<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101707_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Oostzaan 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 24 Februari 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Oostzaan 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=art. 4:23 en 4:25">Algemene wet bestuursrecht, artt. 4:23 en 4:25</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="1.1:CVDR101715_1">subsidieregel 1 sportvereniging</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102471_1">subsidieregel 2 Muziek- en Toneelverenigingen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102476_1">subsidieregel 3 Cultureel Erfgoed</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102481_1">subsidieregel 4 Kunst &amp; Cultuur</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102491_1">subsidieregel 5 Lokale omroep</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102508_1">subsidieregel 6 Openbare bibliotheek</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102515_1">subsidieregel 7 Brede schoolontwikkeling</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102543_1">subsidieregel 8 Straathoekwerk</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102551_1">subsidieregel 9 Jongerenwerk</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102555_1">subsidieregel 10 Peuterspeelzaalwerk</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102561_1">subsidieregel 11 Dierenasiel</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102564_1">subsidieregel 12 Recreatie en ontmoeting</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102568_1">subsidieregel 13 Sociale huurwoningen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102574_1">subsidieregel 14 Advies en Ondersteuning</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102584_1">subsidieregel 15 Mantelzorgondersteuning</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102589_1">subsidieregel 16 Vrijwillige inzet</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102594_1">subsidieregel 17 Openbare geestelijke gezondheidszorg</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102605_1">subsidieregel 18 collectieve preventieve geestelijke gezondheidszorg</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Gemeente Oostzaan
            2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet bestuursrecht</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><cursief>college</cursief>: college van burgemeester en wethouders
                                van de gemeente Oostzaan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al><cursief>eenmalige subsidie</cursief>: subsidie ten behoeve van
                                bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren
                                tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar
                                subsidie wil verstrekken;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al><cursief>jaarlijkse subsidie</cursief>: subsidie die per (boek)jaar
                                of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een
                                periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al><cursief>subsidieplafond</cursief>: het bedrag dat gedurende een
                                bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                                subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al><cursief>raad</cursief>: raad van de gemeente Oostzaan;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie
                                kan worden verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>klantgerichte dienstverlening;</al></li><li nr="c."><al>wonen;</al></li><li nr="d."><al>veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>werkgelegenheid en bedrijvigheid;</al></li><li nr="f."><al>leefomgeving;</al></li><li nr="g."><al>maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="h."><al>mobiliteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op de Algemene subsidieverordening stelt de raad
                                subsidieregels vast. Een subsidieregel bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al>de te subsidiëren activiteiten;</al></li><li nr="c."><al>regels voor het verdelen en berekenen van subsidies;</al></li><li nr="d."><al>overgangsbepalingen;</al></li><li nr="e."><al>inwerkingtreding.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd om jaarlijks subsidieplafonds per
                                subsidieregel vast te stellen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks besluiten tot het instellen van
                                subsidieplafond(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan ingevolge artikel 2 voor vastgestelde beleidsterreinen
                                nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare
                                bedrag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk of digitaal
                                ingediend bij het college met behulp van een door het college
                                vastgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn
                                        op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente
                                        vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand
                                        van de reserves en voorzieningen op het moment van de
                                        aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                                aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het college subsidie verstrekt voor activiteiten, die mede
                                door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan het college
                                afwijken van de bij of krachtens deze Algemene subsidieverordening
                                aan de subsidie te verbinden verplichtingen, voor zover dit
                                wenselijk is met het oog op een goede afstemming met de door die
                                andere bestuursorganen opgelegde of op te leggen verplichtingen, en
                                daardoor het belang met het oog, waarop die verplichtingen zouden
                                moeten worden opgelegd, niet onevenredig wordt geschaad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al><onderstreept>Jaarlijkse subsidie</onderstreept></al><al>1: reguliere aanvraag: een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt
                            gedaan uiterlijk 1 mei in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren
                            waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al><al>2: Budget dat overblijft na de verdeling waarover wordt gesproken in lid
                            1 zal teruggestort worden in de algemene reserve.</al><al><onderstreept>Eenmalige subsidie</onderstreept></al><al>3: Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt gedaan vanaf 1 januari
                            en voor 1 oktober van het subsidiejaar. Aanvragen die voor 1 januari
                            zijn ingediend worden geacht op 1 januari te zijn ingediend. Aanvragen
                            die na 30 september van het subsidiejaar zijn ingediend, worden niet in
                            behandeling genomen.</al><al>4: Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                            aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen
                                13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het
                                college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de
                                uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                                uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is
                                ingediend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>weigering van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverlening kan worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                        ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen
                                        belang of de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet
                                        passen binnen het ter zake door de gemeente gevoerde
                                        beleid;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende
                                        mate gericht zijn op de gemeente Oostzaan of haar
                                        ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de
                                        gemeente Oostzaan of haar ingezetenen;</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag betrekking heeft op reguliere activiteiten van
                                        de aanvrager waarvoor de gemeente (of een ander
                                        bestuursorgaan) reeds een subsidie aan de aanvrager heeft
                                        verleend;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager zelf over voldoende middelen beschikt om de
