<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR10344_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant, 8 juni 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988 (inclusief Wet op de archeologische monumentenzorg)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 3 lid 2, artikel 9 lid 3 en artikel 27 lid 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 12.0027</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1. Deze verordening vervangt de monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 24 april 1989, nr.53, gewijzigd bij raadsbesluit van 20 december 1994, nr.94.0233, bekendgemaakt op 30 december 1994 en in werking getreden op 7 januari 1995, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 14 december 1999, nr. 99.0143, bekendgemaakt op 28 januari 2000 en in werking getreden op 1 februari 2000, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten.</al><al>2. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. Alsdan vervalt de verordening onder punt 1, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten (artikel 26).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>monument</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of (cultuur)historische
                                        waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                        zaak als bedoeld onder 1;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beschermd gemeentelijk monument:</al><al>onroerend monument als bedoeld onder a 1 en 2, dat overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument
                                is aangewezen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>gemeentelijk monumentenregister:</al><al>het register waarin staan geregistreerd alle overeenkomstig deze
                                verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen
                                zaken;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>beschermd rijksmonument:</al><al>onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de
                                Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>kerkelijk monument:</al><al>onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap,
                                kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en
                                dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de
                                uitoefening van de eredienst;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden:</al><al>de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie of
                                aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders
                                conform hetReglement voor de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden
                                te adviseren over de aanwijzing van monumenten, de toepassing van de
                                Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid;
                                daaronder niet inbegrepen het uitbrengen van adviezen over de
                                verlening van vergunningen bij verbouw of sloop van monumenten;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Welstands- en monumentencommissie Leiden:</al><al>de op basis van art. 15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde
                                commissie of aangewezen instantie, met als taak burgemeester en
                                wethouders conform het Reglement van orde voor de Welstands- en
                                monumentencommissie Leiden te adviseren over het verlenen van
                                vergunningen bij verbouw of sloop van monumenten;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>vergunning: </al><al>een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht:</al><al>groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun
                                schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan
                                wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke
                                groepen zich een of meer monumenten bevinden;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>bevoegd gezag: </al><al>het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de
                                registratie in het gemeentelijk monumentenregister</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, al doen niet op aanvraag van
                                    een belanghebbende, een onroerend monument als bedoel onder 1a
                                    en b aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een
                                    besluit nemen, vragen zij advies aan de Adviescommissie
                                    Cultuurhistorie Leiden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kunnen burgemeester en wethouders
                                    zonder advies van de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden een
                                    onroerende zaak aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument.
                                    Terstond na de voorlopige aanwijzing vragen burgemeester en
                                    wethouders advies aan de Adviescommissie Cultuurhistorie
                                    Leiden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorlopige aanwijzing vervalt na vierentwintig weken of
                                    zoveel eerder wanneer Burgemeester en Wethouders een definitief
                                    besluit nemen over de aanwijzing. De artikelen 9 tot en met 14
                                    zijn van toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden
                                    schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van
                                    burgemeester en wethouders tot voorlopige aanwijzing van de
                                    onroerende zaak als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing
                                    van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument
                                    als bedoeld onder 1a en b bepalen dat een nader waardestellend
                                    onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument als
                                    gemeentelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de
                                    eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op
                                    grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
                                    aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenverordening
                                    van de provincie Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden adviseert schriftelijk
                                    binnen twaalf weken na ontvangst van het verzoek van
                                    burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na
                                    ontvangst van het advies van de Adviescommissie Cultuurhistorie
                                    Leiden, maar in ieder geval binnen vierentwintig weken na de
                                    adviesvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt
                                medegedeeld aan:</al><lijst><li nr="a."><al>Degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale
                                        legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire
                                        schuldeisers;</al></li><li nr="b."><al>De gemeenteraad en de Adviescommissie Cultuurhistorie
                                        Leiden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie in het gemeentelijke monumentenregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders registreren het beschermde
                                    gemeentelijke monument in het gemeentelijke
                                    monumentenregister.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeentelijke monumentenregister ligt voor een ieder ter
                                    inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gemeentelijke monumentenregister bevat het monumentnummer,
