<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102529_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Cafetariaregeling gemeente Zeist 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP nr 8507 d.d. 29 -01-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Cafetariaregeling 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet art. 125; Gemeentewet art. 160; CAR/UWO hoofdstuk 4a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-01-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>N.v.t.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Cafetariaregeling gemeente Zeist 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Regeling cafetariaregeling</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>Werkgever</vet>: Het college van burgemeester en wethouders van
                                de gemeente Zeist. </al></li><li nr="b"><al><vet>Medewerker</vet>: De medewerker bedoeld in artikel 1:1, eerste
                                lid, onderdeel a van de CAR/UWO, voor zover deze een vaste
                                aanstelling heeft dan wel tijdelijk is aangesteld voor de duur van
                                tenminste één jaar.</al></li><li nr="c"><al><vet>Cafetariaregeling</vet>:</al><al>Medewerkers kunnen fiscaal belast loon uitruilen voor fiscaal
                                onbelast loon. Een deel van het loon (bronnen) wordt ingezet om één
                                of meer faciliteiten (doelen) uit het arbeidsvoorwaardenpakket te
                                bekostigen. De beschikbare bronnen en doelen zijn in bijlage 1 bij
                                deze regeling opgenomen.</al></li><li nr="d"><al><vet>Bronnen</vet>:Arbeidsvoorwaarden die uitgeruild kunnen worden
                                tegen andere arbeidsvoorwaarden, oftewel de doelen.</al></li><li nr="e"><al><vet>Doelen</vet>: Arbeidsvoorwaarden die de medewerker voor de
                                bronnen (on)belast terugontvangt.</al></li><li nr="f"><al><vet>Persoonsgebonden Budget</vet>:Persoonsgebonden budget (PGB) is
                                een bedrag dat jaarlijks door de werkgever wordt toegekend aan de
                                medewerkers. De hoogte van dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld.
                                Dit bedrag kan als bron ingezet worden voor één van de doelen binnen
                                de cafetariaregeling. </al></li><li nr="g"><al><vet>Fiscale salderingsregeling</vet>:In het kader van zakelijke
                                reiskosten is het mogelijk om het verschil tussen de door de
                                werkgever per kilometer verstrekte reiskosten woon werkverkeer en de
                                fiscaal onbelaste mogelijkheid van een vergoeding van € 0,19 per
                                kilometer zakelijke reiskosten onbelast uit te ruilen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Deelname aan de regeling</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Via het daartoe bestemde formulier kan de medewerker een aanvraag indienen
                        bij de afdeling Organisatieadvies voor deelname aan het keuzemodel
                        arbeidsvoorwaarden. </al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>De medewerker kan voor de aan- en verkoop van verlof jaarlijks eenmaal een
                        aanvraag indienen. Voor deelname aan de overige bronnen van het keuzemodel
                        arbeidsvoorwaarden geldt dat een aanvraag op elk gewenst moment ingediend
                        kan worden, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Het volledig ingevulde en ondertekende formulier ten behoeve van de aan- en
                        verkoop van verlof dient uiterlijk jaarlijks voor 1 november ingediend te
                        zijn bij het hoofd van de afdeling. Na zijn / haar akkoord zendt de
                        leidinggevende het formulier aan de afdeling Organisatieadvies.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Algemene bepalingen in verband met aanvragen</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Indien het keuzemodel arbeidsvoorwaarden wordt ingezet voor aankopen dan mag
                        het alleen worden aangewend voor aankopen bij, dan wel het aangaan van een
                        overeenkomst met, een leverancier/ instituut ingeschreven bij de Kamer van
                        Koophandel. </al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Het gebruik van het persoonsgebonden budget is uitsluitend voorbehouden aan
                        het eigen zakelijk gebruik van de deelnemer van deze regeling. </al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Aankopen luiden altijd incl. BTW in zoverre BTW in rekening wordt gebracht.
                        Aanvragen dienen zoveel mogelijk eventuele deelbestedingen te combineren;
                        dit in verband met de administratieve verwerking van de
                        budgetbesteding.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al> Onvolledig ingevulde aanvraagformulieren, dan wel het ontbreken van de
                        juiste bewijsstukken, worden niet in behandeling genomen cq.
