<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102652_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING AFVALWATERVERWERKING 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 04-11-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalwaterverwerking 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_01-06-2011">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-11-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR340387_1">Verordening afvalwaterverwerking 2014</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule> Verordening afvalwaterverwerking 2011 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad stelt de ' Verordening afvalwaterverwerking 2011 '
                        vast.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al><vet>Aansluitleiding:</vet> het particulier riool, het
                                    aansluitpunt en de perceelaansluitleiding samen;</al></li><li nr="b. "><al><vet>Aansluitpunt:</vet></al><al>1. locatie waarop het particulier riool wordt aangesloten op het
                                    openbaar riool, vastgesteld: </al><al>a. bij gemengde en gescheiden rioolstelsels: het punt gelegen in
                                    het openbaar gebied waar de perceelaansluitleiding op de
                                    openbare riolering wordt aangesloten (met behulp van een
                                    opzetstuk) (zie voor grafische weergave bijlage 2); </al><al>b. bij een drukriool/vacuümriool: het punt waar het particulier
                                    riool wordt aangesloten op de pompput/ vacuümput (zie voor
                                    grafische weergave bijlage 2); </al><al>c. bij overige voorzieningen voor het doelmatig verzamelen en
                                    verwerken van afvalwater in eigendom van de gemeente, zoals
                                    systemen voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA):
                                    het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op deze
                                    voorziening;</al><al>2. locatie waarop het particulier riool wordt aangesloten op het
                                    CAD-systeem(zie voor grafische weergave bijlage 2);</al></li><li nr="c. "><al><vet>Bedrijfsafvalwater</vet>: al het afvalwater niet afkomstig
                                    uit particuliere huishoudens;</al></li><li nr="d. "><al><vet>Bronneringswater:</vet> grondwater, onttrokken ten behoeve
                                    van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand;</al></li><li nr="e. "><al><vet>C.A.D.:</vet> centrale afvoer drainagewater; Particulier
                                    stelsel van rioolleidingen in het buitengebied indirect in
                                    beheer bij de gemeente;</al></li><li nr="f. "><al><vet>Dockshelter:</vet> geheel of gedeeltelijke overkapping,
                                    waarbij vrachtwagens gelost kunnen worden;</al></li><li nr="g. "><al><vet>Drainagestelsel:</vet> leidingsysteem voor de afvoer van
                                    drainagewater;</al></li><li nr="h. "><al><vet>Drainagewater:</vet> water, ingezameld door een ingegraven
                                    doorlatend buizensysteem;</al></li><li nr="i. "><al><vet>Drukriool:</vet> het openbaar riool, voor de afvoer van
                                    afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het
                                    riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties
                                    veroorzaakte druk;</al></li><li nr="j. "><al><vet>Gemeente:</vet> de gemeente Westland;</al></li><li nr="k. "><al><vet>Gemengd stelsel:</vet> het openbaar riool voor de afvoer
                                    van afvalwater, inclusief schoon hemelwater;</al></li><li nr="l. "><al><vet>Gescheiden stelsel:</vet> het openbaar riool met een
                                    buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en drainagewater
                                    (HWA) en een buizenstelsel voor de afvoer van het overige
                                    (huishoudelijk en industrieel) afvalwater (DWA), niet gekoppelde
                                    buizenstelsels. Eventueel aangevuld met een afkoppelstelsel
                                    (SHWA). Het HWA-stelsel loost via een zuiveringsvoorziening op
                                    het oppervlaktewater. Het DWA-stelsel loost op een gemaal.
                                    Daarnaast kan er nog een schoonhemelwaterstelsel zijn (SHWA),
                                    dat direct op oppervlaktewater loost;</al></li><li nr="m. "><al><vet>IBA(-systeem):</vet> systeem voor de Individuele
                                    Behandeling van Afvalwater. particulier of openbaar systeem voor
                                    inzameling en verwerking van huishoudelijk afvalwater;</al></li><li nr="n. "><al><vet>Infiltratiesysteem:</vet> leidingensysteem voor de afvoer
                                    van water via de bodem naar het grondwater;</al></li><li nr="o. "><al><vet>Infiltratieriool:</vet> een geperforeerde buis waaruit
                                    water kan infiltreren naar het grondwater én kan worden
                                    afgevoerd. Bijvoorbeeld via een overstort naar oppervlaktewater.
                                    Een infiltratieriool heeft een bergende, afvoerende en
                                    infiltratiefunctie;</al></li><li nr="p. "><al><vet>Lamellenfilter:</vet> filter dat ervoor zorgt dat oliën en
                                    vetten verwijderd worden en dat verontreinigd slib kan bezinken
                                    door het afvalwater door (kunststof) lamellen te voeren;</al></li><li nr="q. "><al><vet>Openbaar riool:</vet> het gedeelte van de riolering dat,
                                    bij de gemeente in eigendom en beheer is, voor inzameling en
                                    transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende
                                    rioolgemalen, pers- en vacuümleidingen en werken en installaties
                                    van overeenkomstige aard, met uitzondering van de
                                    perceelaansluitleidingen; Onder de gemeentelijke riolering
                                    vallen tevens de voor de openbare dienst bestemde overige
                                    voorzieningen in eigendom van de gemeente voor het doelmatig
                                    inzamelen en verwerken van afvalwater, zoals systemen voor de
                                    individuele behandeling van afvalwater;</al></li><li nr="r. "><al><vet>Particulier riool:</vet> 1. de binnen de kadastrale
                                    eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen-,
                                    buiten-, drainage- of terreinrioolleidingen tot de
                                    perceelaansluitleiding; </al><al>2. CAD-systeem: particulier riool, met afvalwater van meerdere
                                    (gezamenlijke glastuinbouw)percelen;</al></li><li nr="s. "><al><vet>Perceelaansluitleiding:</vet> het riool en voorzieningen
                                    die deel uitmaken van dit riool, tussen het openbaar riool (het
                                    aansluitpunt inclusief opzetstuk) en het particulier riool, is
                                    in beheer en eigendom bij de particulier;</al></li><li nr="t. "><al><vet>Rechthebbende:</vet> 1. de eigenaar of zakelijk gerechtigde
                                    van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het
                                    openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden; </al><al>2. de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van
                                    de onder 1 bedoelde personen;</al></li><li nr="u. "><al><vet>Regeneratiewater:</vet> spoelwater dat gebruikt wordt voor
                                    o.a. het schoonspoelen van ionenwisselaars;</al></li><li nr="v. "><al><vet>Rioolovereenkomst:</vet> de overeenkomst gesloten tussen de
                                    gemeente en rechthebbende van een perceel over het gebruik van
                                    de openbare riolering (zie bijlage 3);</al></li><li nr="w. "><al><vet>Vacuümriool:</vet> het openbaar riool, voor de afvoer van
                                    afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het
                                    riool plaatsvindt vanuit satellietputten door middel van
                                    onderdruk, veroorzaakt door vacuümstations;</al></li><li nr="x. "><al><vet>Verbeterd gescheiden stelsel:</vet> het openbaar riool met
                                    een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater (HWA) en een
                                    buizenstelsel voor de afvoer van het overige afvalwater (DWA).
