<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <!--export0.91-->
  <!--volledig0.92-->
  <!--wrapper0.90-->
  <!--modificeer_20.90-->
  <!--cvdr2gvop0.94-->
  <!--pre_struct0.90-->
  <!--pre_source0.93-->
  <!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92-->
  <!--metadata_tussenformaat0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml">
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>CVDR103596_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject>
      <dcterms:issued>2004-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout; Gelet op artikel 33, derde lid, van
                        de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening
                        op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>1:</nr>
            <titel>Ambtelijke bijstand</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>feitelijke informatie;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                        moties of andere bijstand.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                door de griffie of op verzoek van de griffier door een ambtenaar
                                gegeven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                                door de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffie
                                kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of
                                meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                                mogelijk verlenen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
                                ambtelijke bijstand tenzij:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>dit het belang van de gemeente kan schaden.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
            </kop>
            <al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De griffier houdt een register bij van de bijstand als bedoeld in
                                artikel 1, 1e lid, sub a (voor zover het een uitgebreidere
                                informatiebehoefte betreft) en sub c.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De griffier verleent raadsleden desgewenst inzage in dit
                                register.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>2:</nr>
            <titel>Fractieondersteuning</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het Reglement van Orde,
                                hebben jaarlijks recht op een financiële bijdrage als tegemoetkoming
                                in de kosten voor het functioneren van de fractie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze bijdrage bestaat maximaal uit een vast deel voor elke fractie
                                en een bedrag per raadszetel. De betreffende bedragen worden bij
                                begroting of begrotingswijziging vastgesteld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>giften;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen;</al>
                </li>
                <li nr="e.">
                  <al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt op declaratiebasis in
                                het betreffende kalenderjaar verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden kan de bijdrage worden
                                verstrekt – in ieder geval naar rato - voor de maanden tot en met de
                                maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de
                                maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                plaatsvindt, kan de bijdrage – in ieder geval naar rato – worden
                                verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                verandert, wijzigt de maximale bijdrage.</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand na de maand, waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                        gekozen raad plaatsvindt.</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                        plaatsvindt.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 6, 2e
                                lid, vastgestelde maximale bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                                verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                                aantal bij de splitsing betrokken leden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij splitsing van een fractie wordt de voor de oorspronkelijke
                                fractie bestemde maximale bijdrage verrekend overeenkomstig de
                                verdeling die volgt uit het 2e lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Slotbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 februari 2004.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 29 januari 2004</al>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting op de verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                    </titel>
        </kop>
        <al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt
                    expliciet vast, dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
                    geregeld. </al>
        <al>Opvallend in het dualistische stelsel is de centrale rol van de griffier. Dit
                    nieuwe instituut, dat bij uitstek bedoeld is voor het verlenen van hulp aan
                    raadsleden, wordt het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand.
                    De griffier vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere
                    ambtelijke organisatie.</al>
        <al>De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. </al>
        <al>Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand, dat er ook op
                    het punt van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen worden getrokken
                    tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Te allen tijde dient
                    voorkomen te worden, dat de betreffende ambtenaar in een spagaathouding verzeild
                    raakt. De ambtenaar mag niet onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden
                    voor de raad verricht.</al>
        <al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. Deze ambtenaren werken doorgaans namelijk
                    voor het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit
                    scherp zien. Voor de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde
                    dit artikel dat de secretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke
                    organisatie) de raad en het college terzijde stond. In dualistische verhoudingen
                    staat de secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de
                    griffier.</al>
        <al>Dat de raad nu beschikt over een griffie betekent niet, dat er geen behoefte
                    meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie.
                    De griffie is, in vergelijking met de reguliere organisatie, beperkt van omvang.
