<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR103906_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Inburgering Schiermonnikoog 2010 e.v.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsbrief, 17 juni 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Schiermonnikoog 2010 e.v.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, artikelen 8, 19, vijfde lid, 19a, eerste lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f en 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit inburgering, artikel 4.27, derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Wet Inburgering Schiermonnikoog 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>D<vet>e raad van de gemeente Schiermonnikoog;</vet></al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juni 2011; </al>
          <al/>
          <al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 19a, eerste lid, 23, derde lid,
                        24a, vijfde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde
                        lid, van het Besluit inburgering;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>B E S L U I T: </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening Wet Inburgering Schiermonnikoog 2010 e.v.</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Schiermonnikoog;</al></li>
                <li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li>
                <li nr="c."><al>inburgeraar: dit begrip omvat zowel inburgeringsplichtige-
                                        als vrijwillige inburgeraars;</al></li>
                <li nr="d."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel>
            </kop>
            <al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                            vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze worden
                            geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over
                            het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Doelgroep en samenstelling van de inburgerings- of
                            taalkennisvoorziening</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>De doelgroep</titel>
            </kop>
            <al>Asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en geestelijke bedienaren
                            krijgen, verplicht conform de wet, van het college een
                            inburgeringsaanbod. Het college wijst de inburgeringsbehoeftigen en
                            vrijwillige inburgeraars aan als groep aan wie een voorziening
                            aangeboden kan worden. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>De samenstelling van de voorziening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De voorziening wordt samengesteld met inachtneming van de volgende
                                doelstellingen:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>het behalen van het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands
                                als tweede taal I of II;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>het vergroten van arbeidsparticipatie; en/of</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>het vergroten van maatschappelijke participatie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De taalkennisvoorziening wordt samengesteld met de doelstelling
                                verwerving en versterking van de kennis van de Nederlandse taal die
                                noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                                beroepsopleiding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeraar.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op verzoek, dit kan zowel schriftelijk als mondeling, van de
                                    inburgeraar kan het college de voorziening of de
                                    inburgeringscomponent van de gecombineerde voorziening bedoeld
                                    in de artikelen 20, eerste lid en 24b, eerste lid van de wet
                                    aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget aan
                                    inburgeraars die: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>onderdelen van het inburgeringsexamen al beheersen en
                                            met een individueel traject sneller kunnen opgaan voor
                                            het inburgeringsexamen of het staatsexamen, of sneller
                                            een taalkennisvoorziening kunnen afronden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>heel specifieke wensen hebben ten aanzien van hun
                                            inburgeringsvoorziening en niet passen binnen het
                                            reguliere aanbod. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige of
                                    vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een (duaal)
                                    inburgeringsprogramma of taalvoorziening goed, indien dit
                                    programma:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                    bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en,</al></li>
                  <li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de
                                    volgende vereisten:</al><lijst>
                      <li nr="a."><al>ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al></li>
                      <li nr="b."><al>in het bezit zijn van het Blik op Werk Keurmerk;</al></li>
                      <li nr="c."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op
                                            het gebied van het verzorgen van
                                            inburgeringssprogramma’s of taalvoorzieningen.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluiten het college en de
                            inburgeraar of eventueel een andere partij een overeenkomst met het
                            inburgeringsbedrijf.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>De inning van de eigen bijdrage</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr=""><al>1.De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid en
                                    artikel 24<sup>e</sup> lid 1 van de wet wordt in ten hoogste
                                    twaalf termijnen betaald.</al></li>
              <li nr=""><al>2.Indien de inburgeraar algemene bijstand ontvangt, verrekent
                                    het college, de eigen bijdrage met de algemene bijstand.</al></li>
              <li nr=""><al>3.Het college legt in een beschikking of in een overeenkomst aangaande
                            een voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                            eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                            beschikking vastgelegd. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Opleggen van verplichtingen</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking of de
