<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR103230_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu gemeente Bladel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kempenaer, 10 september 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu gemeente Bladel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Awb, artikel 1:3, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Awb, artikelen 4:81</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Invoeringswet Wabo, artikel 1.2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wabo, artikel 2.33, lid 2, sub a en c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-09-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14it.01456</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Wabo geeft de mogelijkheid om omgevingsvergunningen waarvan geen of niet langer gebruik wordt gemaakt, in te trekken. In de beleidsregel wordt omschreven hoe de gemeente van deze intrekkingsbevoegdheid gebruik gaat maken, innzake bouwen en milieu.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu
            gemeente Bladel
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en milieu</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Gelet op het bepaalde in artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb), artikel 4:81 tot en met 4:84 Awb, artikel 1.2 van de
                        Invoeringswet Wabo, artikel 2.33 lid 2 onder a en c van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht (Wabo) hebben wij beleidsregels vastgesteld voor
                        het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en
                        milieu.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepaling</titel>
          </kop>
          <al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Omgevingsvergunning: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld
                                in artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht;</al></li>
            <li nr="b."><al>Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten,
                                vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;</al></li>
            <li nr="c."><al>Intrekken: het geheel of gedeeltelijk intrekken van een
                                omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of milieu op grond
                                van artikel 2:33 lid 2 onder a van de Wabo</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Intrekkingsregeling bij activiteit milieu</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Volgens artikel 2.33, lid 2 onder a van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht is het college van burgemeester en wethouders bevoegd
                                om een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken
                                indien gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met
                                gebruikmaking van de vergunning.</al></li>
            <li nr="b."><al>Als niet tijdig de inrichting in gebruik is genomen dan wel de
                                inrichting is gewijzigd wordt aan de vergunninghouder een voornemen
                                van het intrekken van de omgevingsvergunning bekend gemaakt volgens
                                artikel 7 van deze beleidsregels.</al></li>
            <li nr="c."><al>Als een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende
                                zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn
                                waarbinnen de inrichting in bedrijf moet zijn.</al></li>
            <li nr="d."><al>De termijn bedoeld onder c wordt naar redelijkheid en in het licht
                                van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 182
                                weken na het onherroepelijk worden van de verleende
                                omgevingsvergunning.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang bouw</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Volgens artikel 2.33, lid 2 onder a van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht is het college van burgemeester en wethouders bevoegd
                                om een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken als
                                niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning
                                een begin is gemaakt met het bouwen.</al></li>
            <li nr="b."><al>Alleen als er urgente en/of zwaarwegende planologische belangen zijn
                                wordt van deze bevoegdheid na 26 weken actief gebruik gemaakt. Doen
                                zich geen urgente en zwaarwegende planologische belangen voor dan
                                wordt na 104 weken na het onherroepelijk worden van de verleende
                                vergunning gebruik gemaakt van deze bevoegdheid.</al></li>
            <li nr="c."><al>Er zijn ‘urgente en zwaarwegende planologische belangen’ als voor
                                het gebied waarbinnen het vergunde object is gesitueerd een
                                bestemmingsplan in voorbereiding is en het vergunde object het
                                toekomstig planologisch kader frustreert. Hierbij moet ten minste
                                sprake zijn van het nemen van een gepubliceerd voorbereidingsbesluit
                                op grond van artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) of
                                van een ontwerpbestemmingsplan dat op grond van artikel 3.8 van de
                                Wro ter inzage is gelegd en is gepubliceerd.</al></li>
            <li nr="d."><al>Als niet tijdig met de uitvoering van het werk is begonnen wordt aan
                                de vergunninghouder een voornemen van het intrekken van de
                                omgevingsvergunning bekend gemaakt volgens artikel 7 van deze
                                beleidsregels.</al></li>
            <li nr="e."><al>Als een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende
                                zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn
                                waarbinnen met het bouwen een begin moet zijn gemaakt.</al></li>
            <li nr="f."><al>De termijn bedoeld onder e wordt naar redelijkheid en in het licht
                                van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 156
                                weken na het onherroepelijk worden van de verleende
                                omgevingsvergunning.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Intrekkingsregeling bij stilliggen
                            bouwwerkzaamheden</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Volgens artikel 2.33, lid 2 onder a van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht is het college van burgemeester en wethouders bevoegd
                                om een omgevingsvergunning in te trekken als het bouwen langer dan
                                26 weken heeft stilgelegen.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="b."><al>Van deze bevoegdheid wordt actief gebruik gemaakt. Dat betekent dat
                                als het bouwen 26 weken stilligt de omgevingsvergunning wordt
                                ingetrokken.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="c."><al>Als het werk 26 weken heeft stilgelegen wordt aan de
                                vergunninghouder het voornemen van het intrekken van de vergunning
                                bekendgemaakt volgens artikel 7 van deze beleidsregels. </al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="d."><al>Als een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende
                                zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn
                                waarbinnen weer gestart moet worden met het bouwen.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="e."><al>De termijn bedoeld onder d wordt naar redelijkheid en in het licht
                                van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 52
                                weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Gunnen ruimere termijn voor start of herstart
                            bouwwerkzaamheden</titel>
          </kop>
          <al>In de volgende situaties is sprake van een concreet geval waarvoor een
                        ruimere termijn kan worden gegund zoals bedoeld in artikel 2 onder d,
                        artikel 3, onder f en artikel 4, onder e van deze beleidsregels.</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>De vergunninghouder kan met concrete documenten (geaccepteerde
                                offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen
                                en/of hiermee gelijk te stellen documenten) zijn intentie tot het
                                starten met het bouwen aantonen.</al></li>
            <li nr="b."><al>De vergunninghouder kan persoonlijke omstandigheden opvoeren.
