<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102308_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2011, 06, 02-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VLD/2011/40345</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Volkshuisvesting en woningbouw</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De gemeenteraad van Vlaardingen;</al><al> Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2010,
                        R. nr ;</al><al> Overwegende: - dat de minister voor Wonen, Wijken en Integratie het van
                        belang acht dat bewoners van wijken die</al><al> met problemen kampen, de gelegenheid krijgen om met initiatieven te komen
                        om de leefbaarheid</al><al> van hun wijk te verbeteren;</al><al> - dat de fondsbeheerders van het Gemeentefonds daartoe jaarlijks ten
                        behoeve van de G31-</al><al> gemeenten een integratie-uitkering storten in het Gemeentefonds;</al><al> - dat het voor de gemeente noodzakelijk is om regels te stellen voor de
                        subsidieverstrekking aan</al><al> bewoners uit deze integratie-uitkering; Gelet op artikel 149 van de
                        Gemeentewet en artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit vast
                        te stellen de volgende: Subsidieverordening vouchers
                        bewonersinitiatieven</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> In het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder: a.
                        voucher: subsidie in de vorm van een of meer waardebonnen van maximaal €
                        5.000, - (per voucher), waarmee bewoners van een aangewezen wijk diensten en
                        producten kunnen inkopen om hun initiatief uit te voeren;</al><al> b. initiatief: een plan om de leefbaarheid in de eigen wijk, buurt of
                        straat te verbeteren en/of de sociale cohesie te versterken;</al><al> c. initiatiefnemer(s): individuele of georganiseerde bewoners, die een
                        aanvraag indienen om een initiatief uit te voeren, met uitzondering van een
                        politieke partij;;</al><al> d. leefbaarheid: de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;</al><al> e. sociale cohesie: sociale samenhang binnen een wijk en tussen
                        bewoners;</al><al> 2</al><al> f. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Vlaardingen;</al><al> g. regiegroep: een door het college gemandateerde groep bewoners uit de
                        wijk waar het vouchersysteem zal worden uitgevoerd, dan wel een afvaardiging
                        van voor de wijk relevante groepen uit bijvoorbeeld: het verenigingsleven,
                        eventueel ondersteund door woningbouwcorporatie,</al><al> professionals of de gemeente en raadsleden;</al><al> h. kasbeheerder: degene die door het college is aangewezen voor het beheer
                        van de integratie-uitkering en die verantwoordelijk is voor de verzilvering
                        van vouchers;</al><al> i. wijkraadpleging: een bijeenkomst in de wijk, een digitale of
                        schriftelijke raadpleging van bewoners van de wijk of een andere vorm,
                        waarbij een of meer initiatieven aan de bewoners worden voorgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid college en mandatering regiegroep</titel></kop><al> 1. Het college kan een of meer wijken aanwijzen waar het vouchersysteem van
                        toepassing is.</al><al> 2. Het college bepaalt hoe het beschikbare bedrag over de wijken wordt
                        verdeeld,</al><al> 3. Het college kan bepalen dat maximaal 10% van het beschikbare bedrag
                        wordt gereserveerd voor de</al><al> kosten die het maakt bij de uitvoering van deze verordening.</al><al> 4. Het college wijst een ambtelijk kasbeheerder aan die de
                        integratie-uitkering beheert.</al><al> 5. Het college kan een subsidieplafond vaststellen.</al><al> 6. Het college kan een regiegroep aanwijzen en deze groep mandaat verlenen
                        om de vouchers te</al><al> beheren en te verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al> 1. Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van vouchers uit
                        de integratie-uitkering in het Gemeentefonds.</al><al> 2. De Algemene Subsidieverordening Vlaardingen is niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag vouchers</titel></kop><al> 1. Initiatiefnemers kunnen een of meer vouchers aanvragen bij het
                        college.</al><al> 2. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend en omvat de volgende
                        gegevens:</al><al> a. naam, contactadres, telefoonnummer en handtekening van de
                        initiatiefnemer;</al><al> b. een beschrijving van de inhoud, uitvoering en planning van het
                        initiatief, waarbij wordt aangegeven hoe dit de leefbaarheid in de wijk,
