<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR103748_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening 2011 gemeente Dalfsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">KernPUNTEN, 14-06-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening 2011 gemeente Dalfsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet, artikel 5.4 lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>28-02-2011, nummer 48</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatieverordening 2011 gemeente Dalfsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dalfsen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 februari 2011,
                        nummer 48;</al><al/><al>overwegende dat op grond van artikel 5.4 vierde lid van de
                        Telecommunicatiewet regels worden vastgesteld inzake werkzaamheden in
                        verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste
                        van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden
                        (Telecommunicatieverordening 2011 gemeente Dalfsen);</al><al/><al>gelet op artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149,
                        van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de <vet>“Telecommunicatieverordening 2011 gemeente
                            Dalfsen”</vet></al><al/><al><vet>Telecommunicatieverordening 2011 gemeente Dalfsen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet:Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="b."><al>openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk als bedoeld in
                                communicatienetwerk: artikel 1.1, onder h, van de wet;</al></li><li nr="c."><al>kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de wet;</al></li><li nr="d."><al>voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken en
                                beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15, van de wet, en
                                kabels;</al></li><li nr="e."><al>openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel
                                1.1, onder aa, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>aanbieder: degene die een openbaar elektronisch communicatienetwerk
                                aanbiedt als bedoeld in artikel .1, onder i van de wet en degene
                                bedoeld in artikel 5.1 van de wet;</al></li><li nr="g."><al>werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                                elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden;</al></li><li nr="h."><al>gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                                artikel 5.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="i."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="j."><al>melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a,
                                van de wet;</al></li><li nr="k."><al>instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel
                                5.4 eerste lid, onder b, van de wet;</al></li><li nr="l."><al>huisaansluiting: het gedeelte van een kabel dat een openbaar
                                elektronisch communicatienetwerk verbindt met een
                                netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1, onder k, van de
                                wet;</al></li><li nr="m."><al>werkzaamheden van niet ingrijpende aard:</al><lijst><li nr="-"><al>het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds
                                        aangebrachte voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>reparaties aan het openbare elektronische
                                        communicatienetwerk met een lengte van minder dan drie meter
                                        en niet vallend onder artikel 3 eerste lid;</al></li><li nr="-"><al>het maken van huisaansluitingen;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten
                            minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door het
                            college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg
                            voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in het eerste lid
                            van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere
                            gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk vier weken
                            na ontvangst van de melding in het eerste lid schriftelijk in kennis
                            gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanbieder en de
                            andere gedoogplichtige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan de
                            aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal twee dagen
                            voorafgaande aan de werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige belemmering
                        of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6, tweede lid, van de
                        wet volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand aan de start van de
                        werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk melding van
                        de werkzaamheden aan een daartoe gemachtigde ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                            verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                            gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die de
                                    kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
                                    exploiteert.</al></li><li nr="b."><al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
                                    kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het aantal
                                    buizen dat leeg wordt aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in
                                    kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
                                    beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><lijst><li nr=""><al>1<sup>e</sup> een opgave van het gewenste tracé met
                                            daarbij duidelijke (digitale) tekeningen en daarop
                                            aangegeven wat de te verbinden locaties zijn;</al></li><li nr=""><al>2<sup>e</sup> een opgave van de objecten die ten tijde
                                            van de werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de
                                            gewenste situering daarvan;</al></li><li nr=""><al>3<sup>e</sup> een omschrijving van de opbrekingen van de
                                            verharding;</al></li><li nr=""><al>4<sup>e </sup>de doorsnede van de kabel en indien van
                                            toepassing de kabelgoot;</al></li><li nr=""><al>5<sup>e</sup> de opgave van ondergrondse (handholes en
                                            dergelijke) of bovengrondse kasten waarvoor geen
                                            bouwvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering en
                                            afmetingen daarvan;</al></li><li nr=""><al>6<sup>e</sup> naam, (e-mail)adres, telefoon- en
                                            faxnummer van de contactpersoon, aannemers of
                                            onderaannemers die belast zijn met de werkzaamheden en
                                            van een door hen aangewezen contactpersoon die ten tijde
                                            van de uitvoering van de werkzaamheden vierentwintig uur
                                            per dag bereikbaar is in verband met mogelijke
                                            calamiteiten;</al></li><li nr=""><al>7<sup>e</sup> de maatregelen die de bereikbaarheid van
                                            de in de openbare grond aanwezige kabels en leidingen
                                            waarborgen;</al></li><li nr=""><al>8<sup>e</sup> de bereikbaarheid van percelen en
                                            opstallen in de nabijheid van de uit te voeren
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr=""><al>9<sup>e</sup> alle overige van belang zijnde feiten en
                                            omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3
                                            van de wet genoemde belangen;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de melding
                            worden verstrekt alsook over de wijze waarop deze gegevens worden
                            verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                        verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding.