                                        activiteiten te bekostigen;</al></li><li nr="f."><al>de aanvraag voor subsidie, of de in verband met de aanvraag
                                        te overleggen bescheiden, niet in de daartoe gestelde
                                        termijn worden ingediend.</al></li><li nr="g."><al>één van de weigeringgronden genoemd in artikel
                                            <onderstreept>4:25, 4:34 en 4:35</onderstreept> van de
                                        Awb zich voordoet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies beneden €125,- (per jaar) worden niet verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wet BIBOB</titel></kop><al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen
                            beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie
                            kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in
                            het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>verlening van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                artikel 17, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de
                                betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel
                                17, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100%
                                bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt verstrekt aan organisaties met rechtspersoonlijkheid
                                naar burgerlijk recht zonder winstoogmerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan een eenmalige subsidie worden verstrekt
                                aan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon in oprichting;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor
                            activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de
                            verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en
                            verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt
                            niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verplichtingen betreffende de financiën van de
                                subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vormen van voorzieningen en reserves is alleen toegestaan indien
                                een instelling hiertoe de toestemming heeft van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 genoemde toestemming wordt gegeven indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de bestemming van de reservering en het vormen van
                                        voorzieningen passen binnen de doelstelling van de
                                        activiteiten waarvoor de gemeente subsidie verleent;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de reservering(en) en voorziening(en) – naar
                                        het oordeel van het college – redelijkerwijs in verhouding
                                        staan tot de bestemming van de reserves en
                                        voorzieningen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het eigen vermogen van een instelling meer bedraagt dan
                                redelijkerwijs voor het uitvoeren van de activiteiten noodzakelijk
                                is, kan het college - na overleg met de instelling - de subsidie op
                                een lager bedrag verlenen, dan waarop normaliter aanspraak kan
                                worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan beleidsregels vaststellen voor het vormen van
                                reserves en voorzieningen door organisaties die een subsidie
                                ontvangen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op subsidies beneden een bedrag
                                van €5.000,-.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie
                                is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel <onderstreept>4:71 Algemene wet
                                    bestuursrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar
                                minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13
                                weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot
                                vaststelling in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een financieel verslag, waarin opgenomen een overzicht van
                                        de activiteiten en de hieraan verbonden inkomsten en
                                        uitgaven;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de
                                subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei
                                        in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk
                                        4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een financieel verslag of jaarrekening, waarin opgenomen een
                                        overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        inkomsten en uitgaven;</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken
                                na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling
                                    (<onderstreept>conform artikel 4:47 Awb</onderstreept>).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Terugbetaling</titel></kop><al>Tenzij anders is bepaald, dient de subsidieontvanger binnen vier weken
                            na kennisgeving van een besluit tot vaststelling, wijziging of
                            intrekking de onterecht of teveel ontvangen subsidiebedragen en
                            voorschotten terug te betalen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>Het college kan in individuele gevallen voor één of meer
                            subsidieverplichtingen van de subsidieaanvrager of de subsidieontvanger
                            ontheffing verlenen van deze verordening of van de beleidsregels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van het bepaalde in deze verordening afwijken in
                            gevallen waarin deze verordening of een van de nadere subsidieregels
                            niet voorzien, tot onbillijkheid leiden of tot situaties leiden waarmee
                            geen aanwijsbaar belang is gediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na bekendmaking en is van
                            toepassing op subsidieaanvragen vanaf het subsidiejaar 2011 en aanvragen
                            voor het subsidiejaar 2011 die worden ontvangen na inwerkingtreding van
                            deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gelijktijdig met het in werking treden van de Algemene
                                subsidieverordening gemeente Oostzaan 2011 wordt de Algemene
                                subsidieverordening gemeente Oostzaan 2001 ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelijktijdig met inwerking treden van de subsidieregels
                                Sportverenigingen, , Muziek- en toneelverenigingen, Cultureel
                                erfgoed, Kunst en cultuur, Lokale omroep, Openbare bibliotheek,
                                Brede schoolontwikkeling, Straathoekwerk, Jongerenwerk,
                                Peuterspeelzaalwerk, Dierenasiel, Recreatie en ontmoeting, Advies en
                                ondersteuning, Mantelzorgondersteuning, Vrijwillige inzet, Openbare
                                Geestelijke Gezondheidszorg, Collectieve preventie geestelijke
                                gezondheidszorg en sociale huurwoningen, worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de deelverordening voor sportverenigingen 1987;</al></li><li nr="b."><al>deelverordening jeugd- en jongerenwerk 1897</al></li><li nr="c."><al>de deelverordening voor muziek-, zang- en toneelverenigingen
                                        1987;</al></li><li nr="d."><al>de deelverordening sociale huurwoningen 2010.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen die vóór het besluit tot vaststelling van deze verordening
                                worden ingediend, worden op grond van de Algemene
                                subsidieverordening gemeente Oostzaan 2001 afgehandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “nieuwe” Algemene subsidieverordening gemeente Oostzaan 2011 is
                                niet van toepassing op subsidieaanvragen c.q. subsidiebeschikkingen
                                die vóór het besluit tot vaststelling van deze verordening zijn
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde beschikkingen worden beoordeeld op
                                basis van de Algemene subsidieverordening gemeente Oostzaan
                                2001.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            gemeente Oostzaan 2011.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 mei 2011.</ondertekening><ondertekening>L.Ouwehand P.J. Möhlmann</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>