<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR103598_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de Bestuurscommissie IWV</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2000/48</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde Bestuurscommissie IWV</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B-229</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de Bestuurscommissie IWV</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten d.d. 5 april 2000, nr. B -
                        229 (Provinciaal Blad nr. 2000/48 van 4 juli 2000). In werking getreden op 1
                        september 2000.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>§ 1 BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.</titel></kop><al> In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> de regeling: de gemeenschappelijke regeling
                                    'Samenwerkingsverband lnterprovinciaal Overleg”</al></li><li nr="b."><al> college: college van gedeputeerde staten van een aan de
                                    regeling deelnemende provincie;</al></li><li nr="c."><al> secretaris: secretaris, bedoeld in artikel 23, dertiende lid,
                                    van de regeling;</al></li><li nr="d."><al> bestuurlijke onderhandelingsdelegatie: bestuurlijke
                                    onderhandelingsdelegatie, bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 2 VOORBEREIDING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Vergaderplaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bestuurscommissie houdt haar vergaderingen te Utrecht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bestuurscommissie kan voor een bepaalde vergadering een andere
                                vergaderplaats aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Vergaderschema</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bestuurscommissie vergadert: </al><lijst><li nr="a."><al> volgens een door haar vast te stellen vergaderschema;</al></li><li nr="b."><al> wanneer de voorzitter van de bestuurscommissie het nodig
                                        oordeelt; of</al></li><li nr="c."><al> wanneer ten minste een vijfde van de leden dat
                                        schriftelijk, met opgave van redenen, aan de voorzitter van
                                        de bestuurscommissie verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter van de bestuurscommissie bepaalt het tijdstip en, in
                                de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, de dag van de
                                vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Oproeping en agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De secretaris roept de leden ten minste twee weken vóór de
                                vergadering op. In spoedeisende gevallen is een kortere termijn
                                mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Hij zendt hen daarbij toe de door hem, in overeenstemming met de
                                voorzitter, opgestelde ontwerp-agenda, alsmede de lijst van
                                ingekomen stukken en, voor zover mogelijk, de voorstellen bij de op
                                de agenda vermelde punten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Ieder lid kan tot een week vóór de vergadering voorstellen indienen
                                betreffende wijziging of aanvulling van de ontwerp-agenda.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor zover voorstellen en eventuele andere stukken worden
                                nagezonden, wordt dat zo spoedig mogelijk gedaan en uiterlijk tot
                                een week vóór de vergadering.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 3 VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5. Presentielijst quorum</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De leden tekenen bij elke vergadering een presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In een vergadering worden geen andere beslissingen dan die van orde
                                genomen als niet, blijkens de presentielijst, ten minste zeven leden
                                tegenwoordig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In een geval als bedoeld in het tweede lid belegt de voorzitter
                                opnieuw een vergadering nadat de agendapunten die zich lenen voor
                                beraadslaging zonder besluitvorming zijn afgehandeld. Artikel 20,
                                tweede lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor deze tweede vergadering geldt ten behoeve van de
                                besluitvorming over onderwerpen die als gevolg van het bepaalde in
                                het tweede lid opnieuw zijn geagendeerd niet het vereiste dat een
                                minimum aantal leden tegenwoordig moet zijn.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De Bestuurscommissie kan, indien blijkens de presentielijst er niet
                                ten minste negen leden doch wel het in het tweede lid minimaal
                                vereiste aantal leden aanwezig zijn, beslissen de besluitvorming aan
                                te houden over onderwerpen die naar haar oordeel belangrijke
                                gevolgen heeft voor provincies. In dat geval belegt de voorzitter
                                voor die onderwerpen opnieuw een vergadering. Deze vergadering wordt
                                belegd op een tijdstip dat ten minste 24 uur na het bezorgen van de
                                oproeping is gelegen. Voor deze tweede vergadering geldt ten behoeve
                                van de besluitvorming over onderwerpen die als gevolg van het
                                bepaalde in de eerste volzin opnieuw zijn geagendeerd niet het
                                vereiste dat een minimum aantal leden tegenwoordig moet zijn.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De voorzitter kan, ingeval hem tevoren bekend is dat er niet ten
                                minste negen leden doch wel het in het tweede lid minimaal vereiste
                                aantal leden ter vergadering aanwezig zullen zijn, beslissen
                                onderwerpen van de agenda af te voeren als de besluitvorming
                                daarover naar zijn oordeel belangrijke gevolgen heeft voor
                                provincies. De tweede, derde en vierde volzin van het vijfde lid
                                zijn van overeenkomstige toepassing. [Art. 20, lid 2, Prw: 2. Indien
                                ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend,
                                belegt de commissaris van de Koning, onder verwijzing naar dit
                                artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste
                                vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.</al><al/><al> Openbaarheid: Art. 23, dertiende lid, vierde volzin, Regeling; art.
