<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102536_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Sociaal Statuut 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsbode d.d. 20-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sociaal Statuut 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet art. 125; Gemeentewet art. 160; CAR/UWO art. 12:1:5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sociaal Statuut 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Sociaal Statuut 2007</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1:1  Definities</titel></kop><al>In dit sociaal statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>ambtenaar</vet>:  de ambtenaar in de zin van de CAR, evenals de werknemer met wie de werkgever op grond van artikel 2:5 CAR een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten;</al></li><li nr="b"><al><vet>werkgever</vet>:  de gemeente Zeist;</al></li><li nr="c"><al><vet>organisatiewijziging</vet>:  een belangrijke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een belangrijke wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt;</al></li><li nr="d"><al><vet>privatisering</vet>:  organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij;</al></li><li nr="e"><al><vet>publiekrechtelijke</vet><vet>taakoverheveling</vet>:  organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan;</al></li><li nr="f"><al><vet>personele</vet><vet>gevolgen</vet>: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken ambtenaren;</al></li><li nr="g"><al><vet>salaris</vet>:  het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR;</al></li><li nr="h"><al><vet>salarisperspectief</vet>:  de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het maximumbedrag dat de ambtenaar kan behalen in uitloopschaal en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken;</al></li><li nr="i"><al><vet>bezoldiging</vet>:  het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen/vergoedingen, niet zijnde onkostenvergoedingen als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR;</al></li><li nr="j"><al><vet>toelage</vet>:  de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de Bezoldigingsverordening van de gemeente Zeist;</al></li><li nr="k"><al><vet>functiegebonden</vet><vet>toelage</vet>: de toelage die de medewerker ontvangt in verband met het vervullen van zijn functie (bv toelage onregelmatige dienst);</al></li><li nr="l"><al><vet>persoonsgebonden</vet><vet>toelage</vet>:  de toelage die de medewerker ontvangt in verband met persoonlijke redenen;</al></li><li nr="m"><al><vet>functie</vet>:  het geheel van werkzaamheden dat de ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving en eventueel bijbehorend competentieprofiel verricht en in welke functie hij is aangesteld voordat tot de reorganisatie is besloten;</al></li><li nr="n"><al><vet>ongewijzigde</vet><vet>functie</vet>:  een functie die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde;</al></li><li nr="o"><al><vet>passende</vet><vet>functie</vet>:  een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een hoger niveau of maximaal één salarisschaalniveau lager zijn dan de oude functie;</al></li><li nr="p"><al><vet>geschikte</vet><vet>functie</vet>:  een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen.; </al></li><li nr="q"><al><vet>mobiliteitsbeleid</vet><vet>2007-2010</vet>: beleid zoals vastgesteld door het College van B&amp;W;</al></li><li nr="r"><al><vet>mobiliteitscommissie</vet>:  commissie die op grond van het mobiliteitsbeleid is ingesteld om de herplaatsing van herplaatsingskandidaten en vrijwillige mobiliteitskandidaten met in acht name van de afgesproken procedures te bewerkstelligen. </al></li><li nr="s"><al><vet>Plaatsingscommissie</vet>: commissie die is ingesteld om de herplaatsing van ambtenaren te bewerkstelligen bij organisatiewijzigingen, privatiseringen of publiekrechtelijke taakoverhevelingen en die bestaat uit één lid aangewezen door de werkgever, één lid gezamenlijk aangewezen door  het Georganiseerd Overleg en Ondernemingsraad en een door deze beide leden gezamenlijk aangewezen voorzitter;</al></li><li nr="t"><al><vet>CAR</vet>:  Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;</al></li><li nr="u"><al><vet>Georganiseerd</vet><vet>Overleg</vet>:  de commissie voor Georganiseerd Overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de CAR;</al></li><li nr="v"><al><vet>Ondernemingsraad</vet>:  de Ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden;</al></li><li nr="w"><al><vet>sociaal</vet><vet>plan</vet>:  nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit sociaal statuut, met betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2  Werkingssfeer</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Dit sociaal statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling. Het sociaal statuut heeft tot doel de organisatiewijzigingen op een zorgvuldige en sociaal verantwoorde wijze te laten verlopen en de arbeidsrechtelijke gevolgen daarvan te ondervangen dan wel in te kaderen.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Het sociaal statuut is niet van toepassing op medewerkers met wie bij de aanstelling  of functiewijziging schriftelijk afspraken zijn gemaakt over een mogelijke functiewijziging of functie-opheffing als gevolg van een organisatiewijziging.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:3  Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4  Bevoegdheid tot het nemen 
 van besluiten betreffende individuele ambtenaren</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen 