                            vrijwillige inburgeraar bij overeenkomst één of meer van de volgende
                            verplichtingen opleggen: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li>
              <li nr="b."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li>
              <li nr="c."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li>
              <li nr="d."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>De procedure van het doen van het aanbod</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Namens het college wordt het aanbod tijdens een
                                            persoonlijk gesprek met de consulent met
                                            inburgeringstaken schriftelijk aan de inburgeraar
                                            voorgelegd.</al></li>
              <li nr="2."><al>De inburgeraar die het aanbod accepteert:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>zet ter plaatse zijn handtekening onder het
                                    inburgeringsaanbod;</al></li>
                  <li nr="b."><al>of reageert binnen vijf dagen en stuurt het vervolgens aan zijn
                            consulent met inburgeringstaken (artikel 145 gemeentewet is hier van
                            toepassing).</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van deze
                                    mededeling het besluit tot toekenning van de voorziening
                                    overeenkomstig het gedane aanbod. </al></li>
              <li nr="4."><al>Wanneer de vrijwillige inburgeraar het aanbod aanvaardt, legt
                                    het college binnen acht weken na ontvangst van deze mededeling
                                    aan de vrijwillige inburgeraar, ter ondertekening, een
                                    overeenkomst voor, overeenkomstig het gedane aanbod.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het aanbod bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder gedaan
                                    dan nadat de identiteit van de inburgeraar is vastgesteld aan de
                                    hand van het document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    identificatieplicht.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>De inhoud van de beschikking</titel>
            </kop>
            <al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder geval: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li>
              <li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li>
              <li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li>
              <li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;
                                    en</al></li>
              <li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>De inhoud van de overeenkomst</titel>
            </kop>
            <al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid, van de wet bevat in ieder geval:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li>
              <li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li>
              <li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Ontheffing van de inburgeringsplicht</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan op aanvraag een inburgeringsplichtige, op grond van
                            artikel 6 en artikel 31, tweede lid onder c, van de wet in de volgende
                            gevallen ontheffing verlenen van de vastgestelde
                            inburgeringsplicht:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>vanwege medische gronden: op basis van aantoonbare psychische of
                                    lichamelijke belemmeringen of een verstandelijke handicap.
                                    Ontheffing op medische gronden ontslaat de inburgeringsplichtige
                                    van (verdere) deelname aan een verplichte
                                    inburgeringsvoorziening en het inburgeringsexamen of een daarmee
                                    gelijkgesteld examen;</al></li>
              <li nr="b."><al>vanwege onvermogen: op basis van een tekort aan leervaardigheden
                                    of leervermogen.</al><al> Ontheffing vanwege onvermogen wordt eerst verleend na
                                    aantoonbaar geleverde inspanningen om aan de inburgeringsplicht
                                    te voldoen en niet eerder dan zes maanden voor het verstrijken
                                    van de voor de inburgeringsplichtige geldende
                                    inburgeringstermijn.</al></li>
              <li nr="c."><al>Het college kan ook eerder op een aanvraag ontheffing verlenen,
                                    indien gelet op de door de inburgeringsplichtige aantoonbaar
                                    geleverde inspanningen om te voldoen aan de inburgeringsplicht,
                                    het vasthouden aan zes maanden termijn onbillijk zou zijn.</al></li>
              <li nr="d."><al>Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen aan
                                    inburgeringsplichtigen die naar hun oordeel al voldoende zijn
                                    ingeburgerd, bedoeld in artikel 5 van de wet.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>De bestuurlijke boete</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
                                artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, als
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31 van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
                                behaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt € 1000,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 en 33 van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Terugvordering indien de vrijwillige inburgeraar de
                                overeengekomen afspraken niet nakomt</titel>
            </kop>
            <al>Wanneer de vrijwillige inburgeraar geen of onvoldoende medewerking
                            verleent aan de verplichtingen zoals omschreven in de overeenkomst
                            tussen de vrijwillige inburgeraar en de gemeente zal ten hoogste een
                            bedrag van € 250,00 worden teruggevorderd. Dit artikel sluit aan op
                            artikel 7 van de re-integratieverordening.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Beleidsregels</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                            vaststellen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening indien
                                strikte toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende
                                aard.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie en