                                Bijvoorbeeld een sterfgeval of ziekte in de familie, die aantoonbaar
                                tot uitstel van het bouwen hebben geleid. Een ruimere termijn wordt
                                alleen gegund als de persoonlijke omstandigheid zich niet meer dan
                                26 weken voor de start van de intrekkingprocedure heeft voorgedaan
                                of deze op dat moment nog voortduurt.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Intrekken na toekenning ruimere termijn </titel>
          </kop>
          <al>Als binnen de in artikel 2 onder d , artikel 3, onder f en artikel 4, onder
                        e van deze beleidsregels gestelde ruimere termijn geen begin is gemaakt met
                        het bouwen wordt de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen
                        zonder voorafgaande aankondiging ingetrokken.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Procedure tot intrekking van de vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de reguliere
                        voorbereidingsprocedure of de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen
                        verleend is voor 1 oktober 2010:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>krijgen belanghebbenden voordat een omgevingsvergunning wordt
                                ingetrokken de gelegenheid om hierover binnen een termijn van twee
                                weken een mondelinge of schriftelijke zienswijze naar voren te
                                brengen (artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht).</al></li>
            <li nr="b."><al>de gemeente neemt binnen 6 weken na de ontvangst van de zienswijze
                                een besluit over het intrekken van de omgevingsvergunning volgens
                                deze beleidsregels.</al></li>
            <li nr="c."><al>het eventuele besluit om de omgevingsvergunning in te trekken wordt
                                bekendgemaakt aan vergunninghouder en eventuele derdebelanghebbenden
                                en wordt gepubliceerd in de Lantaarn.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de uitgebreide
                        voorbereidingsprocedure of de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu
                        verleend is voor 1 oktober 2010:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>wordt voordat een omgevingsvergunning wordt ingetrokken het ontwerp
                                van het te nemen besluit zes weken ter inzage gelegd. Hiervoor wordt
                                een kennisgeving van het ontwerpbesluit gepubliceerd in de Lantaarn
                                en ontvangt de vergunninghouder een brief.</al></li>
            <li nr="b."><al>belanghebbenden kunnen zowel schriftelijk als mondeling hun
                                zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.</al></li>
            <li nr="c."><al>als er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt de gemeente
                                binnen 4 weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van
                                zienswijzen is verstreken het besluit. Als er wel zienswijzen naar
                                voren zijn gebracht neemt de gemeente het besluit uiterlijk 12 weken
                                na de terinzagelegging (artikel 3:18 Awb).</al></li>
            <li nr="d."><al>het eventuele besluit om de omgevingsvergunning in te trekken wordt
                                bekendgemaakt aan vergunninghouder en eventueel derdebelanghebbenden
                                en wordt gepubliceerd in de Lantaarn.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Uitsluiting overige intrekkingsgronden</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregels sluiten beslissingen over de overige in artikel 2.33 van
                        de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht opgenomen intrekkingsgronden niet
                        uit.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>Er wordt volgens deze beleidsregels gehandeld tenzij dat voor één of meer
                        belanghebbenden gevolgen hebben die door bijzondere omstandigheden
                        onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen
                        doelen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels intrekken
                        omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en milieu gemeente
                        Bladel”.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze beleidsregel treedt in werking één dag na publicatie van het besluit in
                        De Lantaarn.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <nr>1:</nr>
          <titel>Artikel 2:33 Wabo</titel>
        </kop>
        <al/>
        <tussenkop>
          <vet>Lid 1</vet>
        </tussenkop>
        <al>Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, voor zover: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor
                            Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie dat
                            vereist; </al></li>
          <li nr="b."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,
                            eerste lid, onder e, indien door toepassing van artikel 2.31, eerste
                            lid, aanhef en onder b, redelijkerwijs niet kan worden bereikt dat in de