                        gehonoreerd.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>Door middel van het bij deze regeling gevoegde aanvraagformulier verklaart
                        de medewerker tevens bekend te zijn met deze regeling en de hierbij
                        behorende toelichting en vrijwaart hij of zij de werkgever van eventuele
                        gevolgen voortvloeiend uit een eventuele naheffing - inclusief rente en
                        boete - door de belastingdienst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Toetsing aanvraag</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De werkgever willigt een verzoek in, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of
                        dienstbelangen benoemd in lid 2 zich daar tegen verzetten. Indien er sprake
                        is van afwijzing van een verzoek op grond van de overwegingen opgenomen in
                        lid 2, wordt dit schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld aan de
                        medewerker.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Er is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang
                        indien toekenning van de aanvraag leidt tot ernstige problemen:</al><lijst><li nr="-"><al> van financiële of organisatorische aard; </al></li><li nr="-"><al> wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk; </al></li><li nr="-"><al> vanwege het ontbreken van ruimte binnen de formatie of begroting;
                            </al></li><li nr="-"><al> doordat er overschrijding dreigt van de forfait ruimte in de
                                fiscale Werkkostenregeling; </al></li><li nr="-"><al> vanuit oogpunt van bedrijfsvoering; </al></li><li nr="-"><al> op het gebied van veiligheid; </al></li><li nr="-"><al> van roostertechnische aard. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Toepassing van deze regeling dient te geschieden binnen de (fiscale) wet- en
                        regelgeving. Indien de (fiscale) wet- en regelgeving terzake tussentijds
                        wijzigt zal de toepassing van de regeling in overeenstemming met de nieuwe
                        wet- en regelgeving plaatsvinden. </al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>De werkgever bepaalt of een aanvraag in overeenstemming is met de gestelde
                        voorwaarden zoals opgenomen in het vorige lid en in artikel 4 lid 1 van deze
                        regeling alsmede de voorwaarden zoals opgenomen in de bijlagen. Werknemer is
                        in dit verband verplicht alle door de werkgever gewenste informatie of
                        (bewijs)stukken te verstrekken.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>Na instemming door de werkgever heeft het ondertekende deelnameformulier het
                        karakter van een aanvulling op het aanstellingsbesluit of
                        arbeidsovereenkomst en wordt toegevoegd aan het persoonsdossier.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Gevolgen van de keuze</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Indien aan de belastingvrije uitbetaling van een doel door de
                        belastingdienst of door de werkgever bijzondere voorwaarden worden
                        verbonden, is de medewerker gehouden aan deze voorwaarden te voldoen en dit
                        desgewenst aan te tonen. Een eventuele naheffing als gevolg van het niet
                        voldoen aan deze voorwaarden, kan voor rekening van de medewerker gebracht
                        worden.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Verlaging van het brutosalaris als gevolg van de inzet als bron kan gevolgen
                        hebben voor de pensioengrondslag, salaris tijdens ziekte of zwangerschap,
                        het bruto salaris sociale verzekeringen, de grondslag voor
                        inkomensafhankelijke voorzieningen en andere loongerelateerde uitkeringen
                        zoals de vakantietoelage. Deze gevolgen zijn voor rekening van de
                        medewerker. </al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Waar sprake is van inkomensgevolgen en/of gevolgen voor inkomensafhankelijke
                        uitkeringen / subsidies voor de medewerker als gevolg van het voorgaande
                        lid, zal dit niet worden gecompenseerd door de werkgever.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Persoonsgebonden Budget</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Het persoonsgebonden budget is speciaal bedoeld om gebruik te kunnen maken
                        van de cafetariaregeling. Bij deelname aan de cafetariaregeling is inzet van
                        het persoonsgebonden budget dan ook een voorwaarde. </al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Jaarlijks wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld voor
                        medewerkers met een volledig dienstverband. Medewerkers met een parttime
                        dienstverband hebben recht op een persoonlijk budget naar rato van hun
                        aanstellingsuren. </al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Bij indiensttreding of beëindiging van het dienstverband gedurende het
                        kalenderjaar vindt herberekening van de hoogte van het persoonlijk budget
                        plaats naar rato van de aanstellingsduur in het betreffende
                        kalenderjaar.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>Het persoonsgebonden budget wordt verplicht ingezet voor de fiscale
                        salderingsregeling. Een eventueel restant kan worden aangewend voor de
                        overige doelen.</al><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>Het persoonsgebonden budget dient te worden besteed in het kalenderjaar
                        waarin het is toegekend. Een restantsaldo wordt belast uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Kopen en verkopen van verlof</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De medewerker kan zijn persoonsgebonden budget, vakantiegeld, salaris of
                        eindejaarsuitkering als bron inzetten met als doel het kopen van extra
                        verlof. </al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Het verkopen van verlof kan als bron ingezet worden met als doel extra
                        salaris. Dit extra salaris wordt fiscaal belast uitbetaald.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Bij het uitruilen van verlofuren tegen salaris en omgekeerd moet voldaan