                        buurt of straat verbetert;</al><al> c. een kostenraming en het gewenste aantal vouchers voor de uitvoering van
                        het initiatief;</al><al> d. een mededeling of tevens elders een subsidie is aangevraagd.</al><al> 3. Indien de aanvraag onvoldoende informatie bevat voor een goede
                        beoordeling daarvan, geeft het college aan de initiatiefnemer aan, binnen
                        een termijn van 4 weken, hoe hij de aanvraag kan aanvullen.</al><al> 4. De aanvragen worden behandeld in de volgorde van binnenkomst, waarbij
                        alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.</al><al> 5. Wanneer de initiatiefnemer de gelegenheid heeft gehad zijn aanvraag aan
                        te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de
                        volledige aanvraag.</al><al> 6. Aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 01-01-2011 tot 1
                        november 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verstrekking vouchers</titel></kop><al> 1. Het college beslist binnen 4 weken na ontvangst van een aanvraag tot
                        maximaal € 10.000,-- over het verstrekken van de vouchers</al><al> 2. Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van een aanvraag van
                        meer dan € 10.000,-- over het verstrekken van de vouchers.</al><al> 3. Een aanvraag kan alleen worden ingewilligd als deze aan de eisen van
                        deze verordening voldoet.</al><al> 4. Het college informeert de initiatiefnemer over de in lid 1 en,lid 2
                        genoemde besluiten.</al><al> 5. Het college organiseert zo spoedig mogelijk een wijkraadpleging of
                        agendeert het initiatief op een al geplande wijkraadpleging, wanneer sprake
                        is van een initiatief van meer dan € 10.000..</al><al> 6. Door middel van een wijkraadpleging wordt bepaald of een initiatief de
                        benodigde vouchers krijgt.</al><al> 7. Bij de verstrekking van vouchers kan het college bepalen dat binnen een
                        bepaalde termijn met de uitvoering van het initiatief wordt gestart.</al><al> 8. De vouchers worden tot uiterlijk 1 december 2011 verstrekt. Een
                        initiatief dient uiterlijk 31 december 2011 te zijn uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al> 1. Het verstrekken van vouchers kan worden geweigerd, indien naar het
                        oordeel van het college gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:</al><al> a. het initiatief niet haalbaar of uitvoerbaar is binnen de in de aanvraag
                        vermelde planning;</al><al> b. de initiatiefnemer doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien
                        die in strijd zijn met de wet of gemeentelijk beleid;</al><al> c. het initiatief betrekking heeft op privébelangen van de
                        initiatiefnemer;</al><al> d. het beheer en onderhoud van de voorgestelde fysieke verbeteringen van de
                        leefomgeving niet kunnen worden gewaarborgd;</al><al> e. door de verstrekking het subsidieplafond wordt overschreden;</al><al> f. er elders al een subsidie is aangevraagd voor een gelijksoortig
                        initiatief.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen college</titel></kop><al> 1. Het college is verplicht om alle betrokken bewoners te informeren over
                        de mogelijkheden die dit vouchersysteem hen biedt, onder meer via de website
                        en de gemeentepagina.</al><al> 2. Het college maakt na de toetsing of de wijkraadpleging algemeen bekend
                        welke initiatieven vouchers hebben gekregen.</al><al> 3. Indien er een regiegroep is aangewezen is deze verantwoordelijk voor het
                        creëren van draagvlak onder de bewoners voor het vouchersysteem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verplichtingen van de initiatiefnemer</titel></kop><al> 1. De initiatiefnemer zorgt ervoor dat de vouchers worden besteed aan de
                        uitvoering van het initiatief en administreert de uitgaven zorgvuldig.</al><al> 2. De initiatiefnemer doet zo spoedig mogelijk mededeling aan het college
                        van veranderde omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitvoering
                        van het initiatief.</al><al> 3. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak
                        onder de bewoners als de aard van het initiatief dat noodzakelijk
                        maakt.</al><al> 4. De initiatiefnemer legt verantwoording af aan het college over het plan
                        en de gemaakte kosten uiterlijk 3 maanden na uitvoering. Binnen 3 maanden na
                        uitvoering wordt een controlebezoek afgelegd door een vertegenwoordiger van
                        de regiegroep</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van besteding van de vouchers</titel></kop><al> 1. De initiatiefnemer kan voor de betaling van de kosten van uitvoering van