                                werkt terug tot 1 januari 2010 met uitzondering van artikel 13.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De verordening Wet inburgering, vastgesteld bij besluit van 15 mei
                                2007 wordt ingetrokken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Schiermonnikoog 2010 e.v.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15
                        juni 2011,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>, voorzitter (mr. M. Zijlstra).</ondertekening>
        <ondertekening>, griffier (S.T. van der Zwaag).</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet> Algemene toelichting</vet>
        </al>
        <al>De Wet inburgering (Wi) is op 1 januari 2007 in werking getreden en is
                            in de plaats van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de
                            verschillende oudkomersregelingen gekomen.</al>
        <al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                            derdelanden van 18 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                            verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting
                            staat de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
                            centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe
                            hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de
                            inburgerings-verplichting is voldaan wanneer het inburgeringsdiploma is
                            behaald (een resultaatsverplichting).</al>
        <al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo
                            hebben de gemeenten de opdracht om:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>de inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars in de
                                    gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die
                                    voortvloeien uit deze wet; (artikel 19, vijfde lid, artikel 23,
                                    derde lid en artikel 24a tot en met 24f, Wi;</al></li>
          <li nr="·"><al>aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een
                                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een
                                    inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar
                                    het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                                    taal. In plaats van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten
                                    aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars die een
                                    mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen een
                                    taalkennisvoorziening aanbieden. In de verordening wordt
                                    gesproken over ‘voorziening’, hieronder worden zowel de
                                    inburgeringsvoorziening als de taalkennisvoorziening
                                    begrepen.</al></li>
          <li nr="·"><al>Handhaven van de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen.
                                    Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een
                                    inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de
                                    verplichtingen die voor hem gelden. Het ligt voor de hand dat
                                    het college ook toezicht houdt of de overeenkomst door de
                                    vrijwillige inburgeraar wordt nagekomen en indien dat niet het
                                    geval is zonodig maatregelen neemt.</al></li>
        </lijst>
        <al>Op 18 december 2009 is een wijziging van de Wet inburgering (WI)
                            gepubliceerd. Naar aanleiding van deze wijziging dient de Verordening
                            Wet inburgering gemeente Dantumadeel/Schiermonnikoog (2007) op
                            verschillende punten te worden aangepast.</al>
        <al>Het gaat om de volgende wijzigingen: </al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>De <cursief>vrijwillige inburgering</cursief> wordt in de wet
                                    geregeld (inwerkingtreding 1 januari 2010).</al></li>
          <li nr="·"><al>
              <cursief>Facultatief</cursief>: de gemeenten kunnen zelf bepalen
                                    of zij een inburgeraar een aanbod doen of dat zij een
                                    voorziening direct vaststellen zonder eerst een aanbod te doen
                                    (artikel 23, eerste lid, WI).</al></li>
          <li nr="·"><al>
              <cursief>Voorstel</cursief>: <cursief>het aanbodstelsel blijven
                                        handhaven.</cursief></al></li>
          <li nr="·"><al>Met het wetsvoorstel (nr. 31 318 september 2008) is de WI
                                    aangevuld met de mogelijkheid om ten behoeve van de inburgeraar
                                    die een mbo-opleiding volgt een taalkennisvoorziening aan te
                                    bieden. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving
                                    van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor
                                    het kunnen afronden van een beroepsopleiding. Omdat de
                                    taalkennisvoorziening iets anders is dan een regulier aanbod
                                    dient deze apart in de verordening te worden genoemd.</al></li>
          <li nr="·"><al>De mogelijkheid om op verzoek van de inburgeringsplichtige of
                                    vrijwillige inburgeraar een inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening aan te bieden in de vorm van een
                                        <cursief>persoonlijk inburgeringsbudget</cursief> is in de
                                    wet opgenomen, artikel 19, tweede lid en artikel 24a, tweede lid
                                    WI (inwerkingtreding 1 januari 2010;</al></li>
          <li nr="·"><al>
              <cursief>Facultatief: d</cursief>e mogelijkheid voor gemeenten
                                    om zelf te bepalen of (bepaalde groepen) vrijwillige
                                    inburgeraars een eigen bijdrage moeten betalen, (artikel
                                    24<sup>e</sup> Wi). (inwerkingtreding 1 januari 2010)</al></li>
          <li nr="·"><al>
              <cursief>voorstel: ook aan de vrijwillige inburgeraar de
                                        verplichting van de eigen bijdrage op leggen</cursief>
            </al></li>
          <li nr="·"><al>De twee handhavingstermijnen die in de wet zijn opgenomen worden
                                    geharmoniseerd. Voor alle inburgeringsplichtigen geldt dezelfde
                                    termijn waarbinnen het inburgeringsexamen moet zijn behaald.