                        worden aan de artikelen 4a:1 en 4a:2 van de CAR/UWO.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Uitruilen andere bronnen en doelen</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De medewerker kan verzoeken zijn bezoldiging, eindejaarsuitkering,
                        vakantietoeslag, persoonsgebonden budget, overwerktoeslag,
                        levensloopbijdrage werkgever en/of de vergoeding voor de verkoop van
                        vakantie-uren als bron in te zetten voor (een combinatie van) doelen genoemd
                        in bijlage 1.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Het inzetten van salaris en vakantietoeslag als bron is mogelijk, voor zover
                        het salaris niet lager wordt dan het maandbedrag van het minimumloon dat
                        krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet Minimumloon en
                        Minimumvakantiebijslag cq. krachtens de CAR / UWO geldt.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De voorwaarden / toelichting genoemd in bijlage 2 maken een onlosmakelijk
                        onderdeel uit van deze regeling. </al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>Het verzoek moet voldoen aan de voorschriften en voorwaarden die gesteld
                        worden in de eigen regelingen, de CAR/UWO en de Belastingwetgeving. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Einde van het recht op deelname</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Het recht op deelname aan de cafetariaregeling eindigt bij beëindiging van
                        de dienstbetrekking van de medewerker.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Bij beëindiging van de dienstbetrekking vindt een herberekening plaats van
                        de hoogte van het persoonsgebonden budget. Indien er na de herberekening
                        sprake blijkt te zijn van een overschrijding van het budget, zal verrekening
                        met resterende salarisaanspraken plaatsvinden of zal het resterende bedrag
                        bij de medewerker worden teruggevorderd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Onrechtmatig gebruik</titel></kop><al>Wanneer de medewerker onjuiste gegevens verstrekt en/of onrechtmatig gebruik
                        maakt van deze regeling, worden de kosten die de werkgever maakt met
                        terugwerkende kracht op de medewerker verhaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Hardheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan
                        de werkgever een bijzondere voorziening treffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 en kan worden
                        aangehaald als de “Cafetariaregeling gemeente Zeist 2015”.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>De Cafetariaregeling gemeente Zeist 2015 is vastgesteld door het College met
                        het Collegebesluitnummer 14cv.00445 d.d. 13 januari 2015.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>De Regeling keuzemodel arbeidsvoorwaarden Gemeente Zeist 2007/4 wordt
                        ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van de
                        Cafetariaregeling gemeente Zeist 2015.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>In de vergadering d.d. 18 december 2014 is er overeenstemming bereikt over
                        deze regeling met het Georganiseerd Overleg.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Bijlage 1 bij artikel 5 van de Regeling keuzemodel
                        arbeidsvoorwaarden</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Bronnen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Doelen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bezoldiging (o.m. bruto
                                        salaris)EindejaarsuitkeringVakantietoeslagVergoeding voor
                                        verkochte vakantie-uuroverwerktoeslagPersoonsgebonden
                                        budgetLevensloopbijdrage werkgever </al><al><vet><cursief>Let op:</cursief></vet></al><al>1 alle bronnen kunnen voor alle doelen worden ingezet. Het
                                        PGB wordt verplicht ingezet voor de reiskosten (openbaar
                                        vervoer) woon-werkverkeer.</al><al>2 een eventueel restant PGB kan voor alle doelen worden
                                        ingezet.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Arbeidsvoorwaardelijke
                                            regelingen</cursief></vet> Bruto bezoldiging Inkoop
                                        verlofuren Reiskosten (openbaar vervoer)
                                        woon-werkverkeer</al><al><vet><cursief>Lokale faciliteiten</cursief></vet>
                                        Studiefaciliteiten Financiering fiets Vakliteratuur</al><al><vet><cursief>Collectieve regelingen</cursief></vet>
                                        Bijsparen voor ouderdomspensioen IP/AP Levensloop</al><al><vet><cursief>Privé-regelingen</cursief></vet> Algemene
                                        Nabestaandenwet Antirookcursus Contributie
                                        vakbondslidmaatschap Bedrijfsfitness</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Bijlage 2 Nadere toelichting en voorwaarden m.b.t. bronnen en doelen van
                        het keuzemodel arbeidsvoorwaarden</titel></kop><tussenkop><vet>Paragraaf A BRONNEN</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel A.1 Bezoldiging</vet></tussenkop><al>De bezoldiging zoals omschreven in artikel 3:1 lid 2 sub c CAR/UWO kan ingezet
                    worden als bron. Het salaris mag niet lager worden dan het maandbedrag dat voor
                    de betreffende medewerker geldt krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet
                    Minimumloon en minimum Vakantiebijslag cq. krachtens de CAR/UWO.</al><tussenkop><vet>Artikel A.2 Eindejaarsuitkering</vet></tussenkop><al> Als bron kan de in december uit te keren eindejaarsuitkering, zoals omschreven
                    in artikel 3:6 CAR/UWO worden ingezet. </al><tussenkop><vet>Artikel A.3 Vakantietoeslag</vet></tussenkop><al>De in mei uit te betalen vakantietoeslag, zoals bedoeld in artikel 6:3 CAR/UWO
                    kan worden ingezet als bron. De vakantietoeslag mag niet lager worden dan het
                    maandbedrag dat voor de betreffende medewerker geldt krachtens de Wet
                    Minimumloon en minimum Vakantiebijslag cq. krachtens de CAR / UWO.</al><tussenkop><vet>Artikel A.4 Verkopen van vakantie-uren</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Elke medewerker kan op grond van hoofdstuk 4a van de CAR maximaal 72
                            vakantie-uren kopen of verkopen, voor parttimers geldt dit naar rato.
