<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102586_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2011, 15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 81oa, eerste lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB11.0016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2005, zoals vastgesteld op 30 maart 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>raad: de gemeenteraad;</al></li><li nr="d."><al>gemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de gemeente.</al></li><li nr="e."><al>secretaris: de ambtelijk secretaris van de
                                    rekenkamercommissie</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Taak, samenstelling en lidmaatschap van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>De commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en de
                                rekenkamerfunctie uitvoert, als bedoeld in artikel 81oa Gemeentewet.
                                De commissie wordt aangeduid als rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie heeft tot taak onderzoek uit te voeren naar
                                de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het
                                door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het werkterrein van de rekenkamercommissie strekt zich uit over alle
                                organen en diensten van de gemeente Den Helder en de door de
                                gemeente Den Helder gesubsidieerde instellingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Samenstelling en benoeming rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit zeven leden. De leden worden door
                                de raad benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Maximaal drie leden worden door de raad uit zijn midden benoemd. De
                                raadsleden worden benoemd voor een periode die gelijk is aan de
                                zittingsduur van de zittende raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Minimaal vier leden worden door de raad van buiten de kring van zijn
                                leden benoemd voor een periode van drie jaar; deze leden kunnen door
                                de raad op voordracht van de rekenkamercommissie één keer worden
                                herbenoemd voor een aansluitende periode van drie jaar. De benoeming
                                van deze externe leden geschiedt op voordracht van een door de raad
                                benoemde sollicitatiecommissie bestaande uit 2 raadsleden. De
                                voorzitter van de rekenkamercommissie fungeert als adviseur en de
                                secretaris als ondersteuning van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De externe leden mogen geen betrekkingen uitoefenen als bedoeld in
                                artikel 81f van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt voor de externe leden als bedoeld in
                                het derde lid een rooster van aftreden vast.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie wijst uit haar externe leden een voorzitter
                                en diens plaatsvervanger aan.</al><al> De voorzitter:</al><lijst><li nr="-"><al>draagt zorg voor het bijeenroepen, het bepalen van de agenda
                                        en leiden van de vergaderingen van de
                                        rekenkamercommissie;</al></li><li nr="-"><al>bewaakt het budget van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="-"><al>bewaakt de voortgang van de onderzoeken;</al></li><li nr="-"><al>fungeert als centraal aanspreekpunt voor de algemene gang
                                        van zaken rond de rekenkamercommissie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Einde van het lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid wordt door de raad ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>indien het lid aftreedt als lid van de raad, dan wel deel
                                        gaat uitmaken van het college van burgemeester en wethouders
                                        of van een commissie waaraan bestuursbevoegdheden zijn
                                        toegekend;</al></li><li nr="c."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer
                                        geschikt is de functie van lid van de rekenkamercommissie te
                                        vervullen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt een extern lid van de rekenkamercommissie op
                                non-activiteit indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het lid zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>het lid bij een nog niet onherroepelijk geworden
                                        rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan
                                        wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>het lid onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog
                                        niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid op non-activiteit stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een
                                        misdrijf wordt ingesteld of</al></li><li nr="b."><al>indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van
                                        feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op
                                        gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a, en
                                        zevende lid, onder a, van de Gemeentewet, zouden kunnen
                                        leiden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel
                                is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in lid
                                3 de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat
                                geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een extern lid wordt door de raad ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                        lidmaatschap van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien het lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                                        toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een extern lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is
                                        zijn functie vervullen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij handelt in strijd met artikel 81h van de
                                        Gemeentewet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden van de externe leden van de
                                rekenkamercommissie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter ontvangt een onkostenvergoeding van € 319,61 per maand