                                    Deze termijn is drieënhalf jaar. (inwerkingtreding 19 december
                                    2009).</al></li>
          <li nr="·"><al>De eenmalige verlenging van de handhavingstermijn met ten
                                    hoogste tweeënhalf jaar voor inburgeringsplichtigen die een
                                    alfabetiseringcursus volgen of hebben gevolgd. (inwerkingtreding
                                    19 december 2009) </al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel>
          </kop>
          <al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                            inburgeraars in haar gemeente goed te informeren over de rechten en
                            plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering. De wet laat gemeenten
                            vrij om zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening wordt
                            georganiseerd. Wel bepalen de artikelen 8 WI en 24f WI dat de
                            gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de
                            informatieverstrekking door de gemeente aan respectievelijk
                            inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars ter zake van hun
                            rechten en plichten uit hoofde van deze wet. Ten aanzien van
                            inburgeringsplichtigen dienen ook regels te worden vastgesteld ter zake
                            van het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al>
          <al>Inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars worden in ieder geval
                            middels het telefonisch spreekuur (mondeling) geïnformeerd over de
                            rechten en plichten verbonden aan de Wet inburgering en via de website
                            van de gemeente.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>De doelgroep</titel>
          </kop>
          <al>Het college kan aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen voor een
                            voorziening (art. 19, eerste lid Wi). Het college is echter verplicht
                            een voorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en geestelijke
                            bedienaren. Met ingang van 1 januari 2010 is de bevoegdheid van het
                            college om ook vrijwillige inburgeraars een voorziening aan te kunnen
                            bieden opgenomen in de Wet (Wi). Dit artikel regelt dat de groepen die
                            het college aanwijst bij voorrang een voorziening krijgen aangeboden. Om
                            te voorkomen dat inburgeraars, die behoren tot de aangewezen doelgroepen
                            (specifiek de vrijwillige inburgeraars), een recht gaan ontlenen op het
                            krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de
                            groepen die hij aanwijst een voorziening <cursief>kan</cursief>
                            aanbieden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>De samenstelling van de voorziening</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                            opdracht heeft voor iedere inburgeraar die in aanmerking komt een op de
                            persoon toegesneden inburgerings- of taalkennisvoorziening samen te
                            stellen ( artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, en artikel 24a WI). Bij
                            het bepalen van de passendheid van een voorziening, kunnen de volgende
                            factoren een rol spelen:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de kennis van de inburgeraar van de Nederlandse taal en de
                                    Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit;</al></li>
            <li nr="·"><al>de maatschappelijke rol die de inburgeraar vervult of gaat
                                    vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden
                                    gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid, het opvoeden van
                                    kinderen, maatschappelijke participatie of ondernemerschap;</al></li>
            <li nr="·"><al>de persoonlijke situatie van de inburgeraar. Daarbij kan
                                    eventueel worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                    inburgeraar vervult;</al></li>
            <li nr="·"><al>in geval de uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige of
                                    vrijwillige inburgeraar die een
                                    re-integratie-/participatievoorziening, gericht op
                                    arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren om de
                                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren; Uitgangspunt is
                                    wel dat dit aanbod de arbeidsinschakeling niet mag
                                    belemmeren;</al></li>
            <li nr="·"><al>de WI bepaalt dat de voorziening gecombineerd moet worden met
                                    een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                                    (re-integratievoorziening) als een inburgeringvoorziening wordt
                                    aangeboden aan een inburgeraar die bijstandsgerechtigd is of een
                                    uitkering op grond van een andere sociale zekerheidswet of
                                    sociale regeling én die verplicht is om arbeid te verkrijgen of
                                    te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Het college is
                                    verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                                    voorziening. </al></li>
            <li nr="·"><al>Aangezien de re-integratievoorziening in het kader van de