                        Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het
                        college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een redelijke termijn
                        waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de plaats en
                            de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                            van kabels, het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het
                            afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in
                            de grond aanwezige werken, alsook over de afmetingen van kasten,
                            handholes en andere toebehoren, behorende bij een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien binnen een jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                            openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt het
                            college specifiek schadeherstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere
                            bestrating, verlangt het college specifiek schadeherstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare
                            gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij
                            door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college
                            aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel een door
                            het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, is er mede op gericht te bepalen of en
                            zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van
                            bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken
                            van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of
                            kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg
                            of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te
                            maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe
                            kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan
                            andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels te
                            doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Melding wijziging voorzieningen</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het
                        feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling wordt aangehaald als ‘Telecommunicatieverordening 2011
                                gemeente Dalfsen’.</al></li><li nr="2."><al>De ‘Telecommunicatieverordening 2008 gemeente Dalfsen’, in werking
                                getreden op 01-06-2008, wordt bij de inwerkingtreding van deze
                                regeling ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>De Telecommunicatieverordening 2008 gemeente Dalfsen blijft van
                                kracht op meldingen waarop reeds krachtens diezelfde verordening is
                                beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet is gerealiseerd.
                                Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een melding is gedaan op grond van de Telecommunicatieverordening
                                2008 gemeente Dalfsen maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop
                                deze verordening toegepast.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                publicatie.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn openbare
                        vergadering van 30 mei 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. H.C.P. Noten N.A. IJnema MSc</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Telecommunicatieverordening 2011 gemeente Dalfsen</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Op 1 februari 2007 is in werking getreden een wijziging van de
                    Telecommunicatiewet (Stb. 2007,17). De wijzigingen betreffen met name hoofdstuk
                    5 van de wet: De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels.In dit
                    hoofdstuk is onder meer geregeld de gedoogplicht van de gemeente voor
                    telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium ‘leggen om niet,
                    verleggen om niet’. De wetswijziging is er mede op gericht de belangen van
                    gemeenten als beheerder van de openbare gronden en de telecombedrijven meer in
                    evenwicht te brengen. De belangrijkste wijzigingen zijn hieronder
                    weergegeven</al><al>Bij de aanleg, het verplaatsen, het in stand houden of het opruimen van kabels
                    kan het voorkomen dat graafwerkzaamheden in vervuilde grond moet plaatsvinden.
                    Over hoe gemeenten hiermee omkunnen gaan het gemeentelijk platform kabels en
                    leidingen een aparte notitie opgesteld. Deze notitie zal is in 2010 gepubliceerd
                    op www.gpkl.nl.</al><tussenkop>Lege buizen</tussenkop><al>In de eerste plaats is met het wetsontwerp een technisch-juridische fout
                    goedgemaakt. Daardoor vallen lege buizen die bestemd zijn voor telecomkabels,
                    alsnog onder hetzelfde juridische regime als 'gevulde' buizen. Dit betekent dat
                    ook het verplaatsen van de lege buizen bij de uitvoering van werken of de
                    oprichting van gebouwen op kosten van het telecommunicatiebedrijf (hierna:
                    telecombedrijf) moet gebeuren. </al><tussenkop>Gedoogplicht openbare gronden </tussenkop><al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden
                    in de gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid
                    verliest vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond daarbij in eigendom van
                    de gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk wordt helemaal opnieuw
                    ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te bouwen woningen
                    komen te liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht? Nee, de gedoogplicht vervalt
                    puur op basis van het feit dat de grond niet meer openbaar is. Op basis van lid
                    1 van artikel 5.2 doet het er niet toe of er sprake is van uitvoering van werken
                    of de oprichting van gebouwen op die locatie. Hoe dit in de praktijk gaat werken
                    is nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt verwijderd moet worden
                    als deze geen hinder oplevert. </al><tussenkop>Aanbieder netwerk </tussenkop><al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van een
                    netwerk die dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een aannemer die
                    voor eigen rekening en risico een telecommunicatienetwerk (hierna:
                    telecomnetwerk) aanlegt om het te verkopen of te verhuren. Het netwerk dient wel
                    binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen als ‘openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk’. </al><tussenkop>Medegebruik </tussenkop><al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de
                    gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze
                    tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen
                    kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander telecombedrijf.