                                    Er is een verbinding tussen deze stelsels gemaakt, waardoor de
                                    ‘first flush’ van het HWA wel in het DWA-stelsel terecht komt.
                                    (pompovercapaciteit 0,3 mm/uur);</al></li><li nr="y. "><al><vet>Verbeterd gemengd stelsel:</vet> een verbeterd gemengd
                                    rioolstelsel bestaat uit een gemengd systeem in combinatie met
                                    een of meerdere interne dan wel externe vuiluitworp reducerende
                                    voorzieningen/technieken;</al></li><li nr="z. "><al><vet>VIS-stelsel:</vet> verbeterd gemengd stelsel met
                                    vuilinsluitende (VIS) riolen. Een gedeelte van de berging is
                                    zodanig ingericht dat hierin bij het begin van regenval de
                                    eventuele ‘first flush’ kan worden geborgen op zodanige wijze
                                    dat deze afgescheiden blijft van het instromend (hemel) water
                                    dat in een later stadium mogelijk tot overstorting kan komen.
                                    Doordat de VIS-berging de diepst gelegen berging is, wordt na
                                    iedere regenbui en een voldoende lange droogweerperiode (berging
                                    weer beschikbaar), een extra stroming richting VIS-berging
                                    opgewekt;</al></li><li nr="aa. "><al><vet>Wijzigen aansluiting:</vet> het wijzigen van de
                                    aansluitleiding of het aansluitpunt door verhogen, verlagen of
                                    verleggen;</al></li><li nr="bb. "><al><vet>Zuiveringstechnisch werk:</vet> een werk voor het zuiveren
                                    van stedelijk afvalwater, in beheer bij een waterschap of
                                    gemeente of in exploitatie bij een rechtspersoon die door het
                                    bestuur van een waterschap of een gemeente met de zuivering van
                                    stedelijk afvalwater is belast;</al></li><li nr="cc. "><al><vet>Zuiveringsvoorziening:</vet> een werk voor het zuiveren van
                                    afvalwater, dat geen zuiveringstechnisch werk is (bijvoorbeeld:
                                    lamellenfilter, slibvangput).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II.</nr><titel>De vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
                                aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool of
                                CAD-systeem tot stand te brengen of te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verleent een aansluitvergunning alleen voor het tot
                                stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het
                                openbaar riool en het aansluitpunt:</al><lijst><li nr="a)"><al>voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien
                                        ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="b)"><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het
                                        daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een
                                        (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="c)"><al>voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde
                                        buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden
                                        stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="d)"><al>voor de afvoer van afvalwater vanuit stapelbouw, indien de
                                        vuilwateraansluiting wordt voorzien door de aanvrager van
                                        een rioolput met een diameter van 300 mm, deze put komt in
                                        de plaats van een ontstoppingsstuk;</al></li><li nr="e)"><al>voor de afvoer van afvalwater vanuit glastuinbouwbedrijven,
                                        indien er is voorzien in een buffertank met een inhoud
                                        voldoende om het proceswater van vier etmalen te bergen en
                                        een systeem voor gestuurd lozen zoals voorgeschreven door de
                                        gemeente. Verder zijn specifieke voorwaarden per type
                                        afvalwater opgenomen in bijlage 1;</al></li><li nr="f)"><al>voor de afvoer van hemelwater van dakoppervlakken naar het
                                        open water;</al></li><li nr="g)"><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter
                                        plaatse riolering onder overdruk of onderdruk aanwezig is of
                                        een andere voorziening in eigendom van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verleent een aansluitvergunning alleen voor het tot
                                stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het
                                CAD-systeem en het aansluitpunt voor de afvoer van afvalwater vanuit
                                glastuinbouwbedrijven. Verder zijn specifieke voorwaarden per type
                                afvalwater opgenomen in bijlage 4.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor meer dan één aansluiting op het openbaar riool een
                                aansluitvergunning wordt aangevraagd, wordt hiervoor één vergunning
                                verleend waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met
                                betrekking tot:</al><lijst><li nr="a)"><al>het tot stand brengen van de aansluiting;</al></li><li nr="b)"><al>het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                                        perceelaansluitleiding;</al></li><li nr="c)"><al>sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;</al></li><li nr="d)"><al>de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de
                                        aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater
                                        of indien het een tijdelijke aansluiting betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende is in geval van rechtsovergang verplicht binnen
                                twee weken aan het college schriftelijk mededeling te doen van naam
                                en adres van de rechtsopvolger. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk, met
                                behulp van een daartoe bestemd formulier, bij het college ingediend
                                door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel. Gelijktijdig
                                dient de rechthebbende een verzoek in tot aanleg van de
                                perceelaansluitleiding als bedoeld in artikel 7.1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag van een aansluitvergunning dienen de volgende
                                gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a)"><al>de naam en het adres van de rechthebbende;</al></li><li nr="b)"><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c)"><al>de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning
                                        betreft;</al></li><li nr="d)"><al>de ligging van het aan te sluiten perceel:</al><lijst><li nr="1."><al>aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog
                                                geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het
                                                kadastraal nummer van het betreffende perceel;</al></li><li nr="2."><al>aangegeven op een situatieschets 1: 1000 of grotere
                                                schaal;</al></li></lijst></li><li nr="e)"><al>voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft: de
                                        aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen in
                                        m3 per uur, waarbij dient te worden aangegeven of niet
                                        verontreinigd water, zoals regen of koelwater, en/of
                                        verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel
                                        afvalwater, zal worden afgevoerd;</al></li><li nr="f)"><al>indien sprake is van lozing van bedrijfsafvalwater, –indien
                                        van toepassing- een kopie van de aanvraag van de
                                        milieuvergunning of van de melding in het kader van een
                                        Algemene Maatregel van Bestuur;</al></li><li nr="g)"><al>voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater
                                        betreft: of er huishoudelijk afvalwater of hemelwater zal
                                        worden afgevoerd;</al></li><li nr="h)"><al>van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten
                                        minste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>het leidingverloop en de dimensionering;</al></li><li nr="2."><al>de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van
                                                het aansluitpunt;</al></li><li nr="3."><al>een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen
                                                de droogweer en hemelwaterafvoerleidingen
                                                (droogweerafvoer bruin, hemelwaterafvoer
                                                grijs);</al></li><li nr="4."><al>de wijze waarop de functies van de verschillende
                                                leidingen van het particulier riool ter plaatse van
                                                de aansluiting op de perceelaansluitleiding zullen
                                                worden gemarkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd
                                in de voor het perceel afgegeven bouwvergunning kan bij de aanvraag
                                van een aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het
                                overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling
                                genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde
                                gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de