                                    uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of
                                    –regelingen ook door andere partijen dan het college wordt
                                    verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de
                                    verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of
                                    –regeling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                                    (UWV), eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21
                                    WI). </al></li>
          </lijst>
          <al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke
                            bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben
                            dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan
                            geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven
                            (artikel 20, tweede lid, WI). </al>
          <al>In de wet is geregeld, waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder
                            geval moet bestaan:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>een cursus die leidt naar het inburgeringsexamen of het
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of en het
                                    kosteloos afleggen van het eerste examen ( artikel 19, derde lid
                                    en artikel 24a WI;</al></li>
            <li nr="·"><al>voor een asielgerechtigde inburgeringsplichtige (oud- en
                                    nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding onderdeel
                                    uit van de inburgeringsvoorziening (artikel19, zesde lid,
                                    WI);</al></li>
            <li nr="·"><al>trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zijn
                                    vooral van belang bij inburgeringsplichtigen die geen
                                    voorziening krijgen aangeboden in combinatie met een voorziening
                                    gericht op arbeidsinschakeling. Bij een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten al een vast
                                    onderdeel.</al></li>
          </lijst>
          <al>Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van
                            de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het succesvol kunnen
                            afronden van een beroepsopleiding op MBO 1 of MBO 2 niveau.</al>
          <al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook
                            een praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal) vaardigheden
                            worden getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                            voorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze
                            vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke
                            rol vervullen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel>
          </kop>
          <al>Op grond van artikel 19, tweede lid, in combinatie met artikel 19a,
                            tweede lid, WI kan het college de voorziening vaststellen in de vorm van
                            een persoonlijk inburgeringsbudget als de inburgeringsplichtige daarom
                            verzoekt. Op grond van het vijfde lid van artikel 19 WI moet de
                            gemeenteraad bij verordening regels stellen over de procedure die door
                            het college wordt gevolgd bij het behandelen van verzoeken om een
                            persoonlijk inburgeringsbudget en de criteria die worden gehanteerd bij
                            het toekennen van een persoonlijk inburgeringsbudget.</al>
          <al>In het eerste lid legt de gemeente vast op welke wijze verzoeken van
                            inburgeringsplichtigen om toekenning van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget worden behandeld. In de verordening kunnen de
                            volgende onderwerpen worden geregeld:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>De wijze waarop het verzoek moet worden ingediend: schriftelijk
                                    of ook mondeling.</al></li>
            <li nr="·"><al>De wijze van begeleiding door de gemeente van de
                                    inburgeringsplichtige bij vormgeving van zijn inburgering en de
                                    keuze van een inburgeringsbedrijf. Op grond van artikel 4.27,
                                    eerste lid, Besluit inburgering moet het college deze taak op
                                    zich nemen.</al></li>
            <li nr="·"><al>De termijn die de inburgeringsplichtige krijgt om op zoek te
                                    gaan naar een inburgeringsbedrijf dat past bij zijn voorkeur en
                                    ambities. </al></li>
          </lijst>
          <al>Op grond van artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering moet het
                            college het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van
                            een inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goedkeuren. Dit
                            voorstel zal in de praktijk worden opgesteld door het
                            inburgeringsbedrijf. Het tweede en derde lid van dit artikel leggen de
                            twee criteria vast aan de hand waarvan het college het voorstel voor het
                            volgen van respectievelijk een inburgeringsprogramma en een
                            taalkennisvoorziening goedkeurt. De eerste eis is dat het
                            inburgeringsprogramma naar het oordeel van het college passend is om de
                            inburgeringsplichtige voor te bereiden op en toe te leiden naar het
                            inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II.
