<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR10259_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Leiden 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant, 14 oktober 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Leiden 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 11.0080</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening Inburgering 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-49590</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-49591</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Leiden 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiden:</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel 11.0080
                        van 2011), kennis genomen hebbende van het feit dat er geen inspraakreacties
                        zijn binnengekomen op de concept verordening Wet inburgering 2011, mede
                        gezien het advies van de commissie, gelet op artikel 147 eerste lid van de
                        Gemeentewet, de artikelen 8, 19 vijfde lid, 23 derde lid, 24a vijfde lid,
                        24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27 van het Besluit
                        inburgering, besluit vast te stellen:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Leiden;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>het besluit: het Besluit inburgering;</al></li><li nr="d."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>trajectplan: planmatige omschrijving van de
                                        voorziening;</al></li><li nr="f."><al>persoonlijk inburgeringsplan: een door de inburgeraar
                                        persoonlijk opgestelde planmatige beschrijving van de
                                        inhoud, uitvoering en afronding van de door hem voorgestelde
                                        voorziening;</al></li><li nr="g."><al>project wijkgerichte inburgering: een project in Leiden
                                        Noord waarbij het inburgeringstraject wordt aangeboden in de
                                        eigen wijk en zo veel mogelijk gericht is op participatie in
                                        de wijk; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                                vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze
                                worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de
                                wet en deze verordening en over het aanbod van en de toegang tot de
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder geval
                                gebruik van de volgende middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken van voorlichting via een gemeentelijke
                                        informatiebalie;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie via de gemeentelijke
                                        website;</al></li><li nr="c."><al>schriftelijk voorlichtingsmateriaal bij inschrijving in de
                                        gemeentelijke basisadministratie en bij het aanvragen van
                                        een uitkering of inkomensvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de drie jaar de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars en
                                rapporteert daarover aan de raad. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen bij inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt, zoals de wet voorschrijft, voor asielgerechtigde
                                inburgeringsplichtigen en geestelijk bedienaren een voorziening
                                vast. Tevens wijst het college de overige inburgeringsplichtigen aan
                                als doelgroep waaraan een voorziening aangeboden kan worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de volgende groepen inburgeringsplichtigen bij
                                voorrang een voorziening aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen; WI en WWB</al></li><li nr="b."><al>inburgeringsplichtigen met zorg- en opvoedingstaken;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling van de voorziening voor
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op in ieder
                                geval het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                                omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige algemene bijstand op grond van de
                                Wet werk en bijstand of een uitkering op grond van de in artikel
                                4.23 Besluit inburgering vermelde socialezekerheidswetten of sociale
                                zekerheidsregelingen ontvangt, stemt het college, onverminderd lid
                                1, de voorziening af op diens mogelijkheden tot
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige arbeid verricht voorafgaand aan, dan
                                wel arbeid gaat verrichten gedurende een voorziening, stemt het
                                college de voorziening af op de aard van de werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De procedure voor het doen van een aanbod aan
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                                wordt aangeboden en worden in ieder geval de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan die voorziening worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen twee weken na de datum van ontvangst van het aanbod het
                                college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet
                                aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling het
                                besluit tot toekenning van de voorziening overeenkomstig het gedane
                                aanbod in de vorm van een beschikking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van het
                                eerste tot en met het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigering van het aanbod door inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de nieuwkomer het aanbod, bedoeld in artikel 5, weigert,
                                informeert het college de nieuwkomer binnen twee weken na ontvangst
                                van deze mededeling schriftelijk over de in artikel 7 lid 1 van de
                                wet neergelegde termijn waarbinnen het inburgeringsexamen moet zijn
                                behaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de oudkomer het aanbod, bedoeld in artikel 5, weigert, neemt
                                het college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling een
                                besluit tot handhaving van de termijn, bedoeld in artikel 7, lid 1
                                van de wet, in de vorm van een beschikking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
                                voor inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van de
                                inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening
                                in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende
                                wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>het college beoordeelt of de inburgeringsplichtige de
                                        verantwoordelijkheid kan dragen voor het samenstellen van
                                        een voorziening;</al></li><li nr="b."><al>bij een positieve beoordeling als bedoeld onder a, verzoekt
                                        het college de inburgeringsplichtige binnen zes weken een
                                        persoonlijk inburgeringsplan in te dienen. Indien dit naar
                                        het oordeel van het college noodzakelijk is, kan het
                                        voornoemde termijn met een nader te bepalen aantal weken