                                    de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de
                                    kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van
                                    het beschermde gemeentelijk monument. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op
                                    aanvraag van een belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, lid 2 t/m 6, alsmede artikel 4 en 5 zijn van
                                    overeenkomstige toepassing op de wijziging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders van ondergeschikte betekenis is, blijft
                                    overeenkomstige toepassing van artikel 3, lid 2 t/m 6, alsmede
                                    artikel 4 en 5 achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden in het
                                    gemeentelijke monumentenregister aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders de aanwijzing intrekken, zijn
                                    artikel 3, lid 2, 5 en 6, alsmede artikel 4 en artikel 5, van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien
                                    toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988
                                    of aan artikel 4 van de Monumentenverordening van de provincie
                                    Zuid-Holland.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De intrekking wordt in het gemeentelijk monumentenregister
                                    aangetekend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde
                                gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepalingen en vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te
                                        beschadigen of te vernielen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van bevoegd gezag of in
                                        strijd met bij zodanige vergunning gestelde
                                        voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te
                                                verstoren, te verplaatsen of te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te
                                                gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige
                                                wijze, dat het wordt aangetast, ontsierd of in
                                                gevaar gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
                                        lid, gelden niet indien:</al><al>a. het bevoegd gezag nadere regels stelt met betrekking tot
                                        de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd
                                        of;</al><al>b. de activiteit betrekking heeft op gewoon onderhoud, voor
                                        zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort,
                                        kleur en aanleg (in geval van een tuin, park of andere
                                        aanleg) niet wijzigt of;</al><al>c. de activiteit uitsluitend leidt tot inpandige
                                        veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het
                                        oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.</al><al>d. voor onder 3b en 3c genoemde activiteiten geldt wel een
                                        meldingsplicht, waarbij de eigenaar de gemeente de te
                                        verrichten activiteiten meldt.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan aan een vergunning voorwaarden
                                        verbinden in het belang van de monumentenzorg. </al></li><li nr="5."><al>Indien de vergunning een archeologisch monument betreft,
                                        kunnen daaraan in ieder geval de volgende voorwaarden worden
                                        verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische
                                                maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen
                                                worden behouden;</al></li><li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;
                                                of</al></li><li nr="c."><al>de verplichting de activiteit die tot
                                                bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een
                                                deskundige op het terrein van de archeologische
                                                monumentenzorg die voldoet aan de in de
                                                Monumentenwet gestelde voorwaarden.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Op terreinen van archeologische waarde geldt een
                                        vergunningplicht conform het bepaalde in het
                                        bestemmingsplan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 Toetsingscriterium</nr></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt
                                het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Advies van de Welstands- en monumentencommissie
                                    Leiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt advies aan de Welstands- en
                                    monumentencommissie Leiden voordat zij beslist op de aanvraag
                                    van de vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag een gemeentelijk archeologisch monument
                                    betreft, dan betrekt de Welstands- en monumentencommissie Leiden
                                    een extern deskundig senior archeoloog bij haar advies. Het
                                    bevoegd gezag geeft op voorhand aan welke senior archeologen
                                    hiervoor in aanmerking komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het bevoegd gezag geeft met betrekking tot een beschermd kerkelijk
                                monument geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 9 dan
                                in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een
                                beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Register</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag houdt een openbaar register aan, waarin
                                    aantekening wordt gehouden van ingevolge artikel 11, vierde lid,
                                    verleende vergunningen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het in het eerste lid bedoelde register worden voorts
                                    aangetekend:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>het nummer van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>de plaats van het monument waarop de vergunning
                                            betrekking heeft, alsmede de van belangzijnde
                                            gegevens;</al></li><li nr="d."><al>de aard van de werkzaamheden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                            onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als
                                            bedoeld in artikel 9 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder
                                            zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het
                                            monument zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen zesentwintig weken van de vergunning gebruik
                                            wordt gemaakt door start van de werkzaamheden.</al></li><li nr="e."><al>de vergunninghouder hierom verzoekt en het belang van
                                            het monument zich hiertegen niet verzet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                                    Welstands- en monumentencommissie Leiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de beschikking tot intrekking wordt aantekening gemaakt in
                                    het register, bedoeld in artikel 13.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stads- of
                                dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een stads- of dorpsgezicht