                                22, leden 3, 4 en 5, juncto art. 25, lid 6,</al><al/><al> WGR:</al><al/><al> - Art. 23, dertiende lid, vierde volzin, Regeling: Op de commissie
                                is artikel 22, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet
                                (gemeenschappelijke regelingen) van overeenkomstige toepassing.</al><al/><al> - Art. 25, lid 6 WGR: Ten aanzien van de vergadering van een
                                commissie waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn
                                overgedragen is artikel 22, de 'derde, vierde en vijfde lid, van
                                overeenkomstige toepassing, met inachtneming van door het algemeen
                                bestuur vastgestelde nadere regels.</al><al/><al> - Art. 22, leden 3, 4 en 5 WGR:</al><al/><al> 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al><al/><al> 4. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der
                                aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                oordeelt.</al><al/><al> 5. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gestoten deuren
                                zal worden vergaderd.</al><al/><al> Geheimhouding: Art. 23, leden 1 en 2, en art. 25, lid 7, WGR:</al><al/><al> - Artikel 23, leden 1 en 2, WGR</al><al/><al> 1. Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond
                                van de belangen, genoemd in artikel 4 van de Wet openbaarheid van
                                bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren
                                behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het
                                algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze
                                wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die
                                van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen,
                                totdat het algemeen bestuur haar opheft.</al><al/><al> 2. Op grond van de belangen genoemd in artikel 4 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden
                                opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter van het
                                openbaar lichaam en door een commissie als bedoeld in artikel 24 of
                                25, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur
                                of aan de leden van het algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt
                                op de stukken melding gemaakt.</al><al/><al> - Artikel 25, lid 7, WGR: Indien de commissie zich ter zake van het
                                behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het
                                algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht
                                genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Orde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter leidt de vergadering en is belast met handhaving van
                                de orde daarin. Over voorstellen van een lid betreffende de orde van
                                de vergadering beslist de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Artikel 26 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
                                Art. 26 Prw.</al><al/><al> 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
                                vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door
                                toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te
                                doen vertrekken.</al><al/><al> 2. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                de vergadering te ontzeggen.</al><al/><al> 3. Hij kan provinciale staten voorstellen aan, een lid dat door
                                zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                verwijderen.</al><al/><al> Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Schorsing en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter kan de vergadering schorsen of verdagen wanneer hij
                                dat nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij schorsing van de vergadering bepaalt de voorzitter wanneer de
                                vergadering zal worden hervat.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij verdaging van de vergadering brengt de voorzitter dag, tijdstip
                                en plaats van voortzetting van de vergadering onverwijld ter kennis
                                van de leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Vaststelling agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Alvorens tot behandeling van de aan de vergadering voorgelegde
                                voorstellen over te gaan, geeft de voorzitter gelegenheid tot een
                                korte beraadslaging over de ontwerp-agenda.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bestuurscommissie stelt de agenda vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 4 BERAADSLAGING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9. Niet-geagendeerde zaken</titel></kop><al>Over zaken die niet voorkomen op de agenda vindt geen beraadslaging of
                            besluitvorming plaats dan met instemming van alle ter vergadering
                            aanwezige leden. Ontbreekt die instemming, dan kan alleen de wijze van
                            behandeling en afdoening een punt van bespreking zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Amendementen</titel></kop><al>leder lid heeft het recht voorstellen in te dienen tot wijziging van
                            eerder ingediende voorstellen, tot aan het moment waarop de
                            besluitvorming inzake de laatstbedoelde voorstellen begint.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 5 BESLUITVORMING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11. Stemming of acclamatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na het sluiten van de beraadslaging vraagt de voorzitter of een van
                                de leden stemming vraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het
                                aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> indien geen stemming wordt gehouden heeft ieder lid het recht
                                aantekening in het verslag te krijgen dat hij geacht wordt tegen de
                                genomen beslissing te hebben gestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Stemming algemeen</titel></kop><al>[Art. 23, lid 12, Regeling: leder lid van de commissie heeft een stem.