                                rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld
                                deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan
                                te vullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigering van een aansluitvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien
                                aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of het
                                CAD-systeem of wijziging van die aansluiting vanwege technische,
                                juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of het
                                CAD-systeem of wijziging van die aansluiting is in ieder geval
                                bezwaarlijk indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>de hoogteligging van de overgang van het particulier riool
                                        op de perceelaansluitleiding lager ligt dan de bovenzijde
                                        van het openbaar riool of het CAD-systeem, vermeerderd met
                                        200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de
                                        aansluitleiding;</al></li><li nr="b)"><al>de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150
                                        mm boven de kruin van de straat, tenzij via een
                                        pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt
                                        aangesloten;</al></li><li nr="c)"><al>de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening
                                        betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig
                                        is;</al></li><li nr="d)"><al>de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of
                                        bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende
                                        milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is
                                        verleend, of niet aan de geldende algemene regels is
                                        voldaan;</al></li><li nr="e)"><al>het openbaar riool of het CAD-systeem ter plaatse van de
                                        aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om
                                        de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen
                                        afvoeren;</al></li><li nr="f)"><al>de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet
                                        verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar
                                        op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of door
                                        middel van een retourbemaling kan worden afgevoerd;</al></li><li nr="g)"><al>een bouwvergunning voor het aan te sluiten perceel is
                                        geweigerd;</al></li><li nr="h)"><al>het afvalwater dat naar het drukriool wordt afgevoerd ook
                                        hemelwater bevat;</al></li><li nr="i)"><al>de aanvraag betrekking heeft op niet verontreinigd
                                        drainagewater.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed,
                                waarbij het college de nadere eisen aangeeft waaraan het particulier
                                riool dient te voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking te
                                komen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aansluiting wordt, na bekrachtiging van de weigering van de
                                aansluitvergunning, gezien als onrechtmatig en indien noodzakelijk
                                op kosten van de aansluiter verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit binnen 8 weken na ontvangst op de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid houdt het college de beslissing
                                omtrent een aanvraag van een aansluitvergunning aan indien er geen
                                reden is de vergunning te weigeren, terwijl voor het aan te sluiten
                                perceel nog een aanvraag moet worden gedaan voor een bouwvergunning
                                krachtens artikel 40 Woningwet of deze in behandeling is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van een aanhouding op de
                                hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tweede lid van toepassing is, besluit het college binnen
                                8 weken na dagtekening van de bouwvergunning, dan wel binnen 8 weken
                                na datum van ontvangst van de melding/kennisgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bedrijfsafvalwater</titel></kop><al>1.Bedrijfsafvalwater wordt slechts in een openbaar riool gebracht,
                            indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid ervan:</al><lijst><li nr="a)"><al>de doelmatige werking niet wordt belemmerd van een openbaar
                                    riool, een door een bestuursorgaan beheert zuiveringstechnisch
                                    werk, de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch
                                    werk behorende apparatuur;</al></li><li nr="b)"><al>de verwerking niet wordt belemmerd door slib, verwijderd uit een
                                    openbaar riool of een door een bestuursorgaan beheerd
                                    zuiveringstechnisch werk;</al></li><li nr="c)"><al>de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater
                                    zoveel mogelijk worden beperkt.</al></li></lijst><al>De maximale hoeveelheid bedrijfsafvalwater die in het openbaar riool
                            gebracht mag worden, bedraagt 0,5 m<sup>3</sup>/uur/ha.</al><lijst><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot de
                                    samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van afvalwater dat
                                    in een openbaar riool wordt gebracht met het oog op de
                                    doelmatige werking, bedoelt in het eerste lid, onder a, de
                                    verwerking, bedoeld in het eerste lid, onder b en de kwaliteit
                                    van het oppervlaktewater, bedoelt in het eerste lid, onder
                                    c.</al></li><li nr="3."><al>Bedrijfsafvalwater wordt slechts in een CAD-systeem gebracht,
                                    indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid
                                    ervan:</al><lijst><li nr="d)"><al>de doelmatige werking niet wordt belemmerd van het
                                            CAD-systeem of een openbaar riool, een door een
                                            (bestuurs)orgaan beheert zuiveringstechnisch werk, de
                                            bij een zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch
                                            werk behorende apparatuur;</al></li><li nr="e)"><al>de verwerking niet wordt belemmerd door slib, verwijderd
                                            uit een openbaar riool of een door een (bestuurs)orgaan
                                            beheerd zuiveringstechnisch werk;</al></li><li nr="f)"><al>de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het
                                            oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt.</al></li><li nr="g)"><al>aan de voorwaarden genoemd in bijlage 4 wordt
                                            voldaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot afvalwater dat wordt gebracht in een andere
                                    voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater,
                                    zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van de bepalingen in afdeling II afwijken voor zover
                            toepassing ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
                            Hierbij wordt gelet op het belang dat deze regeling beoogt te
                            beschermen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verzoek tot aanleg of wijziging aansluitpunt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gelijktijdig met de indiening van een aanvraag van een
                                aansluitvergunning, als bedoeld in artikel 3 lid 1, verzoekt de
                                rechthebbende de gemeente om aanleg van de aansluiting waarop die
                                vergunning betrekking heeft. Dit geschiedt met behulp van het
                                formulier als bedoeld in artikel 3 lid 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende aan wie ingevolge afdeling II een
                                aansluitvergunning is verleend, kan de gemeente Westland verzoeken
                                de wijziging van de aansluiting waarop die vergunning betrekking
                                heeft uit te voeren. De rechthebbende dient een daartoe strekkend
                                schriftelijk verzoek in te dienen bij het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verzoek tot aanleg of wijziging van de aansluiting dienen in
                                ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende te worden
                                vermeld:</al><lijst><li nr="a)"><al>de naam en het woonadres van de rechthebbende;</al></li><li nr="b)"><al>het nummer van de aansluitvergunning;</al></li><li nr="c)"><al>de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering.</al></li></lijst><al>Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen
                                indien deze gegevens volledig zijn vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan
                                uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente
                                gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit naast de in het
                                tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting te
                                vermelden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst
                                van het verzoek, stelt het college zoveel mogelijk in overleg met
                                rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de aansluiting.
