<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101429_6</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling natuur en landschap Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=43174">Provinciaal Blad, 2013, 21</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling natuur en landschap Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art.15</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 152</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0259574</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financieel beheer, natuur en landschap, subsidies, water</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze beleidsregel vervangt de Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap, vastgesteld op 12 september 2006.</al><al>Tot aan de inwerkingtreding van de Wijzigingsregeling subsidie natuur en landschap Noord-Brabant 2010 (Provinciaal Blas 2010, 246) luidde de citeertitel van deze regeling: Beleidsregel subsidie natuur en landschap.</al><al>De wijzigingsregeling, vastgesteld op 20 december 2011, werkt voor artikel I, onderdeel A, onder 1 en 4 terug tot en met 1 januari 2011. Betreft de subsidieplafonds als opgenomen in artikel 7, eerste tot en met vierde lid.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling natuur en landschap Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEDEPUTEERDE STATEN van Noord-Brabant</al><al> - Gelet op ons besluit van 2 oktober 2007 om een impuls aan de aanleg van
                        ecologische verbindingszones te geven;</al><al>- Gelet op ons besluit van 30 oktober 2007 om een subsidieregeling voor de
                        restauratie van monumentale lanen op Brabantse landgoederen te
                        ontwikkelen;</al><al>- Gelet op het op basis van deze overeenkomst aan deze Stichting verleende
                        mandaat voor uitvoering van deze beleidsregel (Pb. 144/06);</al><al>- Gelet op artikel 152 van de Provinciewet;- Gelet op de Algemene
                        subsidieverordening Noord-Brabant;</al><al>- Overwegende dat de Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap, zoals
                        vastgesteld op 12 september 2006, een aantal technische en juridische
                        aanpassingen behoeft;</al><al> Besluiten vast te stellen de volgende gewijzigde regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen in het kader van deze subsidieregeling
                            subsidies verstrekken voor activiteiten welke passen binnen de
                            doelstellingen van het natuur- en landschapsbeleid van rijk en provincie
                            met betrekking tot herstel en aanleg van kleine landschapselementen,
                            instandhouding van kleine landschapselementen, kleinschalige
                            natuurontwikkeling, biotoopverbetering, ecologische verbindingszones,
                            ontsnippering van gemeentewegen en behoud en herstel van monumentale
                            lanen, alsook subsidie verstrekken aan vrijwilligersgroepen voor
                            landschapsbeheer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>In deze beleidsregel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Stichting: Stichting Het Noordbrabants Landschap;</al></li><li nr="b."><al> Landschapselement: natuurelement in het cultuurlandschap met
                                    een natuurwetenschappelijke, landschappelijke,
                                    cultuurhistorische en/of archeologische betekenis;</al></li><li nr="c."><al> Kleinschalige natuurontwikkeling: het tot stand brengen van een
                                    natuurlijk milieu voor de ontwikkeling van gewenste
                                    levensgemeenschappen van planten- en diersoorten door middel van
                                    actief ingrijpen, voorheen ook aangeduid met de term
                                    ‘natuurbouw’;</al></li><li nr="d."><al> Biotoopverbetering: verbetering van leefomstandigheden voor
                                    specifieke planten- of diersoorten door het aanbrengen van
                                    technische voorzieningen en/of door het treffen van
                                    inrichtingsmaatregelen, ook aangeduid met de term ‘kleinschalige
                                    uitvoeringsmaatregelen soortenbeleid’</al></li><li nr="e."><al> EHS: ecologische hoofdstructuur zoals aangewezen op grond van
                                    de Verordening ruimte Noord-Brabant;</al></li><li nr="f."><al> Ecologische verbindingszone: zoekgebied voor ecologische
                                    verbindingszone, zoals aangewezen op grond van de Verordening
                                    Ruimte;</al></li><li nr="g."><al> Ontsnippering: aanleg van faunavoorzieningen bij wegen met als
                                    doel het opheffen van de barrièrewerking van genoemde wegen voor
                                    dieren, bijvoorbeeld door de aanleg van dassentunnels,
                                    ecoduikers of voorzieningen voor amfibieën. In deze
                                    subsidieregeling heeft ontsnippering specifiek betrekking op
                                    gemeentelijke wegen;</al></li><li nr="h."><al> Adviescommissie: de Adviescommissie ecologische
                                    verbindingszones, bestaande uit vertegenwoordigers van de
                                    provincie, het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en
                                    Innovatie, de Dienst Landelijk Gebied, Rijkswaterstaat, de
                                    Stichting en een onafhankelijk deskundige voor natuur en
                                    landschap;</al></li><li nr="i."><al> Subsidieverordening: Algemene subsidieverordening provincie
                                    Noord-Brabant;</al></li><li nr="j."><al> Leidraad: Leidraad realisering ecologische verbindingszones,
                                    vastgesteld d.d. 29 augustus 1996, dan wel later gewijzigd;</al></li><li nr="k."><al> Erf: tot het erf van agrarische bedrijven wordt gerekend het op
                                    de bestemmingskaart van het Bestemmingsplan Buitengebied
                                    aangegeven (flexibel) agrarisch bebouwingsvlak of kassenperceel
                                    inclusief een zone van 10 meter rondom. Bij een flexibel
                                    agrarische bebouwingsvlak of kassenperceel wordt aan de zijde
                                    van de uitbreidingsrichting(en) in elk geval een afstand van 50
                                    meter vanaf de bestaande bebouwing tot het erf gerekend. Tot het
                                    erf van een burgerwoning wordt gerekend de grond die in een
                                    straal van 150 meter rond de op de bestemmingsplan kaart
                                    aangegeven woning is gelegen en in eigendom is van de eigenaar
                                    van de woning, tenzij deze grond wordt gescheiden van de woning
                                    door een openbare weg of een weg met openbaar karakter. In ieder
                                    geval tot het erf behorend zijn gronden die als tuin in gebruik
                                    zijn of als tuin worden ingericht;</al></li><li nr="l."><al> Recreatieterrein: terrein met een recreatieve bestemming op een
                                    bestemmingsplankaart van een Bestemmingsplan Buitengebied of een
                                    ander bestemmingsplan;</al></li><li nr="m."><al> Aandachtsgebied: landschappelijk waardevol gebied, behorend tot
                                    de GHS, de AHS-landschap en/of een RNLE, dan wel een gebied dat
                                    als zodanig of in vergelijkbare termen in een gemeentelijk
                                    landschapsbeleidsplan of landschapsontwikkelingsplan is
                                    aangeduid. Ook gebieden aangeduid in soortbeschermingsplannen
                                    worden tot het aandachtsgebied gerekend;</al></li><li nr="n."><al> Waardedaling: de getaxeerde agrarische grondwaarde verminderd
                                    met de actuele waarde van natuurgrond. Van waardedaling is
                                    sprake wanneer agrarische gronden uit productie worden genomen
                                    ten behoeve van de realisatie van een ecologische
                                    verbindingszone;</al></li><li nr="o."><al> Landgoed: landgoed, zoals gedefinieerd in artikel 1 lid 1a van
                                    de Natuurschoonwet 1928;</al></li><li nr="p."><al> Landgoedeigenaar: eigenaar, zoals gedefinieerd in artikel 1 lid
                                    1b van de Natuurschoonwet 1928;</al></li><li nr="q."><al> Momumentale laan: laan –zijnde een weg of een pad met aan
                                    weerszijden een begeleidende beplanting van bomen die op rij en
                                    in vast plantverband staan– aangeplant vóór 1940 en kenmerkend
                                    voor de structuur van een landgoed;</al></li><li nr="r."><al> natuurbeheerplan: een plan dat is vastgesteld door Gedeputeerde
                                    Staten op grond van artikel 2.1 van de Subsidieregeling natuur-
                                    en landschapsbeheer en artikel 7 van de Subsidieregeling
                                    kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen betreffende het aanvragen en verlenen
                            van subsidies</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De in deze subsidieregeling geregelde subsidies zijn incidentele
                                projectsubsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Projectsubsidies als bedoeld in lid 1 kunnen worden verleend aan
                                elke al dan niet professionele organisatie of instelling voor
                                landschapsbeheer, particulier, nutsbedrijf, gemeente en waterschap,
                                tenzij anders is bepaald in artikel 12 tot en met 18.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Projectsubsidies als bedoeld in lid 1 worden niet verleend aan aan
                                de staat of aan de overige provincies of aan door rijk of provincie
                                gesubsidieerde particuliere en ambtelijke terreinbeherende
                                natuurbeschermingsorganisaties.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Aan vrijwilligersgroepen voor landschapsbeheer kan een subsidie
                                worden toegekend op basis van het totaal aantal gewerkte dagen, dit
                                in evenredigheid met het voor dit onderdeel vastgestelde
                                subsidieplafond voor het totale vrijwilligerswerk in de provincie.
