<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101820_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bevelander</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-08-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nvt</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemene Plaatselijke Verordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1.3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 1.9 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                            beslissen</al><al>Artikel 1.10 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                            beslissen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE </titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.1.1 Samenscholing en ongeregeldheden </al><al>Artikel 2.1.2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2.1.3 Afwijking termijn </al><al>Artikel 2.1.4 Te verstrekken gegevens</al><al>Artikel 2.1.5 Straatartiest</al><al>Artikel 2.1.6 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</al><al>Artikel 2.1.7 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg </al><al>Artikel 2.1.8 Maken, veranderen van een uitweg </al><al>Artikel 2.1.9 Hinderlijke beplanting of voorwerp </al><al>Artikel 2.1.10 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><al>Artikel 2.1.11 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op evenementen </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.2.1 Begripsomschrijving </al><al>Artikel 2.2.2 Evenement </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.3.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.3.2 Exploitatievergunning horecabedrijf </al><al>Artikel 2.3.3 Sluitingstijden </al><al>Artikel 2.3.4 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting </al><al>Artikel 2.3.5 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf </al><al>Artikel 2.3.6 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2.3.7 Beperking verstrekking sterke drank</al><al>Artikel 2.3.8 Speelgelegenheden </al><al>Artikel 2.3.9 Speelautomaten en speelautomatenhallen </al><al>Artikel 2.3.10 Speelautomatenhallen </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 4 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.4.1 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2.4.2 Verblijfsontzegging</al><al>Artikel 2.4.3 Plakken, kladden en spuiten</al><al>Artikel 2.4.4 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2.4.5 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2.4.6 Vervoer geprepareerde voorwerpen</al><al>Artikel 2.4.7 Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al><al>Artikel 2.4.8 Hinderlijk drankgebruik</al><al>Artikel 2.4.9 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2.4.10 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                ruimten</al><al>Artikel 2.4.11 Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2.4.12 Overlast van fiets/bromfiets op markt en
                                kermisterreinen e.d. </al><al>Artikel 2.4.13 Loslopende honden </al><al>Artikel 2.4.14 Verontreiniging door honden </al><al>Artikel 2.4.15 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2.4.16 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al><al>Artikel 2.4.17 Vee binnen de bebouwde kom </al><al>Artikel 2.4.18 Hinder door dieren </al><al>Artikel 2.4.19 Bedelarij</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 5 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al><al>Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste
                                lid, van het</al><al>Wetboek van Strafrecht </al><al>Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 6 Vuurwerk </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.6.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2.6.2 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling </al><al>Artikel 2.6.3 Carbiedschieten </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.7.1 Drugshandel op straat </al><al>Artikel 2.7.2 Drugsgebruik </al><al>Artikel 2.7.3 Weggooien van spuiten e.d. </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen </titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>Artikel 2.8.1 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.8.2 Veiligheidsrisicogebieden</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSITUTIE E.D.</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.1. Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 3.3 Nadere regels </al><al>Artikel 3.4 Seksinrichtingen </al><al>Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.6 Sluitingstijden </al><al>Artikel 3.7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden, (tijdelijke) sluiting </al><al>Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.9 Straatprostitutie en raamprostitutie </al><al>Artikel 3.10 Sekswinkels </al><al>Artikel 3.11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-</al><al>pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al><al>Artikel 3.12 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3.13 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel 3.15 Wijziging beheer </al><al>Artikel 3.16 Overgangsbepaling </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling 1 Geluid- en lichthinder</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 4.1.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.1.4 Onversterkte muziek </al><al>Artikel 4.1.5 Verboden incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.1.6 Overige geluidhinder </al><al>Artikel 4.1.7 Gebruik knalapparatuur ter verjaging van vogels </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.2.2 Natuurlijke behoefte doen </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.3.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 4.3.2 Monumentale en waardevolle bomen</al><al>Artikel 4.3.3 Kapverbod </al><al>Artikel 4.3.4 Aanvraag vergunning </al><al>Artikel 4.3.5 Bijzondere vergunningsvoorschriften </al><al>Artikel 4.3.6 Herplant-/ instandhoudingsplicht </al><al>Artikel 4.3.7 Schadevergoeding </al><al>Artikel 4.3.8 Bestrijding boomziekte</al><al>Artikel 4.3.9 Bescherming gemeentelijke houtopstand </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.4.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz.</al><al>Artikel 4.4.2 Stankoverlast door gebruik van dierlijke
                                meststoffen</al><al>Artikel 4.4.3 Vergunningsplicht handelsreclame. </al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling 1 Parkeerexcessen </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al><al>Artikel 5.1.3 Te koop aanbieden van voertuigen </al><al>Artikel 5.1.4 Defecte voertuigen </al><al>Artikel 5.1.5 Voertuigwrakken </al><al>Artikel 5.1.6 Caravans e.d. </al><al>Artikel 5.1.7 Parkeren van reclamevoertuigen </al><al>Artikel 5.1.8 Parkeren van grote voertuigen </al><al>Artikel 5.1.9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al><al>Artikel 5.1.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                stoffen </al><al>Artikel 5.1.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al><al>Artikel 5.1.12 Overlast van fiets of bromfiets </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 2 Standplaatsen en snuffelmarkten </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.2.1 Standplaatsen </al><al>Artikel 5.2.2 Snuffelmarkten e.d. </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Artikel 5.3.1 Crossterreinen </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 4 Verbod vuur te stoken </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.4.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of </al><al>anderszins vuur te stoken </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 5 Verstrooiing van as </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.5.1 Begripsomschrijving </al><al>Artikel 5.5.2 Verboden plaatsen </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Benoemen van openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken,
                                gebouwen, complexen, afgebakende terreinen en lig- en
                                standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.6.1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5.6.2 Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de
                                openbare ruimte</al><al>Artikel 5.6.3 Het nummeren van een object of een onderdeel
                                daarvan</al><al>Artikel 5.6.4 Aanbrengen van namen en nummers</al><al>Artikel 5.6.5 Gedoogplicht aanduidingen </al><al>Artikel 5.6.6 Verplichting aanbrengen van nummer aan het object </al><al>Artikel 5.6.7 Technische en registratieve uitvoeringsvoorschriften </al><al>Artikel 5.6.8 Vervangen oude (afwijkende) namen en nummers</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 7 Destructie </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.7.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 5.7.2 Aanwijzing verzamelplaats </al><al>Artikel 5.7.3 Vervoer destructiemateriaal </al><al>Artikel 5.7.4 Bewaren destructiemateriaal </al><al>Artikel 5.7.5 Toepassing </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Gevonden voorwerpen </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.8.1 Detectorverbod </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.9.1 Recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein </al><al>Artikel 5.9.2 Aanwijzen kampeerplaatsen </al><al>Artikel 5.9.3 Groepskamperen buiten een kampeerterrein </al><al>Artikel 5.9.4 Recreatief nachtverblijf op de weg en in voertuigen
                            </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling 10 Openbaar wate5</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.10.1 Ligplaats </al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 6.1 Strafbepaling </al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders </al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen </al><al>Artikel 6.4 Binnentreden woningen ter uitvoering van noodverordeningen </al><al>Artikel 6.5 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening </al><al>Artikel 6.6 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6.7 Citeerartikel </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="A."><al>Weg:</al><lijst><li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