                    Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven in gemeentegrond.
                    De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende voorwaarden
                    stellen bij de aanleg van netwerken. De verplichting totmede gebruik wordt
                    opgelegd in het instemmingsbesluit.</al><tussenkop>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar </tussenkop><al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik te
                    zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet het
                    in gebruik nemen in gevolge van artikel 5.2 negende lid schriftelijk melden aan
                    de gemeente. Heeft deze dit binnen genoemde periode niet gedaan, dan is de
                    gedoogplicht vervallen en kan de gemeente de verwijdering van de lege buizen op
                    kosten van het telecombedrijf vorderen of precario heffen. </al><al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van artikel
                    20.5 van de wet, een overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden
                    gedoogd, tenzij deze gevaar of ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven
                    zijn verplicht na inwerkingtreding van het wetsontwerp de lege buizen
                    schriftelijk aan de gemeente te melden. </al><tussenkop>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk toestemming </tussenkop><al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe zowel
                    een publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van de
                    Telecommunicatiewet, als een privaatrechtelijke toestemming van de gemeente als
                    eigenaar/beheerder van de openbare grond. Om "dubbel werk" te voorkomen is in de
                    wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de gemeente tevens de
                    privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel 5.4, lid 7
                    van de Telecommunicatiewet.</al><tussenkop>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening </tussenkop><al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure. Hierbij
                    is meer rekening gehouden met de belangen van de gedoogplichtige gemeente. Zo
                    moet het tijdstip van start van de werkzaamheden aan de kabel(s) liggen binnen
                    12 maanden na datum van het instemmingsbesluit, tenzij er zwaarwichtige redenen
                    zijn van publiek belang om de werkzaamheden later te starten.</al><tussenkop>Afstemming instemmingsbesluit en andere benodigde
                    vergunningen</tussenkop><al>Artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet legt de gemeente de verplichting op zorg
                    te dragen van de inhoudelijke afstemming tussen het gemeentelijk
                    instemmingsbesluit en andere voor het tracé benodigde vergunningen van een ander
                    bestuursorgaan, bijvoorbeeld indien de kabel moet worden gelegd in een dijk in
                    beheer van een waterschap.</al><tussenkop>Herstraten </tussenkop><al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de
                    werkzaamheden. Dit is de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf
                    te willen doen. De gemeente dient hiervoor marktconforme tarieven in rekening te
                    brengen. </al><tussenkop>Verplaatsen van kabels </tussenkop><al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen van
                    maatregelen dan wel het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen. Deze verplichting geldt ook
                    als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                    projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete
                    problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen door
                    deze projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden gerealiseerd
                    dient de gemeente de verplaatsingskosten te vergoeden. </al><al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van kabels
                    door de gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat deze op basis van artikel
                    5.8 leden 1 of 2 zijn verlegd, dan komen de kosten daarvan voor rekening van de
                    verzoekende gemeente.</al><al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot het
                    nemen van maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot verplaatsen van
                    de kabels dan dient telecombedrijf binnen 12 weken na het beschikbaar komen van
                    een plaats waarheen de kabels verlegd kunnen worden, te starten met de
                    werkzaamheden. </al><al>Indien de gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over de vraag wie
                    de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil zowel door de gemeente als
                    het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen acht weken
                    uitspraak doet. </al><tussenkop>Telecomkabels versus andere nutsleidingen </tussenkop><al>Artikel 5.9 van de wet bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    telecomkabels de aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min
                    mogelijk mag hinderen of in gevaar brengen. Het telecombedrijf is verplicht op
                    zijn kosten aan deze hinder of gevaar een einde te maken. Geschillen hierover
                    kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. Voor telecomkabels die reeds zijn
                    aangelegd op het tijdstip van ingang van het wetsontwerp, blijft gelden dat -
                    indien deze hinder of gevaar opleveren - dit moet worden opgelost via de
                    privaatrechtelijke weg van de onrechtmatige daad. </al><tussenkop>Exploitatie van openbare elektronische communicatienetwerken </tussenkop><al>Het is gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te
                    exploiteren. Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig
                    openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de markt,
                    dan mag zij onder strikte voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de
                    Telecommunicatiewet, een belang hebben in een dergelijke onderneming.</al><tussenkop>Eigendom netwerken </tussenkop><al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn
                    netwerk. Voor andere netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit, etc.