                                De vaststelling van het aantal gewerkte dagen vindt plaats op basis
                                van een jaarlijks bij de Stichting in te dienen
                                enquêteformulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 13 van de subsidieverordening wordt in het
                            kader van deze subsidieregeling geen subsidie verleend:</al><lijst><li nr="1."><al> Voor elementen of projecten die binnen de bebouwde kom –zoals
                                    bedoeld in de Wegenverkeerswet– zijn gelegen, tenzij het gaat om
                                    de realisatie van ecologische verbindingszones, inclusief de
                                    voor de verbindingszone noodzakelijke
                                    ontsnipperingsmaatregelen;</al></li><li nr="2."><al> Voor elementen of projecten die gelegen zijn in de EHS, tenzij
                                    het gaat om ontsnippering van gemeentelijke wegen of om behoud
                                    en herstel van monumentale lanen en er anderszins geen subsidie
                                    kan worden verstrekt.</al></li><li nr="3."><al> Indien de aanvraag voor deze kosten betrekking heeft op
                                    projecten gelegen in de nabijheid van andere reeds op basis van
                                    deze subsidieregeling gesubsidieerde projecten, waardoor
                                    subsidiëring leidt tot een onevenwichtige regionale spreiding
                                    van projecten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag voor een subsidie wordt voor aanvang van de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd ingediend bij de
                                Stichting. De Stichting besluit uiterlijk 13 weken na indiening over
                                de aanvraag. In het geval een advies zoals bedoeld in artikel 16 lid
                                6, artikel 17 lid 5 of artikel 18 lid 2 is vereist, wordt deze
                                termijn éénmalig met maximaal 13 weken verlengd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor het aanvragen van een subsidie wordt gebruik gemaakt van een
                                door de Stichting te verstrekken aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Als aanduiding van de te leveren prestaties, wordt bij de aanvraag
                                een projectplan overlegd tenminste bestaande uit: o a. een
                                beschrijving van de uit te voeren activiteiten; o b. een
                                inrichtingsschets op schaal; o c. een overzichtskaart waarop de
                                projectlocatie is aangegeven, bij voorkeur een topografische kaart
                                met een schaal van 1:25.000; o d. een begroting of offerte en
                                –indien van toepassing– een volledig ingevulde en ondertekende de
                                minimis-verklaring.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij een aanvraag om subsidie kunnen, binnen een daartoe door de
                                Stichting te stellen redelijke termijn, meerdere offertes worden
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat in afwijking van lid 3 geen
                                projectplan noodzakelijk is, maar dat bij de aanvraag een
                                inrichtingsplan wordt overlegd, opgesteld in overleg met de
                                Stichting.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien dit met het oog op de planvorming bij en het toezicht door
                                de betreffende overheden noodzakelijk is, blijkt uit het project- of
                                inrichtingsplan tevens dat over het project waarop deze kosten
                                betrekking hebben vooraf overleg is gevoerd met het waterschap en/of
                                de gemeente waarbinnen het betreffende project gelegen is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Naar aanleiding van artikel 6 van de subsidieverordening wordt
                                vanwege strijdigheid met het bestaande beleid in ieder geval geen
                                subsidie verleend aan projecten waarvoor geldt dat: o a. het project
                                niet past in het beleid met betrekking tot de EHS; o b. het project
                                niet past binnen het beleid met betrekking tot de bescherming van
                                cultuurhistorische en archeologische waarden; o c. het project niet
                                past binnen het regionale landschappelijke raamwerk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Kosten welke uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd zijn
                                niet subsidiabel. Tot deze kosten worden in ieder geval die
                                projectkosten gerekend waarvoor geldt dat: o a. voor deze kosten
                                eveneens subsidie kan worden verkregen in het kader van andere
                                subsidieregelingen van rijk en provincie, waaronder met name genoemd
                                worden: </al><al/><lijst><li nr="1e"><al> Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant 2010;</al></li><li nr="2e"><al> Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer
                                        Noord-Brabant;</al></li><li nr="3e"><al> Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap
                                        Noord-Brabant; </al><al/><lijst><li nr="b."><al> voor dezelfde kosten subsidie kan worden verkregen
                                                in het kader van landinrichtingsprojecten, als
                                                bedoeld in de Landinrichtingswet;</al></li><li nr="c."><al> het project waarop deze kosten betrekking hebben is
                                                opgenomen in een landinrichtingsproject in
                                                uitvoering waarvoor het plan van toedeling nog niet
                                                is vastgesteld en ter visie is gelegd, uitgezonderd
                                                ecologische verbindingszones of delen daarvan
                                                waarvoor er vanuit het landinrichtingsproject of
                                                vanuit andere financieringsbronnen geen financiering
                                                beschikbaar is.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, onderhoud of
                                herstelwerkzaamheden zijn niet subsidiabel. Tot deze kosten worden
                                in ieder geval die projectkosten gerekend waarvoor geldt dat: </al><al/><lijst><li nr="a."><al> het project waarop deze kosten betrekking hebben wordt
                                        uitgevoerd op een bestaand of te ontwikkelen
                                        recreatieterrein;</al></li><li nr="b."><al> het project waarop deze kosten betrekking hebben waterlopen
                                        betreft die in beheer zijn bij het rijk;</al></li><li nr="c."><al> het project waarop deze kosten betrekking hebben beschouwd
                                        kan worden als behorende tot een ‘goede landbouwpraktijk’,
                                        waaronder in ieder geval de landschappelijke inpassing van
                                        nieuwe bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="d."><al> de onderhoudstoestand van het landschapselement waarop deze
                                        kosten betrekking hebben hiervoor geen aanleiding geeft,
                                        inclusief de nazorg voor achterstallig onderhoud;</al></li><li nr="e."><al> de kosten betrekking hebben op activiteiten van
                                        vrijwilligersgroepen op het gebied van landschapsbeheer
                                        welke uitgevoerd worden op terreinen van het Staatsbosbeheer
                                        en van instanties die in aanmerking komen voor de
                                        Subsidieregeling particuliere terreinbeherende
                                        natuurbeschermingsorganisaties</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In aanvulling op het tweede en derde lid, komen de volgende kosten
                                niet voor subsidie in aanmerking: </al><al/><lijst><li nr="a"><al> kosten verband houdend met de uitvoering van: </al><al/><lijst><li nr="1e."><al> wettelijke verplichtingen;</al></li><li nr="2e."><al> een bestaand convenant;</al></li><li nr="3e."><al> een bestaande regeling of afspraak.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of
                                        gangbare minimum kwaliteitseisen; o c. kosten die zijn
                                        gemaakt voorafgaand aan de ontvangst van de beschikking tot
                                        subsidieverlening, tenzij het betreft kosten van
                                        voorbereiding, planvorming onderzoek of voorlichting die in
                                        het jaar voorafgaand aan die ontvangst zijn gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor natte
                                ecologische verbindingszones voor de eerste 10 meter oor de periode
                                2013 vast op € 0.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor natte
                                ecologische verbindingszones voor de resterende 15 meter en voor
                                droge ecologische verbindingszones voor de periode 2013 vast op €
                                0.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de overige
                                subsidiabele activiteiten voor de periode 2013 vast op: </al><lijst><li nr="a."><al> € 100.000 voor herstel en aanleg kleine
                                        landschapselementen, kleinschalige natuurontwikkeling,
                                        biotoopverbetering en activiteiten van
                                        vrijwilligersgroepen;</al></li><li nr="b."><al> € 0,00 voor de instandhouding van kleine
                                        landschapselementen en herstel en behoud van lanen op
                                        landgoederen</al></li><li nr="c."><al> € 0,00 voor ontsnippering van gemeentewegen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien geen nadere termijnen voor indiening zijn vastgesteld geldt
                                –onverminderd de vastgestelde subsidieplafonds– de volgorde van
