<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR103851_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening gemeente Midden-Delfland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2011, 005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening gemeente Midden-Delfland 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 12, 15, 38</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.1, 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011-02-08</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Monumentenverordening gemeente Midden-Delfland 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening gemeente Midden-Delfland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Delfland;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 22
                        februari 2011, nr. 2011-02-08;</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de
                        Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende Erfgoedverordening gemeente Midden-Delfland
                        2011.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk monument aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al> zaak, die van algemeen belang is wegens zijn
                                            schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                                            cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in
                                    onderdeel a;</al></li><li nr="c."><al>beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="d."><al>Een monument met een religieuze bestemming: onroerend monument,
                                    dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of
                                    parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of
                                    voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van
                                    de godsdienst of levensovertuiging;</al></li><li nr="e."><al>beschermd dorpsgezicht: een beschermd dorpsgezicht dat als
                                    zodanig is aangewezen op grond van artikel 35 van de
                                    Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="f."><al>commissie Welstand en Erfgoed: de op basis van art. 15
                                    Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college
                                    op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing
                                    van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid;</al></li><li nr="g."><al>werkgroep Erfgoed: een werkgroep bestaande uit ambtenaren,
                                    externe deskundigen en vertegenwoordigers van maatschappelijke
                                    organisaties die zich inzetten voor het behoud van erfgoed en
                                    cultuurhistorie, zoals de Historische Vereniging Oud-Schipluiden
                                    en de Historische Vereniging Maasland;</al></li><li nr="h."><al>gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart
                                    van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied,
                                    waarop (periodiek afhankelijk) archeologische monumenten en
                                    archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="i."><al>gemeentelijke archeologische verwachting- en beleidsadvieskaart:
                                    kaart van het grondgebied van de gemeente met een schaal van
                                    1:40.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de
                                    trefkans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische
                                    vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge,
                                    middelhoge, lage en zeer lage trefkans;</al></li><li nr="j."><al>archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                    archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in
                                    bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten
                                    zijn;</al></li><li nr="k."><al>hoge verwachtingswaarde: grote trefkans op archeologische
                                    vondsten, sporen of informatie;</al></li><li nr="I."><al>middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde trefkans op
                                    archeologische vondsten, sporen of informatie;</al></li><li nr="m."><al>lage verwachtingswaarde: kleine trefkans op archeologische
                                    vondsten, sporen of informatie;</al></li><li nr="n."><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                    uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                    denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="o."><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                    vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en
                                    de uitvoering van archeologisch onderzoek;</al></li><li nr="p."><al>gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de
                                    archeologische paragraaf van het bestemmingsplan;</al></li><li nr="q."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="r."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Midden-Delfland;</al></li><li nr="s."><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="t."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="u."><al>archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag: een
                                    archeologisch deskundige, die aangewezen is door het bevoegd
                                    gezag;</al></li><li nr="v."><al>AMZ-cyclus/WAMz: de in Nederland geldende cyclus van de
                                    Archeologische Monumentenzorg op grond van de Wet op de
                                    Archeologische Monumentenzorg;</al></li><li nr="w."><al>archeologisch onderzoek: onderzoek, in de vorm van
                                    bureauonderzoek of graafwerkzaamheden, met als doel te bepalen
                                    of er op een locatie archeologische resten aanwezig zijn in de
                                    grond, die door bouwwerkzaamheden of andere grondwerkzaamheden
                                    op die locatie kunnen worden verstoord;</al></li><li nr="x."><al>opgravingvergunning: een vergunning zoals bedoeld in artikel 45
                                    van de Monumentenwet 1988.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de Werkgroep Erfgoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij
                                overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie
                                Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                            ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                            artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Werkgroep Erfgoed adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies
                                van de Werkgroep Erfgoed, maar in ieder geval binnen twaalf weken na
                                de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                redengevende beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                aanwijzing wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als
                                bedoeld in lid 2, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel
                                4 van de monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>INSTANDHOUDING VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een
                                religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede
                                lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het
                                een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht voor een
                            vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                            gegevens en bescheiden dienen te voldoen aan hoofdstuk 5 van de
                            Ministeriele regeling omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de commissie Welstand en Erfgoed voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de commissie Welstand en Erfgoed schriftelijk advies uit aan
                                het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMDE MONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de commissie Welstand en Erfgoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie Welstand en Erfgoed adviseert schriftelijk over de
                                aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het
                                afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>INSTANDHOUDING VAN ARCHEOLOGISCHE TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel
                                1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld
                                in artikel 1, onder i, de bodem dieper dan 40 cm onder de
                                oppervlakte te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van de vervanging, vernieuwing of verandering
                                        van bestaande bebouwing waarbij de oppervlakte voor zover
                                        gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van bouwen zonder graafwerkzaamheden en/of
                                        zonder heiwerkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>het een verstoring betreft van een archeologisch monument of
                                        archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de
                                        gemeentelijke archeologische verwachting- en
                                        beleidsadvieskaart waarbij die verstoring plaatsvindt:</al><lijst><li nr="i."><al>in een gebied met lage archeologische
                                                verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                kleiner is dan 200 m2, of;</al></li><li nr="ii."><al>in een gebied met een middelhoge archeologische
                                                verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                kleiner is dan 100 m2, of;</al></li><li nr="iii."><al>in een gebied met hoge archeologische
                                                verwachtingswaarde waarvoor is bepaald dat
                                                vrijstelling is toegestaan en het te verstoren
                                                gebied kleiner is dan 50 m2.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg;</al></li><li nr="e."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg;</al></li><li nr="f."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
                                        van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
                                        bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
                                        blijkt dat:</al><lijst><li nr="i."><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                voldoende mate kan worden geborgd; of</al></li><li nr="ii."><al>de archeologische waarden door de verstoring niet
                                                onevenredig worden geschaad; of</al></li><li nr="iii."><al>in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                                zijn.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>de werkzaamheden worden uitgevoerd ten dienste van
                                        archeologisch onderzoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen door het college voorschriften worden
                                verbonden in het kader van de archeologische monumentenzorg,
                                waaronder:</al><lijst><li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                        om het monument in de bodem te kunnen behouden;</al></li><li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek
                                        volgens de AMZ-cyclus/WAMz, hetzij in de vorm van een
                                        bureaustudie, inventariserend veldonderzoek (boor- en/of
                                        sleuvenonderzoek) en/of een opgraving, of;</al></li><li nr="c."><al>de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring
                                        leidt archeologisch te laten begeleiden door een deskundige
                                        op het gebied van de archeologische monumentenzorg zoals
                                        bedoeld in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alvorens over het verlenen van de vergunning te beslissen wint het
                                college advies in bij de (archeologisch) deskundige namens het
                                bevoegd gezag of de gemeentelijk archeoloog.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Midden-Delfland
                                onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen
                                in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient,
                                onverminderd de overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college op voorspraak van een (archeologisch) deskundige
                                        namens het bevoegd gezag een programma van eisen vast te
                                        stellen als bedoeld in artikel 1 onder n, waarbij nadere
                                        regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van
                                        aanpak als bedoeld in artikel 1 onder m van deze verordening
                                        ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
                                advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                                Archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 16, tweede lid, onder e, en
                            artikel 17, eerste lid, onder b.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 16, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede
                                    volzin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en
                            artikel 16 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e,
                            van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen, waarbij het toezicht op
                            archeologische terreinen wordt uitgevoerd door een archeologisch
                            deskundige.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Monumentenverordening Midden-Delfland 2007, vastgesteld 17 april
                            2007, wordt ingetrokken met ingang van de dag dat deze verordening in
                            werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken Verordening
                                Monumentenverordening Midden-Delfland 2007 aangewezen en
                                geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en
                                geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend voor de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 22 ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking 1 april 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening Gemeente
                            Midden-Delfland 2011. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 8 maart 2011.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A. de Vos, A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>