                    Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties
                    en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit
                    geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke
                    organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze
                    vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt
                    de uitwerking van dit recht.</al>
        <al>De nieuwe formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan. De voorliggende verordening is vrijwel
                    geheel ontleend aan de VNG-modelverordening. Overigens wordt in de verordening
                    onder raadslid of raadsleden tevens niet-raadslid of niet-raadsleden verstaan,
                    zoals geformuleerd in artikel 4 van de verordening op de raadscommissies. </al>
      </nota-toelichting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Artikelgewijze toelichting</titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
          </kop>
          <al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen, die het
                        verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                        het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                        afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de
                        griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere
                        ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in
                        de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar
                        wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor
                        niet openbare documenten wordt een regeling gegeven in artikel 25, 55 en 86
                        van de Gemeentewet. Deze rechten zijn uitgewerkt in het Reglement van Orde
                        (R.v.O.) voor de raad en de verordening op de raadscommissies. </al>
          <al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het
                        bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de
                        raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen,
                        leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat
                        de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie
                        zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De
                        ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een
                        verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. Bij
                        de onder sub a. genoemde feitelijke informatie wordt onderscheid gemaakt
                        tussen eenvoudige vragen (waar bij wijze van spreken à la minute antwoord op
                        kan worden gegeven) en vragen met meer importantie. Voor eenvoudige vragen
                        mag een raadslid rechtstreeks – dus zonder tussenkomst van de griffier – de
                        betreffende ambtenaar benaderen. </al>
          <al>De complexere vragen geeft de griffier door aan de secretaris, die op zijn
                        beurt het betreffende sectorhoofd benadert. De bijstand wordt zo spoedig
                        mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste
                        termijnen op te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang van de
                        werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang
                        blijft in het proces.</al>
          <al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                        tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                        gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                        bedoeld die te allen tijde onder gezag van het college staan (het verlenen
                        van ambtelijke bijstand behoort tot de normale taakuitoefening) en wordt dus
                        niet een griffiemedewerker bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook de griffier
                        c.s. ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al>
          <al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                        weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                        eerste lid, onderdeel a en b betreft. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikelen</label>
            <nr>2 en 3</nr>
          </kop>
          <al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich
                        voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                        hoofd van de reguliere ambtelijke </al>
          <al>organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de uiteindelijke beslissing over
                        het niet verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de
                        burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg voert met de
                        secretaris en de griffier (en indien nodig ook met het betrokken raadslid).
                        Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester
                        verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
          </kop>
          <al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn
                        of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere
                        instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
                        eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen
                        instantie voor. Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover
                        eerst overleg te voeren met de secretaris.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
          </kop>
          <al>In eerste instantie wordt er vanaf gezien, dat aan ieder raadslid een vaste
                        hoeveelheid uren of keren recht op ambtelijke bijstand door de reguliere
                        ambtelijke organisatie wordt toegekend, zodat dan een extra garantie zou
                        worden geboden, dat dit recht ook geëffectueerd kan worden. Het zou de
                        ambtelijke organisatie bovendien de mogelijkheid bieden enigszins grip te
                        houden op de omvang van de werkzaamheden. Omdat er nauwelijks inzicht
                        bestaat in welke mate gebruik wordt gemaakt van het recht op ambtelijke
                        bijstand, zal die bijstand in het eerste jaar (2004) niet worden
                        gemaximaliseerd. Door middel van een door de griffier bij te houden register
                        zal in 2004 per fractie de aan bijstand bestede tijd worden geregistreerd.
                        Aan de hand van die registratie zal begin 2005 worden geëvalueerd of een
                        begrenzing nodig is. Daartoe zal onder meer een post in het electronische
                        tijdschrijfsysteem (TIM-systeem) voor de ambtenaren worden opgenomen (zoals
                        nu ook al het geval is bij vragen ingevolge artikel 41 van het R.v.O.).
                        Overigens geldt deze registratie en begrenzing niet voor eenvoudige
                        informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a en
                        b. Deze hulp kan onbeperkt verleend worden. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
          </kop>
          <al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
                        hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting
                        moeten worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De
                        fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste
                        deel garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau
                        te laten ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op
                        facilitair gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere
                        vergoeding krijgen. Het variabele deel maakt dat mogelijk.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
          </kop>
          <al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de
                        inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is
                        wel, dat de bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een
                        aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee
                        wordt onder andere voorkomen, dat met de bijdrage verkiezingscampagnes
                        worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het
                        raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden)
                        en de niet-raadsleden hun presentiegeld aanvullen met de bijdrage voor
                        fractieondersteuning. Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen
                        bekostigd te worden uit het daarvoor beschikbare individuele budget en
                        dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Omdat het
                        bij uitstek om politieke ondersteuning gaat, kan deze inhoudelijk niet te
                        zeer gedetailleerd geregeld worden. </al>
          <al>Fractieondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van
                        gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk geacht, aangezien
                        het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten daarom vrij
                        zijn in de keuze van de personen die de fracties eventueel ondersteunen.