                                binnenkomst van subsidieaanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een toewijzende beschikking tot gevolg kan hebben dat
                                afwijzend moet worden beslist op een andere aanvraag voor deze
                                subsidieregeling, die eerder voldeed aan de wettelijke
                                voorschriften, wordt geen beschikking gegeven, totdat op die
                                aanvraag is beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De in de bijlagen bij deze subsidieregeling gehanteerde
                                normbedragen zijn geïndexeerd. Bij wijziging van de normbedragen
                                worden deze door Gedeputeerde Staten vastgesteld en bekend gemaakt
                                in het Provinciaal blad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de bijlagen bij deze beleidsregel is de verplichting uitgewerkt
                                dat de subsidieontvanger zelf in een eigen bijdrage of aanvullende
                                inkomsten voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien voor projecten ook bijdragen van derden worden verkregen,
                                mag het totaal aan bijdragen het totaal van de uitvoeringskosten
                                niet overschrijden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen bij het verlenen van de subsidie in
                                ieder geval de voorschriften dat: </al><lijst><li nr="a."><al> met de uitvoering van de activiteiten pas een aanvang mag
                                        worden gemaakt wanneer de beschikking tot subsidieverlening
                                        is ontvangen;</al></li><li nr="b."><al> de werkzaamheden binnen de navolgende termijnen na
                                        bekendmaking van het subsidiebesluit zijn voltooid: </al><lijst><li nr="i."><al> subsidies voor herstel en aanleg kleine
                                                landschapselementen; instandhouding kleine
                                                landschapselementen; natuurbouw; biotoopverbetering;
                                                herstel en behoud monumentale lanen: 1 jaar;</al></li><li nr="ii."><al> subsidies voor ecologische verbindingszones en
                                                ontsnippering van gemeentelijke wegen: 2 jaar;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> Gedeputeerde Staten kunnen besluiten de onder b. genoemde
                                        termijnen éénmaal te verlengen, wanneer hiervoor uiterlijk 2
                                        weken vóór het verstrijken van de termijn door de aanvrager
                                        een gemotiveerd verzoek wordt ingediend bij de
                                        Stichting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in lid 1 van dit artikel wordt bij de
                                verlening van subsidies het voorschrift gesteld dat de
                                subsidieontvanger dient mee te werken aan de totstandkoming van een
                                instandhoudingovereenkomst ter uitvoering van de beschikking tot
                                verlening van de subsidie. Deze overeenkomst verplicht de
                                subsidieontvanger de objecten waarvoor subsidie is ontvangen
                                tenminste gedurende 10 jaar na oplevering in stand te houden en
                                deugdelijk te beheren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Bij een aanvraag tot vaststelling van een subsidie kan in het geval het
                            een subsidie voor de aankoop van (ruil)grond of omzetting van
                            landbouwgrond in natuurgrond (waardedaling) ten behoeve van een
                            ecologische verbindingszones betreft, in plaats van een
                            accountantsverklaring ook worden volstaan met:</al><lijst><li nr="a."><al> in het geval van aankoop een kopie van de notariële akte en de
                                    factuur van de notaris van de betreffende grondaankoop;</al></li><li nr="b."><al> in het geval van waardedaling een taxatierapport voor de
                                    betreffende gronden en de factuur van de taxateur.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Bijzondere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Herstel en aanleg van kleine
                                landschapselementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De kosten van herstel en aanleg van kleine landschapselementen die
                                worden gerealiseerd op bermen langs openbare, verharde wegen komen
                                niet voor subsidie in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidiabele activiteiten, normkosten, criteria en
                                randvoorwaarden voor projecten voor herstel en aanleg van kleine
                                landschapselementen zijn in bijlage A nader bepaald. De hoogte van
                                de subsidie wordt berekend op basis van de in deze bijlage
                                vastgestelde normkosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De hoogte van een subsidie voor herstel en aanleg van kleine
                                landschapselementen mag niet meer bedragen dan de hierna te noemen
                                percentages van de aanvaardbaar geachte kosten met een maximum van €
                                10.000,-- per project per jaar: </al><lijst><li nr="a."><al> voor particulieren, alsmede stichtingen, geldt een subsidie
                                        van maximaal 80% van de geaccepteerde projectkosten voor
                                        projecten welke buiten het erf gerealiseerd worden, en
                                        maximaal 50% van de geaccepteerde projectkosten voor
                                        projecten welke binnen het erf gerealiseerd worden;</al></li><li nr="b."><al> voor gemeenten en waterschappen, alsmede nutsbedrijven,
                                        geldt een subsidie van maximaal 50% van de geaccepteerde
                                        projectkosten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Instandhouding van kleine landschapselementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie voor de kosten van onderhoud van kleine
                                landschapselementen kan alleen worden verleend aan eigenaren van
                                bestaande en nieuwe landschapselementen op dijken die onderdeel
                                uitmaken van het project Dijk van een Landschap, conform de in dat
                                kader aangegane overeenkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidiabele activiteiten, normkosten, criteria en
                                randvoorwaarden voor projecten voor instandhouding van kleine
                                landschapselementen zijn in bijlage B nader bepaald. De hoogte van
                                een subsidie voor instandhouding kleine landschapselementen worden
                                bepaald op basis van de in deze bijlage vastgestelde
                                normkosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie bedraagt maximaal 100% van de door GS vastgestelde
                                normkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Kleinschalige natuurontwikkeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidiabele activiteiten, normkosten, criteria en
                                randvoorwaarden voor kleinschalige natuurontwikkeling zijn opgenomen
                                in bijlage C van deze subsidieregeling. De hoogte van de subsidie
                                wordt berekend op basis van de in deze bijlage vastgestelde
                                normkosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De hoogte van een subsidie kleinschalige natuurontwikkeling mag
                                niet meer bedragen dan de hierna te noemen percentages van de
                                aanvaarbaar geachte kosten met een maximum van € 15.000,-- per
                                project per jaar: </al><lijst><li nr="a."><al> voor particulieren, alsmede stichtingen, geldt een
                                        subsidiepercentage van maximaal 80% van de uitvoeringskosten
                                        van het project;</al></li><li nr="b."><al> voor gemeenten en waterschappen, alsmede nutsbedrijven,
                                        geldt een subsidiepercentage van maximaal 50% van de
                                        uitvoeringskosten van het project.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Biotoopverbetering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidiabele activiteiten, normkosten, criteria en
                                randvoorwaarden voor biotoopverbetering zijn opgenomen in bijlage D
                                van deze subsidieregeling. De hoogte van de subsidie wordt berekend
                                op basis van de in deze bijlage vastgestelde normkosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De hoogte van een subsidie voor biotoopverbetering mag niet meer
                                bedragen dan de hierna te noemen percentages van de aanvaardbaar
                                geachte kosten, met een maximum van € 7.000,-- per project per jaar: </al><lijst><li nr="a."><al> voor particulieren, alsmede stichtingen, geldt een
                                        subsidiepercentage van maximaal 80% van de uitvoeringskosten
                                        van het project;</al></li><li nr="b."><al> voor gemeenten en waterschappen, alsmede nutsbedrijven,
                                        geldt een subsidiepercentage van maximaal 50% van de
                                        uitvoeringskosten van het project.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Ecologische verbindingszones</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie voor de kosten van ecologische verbindingszones wordt
                                verleend aan alle in artikel 3 lid 2 genoemde instanties of
                                personen, met uitzondering van subsidies voor de kosten van de
                                verwerving, waardedaling en/of het pachtvrij maken van grond ten
                                behoeve van de aanleg van een ecologische verbindingszone, welke
                                alleen worden verleend aan waterschappen en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt alleen verleend voor verbindingszones die zijn
                                opgenomen in één van de in artikel 2 sub i genoemde plannen.
