<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR103905_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2011, 005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de commissie Welstand en Erfgoed Midden-Delfland 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 12, 15, 38</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet, art. 1 lid 1, 12b, 12c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011-02-08</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening commissie Beschermd Dorpsgezicht / Monumentencommissie Midden-Delfland 2004</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Delfland;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 22
                        februari 2011;</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de
                        Monumentenwet 1988, Woningwet artikel 1, lid 1 sub n, artikel 12b en artikel
                        12c, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.2;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende Verordening op de gecombineerde commissie
                        Welstand en Erfgoed 2011. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Er is een gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed om het bevoegd
                            gezag te adviseren over welstand en erfgoed op grond van het bepaalde in
                            de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Woningwet en de
                            Monumentenwet 1988.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de commissie: de gecombineerde commissie Welstand en
                                    Erfgoed.</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 1.1, lid
                                    1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="c."><al>burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van
                                    Midden-Delfland.</al></li><li nr="d."><al>burgerlid welstand: het burgerlid dat betrokken wordt bij de
                                    welstandsadviezen.</al></li><li nr="e."><al>burgerlid erfgoed: een burgerlid dat namens een van de
                                    historische verenigingen betrokken wordt bij de
                                    erfgoedadviezen.</al></li><li nr="f."><al>erfgoed: monumenten, archeologie, cultuurhistorie en
                                    cultuurlandschap. De verenigingen: de Historische Vereniging
                                    Oud-Schipluiden en de Historische Vereniging Maasland. </al></li><li nr="g."><al>de uitvoeringsorganisatie: de organisatie die door burgemeester
                                    en wethouders is belast met de uitvoering van de advisering over
                                    welstand en erfgoed, zoals beschreven in deze verordening.</al></li><li nr="h."><al>ensemblewaarde: de waarde behorend bij een complex, die wordt
                                    bepaald door de ruimtelijke, historische en functionele relatie
                                    tussen de verschillende complexonderdelen.</al></li><li nr="i."><al>complex: een verzameling van bij elkaar behorende gebouwen en/of
                                    objecten met een gemeenschappelijke functie of betekenis. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Onafhankelijkheid</titel></kop><al>De commissie is een onafhankelijke commissie. De voorzitter en de leden
                            van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur
                            en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties
                            op basis waarvan de adviezen over welstand en erfgoed worden
                            beïnvloed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Grondslag overwegingen bij advisering</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Bij het uitbrengen van haar adviezen laat de commissie zich
                                    uitsluitend leiden door overwegingen waaraan het algemene belang
                                    wegens schoonheid, architectuur- en bouwhistorische waarde,
                                    archeologische waarde, cultuurhistorische waarde,
                                    wetenschappelijke waarde, volkskundige waarde of geschiedkundige
                                    herinneringen en landschappelijke waarde aan ten grondslag ligt.
                                </al></li><li nr="b."><al>De commissie houdt bij het uitbrengen van haar adviezen rekening
                                    met de ensemblewaarde van het erfgoed. Indien er sprake is van
                                    relaties tussen het monument en de direct omringende omgeving
                                    die betrekking hebben op de onder a. genoemde waarden, dan
                                    betrekt zij ook de voor die relatie relevante zaken in de
                                    directe omgeving bij haar advies.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>Taakomschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Taakomschrijving van de commissie</titel></kop><al>De commissie is belast met zowel wettelijke als niet wettelijke taken.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Wettelijke taken</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De commissie adviseert op grond van artikel 2.26, lid 3 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.2 van het
                                Besluit omgevingsrecht aan burgemeester en wethouders over de
                                welstandsaspecten van aanvragen om omgevingsvergunning voor het
                                bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub a van
                                de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De commissie adviseert burgemeester en wethouders ten aanzien van
                                situaties als bedoeld in artikel 12, lid 1 van de Woningwet
                                (ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand) en daaruit
                                voortvloeiende aanschrijvingen op grond van artikel 13a van de
                                Woningwet.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De commissie adviseert op grond van artikel 2.1, lid 1, sub h van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aan het bevoegd gezag over
                                aanvragen om omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in
                                een beschermd stads- of dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De commissie adviseert het bevoegd gezag over de monumentenaspecten
                                van aanvragen om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid
                                1, sub f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de
                                Erfgoedverordening gemeente Midden-Delfland 2011.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De commissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor
                                van de door haar verrichte werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>Niet wettelijke taken</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De commissie adviseert burgemeester en wethouders in die gevallen
                                dat in het bestemmingsplan voor een beschermd dorpsgezicht (’t Woudt
                                of de Historische Kern Maasland) is bepaald dat de Commissie
                                Beschermd Dorpsgezicht moet worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De commissie adviseert burgemeester en wethouders gevraagd of
                                ongevraagd ten aanzien van de zorg voor de instandhouding en de
                                bevordering van de schoonheid van de beschermde dorpsgezichten,
                                inclusief de inrichting van de openbare ruimten, waaronder
                                plantsoenen, wegen en de overige groenvoorzieningen binnen de
                                plangebieden van de dorpsgezichten.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De commissie beoordeelt de welstandsaspecten in het kader van
                                aanvragen om omgevingsvergunning voor het maken of voeren van
                                handelsreclame op of aan een onroerende zaak, als bedoeld in artikel
                                2.2, lid 1 sub h van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan
                                wel in het kader van aanvragen op grond van de APV voor het plaatsen
                                van reclame-objecten anderszins (plaatsen van voorwerpen op, in,
                                over of boven de weg).</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De commissie beoordeelt op verzoek van burgemeester en wethouders
                                schetsplannen en principeverzoeken.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De commissie doet aanbevelingen ten aanzien van de ruimtelijke
                                kwaliteit.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De commissie adviseert en signaleert gevraagd en ongevraagd
                                aangaande stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen,
                                alsmede ontwikkelingen op het gebied van de monumentenzorg,
                                waaronder archeologie, die van belang zijn voor de ruimtelijke
                                kwaliteit van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>De commissie brengt desgevraagd adviezen uit aan de afdeling Bouwen,
                                Milieu en Handhaving en/of burgemeester en wethouders over de
                                welstandsaspecten c.q. erfgoedaspecten van in voorbereiding zijnde
                                structuurplannen, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen,
                                beeldkwaliteitplannen, inrichting openbare ruimten en overige