                            De commissie beslist bij meerderheid van drievierde gedeelte van het
                            aantal aanwezige stemmen. Art. 28 Prw:</al><lijst><li nr="1."><al> Een lid van provinciale staten neemt niet deel aan de stemming
                                    over: </al><lijst><li nr="a."><al> een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk
                                            persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger
                                            is betrokken;</al></li><li nr="b."><al> de vaststelling of goedkeuring der rekening van een
                                            lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks
                                            bestuur hij behoort.</al></li></lijst></li><li nr="2. "><al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de
                                    stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.</al></li><li nr="3."><al> Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort
                                    tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een
                                    herstemming is beperkt.</al></li><li nr="4."><al> Het eerste lid is niet van toepassing bij de beslissing
                                    betreffende de geloofsbrieven van de na periodieke verkiezing
                                    benoemde leden.] </al><lijst><li nr="1."><al> Wijzigingsvoorstellen komen in stemming vууr het
                                            voorstel waarop zij zijn ingediend. Zijn meerdere
                                            wijzigingsvoorstellen ten aanzien van hetzelfde voorstel
                                            ingediend, dan beslist de voorzitter over de volgorde
                                            waarin deze voorstellen in stemming komen.</al></li><li nr="2."><al> Indien een voorstel in onderdelen of artikelen is
                                            verdeeld, wordt. tenzij over het voorstel in zijn geheel
                                            kan worden gestemd, ten aanzien van elk onderdeel of
                                            artikel in volgorde daarvan een zelfde gedragslijn
                                            gevolgd als in het eerste lid aangegeven.</al></li><li nr="3."><al> Nadat alle wijzigingsvoorstellen, onderdelen of
                                            artikelen in stemming zijn gekomen wordt, indien dat
                                            door een of meer leden wordt verzocht, het voorstel
                                            zoals eventueel gewijzigd geheel in stemming
                                            gebracht.</al></li><li nr="4."><al> Artikel 28 van de Provinciewet is van overeenkomstige
                                            toepassing.</al></li><li nr="5."><al> Een stemming is alleen geldig, indien ten minste zeven
                                            leden die zich niet van deelneming aan de stemming
                                            moeten onthouden, daaraan hebben deelgenomen. Het
                                            bepaalde in de eerste volzin geldt niet als toepassing
                                            is gegeven aan artikel 5, vierde, vijfde of zesde
                                            lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De stemming over personen voor het doen van benoemingen,
                                voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten en ongetekende
                                stembriefjes.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een
                                stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld
                                stembriefje.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De inhoud van elk stembriefje wordt door de voorzitter voorgelezen
                                en door de secretaris aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien de voorzitter de inhoud van een stembriefje onduidelijk
                                oordeelt en vaststelt dat deze stem van invloed kan zijn op de
                                uitslag van de stemming, wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De stemming is ongeldig indien er verschil is tussen het aantal
                                ingeleverde stembriefjes en het aantal blijkens de presentielijst
                                aanwezige leden, verminderd met het aantal van de leden dat niet aan
                                de stemming kan deelnemen, en indien de voorzitter vaststelt dat dit
                                verschil van invloed kan zijn op de uitslag van de stemming.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien niemand ten minste zeven van het aantal geldig uitgebrachte
                                stemmen heeft verkregen, wordt een volgende stemming gehouden tussen
                                de twee personen die de meeste stemmen hebben verkregen of, zo meer
                                dan twee personen een zelfde hoogste aantal stemmen hebben
                                verkregen, tussen die personen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De stembriefjes worden na vaststelling en schriftelijke vastlegging
                                van de uitslag onmiddellijk vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Stemmen over zaken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, indien
                                de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval
                                geschieden zij mondeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht
                                zijn stem voor of tegen uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voordat een stemming begint, kan ieder lid zijn stem kort
                                motiveren.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan
                                hij dat herstellen totdat het volgende lid zijn stem heeft
                                uitgebracht of, als hij als laatste stemt, totdat de voorzitter is
                                overgegaan tot vaststelling van de uitslag van de stemming. Indien
                                hij zijn vergissing later bemerkt, kan hij daarvan aantekening in
                                het verslag vragen, zonder dat dit de uitslag van de stemming
                                beпnvloedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ten minste twee leden kunnen gezamenlijk voorstellen dat de
                                bestuurscommissie een uitspraak doet over een bepaalde zaak.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de betreffende zaak reeds aan de bestuurscommissie is
                                voorgelegd, kan het voorstel worden gedaan tot aan het moment waarop
                                de besluitvorming daarover begint.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de betreffende zaak niet aan de bestuurscommissie is
                                voorgelegd, bepaalt de voorzitter wanneer het voorstel wordt
                                behandeld, onverminderd artikel 9.</al><al/><al> [Verantwoording, inlichtingen en ontslag: artikel 23, leden 5 tlm
                                11, Regeling; Artikel 23, leden 5 tlm 11, Reqeling </al><lijst><li nr="5."><al> De commissie is verantwoording verschuldigd aan het
                                        algemeen bestuur voor het door de commissie gevoerde
                                        beleid.</al></li><li nr="6."><al> De verantwoording wordt afgelegd in een verqadering van het
                                        algemeen bestuur, waarbij de commissie of ййn of meer leden
                                        daarvan alle door het algemeen bestuur verlanqde
                                        inlichtingen geven.</al></li><li nr="7."><al> Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen de
                                        commissie inlichtingen vragen.</al></li><li nr="8."><al> De inlichtingen worden schriftelijk gevraaqd en ingezonden
                                        aan de voorzitter van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="9."><al> Tenzij het in het dertiende lid bedoelde Reglement anders
                                        bepaalt worden de inlichtingen zo spoediq mogelijk na
                                        ontvangst van het verzoek schriftelijk toegezonden aan de
                                        verzoeker. Een afschrift van de inlichtingen wordt gezonden
                                        aan de overige leden van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="10."><al> Het algemeen bestuur kan een lid van de commissie ontheffen
                                        van zijn functie, indien dat lid het vertrouwen van het
                                        algemeen bestuur niet langer bezit.</al></li><li nr="11."><al> Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van het ontslag,
                                        met inachtneming van de artikelen 6, lid 1, 15, lid 1, en
                                        23, leden 2 tot en met 4.1]</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 6 DE BESTUURLIJKE ONDERHANDELINGSDELEGATIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16. Instelling, samenstelling en taken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bestuurscommissie stelt een bestuurlijke onderhandelingsdelegatie
                                in en reqelt welke van haar taken en bevoegdheden hieraan worden
                                opgedraqen. De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie bestaat uit
                                twee leden en een voorzitter, tevens lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bestuurscommissie benoemt op voordracht van het dagelijks
                                bestuur van het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg de
                                voorzitter en de leden van de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie.