                    </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
          </kop>
          <al>De bijdrage wordt op declaratiebasis verstrekt. Het betreft uitsluitend
                        uitgaven in het betreffende kalenderjaar ten behoeve van
                        fractieondersteuning, zoals omschreven in artikel 7. In een verkiezingsjaar
                        wordt de maximale bijdrage in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat
                        zij aangepast wordt aan de nieuwe verhoudingen in de raad. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
          </kop>
          <al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan
                        veranderde verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat
                        fracties die kleiner worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand,
                        waarin de nieuwe raad voor het eerst vergadert, de bijdrage kunnen
                        ontvangen. Voor fracties die groter worden (of nieuwe fracties) gaat de
                        bijdrage per diezelfde maand in. Dat betekent dat de totale bijdrage voor
                        fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger uit kan vallen dan in
                        andere jaren. Dit is niet te vermijden.</al>
          <al>Bij splitsing van een fractie zullen de al eerder op declaratiebasis
                        verstrekte bedragen – indien nodig - verrekend moeten worden. Indien daarbij
                        sprake zou zijn van ten onrechte uitgekeerde bedragen, kan de raad deze
                        terugvorderen. Overigens wordt bij deze systematiek van declareren afgezien
                        van reservevorming. Na het verlopen van het betreffende kalenderjaar kunnen
                        geen rechten worden ontleend aan openstaande bedragen, zijnde het verschil
                        tussen de maximaal beschikbare bijdrage per fractie en de gedeclareerde
                        bedragen per fractie. Dit impliceert, dat niet uitgekeerde bedragen in enig
                        kalenderjaar het gemeentelijk rekeningsaldo positief beïnvloeden.</al>
          <al>De controle op de uiteindelijk (op declaratiebasis) beschikbaar gestelde
                        bijdragen worden door de accountant meegenomen bij de controle op de
                        jaarrekening.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
          </kop>
          <al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Instructie voor de griffier van de gemeente Noordwijkerhout</titel>
        </kop>
        <al>Instructie voor de griffier van de gemeente Noordwijkerhout. De raad van de
                    gemeente Noordwijkerhout; Gelet op artikel 107a, tweede lid, van de Gemeentewet;
                    Besluit vast te stellen de volgende instructie: </al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene ondersteuning</titel>
          </kop>
          <al>De griffier draagt zorg voor een goede en doelmatige ondersteuning van de
                        leden van de raad, waarbij onderscheid gemaakt kan worden in de
                        secretariële, de procesmatige en de inhoudelijke ondersteuning.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Agendering</titel>
          </kop>
          <al>De griffier ondersteunt de raad en zijn commissies bij het vaststellen van
                        de agenda van de raads- en commissievergaderingen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Bijstand voorzitter van de raad en voorzitters van de
                            raadscommissies</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De griffier staat de voorzitter van de raad ter zijde bij zijn zorg
                                voor een goede voorbereiding en een goed verloop van de
                                vergaderingen van de raad.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De griffier staat de voorzitters van de raadscommissies ter zijde
                                bij de zorg voor een goede voorbereiding en een goed verloop van de
                                vergaderingen van de raadscommissies.</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vergaderingen van de raad en raadscommissie</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De griffier is aanwezig bij de raadsvergaderingen en draagt zorg
                                voor een goede en tijdige verslaglegging van de vergaderingen met
                                inbegrip van de vastlegging van de besluiten.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De griffier is aanwezig bij de vergaderingen van de
                                raadscommissies.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>De griffier draagt zorg voor de verzending van de voorlopige agenda,
                                notulen en overige stukken aan raads- en commissieleden.</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Ondersteuning presidium, waar in de tekst wordt gesproken over het
                            ‘presidium’ moet het ‘fractievoorzittersoverleg’ gelezen
                            worden(vastgesteld d.d.14 september 2006).</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De griffier is aanwezig bij de vergaderingen van het presidium en
                                draagt zorg voor een goede en tijdige verslaglegging van de
                                vergaderingen.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Indien het presidium aanvullende ondersteuning behoeft, draagt de
                                griffier er zorg voor dat deze gegeven wordt.</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Ondersteuning onderzoekscommissie</titel>
          </kop>
          <al>Indien de raad een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a van de
                        Gemeentewet instelt, ondersteunt de griffier deze commissie.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Ambtelijke bijstand</titel>
          </kop>
          <al>De griffier draagt er, zo nodig in samenwerking met de secretaris, zorg voor
                        dat de leden van de raad desgevraagd ambtelijke bijstand verkrijgen.