                            De taalkennisvoorziening dient gericht te zijn op de verwerving van de
                            kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen
                            afronden van een beroepsopleiding (MBO 1 en 2).</al>
          <al>Het tweede vereiste is dat het inburgeringsprogramma of de
                            taalkennisvoorziening wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat
                            voldoet aan de eis of de eisen die de verordening aan
                            inburgeringsbedrijven stelt. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
                            een of meer van de volgende voorwaarden: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al></li>
            <li nr="·"><al>beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;</al></li>
            <li nr="·"><al>beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het
                                    gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of
                                    taalkennisvoorzieningen. </al></li>
          </lijst>
          <al>Artikel 4.27, derde lid, Besluit inburgering bepaalt dat de gemeenteraad
                            bij verordening bepaalt wie met het inburgeringsbedrijf een overeenkomst
                            met betrekking tot de inburgering van de inburgeringsplichtige sluit.
                            Dit kan de inburgeringsplichtige zijn, het college,het college en de
                            inburgeringsplichtige, een andere partij of een combinatie van de
                            hiervoor genoemde partijen gezamenlijk. In het derde lid van dit artikel
                            wordt dit geregeld, waarbij de raad zelf een keuze zal moeten maken. Het
                            kan van belang zijn de partijen in de verordening niet te eng te
                            definiëren. Dat kan bijvoorbeeld van belang zijn, indien de gemeente
                            samen met werkgevers inburgering op de werkvloer organiseert of wil gaan
                            organiseren.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>De inning van de eigen bijdrage</titel>
          </kop>
          <al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op
                            de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                            college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde
                            lid, WI). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en
                            bedraagt € 270,-. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur
                            worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid, WI). </al>
          <al>In dit artikel is tevens vastgelegd dat de vrijwillige inburgeraar, met
                            wie na 1 januari 2010 voor het eerst een inburgeringsovereenkomst
                            afgesloten is, ook de eigen bijdrage verschuldigd is. Met deze bepaling
                            wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 24<sup>e</sup>,
                            eerste lid, WI.</al>
          <al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                            inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal
                            termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij
                            inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het
                            college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college
                            wil overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de
                            beschikking tot vaststelling van de voorziening. </al>
          <al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het
                            college het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te
                            houden op de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, WI). In dit
                            geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze
                            wijze van verrekening geschiedt door het UWV en niet door de gemeente,
                            en wordt dus niet in deze verordening geregeld. </al>
          <al>Ook voor de vrijwillige inburgeraar geldt de verplichting van de eigen
                            bijdrage en het recht om deze in termijnen te betalen, hoewel de
                            gemeente bij deze groep beleidsvrijheid heeft om dit al dan niet als een
                            verplichting op te leggen. Voorstel is om de eigen bijdrage wel als een
                            verplichting op te leggen voor de vrijwillige inburgeraar, om hiermee de
                            eigen verantwoordelijkheid te benadrukken. Alleen wanneer een
                            vrijwillige inburgeraar op last van het college, dan wel een andere
                            uitkeringsinstantie (artikel 21, tweede lid van de WI) zoals het UWV,
                            een gecombineerde voorziening (artikel 24b, eerste lid WI), dient te
                            volgen, is geen eigen bijdrage verschuldigd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Opleggen van verplichtingen</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat
                            bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten
                            en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is
                            vastgesteld. Diezelfde verplichtingen kunnen in de overeenkomst met de
                            vrijwillige inburgeraar worden opgenomen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>De procedure van het doen van het aanbod</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten
                            zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is
                            van belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het
                            goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. </al>
          <al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het
                            aanbod van een voorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke
                            wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de
                            inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er
                            geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de
                            inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al>
          <al>In lid 2 wordt in sub b een termijn van vijf dagen genoemd waarbinnen de
                            inburgeraar dient te reageren op het aanbod. Artikel 145 van de
                            gemeentewet zegt dat; op termijnen gesteld in een gemeentelijke
                            verordening de Algemene Termijnenwet (artikel 1-4) van toepassing is
                            tenzij de verordening anders bepaald. Hierin staat omschreven hoe om te
                            gaan met termijnen waar sprake is van zon- en feestdagen binnen de