                                relevante plannen.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>De commissie overlegt met de betrokken ambtelijke afdelingen,
                                burgemeester en wethouders en de gemeenteraad over het opstellen van
                                welstandscriteria en welstandsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>De commissie levert op verzoek van burgemeester en wethouders een
                                bijdrage aan het bevorderen van de openbaarheid van het welstand- en
                                erfgoedtoezicht, het maatschappelijk draagvlak voor welstand- en
                                erfgoedtoezicht en het stimuleren van de discussie over ruimtelijke
                                kwaliteit in de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>De commissie adviseert gevraagd over de toepassing van de
                                Monumentenwet 1988 alsmede toepassing en wijziging van de
                                Erfgoedverordening gemeente Midden-Delfland 2011, de
                                subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten en deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr></kop><al>De wettelijke taken van de commissie worden uitgevoerd op grond van de
                            Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Woningwet, de Bouwverordening
                            2010 Midden-Delfland, de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening
                            gemeente Midden-Delfland 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr></kop><al>Met betrekking tot de advisering is de commissie beleidsmatig gebonden
                            aan het vigerende beleid van de gemeente Midden-Delfland en baseert
                            erfgoedadviezen op het handboek erfgoed Midden-Delfland en
                            welstandsadviezen op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria,
                            alsmede op door de raad vastgestelde aanvullende welstandscriteria,
                            zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>een welstandsparagraaf of;</al></li><li nr="b."><al>een beeldkwaliteitplan waaraan welstandscriteria zijn
                                    toegevoegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Taakomschrijving van de commissieleden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Taken van de voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De voorzitter draagt verantwoordelijkheid voor het functioneren van
                                de commissie en de kwaliteit van de advisering. Hij/zij let erop dat
                                de commissie adviseert binnen de kaders van het gemeentelijk
                                welstand- en erfgoedbeleid en draagt zorg voor consistentie en
                                continuïteit in de beoordeling en de adviesgang.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en biedt alle
                                commissieleden de gelegenheid om hun mening voldoende naar voren te
                                brengen. Hij/zij zorgt ervoor dat, na een inhoudelijke discussie
                                over een adviesaanvraag, voor alle aanwezigen een korte en heldere
                                samenvatting van het uit te brengen advies wordt gegeven, als basis
                                voor de schriftelijke uitwerking door de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Tijdens de openbare vergadering treedt de voorzitter op als
                                gastheer/-vrouw voor alle aanwezigen.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De voorzitter bewaakt de vergaderorde en de voortgang van de
                                agenda.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en ambtenaren) treedt
                                de voorzitter namens de commissie naar buiten.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse,
                                inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden. De uitkomsten van het
                                evaluatiegesprek worden opgenomen in het jaarverslag van de
                                commissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Taken van de deskundige leden</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De leden geven vanuit hun ervaring en inzicht in het vakgebied een
                                onafhankelijke en oplossingsgerichte visie op de adviesaanvragen,
                                binnen de kaders van het vastgestelde beleid.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Wanneer een lid op enigerlei wijze een zakelijke en/of persoonlijke
                                binding heeft met een bouwplan waarvoor een advies wordt gevraagd,
                                treedt hij/zij voor de duur van de behandeling van de aanvraag terug
                                uit de commissie.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De leden overleggen ter vergadering met aanvragers, architecten en
                                andere ontwerpers. Zij dienen daarbij respect te tonen voor allen
                                die bij de advisering een rol spelen. Dit vraagt naast
                                vakinhoudelijke kennis vaardigheden op het gebied van
                                communicatie.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Een van de deskundige leden kan door de welstandsorganisatie worden
                                aangewezen als vakinhoudelijk secretaris van de grote
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Een van de deskundige leden (welstandgemandateerde) kan worden
                                gemandateerd tot het uitbrengen van welstandsadviezen voor
                                bouwplannen van een relatief geringe ruimtelijke betekenis en/of
                                voor bouwplannen waar gelet op meerdere vergelijkbare gevallen de
                                mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Een van de deskundig leden (monumentgemandateerde) kan worden
                                gemandateerd tot het uitbrengen van erfgoedadviezen voor
                                veranderingen van een relatief geringe betekenis aan monumenten of
                                voor veranderingen aan monumenten waar gelet op meerdere
                                vergelijkbare gevallen de mening van de commissie als bekend mag
                                worden verondersteld.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Een van de deskundige leden kan in samenspraak met de voorzitter en
                                de overige leden worden gemandateerd tot het voeren van
                                bouwplanoverleg met architecten en aanvragers van bouwplannen.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Een van de deskundige leden kan in samenspraak met de voorzitter en
                                de overige leden worden gemandateerd tot het voeren van overleg met
                                vertegenwoordigers van de Minister over veranderingen aan
                                rijksmonumenten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Taken van een burgerlid</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een burgerlid geeft vanuit een andere dan architectonische of
                                stedenbouwkundige deskundigheid een onafhankelijke en
                                oplossingsgerichte visie op de adviesaanvragen, binnen de kaders van
                                het vastgestelde beleid.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een burgerlid is verantwoordelijk voor de inbreng van kennis over de
                                lokale omstandigheden.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een burgerlid draagt mede zorg voor waarborging van de
                                begrijpelijkheid van de uit te brengen adviezen, specifiek voor niet
                                deskundige aanvragers.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Wanneer een burgerlid op enigerlei wijze een zakelijke en/of
                                persoonlijke binding heeft met een bouwplan waarvoor een advies
                                wordt gevraagd, treedt hij/zij voor de duur van de behandeling van
                                de aanvraag terug uit de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4</nr><titel>Taken van een adviseur uit de ambtelijke organisatie</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een medewerker van de afdeling Bouwen, Milieu en Handhaving treedt
                                op als ambtelijk plantoelichter. Deze medewerker onderhoudt ook de
                                ambtelijke contacten met de planindiener.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De plantoelichter vervult de rol van ambtelijk secretaris van de
                                kleine commissie, zoals bedoeld in artikel 3.1 onder c.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een adviseur uit de ambtelijke organisatie adviseert desgevraagd (ad
                                hoc) de commissie vanuit zijn/haar ervaring en inzicht in het
                                vakgebied waarin hij/zij specifieke expertise bezit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.5</nr><titel>Taken van de secretaris</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De secretaris draagt zorg voor de inhoudelijke en praktische
                                    voorbereiding alsmede de organisatie van de
                                    commissievergaderingen, het agendaoverleg en alle overige
                                    aspecten, betrekking hebbend op de werkzaamheden van de
                                    commissie, zoals het opstellen van het vergaderrooster, de
                                    financiële administratie, de voorbereiding van het jaarverslag,