                                Zij moeten lid zijn van een college.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het lidmaatschap van de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie
                                eindigt: </al><lijst><li nr="a."><al> na afloop van de periode van benoeming;</al></li><li nr="b."><al> op verzoek van betrokkene;</al></li><li nr="c."><al> bij overlijden;</al></li><li nr="d."><al> als gevolg van tussentijds ontslag door de
                                        bestuurscommissie;</al></li><li nr="e."><al> doordat betrokkene aftreedt als lid van het college, tenzij
                                        hij zonder onderbreking weer als zodanig optreedt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> 1 De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie wordt ondersteund door
                                een ambtelijke onderhandelingsdelegatie. De bestuurlijke
                                onderhandelingsdelegatie regelt de samenstelling van de ambtelijke
                                onderhandelingsdelegatie en benoemt de leden daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De leden van de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie, de
                                voorzitter daaronder begrepen, zijn zowel te samen als ieder
                                afzonderlijk verantwoording verschuldigd aan de bestuurscommissie
                                voor het door de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie
                                respectievelijk door ieder van hen gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een lid van de bestuurscommissie van oordeel is dat van de
                                leden van de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie te samen dan wel
                                van ййn of meer leden afzonderlijk verantwoording dient te worden
                                gevraagd voor het gevoerde beleid, heeft dat lid het recht een
                                schriftelijk voorstel dienaangaande, met opgave van de te stellen
                                vragen, bij de voorzitter van de bestuurscommissie in te dienen. De
                                indiening vindt plaats ten minste 48 uur vóór de betreffende
                                vergadering van de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De verantwoording wordt afgelegd in een vergadering van de
                                bestuurscommissie, waarbij de leden van de bestuurlijke
                                onderhandelingsdelegatie alle door de bestuurscommissie verlangde
                                inlichtingen geven.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De voorzitter van de bestuurscommissie brengt het voorstel ter
                                kennis van de leden van de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie en
                                de overige leden van de bestuurscommissie en plaatst de zaak op de
                                agenda van de in het tweede lid bedoelde vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien de bestuurscommissie overeenkomstig het voorstel beslist,
                                wordt de verantwoording terstond daarna mondeling afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> In afwijking van het vijfde lid kan de bestuurscommissie beslissen
                                dat de verantwoording schriftelijk wordt afgelegd. In dat geval
                                plaatst de voorzitter van de bestuurscommissie de zaak op de agenda
                                voor de eerstvolgende vergadering van de bestuurscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een of meer leden van de bestuurscommissie kunnen de bestuurlijke
                                onderhandelingsdelegatie, of een of meer leden daarvan, inlichtingen
                                vragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingezonden aan de
                                voorzitter van de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter brengt vragen als bedoeld in het eerste lid,
                                onverwijld ter kennis van de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie
                                en van de overige leden van de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie of het lid van de
                                bestuurlijke onderhandelingsdelegatie tot wie de vragen zijn gericht
                                beantwoordt de vragen schriftelijk binnen vier weken nadat zij door
                                de voorzitter zijn ontvangen. De voorzitter brengt - het antwoord
                                onverwijld ter kennis van de verzoeker en de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien beantwoording van de vragen binnen de gestelde termijn niet
                                mogelijk is, doet de voorzitter hiervan mededeling aan de verzoeker
                                met opgave van redenen en vermelding van de termijn waarbinnen het
                                schriftelijk antwoord kan worden verwacht.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 7 VERSLAG</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19. Inhoud verslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De secretaris zorgt ervoor dat van de vergaderingen van de
                                bestuurscommissie een verslag wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verslag bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al> de namen van de voorzitter, van de blijkens de getekende
                                        presentielijst ter vergadering aanwezige leden en van de
                                        afwezige leden, met bij ieder lid de vermelding van de