                                Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt zoveel
                                mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende gewenste
                                tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kosten van de aansluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van aanleg van de aansluitleiding komen voor rekening van
                                de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks de leges voor de aanleg van de
                                aansluitleiding vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot feitelijke
                                uitvoering over te gaan, voordat:</al><lijst><li nr="a)"><al>de op grond van de legesverordening verschuldigde leges
                                        volledig zijn voldaan;</al></li><li nr="b)"><al>de kosten van aansluiting en de over die kosten
                                        verschuldigde omzetbelasting door (of namens) de
                                        rechthebbende aan de gemeente zijn voldaan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding</titel></kop><al>De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding,
                            inclusief de aansluiting van de perceelaansluitleiding op het openbaar
                            riool of het CAD-systeem, vindt niet plaats anders dan onder toezicht
                            van de gemeente. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een
                            door de gemeente gemachtigde uitvoerder.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onderhoud, renovatie en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de
                                perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door en voor rekening van de
                                rechthebbende (particuliere eigenaar). De aansluiting van de
                                perceelaansluitleiding op het openbaar riool of het CAD-systeem,
                                vindt niet plaats anders dan onder toezicht van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten voor het onderhoud, ontstopping, reparatie of vervanging
                                van het particulier riool komen voor rekening en risico van de
                                rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de noodzaak tot
                                onderhoud of herstelis veroorzaakt door inspoeling vanuit het
                                openbaar riool.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                                perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het
                                gemeentelijk rioolstelsel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Calamiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een verstopping of een andere storing bij het aansluitpunt meldt
                                de rechthebbende de storing bij de gemeente. Graven mag uitsluitend
                                indien de rechthebbende de gemeente de calamiteit en voornemen om te
                                graven heeft gemeld. De gemeente laat hierop een schouw uitvoeren.
                                De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd onder toezicht van de
                                gemeentelijke toezichthouder. Rechthebbende schakelt een
                                gekwalificeerde aannemer in, welke de verstopping of andere storing
                                verhelpt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien na de in lid 1 bedoelde schouw blijkt dat er sprake is van
                                een verstopping of storing aan het openbaar riool, dan geeft de
                                gemeente opdracht aan de aannemer voor de noodzakelijke
                                werkzaamheden. De kosten hiervan komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na de in lid 1 bedoelde schouw blijkt dat sprake is van een
                                verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of het
                                particulier riool, dient de rechthebbende of gebruiker deze
                                verstopping of storing zelf te verhelpen. De door of namens de
                                gemeente gemaakte kosten worden in rekening gebracht op basis van de
                                werkelijk gemaakte kosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij of na het verrichten van de in lid 3 bedoelde
                                werkzaamheden door de rechthebbende, blijkt dat de kosten van deze
                                werkzaamheden op grond van de aard van de schade (bijvoorbeeld
                                verzakking door verkeersbelasting of wortelingroei van een
                                gemeentelijke boom) voor rekening van de gemeente dienen te komen,
                                dan worden de door de rechthebbende gemaakte kosten voor het
                                verhelpen van de verstopping of andere storing aan de gemeente in
                                rekening gebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Verwijdering aansluiting, sloop</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij sloopwerkzaamheden van of andere werkzaamheden aan een op het
                                openbaar riool of het CAD-systeem aangesloten perceel, moeten door
                                de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool en
                                de perceelaansluitleiding worden getroffen, bij voorkeur door
                                “afdoppen”, dat verzanding van het openbare riool of het CAD-systeem
                                wordt voorkomen. De perceelaansluitleiding dient tot aan de erfgrens
                                verwijderd te worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de
                                in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de
                                bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool of het CAD-systeem
                                af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het gebruik van een perceelaansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd, wordt de op de perceelaansluitleiding betrekking hebbende
                                vergunning ingetrokken, waarna de aansluitleiding tot op het
                                openbaar riool of het CAD-systeem op kosten van de rechthebbende
                                door de gemeente wordt verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het gebruik van een perceelaansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in
                                kennis te stellen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die
                                voor de datum van inwerkingtreding zijn ingediend, vallen onder de
                                bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften
                                tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV en
                                afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij strijdigheid van deze verordening met bepalingen in
                                overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende,
                                prevaleert het bepaalde in de overeenkomsten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Toezicht op naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van deze verordening, alsmede met de
                            opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn
                            –behalve van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
                            genoemde ambtenaren- ook belast</al><lijst><li nr="a."><al>de door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen
                                    ambtenaren.</al></li><li nr="b."><al>de door of namens burgemeester en wethouders in overleg met de
                                    besturen van de andere desbetreffende openbare lichamen
                                    aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 8.3 van de
                                    Waterwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op de