                                            de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
                                            naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>Openbaar water:</al><al> alle wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het
                                    publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.</al></li><li nr="C."><al>Bebouwde kom:</al><al> de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de
                                    grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede
                                    lid, van de Wegenwet.</al></li><li nr="D."><al>Rechthebbende:</al><al> een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens
                                    een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="E."><al>Voertuigen:</al><al> alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a en onder al,
                                    van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met
                                    uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams</al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen.</al></li></lijst></li><li nr="F."><al>Vaartuigen:</al><al> alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen,
                                    alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al></li><li nr="G."><al>Woonschepen:</al><al> Vervallen.</al></li><li nr="H."><al>Bouwwerk:</al><al> elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                                    ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
                                    of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                                    steun vindt in of op de grond.</al></li><li nr="I."><al>Gebouw:</al><al> elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte,
                                    geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</al></li><li nr="J."><al>Vee:</al><al> door de mens gedomesticeerde dieren waaronder; rund, varken,
                                    schaap, geit, paard, ezel, kip, kalkoen, parelhoen, gans, eend,
                                    struisvogel, emoe, antilopensoorten en kangoeroe.</al></li><li nr="K."><al>Handelsreclame:</al><al> iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                                    kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.</al></li><li nr="L."><al>Openbare plaats:</al><al> een plaats die krachtens bestemming vastgebruik openstaat voor
                                    het publiek, niet begrepen een gebouw of besloten plaats als
                                    bedoeld in artikel 46 tweede lid van de Grondwet.</al></li><li nr="M."><al>Kampeermiddel:</al><al>tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander
                                    onderkomen, of enig ander voertuig of gedeelte daarvan, voor
                                    zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge artikel 40 van de
                                    Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover
                                    deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn
                                    bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt
                                    voor recreatief nachtverblijf. </al></li><li nr="N."><al>Bevoegd gezag:</al><al>Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1., eerste lid, van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.8 of artikel
                                4.3.3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn van minimaal drie weken geldt
                                niet voor grootschalige evenementen die een grote inzet vergen van
                                overheidsdiensten. Aanvragen hiervoor dienen voor 1 november voor
                                het daaropvolgende jaar te worden ingediend zodat deze meegenomen
                                kunnen worden in de jaarplanning. Indien dit niet mogelijk is, wordt
                                door het bevoegd gezag op aanvraag apart beslist over de termijn van
                                indiening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke -vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><al>·• Artikel 5.22: Snuffelmarkten e.d.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>• Artikel: 2.2.2 Evenement;</al></li><li nr="·"><al>• Artikel 2:3.2 Exploitatievergunning horecabedrijf;</al></li><li nr="·"><al>• Artikel 2.3.8 Speelgelegenheden;</al></li><li nr="·"><al>• Artikel 3.4 Seksinrichtingen;</al></li></lijst><al>• Artikel 5.9.1 Recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing,
                                    onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
                                    geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor
                                    er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een
                                    tot toeloop van het publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan,
                                    dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                    politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                                    richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                    wegen of weggedeelten, die door of vanwege het bevoegd gezag in
                                    het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, moet daarvan voor de openbare aankondiging
                                    ervan en ten minste 72 uur voordat de betoging zal worden
                                    gehouden, schriftelijk kennis geven aan de burgemeester, met
                                    inachtneming van hetgeen in artikel 2.1.4, eerste lid, hierover
                                    is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                    terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag,
                                    een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt dit tijdstip
                                    geacht te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen dag, die geen
                                    zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                2.1.2, eerste lid, genoemde termijn van 72 uur verkorten en een
                                mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><al>Het is verboden voor publiek als straatartiest, straatmuzikant,
                                straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden indien
                                dit hinder veroorzaakt of hierdoor de openbare orde, openbare
                                veiligheid of de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6</nr><titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                    weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien deze geen
                                            gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                            goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                            gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, voorzover ze zijn aangebracht boven het
                                            voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en
                                            voorzover:</al><lijst><li nr="-"><al>elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat
                                                  gedeelte bevindt, en</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het
                                                  rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt,
                                                  en</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande
                                                  gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden
                                            verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat
                                            onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg hiervan gereinigd is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;</al></li><li nr="g."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2, derde
                                            lid;</al><lijst><li nr=""><al> h. uitstallingen die voldoen aan de
                                                  beleidsregels van de uitstallingen verordening
                                                  Goes.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of
                                    stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                    plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>deze door hun omvang of vormgeving, constructie of
                                            plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of</al></li><li nr="c."><al>een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zeeland.</al><al> b De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al><lijst><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt
                                            niet voort bouwwerken.</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.7</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
                                    alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente
                                    of het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar
                                    publiekrechtelijke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de
                                    Wegenverordening Zeeland, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.8</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in artikel 2.1.8 lid 1 gesteld verbod geldt niet indien
                                    wordt voldaan aan door het college</al><al> vast te stellen algemene voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.9</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.10</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 meter uit de