 van besluiten over wijziging van de aanstelling, herplaatsing en ontslag 
 van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is 
 bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:1  Onderzoek naar organisatiewijziging</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
Als de werkgever het voornemen heeft de mogelijkheid en wenselijkheid van 
 een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de Ondernemingsraad en 
 de betrokken ambtenaren hier in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de Ondernemingsraad zijn 
 mening over het onderzoek kenbaar kan maken.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>
De betrokken ambtenaren en de Ondernemingsraad worden zo veel mogelijk 
 betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij, indien 
 mogelijk, tussentijds op de hoogte gehouden van de vorderingen van het 
 onderzoek.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>
De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming 
 toegezonden aan de Ondernemingsraad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:2  Extern advies</titel></kop><al>Indien de werkgever voornemens is om over de organisatiewijziging extern 
 advies te vragen, wordt de Ondernemingsraad om advies gevraagd over het 
 verstrekken en formuleren van de  adviesopdracht, conform artikel 
 25 van de Wet op de ondernemingsraden. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:3  Overleg over de personele 
 gevolgen en maatregelen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, 
 wordt in de Ondernemingsraad overleg gevoerd over de personele gevolgen 
 van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
Als de Ondernemingsraad van mening is dat de organisatiewijziging zodanig 
 ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover naast het 
 sociaal statuut aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, dan wordt 
 door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Over dit sociaal plan moet 
 in het Georganiseerd Overleg overeenstemming worden bereikt.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>
De leden van de Ondernemingsraad en het Georganiseerd Overleg kunnen tussentijds 
 bijeen worden geroepen dan wel schriftelijk worden geraadpleegd, wanneer 
 de omstandigheden een versnelde procedure vereisen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:4  Advies Ondernemingsraad 
 over organisatiewijziging</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
Indien en voor zover aan de orde op grond van artikel 25 WOR en/of het 
 OR-reglement wordt,  voordat 
 een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, 
 de Ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, 
 de beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit 
 en de naar aanleiding daarvan te nemen personele maatregelen. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>
Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijke 
 invloed kan zijn op het te nemen besluit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5  Taakverdeling tussen Ondernemingsraad en Georganiseerd Overleg</titel></kop><al>Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakbonden geldt het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden behandeld. Die onderwerpen die betrekking hebben op de organisatiewijziging zullen door de Ondernemingsraad worden behandeld; als het gaat om rechtspositionele onderwerpen is het Georganiseerd Overleg het eerste aanspreekpunt. Indien Ondernemingsraad en Georganiseerd Overleg afwijkende afspraken maken wordt de bestuurder / werkgever hierover schriftelijk geïnformeerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:6  Kennisgeving en uitvoering 
 besluit</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, 
 dan wordt dit besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het Georganiseerd 
 Overleg, de Ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt 
 tevens ingegaan op de personele gevolgen van het besluit. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de Ondernemingsraad, 
 zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het 
 besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op 
 zijn vroegst een maand nadat de Ondernemingsraad van het besluit in kennis 
 is gesteld, conform artikel 25, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden, 
 tenzij de Ondernemingsraad anders aangeeft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:1 Werkingssfeer hoofdstuk</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2 Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging</titel></kop><al>De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat de bij de organisatiewijziging betrokken ambtenaren onvrijwillig werkloos raken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3 Voorkeursvolgorde bij herplaatsing</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde:</al><lijst><li nr="1"><al>de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;</al></li><li nr="2"><al>de ambtenaar wordt herplaatst in een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="3"><al>de ambtenaar wordt herplaatst in een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie. </al></li><li nr="4"><al>de ambtenaar wordt herplaatst in een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="5"><al>de ambtenaar wordt herplaatst in een geschikte functie buiten de gemeentelijke organisatie.</al></li></lijst><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Herplaatsingsbesluiten als bedoeld in het eerste lid onder 2 en 3 worden genomen met inachtneming van de herplaatsingprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 4 en het mobiliteitsbeleid 2007-2010 van de Gemeente Zeist.