<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR10265_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de parkeerbelasting 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant, 23-3-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening invordering parkeerbelasting 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 216 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Aanpassing tarieven- en kostentabel n.a.v. aanpassing parkeertarieven. De ingangsdatum van de heffing is 1 april 2012.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 11.0131</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nieuwe regeling</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2009
                (Verordening parkeerbelastingen 2009)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan
                        van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                        wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
                        onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen
                        voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit
                        doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                        verboden:</al><al>b. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig
                        moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een voertuig dat is
                        ingeschreven in het - krachtens de Wegenverkeerswet 1994 - aangehouden
                        register van opgegevenkentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                        naam het voor hetmotorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde
                        van het parkeren in het register was ingeschreven;</al><al>c. parkeerapparatuur: parkeermeters en individuele, in het voertuig
                        aanwezige parkeerapparatuur inclusief mobiele telefoons, waarmee ter zake
                        van het parkeren van een voertuig de parkeerbelasting kan worden
                        voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Belastbaar feit</label></kop><al>Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><al>a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan
                        wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het
                        College van Burgemeester en Wethouders te bepalen plaats, tijdstip en
                        wijze;</al><al>b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor
                        het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en
                        wijze.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Belastingplicht</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a., wordt geheven van
                            degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:</al><al>a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft
                            gegeven de belasting te willen voldoen;</al><al>b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
                            onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien
                            verstande dat:</al><al>- indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
                            wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge
                            deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar
                            de huurder wordt aange­merkt als degene die het voertuig heeft
                            geparkeerd;</al><al>- indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
                            ingeschreven, wordt die ander aangemerkt als degene die het voertuig
                            heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
                            degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het
                            voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk
                            maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
                            voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs
                            niet heeft kunnen voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene
                            die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</label></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a., is verschuldigd bij de
                            aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b., is verschuldigd op het
                            tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte, door middel van het werpen van geld of
                            gebruik van elektronische betaalkaarten in parkeerapparatuur, dan wel
                            door het inwerkingstellen van in het voertuig aanwezige en door het
                            College van Burgemeester en Wethouders geaccepteerde parkeerapparatuur,
                            dan wel door het gebruik van een voorafbetaalde parkeerkraskaart. De
                            belasting moet worden voldaan bij de aanvang van het parkeren, met
                            uitzondering van aangifte door middel van het inwerkingstellen van
                            individuele apparatuur als gsm telefoons en dergelijke. Van de
                            verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur
                            op straat kennisgegeven. Het college van burge­meester en wethouders
                            geeft omtrent een en ander nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij
                            wege van voldoening op aangifte en moeten worden betaald op het tijdstip
                            waarop de vergunning wordt verleend dan wel vóór het in de vergunning
                            aangegeven tijdstip.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zover van het voldoen van de parkeerbelasting een
                            schriftelijk bewijs wordt afgegeven, moet dit, met de eventuele
                            tijdsaanduiding duidelijk zichtbaar en leesbaar, zichtbaar in of aan het
                            voertuig aanwezig zijn. Indien voor het voldoen van de parkeerbelasting
                            gebruik wordt gemaakt van de inbelfaciliteiten van aanbieders van
                            betaling via een mobiele telefoon, waarmee een overeenkomst is
                            aangegaan, dient de originele transponderkaart duidelijk zichtbaar en
                            leesbaar in of aan het voertuig aanwezig te zijn. Ten aanzien van
                            motorvoertuigen en brommobielen op meer dan twee wielen geldt de nadere
                            eis, dat het bewijsstuk met de tijdsaanduiding zichtbaar en leesbaar
                            moet zijn aangebracht achter de voorruit van het voertuig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</label></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                        geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en
                        wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Bevoegdheid tot gebruik wielklem </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de
                            belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook
                            een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het
                            voertuig wordt weggereden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College van Burgemeester en Wethouders wijst bij openbaar te maken
                            besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de
                            wielklem wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het
                            voertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van
                            de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden
                            overgebracht en in bewaring worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Kosten</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                            artikel 2 zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan
                            deel uitmakende tarieven- en kostentabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem als
                            bedoeld in artikel 8, eerste lid, alsmede de kosten voor de overbrenging
                            en bewaring van een voertuig worden vermeld in de bij deze verordening
                            behorende en daarvan deel uitmakende tarieven- en kostentabel, indien en
                            zodra artikel 8 in werking treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders</label></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen
                            2009" met de daarbij behorende tarieven- en kostentabel van december
                            2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                            datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                            feiten die zich hebben voorgedaan vóór die datum van ingang van de
                            heffing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ingangsdatum van heffing is 1 april 2012.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 8 van de verordening treedt in werking op een door de raad te
                            bepalen datum, welke datum openbaar bekend wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                            parkeerbelastingen 2009”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><label>TARIEVEN- EN KOSTENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2009</label></kop><al><vet>Onderdeel I. In deze tabel wordt verstaan onder:</vet></al><al>a. parkeermeter: hetgeen daaronder in het spraakgebruik wordt verstaan, met
                    inbegrip van verzamelparkeermeters en parkeerautomaten;</al><al>b. dag:periode van 24 uur;</al><al>c. week:periode van 7 dagen;</al><al>d. maand: periode van 30 dagen;</al><al>e. kwartaal:een kalenderkwartaal;</al><al>f. jaar:een kalenderjaar.</al><al/><al><vet>Onderdeel II. Tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel
                        a, van de verordening.</vet></al><al>1. Het tarief voor het parkeren bij een parkeermeter bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>binnen tariefzone I, zoals aangegeven op de bij het geldende
                            aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit
                            vermelde tijd: per 5 minuten of een gedeelte daarvan (tarief per 58
                            minuten € 2,40, minimale inworp € 0,40)€ 0,20;</al></li><li nr="-"><al>binnen tariefzone II, zoals aangegeven op de bij het geldende
                            aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit
                            vermelde tijd:</al><al>per 6 minuten of een ge­deelte daarvan (uurtarief € 2,00): € 0,20;</al></li><li nr="-"><al>binnen tariefzone III, zoals aangegeven op de, bij het geldende
                            aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit
                            vermelde tijd: </al><al>per 8 minuten of een gedeelte daarvan (tarief per 58 minuten € 1,50) €
                            0,20</al></li><li nr="-"><al>voor de gehele gemeente per dag € 12,40;</al></li><li nr="-"><al>voor de gehele gemeente per week € 61,50; </al></li><li nr="-"><al>voor de gehele gemeente per maand € 185,00;</al></li><li nr="-"><al>voor de gehele gemeente per jaar€ 1.850,00.</al></li></lijst><al>2. Het tarief voor het parkeren op een vergunningshoudersplaats, anders dan
                    krachtens een parkeervergunning, inclusief kraskaart, bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>per dag of een gedeelte daarvan € 12,40;</al></li><li nr="-"><al>per week € 61,50;</al></li><li nr="-"><al>per maand € 185,00;</al></li><li nr="-"><al>per jaar€ 1.850,00.</al></li></lijst><al/><al><vet>Onderdeel III. Tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel
                        b, van de verordening.</vet></al><al>Het tarief voor een parkeervergunning, voor het parkeren op bepaalde wegen of
                    gedeelten van wegen en/of bepaalde tijden, bedraagt per kwartaal:</al><lijst><li nr="-"><al>bij een vergunning op kenteken € 41,00;</al></li><li nr="-"><al>bij een tweede vergunning op kenteken € 82,20;</al></li><li nr="-"><al>bij een vergunning op naam, geldig van maandag t/m zaterdag van 08.00
                            uur tot 22.00 uur en op zondag van 12.00 uur tot 22.00 uur €
                            102,75;</al></li><li nr="-"><al>bij een vergunning op naam, geldig van maandag t/m vrijdag van 08.00 uur
                            tot 17.00 uur € 82,20; </al></li><li nr="-"><al>bij een autodatevergunning, uitsluitend geldig op aangewezen plaatsen
                            voor autodeelvergunningen, gelegen in het gehele grondgebied van de
                            gemeente € 41,00;</al></li><li nr="-"><al>bij een zorgvergunning op naam, geldig van maandag tot en met zondag
                            gedurende de hele dag € 82,20;</al></li><li nr="-"><al>Het tarief voor een werknemersvergunning, geldig op werkdagen maandag
                            tot en met vrijdag (feestdagen uitgezonderd) van 08.00 tot 18.30 uur
                            geldt per kalenderjaar. Het bedrag wordt bij aanschaf voldaan en er
                            vindt geen restitutie plaats indien het dienstverband ophoudt gedurende
                            het betreffende kalenderjaar. Tarief per kalenderjaar € 380,00; </al></li></lijst><al>Het tarief voor een kraskaart, geldig op alle openbare parkeerplaatsen binnen de
                    parkeerzone van afgifte, bedraagt per stuk, per 4 uur € 2,50.</al><al/><al>Onderdeel IV. Kosten van de naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 2,
                    onderdeel a, van de verordening.</al><al>De kosten van de naheffingsaanslag bedragen, met inachtneming van het “Besluit
                    gemeentelijke parkeerbelastingen” € 54,00</al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op tarieven- en kostentabel</titel></kop><al><vet>N.a.v. wijziging van de Verordening Invordering Parkeerbelasting 2009 door
                        RV 11.0112 en RV 11.0133 (d.d. 1 maart 2012):</vet></al><al/><al><onderstreept>Over de Tarieven- en kostentabel behorende bij de verordening
                        parkeerbelasting 2009</onderstreept></al><al><cursief>Onderdeel III tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2,
                        onderdeel b, van de verordening.</cursief></al><al>De prijs van de ontheffing (klussenbusvergunning) bedraagt per kwartaal € 80,- (
                    tweemaal de prijs van een bewonersvergunning) en is geldig van maandag tot en
                    met vrijdag van 08.00 uur tot 17.00 uur.</al><al/><al>De werknemersvergunning kost € 380,- per kalenderjaar en is geldig op werkdagen
                    (maandag tot en met vrijdag) tussen 08.00 en 18.30 uur. Er vindt geen restitutie
                    plaats indien gedurende het kalenderjaar het dienstverband met de Leidse
                    werkgever ophoudt.</al><al/><al/><al><vet>N.a.v. wijzigingen tarieven- en kostentabel door RV 11.0131</vet><vet>(d.d.
                        1 april 2012):</vet></al><al/><al>Jaarlijks worden de tarieven van de belastingen en rechten aangepast vanwege de
                    inflatiecorrectie of mogelijke andere wijzigingen in tarieven. Dit gebeurt door
                    vaststelling van de nieuwe belasting- en rechtenverordeningen of wijzigingen in
                    bestaande verordeningen door de Raad. </al><al/><al><vet>Maximaal tarief</vet></al><al/><al>Voor de verhoging van het tarief van de naheffingsaanslagen in de
                    parkeerbelastingen wordt uitgegaan van de maximale, wettelijke stijging.</al><al/><al>Voor 2012 wordt het tarief van de naheffingsaanslagen in de parkeerbelastingen
                    verhoogd met € 2.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>