                            Ingeval van verkoop geldt voor voltijders de bepaling dat
                                    <vet><onderstreept>na verkoop</onderstreept></vet> voor het
                            komende jaar het wettelijk minimaal aantal van 144 vakantie-uren moet
                            resteren. Voor deeltijders en medewerkers die gebruik maken van de
                            seniorenregeling is het minimum: het deeltijdpercentage vermenigvuldigd
                            met die 144 uur. </al></li><li nr="2"><al> Bij verkoop –en ook bij aankoop van verlofuren- staat één verlofuur
                            gelijk aan het 1/156e deel van het voltijdsalaris (bruto) behorende bij
                            de salarisschaal en periodiekindeling bij de aanvang van het
                            kalenderjaar. De verrekening zal plaats hebben met de salarisbetaling
                            van de maand februari van enig jaar. </al></li><li nr="3"><al> Binnengekomen aanvragen worden in eerste aanleg voor akkoord door de
                            direct leidinggevende ondertekend. Deze behoudt de vrijheid om in tweede
                            instantie op grond van de formatieruimte en de bezetting (bij koop van
                            vakantie-uren) dan wel op grond van het niet voorhanden zijn van
                            voldoende werk (bij verkoop van vakantie-uren) een aanvraag af te wijzen
                            of gedeeltelijk toe te wijzen. Dit is de eerste toets (toets
                            bedrijfsvoering).</al></li><li nr="4"><al> De reacties van leidinggevenden worden bij de afdeling
                            Organisatieadvies verwerkt en daarna heeft een financiële toets plaats.
                            Alle aanvragen van alle medewerkers van de Gemeente Zeist worden in geld
                            gewaardeerd en indien mocht blijken dat de uitkomst voor de werkgever
                            nadelige budgettaire gevolgen heeft, dan zal voor de aanvragers voor het
                            verkopen van vakantieverlofuren een gedeeltelijke toewijzing op het
                            aantal aangevraagde uren het resultaat zijn. Dit onder voorbehoud van de
                            afweging dat de afdelingsbudgetten het meerwerken – bij de verkoop van
                            vakantie-uren – rechtvaardigt en dergelijke aanvragen op deze budgetten
                            kunnen worden verantwoord.</al></li><li nr="5"><al> Voor (langdurig) zieke medewerkers geldt uiteraard de beperking dat het
                            verkopen van verlofdagen eerst mogelijk is nadat bekend is hoeveel uren
                            nog beschikbaar zijn in verband met de urencorrectie als gevolg van
                            (ziekte)verzuim. Het keuzemodel arbeidsvoorwaarden biedt de mogelijkheid
                            om uren te kopen dan wel op te hogen (artikel 6:2 CAR) waardoor de
                            verplichting van nog in te leveren verlofuren in enig jaar als gevolg
                            van dit verzuim in het lopende jaar, geheel of gedeeltelijk kan worden
                            gecompenseerd. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel A.5 Persoonsgebonden budget</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> De financiering van deze regeling kan ook plaatsvinden door het
                            jaarlijks vast te stellen persoonsgebonden budget per medewerker (Zie
                            bijlage 3 voor een overzicht van de jaarlijkse PGB bijdrage).Voor
                            deeltijd medewerkers wordt het budget naar rato van de omvang van het
                            dienstverband vastgesteld op basis van een 36-urige werkweek.</al></li><li nr="2"><al> De peildatum voor het vaststellen van de omvang van het dienstverband
                            in het kader van deze regeling is het aantal uren dat de medewerker per
                            1 januari werkt in dienst van de gemeente Zeist. Voor medewerkers die in
                            de loop van het jaar in dienst treden van de gemeente Zeist geldt de in
                            het aanstellingsbesluit vermelde omvang van het dienstverband. </al></li><li nr="3"><al> Het persoonsgebonden budget is een structurele, algemene maatregel
                            overeengekomen met de bonden met als deelonderhandelingsresultaat het
                            inleveren van de zgn. “B en W dag”. </al></li><li nr="4"><al> Indien er een restantsaldo aan het eind van het jaar resteert, wordt
                            dit saldo in de maand februari van het jaar daaropvolgend belast
                            uitgekeerd aan de medewerker.</al></li><li nr="5"><al> Met de medewerker die gebruik heeft gemaakt van het persoonsgebonden
                            budget én gedurende de looptijd van deze regeling de gemeentelijke
                            dienst verlaat, wordt ten gunste van de werkgever een gedeelte van het
                            budget terugbetaald. Dit deel is gelijk aan het aantal maanden gelegen
                            tussen de eerste dag van de maand van ontslag en 1 januari van het
                            betreffende jaar gedeeld door 12 maanden en wordt berekend over het ter
                            beschikking gestelde budget voor het voorliggende jaar. De uitkomst
                            hiervan wordt verrekend met de laatste salarisbetaling (netto salaris).