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:4 Uitgangspunten herplaatsing</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, wordt met de volgende gegevens in willekeurige volgorde rekening gehouden:</al><lijst><li nr="-"><al>de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals die blijkt uit opleidings- en ervaringsgegevens, beoordelingsgesprekken en eventuele geschiktheidstesten, maar ook uit diens persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten;</al></li><li nr="-"><al>de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies;</al></li><li nr="-"><al>de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente Zeist;</al></li><li nr="-"><al>het type dienstverband van de ambtenaar.</al></li></lijst><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en tests die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder a. De kosten van eventuele tests zijn voor rekening van de werkgever.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5 Belangstellingsregistratie</titel></kop><al>Voordat (her)plaatsingsbesluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, worden genomen, wordt de betrokken ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor maximaal drie functies kenbaar te maken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:6 Geen passende of geschikte functie</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar een passende dan wel geschikte functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>bijscholing en omscholing;</al></li><li nr="-"><al>een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, die na de herplaatsingsprocedure is ontstaan;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke detachering naar een externe organisatie;</al></li><li nr="-"><al>outplacementbegeleiding;</al></li><li nr="-"><al>een passende of geschikte functie buiten de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief;</al></li><li nr="-"><al>flankerende maatregelen.</al></li></lijst><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding, die naar het oordeel van de werkgever noodzakelijk zijn voor het vinden van een structurele oplossing, zijn voor rekening van de werkgever. De regeling opleidingsfaciliteiten is van toepassing.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> In de periode waarin gezocht wordt naar een structurele oplossing kan de ambtenaar tijdelijk worden belast met de uitvoering van andere werkzaamheden. </al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Indien de werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:4 van de CAR-UWO.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7 Verplichting ambtenaar</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende of geschikte functie die hem met inachtneming van de herplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Wanneer de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg weigerachtig is ten aanzien van de aanvaarding van een passende of geschikte functie of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, kan het College van burgemeester en wethouders overgaan tot ontslag. Daarbij kan het College van burgemeester en wethouders melding maken bij de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, dat de betreffende ambtenaar weigert een passende functie te aanvaarden of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6 lid 1.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> De bepalingen geformuleerd in het vastgestelde mobiliteitsbeleid 2007-2010 zijn van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:8 Salarisgarantie</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De ambtenaar die wordt herplaatst in een andere functie met een lager salarisniveau binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op het salaris en het salarisperspectief binnen de functieschaal, zoals die voor hem golden in zijn oorspronkelijke functie op de dag voorafgaand aan de herplaatsing.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Voorwaarde is dat de medewerker zich inspant om met de ondersteuning die hem door de werkgever wordt geboden, een andere functie – die vergelijkbaar is met de oorspronkelijke functie – te vinden. Minimaal een keer per jaar wordt dit geëvalueerd. Indien is gebleken bij de evaluatie na een periode van 3 jaar dat de medewerker aantoonbaar niet heeft meegewerkt, dan zal het hem gegarandeerde salaris volgens de geldende bepalingen van de Bezoldigingsregeling worden afgebouwd naar het salarisniveau van de door hem uitgeoefende functie. Als blijkt dat de werkgever aantoonbaar niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting, dan blijft de salarisgarantie onverkort voortduren. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Als na een periode van twee keer drie jaar is gebleken dat, noch de werkgever, noch de werknemer nalatig zijn geweest bij het vinden van een andere functie, wordt na die periode van 6 jaar de salarisgarantie gecontinueerd. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:9 Functiegebonden toelagen/vergoedingen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Voor de ambtenaar die wordt herplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen/vergoedingen. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen/vergoedingen/vergoedingen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie op basis van de bezoldigingsregeling toegekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:10 Persoonsgebonden toelagen/vergoedingen</titel></kop><al>De ambtenaar die wordt herplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen/vergoedingen, voorzover de bezoldiging in de nieuwe functie de oude bezoldiging niet overtreft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:11 Opleidingsfaciliteiten</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De ambtenaar die wordt herplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van de opleidingsfaciliteitenregeling zijn toegekend, indien hij de studie voortzet.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar die wordt herplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie en die na toestemming van zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de opleidingsfaciliteitenregeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:12 Aanvullende scholing</titel></kop><al>De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is herplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:13 Functie buiten de gemeentelijke organisatie</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Indien de ambtenaar, waarvoor in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, een functie accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, wordt hem eervol ontslag verleend.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar die overeenkomstig het eerste lid ontslag wordt verleend, wordt ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de opleidingsfaciliteitenregeling, de verhuiskostenregeling en de regeling betaald ouderschapsverlof.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid een functie van ten minste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, dan vult de werkgever de bruto bezoldiging volgens de hiernavolgende staffel aan tot aan het niveau van de bruto bezoldiging dat de ambtenaar genoot direct voorafgaand aan het ontslag. Deze staffel is als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>het 1e jaar wordt het salaris aangevuld tot maximaal 100% van de bruto oude bezoldiging</al></li><li nr="-"><al>het 2e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 75% van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging;</al></li><li nr="-"><al>het 3e jaar: wordt het salaris aangevuld met een bedrag van 50 % van het verschil tussen oude en nieuwe bezoldiging. </al></li></lijst><al>De ambtenaar die een functie accepteert met een kleinere betrekkingsomvang ontvangt volgens de hiervoor genoemde staffel gedurende maximaal 3 jaar een aanvulling van zijn brutobezoldiging naar rato.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:1  Advies over herplaatsing</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
De mobiliteitscommissie verzamelt alle volgens haar –in verband met herplaatsing 
 -benodigde gegevens en adviseert op basis van deze gegevens (de door) 
 het College van burgemeester en wethouders (gemandateerde) over de herplaatsing 
 van de betrokken ambtenaren.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
(De door) Het College van burgemeester en wethouders (gemandateerde) informeert 
 de ambtenaar schriftelijk over het advies van de mobiliteitscommissie 
 over zijn herplaatsing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2  Bedenkingen tegen voorstel</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het advies van de commissie over zijn herplaatsing,  kan hij deze binnen 14 dagen schriftelijk indienen bij (de door)het College van burgemeester en wethouders (gemandateerde).</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar kan verzoeken om mondeling te worden gehoord door (een vertegenwoordiging van) het College van burgemeester en wethouders. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal binnen 14 dagen worden gehoord. Van de hoorzitting wordt schriftelijk verslag opgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3  Herplaatsingsbesluiten</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
(De door) Het College van burgemeester en wethouders (gemandateerde) besluit 
 tot herplaatsing van de betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo spoedig 
 mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering 
 van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar 
 zijn ingediend.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
De ambtenaar voor wie in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikte 
 functie is gevonden, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van dit besluit 
 in kennis gesteld. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op 
 eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>
De ambtenaar kan bezwaar en beroep aantekenen tegen de besluiten, zoals 
 bedoeld in het eerste en tweede lid, conform de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:1 Werkingssfeer hoofdstuk</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:2 Werkgelegenheid</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen dat de werkgelegenheid van de bij de privatisering of overheveling van taken betrokken ambtenaren behouden blijft.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:3 Sociaal plan</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Als het Georganiseerd Overleg van mening is dat de privatisering of taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit plan regelt de herplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit sociaal plan moet overeenstemming worden bereikt in het Georganiseerd Overleg.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren voordat er overeenstemming is over het sociaal plan, tenzij er tussen de ambtenaar en het College van burgemeester en wethouders overeenstemming bestaat. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:4 Rechtspositievergelijking</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of een andere publiekrechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO geldt, maakt de werkgever een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en toelagen/vergoedingen, (pre)pensioen, vakantie, ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in het sociaal plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Indien de privaatrechtelijke onderneming in een periode tot 5 jaar na de privatiseringsdatum failliet gaat of anderszins haar werkzaamheden geheel of gedeeltelijk moet beëindigen waardoor de voormalig ambtenaar wordt ontslagen op basis van bedrijfseconomische redenen, dan zal werkgever zich maximaal inspannen om voor deze voormalige ambtenaren een passende of geschikte functie te vinden binnen of buiten haar organisatie.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties:</al><lijst><li nr="a"><al>netto-nettogarantie van het totale pakket van arbeidsvoorwaarden gedurende een nader te bepalen periode;</al></li><li nr="b"><al>ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:1  Hardheidsclausule</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
In gevallen waarin toepassing van het sociaal statuut zou leiden tot een 
 onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het College van burgemeester 
 en wethouders van het statuut afwijken in een voor de ambtenaar gunstige 
 zin.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
In gevallen waarin het sociaal statuut niet voorziet, beslist het College 
 van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2  Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: 'Sociaal statuut gemeente Zeist 
 2007'.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:3  Inwerkingtreding</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2007. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>
Het Sociaal statuut gemeente Zeist 2004/2 wordt ingetrokken met ingang 
 van de datum van inwerkingtreding van het Sociaal statuut gemeente Zeist 
 2007.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>
Het Sociaal statuut gemeente Zeist 2007 is vastgesteld door het College 
 met de Collegebesluitnummer 07cv00857 d.d. 11-12-2007. </al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>
In de vergadering d.d. 26-11-2007 is er overeenstemming bereikt over deze 
 regeling met het Georganiseerd Overleg.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>
Het Sociaal statuut 2007 wordt eind 2009 geëvalueerd en zonodig na overeenstemming 
 met het Georganiseerd Overleg in aangepaste vorm vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:1</titel></kop><al><vet>Definitie 'organisatiewijziging'</vet></al><al>
Voor de definitie van organisatiewijziging is aangesloten bij artikel 25 
 van de Wet op de ondernemingsraden. De toevoeging 'belangrijke' in de 
 definitie van organisatiewijziging kan tot discussie leiden. Of een inkrimping, 
 een wijziging van de werkzaamheden of een wijziging van de organisatiestructuur 
 'belangrijk' is, kan worden afgemeten aan:</al><lijst><li nr="-"><al>de reikwijdte van de organisatiewijziging (hoeveel 
 ambtenaren zijn erbij betrokken); indien de organisatiewijziging 5 of 
 meer medewerkers betreft is het Sociaal Statuut van toepassing; dit geldt 
 eveneens voor een afdelingsoverstijgende organisatiewijziging;</al></li><li nr="-"><al>de ingrijpendheid van de organisatiewijziging (hoe 
 ingrijpend zijn de gevolgen voor de betrokken ambtenaren). </al></li></lijst><al><vet>Definitie 'publiekrechtelijke taakoverheveling'</vet></al><al>
Bij publiekrechtelijke taakoverheveling moet gedacht worden aan het verplaatsen 
 van taken naar een gemeenschappelijke regeling, de provincie of een ander 
 publiekrechtelijk orgaan.</al><al><vet>Definitie ‘ongewijzigde functie’</vet></al><al>
Het gaat dan om een functie die in essentie gelijk is. Meer dan circa 80% 
 van de tijdsbesteding binnen de functie is gelijkblijvend.</al><al><vet>Definitie ‘passende functie’</vet></al><al>
Bij het werk- en denkniveau gaat het om het werk- en denkniveau zoals dat 
 in de functiebeschrijving en eventueel bijbehorend competentieprofiel 
 is opgenomen. </al><al><vet>Definitie ‘geschikte functie’</vet></al><al>
Van een geschikte functie is ook sprake als de ambtenaar voor de functie 
 geschikt te maken is door middel van bv. scholing, coaching on the job. 
 In overleg met de leidinggevende van de afdeling waar de betreffende functie 
 is, de mobiliteitscommissie en de medewerker zal worden afgesproken op 
 welke wijze de medewerker in de functie kan groeien. Deze afspraken worden 
 schriftelijk vastgelegd.</al><al><vet>Definitie ‘mobiliteitsbeleid 2007 – 
 2010’</vet></al><al>
Het mobiliteitsbeleid is met instemming van het Georganiseerd Overleg totstandgekomen. 
 In dit stuk staan bepalingen die gelden bij vrijwillige mobiliteit, maar 
 ook bij verplichte mobiliteit, zoals bv als de ambtenaar boventallig wordt 
 als gevolg van een reorganisatie. </al><al><vet>Definitie ‘mobiliteitscommissie’</vet></al><al>
In het mobiliteitsbeleid 2007-2010 is de taak en samenstelling e.d. van 
 de mobiliteitscommissie uitgewerkt. </al><al><vet>Definitie ‘herplaatsingscommissie’</vet></al><al>
In sociale plannen kan worden bepaald dat er specifieke plaatsingscommissies 
 worden ingesteld door de werkgever . In deze plaatsingscommissie zit ook 
 een lid dat door of namens de OR of Georganiseerd Overleg wordt aangewezen. 
