<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102271_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels klachtenbehandeling</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">&lt;a title="Laarbeeker,
                huis-aan-huisblad" href="http://www.laarbeek.nl"&gt;Laarbeeker,
                huis-aan-huisblad&lt;/a&gt;</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels klachtenbehandeling</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-01-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Uitvloeisel Klachtenregeling gemeente Laarbeek</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels klachtenbehandeling</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van burgemeester en wethouders d.d. 14 januari 2003</al><al/><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek;</al><al>gelet op de artikelen 1.3, tweede lid, 2.2, derde lid en 2.6 van de door de
                        gemeenteraad in zijn vergadering van 21 december 2002 vastgestelde
                        Klachtenregeling;</al><al/><al>besluiten:</al><al/><al>de volgende nadere regels vast te stellen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>I Mondelinge klachten over ambtenaren</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Mondelinge klachten kunnen telefonisch of in persoon worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het afdelingshoofd is belast met de intake van klachten over
                                    medewerkers van zijn afdeling.</al></li><li nr="3."><al>Het afdelingshoofd draagt binnen drie weken weken zorg voor
                                    zorgvuldige afdoening van de klacht.</al></li><li nr="4."><al>Het afdelingshoofd draagt zorg voor registratie van mondelinge
                                    klachten, de aard ervan, de wijze van afdoening en eventuele
                                    maatregelen die naar aanleiding van de behandeling zijn
                                    getroffen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>II De registratie van klaagschriften; jaarverslag</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De registratie van klaagschriften vindt plaats door de
                                    gemeentesecretaris.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentesecretaris is belast met het opstellen van het
                                    jaarlijks verslag door het college aan de raad aan te bieden. De
                                    afdelingen leveren daartoe voor 1 februari van elk kalenderjaar
                                    de door hen in het afgelopen jaar geregistreerde mondelinge
                                    klachten en de gegevens gevraagd in artikel 3.1 van de
                                    Klachtenregeling aan de gemeentesecretaris aan.</al></li><li nr="3."><al>Bij de onder 1. en 2. opgedragen bevoegdheden is submandaat niet
                                    toegestaan.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>III Afdoening van klaagschriften over gedragingen van
                            ambtenaren</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De afdoening van een klaagschrift over een gedraging van een
                                    ambtenaar, niet zijnde de gemeentesecretaris, is gemandateerd
                                    aan de gemeentesecretaris.</al></li><li nr="2."><al>Bij de onder 1. opgedragen bevoegdheid is submandaat niet
                                    toegestaan.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>IV Klachten over gedragingen van het college, individuele
                            collegeleden en de gemeentesecretaris</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De behandeling en afdoening van een klacht over een gedraging
                                    van het college als geheel is opgedragen aan de voorzitter van
                                    het college en een collegelid, door het college aan te
                                    wijzen.</al></li><li nr="2."><al>De behandeling en afdoening van een klacht over een gedraging
                                    van een lid of leden van het college of de gemeentesecretaris is
                                    opgedragen aan de voorzitter van het college en een collegelid,
                                    door het college aan te wijzen, niet zijnde het leden of één van
                                    de leden over wie de klacht gaat.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling en afdoening van een klacht over een gedraging
                                    van hetzij de voorzitter van het college, hetzij mede van de
                                    voorzitter van het college is opgedragen aan de waarnemend
                                    voorzitter (loco-burgemeester) en een lid van het college, door
                                    het college aan te wijzen, niet zijn het lid of één van de leden
                                    over wie de klacht gaat.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling en afdoening van een klacht over een gedraging