                            Indien de laatste salarisbetaling ontoereikend blijkt om de
                            uiteindelijke vereffening te doen plaatsvinden, zal aan de deelnemer een
                            factuur worden verzonden. </al></li><li nr="6"><al> Aan de medewerker die op of na 1 februari in dienst treedt bij de
                            gemeente Zeist, wordt een gedeelte van het persoonsgebonden budget ter
                            beschikking gesteld. Dit gedeelte is gelijk aan het aantal maanden
                            gelegen tussen de 1e van de maand van indiensttreding tot 1 januari
                            gedeeld door 12 maanden. </al></li><li nr="7"><al> De hoogte van het budget wordt ook op grond van een herberekening naar
                            rato vastgesteld in die gevallen, waarin de wet- of regelgeving hiertoe
                            verplicht. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel A.6 Overwerktoeslag</vet></tussenkop><al> Als bron kan de overwerkvergoeding, zoals omschreven in artikelen 3:2 en 3:2:1
                    CAR-UWO worden ingezet.</al><tussenkop><vet>Artikel A.7 Levensloopbijdrage werkgever</vet></tussenkop><al>De door de werkgever uit te betalen levensloopbijdrage, zoals bedoeld in artikel
                    6a:7 CAR-UWO kan worden ingezet als bron. Hiertoe dient tijdig een verzoek
                    daartoe te zijn ingediend.</al><tussenkop><vet>Paragraaf B DOELEN</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel B.1 Voorwaarden voor vergoeding van reiskosten (openbaar vervoer)
                        woon-werkverkeer</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Voor vergoeding op grond van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden komen in
                            aanmerking de zelf gemaakte reiskosten in zowel het openbaar vervoer
                            waarvoor een abonnement is of c.q. wordt aangegaan als voor vervoer met
                            eigen vervoermiddel (auto, (brom)fiets) ten behoeve van het
                            woon-werkverkeer. </al></li></lijst><al><onderstreept>Ten behoeve van reiskosten openbaar vervoer geldt:</onderstreept></al><lijst><li nr="a"><al>In het geval de OV-jaarkaart niet beperkt is tot een bepaald traject
                            dient voor het verschil tussen de prijs van de OV-jaarkaart en de prijs
                            van een jaartrajectkaart rekening te worden gehouden met bovenmatigheid
                            in het geval de prijs van een jaartrajectkaart lager is dan de prijs van
                            een OV-jaarkaart. Het bedrag van de bovenmatigheid kan niet worden
                            uitgeruild en dient derhalve in mindering te worden gebracht op de
                            vergoeding van de OV jaarkaart tenzij aannemelijk kan worden gemaakt dat
                            de OV jaarkaart mede dient ter behoorlijke vervulling van de
                            dienstbetrekking of voor woon-werkverkeer.</al></li><li nr="b"><al>De vergoeding wordt na toetsing op de bovenmatigheid als bedoeld in sub
                            a, onder het overleggen van een kopie van het vervoersabonnement,
                            uitgekeerd.</al></li><li nr="c"><al>De medewerker dient bij de inkomstenbelasting de ontvangen vergoeding in
                            mindering te brengen op de forfaitaire reiskostenaftrek betreffende
                            reizen per openbaar vervoer.</al></li></lijst><al><onderstreept>Ten behoeve van reiskosten met eigen vervoermiddel
                        geldt:</onderstreept></al><lijst><li nr="a"><al> De vergoeding is maximaal gelijk aan de fiscaalvrijgestelde
                            kilometervergoeding.</al></li><li nr="b"><al> Ontvangt de medewerker een tegemoetkoming van de werkgever op basis van
                            de regeling reiskosten woon-werkverkeer dan wordt deze tegemoetkoming in
                            mindering gebracht op het totaal te vergoeden bedrag. </al></li><li nr="c"><al>Bij het aanvraagformulier dient de medewerker een overzicht te voegen
                            van het aantal werkdagen in de betreffende periode en de afgelegde