 Een dergelijke plaatsingscommissie zal in elk geval worden ingesteld bij 
 organisatieveranderingen met gevolgen voor 5 of meer personen en bij privatiseringen 
 of publiekrechtelijke taakoverhevelingen, tenzij met het Georganiseerd 
 Overleg wordt afgesproken dat er geen plaatsingscommissie hoeft te worden 
 ingesteld. 
De herplaatsingscommissie kan een advies vragen bij de loopbaanadviseur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2</titel></kop><al>Herindelingsoperaties worden van de werkingssfeer van het sociaal statuut 
 uitgezonderd. Bij herindeling is immers sprake van een bijzondere situatie 
 waarin twee of meer gemeentelijke organisaties fuseren tot één nieuwe 
 organisatie. Voor een dergelijke complexe reorganisatie moet een apart 
 Sociaal Statuut cq sociaal plan worden opgesteld in overleg met de andere 
 werkgever(s) en de vakorganisaties in het bijzonder Georganiseerd Overleg 
 (BGO).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:3</titel></kop><al>De Gemeentewet  biedt 
 gemeenten de mogelijkheid om een organisatieverordening vast te stellen, 
 waarin de hoofdstructuur van de ambtelijke organisatie wordt vastgelegd. 
 Het nader invullen van de hoofdstructuur - de inrichting van de onderdelen 
 van de hoofdstructuur - is voorbehouden aan het College van burgemeester 
 en wethouders. Bij een organisatieverandering zal bekeken moeten worden 
 of de organisatieregeling moet worden aangepast aan de nieuwe structuur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5</titel></kop><al>De kern van dit artikel is dat de onderwerpen die gedurende het reorganisatietraject 
 moeten worden besproken, óf primair door de Ondernemingsraad, óf primair 
 in het Georganiseerd Overleg worden besproken. Dit om te voorkomen dat 
 bepaalde discussies over deelonderwerpen twee keer moeten worden gevoerd, 
 met mogelijk een ander eindresultaat. Over de taakverdeling kunnen nadere 
 afspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen (de werkgever, de 
 Ondernemingsraad en het Georganiseerd Overleg).
Binnen de gemeente Zeist zijn afspraken tussen de Ondernemingsraad en het 
 Georganiseerd overleg vastgelegd in een convenant d.d. 19 maart 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:1</titel></kop><al>Een 'interne' organisatiewijziging is een organisatieverandering waar 
 geen andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke werkgevers bij betrokken 
 zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2</titel></kop><al>Dit artikel legt de werkgever een inspanningsverplichting op, om ervoor 
 te zorgen dat in de reorganisatie niemand onvrijwillig werkloos raakt. 
 Deze inspanningsverplichting sluit niet uit dat voor betrokkenen een baan 
 wordt gezocht buiten de organisatie. Ook reorganisatieontslag wordt niet 
 uitgesloten, maar is pas een optie als alle mogelijke inspanningen nergens 
 toe hebben geleid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3</titel></kop><al>Deze voorkeursvolgorde moet als volgt worden geïnterpreteerd.
Indien mogelijk blijft de ambtenaar na de reorganisatie dezelfde (vrijwel 
 ongewijzigde) functie vervullen. Er zijn echter twee gevallen te noemen 
 waarin dit niet (voor alle ambtenaren) mogelijk blijkt te zijn, te weten:</al><lijst><li nr="1"><al>de functie die de ambtenaar bekleedde, bestaat niet 
 meer in de nieuwe organisatie. De ambtenaar wordt herplaatst naar een 
 andere, passende functie binnen de gemeentelijke organisatie.</al></li><li nr="2"><al>Voor de functie, die de ambtenaar bekleedde, zijn 
 in de nieuwe organisatie meer kandidaten dan formatieplaatsen (bijvoorbeeld 
 als gevolg van een inkrimping). De ambtenaar wordt óf geplaatst in zijn 
 oorspronkelijke functie, óf in een andere, passende functie.</al></li></lijst><al>Pas als na zorgvuldig onderzoek blijkt dat niet voor alle herplaatsingskandidaten 
 een passende functie kan worden gevonden, wordt het onderzoek uitgebreid 
 naar functies die niet passend, maar wel geschikt zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:4</titel></kop><al>De manier waarop de gegevens als bedoeld in het eerste lid van dit artikel 
 tegen elkaar zullen worden afgewogen door de mobiliteitscommissie of eventueel 
 ingestelde herplaatsingscommissie, zal bij elke zich voordoende reorganisatie 
 apart ingevuld moeten worden. Bij de ene reorganisatie zal de passendheid 
 of geschiktheid in combinatie met de voorkeur van de ambtenaar het doorslaggevende 
 plaatsingscriterium moeten zijn, terwijl bij de andere reorganisatie het 
 criterium diensttijd beter op zijn plaats is. Bovendien is denkbaar dat 
 voor verschillende functiegroepen verschillende plaatsingscriteria de 
 doorslag zullen geven (bijvoorbeeld: 'geschiktheid' voor de leidinggevende 
 functies, 'diensttijd' voor de overige functies).