                                Verbindingszones welke onderbroken worden door beheersgebied
                                ecologische hoofdstructuur zoals aangewezen op grond van de
                                Verordening Ruimte, worden beschouwd als aaneengesloten ecologische
                                verbindingszones en zijn derhalve subsidiabel. Binnen bestaande en
                                te ontwikkelen bos- of natuurgebieden van de EHS is de aanleg van
                                ecologische verbindingszones niet subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In afwijking van artikel 5, tweede lid worden aanvragen voor
                                subsidies ten behoeve van verbindingszones ingediend op basis van
                                een overleg met de Stichting opgesteld inrichtingsplan, waarvan ten
                                minste onderdeel uitmaakt: </al><lijst><li nr="a."><al> de planning met een overzicht van de realisatietermijn en
                                        welke interne of externe factoren de realisatietermijn
                                        kunnen beïnvloeden;</al></li><li nr="b."><al> een processchema met de actuele status van ieder
                                        projectonderdeel en de te doorlopen, wettelijke, procedures;
                                        o c. een begroting of offerte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Subsidie voor de aanleg van een ecologische verbindingszone wordt
                                alleen verleend op basis van een door de Adviescommissie
                                goedgekeurde inrichtings-/toekomstvisie of inrichtingsplan.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Bij een grondaankoop ten behoeve van de aanleg van verbindingszones
                                kan voor spoedeisende grondaankopen, voor wat betreft de aanlevering
                                van stukken en toestemming, een uitzondering worden gemaakt op
                                artikel 5, artikel 10 lid 1a en op lid 3 en 4 van dit artikel;
                                indien er binnen twee jaar na aankoop nog geen inrichtingsvisie of
                                inrichtingsplan voor het betreffende perceel (of percelen) is
                                overlegd, kunnen Gedeputeerde Staten besluiten om de subsidie in te
                                trekken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Tot de geaccepteerde projectkosten worden gerekend de kosten van
                                verwerving, waardedaling en/of het pachtvrijmaken van landbouwgrond
                                ten behoeve van de realisatie van een ecologische verbindingszone en
                                de inrichtingskosten, een en ander zoals opgenomen in bijlage E van
                                deze beleidsregel. Indien er in een subsidieverzoek bedragen
                                gehanteerd worden welke afwijken van de geldende normbedragen, kan
                                van deze normbedragen worden afgeweken indien de Adviescommissie
                                over deze afwijking een positief advies heeft gegeven. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De hoogte van een subsidie voor de inrichting van verbindingszones
                                mag niet meer bedragen dan de hierna te noemen percentages van de
                                aanvaardbaar geachte kosten: </al><lijst><li nr="a."><al> Voor particulieren, alsmede stichtingen, geldt een
                                        subsidiepercentage van maximaal 80% van de geaccepteerde
                                        projectkosten;</al></li><li nr="b."><al> voor gemeenten en waterschappen geldt een
                                        subsidiepercentage van maximaal 50% van de geaccepteerde
                                        projectkosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> De hoogte van een subsidie voor verwerving, waardedaling en/of het
                                pachtvrij maken ten behoeve van de realisatie van een
                                verbindingszone mag niet meer bedragen dan de hierna te noemen
                                percentages van de aanvaardbaar geachte kosten: o a. de subsidie
                                bedraagt maximaal 50% van de geaccepteerde kosten voor of verwerving
                                of waardedaling en –indien van toepassing– de kosten voor het
                                pachtvrij maken van landbouwgronden gronden; o b. kosten voor
                                grondaankoop of waardedaling zijn subsidiabel mits zij niet
                                uitstijgen boven hetgeen gebruikelijk is volgens Bureau Beheer
                                Landbouwgronden (BBL) van de Dienst Landelijk Gebied voor gronden in
                                het buitengebied. Indien er bij een subsidieverzoek met betrekking
                                tot grondverwerving of waardedaling sprake is van bedragen welke
                                uitstijgen boven hetgeen gebruikelijk is volgens BBL, kan hiervan
                                worden afgeweken indien de Adviescommissie over deze afwijking een
                                positief advies heeft gegeven.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Voor een subsidie voor de kosten van verwerving, waardedaling en/of
                                het pachtvrij maken van landbouwgronden ten behoeve van de
                                realisatie van verbindingszones gelden de volgende beperkingen: </al><lijst><li nr="a."><al> Kosten van verwerving, waardedaling en/of het pachtvrij
                                        maken van landbouwgronden zijn alleen subsidiabel als grond
                                        is aangekocht op de projectlocatie. Is de grond op een
                                        andere locatie verworven, dan is deze alleen subsidiabel
                                        indien deze grond is aangekocht als ruilgrond ten behoeve
                                        van de realisatie van een verbindingszone. De bewijslast dat
                                        (ruil)gronden aangekocht zijn ten behoeve van de realisatie
                                        van een ecologische verbindingszone ligt bij de aanvrager
                                        van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al> kosten van verwerving, waardedaling en/of het pachtvrij
                                        maken van landbouwgronden voor de realisatie van
                                        verbindingszones die gelegen zijn in of direct grenzen aan
                                        uitbreidingsplannen voor woningbouw of bedrijventerrein zijn
                                        niet subsidiabel;</al></li><li nr="c."><al> kosten van verwerving, waardedaling en/of het pachtvrij
                                        maken van landbouwgronden ten behoeve van schouwpaden is
                                        subsidiabel indien het schouwpad een integraal onderdeel
                                        uitmaakt van een verbindingszone met een gemiddelde breedte
                                        van minimaal 15 meter, en als dit schouwpad beheerd wordt
                                        als onbemest grasland;</al></li><li nr="d."><al> de kosten van waardedaling is alleen subsidiabel indien een
                                        gemeente of waterschap eigen agrarische gronden inzet ten
                                        behoeve van de realisatie van een ecologische
                                        verbindingszone, en deze voor dit doel uit productie
                                        neemt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al> In aanvulling op lid 7b en 8a geldt in de jaren 2008 tot en met
                                2012 voor gemeenten en waterschappen een subsidiepercentage van 100%
                                van de geaccepteerde kosten voor verwerving, ontpachting en/of
                                waardedaling van grond en voor inrichting voor ecologische
                                verbindingszones gelegen buiten de bebouwde kom, waarbij de volgende
                                beperkingen gelden: </al><lijst><li nr="a."><al> Voor verbindingszones vermeld op de plankaart van het
                                        Provinciaal Waterplan 2010-2015 –de zogenaame natte
                                        verbindingszones– is dit percentage alleen van toepassing op
                                        dat deel van de verbindingszone dat breder is dan gemiddeld
                                        10 meter per strekkende kilometer, maar niet breder is dan
                                        gemiddeld 25 meter per strekkende kilometer.</al></li><li nr="b."><al> Voor overige verbindingszones geldt dit subsidiepercentage
                                        voor maximaal 2,5 hectare per strekkende kilometer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 10 worden bij de verlening van
                                een subsidie voor verbindingszones de voorschriften gesteld dat: </al><lijst><li nr="a."><al> de betreffende gemeente of het betreffende waterschap
                                        slechts bevoegd zal zijn de onderhavige gronden te
                                        vervreemden na verkregen toestemming van Gedeputeerde
                                        Staten, tenzij in een gezamenlijk project van gemeente(n) en
                                        waterschap voor de verbindingszone aangekochte grond wordt
                                        overgedragen van gemeente naar waterschap of vice
                                        versa;</al></li><li nr="b."><al> indien het een subsidie aan een gemeente betreft, deze zich
                                        hiermee verplicht de verbindingszone in het gemeentelijk
                                        bestemmingsplan een natuurbestemming te geven;</al></li><li nr="c."><al> Indien er als gevolg van een toekomstige
                                        bestemmingswijziging sprake is van waardevermeerdering van
                                        eerder door de provincie de gesubsidieerde gronden, dan komt
                                        de meerwaarde van dit waardeverschil toe aan de
                                        provincie;</al></li><li nr="d."><al> in het geval van een subsidie voor het ecologische beheer