                        Voorschriften hierover worden gesteld bij de verordening op de ambtelijke
                        bijstand en de fractieondersteuning.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Organisatie griffie</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De griffier geeft leiding aan de griffie.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>De griffier wordt tevens in zijn werkzaamheden ten behoeve van de
                                raad en de commissies bijgestaan door daartoe door de
                                gemeentesecretaris aangewezen functionarissen uit de ambtelijke
                                organisatie.</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Facilitaire zaken</titel>
          </kop>
          <al>De griffier maakt gebruik van de facilitaire voorzieningen, die de
                        ambtelijke organisatie ten dienste staan, zulks conform de daarvoor geldende
                        regels.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Verhindering en vervanging</titel>
          </kop>
          <al>Indien de griffier (meer dan 5 dagen) verhinderd is zijn ambt te vervullen,
                        doet hij daarvan tijdig mededeling aan de raad. De plaatsvervangend griffier
                        treedt gedurende de periode van verhindering in zijn plaats. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>(Jaar)werkplan en jaarverslag werkzaamheden griffie</titel>
          </kop>
          <al>Met ingang van het jaar 2004 biedt de griffier jaarlijks een werkplan en een
                        jaarverslag aan van de werkzaamheden en de bevindingen van de griffie aan de
                        raad.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Functionerings-/beoordelingsgesprek</titel>
          </kop>
          <al>Jaarlijks voeren de voorzitter van de gemeenteraad en twee leden uit het
                        presidium een functionerings-/beoordelingsgesprek met de griffier. Het
                        verslag van het gesprek wordt aangeboden aan het presidium.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Slotbepaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>In alle gevallen waarin deze instructie niet voorziet, pleegt de
                                griffier voor zover nodig overleg met de voorzitter van de
                                raad.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Deze instructie treedt in werking op de dag na de vaststelling.
                                Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijkerhout op 29
                                januari 2004</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting op de instructie voor de griffier</label>
        </kop>
        <al>Volgens artikel 107a, 2e lid van de Gemeentewet dient de raad een instructie
                    vast te stellen voor de griffier. Daarnaast staat in de artikelen 107d en 107 e
                    van de Gemeentewet, dat de raad de vervanging van de griffier regelt en, dat de
                    raad regels kan stellen over de organisatie van de griffie. De voorliggende
                    instructie is opgesteld op basis van de modelinstructie van de VNG. Overigens
                    wordt in deze instructie onder raadslid of raadsleden tevens niet-raadslid of
                    niet-raadsleden verstaan, zoals geformuleerd in artikel 4 van de verordening op
                    de raadscommissies. </al>
        <tussenkop>Artikel 1</tussenkop>
        <al>De hoofdverantwoordelijkheid van de griffier is de ondersteuning van de raad.
                    Deze taak behoort niet meer tot de taken van de gemeentesecretaris. De griffier
                    is het aanspreekpunt voor alle vragen naar ambtelijke ondersteuning van de raad
                    en de individuele raadsleden. In de structurele werkzaamheden zijn te
                    onderscheiden:</al>
        <al>-Logistiek/secretarieel</al>
        <al>Dit betreft de zorg ten aanzien van vergaderingen van de raad, de
                    raadscommissies en het presidium. Te denken valt aan het bijwonen van
                    vergaderingen, agendavorming, opstellen van interne besluitenlijst (voor de
                    raad), lezen van stukken, verslaglegging, actualiseren van toezeggingenlijsten
                    en afhandeling van stukken. Daarnaast bestaat aandacht voor scholing en vorming
                    (cursussen, congressen, symposia, etc.) en allerlei vormen van overleg (o.a.