                                        provincie waaruit hij afkomstig is;</al></li><li nr="b."><al> de wijze van behandeling en afdoening van de ingekomen
                                        stukken;</al></li><li nr="c."><al> de mededelingen, de behandelde voorstellen en een lijst van
                                        genomen beslissingen;</al></li><li nr="d."><al> de uitkomst van de stemmingen met, bij hoofdelijke
                                        stemmingen, de namen van de leden die voor en die tegen
                                        hebben gestemd en, bij schriftelijke stemmingen, de
                                        aantallen voor, tegen of anderszins uitgebrachte
                                        stemmen;</al></li><li nr="e."><al> een beknopte weergave van hetgeen ter vergadering is
                                        besproken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De secretaris zorgt ervoor dat een afzonderlijke lijst van de in de
                                vergadering genomen beslissingen wordt gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Vaststelling verslag en lijst van
                                beslissingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het verslag en de lijst van beslissingen worden in ontwerp
                                toegezonden aan de leden van de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verslag en de lijst van beslissingen worden in de eerstvolgende
                                vergadering van de bestuurscommissie vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Verslag besloten vergadering</titel></kop><al>Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag
                            opgemaakt. De bestuurscommissie kan besluiten dat geen verslag wordt
                            gemaakt.</al><al>[Art. 23, lid 1 WGR: Het algemeen bestuur kan in een besloten
                            vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 4 van de Wet
                            openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten
                            deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het
                            algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt
                            door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
                            behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het
                            algemeen bestuur haar opheft.]</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Uitvoering beslissingen</titel></kop><al>De secretaris draagt zorg voor de uitvoering van de beslissingen,
                            vermeld op de lijst van beslissingen en op de lijst van ingekomen
                            stukken, voor zover de bestuurscommissie niet anders heeft beslist.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 8 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 september 2000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Vervallen oude Reglement van orde Bestuurscommissie
                                IWV</titel></kop><al>Met ingang van de in artikel 23 genoemde datum vervalt het Reglement van
                            orde Bestuurscommissie IWV, vastgesteld door de Bestuurscommissie IWV
                            bij besluit van 27 juni 1996, zoals dat door haar is gewijzigd bij
                            besluit van 27 mei 1999.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde Bestuurscommissie
                            IWV.</al><al>Overzicht van taken en bevoegdheden die de Bestuurscommissie IWV
                            krachtens artikel 16, eerste lid, van het Reglement van orde
                            Bestuurscommissie IWV aan de Bestuurlijke Onderhandelingsdelegatie heeft
                            opgedragen.</al><lijst><li nr="1."><al> Onderhandelingsdelegatie voor het SPA op basis van een door de
                                    Bestuurscommissie IWV vastgesteld onderhandelingsmandaat.</al></li><li nr="2."><al> Fungeren als 'dagelijks bestuur' van het IWV (waaronder
                                    voorbereidingen van de vergaderingen van de Bestuurscommissie
                                    IWV en de uitvoering van haar besluiten).</al></li><li nr="3. "><al>Vaststellen van een conceptbeleidsnota aan de hand van adviezen
                                    van de AOD, de Griffierkring, de ICP en het vakberaad
                                    provinciale financiлn.</al></li><li nr="4. "><al>Opstellen van coцrdinatieafspraken tussen provincies inzake
                                    reacties van provinciale werkgevers bij collectieve acties van
                                    provinciaal personeel, inclusief juridische handelingen namens
                                    de sector provincies. Deze afspraken ter besluitvorming
                                    voorleggen aan de Bestuurscommissie IWV als ййn of meer
                                    provincies zich daarmee niet kunnen verenigen.</al></li><li nr="5. "><al>Opstellen van inhoudelijke coцrdinatieafspraken tussen
                                    provincies op het terrein van de arbeidsvoorwaarden, indien
                                    noodzakelijk ter versterking van de positie van de sector
                                    provincies (b.v. ter voorkoming van haasje-overeffecten). Deze
                                    afspraken ter besluitvorming voorleggen aan de Bestuurscommissie
                                    IWV als één of meer provincies zich daarmee niet kunnen
                                    verenigen.</al></li><li nr="6."><al> Instellen van IWV-projectgroepen en regelen van de
                                    samenstelling en taakopdracht van deze projectgroepen.