                                    het opstellen van het rooster van aftreden van de leden.</al></li><li nr="b."><al>De secretaris verzorgt de agendering en administratieve
                                    afwikkeling van de commissievergaderingen. Tijdens de
                                    commissievergaderingen introduceert de secretaris de
                                    bouwplannen.</al></li><li nr="c."><al>De secretaris bewaakt mede de continuïteit en consistentie in de
                                    beoordeling en advisering van de adviesaanvragen, alsmede de
                                    juridische aspecten van de advisering.</al></li><li nr="d."><al>De secretaris redigeert de definitieve teksten van schriftelijk
                                    uit te brengen adviezen aan het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="e."><al>De secretaris onderhoudt de contacten met vergunningverleners,
                                    toezichthouders en handhavers en neemt de adviesaanvragen voor
                                    bouwplannen in en controleert op volledigheid van alle relevante
                                    informatie.</al></li><li nr="f."><al>De secretaris voert overleg met architecten, aanvragers,
                                    collega-ambtenaren alsmede overige belanghebbenden over
                                    adviesaanvragen, door de commissie verstrekte adviezen alsmede
                                    over het gemeentelijk welstand- en erfgoedbeleid. De secretaris
                                    neemt deel aan overleggroepen c.q. werkgroepen waarbij het
                                    welstand - en erfgoedbeleid aan de orde is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling en benoeming van de commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De commissie is onderverdeeld in een grote commissie en een kleine
                                commissie. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De grote commissie betreft de Welstandscommissie die door de
                                uitvoeringsorganisatie wordt aangeduid als Commissie Ruimtelijke
                                Kwaliteit.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De kleine commissie betreft het overleg tussen de gemandateerden op
                                grond van artikel 2.2.2 onder e en f en de burgerleden die de
                                verenigingen vertegenwoordigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Samenstelling grote commissie</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De grote commissie bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een
                                voorzitter en een secretaris, die deskundig zijn op het gebied van
                                architectuur, ruimtelijke kwaliteit, erfgoed dan wel
                                cultuurhistorie.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Ten behoeve van advisering ten aanzien van monumenten, voorbereiding
                                en of toetsing van integrale bouwplannen, in voorbereiding zijnde
                                bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante
                                beleidsstukken kan de grote commissie worden uitgebreid met leden
                                die kennis hebben op stedenbouwkundig, cultuurhistorisch of
                                landschaparchitectonisch gebied. De grote commissie wordt in dat
                                geval door de uitvoeringsorganisatie aangeduid als plenaire
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Aanvullend worden ten behoeve van de advisering over erfgoed twee
                                burgerleden benoemd die respectievelijk de Historische Vereniging
                                Oud-Schipluiden en de Historische Vereniging Maasland
                                vertegenwoordigen in de plenaire commissie en lokale kennis
                                inbrengen.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Aanvullend kan ten hoogste één burgerlid welstand benoemd worden die
                                niet verbonden is aan de uitvoeringsorganisatie of aan een van de
                                twee verenigingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Samenstelling kleine commissie</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De kleine commissie bestaat uit ten minste twee leden, waaronder
                                    een van de gedelegeerden en een burgerlid. </al></li><li nr="b."><al>Indien er alleen zaken worden besproken ten aanzien van
                                    welstand, dan bestaat de kleine commissie uit de
                                    welstandsgedelegeerde en het burgerlid welstand. De
                                    welstandsgemandateerde zit het overleg voor.</al></li><li nr="c."><al>Indien er alleen zaken worden besproken ten aanzien van erfgoed,
                                    dan bestaat de kleine commissie uit de erfgoedgedelegeerde en
                                    ten minste een burgerlid erfgoed. De erfgoedgedelegeerde zit het
                                    overleg voor.</al></li><li nr="d."><al>Indien er zowel zaken ten aanzien van welstand als ten aanzien
                                    van erfgoed worden besproken, bestaat de commissie ten minste
                                    uit de welstandsgedelegeerde, de monumentgelegeerde, het
                                    burgerlid welstand en ten minste een burgerlid erfgoed. In
                                    overleg wordt bepaald welke van de twee gedelegeerden het
                                    overleg voorzit.</al></li><li nr="e."><al>Bij de kleine commissie is altijd een medewerker van de afdeling
                                    Bouwen, Milieu en Handhaving in de hoedanigheid van
                                    plantoelichter aanwezig om zo nodig de commissie nadere
                                    informatie te verschaffen over de aanvraag en/of de feitelijke
                                    omstandigheden. De plantoelichter heeft een ondersteunende rol
                                    en is geen lid van de commissie.</al></li><li nr="f."><al>Ten behoeve van de advisering van monumenten, voorbereiding en
                                    of toetsing van integrale bouwplannen, in voorbereiding zijnde
                                    bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en andere
                                    relevante beleidsstukken kan de kleine commissie incidenteel
                                    worden uitgebreid met deskundigen die kennis hebben op
                                    stedenbouwkundig, cultuurhistorisch, archeologisch of
                                    landschaparchitectonisch gebied.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Verhindering</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Indien een deskundig lid van de commissie verhinderd is, draagt de
                                uitvoeringsorganisatie zorg voor een plaatsvervanger met
                                vergelijkbare deskundigheid op het gebied van architectuur,
                                ruimtelijke kwaliteit, erfgoed of cultuurhistorie.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Indien een burgerlid verhinderd is, die een van de verenigingen
                                vertegenwoordigt, dan draagt de betreffende vereniging zorg voor een
                                voldoende gemachtigd plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien een burgerlid erfgoed verhinderd is voor de kleine commissie,
                                dan mag hij/zij zich laten vervangen door het burgerlid dat de
                                andere vereniging vertegenwoordigt.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Indien een burgerlid erfgoed verhindert is voor de kleine commissie
                                en er geen plaatsvervanger is, dan kan worden volstaan met een
                                schriftelijke inbreng van dat lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Benoemingprocedure</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De voorzitter en alle leden en plaatsvervangend leden van de
                                commissie worden benoemd en ontslagen door het college van
                                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De voorzitter en de deskundige leden van de grote commissie worden
                                voorgedragen aan burgemeester en wethouders door de
                                uitvoeringsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een burgerlid (welstand) wordt voorgedragen door het hoofd van de
                                afdeling Bouwen, Milieu en Handhaving.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Een burgerlid (erfgoed) als bedoeld in artikel 3.1, onder d wordt
                                voorgedragen door de betreffende vereniging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Zittingsduur deskundige leden</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Benoemingen gelden voor een periode van drie jaar met een
                                mogelijkheid tot herbenoeming voor een periode van nog eens drie
                                jaar. Omwille van de continuïteit van de welstandsadvisering worden
                                de leden van de commissie bij voorkeur benoemd en herbenoemd in een
                                alternerend systeem.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Door de uitvoeringsorganisatie wordt een rooster van aftreden
                                bijgehouden. De uitvoeringsorganisatie doet drie maanden voor het
                                verstrijken van een benoemingstermijn een voorstel tot herbenoeming
                                aan de verantwoordelijke wethouder toekomen. De wethouder stelt het