                                datum van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening afvalwaterverwerking 2006 wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            afvalwaterverwerking 2011. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad in zijn openbare </ondertekening><ondertekening>vergadering van 15 maart 2011, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>N. Broekema F.C. Rijneveen </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al> Bijlage 1: Voorschriften glastuinbouwbedrijven op de drukriolering /
                    vacuümriolering </al><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bedrijfswoningen en glastuinbouwbedrijven dienen te worden aangesloten
                            conform de “Verordening afvalwaterverwerking 2011”.</al></li><li nr="2."><al>Afstromend hemelwater van bedrijfsgebouwen, warenhuizen (glasopstand),
                            bedrijfswoningen en verhardingen (niet vallend onder punt 4 of punt 5)
                            mag niet op de drukriolering worden aangesloten.</al></li><li nr="3."><al>Afstromend hemelwater van kasoppervlak, daken en verhardingen waar op
                            grond van het Besluit Glastuinbouw of anderszins geen verder eisen aan
                            zijn gesteld, mag niet via het gemeentelijk riool afgevoerd worden en
                            als zodanig dan ook niet aangesloten worden.</al></li><li nr="4."><al>Hemelwater op kasoppervlak (conform Besluit glastuinbouw): Voor de
                            first-flush-voorziening geldt: Regen die het kasdek afstroomt, moet
                            worden opgevangen, behalve als: </al><lijst><li nr="1."><al>het condenswater niet in deze stroom terecht komt </al></li><li nr="2."><al>geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt in het bedrijf; </al></li><li nr="3."><al>uitsluitend biologisch wordt geteeld. </al></li></lijst></li></lijst><al>De first-flush-voorziening moet minimaal 5 m<sup>3</sup>/ha glas groot zijn, bij
                    bedrijven waar dagelijks gegoten wordt. De first flush-voorziening moet minimaal
                    30 m<sup>3</sup>/ha glas groot zijn, bij bedrijven waar niet dagelijks gegoten
                    wordt </al><al>Het opgevangen water moet direct worden hergebruikt. </al><lijst><li nr=""><al>Hemelwater op laad- en losplaatsen en laadkuilen (dock shelters): Er
                            dient worden voorzien in een first-flush-voorziening, aangezien het hier
                            verontreinigde oppervlakken betreft. Voor de first-flush-voorziening
                            geldt: Het eerste water dat van het oppervlak afstroomt (2 mm), moet
                            worden opgevangen, dit komt overeen met de opvang van 2
                            liter/m<sup>2</sup>.</al></li></lijst><al>De first-flush-voorziening mag worden gecombineerd met de vuilwaterbuffer. Het
                    overige hemelwater mag direct afstromen naar het oppervlaktewater. </al><lijst><li nr=""><al>Het overige kasoppervlak en daken en verhardingen van bedrijfswoningen
                            wordt als niet verontreinigd beschouwd. Conform de “Verordening
                            afvalwaterverwerking 2011” mag dit afvalwater niet op de riolering
                            worden aangesloten.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Classificatie afvalwater en behandeling</cursief></vet></al><al>Cluster 1 afvalwater: Huishoudelijk afvalwater. </al><al>Cluster 2 afvalwater: spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie; </al><al> terugspoelwater van een ontijzeringsinstallatie; </al><al> spoelwater van ionenwisselaars; </al><al> afvalwater dat bloemvoorbehandelingsmiddelen uitsluitend op basis van actief
                    chloor bevat; </al><al> uitlek- en percolatiewater van substraatafval. </al><al>Cluster 3 afvalwater: door bedrijfsactiviteiten verontreinigd drainagewater; </al><al> spuiwater; </al><al> drainwater; </al><al> ketelspuiwater; </al><al> afvalwater afkomstig van het spuiten of schrobben van vloeren, niet zijnde de
                    vloeren van ruimten waar bestrijdingsmiddelen worden aangemaakt; </al><al> afvalwater afkomstig van het wassen van in de kas geteelde groenteprodukten; </al><al> reinigingswater van leidingen, druppelaars en slangen die onderdeel uitmaken
                    van het systeem waarmee voedingswater aan het gewas wordt toegediend; </al><al> spoelwater van fusten; </al><al> condenswater van stoomleidingen en condensorwater van verwarmingsketels; </al><al> afvalwater afkomstig van het reinigen van de buitenkant van de kas, mits
                    uitsluitend schermmiddelen en reinigingsmiddelen zijn toegepast die niet
                    schadelijk zijn voor de goede werking van de zuiveringstechnische werken; </al><al> condenswater van warmtekrachtinstallaties; </al><al> afvalwater afkomstig van het bij opkweekbedrijven doorspoelen van
                    substraatblokken die bestemd zijn voor de opkweek van uitgangsmateriaal; </al><al> ander afvalwater dan bedoeld bij bovengenoemde, mits degene die voornemens is
                    te lozen, voordat met het lozen wordt aangevangen, ten genoegen van het
                    Wm-bevoegd gezag aantoont dat het afvalwater geen restanten van
                    bestrijdingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen die nadelige gevolgen
                    kunnen hebben voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam en voor de
                    doelmatige werking van de zuiveringstechnische werken, bevat. </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Afvalwater uit Cluster 3 mag niet direct op een pompput worden geloosd
                            en moet in een buffer worden opgevangen. De inhoud van de buffer dient
                            maximaal 50 m<sup>3</sup>/ha. te bedragen.</al></li><li nr="2."><al>De pompinstallatie in de buffer moet worden aangesloten op het
                            telemetriesysteem van de gemeente, waarbij de gemeente de lozingen
                            vanuit een buffer kan besturen. In tijden dat de afvoer van het
                            huishoudelijk afvalwater in gevaar komt, kunnen de lozingen vanuit
                            vuilwaterbuffers worden stopgezet. Afvoer van huishoudelijk afvalwater
                            heeft dus voorrang boven de afvoer van bedrijfsafvalwater. <cursief>Deze
                                afvoer kan als het gemeentelijk telemetriesysteem in bedrijf is. In
                                andere gevallen moet de tuinder dit water, via een vuilwaterbuffer,
                                op het oppervlaktewater lozen.</cursief></al></li><li nr="3."><al>Afvalwater uit Cluster 2 mag direct op de pompput worden geloosd. Indien
                            een tuinder meer dan 0,50 m<sup>3</sup>/uur/ha. (hoeveelheid is
                            exclusief DWA stroom) zal lozen, dient hij over een buffervoorziening te
                            beschikken om het afvalwater gespreid te lozen. De totale
                            afvalwaterstroom is maximaal 0,50 m<sup>3</sup>/uur/ha. vanuit de buffer
                            + DWA stroom.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Aansluiten op de drukriolering</cursief></vet></al><al/><al><vet><cursief>Bepaling voorziening aan de hand van aan te sluiten
                            afvalwaterlozingen</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aansluiten van alleen huishoudelijk afvalwater (cluster 1):</al></li></lijst><al>Voorzieningen bestaan uit een pompput met leidingwerk en een telemetrie-unit om
                    de pompput te kunnen prioriteren binnen een combinatie van meerdere pompen. </al><lijst><li nr=""><al>Aansluiten van cluster 1 en cluster 2 afvalwater:</al></li></lijst><al>De voorzieningen onder 1 kunnen hier worden uitgebreid met een kleine buffer
                    (grootte staat in verhouding met vrijkomend cluster 2 afvalwater). De buffer
                    dient een voorziening (telemetrie-unit met pomp) te hebben om gespreid te kunnen
                    lozen. </al><lijst><li nr=""><al>Aansluiten cluster 1, 2 en 3:</al></li></lijst><al>Voorzieningen onder 1 uitbreiden met een buffer van maximaal 50 m3/ha en een
                    voorziening (telemetrie-unit met pomp) hebben om gespreid te kunnen lozen. </al><al/><al><vet><cursief>Voorwaarden</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>De aanvrager dient er zorg voor te dragen dat regenwater dat vrijkomt
                            van dakvlakken of ander verhard oppervlak niet op het riool loost.