                                    Beoordelen van tussenrapportages en eindresultaten.</al></li><li nr="7."><al> Benoeming van IWV-delegaties in SPA-werkgroepen, beoordelen van
                                    tussentijdse rapportages van SPA-werkgroepen en beoordelen van
                                    de resultaten van de SPA-werkgroepen.</al></li><li nr="8."><al> Benoeming van IWV-delegaties in onderhandelingen over sociale
                                    statuten bij overgang c.q. overname van personeel in het kader
                                    van een voor alle provincies geldende overheveling van taken en
                                    beoordelen van tussenrapportages en eindresultaten.</al></li><li nr="9."><al> Mandaatverlening aan IWV-delegaties bij centrale
                                    onderhandelingen in de ROP namens de acht sectorwerkgevers,
                                    indien de Bestuurscommissie IWV niet tijdig om een mandaat kan
                                    worden gevraagd. Beoordeling van de IWV-inbreng en dat ter
                                    instemming voorleggen aan de Bestuurscommissie IWV.</al></li><li nr="10."><al> Benoemingen in besturen en beoordeling van de opstelling van
                                    IWV-vertegenwoordigers in besturen en andere gremia, waarin het
                                    IWV al of niet samen met anderen, een zetel heeft.</al></li><li nr="11."><al> Beoordeling van financiлle besprekingen met het ministerie van
                                    Binnenlandse Zaken.</al></li><li nr="12."><al> Voeren van bestuurlijk overleg met de sectorwerkgevers van de
                                    sectoren gemeenten en waterschappen.</al></li><li nr="13."><al> Voeren van overleg in het bestuurlijk VSO.</al></li><li nr="14."><al> Voeren van bestuurlijk overleg met het IZR-bestuur en met
                                    overige besturen (waaronder ABP, USZO)</al></li></lijst><al/><al>1 Dit is het oude vijfde lid. Het oude vierde lid is vervallen. Daarin
                            was geregeld dat de taken van de Bestuurlijke Onderhandelingsdelegatie
                            zijn vastgelegd in een bijlage dat integraal onderdeel uitmaakt van het
                            (toen nog door de Bestuurscommissie IWV zelf vastgestelde) Reglement van
                            orde Bestuurscommissie IWV. De overdracht van (dezelfde) taken en
                            bevoegdheden aan de Bestuurlijke Onderhandelingsdelegatie is nu geregeld
                            op grond van het eerste lid.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten van Gelderland </al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMEEN</titel></kop><al>De gemeenschappelijke regeling 'Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg',
                    zoals die vanaf 1 oktober 1999 luidt, bepaalt in artikel 23, dertiende lid, dat
                    het algemeen bestuur de werkwijze regelt van de Bestuurscommissie IWV. Tot die
                    datum lag de bevoegdheid bij de Bestuurscommissie IWV zelf die daartoe een
                    Reglement van orde heeft vastqesteld dat nauw aansluit bij het Reglement van
                    orde voor het alqemeen bestuur. Het thans door het algemeen bestuur vastgestelde
                    Reglement van orde Bestuurscommissie IWV wijkt inhoudelijk niet af van het oude
                    Reglement van orde, maar is redactioneel in overeenstemming gebracht met de
                    gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Het Reglement van orde Bestuurscommissie
                    IWV heeft de op grond van artikel 23. dertiende lid, van de gemeenschappelijke
                    regeling vereiste goedkeuring van de Staten van de provincies.</al><al>In het reglement van orde zijn bepalingen, die al gelden krachtens de
                    gemeenschappelijke regeling of de wet niet in de tekst zelf herhaald, maar,
                    naast de tekst en typografisch daarvan onderscheiden, volledig overgenomen. Zo
                    is in dit reglement van orde zelf niets opgenomen over de openbaarheid van
                    vergaderingen en de mogelijkheid om achter gesloten deuren te vergaderen. Dat is
                    geregeld in artikel 41, eerste lid, juncto artikel 25, juncto artikel 22, derde
                    tot en met vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het vergaderen
                    achter gestoten deuren zal bij de Bestuurscommissie IWV nogal eens voorkomen.
                    Daarbij kan met name worden gedacht aan het vaststellen van
                    onderhandelingsmandaten. Het opleggen van een geheimhoudingsplicht is evenmin in
                    het reglement van orde terug te vinden. Dat is geregeld in artikel 41, eerste
                    lid, juncto artikel 25, juncto artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke
                    regelingen. Het reglement van orde kent wel zijn eigen systematiek. Op deze
                    manier wordt enerzijds een duidelijk overzicht van alle geldende bepalingen
                    bereikt, terwijl anderzijds ook de verschillende rechtsgronden van die
                    bepalingen zichtbaar blijven.</al><al>De samenstelling van de Bestuurscommissie IWV is geregeld in artikel 23 van de
                    gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband lnterprovinciaal Overleg. De
                    Bestuurscommissie IWV bestaat uit 13 leden, te weten een voorzitter en één lid
                    per provincie (waaronder de plaatsvervangend voorzitter). De voorzitter van de
                    Bestuurscommissie IWV wordt door het alqemeen bestuur uit zijn midden
                    aangewezen. Het algemeen bestuur wijst in overleg met de betreffende colleges
                    van gedeputeerde staten de plaatsvervangend voorzitter en de (11) overige leden
                    van de Bestuurscommissie IWV aan. De plaatsvervangend voorzitter moet (net als
                    de voorzitter) tevens lid zijn van het algemeen bestuur. Bij de voordracht van