                                voorgedragen commissielid ter benoeming voor aan het college van
                                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De voorzitter en leden van de commissie kunnen te allen tijde
                                kenbaar maken hun benoeming te willen beëindigen. Zij geven hiervan
                                schriftelijk drie maanden tevoren kennis aan het college van
                                burgemeester en wethouders en aan de uitvoeringsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in voorkomende gevallen, na
                                overleg met de uitvoeringsorganisatie de benoeming van de
                                voorzitter, een lid of van alle leden van de commissie voortijdig
                                beëindigen.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Zittingsduur burgerleden</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De zittingsduur van een burgerlid is maximaal drie jaar en is
                                eenmaal herkiesbaar.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een burgerlid als bedoeld in artikel 3.1 kan meerdere malen worden
                                herkozen, indien duidelijk is dat er geen andere vertegenwoordiger
                                beschikbaar is die voldoet aan de in deze verordening gestelde
                                functie-eisen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien een burgerlid de hoedanigheid verliest op grond waarvan
                                hij/zij in de commissie zitting heeft, verliest hij/zij het
                                lidmaatschap.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De burgerleden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij geven hiervan
                                schriftelijk kennis aan het college van burgemeester en wethouders
                                en in het geval zij een vereniging vertegenwoordigen aan het bestuur
                                van de betreffende vereniging.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Degene die ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats
                                tot lid van de commissie is benoemd, treedt af op het tijdstip
                                waarop degene die is vervangen had moeten aftreden.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Een vacature wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen
                                drie maanden na het ontstaan daarvan vervuld. Aftredende burgerleden
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Functie-eisen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.1</nr><titel>Functie-eisen voor alle leden van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De leden van de commissie hebben geen professionele binding met de
                                gemeente, maar moeten geïnteresseerd zijn in Midden-Delfland en de
                                gemeente kennen of willen leren kennen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De leden van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn bereid zich te
                                verdiepen in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente
                                Midden-Delfland in brede zin.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De leden van de commissie hebben een geheimhoudingsplicht inzake de
                                aan hen voorgelegde plannen en beleidsdocumenten, niet zijnde
                                aanvragen voor een omgevingsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.2</nr><titel>Functie-eisen voor de voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De voorzitter heeft aantoonbare belangstelling voor en/of
                                betrokkenheid bij de ruimtelijk/architectonische kwaliteit.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De voorzitter beschikt over inhoudelijk inzicht in het werkterrein
                                van de commissie en bestuurlijke ervaring.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De voorzitter is in staat om een openbare vergadering strak te
                                leiden.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De voorzitter is in staat ruimte te scheppen voor inbreng van alle
                                leden.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De voorzitter is in staat te zorgen voor consistentie en
                                continuïteit in de beoordeling en de adviesgang.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De voorzitter kan beraadslagingen kernachtig en begrijpelijk
                                samenvatten.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>De voorzitter beschikt in ruime mate over communicatieve
                                vaardigheid.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>De voorzitter heeft gevoel voor verhoudingen tussen deskundige en
                                niet-deskundige leden. Hij/zij dient ruimte te scheppen voor een
                                zinvolle inbreng door niet-deskundige leden en verbinding aan te
                                brengen waar dit nodig of gewenst is.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>De voorzitter stelt zich beschikbaar voor tussentijds en informeel
                                overleg met het ambtelijk apparaat en het gemeentebestuur, en treedt
                                als zodanig namens de commissie naar buiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.3</nr><titel>Functie-eisen voor de deskundige leden</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Commissieleden hebben professionele ervaring in het vakgebied van
                                architectuur, stedenbouw en/of monumentenzorg en/of bouwhistorie.
                                Zij zijn op de hoogte van belangrijke (inter)nationale architectuur-
                                en stedenbouwkundige ontwikkelingen en hebben een brede interesse in
                                maatschappij en cultuur.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Commissieleden hebben een brede voeling met Midden-Delfland en zijn
                                motiverend en enthousiasmerend.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Commissieleden beheersen niet slechts één architectuurstijl, doch
                                kunnen alle handschriften c.q. stromingen op hun merites
                                beoordelen.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Commissieleden hebben blijk gegeven een professionele bijdrage te
                                leveren aan de gebouwde omgeving.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Commissieleden communiceren over kwaliteit, zijn goede raadgevers en
                                vertegenwoordigen, onafhankelijk, het algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Commissieleden zijn in staat de ingediende plannen goed te kunnen
                                lezen in detail, verschijningsvorm en effect op de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Commissieleden hebben kennis van de stedenbouwkundige en
                                architectonische opbouw van de stad en de buurten.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Commissieleden zijn in staat in het openbaar te vergaderen.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Commissieleden hebben gevoel voor bestuurlijk/politieke
                                verhoudingen.</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Commissieleden kunnen in teamverband, met deskundigen op het gebied
                                van andere vakdisciplines samenwerken.</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>Commissieleden brengen respect op voor architecten en
                                stedenbouwkundigen die plannen ontwerpen.</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>Commissieleden streven hetzelfde (hoge) ambitieniveau na als het
                                gemeentebestuur van Midden-Delfland.</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>Commissieleden zijn in staat in begrijpelijke taal over bouwplannen
                                en erfgoed te communiceren, ook naar niet-deskundigen.</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>Commissieleden die gemandateerd zijn op grond van artikel 2.2.2, e
                                of f en de kleine commissie voorzitten dienen te beschikken over de
                                functie-eisen die genoemd worden in artikel 3.5.2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.4</nr><titel>Functie-eisen voor de burgerleden</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het burgerlid heeft aantoonbare affiniteit met de
                                    ruimtelijk-architectonische kwaliteit c.q. de welstands- en/of
                                    monumentenzorg alsmede met lokale vraagstukken op het gebied van
                                    ruimtelijke ordening, bouwopgaven, erfgoed en cultuurhistorie
                                    van de dorpen en het buitengebied van Midden-Delfland.</al></li><li nr="b."><al>Het burgerlid kan rekenen op een zeker maatschappelijk draagvlak
                                    in Midden-Delfland.</al></li><li nr="c."><al>Het burgerlid is in staat bouwkundige tekeningen te lezen.</al></li><li nr="d."><al>Het burgerlid heeft gevoel voor bestuurlijke en maatschappelijke
                                    verhoudingen en heeft oog voor het algemeen belang.</al></li><li nr="e."><al>Het burgerlid beschikt over goede communicatieve vaardigheden en
                                    toont respect voor allen die bij de advisering een rol
                                    spelen.</al></li><li nr="f."><al>Het burgerlid heeft een oplossingsgerichte houding.</al></li><li nr="g."><al>Het burgerlid is onafhankelijk van het gemeentebestuur en het