                                        en onderhoud, zoals vermeld onder lid 11, een beheersplan
                                        voor de betreffende ecologische verbindingszone dient te
                                        zijn opgesteld of uiterlijk één jaar na de subsidieaanvraag
                                        aan de Stichting te zijn toegezonden;</al></li><li nr="e."><al> afwijkingen van de planning zijn pas mogelijk na accoord
                                        van Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr="f."><al> zolang de subsidievaststelling nog niet heeft plaats
                                        gevonden wordt er jaarlijks voor 1 december een financieel
                                        jaarverslag beschikbaar gesteld aan Gedeputeerde Staten,
                                        waaruit blijkt welke prestaties in dat jaar zijn geleverd en
                                        wat daar de financiële gevolgen van zijn ten opzichte van de
                                        oorspronkelijke subsidieaanvraag..</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Ontsnippering van gemeentelijke wegen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie voor de kosten van ontsnipperingsprojecten worden alleen
                                verleend aan waterschappen en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt alleen verleend aan ontsnipperingsprojecten voor
                                bestaande gemeentelijke wegen indien: </al><lijst><li nr="a."><al> gelegen binnen de EHS of;</al></li><li nr="b."><al> de betreffende weg een ecologische verbindingszone kruist
                                        of;</al></li><li nr="c."><al> gelegen in een gebied waarvoor een relevant gebiedsgericht
                                        soortsbeschermingsplan is opgesteld of;</al></li><li nr="d."><al> er aantoonbaar sprake is van een locatie waar frequent
                                        fauna ten prooi valt aan het verkeer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidie aan ontsnipperingsprojecten ten behoeve van
                                begrazingsbeheer zijn alleen subsidiabel indien voor de beteffende
                                locatie in het natuurbeheerplan een begrazingsdoelstelling is
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In afwijking van artikel 5 lid 3 worden aanvragen voor subsidies
                                ten behoeve van ontsnipperingsprojecten ingediend op basis van een
                                in overleg met de Stichting opgesteld inrichtingsplan, waarvan een
                                begroting of offerte onderdeel uitmaakt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Subsidie voor de aanleg van een ontsnipperingsproject wordt alleen
                                verleend op basis van een door de Adviescommissie goedgekeurd
                                inrichtingsplan.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De subsidiabele activiteiten, normkosten, criteria en
                                randvoorwaarden voor projecten voor ontsnipperingsprojecten zijn in
                                bijlage E nader bepaald, uitgezonderd de onderdelen welke niet op
                                ontsnipperingsprojecten van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De hoogte van een subsidie ten behoeve van een
                                ontsnipperingsproject mag niet meer bedragen dan maximaal 75% van de
                                geaccepteerde projectkosten met een maximum van € 50.000,-- per
                                faunapassage.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Herstel en behoud monumentale lanen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie voor de kosten van planvorming en maatregelen ten behoeve
                                van herstel en behoud van monumentale lanen op landgoederen kan
                                alleen worden verleend aan particuliere landgoedeigenaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking van artikel 5 lid 3 en lid 5 worden aanvragen voor
                                subsidie voor uitvoeringsmaatregelen ten behoeve van herstel en
                                behoud van monumentale lanen op landgoederen ingediend op basis van
                                een goedgekeurd lanenplan, waarvan –indien de Stichting hierom
                                vraagt– een begroting en één of meerdere offertes onderdeel
                                uitmaken. Voor goedkeuring legt de Stichting een lanenplan voor aan
                                een commissie van experts op het gebied van boom- en
                                laanherstel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidiabele activiteiten, normkosten en randvoorwaarden bij
                                planvorming en uitvoeringsmaatregelen ten behoeve van herstel en
                                behoud van monumentale lanen op landgoederen zijn opgenomen in
                                bijlage F van deze subsidieregeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De hoogte van een subsidie herstel en behoud van monumentale lanen
                                op landgoederen mag niet meer bedragen dan de hierna te noemen
                                percentages van de aanvaarbaar geachte kosten: </al><lijst><li nr="a."><al> voor planvorming geldt een subsidiepercentage van maximaal
                                        80% van de werkelijke kosten voor planvorming ten behoeve
                                        van het project, met een maximum subsidiebedrag van €
                                        5.000,-- per lanenplan;</al></li><li nr="b."><al> voor uitvoering geldt een subsidiepercentage van maximaal
                                        80% van de uitvoeringskosten van het project, met een
                                        maximum subsidiebedrag van € 50.000,-- per project en per
                                        landgoed per jaar.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Overige en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><al>Deze subsidieregeling kan aangehaald worden als ‘Beleidsregel subsidie
                            natuur en landschap’.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><al>Voor zover in deze subsidieregeling niet of niet nader is bepaald, zijn
                            de bepalingen in de subsidieverordening van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><al>De Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap, zoals deze eerder werd
                            vastgesteld op 12 september 2006, wordt ingetrokken. Op subsidies die
                            verleend of vastgesteld zijn op grond van deze beleidsregel, blijft deze
                            van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                            uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 22 april 2008</ondertekening><ondertekening> Gedeputeerde Staten voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen A tot en met G behorende bij de Subsidieregeling Natuur en
                        Landschap Noord-Brabant</titel></kop><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al>In bijlage A tot en met F zijn de gehanteerde normbedragen zoals bedoeld in
                        artikel 9 lid 1 van de subsidieregeling opgenomen. Bijlage G heeft
                        betrekking op artikel 16. Inhoud:</al></divisie><divisie><kop><titel/></kop><lijst><li nr="-"><al> Bijlage A Richtlijnen en normen voor het onderdeel Herstel en
                                aanleg kleine landschapselementen ter uitvoering van deze
                                subsidieregeling.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage A1 Subsidiabele activiteiten, criteria, randvoorwaarden en
                                subsidienormen voor de aanleg van beplantingen.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage A2 Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden
                                en subsidienormen voor de aanleg van poelen.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage A3 Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden
                                en subsidienormen voor het herstel van kleine
                                landschapselementen.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage B Richtlijnen en normen voor het onderdeel Instandhouding
                                kleine landschapselementen van artikel 13 lid 2 van de beleidsregel
                                subsidie natuur en landschap.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage C Richtlijnen en normen voor het onderdeel kleinschalige
                                natuurontwikkeling van artikel 14 lid 2 van deze
                                subsidieregeling.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage D Richtlijnen en normen voor het onderdeel
                                Biotoopverbetering van artikel 15 lid 2 van deze
                                subsidieregeling.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage E Richtlijnen en normen voor het onderdeel Ecologische
                                verbindingszones ter uitvoering van artikel 16 lid 6 van deze
                                subsidieregeling, en deels van toepassing op artikel 17 lid 6
                                betreffende het onderdeel Ontsnippering van gemeentelijke
                                wegen.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage F Richtlijnen en normen voor het onderdeel Herstel en
                                behoud monumentale lanen op landgoederen ter uitvoering van artikel
                                18 lid 4 van deze subsidieregeling.</al></li><li nr="-"><al> Bijlage G Handreiking inrichtingsvisie ecologische
                                verbindingszones</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage A</titel></kop><al>Richtlijnen en normen voor het onderdeel Herstel en aanleg kleine
                        landschaps­elementen ter uitvoering van artikel 12 lid 3 van deze
                        subsidieregeling</al><al>A1: Subsidiabele activiteiten, criteria, randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor de aanleg van beplantingen</al><al>Beplantingsprojecten komen slechts dan in aanmerking voor subsidie als
                        minimaal 100 stuks bosplantsoen of 10 laanbomen -niet zijnde
                        hoogstam­fruitbomen of leibomen- worden aangeplant. Daarbij is per
                        beplantingsvlak slechts één beplantingsgroep (zie bijlage A1a) subsidiabel.