                    de leden van de Bestuurscommissie IWV letten de colleges van gedeputeerde staten
                    erop dat er sprake is van een brede vertegenwoordiging van portefeuilles. Ook de
                    taken en bevoegdheden van de Bestuurscommissie IWV zijn neergelegd in de
                    gemeenschappelijke regeling 'Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg'
                    (artikel 5). Genoemd zijn: - het onderhandelen met de vakorganisaties over in
                    ieder geval een aantal primaire arbeidsvoorwaarden; - het onderhandelen met de
                    vakorganisaties over een bandbreedte voor een aantal arbeidsvoorwaarden; - het
                    verzorgen van informatie naar en het coördineren van de centraal gemaakte
                    afspraken in de individuele provincies; - het namens de provincies onderhandelen
                    met derden over de personele aspecten van reallokatie van overheidstaken; - het
                    vertegenwoordigen van de provincies tegenover derden, waaronder in ieder geval
                    het overleg met de mede-overheidswerkgeversverbanden.</al><al>In het kader van een eerste IWV-evaluatie in 1994, met de uitkomsten waarvan de
                    Bestuurscommissie IWV heeft ingestemd, zijn deze taken en bevoegdheden verder
                    uitgewerkt en is een nadere taakverdeling tussen de Bestuurscommissie IWV en de
                    Bestuurlijke Onderhandelingsdelegatie gemaakt.</al><al>De taken van de Bestuurscommissie IWV betreffen: - vaststellen van de
                    definitieve IWV-beleidsnota arbeidsvoorwaardenbeleid; - vaststellen van het
                    mondeling mandaat aan de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie voor
                    sectoronderhandelingen; - beoordelen van het resultaat van de
                    SPA-onderhandelingen; - tussentijdse raadpleging als het verloop van de
                    sectoronderhandelingen dat in relatie tot het mandaat volgens de bestuurlijke
                    onderhandelingsdelegatie wenselijk maakt; - het beoordelen van het
                    sectorgedeelte van centrale afspraken die namens de acht sectoren worden
                    gemaakt; - het vaststellen van de IWV-begroting en het IWV-gedeelte van het
                    jaarplan aan de hand van de IWV-beleidsnota; - vaststellen van het mandaat aan
                    IWV-delegaties in SPA-werkgroepen; - vaststellen van het mandaat van
                    IWV-delegaties in onderhandelingen over sociale statuten bij overgang van
                    personeel in het kader van reallokatie van overheidstaken; - bestuurlijk VSO,
                    voor zover onderwerpen hoofdlijnen van het IWV-beleid rechtstreeks raken; - Raad
                    voor Overheidspersoneelsbeleid, voor zover onderwerpen hoofdlijnen van het
                    IWV-beleid rechtstreeks raken.</al><al>In vergelijking met voorheen richt de Bestuurscommissie IWV zich sinds de
                    IWV-evaluatie meer op de strategische hoofdpunten van beleid. Er heeft een
                    verschuiving van taken van de Bestuurscommissie IWV naar de Bestuurlijke
                    onderhandelingsdelegatie voorgedaan. De taken en bevoegdheden van de
                    bestuurlijke onderhandelingsdelegatie zijn door de Bestuurscommissie IWV
                    vastgesteld op basis van artikel 16 van het reglement van orde voor de
                    Bestuurscommissie IWV. De bestuurscommissie is verantwoordinq verschuldigd aan
                    het algemeen bestuur en zal het algemeen bestuur alle gevraagde inlichtingen
                    moeten verstrekken. In meer algemene zin gebeurt dat via de IWV-begroting die in
                    de algemene IPO-begroting is opgenomen en via het jaarplan en Jaarverslag van
                    het IWV die deel uitmaken van het IPO-iaarplan en het IPO-jaarverslag. Daarnaast
                    bevat de gemeenschappelijke regeling in artikel 23 een aantal specifieke
                    bepalingen voor de bestuurscommissie inzake verantwoording en verstrekking van
                    inlichtingen. De Bestuurscommissie zal de gevraagde inlichtinqen binnen
                    redelijke termiin moeten verstrekken. Gedacht kan worden aan een termijn van
                    bijvoorbeeld vier weken. Als dat niet lukt zal de bestuurscommissie dat
                    vanzelfsprekend mededelen onder opqave van redenen en onder vermelding van de
                    termijn waarbinnen de gevraagde inlichtingen wel verwacht kunnen worden.</al><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 3 Het aantal leden dat om een bijzondere
                    vergadering kan vragen is afgestemd op het in de Provinciewet voor
                    PS-vergaderingen voorgeschreven aantal van een vijfde.</al><al>Artikel 4 De termijn voor verzending van de stukken is minimaal twee weken vóór
                    de vergadering. In spoedeisende situaties kan daarvan worden afgeweken. In de
                    regel zullen, conform de afspraak in de Bestuurscommissie IWV, de stukken
                    uiterlijk 17 dagen tevoren worden toegestuurd. In het derde lid is bepaald dat
                    de leden van de Bestuurscommissie IWV ook zelf agendapunten kunnen indienen.
                    Daarvoor geldt als uiterste datum een week vóór de vergadering.</al><al>Artikelen 5 en 12 In deze bepalingen is geregeld dat voor beslissingen, anders
                    dan beslissingen van orde, is vereist dat ten minste 7 van de 13 leden
                    (inclusief de voorzitter) de vergadering bijwonen en een geldige stem hebben
                    uitgebracht. In relatie met het in de gemeenschappelijke regeling opgenomen
                    beslisquorum van 3/4 van de aanwezige leden betekent het dat besluiten slechts
                    met medewerking van ten minste zes provincies kunnen worden genomen. Als het
                    aantal van zeven niet wordt gehaald belegt de voorzitter een nieuwe vergadering.
