<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR102150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening 2011 Gemeente Doesburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regiobode, 9 maart 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, artikel 12, 15 en 38</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wabo, artikel 2.1 en 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>24-02-2011/06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Monumentenzorg</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening 2011 Gemeente Doesburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>ERFGOEDVERORDENING 2011</vet></al><al>gezien het voorstel van het college van 24 februari 2011;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de
                        Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht;</al><al>besluit vast te stellen de volgende <vet>Erfgoedverordening 2011 gemeente
                            Doesburg</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk monument aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in
                                    onderdeel a;</al></li><li nr="c."><al>beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="d."><al>Adviescommissie Cultuurhistorie : de op basis van art.15
                                    Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college
                                    op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing
                                    van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, de verordening en het erfgoedbeleid;</al></li><li nr="e."><al>gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart
                                    van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied,
                                    waarop archeologische monumenten en archeologische
                                    verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="f."><al>landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden:
                                    landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van
                                    geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid
                                    van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt
                                    gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;</al></li><li nr="g."><al>provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart
                                    van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop
                                    archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
                                    aangegeven;</al></li><li nr="h."><al>archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                    archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in
                                    bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten
                                    zijn;</al></li><li nr="i."><al>hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li><li nr="j."><al>middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische
                                    vondsten of informatie;</al></li><li nr="k."><al>lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li><li nr="l."><al>historische binnenstad: het gebied dat zich binnen de
                                    middeleeuwse stadsgracht (inclusief de gracht) bevindt plus een
                                    25 meter brede bufferzone in verband met de aanwezigheid van aan
                                    de stad gerelateerde structuren buiten de gracht.</al></li><li nr="n."><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                    uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                    denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="o."><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                    vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en
                                    de uitvoering van archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="p."><al>gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij het
                                    archeologiebeleid van de gemeente Doesburg dat als onderlegger
                                    dienst doet voor het bestemmingsplan Archeologie;</al></li><li nr="q."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="r."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Doesburg</al></li><li nr="s."><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li><li nr="t."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="u."><al>Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: de Welstandscommissie voor de
                                    gemeente Doesburg onder gebracht bij de provinciale
                                    welstandsorganisatie het Gelders Genootschap.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik en het karakter van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                zaak of terrein aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de Adviescommissie Cultuurhistorie .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij
                                overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                            ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                            artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Adviescommissie Cultuurhistorie adviseert schriftelijk binnen
                                acht weken na ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de Adviescommissie Cultuurhistorie , maar in ieder geval binnen
                                twintig weken na de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                aanwijzing wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als
                                bedoeld in lid 2, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een
                                monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld
                                in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
                                voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen
                                van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de
                                advisering van wijzigingsplannen aan gemeentelijke monumenten
                                waarvan het advies als bekend verondersteld mag worden. De
                                Adviescommissie Cultuurhistorie en de Commissie Ruimtelijke
                                Kwaliteit worden bij het opstellen van deze regels betrokken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voorschriften verbinden
                                betreffende de uitvoering en de materiaaltoepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit Omgevingsrecht voor een
                            vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                            gegevens en bescheiden worden in viervoud ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit schriftelijk advies uit
                                aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen.</al></li><li nr="c."><al>binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de
                                    vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt.</al></li><li nr="d."><al>tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze
                                    werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes
                                    maanden stilliggen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert schriftelijk over de
                                aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het
                                afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Gemeentelijke stads-en dorpsgezichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stads- of
                                dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als beschermd
                                gemeentelijk stads- of dorpsgezicht en het college kan een zodanige
                                aanwijzing wijzigen of intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing, wijziging of intrekking een
                                besluit neemt, vraagt zij advies aan de Adviescommissie
                                Cultuurhistorie . In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit
                                advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de voorbereiding van een besluit om aanwijzing als bedoeld in het
                                eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt de gemeenteraad en de Adviescommissie
                                Cultuurhistorie in kennis van het besluit tot aanwijzing, wijziging
                                of intrekking van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een in overeenstemming met het bepaalde in artikel 35 van de
                                Monumentenwet 1988 aangewezen stads- of dorpsgezicht wordt niet
                                aangewezen als gemeentelijk dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt geacht