                            kilometers tussen het woonadres en de vaste arbeidsplaats.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.2 Voorwaarden voor levensloopArtikel B.2 Voorwaarden voor
                        levensloop</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Het keuzemodel arbeidsvoorwaarden kan ook worden ingezet voor de
                            deelname aan de levensloopregeling, mits de medewerker onder het fiscale
                            overgangsrecht valt.</al></li><li nr="2"><al> De medewerker kan de hoogte van de inleg jaarlijks één keer
                            wijzigen.</al></li><li nr="3"><al> Voor de opname van het levensloopverlof en voor de overige voorwaarden
                            voor levensloop gelden de bepalingen van de CAR-UWO.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.3 Voorwaarden voor vergoeding van cursus of opleiding</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Voor vergoeding op grond van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden komen in
                            aanmerking de kosten van de cursus of opleiding incl. aan te schaffen
                            studiemateriaal en de kosten van tentamens/examen en/of reiskosten voor
                            zover die voor eigen rekening komen. </al></li><li nr="2"><al> De werkgever toetst de aanvraag bij de direct leidinggevende van de
                            aanvrager op de functie- of vakinhoudelijke waarde cq. het
                            realiteitsgehalte van een te volgen cursus of opleiding.</al></li><li nr="3"><al> Aanvragen die worden ingediend in het kader van een gedeeltelijke eigen
                            bijdrage van een te volgen cursus of opleiding in het kader van de
                            gemeentelijke opleidingsregeling worden in aanmerking genomen mits de
                            werkgever een toekenningsbeschikking heeft afgegeven op basis van deze
                            opleidingsregeling.</al></li><li nr="4"><al> Een verplichting kan worden aangegaan voor maximaal twee jaren. De
                            cursus- of opleidingskosten worden aan de deelnemer vergoed op basis van
                            een vooraf aan de werkgever te overleggen document of offerte van de
                            opleiding. </al></li><li nr="5"><al> In het geval een aangemelde en op basis van een aanvraag gehonoreerde
                            cursus of opleiding niet blijkt te zijn gevolgd, zal de werkgever de
                            verstrekte vergoeding terugvorderen. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.4 Voorwaarden voor vergoeding van antirookcursus</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al>Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van de cursus incl. aan te
                            schaffen studiemateriaal en voor zover van toepassing de kosten van
                            tentamens/examen en/of reiskosten voor zover die voor eigen rekening
                            komen. De te volgen cursus moet deel uitmaken van het Arboplan van de
                            gemeente Zeist.</al></li><li nr="2"><al>Een verplichting kan worden aangegaan voor maximaal twee jaren. De
                            cursus- of opleidingskosten worden aan de deelnemer vergoed op basis van
                            een vooraf aan de werkgever te overleggen document of offerte van de
                            opleiding. </al></li><li nr="3"><al>In het geval een aangemelde en op basis van een aanvraag gehonoreerde
                            cursus of opleiding niet blijkt te zijn gevolgd, zal de werkgever de
                            verstrekte vergoeding terugvorderen. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.5 Voorwaarden voor verstrekking van een fiets in het
                        woon-werkverkeer</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Een medewerker kan op grond van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden
                            kiezen voor de aanschaf van een fiets indien hiermee op meer dan de
                            helft van de werkdagen word gereisd in het kader van het
                            woon-werkverkeer.</al></li><li nr="2"><al> Het maximale vrijstellingsbedrag voor de fiets bedraagt € 749,-- (incl.