                            inrichting of het mijnbouwwerk ten minste de voor de inrichting of het
                            mijnbouwwerk in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden
                            toegepast; </al></li>
          <li nr="c."><al>dat nodig is ter uitvoering van een verzoek als bedoeld in artikel 2.29,
                            eerste lid, tweede volzin, onder a, of een aanwijzing als bedoeld in
                            artikel 2.34, eerste lid; </al></li>
          <li nr="d."><al>de inrichting of het mijnbouwwerk ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor
                            het milieu veroorzaakt en toepassing van artikel 2.31 daarvoor
                            redelijkerwijs geen oplossing biedt; </al></li>
          <li nr="e."><al>deze van rechtswege is verleend, indien deze betrekking heeft op een
                            activiteit die ontoelaatbaar ernstige nadelige gevolgen voor de fysieke
                            leefomgeving heeft of dreigt te hebben en toepassing van artikel 2.31,
                            eerste lid, aanhef en onder c, daarvoor redelijkerwijs geen oplossing
                            biedt; </al></li>
          <li nr="f."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,
                            eerste lid, onder e, indien de inrichting een stortplaats als bedoeld in
                            artikel 8.47 van de Wet milieubeheer of een afvalvoorziening als bedoeld
                            in artikel 1.1 van die wet is: indien de stortplaats of afvalvoorziening
                            krachtens paragraaf 8.2 van die wet voor gesloten is verklaard; </al></li>
          <li nr="g."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.19, in
                            gevallen die in het betrokken wettelijk voorschrift zijn aangegeven.
                        </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <vet>Lid 2</vet>
        </al>
        <al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken,
                    voor zover: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>gedurende drie jaar, dan wel indien de vergunning betrekking heeft op
                            een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a
                            onderscheidenlijk b of g, gedurende 26 weken onderscheidenlijk de in de
                            vergunning bepaalde termijn, geen handelingen zijn verricht met
                            gebruikmaking van de vergunning; </al></li>
          <li nr="b."><al>de vergunninghouder daarom heeft verzocht; </al></li>
          <li nr="c."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,
                            eerste lid, onder d, indien dit in het belang van de brandveiligheid
                            nodig is met het oog op het voorziene gebruik van het bouwwerk, en het
                            niet mogelijk blijkt door toepassing van artikel 2.31, tweede lid, onder
                            a, dat belang voldoende te beschermen; </al></li>
          <li nr="d."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,
                            eerste lid, onder e, indien: </al><lijst>
              <li nr="1°."><al>dit in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen
                                    nodig is; </al></li>
              <li nr="2°."><al>de inrichting of het mijnbouwwerk geheel of gedeeltelijk is
                                    verwoest; </al></li>
            </lijst></li>
          <li nr="e."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,
                            eerste lid, onder f, indien de omstandigheden aan de kant van de
                            vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd dat het belang van de
                            monumentenzorg zwaarder moet wegen; </al></li>
          <li nr="f."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1,
                            eerste lid, onder i, op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken
                            algemene maatregel van bestuur; </al></li>
          <li nr="g."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, op
                            de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening; </al></li>
          <li nr="h."><al>deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.19, op
                            de gronden die zijn aangegeven in het betrokken wettelijk voorschrift. </al><al/></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>Lid 3</vet>
        </al>
        <al>Voor zover een verzoek van een vergunninghouder tot gehele of
                    gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
                    activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, trekt het bevoegd
                    gezag de omgevingsvergunning slechts geheel of gedeeltelijk in, indien het
                    belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. </al>
        <al/>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <nr>II:</nr>
          <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
        </kop>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2</vet>
        </al>
        <al>Artikel 2 bepaalt dat de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu kan
                    worden ingetrokken na drie jaar. Dit kan zowel gaan om een activiteit die
                    toeziet op het oprichten van een inrichting of het wijzigen van een inrichting.