                                te zijn ingetrokken indien het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
                                wordt aangewezen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 35
                                van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de betrokken eigenaren de kennisgeving
                            van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
                            ontvangen tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                            artikel 16 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het stads- of dorpsgezicht
                            niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 17 en 18 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht op
                                de gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                redengevende beschrijving van het gemeentelijk stads- of
                                dorpsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bestemmingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter bescherming van een gemeentelijk stads- of
                                dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet
                                ruimtelijke ordening (Wro).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het voorstel tot aanwijzing van een beschermd stads- of
                                dorpsgezicht wordt door het college bepaalt in hoeverre geldende
                                bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid
                                kunnen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college de gemeenteraad een voorstel doen voor
                                vaststelling van een bestemmingsplan in de zin van lid 1 vraagt het
                                college advies aan de Adviescommissie Cultuurhistorie .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zendt een afschrift van het genomen besluit aan de
                                Adviescommissie Cultuurhistorie .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd
                                gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te
                                vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
                                zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met de bij
                                zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="·"><al>Bouwwerken te plaatsen, op te richten, geheel of
                                        gedeeltelijk af te breken of te verplaatsen dan wel in enig
                                        opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="·"><al>Bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een wijze waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt
                                        ontsierd of in gevaar gebracht;</al></li><li nr="·"><al>Onroerende zaken geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen
                                        straten, wegen, pleinen, wateren, bomen en erfafscheidingen
                                        te wijzigen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken als gevolg van een
                                aanschrijving van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 3.4.2 van Wet ruimtelijke ordening (Wro) is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om binnen het grondgebied van de gemeente Doesburg,
                                hierbij gelet op artikel 1 onder b, sub 2 en of artikel 1, onder h
                                Monumentenwet 1988, de bodem dieper dan 30 centimeter onder de
                                oppervlakte te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>voldaan wordt aan de archeologische beleidsadvieskaart en
                                        het gestelde in de rapportage behorende bij de
                                        archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente
                                        Doesburg.</al></li><li nr="b."><al>voldaan wordt aan het geldend bestemmingsplan Archeologie
                                        van de gemeente Doesburg en de daarin opgenomen bepalingen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="d."><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                        uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
                                        van een archeologisch monument of archeologisch
                                        verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke
                                        archeologische waardenkaart of de gemeentelijke
                                        beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de
                                        provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke
                                        Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden;</al></li><li nr="e."><al>een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van
                                        het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd
                                        gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt
                                        dat:</al><lijst><li nr="·"><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                voldoende mate kan worden geborgd; of </al></li><li nr="·"><al>de archeologische waarden door de verstoring niet
                                                onevenredig worden geschaad; of </al></li><li nr="·"><al>in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                                zijn. </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Doesburg onderzoek
                                wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin
                                van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de
                                overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college een programma van eisen vast te stellen als
                                        bedoeld in artikel 1 onder m, waarbij nadere regels worden
                                        gesteld ten aanzien van het onderzoek.</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van
                                        aanpak als bedoel in artikel 1 onder l van deze verordening
                                        ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen,.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
                                advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                                Archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 21, tweede lid, onder e, en
                            artikel 22, eerste lid, onder b.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 21, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 22, tweede lid, tweede
                                    volzin, indien deze niet voortvloeit uit het toezicht op de
                                    naleving van het programma van eisen en/of plan van aanpak en/of
                                    offerte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en
                            artikel 21 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e,
                            van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>Met betrekking tot zakelijke monumenten als bedoeld in
                                        artikel 1, onder a, sub 1; de door het college van
                                        burgemeester en wethouders van Doesburg aangewezen
                                        ambtenaren van het bouw- en woningtoezicht en
                                        monumentenzorg;</al></li><li nr="b."><al>Met betrekking tot monumentale terreinen als bedoeld in
                                        artikel 1, onder a, sub 2; de door het college van
                                        burgemeester en wethouders van Doesburg aangewezen
                                        ambtenaren van het bouw- en woningtoezicht en monumentenzorg
                                        en medewerkers van de archeologische dienst van de gemeente
                                        Zutphen die deskundige zijn, zoals omschreven in de Wet op
                                        de Archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De ‘Erfgoedverordening Doesburg 2010’, vastgesteld op 25 februari 2010,
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de onder artikel 27 ingetrokken Erfgoedverordening
                                aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht
                                aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 27 ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de 9<sup>de</sup> dag na
                            bekendmaking in de Regiobode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Erfgoedverordening 2011"</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van 24 februari 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.B. Voorhof drs. C.J.G. Luesink</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>