                                        verlengen;</al></li><li nr="c."><al>na indiening van het persoonlijk inburgeringsplan beslist
                                        het college binnen zes weken na de datum van ontvangst op
                                        het verzoek tot het verstrekken van een persoonlijk
                                        inburgeringsbudget; </al></li><li nr="d."><al>bij toekenning van een persoonlijk inburgeringsbudget voegt
                                        het college het definitief vastgestelde inburgeringsplan als
                                        bijlage bij de beschikking tot toekenning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college adviseert en begeleidt de inburgeringsplichtige bij de
                                vormgeving en invulling van de voorziening en de keuze van het
                                inburgeringsbedrijf, tenzij de inburgeringsplichtige aangeeft hierop
                                geen prijs te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft toegekend, sluit de inburgeringsplichtige
                                een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college betaalt de kosten van de voorziening rechtstreeks aan
                                het inburgeringsbedrijf. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor de invulling en
                                uitvoering van het eerste en tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opleggen van verplichtingen aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>Onverminderd de uit wet en daarop berustende regelingen voortvloeiende
                            verplichtingen kan het college een inburgeringsplichtige bij beschikking
                            een of meer van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>medewerking verlenen aan de uitvoering van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="d."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="e."><al>het tijdig melden indien door ziekte dan wel door andere
                                    relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de
                                    beschikking kan worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>het op verzoek of uit eigen beweging direct melden van alle
                                    feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet
                                    zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op,
                                    toekenning, uitvoering van of deelname aan de voorziening;</al></li><li nr="g."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen,
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of het examen op
                                    het niveau mbo 1 of mbo 2 binnen de door het college bepaalde
                                    termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking voor inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De beschikking tot toekenning van de voorziening bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II of het examen op het niveau
                                    mbo1 of mbo 2 moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="f."><al>de gevolgen van het niet naleven van de verplichtingen en/of
                                    termijnen;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheid van een bonus, bedoeld in artikel 11; </al></li><li nr="h."><al>in geval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Innen van de eigen bijdrage van inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige dient de eigen bijdrage zoals bedoeld in
                                artikel 23 lid 2 van de wet in één keer te betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 kan een inburgeringsplichtige met een
                                uitkering op grond van de Wet werk en bijstand of de Wet investeren
                                in jongeren, op diens verzoek, de eigen bijdrage in maximaal 24
                                maandelijkse termijnen betalen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan een inburgeringsplichtige die
                                een inkomen ontvangt anders dan bedoeld in lid 2, op diens verzoek,
                                de eigen bijdrage in maximaal 12 termijnen betalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verstrekken van een bonus aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen, staatsexamen
                                Nederlands als tweede taal I of II of het examen op het niveau Mbo 1
                                of Mbo 2 binnen de gestelde examentermijn heeft behaald, kan het
                                college een bonus verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bonus, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal de hoogte van
                                de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels voor de uitvoering en invulling van
                                het eerste en het tweede lid. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hoogte van de bestuurlijke boetes voor
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijke boete op van 10% van de
                                bijstandsnorm voor een alleenstaande, inclusief de maximale
                                gemeentelijke toeslag op grond van de Wet werk en bijstand, indien
                                de inburgeringsplichtige, of de persoon ten aanzien van wie het
                                college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                inburgeringsplichtig is, geen of onvoldoende medewerking verleent
                                aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijke boete op van 20% van de
                                bijstandsnorm voor een alleenstaande, inclusief de maximale
                                gemeentelijke toeslag op grond van de Wet werk en bijstand, indien
                                de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld
                                in artikel 23, eerste lid, van de wet of de verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 9, niet of niet behoorlijk nakomt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijke boete op van 50% van de
                                bijstandsnorm voor een alleenstaande, inclusief de maximale
                                gemeentelijke toeslag op grond van de Wet werk en bijstand, indien
                                de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid,
                                van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond
                                van artikel 31, tweede lid, onderdeel a of b, van de wet verlengde
                                termijn het inburgeringsexamen, staatsexamen Nederlands als tweede
                                taal I of II of het examen op het niveau mbo 1 of mbo 2, heeft
                                behaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college legt een lagere boete op indien de inburgeringspichtige
                                aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete als bedoeld
                                in het eerste tot en met het derde lid niet in overeenstemming is
                                met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid van de
                                gedraging en de persoonlijke omstandigheden van de
                                inburgeringsplichtige. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de toepassing van het eerste tot en met derde lid neemt het
                                college de artikelen 36, 37 en 44 van de wet, titel 5.4 Bestuurlijke
                                boete en titel 4.4 Bestuursrechtelijke geldschulden van de Algemene