                            Maatregelen op het erf dienen verontreiniging te voorkomen. (Goede
                            Landbouw Praktijk)</al></li><li nr="2."><al>Slechts drainagewater dat door bedrijfsactiviteiten is verontreinigd mag
                            op het riool worden aangesloten. Op grond van het Besluit glastuinbouw
                            wordt bepaald of hergebruik technisch haalbaar en doelmatig is. Indien
                            hergebruik mogelijk is, mag er niet op het riool geloosd worden. Hierbij
                            dient het Besluit glastuinbouw en specifiek bijlage 3 te worden
                            aangehouden</al></li><li nr="3."><al>Het bedrijfsafvalwater mag geen zwevende of vaste stoffen bevatten die
                            de goede werking van het rioolsysteem nadelig beïnvloeden.</al></li></lijst><al/><al>Specificaties van telemetrie-voorzieningen worden door de gemeente
                    voorgeschreven. </al><al>Verder dient de eigenaar zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud en de
                    goede werking van de telemetrie-unit met pomp. </al><al/><al>Bijlage 2: Grafische weergave begrenzingen</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ie40fdff7-50b6-406c-aea8-296d72b1591b" naam="i43306ie40fdff7-50b6-406c-aea8-296d72b1591b.jpg" type="foto" breedte="15cm" hoogte="21.7cm"/></plaatje></al><al/><al/><al>Bijlage 3: Voorbeeld afvalwaterverwerkingsovereenkomst </al><lijst><li nr="1."><al>dhr./mw./firma rechtspersoon gevestigd aan adres, postcode te woonplaats
                            hierna te noemen: rechthebbende;</al></li><li nr="2."><al>dhr. J. van der Tak, burgemeester van de gemeente Westland, als zodanig
                            de gemeente vertegenwoordigende, hierna te noemen gemeente;</al></li></lijst><al><onderstreept>in aanmerking nemende:</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>dat de rechthebbende eigenaar is van het perceel/de percelen grond,
                            kadastraal bekend gemeente Westland, sectie X, nr. XXX</al></li><li nr="2."><al>dat de gemeente in dat perceel/ die percelen grond een
                            vuilwaterrioleringsstelsel of afvalwaterverwerkingsvoorziening heeft
                            aangelegd, waarop slechts huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd en
                            geen regenwater, drainagewater, proceswater en spoelwater;</al></li><li nr="3."><al>Indien proceswater, drainagewater en spoelwater afgevoerd wordt op de
                            gemeentelijke riolering dient de rechthebbende een voorziening op te
                            nemen waarmee de gemeente in staat wordt gesteld “Real Time Control”
                            afvoer te realiseren en waar mogelijk de afvoer de reguleren tot een
                            maximale capaciteit van 0.5 m<sup>3</sup>/uur/ha</al></li></lijst><al><onderstreept>verklaren het volgende te zijn overeengekomen:</onderstreept></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>1 De rechthebbende verleent aan de gemeente, gelijk de gemeente van de
                    rechthebbende aanvaardt het recht tot het aanleggen, gebruiken, instandhouden en
                    eventueel wijzigen, vervangen en verwijderen van werken ten behoeve van een
                    rioleringsstelsel of andere afvalwaterverwerkingsinstallatie in en/of op het/de
                    hiervoor sub a genoemde perceel/percelen. </al><al>2 Het werk is de partijen genoegzaam bekend, zodat zij daarvan geen nadere
                    omschrijving behoeven. </al><al>3 Het recht houdt mede in, dat de gemeente bevoegd is om het werk te (laten)
                    inspecteren, onderhouden, geheel of gedeeltelijk te herstellen en te vervangen. </al><al>4 Onder toebehoren wordt in deze overeenkomst verstaan een of meer door de
                    gemeente onontbeerlijk of gewenst te achten bij de rioolleiding of
                    afvalwaterverwerkingsvoorziening behorende zaken, zoals een bufferput met
                    installatie. </al><al>5 Onder tracé wordt in deze overeenkomst verstaan de op de tekening bedoeld in
                    artikel 4 aangebrachte lijn overeenkomstig welke het werk in en/of op de grond
                    is/zal worden uitgevoerd. </al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De gemeente zal op de voor de rechthebbende minst bezwarende wijze voor
                    onbepaalde tijd van het in artikel l bedoelde recht gebruik maken. </al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De rechthebbende zal de gemeente en/of door haar aangewezen derden het gebruik
                    toestaan van een strook grond, vereist voor de uitvoering van de in artikel l
                    genoemde werkzaamheden, ter breedte van één meter aan weerszijden van de aan te
                    brengen/aangebrachte werken, gemeten uit het hart van die werken. </al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>1 Het tracé van de leiding, als bedoeld in artikel l, is vastgelegd op de aan
                    deze overeenkomst gehechte tekening. </al><al>2 Geringe afwijkingen van het tracé, ingeval die in het belang van het werk door
                    de gemeente nodig worden geacht, worden door de rechthebbende goed gevonden. </al><al>3 Ingeval de grond door een derde wordt gebruikt zal de rechthebbende de
                    gebruiker en ook eventuele opvolgende gebruiker(s) of rechthebbende(n) inlichten
                    omtrent deze overeenkomst en de ligging van het werk. </al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>1 Ingeval van gehele of gedeeltelijke vervreemding, bewaring of ingebruikneming
                    na ondertekening van deze overeenkomst zal de rechthebbende: </al><al>2 De nieuwe gerechtigde, respectievelijk gebruiker, in kennis stellen van het
                    aan de gemeente verleende recht en deze de verplichting opleggen zich daaraan te
                    houden; </al><al>3 De gemeente schriftelijk zo spoedig mogelijk van die vervreemding, bewaring of
                    ingebruikneming in kennis stellen. </al><al>4 In geval de rechthebbende in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd en
                    die gemeenschap na ondertekening van deze overeenkomst door overlijden van de
                    rechthebbende of diens echtgenote dan wel door echtscheiding wordt ontbonden zal
                    de rechthebbende (dan wel bij overlijden van de rechthebbende diens echtgenote)
                    de gemeente schriftelijk zo spoedig mogelijk hiervan in kennis stellen. </al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Bij beëindiging van het overeengekomen recht zal de rechthebbende, indien
                    overeenkomstig het in artikel 15 bepaalde het werk door de gemeente ter plaatse
                    gelaten wordt, met verplicht zijn de waarde van het werk aan de gemeente te
                    vergoeden. </al><al>De rechthebbende is niet bevoegd het recht te doen ophouden. </al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>De rechthebbende vrijwaart de gemeente tegen aanspraken van of moeilijkheden met
