<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102644_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en inning van precariobelasting 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maasdriel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maasdriel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Brabants Dagblad, 27-05-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening precariobelasting 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Maasdriel;</al><al>gezien het voorstel van het college van 10 mei 2011;</al><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2011.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="b."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="c."><al>vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                                persoon één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp
                            of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij
                            blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
                            voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
                                voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
                                eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel waarvoor een
                                privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen en is betaald;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
                                gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="c."><al>voorwerpen, welke op grond van een wettelijk voorschrift, een
                                overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;</al></li><li nr="d."><al>buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of
                                hemelwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                        opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                        inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
                            in de tarieventabel genoemde lengtemaat een gedeelte daarvan als volle
                            eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                            precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
                            tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere of
                            langere periode heeft voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
                            tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de
                            voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van
                            de precariobelasting een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een
                            maand.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het belastingtijdvak een langere periode dan een maand omvat,
                            wordt het maandtarief per maand toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de openbare
                            dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode
                            waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een
                            kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het tijdvak 1 juni 2011 tot en met 31
                            december 2011.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid genoemde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de in het tijdvak 1 juni 2011 tot en met 31 december
                            2011 gelegen aaneengesloten periode van een aantal maanden of gedeelten
                            daarvan gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of voor heeft
                            gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of,
                            zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel zesde gedeelten van de
                            voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de
                            aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel zesde gedeelten van de voor
                            dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij
                            blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                            10,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen betaald worden in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 juni 2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening precariobelasting
                        2011".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 mei 2011.</al><al>De gemeenteraad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening><functie>de griffier</functie><naam><voornaam>J.F.</voornaam><achternaam>van Zutphen</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter</functie><naam><voornaam>D.W.</voornaam><achternaam>de Cloe</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabel, behorende bij de verordening precariobelasting
                        2011</titel></kop><tussenkop>Hoofdstuk 1: Leidingen, kabels en buizen</tussenkop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colwidth="360.00pt"/><colspec colname="col3" colwidth="1.88*"/><colspec colname="col4" colwidth="4.03*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Tarief per maand</al></entry><entry colname="col4"><al>Tarief 1 juni 2011 tot en met 31 december 2011</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor kabels, leidingen en buizen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Per strekkende meter</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,32</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 2,24</al></entry></row></tbody></tgroup></table><bijlage-sluiting><slotformulering><al>Behorende bij het raadsbesluit van 26 mei 2011.</al></slotformulering><ondertekening><functie>De griffier</functie><naam><voornaam>J.F.</voornaam><achternaam>van Zutphen</achternaam></naam></ondertekening></bijlage-sluiting></bijlage></regeling></body></cvdr>