                                    uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van
                                    een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.11</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                    openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover de
                                    Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht van toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5.2.2 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.1 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="g."><al>kermisinrichtingen, waarvoor burgemeester en wethouders
                                            bij inschrijving of verpachting een staanplaats hebben
                                            gegund.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2.1.2, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement een barbecue of straatfeest in de open
                                            lucht betreft;</al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan
                                            negenenveertig personen;</al></li><li nr="c."><al>het evenement tussen 09.00 en 02.00 uur
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet meer dan vier straten omvat;</al></li><li nr="e."><al>niet langer dan tot 23.00 uur live-muziek ten gehore
                                            wordt gebracht;</al></li><li nr="f."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, fiets-,
                                            bromfiets- of parkeergelegenheid of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="g."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m² per object en niet meer
                                            dan vier objecten per straat;</al></li><li nr="h."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="i."><al>de organisator de burgemeester tenminste vijftien
                                            werkdagen voorafgaand aan het evenement in kennis stelt
                                            met een door de burgemeester vastgesteld
                                            meldingsformulier;</al></li><li nr="j."><al>indien binnen tien werkdagen na ontvangst van het
                                            meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht
                                            is verzonden kan het evenement zoals gemeld
                                            plaatsvinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest,
                                    muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in
                                    het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                    148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>horecabedrijf : de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden
                                        in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension,
                                        café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis
                                        alsmede een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                        aanhorigheden.</al></li><li nr="2."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>houder: degene die een horecabedrijf exploiteert op grond
                                        van het bepaalde in artikel 2.3.2 of 2.3.3.</al></li><li nr="4."><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><lijst><li nr="a."><al>gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende
                                        bloed‑ en</al><al>aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot
                                        en met de derde graad;</al></li><li nr="b."><al>personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                        artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen
                                        bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al></li><li nr="c."><al>personen wier de aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in winkels;</al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in lunchrooms;</al></li><li nr="c."><al>een horecabedrijf in musea</al></li><li nr="d."><al>een horecabedrijf in verzorging-, verpleeg-, ziekenhuis
                                            en andere zorginstellingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 weigert de burgemeester
                                    de vergunning als bedoeld in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de vestiging of de exploitatie van het
                                            horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van het
                                            horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                            nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het
                                            horecabedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.6 beslist de
                                    burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
                                    betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende
                                    terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de
                                    ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de
                                    burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van
                                    die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf
                                    behorende terrassen weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                            of voor het doelmatig en veilig</al><al> gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zeeland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven tussen 02.00 en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in afwijking van het eerste lid vergunning
                                    verlenen aan:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>de houder van een alcoholvrij horecabedrijf om in de
                                            nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag tot
                                            03.00 uur geopend te zijn;</al></li><li nr="b."><al>de houder van horecabedrijf die verzoekt om in plaats
                                            van 02.00 tot 07.00 uur gesloten te zijn, van 04.00 tot
                                            18.00 uur gesloten te willen zijn;</al></li><li nr="c."><al>de houder van een horecabedrijf om voor specifieke
                                            klanten voor 07.00 uur geopend te zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen
                                    van de verboden vervat in het eerste lid. In een ontheffing
                                    wordt in ieder geval de gebeurtenis waarop de ontheffing
                                    betrekking heeft alsmede de dag(en) waarop die geldt,
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.3 kan de burgemeester
                                    door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of voor een daartoe behorend terras en de andere
                                    aanhorigheden een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voorzover op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.4</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één
                                        of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens
                                        artikel 2.3.3 geldende sluitingsuren vaststellen of
                                        tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.5</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd
                                dat dit bedrijf krachtens artikel 2.3.3 of ingevolge een op grond
                                van artikel 2.3.4 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich
                                daarin of aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.6</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1 geen
                                inrichting is in de zin van artikel 174 Gemeentewet, treedt niet de
                                burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten
                                behoeve van de artikelen 2.3.2 tot en met 2.3.4. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.7</nr><titel>Beperking verstrekking sterke drank</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter
                                    plaatse te verstrekken in een horecabedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in
                                            hoofdzaak – met alcoholhoudende drank – eetwaren worden
                                            verkocht, die geen maaltijden vormen;</al></li><li nr="b."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak
                                            in gebruik is bij sportorganisaties of
                                            –instellingen;</al></li><li nr="c."><al>die of waarvan een onderdeel in gebruik is als
                                            wachtruimte voor passagiers van een openbaar
                                            vervoerbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>waarin onderwijs wordt gegeven;</al></li><li nr="e."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak
                                            in gebruik is bij jeugdorganisaties of
                                            –instellingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsmatig sterke drank voor gebruik elders
                                    dan ter plaatse te verstrekken in een inrichting als genoemd in
                                    lid 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op aanvraag
                                    ontheffing verlenen van de verboden genoemd in de leden 2 en 3.