Ook is het zo dat het afwegen van de criteria alleen aan de orde is als 
 er meer dan 1 geschikte kandidaat voor de functie is. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5</titel></kop><al>Belangstelling voor een functie wordt door een ambtenaar soms ook al 
 eerder kenbaar gemaakt aan zijn leidinggevende, bv. in het ontwikkelingsgesprek. 
 Door het breder registreren van belangstelling van medewerkers kan ook 
 bereikt worden dat er een “driehoeksruil” van functies plaatsvindt. 
Vb. Boventallige medewerker x is niet geschikt voor functie A, maar medewerker 
 y is wel geschikt voor functie A. Medewerker x blijkt geschikt te zijn 
 (of door middel van scholing / coaching geschikt te maken) voor de functie 
 van medewerker y.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:6</titel></kop><al>In het eerste lid wordt gesproken over 'flankerende maatregelen'. Te 
 denken valt bijvoorbeeld aan mobiliteitsbevorderende maatregelen, zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>een vergoeding van de reiskosten woon-werkverkeer 
 of verhuiskosten voor iemand die een baan aanvaardt bij een andere werkgever;</al></li><li nr="-"><al>toekennen mobiliteitspremie;</al></li><li nr="-"><al>faciliteiten voor opbouw eigen zaak;</al></li><li nr="-"><al>faciliteiten voor sollicitatie-activiteiten;</al></li><li nr="-"><al>plaatsing bij een ander publiek/privaatrechtelijk 
 lichaam;</al></li><li nr="-"><al>collegiale doorlening.</al></li></lijst><al><vet>Lid 3</vet></al><al>
In het geval dat een medewerker tijdelijk wordt belast met andere werkzaamheden 
 is artikel 15:1:10 CAR-UWO van toepassing.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>
De werkgever kan pas tot eervol ontslag overgaan als na zorgvuldig onderzoek 
 blijkt dat er geen structurele oplossing voor een passende of geschikte 
 functie kan worden gevonden. Het zoeken naar een passende of geschikte 
 functie zal in een zo’n vroeg mogelijk stadium gestart worden. Uiteraard 
 in overleg met de medewerker, de leidinggevende en de mobiliteitscommissie. 
 Met het Georganiseerd Overleg is geen termijn afgesproken waarbinnen een 
 structurele oplossing moet zijn gevonden. Zeer regelmatig zal in overleg 
 met de mobiliteitscommissie, de medewerker en diens leidinggevende worden 
 vastgesteld hoe het  onderzoek 
 verloopt en welke activiteiten (nog) ondernomen kunnen en moeten worden 
 teneinde een passende of geschikte functie te vinden. De werkgever zal 
 tijdig aan de medewerker aangeven indien er geen structurele oplossing 
 gevonden kan worden en zal worden overgegaan tot eervol ontslag.  
Indien tot ontslag wordt overgegaan zijn de bepalingen m.b.t. ondermeer 
 de opzegtermijn en eventuele uitkeringen van de op dat moment geldende 
 CAR- UWO van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7</titel></kop><al>In het tweede lid wordt gesteld dat het College van burgemeester en 
 wethouders melding kan maken bij de instelling die de Werkloosheidswet 
 uitvoert, van het feit dat de betreffende ambtenaar weigert een passende 
 functie te aanvaarden of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing 
 als bedoeld in artikel 3:6 lid 1. Deze melding kan de instelling die de 
 Werkloosheidswet uitvoert, meenemen in het besluit tot het toekennen van 
 een werkloosheidsuitkering. De facto kan dit betekenen dat de betrokken 
 ambtenaar zijn recht op een WW-uitkering verliest en eventueel daardoor 
 ook zijn  recht 
 op een uitkering krachtens hoofdstuk 10a van de CAR-UWO.