                        Hierbij gelden de volgende uitzonderingen:</al><al>Voor erfbeplantingen is dit minimum 200 stuks bosplantsoen; · Voor
                        beplantingsvakken die smaller zijn dan 7 meter zijn maximaal 2
                        beplantingsgroepen subsidiabel; Beplantingsprojecten binnen een
                        aaneengesloten hekwerk of schutting zijn niet subsidiabel.</al><al>Vanwege de mogelijke risico’s van plantenziekten en plagen is alleen
                        plantmateriaal van Nederlandse of autochtone herkomst subsidiabel.</al><al>In de subsidienorm voor de aanleg van een beplantingselement is o.a.
                        opgenomen: grondbewerking, aankoop materiaal (plantsoen, boompalen e.d.),
                        aanleg van de beplanting (arbeid) en 1 jaar onderhoud. De normkosten voor de
                        aanleg van beplantingen zijn berekend op basis van de
                        Standaard-Eenheids-Prijzen van de Dienst Landelijk Gebied 2006 en de
                        Begrotingsprijslijst voor bos- en haagplantsoen, veren en laanbomen seizoen
                        2005/2006 van Bronnen (voorheen Staatsbosbeheer Dienstverlening Productgroep
                        Zaad en Plantsoen), en zijn voor de daarop volgende jaren geïndexeerd
                        volgens de Consumenten­prijsindex (CPI) voor alle huishoudens. De berekening
                        van de inrichtingskosten is conform de uitgangspunten in de door de Europese
                        Commissie goedgekeurde landelijke Catalogus Groen-Blauwe Diensten.
                        Rasterkosten ter bescherming van beplantingselementen die buiten het erf
                        worden aangelegd zijn ook subsidiabel. De normkosten voor rasters zijn
                        berekend op basis van het Normenboek Natuur, Bos en Landschap 2006, en zijn
                        voor de daarop volgende jaren geïndexeerd volgens de Consumentenprijsindex
                        (CPI) voor alle huishoudens.</al><al>Inboet ter vervanging van niet aangeslagen beplanting is subsidiabel tot
                        maximaal 10% van het gesubsieerde aantal per beplantingsgroep.</al><al>Voorbereidingskosten (planvorming en bestek) zijn niet in de normkosten
                        verwerkt. Deze kosten worden aanvullend gesubsidieerd, met de restrictie dat
                        de voorbereidingskosten die voor subsidie in aanmerking komen niet hoger
                        zijn dan 6% (planvorming door aanvrager zelf) of 20% (planvorming door
                        extern bureau) van de subsidiabele uitvoeringskosten (100% normkosten).</al><al>Voor projecten op erven geldt de restrictie dat de subsidie voor planvorming
                        maximaal € 160,00 kan bedragen. Voor gemeentelijke erfbeplantingsacties is
                        dit maximaal € 80,00 per erf. De maximale subsidie voor de uitvoeringskosten
                        (materiaal, plantsoen) bedraagt in dat geval maximaal 50% van de
                        subsidiabele uitvoeringskosten.</al><al>De criteria, randvoorwaarden en subsidienormen zijn uitgewerkt in de
                        tabellen A1a, A1b en A1c.</al><al>Tabel A1a: Overzicht criteria en randvoorwaarden voor aanleg van
                        beplantingen</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><colspec colname="col5"/><thead><row><entry><al>Beplantings-groep*</al></entry><entry><al>Minimale leeftijd/maat</al></entry><entry><al>Maximaal te subsidiëren aantal per oppervlakte- /of
                                            lengte eenheid</al></entry><entry><al>Te subsidiëren sortiment</al></entry><entry><al>Maximaal aantal te subsidiëren per project</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Bosplantsoen </al></entry><entry><al>2 jarig bosplantsoen, minimaal maat 60-80 cm </al></entry><entry><al>6400 st per hectare; plantverband minimaal 1,25m x 1,25m
                                            of 1,50m x 1,00m</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Haag-plantsoen </al></entry><entry><al>2 jarig bosplantsoen, minimaal maat 60-80 cm</al></entry><entry><al>4 st per meter haag</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al>Op erf maximaal 400 st subsidiabel</al></entry></row><row><entry><al>Veren</al></entry><entry><al>Lengte minimaal 150 cm</al></entry><entry><al>12 st per 100 meter ; plantafstand minimaal 8 meter</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry><al>Laanbomen excl. Hoogstam-fruitbomen</al></entry><entry><al>Minimaal maat 10-12 mm; 2x verplant</al></entry><entry><al>12 st per 100 meter ; plantafstand minimaal 8 meter</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry><al>Hoogstam-fruitbomen</al></entry><entry><al>Minimaal maat 6-8 cm</al></entry><entry><al>156 st per hectare; plantafstand minimaal 10 meter</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al>Op erven maximaal 10 st; eventueel meer dan 10 stuks
                                            subsidiabel als aanleg past in cultuurhistorische
                                            context.</al></entry></row><row><entry><al>Leibomen</al></entry><entry><al>Minimaal maat 10-12 mm; 2x verplant</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al>Maximaal 5 stuks subsidiabel</al></entry></row><row><entry><al>Knotwilgen</al></entry><entry><al>Onbewortelde 3 jarige stek of bewortelde stek maat 10-12
                                            cm</al></entry><entry><al>20 st per 100 meter; plantafstand minimaal 5 meter</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al>n.v.t</al></entry></row><row><entry><al>Snelgroeiend loofhout</al></entry><entry><al>1 jarige bewortelde stek</al></entry><entry><al>625 st per hectare</al></entry><entry><al>Zie bijlage A1b</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Per beplantingsvak komt in beginsel slechts één beplantingsgroep voor
                        subsidie in aanmerking. Alleen voor beplantingsvakken die smaller zijn dan 7
                        meter komen twee beplantingsgroepen voor subsidie in aanmerking.