                        het initiatief een voucher verzilveren bij de kasbeheerder</al><al> 2. De kasbeheerder kan een betaling weigeren indien hij gegronde reden
                        heeft om aan te nemen dat deze betaling niet wordt aangewend voor de
                        uitvoering van het initiatief.</al><al> 3. De voucher kan, na overlegging van facturen, worden verzilverd
                        door:</al><al> a. in te kopen diensten en producten door de kasbeheerder te laten
                        betalen;</al><al> b. deze om te zetten in contant geld, tot maximaal € 500,-- per keer;</al><al> c. het bedrag te laten overmaken naar een bankrekening.</al><al> 4. Voorschotten worden in principe niet verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking daarvan
                        en werkt terug tot en met 1 januari 2011.</al><al> 2. De verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening vouchers
                        bewonersinitiatieven”</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><titel>op de Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven</titel></kop><al> De fondsbeheerders van het Gemeentefonds storten ten behoeve van de
                    G31-gemeenten een bedrag Van € 10 miljoen als integratie-uitkering in het
                    Gemeentefonds. Dit biedt de bewoners van de wijken die met problemen kampen, de
                    gelegenheid met initiatieven te komen om de leefbaarheid in hun wijk te
                    verbeteren en de sociale cohesie te versterken. Deze initiatieven zullen worden
                    gefinancierd door de uitgifte van vouchers (waardebonnen) die bij de gemeente
                    kunnen worden ingediend om de producten en diensten ter uitvoering van de
                    initiatieven te bekostigen. Om er zeker van te zijn dat de bewonersbudgetten bij
                    de bewoners terecht komt, heeft de minister voor Wonen, Wijken en Integratie
                    (WWI) aan de Tweede Kamer toegezegd dat er een modelverordening wordt ontwikkeld
                    voor de G31-gemeenten voor de implementatie van het vouchersysteem.</al><al> De contouren van het vouchersysteem zijn opgezet door het Landelijk
                    Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA). Dit systeem geeft bewoners
                    zeggenschap over de keuze, de financiering en de uitvoering van hun initiatief.
                    Het gaat hierbij nadrukkelijk om initiatieven van onderop, van de bewoners zelf.
                    De modelverordening is aan de hand van bovenstaande beleidslijnen en voorbeelden
                    van subsidieverordeningen en regels voor wijkbudgetten opgesteld in samenspraak
                    met het Directoraat-Generaal WWI, het LSA, de Woonbond en een representatieve
                    vertegenwoordiging van de G31-</al><al> gemeenten. De modelverordening heeft als basis gediend voor de
                    Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven van de gemeente Vlaardingen.
                    Artikelgewijze toelichting</al><al> In aanvulling op de algemene toelichting zijn hieronder, voor zover nodig, de
                    onderdelen van de verordening artikelsgewijs toegelicht. Artikel 1
                    Begripsomschrijvingen</al><al> a. voucher</al><al> Een voucher is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb). De algemene bepalingen van de Awb zijn hierop van
                    toepassing. In aanvulling daarop zijn de specifieke bepalingen van deze
                    verordening op de voucher van toepassing.</al><al> Vouchers zijn waardebonnen met een tegenwaarde van maximaal € 5.000, - per
                    stuk. Indien gewenst, kan deze tegenwaarde ook lager zijn, afhankelijk van het
                    gevraagde bedrag. Voor een initiatief kunnen</al><al> ook meerdere vouchers worden ingezet. De vouchers kunnen alleen bij de gemeente
                    worden ingewisseld. b. initiatief</al><al> De voucherregeling is bedoeld voor alle initiatieven die de leefbaarheid van de
                    wijk, buurt of straat vergroten. Vele initiatieven zijn denkbaar: verbeteren van
                    de veiligheid van een plein of park, project voor jongeren die werkloos zijn,
                    maatregelen om overlast van jongeren terug te dringen, speelplekken,
                    hangplekken, buurtkrant, website van de wijk, wijkfeest, sportdag, bekostigen
                    beplanting en bloembakken, presentjes voor nieuwe bewoners in de wijk, opstellen
                    leefregels buurt, inhuren van</al><al> onafhankelijke bewonersondersteuning voor bijvoorbeeld woonwensonderzoek,
                    second opinion bij sloop of renovatie en nieuwe manieren om alle bewoners bij de
                    wijk te betrekken. De voucherregeling kan niet worden benut voor puur
                    individuele projecten als het opknappen van een woonhuis van een bewoner. Zie in
                    dit verband de weigeringsgrond van artikel 6, onderdeel c. c.