Anno oktober 2007 verricht het UWV de uitvoering van de WW-uitkering en 
 de bovenwettelijke uitkering. Het UWV bepaalt of een WW- en bovenwettelijke 
 uitkering wordt verstrekt en zo, ja de duur en hoogte van deze uitkering. 
 
Het stelsel van sociale zekerheidsuitkeringen is tevens inzet van CAO-onderhandelingen. 
 Gedurende de looptijd van dit sociaal statuut 2007 en sociaal plan kunnen 
 wijzigen in de betreffende CAR-UWO teksten worden doorgevoerd.  De 
 datum van het ontslag is de peildatum voor de van toepassing zijnde wettelijke 
 (CAO-) bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:9</titel></kop><al>Functiegebonden toelagen/vergoedingen (bijvoorbeeld de vergoeding voor 
 onregelmatige diensten of de consignatievergoeding) komen te vervallen 
 als de ambtenaar na herplaatsing een functie gaat vervullen, waaraan deze 
 toelagen/vergoedingen niet zijn verbonden. Om een al te plotselinge inkomensachteruitgang 
 te voorkomen wordt hier een afbouwregeling voorgesteld. Vervallen toelagen/vergoedingen 
 worden alleen afgebouwd, indien en voorzover het verdwijnen van de toelagen/vergoedingen 
 een verlaging van de bezoldiging betekent. Het is immers denkbaar dat 
 bij de overgang van functie A naar B de ene toelage komt te vervallen, 
 maar een andere toelage daarvoor in de plaats komt of dat de nieuwe functie 
 zelf hoger wordt bezoldigd. Alleen de daling van de totale bezoldiging 
 (salaris plus toelagen/vergoedingen) wordt dan afgebouwd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2</titel></kop><al>Op grond van artikel 4:8 en artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht 
 moet de ambtenaar de mogelijkheid krijgen om - naar keuze schriftelijk 
 of mondeling - zijn bedenkingen te uiten voordat het definitieve besluit 
 wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:2</titel></kop><al>De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke 
 instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende 
 organisatieonderdeel. Uitgangspunt in dit overleg is dat het personeel 
 het werk zal volgen. Bovendien zullen (de financiële aspecten van) de 
 arbeidsvoorwaarden van het over te nemen personeel aan bod komen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:4</titel></kop><al>In het derde lid krijgt de werkgever een verregaande inspanningsverplichting 
 indien de overnemende partij binnen 5 jaar na de privatisering failliet 
 gaat of om andere redenen de werkzaamheden van de onderneming moet beëindigen. 
 Deze inspanningsverplichting kan er bv in bestaan;</al><lijst><li nr="-"><al>dat de werkgever zich inspant om de evt gefailleerde 
 voorziening in stand te (laten) houden;</al></li><li nr="-"><al>dat de werkgever zich inspant de betreffende medewerker(s) 
 te bemiddelen naar een andere passende of geschikte functie binnen of 
 buiten de organisatie enz.;</al></li><li nr="-"><al>dat werkgever voorafgaand aan de privatisering een 
 gedegen onderzoek doen naar de (financiële) positie van mogelijke overname 
 kandidaten;</al></li><li nr="-"><al>dat werkgever een verplichting oplegt aan de overname 
 kandidaat dat medewerkers van de gemeente Zeist binnen 3 jaar na de privatisering 
 niet mogen worden ontslagen, tenzij dit aan eigen schuld of toedoen te 
 wijten is.</al></li></lijst><al>In het vierde lid wordt gesteld dat in het sociaal plan een netto-nettogarantie 
 van het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden moet worden opgenomen. Er 
 is hier gekozen voor een netto-nettoconstructie, omdat het bruto-nettotraject 
 in de marktsector niet gelijk is aan het bruto-nettotraject in de overheidssector. 
 </al><al>Hiernaast kunnen in specifieke gevallen (individuele) maatwerkafspraken 
 worden gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>