                    derden, welke afbreuk kunnen doen aan de rechten van de gemeente, zomede tegen
                    schade aan het werk als gevolg vandoor of ten behoeve van de rechthebbende
                    uitgevoerde werkzaamheden. </al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De gemeente kan vanaf de dagtekening van deze met de rechthebbende gesloten
                    overeenkomst van haar rechten gebruikmaken. </al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De rechthebbende verleent het recht als bedoeld in artikel l "om niet" aan de
                    gemeente en ziet </al><al>onherroepelijk af van enige vergoeding of schadeclaim in verband hiermede, onder
                    welke benaming dan ook, anders dan die genoemd in deze overeenkomst. </al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>1 De rechthebbende zal zich onthouden van elke handeling, waardoor het met
                    behulp van het werk te verrichten transport of verwerking van rioolwater kan
                    worden belet of belemmerd, dan wel waardoor gevaar kan ontstaan voor personen,
                    dieren of goederen. </al><al>2 In het bijzonder zal de rechthebbende nergens ter plaatse van de rioolleiding
                    of afvalwaterverwerkingsvoorziening en de strook grond als bedoeld in artikel 3
                    bouwwerken oprichten, goederen opslaan, ontgrondingen verrichten, bomen of
                    diepwortelende struiken planten, dan wel voorwerpen de grond indrijven, noch aan
                    derden toestemming tot zulke handelingen verlenen, zonder schriftelijke
                    toestemming van de gemeente. </al><al>3 Het onder lid 2 bepaalde geldt niet voor de op het tijdstip van aanleg van het
                    vuilwaterrioleringsstelsel of afvalwaterverwerkingsvoorziening aanwezige
                    warenhuizen en verhardingen. </al><al/><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>1 De gemeente stelt zich aansprakelijk voor alle door het eigenlijke gebruik of
                    de inspectie van het werk, dan wel door de onderhoud-, herstel-, vervanging-, of
                    verleggingwerkzaamheden door grove schuld veroorzaakte beschadiging of
                    vernietiging van aan de rechthebbende toebehorende dan wel door hem te
                    onderhouden land, opstallen en andere zaken, met inbegrip van gewassen. </al><al>2 Schade als in voorgaand lid bedoeld, welke niet is of wordt geleden door de
                    rechthebbende doch door degene(n), die van hem gebruik van de grond heeft
                    (hebben) verkregen zal de gemeente rechtstreeks aan die gebruiker(s) vergoeden. </al><al>3 De gemeente is met gehouden tot schadeloosstelling uit hoofde van de enkele
                    aanwezigheid van het werk. </al><al>4 Onder rechthebbende in dit artikel dient te worden verstaan iedere lastgever
                    van de comparant sub I, alsmede zijn (hun) rechtsopvolger(s) onder algemene
                    titel. </al><al>5 Tot schadevergoeding uit hoofde van dit artikel zal worden overgegaan indien
                    en voor zover ontstaan en hoogte van de schade voldoen aannemelijk gemaakt wordt
                    en niet veroorzaakt is door toedoen van benadeelde zelf of door personen voor
                    wie hij aansprakelijk is of door een dier of zaak, die onder zijn toezicht stond
                    en voorts alleen voor zover de schade door hem zoveel mogelijk is beperkt door
                    bijvoorbeeld de aanwezige of redelijkerwijze te verwachten schadeoorzaken zo
                    tijdig mogelijk aan de gemeente mede te delen. </al><al/><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Bij de uitoefening van haar recht zal de gemeente zoveel mogelijk rekening
                    houden met de belangen en de wensen van de rechthebbende en de gebruiker(s) en
                    in het gebruik van het perceel of de percelen grond niet meer belemmering
                    brengen dan redelijkerwijze nodig is. </al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Zo spoedig mogelijk na afloop van de aanleg-, onderhoud-, wijziging-, of
                    vervangingswerkzaamheden zal de grond en de beschadigde en/of vernielde
                    beplanting, bestrating enz. weer m de oorspronkelijke staat worden gebracht. </al><al/><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Uitsluitend de gemeente zal de bij deze bedongen rechten en verplichtingen
                    kunnen beëindigen, hetzij geheel, hetzij ten aanzien van een of meer gedeelten
                    van het werk, en wel te allen tijde, door een schriftelijke mededeling aan de
                    rechthebbende. </al><al/><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>1 Bij algehele of gedeeltelijke beëindiging der bij deze overeenkomst bedongen
                    rechten en verplichtingen zullen partijen met elkander overleggen of het werk
                    onderscheidenlijk het gedeelte ten aanzien waarvan de rechten en verplichtingen
                    worden beëindigd, volledig verwijderd dan wel ter plaatse gelaten zal worden. </al><al>2 In het eerst geval zal de gemeente slechts verplicht zijn om het betrokken
                    gedeelte van de grond weer in een zo goed mogelijke staat te brengen en om
                    eventuele schade in overeenstemming met artikel 11, lid l te vergoeden; in
                    gedeelte ervan "om niet" eigendom van de rechthebbende worden. </al><al/><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>1 De rechthebbende krijgt van de gemeente het recht om in overleg met de
                    gemeente de riolering van de bestaande en nog te stichten gebouwen op het in
                    deze overeenkomst genoemde perceel aan te sluiten op het aangelegde
                    rioleringsstelsel of de afvalwaterverwerkingsvoorziening, onder de daarvoor
                    geldende voorwaarden. </al><al>2 Op deze riolering of afvalwaterverwerkingsvoorziening mag slechts
                    huishoudelijke afvalwater worden geloosd. Het lozen van regenwater,
                    drainagewater en spoelwater verhindert de goede werking van het
                    rioleringssysteem en is daarom uitdrukkelijk uitgesloten. </al><al/><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Eventuele kosten en rechten op deze overeenkomst en op de uitvoering en
                    beëindiging daarvan vallende, zullen door de gemeente worden gedragen, zulks
                    echter met uitzondering van die kosten en rechten op de uitvoering van de
                    overeenkomst vallende, welke het gevolg zijn van het niet of niet tijdig
                    kennisgevend aan de gemeente van een omstandigheid als bedoeld in artikel 5,
                    welke kosten en rechten door de gemeente op de rechthebbende zullen kunnen
                    worden verhaald. </al><al/><al>Getekend te Wateringen op ______ Getekend te Wateringen op ______ </al><al/><al>rechthebbende gemeente </al><al/><al> _____________________ __________________ </al><al/><al/><al/><al>Bijlage 4: Voorschriften glastuinbouwbedrijven en percelen op de CAD‑riolering </al><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bedrijfswoningen en glastuinbouwbedrijven dienen te worden aangesloten