                    bestond de vraag of de grondeigenaar door zogenaamde verticale natrekking
                    eigenaar is, of het nutsbedrijf door horizontale natrekking. In het wetsontwerp
                    is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek opgenomen waardoor het nu vaststaat
                    dat netwerken eigendom zijn van de bevoegde aanlegger. Dit geldt ook voor reeds
                    aangelegde netwerken. </al><al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de VNG,
                    www.vng.nl en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen (GPKL),
                    www.gpkl.nl.</al><al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid 1,
                    voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen, instandhouding of
                    verwijderen van kabels in de openbare grond een instemmingsbesluit van het
                    college. </al><al>De leden 2 en 3 bepalen welke voorschriften het college aan het
                    instemmingsbesluit kunnen verbinden. De leden 4 en 5 leggen de verplichting op
                    aan de gemeenteraad tot het bij verordening regels vast te stellen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden,
                            waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het
                            uitvoeringsplan;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding
                            en opruiming;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                            overige in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in
                            verband met ernstige belemmeringen of storing van de communicatie;</al></li></lijst><al>In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard.</al><al>Dit artikel noodzaakt tot een herziening van de verordening, waarvan de laatste
                    herziening in 2008 is vastgesteld.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting:</tussenkop><tussenkop>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>De begripsomschrijvingen zijn voor zover nodig aan de nieuwe nummering van de
                    Telecommunicatiewet aangepast.</al><tussenkop>Kanttekeningen:</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Openbaar telecommunicatie elektronisch communicatienetwerk</al><al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor
                                <cursief>openbare</cursief> elektronische communicatienetwerken, in
                            artikel 1.1 h van de Telecommunicatiewet gedefinieerd als een
                            ‘elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt
                            gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden,
                            waaronder mede begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van
                            programma’s voor zover dit aan het publiek geschiedt.</al></li><li nr="·"><al>Kabels en ondersteuningswerken</al><al>Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van
                            voorzieningen ten behoeve van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk, dus de ondersteuningswerken en beschermingswerken
                            (buizen), maar ook de benodigde kasten en dergelijke.</al><al>In de begripsomschrijving zijn de voorzieningen apart genoemd.</al><al>Voorzieningen, niet in gebruik voor een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk, vallen volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de
                            gedoogplicht met dien verstande dat de gedoogplicht eindigt, indien niet
                            na 10 jaar de ondersteuningswerken deel zijn gaan uitmaken van een
                            openbaar elektronisch communicatienetwerk (artikel 5.2, lid 8 van de
                            wet).</al></li><li nr="·"><al>Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al><al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg
                            gegeven aan artikel 5.4, lid 5, van de Telecommunicatiewet. Binnen de
                            begripsbepaling zijn enige voorbeelden opgenomen van niet ingrijpende
                            werkzaamheden. Het staat de gemeente vrij de omschrijving van
                            werkzaamheden van niet ingrijpende aard zelf anders in te vullen. Het is
                            immers een uitzondering op de standaard meldplicht van artikel 4 van de
                            modelverordening en daarom een limitatieve opsomming.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2: Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</tussenkop><al>De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient, in samenhang met