                                    ambtelijk apparaat.</al></li><li nr="h."><al>Het burgerlid vertegenwoordigt in de commissie geen enkele
                                    instantie, organisatie of groepering (geen “achterban”) met
                                    uitzondering van de burgerleden (erfgoed) die een vereniging
                                    vertegenwoordigen in de zin van artikel 1.2 onder e.</al></li><li nr="i."><al>Het burgerlid heeft geen professionele betrokkenheid bij
                                    bouwactiviteiten.</al></li><li nr="j."><al>Het burgerlid is woonachtig in Midden-Delfland.</al></li><li nr="k."><al>Een burgerlid (erfgoed) die een vereniging vertegenwoordigt kan
                                    rekenen op draagvlak binnen die vereniging.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Werkwijze van de commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De commissie vergadert volgens een jaarlijks vastgesteld
                                vergaderschema dat door de secretaris wordt opgesteld. De data, het
                                tijdstip en de locatie van de welstandsvergaderingen worden vermeld
                                op de gemeentelijke website. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De kleine commissie vergadert in beginsel elke twee weken op een
                                locatie in Midden-Delfland.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Vanaf één werkdag voorafgaand aan de vergaderingen van de commissie
                                kan de agenda van de vergadering worden ingezien op de gemeentelijke
                                website.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Er is ambtelijk overleg tussen de betrokken medewerkers van de
                                afdeling Bouwen, Milieu en Handhaving over de agenda van de grote en
                                kleine commissie. In dit overleg komen de volgende zaken aan de
                                orde: ontvankelijkheid, proceduregang onder andere relatie met
                                ruimtelijke ordening, noodzakelijke ambtelijke pre-adviezen en
                                maatschappelijk belang.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>In het geval van grote maatschappelijke belangen worden de betrokken
                                portefeuillehouders geïnformeerd.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De agenda wordt ter kennisname gebracht aan het college van
                                burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Behandelingswijze van adviesaanvragen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1</nr><titel>Behandeling door het gemandateerde deskundig lid</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het gemandateerde deskundig lid brengt advies uit over bouwplannen
                                waarvan het oordeel van de commissie als bekend mag worden
                                verondersteld.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het gemandateerde deskundig lid heeft volledig mandaat om zowel
                                positieve als negatieve adviezen uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>In het geval van een monument of beschermd dorpsgezicht stemmen
                                beide gemandateerde deskundige leden van de commissie hun advies af
                                met inbreng van lokale kennis door burgerleden (kleine commissie).
                            </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De commissie is verantwoordelijk voor de onder mandaat uitgebrachte
                                adviezen.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Bij iedere vorm van twijfel legt het gemandateerde deskundig lid een
                                adviesaanvraag alsnog voor aan de grote commissie. In het geval van
                                een monument of beschermd dorpsgezicht wordt deze keuze gemaakt in
                                samenspraak met de andere leden van de kleine commissie.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Ook de behandeling van plannen onder mandaat is openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>Behandeling in de (kleine en grote) commissievergadering</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De adviesaanvragen die niet in aanmerking komen voor
                                mandaatbehandeling, worden ter beoordeling aan de grote commissie
                                voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De commissie kan geen besluit nemen indien niet ten minste drie
                                leden aanwezig zijn, waarvan ten minste twee deskundige leden. Een
                                besluit wordt genomen bij meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Een lid van de commissie mag niet aanwezig zijn bij de beraadslaging
                                over en de vaststelling van een advies over een eigen ontwerp of
                                over een ontwerp, waarbij hij als belanghebbende betrokken is, noch
                                een opdracht aanvaarden tot het verbeteren van een afgekeurd ontwerp
                                of tot het maken van een nieuw ontwerp in de plaats daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Toelichting opdrachtgever/ontwerper</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Als een planindiener en/of ontwerper hierom bij het indienen van
                                    het plan heeft verzocht, wordt deze door de ambtelijk
                                    plantoelichter uitgenodigd voor het geven van een toelichting
                                    tijdens de vergadering waarin het plan wordt behandeld.</al></li><li nr="b."><al>Als de commissie, dan wel een namens haar gemandateerd lid, een
                                    nadere toelichting gewenst acht dan wordt de planindiener en/of
                                    de ontwerper door de ambtelijk plantoelichter uitgenodigd voor
                                    het geven van een toelichting tijdens de vergadering waarin het
                                    plan wordt behandeld.</al></li><li nr="c."><al>Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de
                                    planfilosofie en de gemaakte keuzes in relatie tot de
                                    welstandscriteria en/of de monumentale waarden door planindiener
                                    en/of ontwerper.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De behandeling van adviesaanvragen door de commissie is openbaar. De
                                openbaarheid geldt voor de beraadslaging, de beoordeling en voor de
                                advisering. De commissievergadering of een gedeelte daarvan is niet
                                openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de
                                Wet openbaarheid van bestuur of gevallen waarin het belang van
                                openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van
                                die wet genoemde belangen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Belangstellenden kunnen de vergadering van de commissie op verzoek
                                bijwonen. In dat geval maken zij een afspraak via de
                                plantoelichter.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De behandeling en advisering van plannen van gemeentelijke
                                organisatieonderdelen waarvoor aan de commissie een interne
                                beoordeling wordt gevraagd en waarvoor geen wettelijk vereiste
                                welstandstoetsing noodzakelijk is, is niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Goedgekeurde verslagen van de openbare vergadering zijn openbaar en
                                kunnen op afspraak bij de publieksbalie worden ingezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Spreekrecht</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Opdrachtgevers/ontwerpers hebben als direct belanghebbenden bij de
                                behandeling van hun plan spreekrecht.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Tijdens de openbare vergadering van de grote commissie hebben
                                toehoorders geen spreekrecht.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet
                                bestuursrecht kunnen voor het begin van de vergadering van de
                                commissie spreektijd aanvragen bij de voorzitter of in het geval van
                                de kleine commissie, de plantoelichter. De voorzitter of
                                plantoelichter stelt, afhankelijk van de agenda, de maximale
                                spreektijd van eenieder vast. Spreektijd kan slechts worden gebruikt
                                voor het geven van een visie op de welstand en erfgoedaspecten van
                                het plan. Een belangenafweging of beoordeling, anders dan op basis
                                van de vastgestelde welstandscriteria of beleidsregels erfgoed vindt
                                niet plaats tijdens de welstandsbeoordeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Vooroverleg / Bouwplanoverleg</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het gemeentebestuur biedt de mogelijkheid om, voorafgaand aan
                                    het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor
                                    het bouwen, door middel van het indienen van een aanvraag voor
                                    een preadvies vooroverleg te plegen met de commissie dan wel een
                                    namens haar gemandateerd lid Welstand, over de interpretatie van
                                    de welstandscriteria in het concrete geval van het bouwplan.