                    In die tweede vergadering geldt geen minimum aantal aanwezige leden en geldig
                    uitgebrachte stemmen. Gezien de mogelijk grote (financiële en/of inhoudelijke)
                    gevolgen van besluiten van de Bestuurscommissie voor provincies is in aanvulling
                    hierop bepaald dat de voorzitter de bevoegdheid heeft de besluitvorming naar een
                    volgende (reguliere of extra) vergadering door te schuiven als vooraf bekend is
                    dat er weliswaar een quorum aanwezig is, maar dat het aantal aanwezige leden
                    beperkt blijft tot 7 of 8 (artikel 5, zesde lid). Een gelijke bevoegdheid heeft
                    de Bestuurscommissie als eerst ter vergadering blijkt dat het quorum zich
                    beperkt tot 7 of 8 leden (artikel 5, vijfde lid). Bij de afweging of bij een
                    aanwezigheidsquorum van 7 of 8 leden een voorstel kan worden behandeld of moet
                    worden doorgeschoven spelen, naast het belang van het onderwerp ook de
                    inhoudelijke reacties van provincies bij afmelding voor een vergadering een rol.
                    Als er sprake is van een zodanig afwijkende inbreng van wat andere provincies
                    aanreiken kan dat reden zijn een onderwerp opnieuw te agenderen In het vierde
                    lid van artikel 12 is artikel 28 van de Provinciewet van overeenkomstige
                    toepassing verklaard. Dat artikel bepaalt dat leden zich soms van stemming
                    dienen te onthouden.</al><al>Artikel 10 In dit artikel is in navolging van het reglement van orde voor het
                    algemeen bestuur het recht van amendement geregeld.</al><al>Artikel 14 De eerste twee leden komen overeen met artikel 32, eerste en tweede
                    lid, Provinciewet. Er is voorzien in de mogelijkheid om een stemverklaring af te
                    leggen. Herstel van vergissingen bij het uitbrengen van een stem dient mogelijk
                    te zijn, maar de mogelijkheid moet niet gebruikt kunnen worden om de
                    besluitvorming achteraf te beïnvloeden.</al><al>Artikel 15 leder lid heeft het recht een voorstel tot een motie in te dienen.
                    Moties zijn, in tegenstelling tot amendementen, uitspraken zonder rechtsgevolgen
                    die ook los van concrete voorstellen gedaan kunnen worden. Om lichtvaardig
                    gebruik daarvan te beperken is het gebruikelijk voor de indiening van
                    voorstellen tot moties een minimum aantal leden voor te schrijven. In artikel 15
                    is dat bepaald op twee.</al><al>Artikel 16 In dit artikel is de positie van de bestuurlijke
                    onderhandelingsdelegatie geregeld. Zij bestaat uit drie gedeputeerden. Het
                    dagelijks bestuur, dat verantwoordelijk is voor de samenstelling van de
                    bestuurlijke vertegenwoordigingen van het IPO, doet een voordracht waarmee recht
                    wordt gedaan aan een evenwichtige verdeling van alle bestuurlijke posten binnen
                    het IPO. De formele benoeming geschiedt op basis van deze voordracht door de
                    Bestuurscommissie IVW aan wie de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie ook
                    verantwoording aflegt. Er is niets geregeld over de duur van de benoeming. Het
                    ligt voor de hand die te koppelen aan een statenperiode. Na iedere statenperiode
                    worden immers alle bestuurlijke vertegenwoordigingen opnieuw ingevuld. Er ziin
                    geen beperkingen opgenomen in de mogelijkheden tot herbenoeming als lid van de
                    bestuurlijke onderhandelingsdelegatie. De belangrijkste taak van de bestuurlijke
                    onderhandelingsdelegatie is vanzelfsprekend het voeren van de onderhandelingen
                    met de vakorganisaties over de sectorale arbeidsvoorwaarden. Ook wordt
                    onderhandeld over sociale statuten bij overgang van provinciaal personeel in het
                    kader van een voor alle provincies geldende overheveling van taken. Verder
                    vertegenwoordigt de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie de provincies in
                    bestuurlijke overlegsituaties. De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie treedt
                    in feite min of meer op als een dagelijks bestuur voor het IWV. Zij bereidt de
                    vergaderingen van de Bestuurscommissie IWV voor en voert haar beslissingen uit.
                    De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie wordt ambtelijk ondersteund. De
                    bestuurlijke onderhandelingsdelegatie bepaalt de samenstelling van de ambtelijke
                    onderhandelingsdelegatie en benoemt de leden. Vanuit de integrale benadering
                    zijn daarin vertegenwoordigd een griffier, een hoofd P&amp;O en een hoofd
                    Financiën. Zij worden voor benoeming voorgedragen door de Griffierkring,
                    onderscheidenlijk de ICP (vakberaad hoofden P&amp;O) en het Vakberaad financiën.
                    Verder neemt daarin uiteraard de secretaris van het IWV deel.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>