                    artikel 5, lid 1, van de verordening, te geschieden acht weken voor de aanvang
                    van de werkzaamheden.</al><al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de melding
                    overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen het mogelijk
                    medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de werkzaamheden bij
                    omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd dat de termijn van acht
                    weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al><al>Het vierde lid geeft de mogelijkheid van een eenvoudige melding van twee dagen
                    voor de aanvang van de werkzaamheden aan de hand van een nader vast te stellen
                    formulier.</al><tussenkop>Artikel 3: Ernstige belemmeringen en storingen </tussenkop><al>In dit artikel wordt aan artikel 5.4, lid 4, sub f en artikel 5.6 van de
                    Telecommunicatiewet voldaan. In dit geval kan worden volstaan aan een melding
                    aan de burgemeester of een door hem of haar aan te stellen ambtenaar. Ernstige
                    belemmeringen of storingen in de communicatie zijn niet nader omschreven, wel
                    wordt in de toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een
                    kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten beoordelen of een ernstige
                    belemmering of storing in de communicatie voor één individuele aansluiting
                    voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt. Om onduidelijkheid
                    te voorkomen is het raadzaam om deze overweging kenbaar te maken aan de in de
                    gemeente opererende telecombedrijven.</al><al>Artikel 5.6, lid 5 van de Telecommunicatiewet geeft de mogelijkheid in de
                    verordening gebieden aan te wijzen waar om redenen van veiligheid dit artikel
                    niet van toepassing is. Hierbij is gedacht aan bijvoorbeeld industriegebieden
                    met daarin liggende buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen. In
                    dergelijke gebieden is het niet aanvaardbaar dat daar zonder toezicht van de
                    gemeente wordt gegraven.</al><tussenkop>Artikel 4: Gegevensverstrekking</tussenkop><al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de
                    Telecommunicatiewet.</al><al>Aanvullend kan ter explicitering als onderdeel worden opgenomen dat de aanbieder
                    de begin- en einddatum van de graafwerkzaamheden opgeeft.</al><tussenkop>Artikel 5: Beslistermijn en samenloop</tussenkop><al>Aansluitend op artikel 4:13 van de Algemene Wet Bestuursrecht dient het college
                    uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding de beslissing te nemen en
                    indien dit niet mogelijk is een redelijke termijn te noemen waar binnen de
                    beslissing tegemoet kan worden voorzien.</al><tussenkop>Artikel 6: Voorschriften en beperkingen bij instemming</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De wetgever heeft in de Telecommunicatiewet de voorschriften op genomen,
                            die het college in het instemmingsbesluit kan opnemen. Het gaat om
                            artikel 5.4 leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet:</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde,
                            veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid
                            van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het
                            instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al></li><li nr="3."><al>De voorschriften kunnen slecht betrekking hebben op</al><lijst><li nr="a."><al>De plaats van de werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het
                                    toegestane tijdstip van aanvang van aanvang, behoudens zeer
                                    zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het
                                    tweede lid, niet later mag plaatsvinden dan 12 maanden na de
                                    datum van afgifte van het instemmingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van overig in de grond aanwezige werken.</al></li></lijst></li></lijst><al>Deze bepalingen dient het college in acht te nemen bij het geven van
                    voorschriften bij het instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het
                    instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene wet
                    bestuursrecht en de aanbieder, indien deze het niet eens is met de gegeven
                    voorschriften bij het instemmingsbesluit, in bezwaar en beroep kan gaan resp.