                                    Indien het plan een beschermd monument betreft of een beschermd
                                    dorpsgezicht betreft, dan worden ook de regels van het
                                    erfgoedbeleid en het gemandateerd lid Erfgoed betrokken bij het
                                    overleg.</al></li><li nr="b."><al>Dit vooroverleg kan in principe pas starten nadat duidelijkheid
                                    bestaat over de planologische aanvaardbaarheid van het plan.
                                    Daarbij kan het gemeentebestuur de planologische
                                    aanvaardbaarheid mede laten afhangen van het preadvies van de
                                    commissie. </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>De commissie dan wel de namens haar gemandateerde leden dragen
                                    uiterste zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende
                                    planfasen. </al></li><li nr="d."><al>Het vooroverleg is niet openbaar, tenzij de planindiener,
                                    burgemeester en wethouders en de commissie geen bezwaar hebben
                                    tegen een openbaar vooroverleg.</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>Van het vooroverleg wordt verslag gemaakt, dat met de besproken
                                    bescheiden wordt opgenomen in het dossier. </al></li><li nr="f."><al>De commissie dan wel de namens haar gemandateerde leden geven
                                    aan in welke fase het plan werd beoordeeld en op basis van welke
                                    criteria de aanvraag voor een omgevingsvergunning uiteindelijk
                                    zal worden beoordeeld, door de (plenaire) commissie dan wel door
                                    een namens haar gemandateerd lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.1</nr><titel>Beëindiging van het vooroverleg na drie negatieve
                                beoordelingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief wordt
                                beoordeeld door de commissie en als er tijdens het proces geen
                                noemenswaardige vooruitgang wordt geconstateerd, zal de commissie
                                het vooroverleg beëindigen en via de ambtelijk plantoelichter
                                contact opnemen met de portefeuillehouder om de (politieke)
                                consequenties hiervan te bespreken. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Beëindiging van het vooroverleg vindt niet plaats indien het plan
                                niet tenminste éénmaal, bijvoorbeeld de laatste maal, door de
                                (plenaire) commissie is beoordeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.2</nr><titel>Geldigheidstermijn van een principeaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Indien een principeaanvraag niet binnen zes maanden na de laatste
                                beoordeling door de commissie dan wel een namens haar gemandateerd
                                lid, wordt gevolgd door een aanvraag voor een omgevingsvergunning
                                voor het bouwen en/of het veranderen van een monument, wordt de
                                welstand- en/of erfgoedbehandeling gesloten.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Deze termijn geldt niet indien de commissie en de planindiener
                                schriftelijk een andere termijn overeenkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Het advies</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.1</nr><titel>Inhoud van het advies</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het welstandsadvies geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van
                                een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband
                                met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, al dan
                                niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, uitsluitend te
                                beoordelen aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de
                                welstandsnota, dan wel aanvullende welstandscriteria (bijvoorbeeld
                                bij herontwikkelingsprojecten) en beeldkwaliteitplannen met
                                welstandscriteria, mits deze dezelfde vaststellingsprocedure hebben
                                doorlopen als de welstandsnota. Van de in de vergadering
                                uitgesproken bevindingen en adviezen wordt een verslag opgesteld.
                            </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het erfgoedadvies geeft aan of de beoogde verandering van een
                                monument of ontwikkeling nabij een monument of binnen het plangebied
                                van een beschermd dorpsgezicht voldoende rekening houdt met de
                                monumentale waarden en voldoet aan de regels van het handboek
                                erfgoed Midden-Delfland.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>In die gevallen dat er voor een plan zowel een welstand- als een
                                erfgoedadvies wordt uitgebracht, is de inhoud en strekking van beide
                                adviezen onderling op elkaar afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het welstandsadvies is niet gericht op zaken die geen betrekking
                                hebben op het welstandstoezicht. </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het erfgoedadvies is niet gericht op andere zaken, dan genoemd in
                                artikel 1.4.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Het erfgoedadvies kan worden gecombineerd met suggesties ten aanzien
                                van het benutten van aanwezige cultuurhistorische elementen of
                                verwijzingen naar de historie van een monument. Deze suggesties zijn
                                vrijblijvend en staan duidelijk los van de conclusie van het
                                erfgoedadvies zelf.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Het welstand of erfgoedadvies kan worden gecombineerd met suggesties
                                voor beleid of procedurele zaken die naar mening van de commissie in
                                acht genomen zouden moeten worden. Deze suggesties zijn vrijblijvend
                                en staan duidelijk los van de conclusie van het welstandsadvies
                                zelf. </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Het welstand of erfgoedadvies zal nooit zodanig geformuleerd worden
                                dat één der betrokkenen zich daardoor beledigd of in goede naam of
                                eer aangetast kan voelen.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Indien een burgerlid een afwijkend standpunt heeft ten opzichte van
                                het door de commissie uitgebrachte advies, dan wordt dit standpunt
                                in het advies vermeld.</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Van een minderheidstandpunt wordt melding gemaakt, indien die
                                minderheid dit verlangt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.2</nr><titel>Opbouw van het advies</titel></kop><al>Elk welstand en/of erfgoed advies bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>beknopte karakteristiek van het bouwplan en zijn omgeving;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: kort chronologisch overzicht van eerdere
                                    planbeoordelingen;</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing: beknopt verslag van een plantoelichting
                                    door de planindieners en/of de ontwerper;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing: de inbreng van de burgerleden die de
                                    verenigingen vertegenwoordigen;</al></li><li nr="e."><al>een verwijzing naar de bij de beoordeling toegepaste
                                    welstandscriteria en/of de regels van het Handboek Erfgoed
                                    Midden-Delfland;</al></li><li nr="f."><al>een verwijzing naar de planologische status van het bouwplan, de
                                    proportionaliteit van de ingreep en de zichtbaarheid vanaf de
                                    openbare ruimte;</al></li><li nr="g."><al>bevindingen en het oordeel van de commissie resulterend in het
                                    welstand- en/of erfgoedadvies;</al></li><li nr="h."><al>bij een negatief advies de motivering daarvan;</al></li><li nr="i."><al>indien van toepassing: aanbevelingen of suggesties van de
                                    commissie;</al></li><li nr="j."><al>ondertekening: het advies wordt door de secretaris en de
                                    voorzitter ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.3</nr><titel>Conclusie van het advies</titel></kop><al>Het welstand of erfgoedadvies kan de volgende conclusies hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>Niet strijdig / Akkoord: het plan voldoet naar mening van de