                            genoemde termijn. Bijvoorbeeld wanneer er twee feestdagen of een weekend
                            binnen de termijn van 5 dagen zit, dan dient de termijn met 2 dagen te
                            worden verlengd.</al>
          <al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                            uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming
                            met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking
                            tot het vaststellen van de voorziening (die eenzijdig door de gemeente
                            wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben
                            als het aanbod (het vierde lid). Voor de vrijwillige inburgeraar geldt
                            dat het aanbod overeen dient te komen met de overeenkomst ( het vijfde
                            lid).</al>
          <al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de
                            inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit
                            schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde lid). Het meest
                            praktisch is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt in de vorm van
                            het laten ondertekenen door de inburgeringsplichtige van een verklaring
                            die door de gemeente is opgesteld. </al>
          <al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de
                            gemeente meldt dat hij wel een voorziening wil, maar dat hij gelet op
                            zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het
                            aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze
                            het gedane aanbod moeten aanpassen. </al>
          <al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert
                            de inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                            voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is
                            er geen termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het
                            inburgeringsexamen moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het
                            college in een dergelijke situatie een handhavingsbeschikking neemt: een
                            besluit op grond van artikel 26 WI waarmee de termijn van start gaat
                            waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moeten hebben
                            behaald (vijf jaar na aanvang van deze termijn). Het verdient de
                            aanbeveling dat het college deze handelwijze vastlegt in beleidsregels,
                            zodat tevoren voor betrokkenen duidelijk is (of zou kunnen zijn) wat de
                            gevolgen zijn van het weigeren van een aanbod voor een voorziening.
                        </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>De inhoud van de beschikking</titel>
          </kop>
          <al>Het besluit tot het vaststellen van een voorziening is een beschikking.
                            Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen
                            dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                            welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                            neergelegd.</al>
          <al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan
                            verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig
                            moeten worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is
                            verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de
                            voorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen
                            mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk
                            zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de
                            beschikking) bekend zijn gemaakt. </al>
          <al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen
                            moet hebben behaald, ligt vast in de wet. Deze termijn is drieënhalf
                            jaar (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van
                            deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). </al>
          <al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                            termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de
                            betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                            bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 6 van de
                            verordening.</al>
          <al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor inburgeringsplichtige
                            oudkomers. Indien het college een voorziening vaststelt voor een
                            oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag
                            opnemen waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van
                            start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen
                            drieënhalf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                            inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer
                            de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het
                            ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en
                            bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de voorziening van
                            start gaat). De precieze datum waarop de voorziening van start gaat, zal
                            niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt toegekend.
                            Bovendien past het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving
                            van de inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                            voorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de wet dat de
                            betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in beginsel
                            zelf verantwoordelijk is voor voldoen aan de inburgeringsplicht. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>De inhoud van de overeenkomst</titel>
          </kop>
          <al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar over het toekennen van
                            een voorziening zal dezelfde onderwerpen bevatten als de beschikking tot
                            het vaststellen van een voorziening voor inburgeringsplichtigen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Ontheffing van de inburgeringsplicht</titel>
          </kop>
          <al>Het college neemt het besluit tot ontheffing op grond van een daartoe
                            door de inburgeringsplichtige ingediend verzoek en een door de
                            inburgeringsconsulent opgesteld rapport. Het college deelt het besluit
                            tot ontheffing in een beschikking aan betrokkene mee.