                                (prijspeil 1 januari 2011), exclusief reiskosten. De overige externe
                                leden ontvangen een onkostenvergoeding van</al><al> € 186,44 per maand (prijspeil 1 januari 2011), exclusief
                                reiskosten. De onkostenvergoedingen worden per 1 januari van elk
                                jaar herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor
                                de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onkostenvergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten
                                laste van het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in
                                artikel 5.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>De werkwijze van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar
                            vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na
                            de vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Initiatief tot het uitvoeren van onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bepaalt zelf de onderwerpen voor haar
                                onderzoek. Suggesties voor te onderzoeken onderwerpen kunnen worden
                                voorgedragen door:</al><lijst><li nr="a."><al>de leden van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>de leden van de raad;</al></li><li nr="c."><al>de leden van de raadscommissies;</al></li><li nr="d."><al>het college;</al></li><li nr="e."><al>commissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet
                                        waaraan bestuursbevoegdheden van het college zijn
                                        toegekend;</al></li><li nr="f."><al>inwoners van de gemeente Den Helder;</al></li><li nr="g."><al>organisaties gevestigd in de gemeente Den Helder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie legt jaarlijks een onderzoeksplan met haar
                                voorgenomen onderzoeken ter kennisneming voor aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor ieder onderzoek formuleert de rekenkamercommissie de
                                probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Uitvoering van het onderzoek en rapportage.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                                onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad
                                tussentijds te informeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het
                                gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de
                                uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de
                                bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de
                                secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van
                                haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de
                                ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen
                                binnen de door de rekenkamercommissie gestelde redelijke termijn te
                                verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten
                                zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de
                                Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten
                                die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                                aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten
                                behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot
                                geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid,
                                respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen
                                beleggen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt betrokken ambtenaren en eventueel
                                andere betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te
                                stellen termijn die ten minste twee weken en maximaal één maand
                                bedraagt, hun zienswijze op de weergave en interpretatie van de
                                feiten in het concept-rapport van bevindingen aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier
                                taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De
                                rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt. Naar aanleiding van de ontvangen reacties kan de
                                rekenkamercommissie besluiten het rapport van bevindingen aan te
                                passen. Vervolgens zal zij de nota met conclusies en aanbevelingen
                                formuleren.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt het college in de gelegenheid om binnen
                                een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken en
                                maximaal één maand bedraagt, zijn zienswijze op het rapport van
                                bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. Na ontvangst van de reactie
                                van het college formuleert de rekenkamercommissie haar nawoord.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het rapport van
                                bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig
                                mogelijk aangeboden aan de raad. Met de aanbieding van het rapport
                                van bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen is het
                                rapport openbaar geworden.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Na de aanbieding van het rapport van bevindingen en de nota met
                                conclusies en aanbevelingen stelt het presidium een raadsvoorstel
                                op, waarbij de reactie van het college is gevoegd. </al><al> De raad bespreekt het voorstel door tussenkomst van de aan het
                                onderwerp gerelateerde raadscommissie binnen 6 weken na aanbieden
                                van het rapport van bevindingen. De leden van de rekenkamercommissie
                                nemen geen deel aan de beraadslaging. Wel kunnen zij door de raad
                                worden uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de behandeling in
                                de vorm van een toelichting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr></kop><al>De rekenkamercommissie brengt jaarlijks, in ieder geval voor 1 april van
                            het volgende jaar, schriftelijk verslag uit van haar werkzaamheden.