                        Sortiment</al><al>Tabel A1b: Overzicht te subsidiëren boom- en struiksoorten</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><thead><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Sortiment</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>Te subsidiëren soorten per beplantingsgroep</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Nederlandse</al><al>naam</al></entry><entry><al>Wetenschappelijke naam</al></entry><entry><al>Bosplantsoen X= te subsidiëren soort</al></entry><entry><al>Laanbomen/veren</al><al>+ indeling subsidie categorie</al></entry></row><row><entry><al>Abeel, grauwe</al></entry><entry><al>Populus canescens</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>B c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Appel, wilde</al></entry><entry><al>Malus sylvestris</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Berk, ruwe</al></entry><entry><al>Betula pendula</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>B</al></entry></row><row><entry><al>Berk, zachte</al></entry><entry><al>Betula pubescens</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bes, aal-</al></entry><entry><al>Ribes rubrum</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bes, zwarte</al></entry><entry><al>Ribes nigrum</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Beuk</al></entry><entry><al>Fagus sylvatica</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>Bosroos</al></entry><entry><al>Rosa arvensis</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Eglantier</al></entry><entry><al>Rosa rubiginosa</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Eik, zomer-</al></entry><entry><al>Quercus robur</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>Eik, winter-</al></entry><entry><al>Quercus petrea</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>Els, zwarte</al></entry><entry><al>Alnus glutinosa</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>A</al></entry></row><row><entry><al>Esdoorn, gewone</al></entry><entry><al>Acer pseudoplatanus</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>B c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Esdoorn, noorse</al></entry><entry><al>Acer plantanoides</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>B</al></entry></row><row><entry><al>Es, gewone</al></entry><entry><al>Fraxinus excelsior</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>B c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Gagel</al></entry><entry><al>Miryca gale</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Gelderse roos</al></entry><entry><al>Viburnum opulus</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Haagbeuk</al></entry><entry><al>Carpinus betulus</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>Hazelaar</al></entry><entry><al>Corylus avellana</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Heggeroos</al></entry><entry><al>Rosa corymbifera</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Hondsroos</al></entry><entry><al>Rosa canina</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Hulst</al></entry><entry><al>Ilex aquifolium</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Iep, div .klonen</al></entry><entry><al>Ulmus ‘ ‘</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>B c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Iep, steel-</al></entry><entry><al>Ulmus laevis</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Kardinaalsmuts</al></entry><entry><al>Euonymus europaeus</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Kastanje, tamme</al></entry><entry><al>Castanea sativa</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>B</al></entry></row><row><entry><al>Kers, zoete</al></entry><entry><al>Prunus avium</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>B c.v</al></entry></row><row><entry><al>Kornoelje, rode</al></entry><entry><al>Cornus sanguinea</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry nameend="col4" namest="col1"><al>Vervolg tabel A1b</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Sortiment</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>Te subsidiëren soorten per beplantingsgroep</al></entry></row><row><entry><al>Nederlandse naam</al></entry><entry><al>Wetenschappelijke naam</al></entry><entry><al>Bosplantsoen X= te subsidiëren soort</al></entry><entry><al>Laanbomen/veren en indeling subsidie categorie</al></entry></row><row><entry><al>Kornoelje, gele</al></entry><entry><al>Cornus mas</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Kraagroos</al></entry><entry><al>Rosa agrestis</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Krenteboompje</al></entry><entry><al>Amelanchier lamarckii</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Liguster, wilde</al></entry><entry><al>Ligustrum vulgare</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Linde, kleinbladige</al></entry><entry><al>Tilia cordata</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>C c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Linde, grootbladige</al></entry><entry><al>Tilia platyphyllos</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>B</al></entry></row><row><entry><al>Linde, zilver-</al></entry><entry><al>Tilia tomentosa</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>Linde, Hollandse</al></entry><entry><al>Tilia vulgaris</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>Lijsterbes</al></entry><entry><al>Sorbus aucuparia</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Meidoorn, eenstijlige</al></entry><entry><al>Crataegus monogyna</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Meidoorn, tweestijlige</al></entry><entry><al>Crataegus laevigata</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Mispel</al></entry><entry><al>Mespilus germanica</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Noot</al></entry><entry><al>Juglans regia</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>Paardekastanje</al></entry><entry><al>Aesculus hippocastan.</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>C c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Plataan, gewone</al></entry><entry><al>Platanus acerifolia</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>B</al></entry></row><row><entry><al>Peer, wilde</al></entry><entry><al>Pyrus pyraster</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Populier, zwarte</al></entry><entry><al>Populus nigra</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>A c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Populier – ‘Canadapopulier’</al></entry><entry><al>Populus x canadensis</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>A.c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Sleedoorn</al></entry><entry><al>Prunus spinosa</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Veldesdoorn</al></entry><entry><al>Acer campestre</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Vlier, gewone</al></entry><entry><al>Sambucus nigra</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Vlier, berg</al></entry><entry><al>Sambucus racemosa</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Vogelkers, inheemse</al></entry><entry><al>Prunus padus</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Vuilboom</al></entry><entry><al>Rhamnus frangula</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wegedoorn</al></entry><entry><al>Rhamnus catharticus</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, amandel-</al></entry><entry><al>Salix triandra</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry nameend="col4" namest="col1"><al>Vervolg tabel A1b</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Sortiment</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>Te subsidiëren soorten per beplantingsgroep</al></entry></row><row><entry><al>Nederlandse naam</al></entry><entry><al>Wetenschappelijke naam</al></entry><entry><al>Bosplantsoen X= te subsidiëren soort</al></entry><entry><al>Laanbomen/veren en indeling subsidie categorie</al></entry></row><row><entry><al>Wilg, bittere</al></entry><entry><al>Salix purpurea</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, bos-</al></entry><entry><al>Salix caprea</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, grauwe</al></entry><entry><al>Salix cinerea</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, kat-</al></entry><entry><al>Salix viminalis</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, geoorde</al></entry><entry><al>Salix aurita</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, kraak-</al></entry><entry><al>Salix fragilis</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, kruip-</al></entry><entry><al>Salix repens</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, laurier-</al></entry><entry><al>Salix pentandra</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Wilg, schiet-</al></entry><entry><al>Salix alba</al></entry><entry><al>X</al></entry><entry><al>A c.v.</al></entry></row><row><entry><al>Hoogstamfruit­bomen</al></entry><entry><al>Diverse soorten</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>A</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Te subsidiëren cultivars (c.v.) van laanbomen</al><al>Van een aantal soorten laanbomen zijn een beperkt aantal cultivars
                        subsidiabel. Het gaat hierbij om de volgende cultivars: Fagus sylvatica
                        ‘Purpurea’, Populus canescens ‘De Moffart en Witte van Haamstede’; Acer
                        pseudeplatanus ‘ Negenia en Rotterdam’; Fraxinus excelsior ‘ Eureka, Altena,
                        Atlas en Westhof’s Glorie ‘; Ulmus ‘Dodoens Clusius en Lobel’; Prunus avium
                        ‘ Landscape Bloom en Plena’; Tilia cordata ‘ Erecta en Roelvo’; Tilia
                        vulgaris ‘Pallida’; Aesculus hippocastanum ‘Baumannii’; Populus x canadensis
                        ‘div. cultivars’; Populus nigra ‘div. cultivars m.u.v. Italica’; Salix alba
                        ‘ Liempde, Belders’.</al><al>Tabel A1c: Normen 2008 voor de aanleg van beplantingen (incl. BTW)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Aanleg beplantingen</al></entry></row><row><entry><al>Onderdeel</al></entry><entry><al>Plantsoensoort*</al></entry><entry><al>Normkosten per eenheid</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Aanplant laanbomen (maat 10-12)</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>Laanboom cat. A</al></entry><entry><al>€ 44,50/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond</al></entry><entry><al>Laanboom cat. A</al></entry><entry><al>€ 38,59/st</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>Laanboom cat. B</al></entry><entry><al>€ 53,26/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond</al></entry><entry><al>Laanboom cat. B</al></entry><entry><al>€ 47,34/st</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>Laanboom cat. C</al></entry><entry><al>€ 56,55/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond</al></entry><entry><al>Laanboom cat. C</al></entry><entry><al>€ 51,70/st</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Aanplant veren (175-200 cm)</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>Veren cat. A</al></entry><entry><al>€ 9,79/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond</al></entry><entry><al>Veren cat. A</al></entry><entry><al>€ 7,46/st</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>Veren cat. B</al></entry><entry><al>€ 13,06/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond</al></entry><entry><al>Veren cat. B</al></entry><entry><al>€ 10,73/st</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>Veren cat. C</al></entry><entry><al>€ 13,06/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond</al></entry><entry><al>Veren cat. C</al></entry><entry><al>€ 10,73/st</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Aanplant bosplantsoen (2 jarig, maat 60-100)</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond, conventioneel geteeld en van nederlandse