                    Gezien de ruimte termijn in de wet van drie jaar is slechts eenmalig uitstel
                    mogelijk voor een periode van zes maanden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel bepaalt dat, als er geen ‘urgente en zwaarwegende planologische
                    belangen’ zijn, een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten waarvan geen
                    gebruik is gemaakt na 104 weken na het onherroepelijk worden van de
                    omgevingsvergunning, wordt ingetrokken. Met een termijn van 104 weken is
                    rekening gehouden met diverse aspecten die invloed kunnen hebben op het
                    bouwproces. Hierbij kan worden gedacht aan:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>De planning van de bouw (moment vergunningverlening, aanvraag offertes,
                            de keuze van en de planning van de aannemer);</al></li>
          <li nr="b."><al>Vertragende omstandigheden als het weer en persoonlijke
                            gebeurtenissen;</al></li>
          <li nr="c."><al>Daarnaast leert de ervaring dat bij grote projecten meestal wordt
                            gestart met de bouw na 1 tot 2 jaar en bij kleine projecten na ½ tot 1
                            jaar. Ook gelet op de snelheid waarmee wijzigingen zich opvolgen in de
                            regelgeving en de overgangstermijnen is een termijn van 104 weken goed
                            werkbaar.</al></li>
        </lijst>
        <al>Sub e en f van dit artikel bieden de mogelijkheid om in concrete gevallen een
                    ruimere termijn te bieden met een maximum van 156 weken.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel bepaalt dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen,
                    waarbij het bouwen 26 weken aaneengesloten heeft stilgelegen, wordt ingetrokken.
                    De termijn start op het moment van de constatering dat het bouwen stilligt. De
                    termijn die hier wordt gehanteerd is aanzienlijk</al>
        <al>korter dan bij het uitblijven van de aanvang van de bouw omdat op het moment van
                    constatering dat de bouw stilligt er wellicht al een aanzienlijke periode is
                    verstreken vanaf het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning. Daarnaast
                    zijn niet voltooide gebouwen bouwkundig en ruimtelijk ongewenst. Het komt de
                    bouw en het bouwwerk niet ten goede wanneer de constructie en bouwelementen
                    langdurig in ‘weer en wind’ liggen. Voor het straatbeeld is een gebouw dat lang
                    in aanbouw is niet wenselijk. In een nieuwbouwwijk kan dit tevens ongewenste
                    gevolgen hebben op de fasering en inrichting van het openbaar terrein zoals de
                    straatinrichting. Sub d en e van dit artikel bieden de mogelijkheid om in
                    concrete gevallen een ruimere termijn te bieden met een maximum van 52
                    weken.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel worden concrete situaties omschreven waarvoor een ruimere termijn
                    als bedoeld in artikel 2, 3 en 4 gehanteerd kan worden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6</vet>
        </al>
        <al>Hierin is opgenomen dat als de toegekende ruimere termijn voor de start of
                    herstart van het bouwen is verstreken en start of herstart van de bouw is
                    uitgebleven de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen alsnog wordt
                    ingetrokken.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel staat de procedure voor het intrekken van een
                    omgevingsvergunning. De procedure maakt verschil in omgevingsvergunningen die
                    tot stand zijn gekomen met de reguliere en met de uitgebreide
                    voorbereidingsprocedure. Vergunningen die verleend zijn voor de inwerkingtreding
                    van de Wabo worden onder de eerste categorie gerekend.</al>
        <al>Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen naar voren
                    te brengen. Deze worden vervolgens meegenomen in de overwegingen om de
                    vergunning in te trekken. Als een omgevingsvergunning is ingetrokken publiceren
                    wij dit in de Lantaarn.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8</vet>
        </al>
        <al>Met dit artikel wordt aangegeven dat deze beleidsregels de overige in artikel
                    2.33 Wabo aangegeven situaties waarin een omgevingsvergunning ingetrokken kan
                    worden onbelemmerd laten.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9</vet>
        </al>
        <al>Als het intrekkingsbesluit onevenredige gevolgen heeft voor het doel dat wordt
                    nagestreefd, geeft dit artikel de mogelijkheid daar van af te zien.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel geeft de citeertitel van deze beleidsregels weer.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 11</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel geeft de inwerkingtreding van de beleidsregels aan.</al>
      </bijlage>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Inhoudsopgave</titel>
        </kop>
        <al>
          <cursief>Artikel 1 Begripsbepaling </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 2 Intrekkingsregeling bij activiteit milieu </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 3 Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang bouw
                    </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 4 Intrekkingsregeling bij stilliggen bouwwerkzaamheden
                    </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 5 Gunnen ruimere termijn voor start of herstart
                        bouwwerkzaamheden </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 6 Intrekken na toekenning ruimere termijn </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 7 Procedure tot intrekking van de vergunning </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 8 Uitsluiting overige intrekkingsgronden </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 9 Hardheidsclausule </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 10 Citeertitel </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Artikel 11 Inwerkingtreding </cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Bijlage I Artikel 2: 33 Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht</cursief>
        </al>
        <al>
          <cursief>Bijlage II Artikelsgewijze toelichting </cursief>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>