                                aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit
                                nemen, vragen zij advies aan de Adviescommissie Cultuurhistorie
                                    Leiden<vet>.</vet> In spoedeisende gevallen kan het vragen van
                                dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is
                                aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of dat
                                is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie
                                Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijn advies en plaatsingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden adviseert schriftelijk
                                binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na
                                ontvangst van het advies van de Adviescommissie Cultuurhistorie
                                Leiden, maar in ieder geval binnen twintig weken na de
                                adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Registratie in het gemeentelijke monumentenregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders registreren het beschermde gemeentelijke
                                stads- of dorpsgezicht in het gemeentelijke monumentenregister.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeentelijk monumentenregister bevat de plaatselijke
                                aanduiding, datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het
                                beschermde stadsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte
                                cultuurhistorische waarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Wijzigen en intrekken van de aanwijzing</titel></kop><al>De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                            verstande dat aan artikel 8, derde lid, nog wordt toegevoegd artikel 35
                            van de Monumentenwet 1988 en artikel 3 van de Monumentenverordening van
                            de provincie Zuid-Holland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vaststellen beschermend bestemmingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd
                                gemeentelijk stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als
                                bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij besluit tot aanwijzing
                                van een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht kan hiertoe
                                een termijn worden gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk stads-
                                of dorpsgezicht wordt door burgemeester en wethouders bepaald in
                                hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin
                                van het eerste lid kunnen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens burgemeester en wethouders de gemeenteraad ter zake een
                                voorstel doen, vragen zij advies aan de Welstands- en
                                monumentencommissie Leiden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Welstands- en monumentencommissie Leiden adviseert schriftelijk
                                binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergunning tot slopen in beschermd gemeentelijk stads- of
                                dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten is het
                                verbo­den een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of
                                in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning is niet vereist voor het slopen:</al><lijst><li nr="a."><al>ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag ingevolge
                                        Hoofdstuk III van de Woningwet;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>van bouwwerken waarvoor ingevolge artikel 43 van de
                                        Woningwet geen vergunning is vereist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt advies aan de Welstands- en
                                monumentencommissie Leiden voordat zij beslist op de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het
                                bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen
                                bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning kan onder beperkingen worden verleend en aan de
                                vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekken van de vergunning voor sloop in beschermd gemeentelijk
                                stads- of dorpsgezicht</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>binnen een bij de vergunning te bepalen termijn na dagtekening
                                    van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is
                                    gemaakt;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de werkzaamheden langer dan een in de vergunning te bepalen
                                    termijn zijn gestaakt;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> in strijd wordt gehandeld met beperkingen waaronder de
                                    vergunning is verleend of met de voorschriften die aan de
                                    vergunning zijn verbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vergunning voor een beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt advies over het ontwerpbesluit aan de
                                Welstands- en monumentencommissie Leiden voordat zij beslist op de
                                aanvraag van de vergunning.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                                van:</al><al>a. de weigering van burgemeester en wethouders een
                                vergunningte verlenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid,
                                van deze verordening;</al><al>b. voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een
                                vergunning als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van deze
                                verordening; schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of
                                niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen burgemeester
                                en wethouders hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen
                                schadevergoeding toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                                Procedureregeling planschadevergoeding overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Indien overtreding van enig artikel van deze verordening niet strafbaar
                            is gesteld krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt
                            overtreding van het bij of krachtens de in deze verordening genoemde
                            artikelen gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Opsporingsbevoegdheid</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 23 strafbaar gestelde feiten is, naast de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn
                            belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn
                            vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist,
                            wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en
                            plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de
                            rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan hen die en voor
                            zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de
                            naleving van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                                monumenten treedt zij in werking op de eerste dag na
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op artikel 9, lid 3,
                                sub b en c werkt zij terug tot 1 januari 2012. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening
                            2008'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>