                            Inburgeringsplichtigen kunnen door het college worden ontheven van de
                            inburgeringsplicht indien:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>zij vanwege lichamelijke en/of psychische gronden of een
                                    verstandelijke handicap blijvend niet in staat zijn het
                                    inburgeringsexamen te behalen (artikel 6 WI);</al></li>
            <li nr="·"><al>het voor hen op grond van aantoonbare inspanningen
                                    redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te
                                    behalen.</al></li>
          </lijst>
          <al>Bij de beoordeling van de vraag of betrokkene redelijkerwijs niet in
                            staat is het inburgeringsexamen te behalen, kan bijvoorbeeld worden
                            betrokken:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>of betrokkene ten minste één maal het inburgeringsexamen heeft
                                    afgelegd en daarmee zulke slechte resultaten heeft bereikt die
                                    aanleiding geven om te veronderstellen dat hij blijvend niet in
                                    staat zal zijn het inburgeringsexamen te behalen.</al></li>
            <li nr="·"><al>En/of betrokkene een verklaring heeft overgelegd van een
                                    instelling of deskundige, waarin aangegeven wordt dat hij het
                                    leervermogen ontbeert om het inburgeringsexamen te behalen kan
                                    hierop duiden.</al></li>
          </lijst>
          <al>Deze ontheffing kan niet eerder dan een halfjaar voor afloop van de
                            termijn worden gegeven (artikel 31, tweede lid, onderdeel c WI).</al>
          <al>
            <cursief>Ambtshalve ontheffen</cursief>
          </al>
          <al>In bijzondere gevallen kan het college <vet><cursief>ambtshalve
                                </cursief></vet>beslissen tot ontheffing.</al>
          <al>In de toelichting bij het Besluit inburgering is vermeld dat bij
                            ambtshalve ontheffing gedacht kan worden aan de situatie waarin de
                            termijn waarbinnen het inburgeringsexamen alsnog moet zijn behaald,
                            reeds meerdere malen is verlengd en de inburgeringsplichtige ondanks
                            allerlei inspanningen er om hem niet verwijtbare redenen niet in is
                            geslaagd het inburgeringsexamen te behalen. Ook deze ambtshalve
                            beslissing kan niet eerder worden genomen dan een half jaar voor het
                            verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn.</al>
          <al>Bij uitzondering kan het college eerder op een aanvraag ontheffing
                            verlenen. Wanneer blijkt dat er sprake is van aantoonbaar geleverde
                            inspanningen om te voldoen aan de inburgeringsplicht, maar het
                            vasthouden van de zes maanden termijn onbillijk zou zijn.</al>
          <al>Het college kan op aanvraag ook ontheffing verlenen aan de
                            inburgeringsplichtige die door middel van scholing en/of opleiding al
                            voldoende is ingeburgerd.</al>
          <al>De inburgeringsplichtige kan bezwaar en beroep instellen tegen een
                            beschikking waarin het college een ontheffing van de inburgeringsplicht
                            verleend.</al>
          <al>De door het college verleende ontheffing geldt alleen in het kader van
                            de Wet inburgering, en dus <vet>niet </vet>in het kader van
                            naturalisatie.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                            bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                            overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de
                            verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                            vastgelegd. De gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening
                            overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen vaststellen. </al>
          <al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn
                            maximumbedragen en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke
                            overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de
                            overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden
                            verweten. Bovendien moet het college daarbij ook zonodig rekening houden
                            met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (artikel
                            5:46, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Deze bepaling brengt met
                            zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal
                            moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele
                            omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige.</al>
          <al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie-
                            en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                            (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en
                            gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van
                            een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een
                            maatregel op grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of
                            het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere
                            socialezekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling
                            voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat
                            geval géén bestuurlijke boete kan opleggen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Terugvordering indien de vrijwillige inburgeraar de
                                overeengekomen afspraken niet nakomt</titel>
          </kop>
          <al>Aan een inburgerings- of taalkennisvoorziening zijn kosten verbonden. De
                            gemeente neemt deze kosten voor haar rekening. Vrijwillige inburgeraars
                            hebben geen plicht om deel te nemen aan het inburgeringsexamen en kunnen
                            tijdens het traject uitvallen zonder dat een (deel van) de gemaakte
                            kosten door het opleggen van een bestuurlijke boete is te verhalen. Met
                            vastleggen in de overeenkomst van een negatieve prikkel, kan worden
                            voorkomen dat vrijwillige inburgeraars te vrijblijvend of ondoordacht
                            aan een traject beginnen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>