                                    commissie volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria aan
                                    redelijke eisen van welstand en/of houdt voldoende rekening met
                                    aanwezige monumentale waarden. Het welstandadvies en/of
                                    erfgoedadvies kan worden gecombineerd met suggesties om het plan
                                    op een (nog) hoger niveau te tillen. Deze suggesties zijn
                                    vrijblijvend en staan duidelijk los van de conclusie van het
                                    welstandsadvies en/of erfgoedadvies zelf. </al></li><li nr="b."><al>Niet strijdig mits / Akkoord mits: het plan voldoet naar mening
                                    van de commissie volgens de van toepassing zijnde
                                    welstandscriteria aan redelijke eisen van welstand en/of houdt
                                    voldoende rekening met de aanwezige monumentale waarden. Een
                                    onder mits geformuleerde opmerking betreft ondergeschikte
                                    onderdelen van het plan die nog gewijzigd, verduidelijkt of
                                    aangeleverd dienen te worden. Bijvoorbeeld monsters van de toe
                                    te passen kleuren en materialen. Een onder mits geformuleerde
                                    opmerking is niet vrijblijvend maar staat los van de algemene
                                    conclusie van het welstandsadvies en/of het erfgoedadvies. </al></li><li nr="c."><al>In principe akkoord / Akkoord op hoofdlijnen: wordt alleen
                                    gebruikt bij principevoorstellen of pre-adviezen. De commissie
                                    staat positief tegenover de ontwikkeling van het schetsplan. Het
                                    vervolgens uit te werken bouwplan komt in een later stadium
                                    terug bij commissie voor een definitief welstandsadvies. </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Strijdig tenzij / Niet akkoord tenzij wordt voldaan aan de
                                    voorwaarden: het plan voldoet naar mening van de commissie
                                    volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet aan
                                    redelijke eisen van welstand en/of houdt onvoldoende rekening
                                    met de aanwezige monumentale waarden, tenzij het op
                                    ondergeschikte punten wordt aangepast. Deze punten worden
                                    ondubbelzinnig genotuleerd en/of op de tekening aangegeven. De
                                    ambtelijk plantoetser nodigt daarna de planindiener uit om
                                    binnen de wettelijke afhandelingstermijn een aangepast plan in
                                    te dienen. Als dit plan naar mening van de ambtenaar
                                    overeenkomstig de voorwaarden is aangepast hoeft de commissie
                                    het gewijzigde bouwplan niet opnieuw te beoordelen. </al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>Strijdig / Niet akkoord, nader overleg: het plan voldoet naar
                                    mening van de commissie volgens de van toepassing zijnde
                                    welstandscriteria niet aan redelijke eisen van welstand en/of
                                    houdt onvoldoende rekening met de aanwezige monumentale waarden,
                                    de commissie wacht een nader overleg of een aangepast plan af.
                                    Een schriftelijk advies wordt door de commissie in overleg met
                                    ambtelijk plantoelichter, (nog) niet noodzakelijk geacht. De
                                    negatieve beoordeling wordt beargumenteerd op basis van de
                                    welstandscriteria. </al></li><li nr="f."><al>Strijdig / Niet akkoord: Het plan voldoet naar mening van de
                                    commissie volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria
                                    niet aan redelijke eisen van welstand en/of houdt onvoldoende
                                    rekening met de aanwezige monumentale waarden. Dit betekent dat
                                    ingrijpende wijzigingen in het planconcept of de uitwerking van
                                    het ontwerp noodzakelijk zijn. De commissie beargumenteert de
                                    negatieve beoordeling op basis van de welstandscriteria.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.4</nr><titel>Schriftelijke motivering</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De commissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij positieve advisering wordt in het verslag van de vergadering of
                                op het aanvraagformulier genoteerd op welke bepalingen uit het
                                vigerende welstand- en/of erfgoedbeleid het positieve advies is
                                gebaseerd; een expliciete motivering kan bij positieve adviezen
                                achterwege blijven, tenzij burgemeester en wethouders daarom
                                specifiek verzoeken. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een positief advies wordt altijd schriftelijk gemotiveerd als er
                                sprake is van een bijzondere situatie waarbij wordt geadviseerd om
                                een plan op basis van de algemene welstandscriteria, in afwijking
                                van de van toepassing zijnde gebiedsgerichte c.q. objectgerichte
                                welstandscriteria, goed te keuren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.5</nr><titel>Toelichting op het welstandsadvies</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De planindiener en/of ontwerper kan een mondelinge toelichting
                                vragen op het welstandsadvies. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven de door ambtelijk
                                plantoetser. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien de planindiener en/of ontwerper vervolgens een nadere
                                toelichting wenst kan een afspraak worden gemaakt met de commissie
                                dan wel een namens haar gemandateerd lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.6</nr><titel>Adviestermijnen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De commissie adviseert over de welstandsaspecten binnen de wettelijk
                                gestelde termijn, zoals vermeld in de bouwverordening van de
                                gemeente Midden-Delfland (in geval van een reguliere procedure om
                                omgevingsvergunning) dan wel artikel 3.16, lid 1 Algemene wet
                                bestuursrecht (in geval van een uitgebreide procedure om
                                omgevingsvergunning) met dien verstande dat indien sprake is van een
                                aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1,
                                sub f (veranderen van een monument) de termijn geldt zoals bepaald
                                in de Erfgoedverordening Midden-Delfland 2011.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Indien de commissie niet binnen de in de gestelde termijn tot een
                                advies komt, wordt de commissie geacht positief te adviseren over de
                                welstand- en erfgoedaspecten van de aanvraag om een
                                omgevingsvergunning voor het bouwen en/of veranderen van een
                                monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Afwijken van het advies en/of criteria</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders hebben de wettelijke mogelijkheid om af
                                te wijken van een welstandsadvies. De redenen voor afwijking worden
                                bij de bekendmaking van het besluit vermeld.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de commissie op de hoogte indien
                                wordt afgeweken van het advies. Bovendien geven burgemeester en
                                wethouders in de jaarlijkse verslaglegging aan de gemeenteraad aan
                                in welke gevallen en op welke gronden is afgeweken van de
                                advisering.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, op advies van de commissie,
                                gemotiveerd – op welstandsgronden – afwijken van de vastgestelde
                                welstandscriteria. Dit kan bij plannen die niet voldoen aan de
                                vastgestelde criteria maar wél aan redelijke eisen van
                                welstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Second opinion</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de commissie
                                de welstandscriteria niet juist heeft toegepast, dan wel de
                                verkeerde criteria aan het advies ten grondslag heeft gelegd, kunnen
                                zij op welstandsgronden afwijken van dit advies. Indien een