                    bij de rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het bedrijfsleven
                    (Artikel 17.1 Telecommunicatiewet.) Het derde lid van artikel 6 van de
                    modelverordening geeft invulling aan artikel 5.4, tweede en derde lid van de
                    wet.</al><al>Het college kan de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperken om te
                    voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk besluit geruime
                    tijd na afgifte. Immers het intussen gewijzigde gebruik van de openbare gronden
                    kan het aanleggen van een telecomkabel onwenselijk maken. Een suggestie is om de
                    werkingsduur van een instemmingsbesluit te stellen op 6 maanden en dat de
                    werkzaamheden moeten zijn voltooid 6 maanden na aanvang.</al><al>Het eerste lid geeft als aanvulling dat het college naast voorschriften over
                    tijdstip plaats en dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook voorschriften
                    opstellen over de uitstraling, vormgeving, kleur, situering en afmetingen van
                    voorzieningen als kasten handholes en dergelijke behorende bij het netwerk.</al><al>Het tweede en derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een
                    instemmingsbesluit wordt gevraagd voor een tracé door een straat waarvan de
                    verharding langer dan een door de gemeente nader vast te stellen jaren is
                    vernieuwd of aangelegd of voor een tracé door de kantonrechter. In het
                    vooroverleg tussen gemeente en aanbieder zal dan worden onderzocht of een
                    alternatief tracé mogelijk is, waarover partijen het eens kunnen worden. </al><al>Indien geen alternatief tracé kan worden gevonden of indien de aanbieder het
                    alternatieve tracé afwijst, zal de gemeente herstel over de gehele straat- of
                    trottoirbreedte eisen. Zo’n eis tot schadevergoeding maakt geen deel uit van het
                    instemmingsbesluit, maar vormt een nadere concretisering van art. 5.7 Tw inzake
                    schadevergoeding. Wel kan het instemmingsbesluit verwijzen naar gemaakte of te
                    maken afspraken inzake vierkant herstraten. Een eventueel geschil inzake
                    schadevergoeding zal, ongeacht de hoogte van de vordering, ingevolge art. 5.13
                    Tw worden beslist door de kantonrechter. </al><tussenkop>Artikel 7: (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</tussenkop><al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het
                    medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het graven in
                    de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de gemeente. Het
                    medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over het af te geven
                    instemmingsbesluit. In lid 3 is de verplichting voor de aanbieder opgenomen van
                    vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een redelijk aanbod wordt gedaan.
                    De vraag wat een redelijk aanbod is kan worden beantwoord als volgt: de
                    aanwezige voorziening is zowel in kwaliteit als in kosten een volwaardig
                    alternatief voor het eigen graafrecht van de aanbieder. </al><al>Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke leidingprofielen
                    geen ruimte bieden voor de aanleg van kabels.</al><tussenkop>Artikel 8: Melding wijziging voorzieningen</tussenkop><al>Artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat aan de gedoogplicht
                    een einde komt als gedurende tien jaar een kabel geen onderdeel uitmaakt van een
                    openbaar elektronisch communicatienetwerk. Om die reden is het van belang dat de
                    gedoogplichtige gemeente in kennis wordt gesteld van het in- of uit gebruik
                    stellen van kabels ten einde bij overschrijding van die termijn over te kunnen
                    gaan tot het verzoeken van verwijdering van de kabel.</al><al>Artikel 5 lid 2b van het wetsontwerp Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
                    netten (WION) verstrekt de dienst (het Kadaster) op verzoek aan bestuursorganen
                    gebiedsinformatie voorzover deze noodzakelijk is voor de uitvoering van hun
                    taak. Op deze wijze voorziet deze wet in de informatiebehoefte van de gemeente
                    over de in het openbaar gebied liggende telecomkabels. De WION registreert
                    echter niet of de kabels al dan niet in gebruik zijn. </al><tussenkop>Artikel 9: Intrekking oude verordening</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De oude verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe verordening
                            in werking kan treden. De laatste wijziging dateert van 2008.</al></li><li nr="2."><al>Het moment van afgeven van het instemmingsbesluit bepaalt of de oude of
                            nieuwe verordening van kracht is op de (voorgenomen)
                            graafwerkzaamheden.</al></li><li nr="3."><al>en 4. De verordening treedt geheel overeenkomstig de Gemeentewet in
                            werking met ingang van de achtste dag na publicatie. Op hetzelfde
                            tijdstip wordt de oude telecommunicatieverordening ingetrokken. De nog
                            lopende instemmingbesluiten voor kabel(s) die nog niet of niet volledig
                            zijn gelegd blijven van kracht met dien verstande dat vallen onder de
                            oude verordening.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>