                        </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>De ondersteuning van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsgriffier wijst in overleg met de rekenkamercommissie de
                                ambtelijk secretaris van de rekenkamercommissie aan. Tevens wijst
                                hij een plaatsvervangend secretaris aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van
                                haar taak terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris legt met betrekking tot de wijze waarop de
                                ondersteunende taken worden verricht rechtstreeks verantwoording af
                                aan de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Onderzoekmedewerk(st)ers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Interne onderzoekmedewerk(st)ers worden voor de duur van het
                                onderzoek en in overleg met de rekenkamercommissie door de
                                gemeentesecretaris aangewezen; zij worden in voldoende mate voor de
                                vervulling van hun taak vrijgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderzoekmedewerk(st)ers kunnen, indien de rekenkamercommissie hen
                                daartoe de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.3 toekent, alle
                                informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van
                                het onderzoek nodig acht; zij hebben een geheimhoudingsplicht met
                                betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording
                                verschuldigd aan de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget
                                als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Budget van de rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen die krachtens artikel 2.5 zijn toegekend aan
                                        de externe leden van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>interne onderzoeksmedewerkers;</al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen die door de rekenkamercommissie zijn
                                        ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>de eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie
                                        nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget
                                uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling
                                    door de gemeenteraad onder gelijktijdige intrekking van de
                                    ‘Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2005’,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2005.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening op de
                                    rekenkamercommissie Den Helder 2011".</al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 april 2011.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening op de rekenkamercommissie Den
                        Helder 2011</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                        telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven.</al><al>In deze verordening is gekozen om de betekenis van de begrippen
                        doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de
                        Gemeentewet is genoemd) niet in artikel 1 zelf op te nemen.</al><al>Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo
                        gering mogelijke kosten worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om
                        of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd
                        beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid
                        gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat
                        dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de
                        rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en
                        lasten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Dit artikel bepaalt dat er een gemeentelijke rekenkamercommissie is. De
                        juridische grondslag van het besluit tot instelling van de
                        rekenkamercommissie is artikel 81oa Gemeentewet. De term ‘door het
                        gemeentebestuur gevoerde bestuur wil niet zeggen dat het onderzoek alleen
                        betrekking heeft op het college. Ook kunnen onderzoeken van de
                        rekenkamercommissie ineffectiviteit, ongewenste neveneffecten en
                        inefficiënties aantonen die mede het (afgeleide) gevolg zijn van
                        beslissingen van de raad. Onderzoeken van de rekenkamercommissie kunnen
                        zodoende (in)direct ook de raad zelf raken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>Uit oogpunt van onafhankelijkheid is er voor gekozen dat ook niet-raadsleden
                        deelnemen in de rekenkamercommissie. In het derde lid is een termijn van
                        drie jaar genoemd voor de niet-raadsleden met de mogelijkheid van één keer
                        een herbenoeming voor een aansluitende periode van drie jaar.</al><al>Hiervoor is gekozen uit oogpunt van continuïteit, zodat het einde van de
                        zittingsduur van raadsleden en externe leden niet samenvalt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr></kop><al>De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor
                        de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze
                        bepaling is van overeenkomstige toepassing verklaard op de externe leden van
                        de rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid
                        (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde
                        situaties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr></kop><al>In dit artikel is de vergoeding vastgelegd die externe leden voor hun
                        werkzaamheden ontvangen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><al>Artikel 81i van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing verklaard
                        op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde kunnen zaken als de
                        vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie,
                        verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij
                        onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te
                        verrichten enzovoorts worden geregeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr></kop><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze
                        onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de
                        onderzoeksonderwerpen kan kiezen. Daarom is er ook voor gekozen de
                        onderzoeksonderwerpen ter kennisneming aan de raad voor te leggen en niet
                        ter vaststelling. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een
                        onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te
                        willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de
                        Gemeentewet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de
                        wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van
                        de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd
                        verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden moeten aanvoeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr></kop><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar
                        onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in
                        de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het
                        gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de
                        rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen
                        genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten daarvan als
                        geheim worden aangemerkt.</al><al>Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de
                        onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet
                        gepubliceerde) concept rapport van bevindingen. Er vindt dan wederhoor
                        plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien
                        aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele
                        onjuistheden te corrigeren. Indien van toepassing wordt het college de
                        gelegenheid geboden te reageren op de conclusies en aanbevelingen die de
                        rekenkamercommissie verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot
                        brengt de rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met
                        bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen.</al><al>De raad kan de rekenkamercommissie verzoeken om de raad tussentijds over de
                        voortgang te informeren. Het is echter aan de rekenkamercommissie ter
                        beoordeling aan dit verzoek te voldoen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Deze
                        wordt door de griffier aangewezen. De rekenkamercommissie dient zelfstandig
                        te functioneren en in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse
                        verantwoordingsrelatie van de secretaris ten opzichte van de
                        rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><al>Teneinde de daadwerkelijke beschikbaarheid van voldoende
                        onderzoekscapaciteit te waarborgen bevat dit artikel waarborgen met
                        betrekking tot de beschikbaarheid van interne en externe
                        onderzoeksmedewerkers.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van
                        het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Gelet op
                        haar taak is het niet gewenst dat de rekenkamercommissie voor wat haar
                        werkbudget betreft afhankelijk is van een andere budgethouder.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>