                                wet bestuursrecht in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Waarschuwing aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>Indien de mate van verwijtbaarheid of overige omstandigheden daartoe
                            aanleiding geven, kan het college in afwijking van artikel 12, eerste
                            tot en met derde lid, bij een eerste verwijtbare gedraging volstaan met
                            een waarschuwing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete aan
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijk boete, bedoeld in artikel 12,
                                eerste tot en met derde lid, niet op indien elke verwijtbaarheid
                                ontbreekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van een bestuurlijke
                                boete, bedoeld in het eerste lid, indien het daarvoor dringende
                                redenen aanwezig acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete aan inburgeringsplichtigen
                                bij recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijk boete op voor overtredingen,
                                bedoeld in artikel 12, eerste lid, van 20% van de bijstandsnorm voor
                                een alleenstaande, inclusief de maximale gemeentelijke toeslag op
                                grond van de Wet werk en bijstand, indien de inburgeringsplichtige
                                zich binnen twaalf maanden na de datum van beschikking inzake de
                                vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt
                                aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijk boete op voor overtredingen,
                                bedoeld in artikel 12, tweede lid, van 50% van de bijstandsnorm voor
                                een alleenstaande, inclusief de maximale gemeentelijke toeslag op
                                grond van de Wet werk en bijstand, indien de inburgeringsplichtige
                                zich binnen twaalf maanden na de datum van de beschikking inzake de
                                vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt
                                aan dezelfde gedraging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijk boete op van 100% van de
                                bijstandsnorm voor een alleenstaande, inclusief de maximale
                                gemeentelijke toeslag op grond van de Wet werk en bijstand, indien
                                de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                van artikel 32 of artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen, staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II
                                of het examen op het niveau mbo 1 of mbo 2, heeft behaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 12, vierde en vijfde lid en artikel 14 zijn van toepassing
                                op het eerste tot en met derde lid. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 5</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzen van doelgroepen bij vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de gehele groep vrijwillige inburgeraars aan als
                                doelgroep waaraan een voorziening aangeboden kan worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de volgende groepen vrijwillige inburgeraars bij
                                voorrang een voorziening aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>uitkeringsgerechtigde vrijwillige inburgeraars;</al></li><li nr="b."><al>vrijwillige inburgeraars met zorg- en opvoedingstaken;</al></li><li nr="c."><al>vrijwillige inburgeraars die deelnemen aan het project
                                        wijkgerichte inburgering. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Samenstelling van de voorziening voor vrijwillige
                                inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar de
                                samenstelling van de voorziening. De voorziening wordt afgestemd op
                                in ieder geval het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                                omstandigheden en de maatschappelijk positie van de vrijwillige
                                inburgeraar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de vrijwillige inburgeraar algemene bijstand op grond van de
                                Wet werk en bijstand of een uitkering op grond van de in artikel
                                4.23 Besluit inburgering vermelde socialezekerheidswetten of
                                socialezekerheidsregelingen ontvangt, stemt het college,
                                onverminderd lid 1, de voorziening af op diens mogelijkheden tot
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vrijwillige inburgeraar arbeid verricht voorafgaand aan
                                dan wel arbeid gaat verrichten gedurende een voorziening, stemt het
                                college de voorziening af op de werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vaststellen van de identiteit van vrijwillige
                                inburgeraars</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wt op de
                            identificatieplicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>De procedure voor het doen van een aanbod aan vrijwillige
                                inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, als bedoeld in artikel 24a, eerste of
                                tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar
                                het adres waar de vrijwillige inburgeraar in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                                wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vrijwillige inburgeraar aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen twee weken na de datum van ontvangst van het aanbod het
                                college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet
                                aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na aanvaarding van het aanbod, sluit het college een overeenkomst
                                met de vrijwillige inburgeraar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
                                voor vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van de vrijwillige inburgeraar om
                                in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een
                                persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>het college beoordeelt of de vrijwillige inburgeraar de
                                        verantwoordelijkheid kan dragen voor het samenstellen van
                                        een voorziening;</al></li><li nr="b."><al>bij een positieve beoordeling als bedoeld onder a, verzoekt
                                        het college de vrijwillige inburgeraar binnen zes weken een
                                        persoonlijk inburgeringsplan in te dienen. Indien dit naar
                                        het oordeel van het college noodzakelijk is, kan het
                                        voornoemde termijn met een nader te bepalen aantal weken
                                        verlengen;</al></li><li nr="c."><al>na ontvangst van het persoonlijk inburgeringsplan beslist
                                        het college binnen zes weken op het verzoek tot het
                                        verstrekken van een persoonlijk inburgeringsbudget; </al></li><li nr="d."><al>bij goedkeuring van een persoonlijk inburgeringsbudget voegt
                                        het college het definitief vastgestelde inburgeringsplan als
                                        bijlage bij de overeenkomst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college adviseert en begeleidt de vrijwillige inburgeraar bij de