                    initiatiefnemer</al><al> De aanvrager of initiatiefnemer is altijd een individuele bewoner of een groep
                    van bewoners uit een aangewezen wijk. Als het gaat om een groep bewoners, is de
                    organisatievorm daarvan niet van belang, wel de doelstelling van deze groep. Het
                    kan hierbij zowel om bestaande groepen of bewonersorganisaties gaan, als
                    speciaal voor het initiatief opgerichte groepen. De vouchers kunnen niet aan
                    professionele instellingen, bedrijven of politieke partijen worden gegeven.</al><al> De nadruk ligt op bewonersinitiatieven van de bewoners. De doelstelling van de
                    initiatiefnemer, individuele bewoner of bewonersgroep, moet zijn de leefbaarheid
                    van de bewoners van de wijk te verbeteren. Deze doelstelling hoeft niet formeel
                    te zijn vastgelegd, maar kan bijvoorbeeld blijken uit het voorgedragen
                    projectplan. g. regiegroep</al><al> De regiegroep kan een bestaande organisatie van bewoners zijn dan wel een voor
                    de uitvoering van het vouchersysteem gevormde groep, bestaande uit een
                    afvaardiging van voor de wijk relevante groepen uit</al><al> bijvoorbeeld het verenigingsleven (sportverenigingen, ouderverenigingen,
                    culturele en etnisch georiënteerde verenigingen, buurt- en straatgroepen,
                    jongerengroepen, huurdersorganisaties enz.). Wijkbetrokken professionals of
                    woningbouwcorporaties kunnen gevraagd worden een bijdrage te leveren aan het
                    stimuleren en ondersteunen van de regiegroep. In het geval van het beschikbaar
                    stellen van een gemeentelijke functionaris (ambtenaar) door het college kan deze
                    voor de regiegroep ook als vraagbaak en intermediair fungeren naar de
                    gemeentelijke organisatie. Artikel 2 Bevoegdheid college en mandatering
                    regiegroep</al><al> Eerste lid</al><al> Het college is vrij in de keuze van de wijken. De aanwijzing van een of meer
                    wijken is alleen geldig voor het budget dat in 2011 beschikbaar komt. In 2012
                    moet opnieuw een aanwijzing plaatsvinden. Dat kan dezelfde wijk of een andere
                    zijn, of een combinatie daarvan. Tweede lid</al><al> Bij aanwijzing van meer dan een wijk is het college vrij in de verdeling van
                    het bedrag van de integratie-uitkering over de aangewezen wijken. Het toegekende
                    bedrag kan dus per wijk verschillen. Vijfde lid</al><al> Met dit artikel wordt voldaan aan artikel 4:25 van de Awb waarin is bepaald dat
                    het subsidieplafond bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt vastgesteld.