                                    van de burgemeester als bestuursorgaan is opgedragen aan de
                                    loco-burgemeester.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>V Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere regels
                            klachtenbehandeling”.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Laarbeek, 14 januari 2003.</al><al>Burgemeester en wethouders van Laarbeek,</al></slotformulering><ondertekening>De interim-secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>H.H. de Vet. H.M.J.M. Beers.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nadere regels omtrent klachtenbehandeling en afdoening horendebij de
                        Verordening klachtenregeling gemeente Laarbeek</titel></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 1.3 van de Klachtenregeling.</al><al>Het eerste en tweed lid spreken voor zich.</al><al>De wijze van afdoening, derde lid, is vormvrij en sterk afhankelijk van het
                    individuele geval. Een en ander ter beoordeling van het afdelingshoofd. Het
                    voorontwerp geeft geen nadere regels voor de behandeling en afdoening van
                    mondelinge klachten, behalve de opdracht aan het bestuursorgaan om zorg te
                    dragen voor een behoorlijke behandeling.</al><al>Soms kan worden volstaan met een simpele vorm als het geven van opheldering of
                    het aanbieden van excuses. Soms zal een zwaardere vorm van behandeling nodig
                    zijn met nader onderzoeken en de toepassing van hoor en wederhoor. In die
                    gevallen zal het al gauw raadzaam zijn klager te adviseren een schriftelijke
                    klacht in te dienen, waarna de procedure van hoofdstuk 2 van de Klachtenregeling
                    gevolgd moet worden. De uitgebreide vorm van registratie, ingevolge het vierde
                    lid, heeft tot doel te kunnen voldoen aan artikel 3.1 van de Klachtenregeling,
                    het jaarlijks verslag van het college van het college aan de raad. Achtergrond
                    van die uitgebreide verslaglegging is het verwachte leereffect voor de
                    gemeentelijke organisatie als geheel.</al><al><vet>Artikel II</vet></al><al>Dit artikel is een uitwerking van de artikelen 2.2 en 3.1 van de
                    Klachtenregeling.</al><al>Het eerste lid spreekt voor zich.</al><al>De gemeentesecretaris wordt ingevolge het tweede lid belast met het ophalen van
                    het jaarverslag om een gemeentebreed overzicht aan de raad te kunnen
                    aanbieden.</al><al><vet>Artikel III</vet></al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel van artikel 2.6 van de
                    Klachtenregeling.</al><al>De secretaris zal de behandeling van klachten moeten organiseren. Het is niet
                    toegestaan de formele afdoening te submandateren.</al><al><vet>Artikel IV</vet></al><al>Met klachten in dit artikel worden zowel schriftelijke als mondelinge klachten
                    bedoeld. Voor wat betreft schriftelijke klachten is dit artikel een uitwerking
                    van artikel 2.4 van de Klachtenregeling.</al><al>Dat de persoon op wie de klacht betrekking heeft niet zelf aan de behandeling en
                    afdoening meewerkt spreekt voor zich.</al><al>Het onderzoek naar aanleiding van klachten over gedragingen van het college, van
                    leden van het college en van de secretaris wordt opgedragen aan de voorzitter
                    van het college en een ander collegelid, niet zijnde het lid (of één van de
                    leden) over wie de klacht gaat.</al><al>Gaat de klacht mede over de voorzitter, dan wordt de waarnemend voorzitter
                    (loco-burgemeester) in plaats van de voorzitter met het onderzoek belast.
                    Uitgangspunt is steeds (behalve bij klachten over het college als geheel), dat
                    degenen over wie de klacht gaat, niet het onderzoek verricht.</al><al>Gaat een klacht over de burgermeester als bestuursorgaan, dan zou hij, in de
                    systematiek van de regeling, met de afdoening en ook met het onderzoek zijn
                    belast. Voor de zuiverheid zal echter in deze gevallen de loco-burgemeester met
                    het onderzoek zijn belast. Voor de zuiverheid zal echter in deze gevallen de
                    loco-burgemeester met het onderzoek en de afdoening worden belast.</al><al>Over het onderzoek naar aanleiding van klachten over gedragingen van een
                    bestuurscommissie als bedoeld in artikel 1.1 onder sub b, sub 2 is evenmin als
                    over de burgemeester een bepaling opgenomen. De wijze waarop deze commissie het
                    klachtenonderzoek wil (laten) verrichten, wordt aan dit bestuursorgaan
                    overgelaten.</al><al>Zowel door de burgemeester als door een bestuurscommissie dienen de bepaling
                    over hoor en wederhoor (artikel 2.5) alsook de gestelde termijnen in acht
                    genomen te worden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>