                            BTW). Dit wil zeggen dat een duurdere fiets kan worden aangeschaft;
                            echter het gedeelte uitstijgend boven de maximale vrijstellingswaarde is
                            voor eigen rekening van de medewerker (fiscaal belast gedeelte). In
                            aanvulling hierop kan een verzekering worden verstrekt. Voornoemde
                            bedragen hebben betrekking op de cataloguswaarde (incl. BTW) waartegen
                            de verstrekking plaats heeft. </al></li><li nr="3"><al> Een aanvraag wordt afgewezen indien eerder door de werkgever aan de
                            medewerker een fiets werd verstrekt/vergoed. Deze fiscale beperking
                            geldt voor de duur van drie kalenderjaren, te weten het jaar van
                            aanschaf cq van vergoeding van de fiets geldt als het eerste
                            kalenderjaar en de twee daarop volgende kalenderjaren. </al></li><li nr="4"><al> Met de fiets samenhangende zaken, zoals bv een onderhoudscontract,
                            accessoires en regenkleding ten behoeve van de fiets, kunnen worden
                            verstrekt tot in totaal een maximum van € 82,= per kalenderjaar.</al></li><li nr="5"><al> De vergoeding van een fiets in het woon-werkverkeer kan alleen plaats
                            hebben door de medewerker die vervolgens een kopie nota, op diens naam
                            gesteld, voor declaratie overlegt aan de werkgever samen met het
                            aanvraagformulier. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.6 Voorwaarden voor vergoeding van vakliteratuur al dan niet in de
                        vorm van abonnementen</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Het keuzemodel arbeidsvoorwaarden kan worden ingezet voor de vergoeding
                            van vakliteratuur al dan niet in de vorm van abonnementen. De werkgever
                            toetst vooraf de aanvraag, eventueel door tussenkomst van de direct
                            leidinggevende van de medewerker.</al></li><li nr="2"><al> De medewerker dient in het geval van een abonnement, een bewijs over te
                            leggen waaruit blijkt dat daadwerkelijk een één- of meerjarig abonnement
                            wordt aangegaan. </al></li><li nr="3"><al> De werkgever is gerechtigd terugbetaling te vorderen op het verstrekte
                            budget indien mocht blijken dat de deelnemer tussentijds een abonnement
                            eenzijdig heeft opgezegd.</al></li><li nr="4"><al> De kosten van het abonnement worden door de werkgever vergoed op basis
                            van het hiervoor in lid 2 genoemde en te overleggen bewijs. </al></li><li nr="5"><al> De niet in de vorm van een abonnement te verwerven vakliteratuur,
                            waaronder mede te verstaan studieboeken voor aantoonbaar eigen gebruik,
                            dient zoveel mogelijk in één aanvraag voorzien van de bonnen cq. nota’s
                            voor het betreffende jaar te worden gebundeld.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.7 Voorwaarden voor bijsparen voor pensioen</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Het ABP biedt de mogelijkheid om door middel van het keuzemodel
                            arbeidsvoorwaarden bij te sparen voor extra pensioen.</al></li><li nr="2"><al> Er is geen minimale inleg. Het maximale extra bij te sparen bedrag
                            wordt bepaald door de pensioenruimte van de individuele medewerker. Deze
                            pensioenruimte dient de medewerker te laten berekenen door de
                            klantenservice ABP pensioenopbouw (045-579 6070).</al></li><li nr="3"><al> De medewerker moet bij het aanmeldingsformulier voor ABP Extra Pensioen
                            de offerte voor ABP extra pensioen met daarin vermeld de pensioenruimte
                            voegen en inleveren bij de afdeling Organisatieadvies.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.8 Voorwaarden voor invaliditeitsplan aanvullingsplan</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Een medewerker kan de premie voor het Invaliditeitspensioen
                            Aanvullingsplan Collectief (IP/AP) bij Loyalis als doel aanmerken.</al></li><li nr="2"><al> De hoogte van de premie is afhankelijk van het inkomen van de
                            medewerker en de dekking die hij/zij wenst.</al></li><li nr="3"><al> Afdeling Organisatieadvies beschikt over een informatiebrochure en het
                            aanmeldingsformulier.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel B.9 Voorwaarden voor premie Algemene nabestaandenwet</vet></tussenkop><lijst><li nr="1"><al> Een medewerker kan de premie voor het bijverzekeren in het kader van de
                            Algemene Nabestaandenwet als doel voor het keuzemodel arbeidsvoorwaarden
                            aanmerken.</al></li><li nr="2"><al> Er is een wettelijk maximaal vastgesteld bedrag dat bijverzekerd kan
                            worden. Nadere informatie is op te vragen bij de
                            verzekeringsmaatschappij.</al></li><li nr="3"><al> Afdeling Organisatieadvies beschikt ook over een informatiebrochure en
                            een aanmeldingsformulier.</al></li></lijst><tussenkop><vet> Artikel B.10 Voorwaarden voor vergoeding van contributie
                        vakbondslidmaatschap</vet></tussenkop><al>De vergoeding van contributie kan plaats hebben door de medewerker die
                    vervolgens een kopie nota, op diens naam gesteld, voor declaratie en bewijs van
                    lidmaatschap overlegt aan de werkgever samen met het aanvraagformulier.</al><tussenkop><vet>Artikel B.11 Voorwaarden voor vergoeding van bedrijfsfitness</vet></tussenkop><al>Een medewerker kan op grond van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden kiezen voor
                    deelname aan bedrijfsfitness. De werkgever heeft Sport City (gevestigd te Zeist)
                    aanwezen als vaste locatie waar deel kan worden genomen aan bedrijfsfitness.