                    structureel, wekelijks driehoeksoverleg met voorzitter van de raad en
                    secretaris, regionaal griffiersoverleg, etc.).</al>
        <al>-Procesbeheer</al>
        <al>Voortgangsbewaking rond raad, raadscommissies en presidium.</al>
        <al>-Inhoudelijke ondersteuning</al>
        <al>Vraagbaak voor raad, fracties en individuele raadsleden. Veelal mondeling en via
                    emailverkeer. Ondersteuning en advisering van raad(sleden) ten aanzien van zaken
                    als amendement, vragenrecht, onderzoek, motie, initiatiefrecht en algehele
                    ondersteuning met mogelijkheid van coaching. Rol als vertrouwenspersoon
                    (klankbordrol in een vertrouwelijker setting).</al>
        <tussenkop>Artikel 2</tussenkop>
        <al>De raadsagenda wordt vastgesteld door de raad en wordt voorbereid door het
                    presidium (zie ook de toelichting op artikel 5). De griffie neemt de ambtelijke
                    voorbereiding ter hand. De administratieve ondersteuning wordt eveneens door de
                    griffie verleend. Indien de raad een jaaragenda o.i.d. wenst vast te stellen,
                    ligt het in de rede, dat de griffier ook daarbij ondersteuning biedt. </al>
        <tussenkop>Artikelen 3 en 4</tussenkop>
        <al>De burgemeester wordt in zijn functie van voorzitter van de raad bijgestaan door
                    de griffier. In zijn functie van voorzitter van het college en van zelfstandig
                    bestuursorgaan van de gemeente wordt hij net als voorheen bijgestaan door de
                    secretaris. De griffier zit naast de burgemeester tijdens raadsvergaderingen, is
                    eindverantwoordelijk voor de verslaglegging en verricht alle mogelijk denkbare
                    (administratieve) ondersteuning. Ook bijvoorbeeld het bodepersoneel gedraagt
                    zich tijdens raads- en commissievergaderingen naar de aanwijzingen van de
                    griffier. </al>
        <tussenkop>Artikel 5 </tussenkop>
        <al>Het presidium (waarvan de samenstelling is geregeld in het R.v.O.) wordt
                    ondersteund door de griffier en zijn voornaamste taak is het bepalen van de
                    procedure voor de behandeling van voorstellen en agendering van onderwerpen. Het
                    presidium leidt doorgaans een virtueel bestaan. Via de digitale snelweg (per
                    email) wordt overleg gevoerd over de samenstelling van de voorlopige
                    raadsagenda. Op ad hoc-basis komt het presidium bijeen voor de bespreking van
                    procedurele zaken. Kwesties betreffende het dualisme worden behandeld in de
                    commissie bestuurlijke aangelegenheden en middelen.</al>
        <tussenkop>Artikel 6</tussenkop>
        <al>Indien de raad een enquêtecommissie instelt zal deze natuurlijk behoefte hebben
                    aan ambtelijke ondersteuning. Het is logisch dat deze vanuit de griffie
                    verschaft zal worden. De enquêtecommissie is immers een raadscommissie. Wellicht
                    zal voor een dergelijke commissie tijdelijk extra menskracht (intern dan wel
                    extern) ingeschakeld moeten worden vanwege het intensieve en tijdelijke karakter
                    van de werkzaamheden. Op grond van artikel 155a, achtste lid, van de Gemeentewet
                    wordt een verordening opgesteld waarin nadere voorschriften worden gesteld met
                    betrekking tot bedoelde enquêtes. Daarin worden ook regels gesteld over de
                    ambtelijke bijstand.</al>
        <tussenkop>Artikel 7</tussenkop>
        <al>De griffier heeft een spilfunctie in het goed laten verlopen van ambtelijke
                    ondersteuning voor de raadsleden. De regeling hiervoor is uitgewerkt in de
                    verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning. Uitgangspunt
                    is dat verzoeken om ondersteuning in eerste instantie bij de griffier worden
                    ingediend. Een belangrijke taak voor de griffier kan zijn, de bewaking van de
                    termijn waarbinnen de bijstand verleend wordt. Gezien de verschillen in aard en
                    omvang van de werkzaamheden is er geen uniforme termijn te stellen. Het actief
                    bewaken van de voortgang van het proces door de griffier kan echter wel
                    voorkomen dat een verzoek onnodig lang blijft liggen.</al>
        <tussenkop>Artikel 8</tussenkop>
        <al>Het tweede lid heeft betrekking op de ambtelijke bijstand, die de griffier nodig
                    heeft voor het adequaat uit kunnen oefenen van zijn functie. Te denken valt aan
                    de eenheid interne zaken (waaronder de bodedienst), de eenheid financiën en het
                    bestuurssecretariaat. De afspraken voor deze reeds feitelijk plaatsvindende
                    ondersteuning dienen nog te worden geformaliseerd. </al>
        <tussenkop>Artikelen 9, 10 en 11</tussenkop>
        <al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al>
        <tussenkop>Artikel 12</tussenkop>
        <al>Dit artikel is van belang voor de functionerings- en rechtspositionele aspecten
                    van het griffierschap.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