                                dergelijke situatie zich voordoet kan, alvorens een beslissing wordt
                                genomen, een second opinion worden gevraagd. Ook deze second opinion
                                heeft het karakter van een advies.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Alvorens een second opinion te vragen bieden burgemeester en
                                wethouders eerst de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van
                                het eerder uitgebrachte advies. Indien alsnog een second opinion
                                wordt gevraagd, wordt dit aan de commissie gemeld.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Bij een second opinion wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan een
                                commissie van een vergelijkbare gemeente, een en ander in overleg
                                met de Federatie Welstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Afdoening bij mandaat</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De commissie kan één of meer van haar leden mandateren om
                                    bepaalde taken uit te voeren. De gemandateerde voert de taak uit
                                    onder verantwoordelijkheid en namens de commissie, wat moet
                                    blijken uit bijvoorbeeld de ondertekening. </al></li><li nr="b."><al>Eén van de taken die door de commissie aan één of meer van haar
                                    leden kunnen worden gemandateerd is het uitbrengen van het
                                    welstandsadvies en/of erfgoedadvies over aanvragen van een
                                    omgevingsvergunning voor het bouwen en/of veranderen van een
                                    monument voor bouwplannen van relatief geringe ruimtelijke
                                    betekenis of van bouwplannen waar de mening van de commissie als
                                    bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde heeft hierbij
                                    een volledig mandaat, dat wil zeggen dat zowel positieve als
                                    negatieve adviezen kunnen worden gegeven. </al></li><li nr="c."><al>Eén van de taken die door de commissie aan één of meer van haar
                                    leden kunnen worden gemandateerd is het voeren van vooroverleg
                                    met de planindieners en/of ontwerpers. Dit kan zelfstandig
                                    gebeuren dan wel door deelname in een ‘kwaliteitsteam’. Bij het
                                    gemandateerd vooroverleg in het verband van een ‘kwaliteitsteam’
                                    dient de gemandateerde zorg te dragen voor een regelmatige
                                    terugkoppeling en verantwoording van het advieswerk richting de
                                    (plenaire) commissie. Daarbij doet de gemandateerde verslag van
                                    wat er tijdens het vooroverleg (namens de commissie) is
                                    besproken en besloten. </al></li><li nr="d."><al>Het gemandateerd vooroverleg kan worden gecombineerd met het
                                    mandaat voor het uitbrengen van het welstandsadvies over
                                    aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Bij enige
                                    vorm van twijfel legt de gemandateerde het betreffende bouwplan
                                    voor aan de (plenaire) commissie. </al></li><li nr="e."><al>Voor behandeling van bouwplannen onder mandaat gelden verder
                                    dezelfde reglementen als voor behandeling van bouwplannen door
                                    de (plenaire) commissie.</al></li><li nr="f."><al>Voordat een gemandateerd lid een advies uitbrengt over een plan
                                    met betrekking tot een monument of een beschermd dorpsgezicht,
                                    hoort hij/zij de burgerleden die de verenigingen
                                    vertegenwoordigen.</al></li><li nr="g."><al>Het horen van de burgerleden die een vereniging
                                    vertegenwoordigen vindt in beginsel plaats tijdens de
                                    vergadering van de kleine commissie. Het is ook toegestaan dat
                                    het gemandateerd lid via elektronische weg een inbreng
                                    heeft.</al></li><li nr="h."><al>Het gemandateerd lid neemt de inbreng van de burgerleden die de
                                    verenigingen vertegenwoordigen in overweging bij het
                                    advies.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Jaarverslag en evaluatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Jaarverslag Welstand en Erfgoed</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De commissie stelt ter uitvoering van artikel 12b lid 3 Woningwet
                                jaarlijks voor de gemeenteraad een verslag op van haar
                                werkzaamheden, genoemd het jaarverslag.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het verslagjaar loopt van januari tot en met december. Het
                                jaarverslag wordt jaarlijks vóór 1 juli aangeboden aan de
                                gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Inhoud jaarverslag</titel></kop><al>De commissie stelt voor de gemeenteraad jaarlijks een verslag op van
                            haar werkzaamheden, waarin tenminste aan de orde komen:</al><lijst><li nr="a."><al>op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria
                                    uit de welstandsnota alsmede de richtlijnen inzake het
                                    erfgoedbeleid;</al></li><li nr="b."><al>de werkwijze van de commissie;</al></li><li nr="c."><al>op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van
                                    vergaderen;</al></li><li nr="d."><al>de aard van de beoordeelde plannen;</al></li><li nr="e."><al>de bijzondere projecten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Aanbevelingen in het jaarverslag</titel></kop><al>De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van
                            het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de
                            aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota en het gemeentelijk
                            erfgoedbeleid in het bijzonder. Het jaarverslag signaleert waar de
                            welstandsnota als beleidskader voldoende dan wel onvoldoende houvast
                            heeft kunnen bieden bij de welstandsbeoordeling en geeft aan waarom in
                            specifieke gevallen is afgeweken van het vastgestelde beleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Tenminste eenmaal per jaar vindt ten behoeve van het jaarverslag een
                            evaluatiegesprek plaats tussen de betreffende portefeuillehouder van het
                            gemeentebestuur, de commissie en de voorzitters van de
                            verenigingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Jaarverslag burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad jaarlijks een verslag
                            voor waarin zij uiteenzetten op welke wijze zij zijn omgegaan met de
                            adviezen van de commissie en in welke categorieën van gevallen inzake
                            ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand:</al><lijst><li nr="a."><al>zij tot aanschrijving op grond van artikel 12, lid 1 juncto
                                    artikel 13a van de Woningwet zijn overgegaan, en</al></li><li nr="b."><al>zij bij of na een aanschrijving op grond van artikel 12, lid 1
                                    juncto artikel 13a van de Woningwet zijn overgegaan tot
                                    toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 15 van die
                                    wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De "Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden" is
                            voor de burgerleden van deze commissie van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Wijzigingen</titel></kop><al>Omtrent wijzigingen van deze verordening worden gehoord de directeur van
                            de uitvoeringsorganisatie en de voorzitters van de verenigingen of de
                            door hen aangewezen vertegenwoordigers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            bevoegd gezag, gehoord de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening op de commissie
                            Welstand en Erfgoed Midden-Delfland 2011”. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Verordening op de Monumentencommissie, vastgesteld 2 maart 2004,
                            wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de Verordening Commissie
                            Welstand en Erfgoed Midden-Delfland 2011, zoals hiervoor vermeld in
                            werking treedt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 8 maart 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A. de Vos, A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>