                    Uitsluitend bedrijfsfitness bij Sport City in Zeist komt voor vergoeding in
                    aanmerking. </al></bijlage><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Bijlage 3 PGB jaarschijvenoverzicht</titel></kop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1998</al></entry><entry colname="col2"><al>hfl 300,00</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 99.03275 d.d. 16-03-1999;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1999</al></entry><entry colname="col2"><al>hfl 650,00</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 99.03275 d.d. 16-03-1999;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2000</al></entry><entry colname="col2"><al>hfl 650,00</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 99.03275 d.d. 16-03-1999;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2001</al></entry><entry colname="col2"><al>hfl 615,00 </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 01.10185 d.d. 29-05-2001;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2002</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 300,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 01.10185 d.d. 29-05-2001;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2003</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 300,00 </al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 01.10185 d.d. 29-05-2001;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2004</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 325,00 </al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 03.28490 d.d. 09-12-2003;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2005</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 325,00 </al></entry><entry colname="col4"><al>Niet geïndexeerd (indexeringspercentage 0%);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2006</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 328,50</al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 05.23226 d.d. 20-09-2005;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="9" nameend="col2" namest="col1"><al>2007</al></entry><entry colname="col2" morerows="9" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="9" nameend="col4" namest="col3"><al>euro 335,00</al></entry><entry colname="col4" morerows="9" nameend="col5" namest="col4"><al>Collegebesluitnr 06cv.00949 d.d. 14-11-2006;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2008</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 342,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 07cv.00723 d.d. 04-12-2007.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2009</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 351,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr 08cv.00676 d.d. 28-10-2008.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2010</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 351,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Niet geïndexeerd (indexeringspercentage 0%);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2011</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 351,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Niet geïndexeerd (indexeringspercentage 0%);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2012</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 351,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Niet geïndexeerd (indexeringspercentage 0%);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2013</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 358,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr. 12cv.00401 d.d. 20-11-2012</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2014</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 364,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr. 13cv.00393 d.d. 12-11-2013</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2015</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>euro 366,00 </al></entry><entry colname="col4"><al>Collegebesluitnr. 14cv.00300 d.d. 28-10-2014</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop><vet>Stimulansbudget</vet></tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" nameend="col2" namest="col1"><al>2003 (= toevoeging in 2004)</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 72,50;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1" nameend="col2" namest="col1"><al>2004 (= toevoeging in 2005)</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 75,00;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2" nameend="col2" namest="col1"><al>2005 (= toevoeging in 2005)</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 80,00;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3" nameend="col2" namest="col1"><al>2006</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 81,00;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4" nameend="col2" namest="col1"><al>2007</al></entry><entry colname="col2" morerows="4" nameend="col3" namest="col2"><al>euro 82,00</al></entry><entry colname="col3" morerows="4" nameend="col4" namest="col3"><al>Collegebesluitnr 06cv.00949 d.d. 14-11-2006;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5" nameend="col2" namest="col1"><al>2008</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 84,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Collegebesluitnr 07cv.00723 d.d. 04-12-2007.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2009</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 86,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Collegebesluitnr 08cv.00676 d.d. 28-10-2008.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2010</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 86,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet geïndexeerd (indexeringspercentage 0%);</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2011</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 86,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet geïndexeerd (indexeringspercentage 0%);</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2012</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 86,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet geïndexeerd (indexeringspercentage 0%);</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2013</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 86,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Collegebesluitnr. 12cv.00401 d.d. 20-11-2012</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2014</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 87,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Collegebesluitnr. 13cv.00393 d.d. 12-11-2013</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2015</al></entry><entry colname="col2"><al>euro 89,00 </al></entry><entry colname="col3"><al>Collegebesluitnr. 14cv.00300 d.d. 28-10-2014</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Bijlage 4 Overzicht anti rookcursussen</titel></kop><al>Onderstaande cursussen maken deel uit van het Arbo plan van de gemeente Zeist en
                    komen derhalve voor vergoeding in aanmerking in kader van het keuzemodel
                    arbeidsvoorwaarden gemeente Zeist.</al><lijst><li nr="-"><al> Cursussen van “Stichting Nationaal Instituut voor
                            Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie”;</al></li><li nr="-"><al> Cursussen van “Allen Carr’s Easyway - Stoppen met roken”;</al></li><li nr="-"><al> Cursussen van “Stivoro Avies Centrum’;</al></li><li nr="-"><al> Cursussen van het IZA;</al></li></lijst><al>Bovenstaande cursussen zijn vastgesteld bij Collegebesluitnummer 31912 d.d.
                    07-12-2004.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>