                                    Hij beslist binnen vier weken nadat de aanvraag is
                                    ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.8</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid:</al><al>een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is
                                        de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
                                        waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                        worden gewonnen of verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder c, van de Wet op de kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid.</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.9</nr><titel>Speelautomaten en speelautomatenhallen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel en in artikel 2.3.10 wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                            30, onder b van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>kansspelautomaat/internetgokzuil: automaat als bedoeld
                                            in artikel 30, onder c van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d van de Wet;</al></li><li nr="f."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e van de Wet;</al></li><li nr="g."><al>speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel
                                            30c, eerste lid, onder c van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. In
                                    laagdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten toegestaan,
                                    met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                    toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.10</nr><titel>Speelautomatenhallen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. De burgemeester
                                    kan voor maximaal één speelautomatenhal een vergunning
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de vergunning voor een speelautomatenhal worden
                                    voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in ieder
                                    geval betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de sluitingstijden van de speelautomatenhal;</al></li><li nr="b."><al>het toezicht in de speelautomatenhal;</al></li><li nr="c."><al>het aantal en type speelautomaten dat mag worden
                                            opgesteld;</al></li><li nr="d."><al>de exploitatie van de hal.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning voor een speelautomatenhal wordt geweigerd,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde
                                            lid, van de Wet geldende eisen;</al></li><li nr="b."><al>vaststaat of met reden is te vrezen, dat de vestiging
                                            van de speelautomatenhal ontoelaatbare aantasting van
                                            het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving tot
                                            gevolg zal hebben of het karakter van de winkelstraat of
                                            de winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig
                                            beïnvloedt;</al></li><li nr="c."><al>de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal
                                            strijdig is met een geldend bestemmingsplan, dan wel een
                                            stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin
                                            van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager de bij of krachtens titel Va van de Wet
                                            vastgestelde bepalingen of het bepaalde in dit artikel
                                            heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het
                                            moment van vraag van de vergunning;</al></li><li nr="e."><al>door het verlenen van de vergunning zou worden afgeweken
                                            van het bepaalde in het derde lid, tweede volzin.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning voor een speelautomatenhal wordt ingetrokken
                                    indien;</al><lijst><li nr="a."><al>de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de
                                            vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig
                                            blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou
                                            zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste
                                            omstandigheden volledig bekend waren geweest;</al></li><li nr="b."><al>indien niet langer wordt voldoen aan de krachtens
                                            artikel 30d, vierde lid, onder a, geldende eisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning voor een speelautomatenhal kan worden ingetrokken
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de bij of krachtens de Wet
                                            vastgestelde bepalingen, de aan de vergunning voor de
                                            speelautomatenhal verbonden voorschriften of het
                                            bepaalde in dit artikel heeft overtreden;</al></li><li nr="b."><al>de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode
                                            langer dan 24 weken wordt onderbroken;</al></li><li nr="c."><al>de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven van de
                                            vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare
                                            orde, veiligheid of zedelijkheid.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet
                                    voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten voor publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Verblijfsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of
                                    veiligheid, een verbod opleggen aan degene die de openbare orde
                                    of veiligheid heeft verstoord om zich gedurende een in dat
                                    verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                    plaatsen. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van
                                    het verbod genoemde periode die ten hoogste twaalf weken kan
                                    bedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden
                                    waarvoor een verblijfsontzegging kan gelden, of tot omschrijving
                                    van overtredingen die tot een verblijfsontzegging kunnen leiden,
                                    dan na overleg met de Officier van Justitie, bedoeld in artikel
                                    14 van de Politiewet 1993.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.3</nr><titel>Plakken, kladden en spuiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende
                                        zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen, te
                                        bekladden of te bespuiten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al><al>a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen, of te doen aanbrengen;</al><lijst><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof
                                                enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
                                                brengen of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen voor het aanbrengen van
                                        een spuitwerk.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen voor het aanbrengen van
                                        spuitwerken.</al></li><li nr="7."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="8."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="9."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.4</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg of
                                    openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                    aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2.4.3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.5</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg te
                                    vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels,
                                    touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of
                                    middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot
                                    een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te
                                    openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te
                                    vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet
                                    zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het eerste lid
                                    bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.6</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet voor de in dat lid bedoelde handeling
                                    bestemd is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.7</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een
                                            beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair, en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426 bis, 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.8</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al> de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank‑ en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.9</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van een zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.10</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke, ruimte, dan wel deze
                                te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.11</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is gemaakt aan de
                                bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.13</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als
                                    zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of
                                    houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                    geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.14</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op de weg binnen
                                    de bebouwde kom en op andere door het college aangewezen
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.15</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of de houder van een hond verboden die hond
                                    te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
                                    terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>banders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                            muilkorf, nadat het college aan de eigenaar of de houder
                                            heeft bekendgemaakt, dat het die hond gevaarlijk of
                                            hinderlijk acht en een aanlijn‑ en muilkorfgebod in
                                            verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2.4.13 aanhef en onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter. </al></li><li nr="b."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel I, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de </al><al> Regeling agressieve dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.16</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van de
                                    Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen
                                    aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast
                                    of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij
                                    aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                            schade aan de openbare gezondheid gestelde regels; dan
                                            wel</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel
                                    aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door het college is
                                    aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.17</nr><titel>Vee binnen de bebouwde kom</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen de bebouwde kommen vee te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover de Wet milieubeheer van
                                    toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het verbod in het eerste lid kan het college ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.18</nr><titel>Hinder door dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die de zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving gevaar, schade
                                    of hinder veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.19</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>het is verboden in door het college aangewezen gebieden op
                                        of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw
                                        te bedelen om geld of andere zaken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>A.Handelaar:</al><al> de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                Strafrecht.</al><al> B. Verkoopregister:</al><al> het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze
                                overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de
                                handelaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen ‑
                                            voorzover dat mogelijk is ‑ soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a.