                                vormgeving en invulling van de voorziening en de keuze van het
                                inburgeringsbedrijf, tenzij de vrijwillige inburgeraar aangeeft
                                hierop geen prijs te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft goedgekeurd, sluit het college met de
                                vrijwillige inburgeraar een overeenkomst. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nadat het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar
                                heeft afgesloten, sluit de vrijwillige inburgeraar een overeenkomst
                                met het in het trajectplan genoemde inburgeringsbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor de invulling en
                                uitvoering van het eerste en tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Opleggen van verplichtingen aan vrijwillige inburgeraars</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in artikel 24d tweede lid van de wet één of meer van de volgende
                            verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>medewerking verlenen aan de uitvoering van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="d."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="e."><al>het tijdig melden indien door ziekte dan wel door andere
                                    relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de
                                    beschikking kan worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>het op verzoek of uit eigen beweging direct melden van alle
                                    feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet
                                    zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op,
                                    toekenning, uitvoering van of deelname aan de voorziening;</al></li><li nr="g."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen, het
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of het examen op
                                    het niveau mbo1 of mbo 2 binnen de door het college bepaalde
                                    termijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst met de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid, van de wet bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen, het staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II of het examen op het niveau
                                    mbo1 of mbo 2 moet zijn deelgenomen;</al></li><li nr="d."><al>de gevolgen van het niet nakomen van de verplichtingen;</al></li><li nr="e."><al>de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23;</al></li><li nr="f."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheid van een bonus, bedoeld in artikel 24. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Opleggen en innen van de eigen bijdrage van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vrijwillige inburgeraar is een eigen bijdrage verschuldigd ter
                                hoogte van het bedrag genoemd in artikel 23 lid 2 van de wet. Deze
                                eigen bijdrage dient de vrijwillige inburgeraar in één keer te
                                betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de vrijwillige inburgeraar met
                                een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand of de Wet
                                investeren in jongeren op diens verzoek, de eigen bijdrage in
                                maximaal 24 maandelijkse termijnen betalen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan een vrijwillige inburgeraar die
                                een inkomen ontvangt anders dan bedoeld in lid 2, op diens verzoek,
                                de eigen bijdrage in maximaal 12 termijnen betalen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college legt in de overeenkomst de wijze van betaling en de
                                termijnen van betaling vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Verstrekken van een bonus aan vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de vrijwillige inburgeraar aan alle verplichtingen
                                voortvloeiend uit artikel 21 heeft voldaan en/of het
                                inburgeringsexamen, staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II
                                of het examen op het niveau Mbo 1 of Mbo 2 binnen de door het
                                college gestelde termijn heeft behaald, kan het college een bonus
                                verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bonus, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal de hoogte van
                                de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels voor de uitvoering en invulling van
                                het eerste en het tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst door de
                                vrijwillige inburgeraar</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of in onvoldoende mate nakomt, en hierbij sprake
                            is van een verwijtbare gedraging van de vrijwillige inburgeraar, kan het
                            college de reeds gemaakte kosten van de voorziening geheel of
                            gedeeltelijk op de vrijwillige inburgeraar verhalen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 6</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de inburgeringsplichtige of de vrijwillige
                                inburgeraar een vergoeding verstrekken voor gemaakte of te maken
                                noodzakelijke kosten voor de uitvoering van of deelname aan de
                                voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde kosten:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn, naar het oordeel van het college, noodzakelijk;</al></li><li nr="b."><al>zijn of worden aangetoond dan wel te verifiëren;</al></li><li nr="c."><al>kunnen, naar het oordeel van het college, redelijkerwijs
                                        niet ten laste van de inburgeringsplichtige of vrijwillige
                                        inburgeraar gebracht worden;</al></li><li nr="d."><al>worden niet vergoed door een voorliggende voorziening;</al></li><li nr="e."><al>zijn niet hoger dan de kosten van de goedkoopste en meest
                                        adequate oplossing.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 7</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                            inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar afwijken van de
                            bepalingen in deze verordening, indien strikte toepassing ervan tot
                            onbillijkheden van zwaarwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Onvoorzienbare situaties</titel></kop><al>In gevallen waarin de bepalingen van deze verordening niet voorzien,
                            neemt het college een besluit, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt
                            gezocht bij vergelijkbare situaties met inachtneming van de individuele
                            omstandigheden van de inburgeringsplichtige of vrijwillige
                            inburgeraar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag volgend
                            op die van de bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de
                            Verordening Wet inburgering gemeente Leiden 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Leiden 2011.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Leiden/i22129.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Leiden/i66361.pdf">Toelichting op de verordening Wet inburgering 2011</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>