                            conform de “Verordening afvalwaterverwerking 2011”.</al></li><li nr="2."><al>Afstromend hemelwater van kasoppervlak, daken en verhardingen waar op
                            grond van het Besluit Glastuinbouw of anderszins geen verder eisen aan
                            zijn gesteld, mag niet via het gemeentelijk riool afgevoerd worden en
                            als zodanig dan ook niet aangesloten worden.</al></li><li nr="3."><al>Hemelwater op kasoppervlak: voor de first-flush-voorziening geldt: Regen
                            die het kasdek afstroomt, moet worden opgevangen, behalve als: </al><lijst><li nr="1."><al>het condenswater niet in deze stroom terecht komt </al></li><li nr="2."><al>geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt in het bedrijf; </al></li><li nr="3."><al>uitsluitend biologisch wordt geteeld. </al></li></lijst></li></lijst><al>De first-flush-voorziening moet minimaal 5 m<sup>3</sup>/ha glas groot zijn, bij
                    bedrijven waar dagelijks gegoten wordt. De first flush-voorziening moet minimaal
                    30 m<sup>3</sup>/ha glas groot zijn, bij bedrijven waar niet dagelijks gegoten
                    wordt </al><al>Het opgevangen water moet direct worden hergebruikt. </al><lijst><li nr=""><al>Hemelwater op laad- en losplaatsen en laadkuilen (dock shelters): Er
                            dient worden voorzien in een first-flush-voorziening, aangezien het hier
                            verontreinigde oppervlakken betreft. Voor de first-flush-voorziening
                            geldt: Het eerste water dat van het oppervlak afstroomt (2 mm), moet
                            worden opgevangen, dit komt overeen met de opvang van 2 liter/m2.</al></li></lijst><al>De first-flush-voorziening mag worden gecombineerd met de vuilwaterbuffer. Het
                    overige hemelwater mag direct afstromen naar het oppervlaktewater. </al><lijst><li nr=""><al>Het overige kasoppervlak en daken en verhardingen van bedrijfswoningen
                            wordt als niet verontreinigd beschouwd. Conform de “Verordening
                            afvalwaterverwerking 2011” mag dit afvalwater niet op de riolering
                            worden aangesloten.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Classificatie afvalwater en behandeling</cursief></vet></al><al>Cluster 1 afvalwater: Huishoudelijk afvalwater. </al><al>Cluster 2 afvalwater: spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie; </al><al> terugspoelwater van een ontijzeringsinstallatie; </al><al> spoelwater van ionenwisselaars; </al><al> afvalwater dat bloemvoorbehandelingsmiddelen uitsluitend op basis van actief
                    chloor bevat; </al><al> uitlek- en percolatiewater van substraatafval. </al><al>Cluster 3 afvalwater: door bedrijfsactiviteiten verontreinigd drainagewater; </al><al> spuiwater; </al><al> drainwater; </al><al> ketelspuiwater; </al><al> afvalwater afkomstig van het spuiten of schrobben van vloeren, niet zijnde de
                    vloeren van ruimten waar bestrijdingsmiddelen worden aangemaakt; </al><al> afvalwater afkomstig van het wassen van in de kas geteelde groenteprodukten; </al><al> reinigingswater van leidingen, druppelaars en slangen die onderdeel uitmaken
                    van het systeem waarmee voedingswater aan het gewas wordt toegediend; </al><al> spoelwater van fusten; </al><al> condenswater van stoomleidingen en condensorwater van verwarmingsketels; </al><al> afvalwater afkomstig van het reinigen van de buitenkant van de kas, mits
                    uitsluitend schermmiddelen en reinigingsmiddelen zijn toegepast die niet
                    schadelijk zijn voor de goede werking van de zuiveringstechnische werken; </al><al> condenswater van warmtekrachtinstallaties; </al><al> afvalwater afkomstig van het bij opkweekbedrijven doorspoelen van
                    substraatblokken die bestemd zijn voor de opkweek van uitgangsmateriaal; </al><al> ander afvalwater dan bedoeld bij bovengenoemde, mits degene die voornemens is
                    te lozen, voordat met het lozen wordt aangevangen, ten genoegen van het
                    Wm-bevoegd gezag aantoont dat het afvalwater geen restanten van
                    bestrijdingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen die nadelige gevolgen
                    kunnen hebben voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam en voor de
                    doelmatige werking van de zuiveringstechnische werken, bevat. </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Aansluiten van huishoudelijk afvalwater (cluster 1): a. Aansluiting en
                            lozing van Afvalwater van huishoudelijke aard wordt op het CAD-systeem
                            niet zonder meer toegestaan. Alvorens te lozen dient een IBA te worden
                            toegepast / lozing dient plaats te vinden via een IBA (minimaal een
                            septictank van 6m3 of gelijkwaardig / IBA-klasse 1).</al></li></lijst><al>b. (gezamenlijke) aansluitingen groter dan 10 i.e. (inwoner equivalenten) worden
                    op voorhand niet geaccepteerd. Deze aansluitingen dienen met de beheerder van
                    het CAD-systeem te worden getoetst. </al><lijst><li nr=""><al>Afvalwater uit Cluster 2 en 3 mag direct op de pompput of riool worden
                            geloosd. De dimensionering van het CAD-systeem staat toe dat er zonder
                            buffer- en telemetrievoorzieningen geloosd kan worden. In uitzonderlijke
                            gevallen, bijvoorbeeld bij hele grote kwantitatieve lozingen waardoor
                            andere bestaande lozingen worden gehinderd, kunnen hier wel eisen bij
                            gesteld worden. Ook ontijzeringsinstallaties (ijzergehalte) kunnen aan
                            voorschriften worden gekoppeld in verband met het dichtslibben van de
                            leidingen</al></li><li nr=""><al>De aanvrager dient er zorg voor te dragen dat regenwater dat vrijkomt
                            van dakvlakken of ander verhard oppervlak niet op het riool loost.
                            Maatregelen op het erf dienen verontreiniging te voorkomen. (Goede
                            Landbouw Praktijk).</al></li><li nr=""><al>Slechts drainagewater dat door bedrijfsactiviteiten is verontreinigd mag
                            op het riool worden aangesloten. Op grond van het besluit glastuinbouw
                            wordt bepaald of hergebruik technisch haalbaar en doelmatig is. Indien
                            hergebruik mogelijk is, mag er niet op het riool geloosd worden. Hierbij
                            dient het besluit glastuinbouw en specifiek bijlage 3 te worden
                            aangehouden</al></li><li nr=""><al>Het bedrijfsafvalwater mag geen zwevende of vaste stoffen bevatten die
                            de goede werking van het rioolsysteem nadelig beïnvloeden.</al></li></lijst><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>