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage geven aan
                                        de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a. bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: </al><al>consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een
                                    voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien zulks
                                    gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden acetyleengas afkomstig van reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                    vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden op
                                    zodanige wijze dat gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan
                                    worden veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke
                                            voorwerpen met een maximale omvang van 50 liter, met
                                            gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van reactie
                                            tussen calciumcetylide (carbid) en water of gasmengsels
                                            met vergelijkbare eigenschappen en </al></li><li nr="b."><al>het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot
                                            1 januari 02.00 uur en </al></li><li nr="c."><al>hiervan ten minste 14 dagen voorafgaand aan de datum van
                                            gebruik melding is gedaan aan het college en </al></li><li nr="d."><al>de melding vergezeld is van een schriftelijke
                                            toestemming van de eigenaar van het terrein van waaraf
                                            geschoten wordt en </al></li><li nr="e."><al>de melding tevens is voorzien van een kaart waarop de
                                            betreffende locatie is ingetekend. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing
                                            en </al></li><li nr="b."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van inrichtingen
                                            voor intramurale zorg en </al></li><li nr="c."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik
                                            zijnde voorzieningen voor </al></li><li nr="d."><al>het houden van dieren en </al></li><li nr="e."><al>wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is
                                            aan de richting waarin dicht bij woonbebouwing is
                                            gelegen en </al></li><li nr="f."><al>het vrijschootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen
                                            verharde openbare wegen of paden liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover, de Wet
                                    milieubeheer, Wet wapens en munitie, Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, Wet vervoer gevaarlijke stoffen, Wetboek van strafrecht
                                    van toepassing is en is niet van toepassing op artikel 4.1.7
                                    Knalapparatuur.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.2</nr><titel>Drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in de artikelen 2
                                en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te
                                verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.3</nr><titel>Weggooien van spuiten e.d.</titel></kop><al>Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan, zoals
                                naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke of daarop gelijkende
                                voorwerpen op of aan de openbare weg, dan wel in afvalbakken achter
                                te laten, met het kennelijke doel om afstand van het voorwerp te
                                doen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.1</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een
                                    bepaalde duur voor het toezicht op een openbare plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens voor de volgende voor een ieder toegankelijke
                                    plaatsen:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeergarages en parkeerterreinen;</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>winkelcentra.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.2</nr><titel>Veiligheidsrisicogebied</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                    seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                    van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                    vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                    een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                    seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                    een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische
                                    massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                    rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                    dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard
                                    aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                    exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                    rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                    personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een
                                    seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                    uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van deze
                                            APV;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                            wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                            college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen
                            en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                            Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college
                            over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                            vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een
                                seksinrichting te exploiteren of te wijzigen in door het college
                                aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in andere gebieden
                                of delen van de gemeente dan de in het eerste lid bedoelde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de
                                beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>b.waardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                        rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan
                                        wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                        naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                        ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                        Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        voorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen; </al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                        249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                        417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al> bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die/dat voor ten minste één maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in
                                artikel 3.4, eerste lid of derde lid is ingetrokken, tenzij
                                aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:00
                                uur en 07:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                in artikel 1.3 voor een afzonderlijke seksinrichting andere dan in
                                het eerste lid genoemde sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voorzover
                                in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet
                                milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.2, tweede lid, genoemde belangen of
                                ingeval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk of met
                                de aan de vergunning verbonden voorschriften, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.3.3 eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
                                        de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Straatprostitutie en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden - al dan niet vanuit een seksinrichting - door
                                handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten
                                tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te
                                lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van de in het eerste lid gestelde verbod,
                                kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                            sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                            openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen
                            van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch -
                                pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                        bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                        aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan
                                        in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste en derde lid, binnen
                                twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste en derde lid, wordt
                                geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        3.5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht, of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste en derde lid, kan
                                worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting
                                        van het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                        goederen;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                        prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, onder
                                b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk
                                heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien
                                het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft
                                besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het
                                beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.13, eerste lid, aanhef
                                en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of escortbedrijf
                                is het gestelde in artikel 3.4, eerste en derde lid, niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 12 weken na het in werking treden daarvan;</al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                        exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning
                                        als bedoeld in artikel 3.4, eerste of derde lid, heeft
                                        ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                        bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid,
                                genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in
                                die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting type A of type B als bedoeld in
                                        het Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4.1.4 van deze verordening gelden
                                    niet voor maximaal acht door het college per kalenderjaar aan te
                                    wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                    wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan het college
                                    bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan de in tabel E onder artikel
                                    4.1.4.1. e vermelde waarden, gemeten op de gevel van gevoelige
                                    gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het vijfde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening- uiterlijk om 01.45 uur te worden
                                    beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3.</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden met een door het
                                    college nader te bepalen maximaal aantal per maand waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4.1.4 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    drie weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan in het artikel 4.1.4.e.
                                    vermelde waarden in de tabel, gemeten op de gevel van gevoelige
                                    gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4.1.4. van deze verordening - uiterlijk om 02.00 uur beëindigd.
                                    De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="48*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 3 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte
                                        elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                                        wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en
                                        is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4.1.2 of artikel
                                        4.1.3 van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting of openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze wordt beïnvloed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben
                                    of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 2.4.16, de Wet
