag worden de wethouder de aanleg- en abonnementskosten voor
                                de internetverbinding voor de in het eerste of derde lid genoemde
                                computerapparatuur vergoed. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                                met de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                                zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening
                                van de gesprekskosten plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel19g van de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel23a Fietsregeling </titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1"><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                    artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar
                                    keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                    onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                    vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.
                                </al></li><li nr="2"><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: </al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kinderopvang (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
                                de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                gemeenteklasse 18.001-24.000 vastgestelde maximum. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie </al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder; </al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd; </al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                                niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                                benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                van de commissie vergoed. </al><al>De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoeren van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                Regeling rechtspositie wethouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kosten
                                specificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als
                                deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                                commissielidmaatschap. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Computer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op aanvraag stelt het college het commissielid ten laste van de
                                gemeente voor de uitoefening van het commissielidmaatschap een
                                computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter
                                beschikking. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een
                                ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid
                                ontvangt het commissielid ten laste van de gemeente op aanvraag per
                                jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor
                                een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste
                                uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende
                                apparatuur en software welke het college aan commissieleden in
                                bruikleen ter beschikking stelt. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                beschikking is gesteld, verleent het college een commissielid op
                                aanvraag voor de uitoefening van het commissielidmaatschap voor een
                                periode van maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                aanschafwaarde voor </al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software, of </al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                                        aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software welke het college aan commissieleden in bruikleen
                                        ter beschikking stelt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het commissielid ondertekent voor de bruikleen een
                                bruikleenovereenkomst met de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door: </al><lijst><li nr="1"><al>betaling uit eigen middelen; of </al></li><li nr="2"><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of
                                </al></li><li nr="3"><al>een gemeentelijke creditcard. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16,
                                19,24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier,
                                waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze
                                kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient
                                het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen
                                ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20 en
                                24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende
                                factuur aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                aangewezen ambtenaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 16,19 en 24 kan
                                plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke creditcard.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een gemeentelijke creditcard wordt de wethouder op aanvraag in
                                bruikleen ter beschikking gesteld voor het doen van uitgaven die
                                voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de gemeente in
                                aanmerking komen. Aan de verstrekking van de creditcard kunnen
                                voorwaarden worden verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor de aanvraag, verstrekking en
                                intrekking van gemeentelijke creditcards. Bij de aanvraag wordt
                                aangegeven of een persoonlijke pincode voor het opnemen van contant
                                geld gewenst wordt. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden
                                ingediend bij de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen
                                ambtenaar. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                onverwijld ingeleverd. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de
                                betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook bij de
                                gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt mits is
                                voldaan aan de daarvoor geldende regels, voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden wordt
                            ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 augustus2007 en werkt voor wat
                            betreft de artikelen 1 tot en met 13 en 26 tot en met 30 terug tot en
                            met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 16 tot en met 25 ten
                            aanzien van de op 4 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de
                            dag van hun beëdiging. De artikelen 31 tot en met 33 werken voor zover
                            het betreft de leden van de raad en commissieleden terug tot en met 16
                            maart 2006. De artikelen 31 tot en met 34 werken voor zover het de op 4
                            april 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun
                            beëdiging. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2006. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 juli 2007 </ondertekening><ondertekening>de griffier	de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.H. van Beem	drs. J.H.A. van Oostrum</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>