                    Hiermee wordt voorkomen dat bij het indienen van</al><al> meerdere initiatieven het maximale budget wordt overschreden. Het
                    subsidieplafond kan worden gelijkgesteld aan de hoogte van de
                    integratie-uitkering, eventueel verminderd met de beheerskosten op</al><al> grond van het derde lid. Zesde lid</al><al> Gelet op het streven dat de regie van de initiatieven bij voorkeur bij de
                    bewoners zelf komt te liggen, dient het college zich ervoor in te spannen om in
                    de aangewezen wijk een regiegroep te zoeken dan wel</al><al> te bevorderen dat een regiegroep wordt samengesteld. Als blijkt dat de bewoners
                    van de wijk dit afwijzen of dit anderszins niet lukt, kan het college een
                    ambtenaar mandateren om de regie voor het college te</al><al> voeren. Artikel 3 Reikwijdte van de verordening</al><al> Eerste lid</al><al> Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de integratie-uitkering uit
                    het Gemeentefonds. Dit laat onverlet dat de algemene regels van de Awb ook van
                    toepassing zijn. Zie ook de toelichting op artikel 1,</al><al> onder a. Tweede lid</al><al> Indien de gemeente een Algemene subsidieverordening (ASV) heeft, is daarin
                    waarschijnlijk bepaald dat de ASV voor alle subsidievormen geldt. Om te
                    voorkomen dat de ASV ook op deze subsidieverordening</al><al> van toepassing is, is het tweede lid opgenomen. Artikel 4 Aanvraag
                    vouchers</al><al> Tweede lid</al><al> Het initiatief moet al een redelijk uitgewerkt plan zijn. Daarom zijn in lid 2,
                    onder a tot en met d een aantal verplichte indieningsvereisten opgenomen als
                    omschrijving, uitvoering, planning en kostenraming van het initiatief. Zie voor
                    de mogelijke vormen van initiatieven de toelichting op artikel 1, onderdeel b.
                    Derde lid</al><al> Indien het initiatief niet voldoet aan de indieningsvereisten van het tweede
                    lid, kan het college om aanvulling vragen. Hierbij kan de initiatiefnemer ook
                    actief worden ondersteund om het initiatief goed uit</al><al> te werken. Artikel 5 Verstrekking vouchers</al><al> De vouchers worden verstrekt aan de initiatiefnemer. Initiatiefnemer zijn
                    individuele bewoners of een bewonersgroep. Indien sprake is van een individuele
                    bewoner als initiatiefnemer, dan worden de vouchers op naam van deze individuele
                    bewoner gezet.</al><al> Bij een bewonersgroep als initiatiefnemer zijn er twee mogelijkheden. Indien de
                    groep rechtspersoonlijkheid heeft, worden de vouchers op naam van deze
                    rechtspersoon gezet. Indien de groep geen rechtspersoonlijkheid heeft, worden de
                    vouchers op naam van een natuurlijk persoon gezet, zijnde de contactpersoon van
                    deze groep bewoners. Zesde lid</al><al> Het is van belang om een wijkraadpleging op korte termijn te organiseren. Dit
                    is in de eerste plaats van belang om te voorkomen dat het enthousiasme waarmee
                    het initiatief is ingediend, zou verdampen. In de tweede plaats geldt dat bij te
                    lang uitblijven van de wijkraadpleging het subsidieplafond zou kunnen worden
                    bereikt, doordat initiatieven tot € 10.000, - zonder wijkraadpleging kunnen
                    worden gehonoreerd. Artikel 6 Weigeringsgronden</al><al> Een aanvraag kan ook gedeeltelijk worden ingewilligd en gedeeltelijk worden
                    geweigerd. De weigering van een aanvraag om een voucher dient uiteraard
                    gemotiveerd te worden met vermelding van de</al><al> weigeringsgrond. Eerste lid, onderdeel d</al><al> Beheer en onderhoud van fysieke verbeteringen van de leefomgeving (zoals
                    kinderspeelplaatsen en hangplekken) is noodzakelijk om verloedering tegen te
                    gaan. Vaak is het beheer en onderhoud echter een struikelblok bij het
                    verwezenlijken van goede initiatieven. Het is daarom van belang dat in de
                    aanvraag (het initiatief) wordt aangegeven hoe het beheer en onderhoud is
                    gewaarborgd. De initiatiefnemers kunnen hiervoor zelf borg staan, het college
                    kan beslissen om het beheer en onderhoud op zich te nemen of een derde partij,
                    zoals een corporatie of commercieel bedrijf, kan hierin een rol spelen. Een
                    combinatie van deze opties is uiteraard ook mogelijk. Artikel 7 Verplichtingen
                    college</al><al> De informatieplicht van het eerste en tweede lid is bedoeld om draagvlak en
                    betrokkenheid van de bewoners van de wijk, buurt of straat te waarborgen. Het
                    initiatief is nadrukkelijk bedoeld voor het collectief belang van de wijk, buurt
                    of straat. In het derde lid is uitdrukkelijk opgenomen dat de regiegroep
                    verantwoordelijk is voor het creëren van</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>