                                    geluidhinder, de Zondagswet, het Vuurwerkbesluit of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.7</nr><titel>Gebruik van knalapparatuur ter verjaging van vogels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het in artikel 4.1.6, eerste lid, gestelde verbod geldt niet
                                    voor het gebruik van knalapparatuur ter verjaging van vogels van
                                    bedrijfsmatig in gebruik zijnde gronden indien wordt voldaan aan
                                    door het college vast te stellen algemene voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien plaatselijke of bijzondere omstandigheden dat wenselijk
                                    maken kan het college in concrete gevallen ter voorkoming van
                                    geluidhinder nadere voorwaarden voor gebruik opleggen dan wel
                                    toestaan dat van algemene voorschriften wordt afgeweken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom, op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                            bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet.</al></li><li nr="d."><al>boomwaardebepaling: de boomwaarde wordt uitgedrukt in
                                            het product van de factoren eenheidsprijs per cm² van de
                                            dwarsdoorsnede op 1.30m¹ hoogte, de boomsoortwaarde, de
                                            standplaatswaarde, conditiewaarde en waarde van de
                                            plantwijze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging, of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.2</nr><titel>Monumentale en waardevolle bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders hebben een
                                    Monumentale en Waardevolle Bomenboek vastgesteld. Dit boek wordt
                                    jaarlijks herzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het Bomenboek bevat in ieder geval de bomen voorkomende in het
                                    landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke
                                    Bomenstichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>het Bomenboek omvat per boom in ieder geval een herkenbare
                                    omschrijving, de standplaats, de kadastrale aanduiding, alsmede
                                    de reden van registratie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar of zakelijk gerechtigde van een boom die vermeld
                                    staan in het Bomenboek dient het bevoegd gezag in te lichten
                                    over:</al><lijst><li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de
                                            houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>dreiging van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van
                                            de houtopstand.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld
                                    in het Monumentale en Waardevolle bomenboek van de Gemeente
                                    Goes.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omgevingsvergunning kan worden verleend op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>zeer slechte toestand van de boom en een grote kans
                                            (risico) op schade / letsel</al></li><li nr="b."><al>zwaarwegend economisch nadeel in verband met bouw
                                            (stadsontwikkeling)</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag legt een herplantplicht of financiële
                                    compensatie op onder nader te stellen voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.4</nr><titel>Aanvraag omgevingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd door of namens
                                    dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht
                                    of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid
                                    gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer LNV aan het college een afschrift heeft toegezonden van
                                    de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag. Het betreft hier alleen de bomen die vermeld
                                    staan in het Waardevolle- en Monumentale bomenboek van de
                                    Gemeente Goes.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.5</nr><titel>Bijzondere omgevingsvergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
                                    behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning wordt verleend onder de
                                    standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot 6 weken na de
                                    datum van bekendmaking aan de aanvrager, oftewel tot het moment
                                    dat beslist is op een verzoek om een voorlopige
                                    voorziening;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan bij het onder voorschriften verlenen van
                                    de omgevingsvergunning als criterium de boomwaarde
                                    hanteren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De omgevingsvergunning vervalt, indien van de
                                    omgevingsvergunning niet binnen een jaar na het van kracht
                                    worden daarvan gebruik is gemaakt. In het geval het een
                                    omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één boom
                                    betreft, is de omgevingsvergunning voor alle bomen één jaar
                                    geldig na het van kracht worden, ook als in fasen geveld wordt
                                    of één boom of enkele bomen al geveld zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.6</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van
                                    het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                    gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die
                                    uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door
                                    hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen. Indien niet ter plaatse kan worden herplant
                                    wordt een financiële bijdrage gestort in het gemeentelijk
                                    herplantfonds</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is ernstig in het voortbestaan
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.7</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om
                                schadevergoeding bij weigering van een vergunning tot het vellen op
                                grond van artikel 17 van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.8</nr><titel>Bestrijding boomziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meerdere bomen bevinden, die
                                    naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van een boomziekte of vermeerdering van de
                                    ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien
                                    hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen
                                    de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde
                                            houtopstand direct zodanig te behandelen dat
                                            verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan, voorhanden of in
                                    voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort
                                    betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. Het
                                    college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.9</nr><titel>Bescherming gemeentelijke houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om gemeentelijke houtopstanden:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of beplakken,</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de
                                            gemeente opgedragen boomverzorgende taken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een
                                    gemeentelijke houtopstand aan te brengen of anderszins te
                                    bevestigen behoudens vergunning van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
                                    aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                    voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is
                                    een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen
                                    of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                    anders dan met inachtneming van de door hem gestelde
                                    regels:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                            dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                            gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    door hem aangeduid voorwerp of stof:</al><lijst><li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; </al></li><li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders
                                            dan met inachtneming van de door hem gestelde
                                            regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening of Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Meststoffenwet;</al></li><li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de
                                            wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                            meststoffen behorende bijlage II, met dien verstande
                                            echter, dat onder 3, punt a onder 2e gelezen moet
                                            worden: "tijdens het uitrijden van de mest deze
                                            gelijktijdig wordt ondergewerkt";</al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
                                    het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te
                                    brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen:</al><lijst><li nr="a."><al>in de maanden juni, juli en augustus en</al></li><li nr="b."><al>in de overige maanden op zaterdag, zondag,
                                            Nieuwjaarsdag, eerste en tweede Pinksterdag, eerste en
                                            tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede
                                            Kerstdag en de dag waarop de verjaardag van de Koningin
                                            wordt gevierd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voorzover de mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel, wordt
                                    aangewend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                    gestelde verboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in
                                    volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
                                    verkeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.3</nr><titel>Vergunningsplicht handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan
                                    een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                    behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                    vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                            inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                            kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50m² en de
                                            langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                            op:</al><al>- een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                            verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks
                                            voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al><al>- het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de
                                            onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak
                                            is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van
                                            in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke
                                            betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                            dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk
                                            kennisgeving is gedaan aan het college;</al></li><li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na de ontvangst van
                                            die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen
                                            blijken;</al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                            weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6a.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Landschapsverordening
                                    Zeeland;</al></lid><lid><lidnr>6b.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vervallen;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>fietsen, bromfietsen;</al></li><li nr="3."><al>invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen, rolstoelen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt één dezer
                                            voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.6</nr><titel>Caravans e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk
                                    voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of
                                    mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wegenverordening Zeeland of de Landschapsverordening
                                    Zeeland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.9</nr><titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar
                                    te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of</al><al> plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                    het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Standplaatsen en snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan
                                        de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al
                                        dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en
                                        in de openlucht gelegen plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander
                                                middel een standplaats in te nemen of te hebben
                                                teneinde in de uitoefening van de handel goederen te
                                                koop aan te bieden dan wel diensten aan te
                                                bieden;</al></li><li nr="b."><al>anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te
                                                hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of
                                                te verstrekken aan publiek.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te
                                        staan, dat daarop zonder vergunning van het college
                                        standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn
                                        uitgestald als bedoeld in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet
                                        ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of
                                        geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden
                                        geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                        Grondwet. </al></li><li nr="4."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        op de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                        markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden
                                        wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of
                                        voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel
                                        5.2.2.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning kan overminderd het bepaalde in artikel 1.7
                                        worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>vanwege de strijd met een geldend
                                                bestemmingsplan.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zeeland.</al></li><li nr="6."><al>b.De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="7."><al>Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een
                                        standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit
                                        betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien
                                        geen toepassing kan worden gegeven aan het vijfde lid, tot
                                        de dag waarop de beslissing is genomen op de aanvraag
                                        vergunning Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2</nr><titel>Snuffelmarkten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:</al><lijst><li nr="a."><al>in of op een - al dan niet met enige beperking - voor
                                            het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te
                                            organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige
                                            goederen worden verhandeld;</al></li><li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te
                                            geven, dat in of op een - al dan niet met enige
                                            beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats
                                            met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel
                                            standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan
                                            publiek aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en
                                    voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik
                                    zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 kan een vergunning als
                                    bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van
                                    een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebiede</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig, als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                            oplevert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en de fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van
                                    Strafrecht of de provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Verstrooiing van as </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.1</nr><titel>Begripsomschrijving </titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.2</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>a. verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>b. gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Benoemen van openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken, gebouwen, complexen, afgebakende terreinen en lig- en standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare ruimte: alle voor het openbaar rij- of ander
                                            verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen,
                                            plantsoenen en alle wateren die, al dan niet met enige
                                            beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                            toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouw- en
                                            kunstwerken die daar onderdeel van uitmaken;</al></li><li nr="b."><al>complex: een afgebakend samengesteld geheel van
                                            onroerende zaken (industriecomplex, ziekenhuiscomplex,
                                            complex van vakantiehuisjes enzovoort);</al></li><li nr="c."><al>afgebakend terrein: een terrein, waarop zich geen
                                            bouwwerken bevinden en dat afzonderlijk wordt
                                            gebruikt;</al></li><li nr="d."><al>ligplaats: een deel van het openbare water dat door het
                                            college is aangewezen voor het permanent afmeren van een
                                            woonschip of een woonark;</al></li><li nr="e."><al>standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van
                                            een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op
                                            het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere
                                            instellingen of van gemeenten kunnen worden
                                            aangesloten;</al></li><li nr="f."><al>nummer: een nummer bestaande uit een of meer Arabische
                                            cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of
                                            een cijfercombinatie;</al></li><li nr="g."><al>object: een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend
                                            terrein, ligplaats of standplaats;</al></li><li nr="h."><al>uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van
                                            technische en administratieve aard.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.2</nr><titel>Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente
                                    ten minste een woonplaats vast en kan een woonplaats in wijken
                                    of buurten verdelen, zonodig daaraan namen, letters of nummers
                                    toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente
                                    namen toe aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte en
                                    zonodig aan bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het
                                    eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                    intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.3</nr><titel>Het nummeren van een object of een onderdeel daarvan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een object of aan een te onderscheiden deel
                                    daarvan een nummer toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een object dat een nummer heeft gekregen moet het nummer op
                                    een doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                                    begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.4</nr><titel>Aanbrengen van namen en nummers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De door het college aan delen van de openbare ruimte en
                                            aan gemeentelijke bouwwerken toegekende namen worden
                                            zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                                            aangebracht.</al></li><li nr="2."><al>Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden
                                            aan delen van de openbare ruimte, aan de daaraan
                                            liggende gemeentelijke bouwwerken en aan ligplaatsen of
                                            standplaatsen namen of nummers toe te kennen door deze
                                            op zichtbare wijze aan te brengen.</al></li><li nr="3."><al>Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden
                                            aan zijn onroerende zaak nummers toe te kennen door deze
                                            op zichtbare wijze aan te brengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.5</nr><titel>Gedoogplicht aanduidingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een
                                            wijk- of buurtaanduiding, borden met straatnamen,
                                            huisnummerverzamelborden en verwijsaanduidingen aan een
                                            bouwwerk, een gebouw, een muur, paal, schutting of
                                            andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is
                                            de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier
                                            bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig
                                            de aanwijzingen van het college worden aangebracht,
                                            onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat
                                            naamborden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                            blijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.5</nr><titel>Verplichting aanbrengen van nummer aan het object</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij door het college anders is besloten, is de
                                            rechthebbende van een object verplicht het nummer, zoals
                                            bedoeld in artikel 5.7.3, eerste lid, aan te brengen op
                                            een wijze zoals in artikel 5.7.7, eerste lid, is
                                            bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende is verplicht het in het eerste lid
                                            genoemde nummer binnen vier weken na kennisgeving van
                                            het besluit van het college aan te brengen.</al></li><li nr="3."><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer
                                            binnen vier weken na de voltooiing aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde
                                            termijn verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.6</nr><titel>Technische en registratieve uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt nadere technische
                                            uitvoeringsvoorschriften vast voor de wijze van nummeren
                                            en voor het aanbrengen van nummerborden.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt, met oog op het interbestuurlijk en
                                            maatschappelijk belang van een systematische registratie
                                            van door hem uitgegeven namen en nummers, nadere
                                            registratieve voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.7</nr><titel>Vervangen oude (afwijkende) namen en nummers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan besluiten dat de op grond van eerder
                                            geldende regels en voorschriften, voor het benoemen van
                                            delen van de openbare ruimte en het vernummeren van de
                                            daaraan liggende objecten, aangebrachte namen en nummers
                                            binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden
                                            vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                            of krachtens deze afdeling van deze verordening gestelde
                                            voorschriften.</al></li><li nr="2."><al>Bij het wijzigen van een naam of nummer, bedoeld in lid
                                            1 van dit artikel, zullen zowel de oude en de nieuwe
                                            naam als het oude en het nieuwe nummer gedurende een
                                            jaar mogen worden gebruikt op de wijze bepaald in de
                                            uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 5.7.7,
                                            eerste lid, van deze verordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Destructie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Destructiewet (Stb.783 en 784, 1994);</al></li><li nr="b."><al>aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van
                                            destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is
                                            daarvan aangifte te doen;</al></li><li nr="c."><al>destructiemateriaal: dode honden, dode katten en het
                                            krachtens artikel 2, tweede lid, van de wet aangewezen
                                            dierlijk afval.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7.2</nr><titel>Aanwijzing verzamelplaats</titel></kop><al>Het college wijst één of meer verzamelplaatsen aan, waar het
                                    destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.7.3 Vervoer destructiemateriaal</label></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag,
                                    die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan,
                                    het materiaal te vervoeren naar de dichts bijzijnde
                                    verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.7.4 Bewaren destructiemateriaal</label></kop><al>Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden
                                    het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met
                                    ander materiaal wordt voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.7.5 Toepassing</label></kop><al>De artikelen 5.7.3 en 5.7.4 vinden toepassing voor zover artikel
                                    6 van het Destructiebesluit van toepassing is.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Gevonden voorwerpen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 5.8.1 Detectorverbod</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor een
                                            detectorverbod geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich anders dan met vergunning van het
                                            college, met een metaaldetector te bevinden op de onder
                                            lid 1 bedoelde terreinen.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op
                                            degene aan wie ingevolge artikel 40 van de Monumentenwet
                                            1988 een opgravingsvergunning is verstrekt.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 5.9.1 Recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                            kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden
                                            buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                                            bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet voor het plaatsen van
                                            kampeermiddelen voor eigen gebruik voor korte perioden
                                            door de rechthebbende op eigen terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in
                                            het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing weigeren in het belang van: </al><al>a. de openbare orde </al><al>b. het voorkomen of beperken van overlast </al><al>c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen
                                            of goederen d. de zedelijkheid of gezondheid e. de
                                            bescherming van natuur en landschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.9.2</nr><titel>Aanwijzen kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod in artikel
                                    5.9.1, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van: </al><al>a. de openbare orde;</al><al>b. het voorkomen of beperken van overlast;</al><al>c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                    goederen;</al><al>d. de zedelijkheid of gezondheid;</al><al>e. de bescherming van natuur en landschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.9.3 Groepskamperen buiten een kampeerterrein</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een ontheffing verlenen aan
                                                  organisatie om een korte, aaneengesloten periode
                                                  te kamperen buiten een kampeerterrein.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan deze ontheffing beperkingen
                                                  of voorschriften stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.9.4 Nachtverblijf op de weg en in voertuigen</label></kop><al>Het is verboden op de weg, al dan niet in een voertuig –
                                            niet zijnde een kampeermiddel als vermeld in artikel 1.1
                                            onder m te overnachten dan wel een dergelijk voertuig op
                                            de weg te plaatsen met het kennelijke doel dit als
                                            slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten dan wel
                                            gelegenheid daartoe bieden. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Openbaar water.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 5.10.1 Ligplaats.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of gebruiker van een vaartuig
                                                  verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen het gebied van de gemeente met enig
                                                  vaartuig langer dan 24 uur ankerplaats in te nemen
                                                  of ligplaats in te nemen op een daartoe aangewezen
                                                  ligplaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen het gebied van de gemeente met enig
                                                  vaartuig langer dan 24 uur aan een openbare
                                                  steiger ligplaats te hebben;</al></li><li nr="c."><al>met enig vaartuig binnen 24 uur nadat het is
                                                  verplaatst, op dezelfde plaats ankerplaats in te
                                                  nemen of ligplaats te nemen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Wanneer met enig vaartuig binnen 24 uur
                                                  ankerplaats of ligplaats wordt ingenomen op een
                                                  plaats, gelegen op minder dan 150 meter van de
                                                  vorige ankerplaats of ligplaats, wordt geacht niet
                                                  te zijn verplaatst.</al></li><li nr="3."><al>Het gestelde in het eerste en tweede lid van dit
                                                  artikel is niet van toepassing op ligplaatsen in
                                                  rijks-, gemeente- of jachthavens, waar de
                                                  ligplaatsen door de betreffende havenmeester
                                                  worden aangewezen.</al></li><li nr="4."><al>Onder ankerplaats, ligplaats en openbare steiger
                                                  wordt verstaan iedere ankerplaats, ligplaats en
                                                  steiger onder beheer van het rijk, provincie of
                                                  gemeente.</al></li><li nr="5."><al>De in dit artikel gestelde verboden zijn niet
                                                  van toepassing op vaartuigen van: de politie,
                                                  rijkswaterstaat, domeinen en andere rijksdiensten
                                                  en vaartuigen toebehorende aan of uitsluitend
                                                  gebezigd voor openbare werken.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 6.1 Strafbepaling</label></kop><al>Overtreding van de in deze verordening gestelde geboden en verboden en
                            de op grond van artikel 1.3 daarbij gegeven voorschiften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.2 Toezichthouders</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de ambtenaren van politie
                                    en de daartoe aangewezen gemeentelijke controleurs.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.3 Binnentreden woningen </label></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.4 Binnentreden woningen ter uitvoering van noodverordeningen </label></kop><al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van
                            een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet
                            vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het
                            binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.5 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop
                                    artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in
                                    werking is getreden en op de dag na die waarop zij is
                                    bekendgemaakt .</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip wordt de Algemene plaatselijke verordening Goes,
                                    zoals deze op 22 april 2010 is vastgesteld en nadien is
                                    gewijzigd, ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.6 Overgangsbepaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend
                                        krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.5, tweede lid,
                                        blijven - indien en voorzover het gebod of verbod waarop de
                                        vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in
                                        deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij
                                        werden verleend is verstreken of totdat zij worden
                                        ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften, beperkingen, nadere regels en
                                        aanwijzingsbesluiten opgelegd krachtens de verordening
                                        bedoeld in artikel 6.5, tweede lid, blijven - indien en
                                        voorzover de bepalingen ingevolge welke deze
                                        verplichtingenzijn opgelegd, ook zijn vervat in deze
                                        verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn
                                        opgelegd is verstreken of totdat zij worden
                                        ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen en ontheffingen, bedoeld in het eerste lid en
                                        voorschriften, beperkingen, nadere regels en
                                        aanwijzingsbesluiten bedoeld in het tweede lid, worden
                                        geacht vergunningen, ontheffingen, voorschriften,
                                        beperkingen, nadere regels en
                                            aanwijzingsbesluitenin de zin van
                                        deze verordening te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                        verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op
                                        grond van de verordening bedoeld in artikel 6.5, tweede lid,
                                        is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van
                                        deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt
                                        daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige
                                        verordening toegepast.</al></li><li nr="5."><al>Gebods‑ of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of
                                        ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet
                                        voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6.5,
                                        tweede lid, zijn niet van toepassing:</al><al>a. gedurende 12 weken na het in werking treden van deze
                                        verordening;</al><al>b. ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die
                                        de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn
                                        een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze
                                        aanvraag is beslist.</al></li><li nr="6."><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.5,
                                        tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op
                                        basis van die verordening genomen nadere regels,
                                        beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover
                                        de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd
                                        ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet
                                        eerder zijn vervallen of ingetrokken.</al></li><li nr="7."><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen
                                        2.1.8 en 4.3.3 die zijn ingediend voor de inwerkingtreding
                                        van deze wijzigingsverordening worden afgehandeld volgens
                                        het recht zoals dat gold voor het tijdstip waarop artikel
                                        2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
                                        is getreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.7 Citeerartikel</label></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene Plaatselijke
                            Verordening Goes 2010".</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de</ondertekening><ondertekening>gemeente Goes in zijn openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 14 oktober 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. J.W. Scherpenzeel. drs. D.J. van der Zaag. </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>