                                            herkomst</al></entry><entry><al>Bosplantsoen</al></entry><entry><al>€ 1,56/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond, conventioneel geteeld en van
                                            nederlandse herkomst</al></entry><entry><al>Bosplantsoen</al></entry><entry><al>€ 1,28/st</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond; dijktalud</al><al>Conventioneel geteeld en van nederlandse herkomst</al></entry><entry><al>Bosplantsoen</al></entry><entry><al>€ 2,34/st</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Aanplant haagplantsoen voor geschoren hagen(2 jarig,
                                            maat 60-100)</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>Haagplantsoen</al></entry><entry><al>€ 1,56/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand – en veengrond</al></entry><entry><al>Haagplantsoen</al></entry><entry><al>€ 1,28/st</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Aanplant onbewortelde wilgenstek voor knotbomen</al></entry></row><row><entry><al>Kleigrond</al></entry><entry><al>wilgenstek</al></entry><entry><al>€ 9,79/st</al></entry></row><row><entry><al>Zand- en veengrond</al><al/></entry><entry><al>wilgenstek</al></entry><entry><al>€ 7,46/st</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Indien biologisch geteeld (EKO keurmerk) plantsoen wordt gebruikt worden de
                        normkosten per eenheid met de volgende bedragen verhoogd:</al><al>1. bos- en haagplantsoen; € 0,15 per stuk extra 2. veren; €2,50 per stuk
                        extra 3. laanbomen; € 5,00 per stuk extra</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Vervolg Tabel A1c</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Plaatsen rasters ter bescherming van beplanting</al><al>(alleen van toepassing voor elementen die buiten het erf
                                            worden gerealiseerd )</al></entry></row><row><entry><al>Plaatsen nieuw veeraster, duurzame palen** op 4 meter
                                            afstand met 2 puntdraden (inclusief materiaal)</al></entry><entry><al>€ 4,16/meter</al></entry></row><row><entry><al>Plaatsen nieuw elektrisch raster, duurzame palen op 10
                                            meter afstand met 2 draden (inclusief materiaal)</al></entry><entry><al>€ 3,41/meter</al></entry></row><row><entry><al>Plaatsen nieuw schapenraster, duurzame palen op 3 meter,
                                            gelijkmazig zwaar ursusgaas, hoogte 100 cm (inclusief
                                            materiaal)</al></entry><entry><al>€ 8,78/meter</al></entry></row><row><entry><al>Plaatsen boombeschermer, type schaap</al><al>1 duurzame boompaal van 250x10cm, 120 cm pantanetgaas
                                            met maaswijdte van 10x5 cm en hoogte van 150 cm
                                            (inclusief materiaal)</al></entry><entry><al>€ 17,59/st</al></entry></row><row><entry><al>Plaatsen boombeschermer, type rund</al><al>2 duurzame boompalen van 250x10 cm, 150 cm pantanetgaas
                                            met maaswijdte van 10x5 cm en hoogte van 200 cm
                                            (inclusief materiaal)</al></entry><entry><al>€ 46,26/st</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Voor overzicht te subsidiëren soorten en indeling categorieën laanbomen
                        zie bijlage A1b ** Tot de duurzame palen worden palen van inlandse eik,
                        tamme kastanje of acacia gerekend.</al><al>A2: Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor de aanleg van poelen</al><al>Subsidie kan alleen worden verstrekt indien de projectloctatie (1) gelegen
                        is binnen het aandachts­gebied en (2) de betreffende locatie geschikt is
                        voor poelaanleg. Een locatie is geschikt als de grondwaterstand tijdens de
                        zomerperiode niet lager dan 120 cm onder het maaiveld staat. De taluds van
                        de poel moeten flauw zijn, minimaal 1:3, en de diepte van de poel is
                        maximaal 2,5 meter. De poel heeft een oppervlakte van maximaal 1.000 m2. Er
                        vindt geen nevengebruik plaats, met uitzondering van het gebruik als
                        drinkvoorziening voor vee.</al><al>Voor de aanleg en het herstel van een poel zijn de volgende werkzaamheden
                        subsidiabel: het uitzetten van het object, uitgraven en transport grond,
                        verwerken vrijkomende grond, het betreffende perceel waarop het zand wordt
                        verwerkt in oude staat herstellen, herstel rijpaden en rasterkosten ter
                        bescherming van het element.</al><al>Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van een offerte of begroting.
                        De offerte of begroting wordt getoetst aan Standaard-Eenheids-Prijzen van
                        Dienst Landelijk Gebied. De totale kosten voor poelenaanleg die voor
                        subsidie in aanmerking komen is op zand- en veengronden maximaal € 4,00 per
                        m3 grondverzet (excl. BTW) en € 4,50 per m3 grondverzet (excl. BTW) op
                        kleigronden. Het grondverzet wordt gesubsidieerd tot maximaal 600 m3 per
                        poel.</al><al>Tabel A2a: Overzicht subsidiemogelijkheden poelenaanleg</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry morerows="1"><al>Locatie aan te leggen poel *</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Subsidie per eigendomscategorie</al></entry></row><row><entry><al>Particulier</al></entry><entry><al>Gemeente / Waterschap</al></entry></row><row><entry><al>Erf in het aandachtsgebied **</al></entry><entry><al>50% van de kosten met maximum van € 225,00 per poel
                                            (incl. BTW)</al></entry><entry><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry><al>Overig terrein met een agrarische of natuurbestemming in
                                            het aandachtsgebied</al></entry><entry><al>80% van de kosten</al></entry><entry><al>50% van de kosten </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Voor beschrijving locatie zie artikel 2 lid n en o. ** Het aandachtsgebied
                        is gedefinieerd in artikel 2 lid p. In het geval dat aanleg van een poel
                        plaatsvindt buiten het aandachtgebied, maar binnen een straal van een 100
                        meter van een bestaand of aan te leggen bos/struweel/houtsingel of moeras
                        van minimaal 1 hectare plaatsvindt, wordt dit project ook beschouwd als
                        zijnde een project in een aandachtsgebied.</al><al>A3: Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor het herstel van kleine landschapselementen</al><al>In de provincie kan aan gemeenten met een subsidieregeling voor periodiek
                        landschapsonderhoud (bijvoorbeeld de Regeling Etten-Leur of Subsidieregling
                        Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant) een éénmalige bijdrage worden
                        toegekend voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan
                        cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen van particulieren en
                        gemeente (maximaal 25% van de totale oppervlakte/lengte) buiten het erf op
                        basis van vastgestelde normbedragen of een offerte.</al><al>De normkosten voor herstel van kleine landschapselementen zijn berekend op
                        basis van de Tijdnormen voor aanleg en onderhoud van natuur, groen en
                        recreatieve voorzieningen (IMAG; Groene Boek). De berekening van de kosten
                        is conform de uitgangspunten in de door de Europese Commissie goedgekeurde
                        landelijke Catalogus Groen-Blauwe Diensten.</al><al>De normkosten zijn in tabel A3a opgenomen. Deze normen gelden bij uitvoering
                        in eigen beheer door de eigenaar. Wanneer het wegwerken van achterstallig
                        onderhoud door een gemeente gestructureerd wordt opgezet en uitgevoerd
                        worden door één of meerdere aannemers, wordt subsidie toegezegd op basis van
                        een offerte. De offerte wordt getoetst aan de normen in tabel A3a.</al><al>Tabel A3a: Normen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud (incl.
                        BTW)</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Onderdeel</al></entry><entry><al>Vergoeding per onderhoudsbeurt</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Houtwallen en houtsingels</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Werkzaamheden: vellen, snoeien en
                                            verbranden/versnipperen takhout</al></entry></row><row><entry><al>Bedekking &gt; 60% 50-100 stammen per are met diameter
                                            &gt; 9 cm</al></entry><entry><al>€ 133,76 per are</al></entry></row><row><entry><al>Bedekking 20-60% 9 cm</al></entry><entry><al>€ 96,68 per are</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Hakhoutbosje</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Werkzaamheden: vellen, snoeien</al></entry></row><row><entry><al>Bedekking hakhout &gt; 60% 50-100 stammen per are met
                                            diameter &gt; 9 cm </al></entry><entry><al>€ 55,51 per are</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Vervolg Tabel A3a</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Onderdeel</al></entry><entry><al>Vergoeding per onderhoudsbeurt</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Elzensingel</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Werkzaamheden: vellen, snoeien en
                                            verbranden/versnipperen takhout</al></entry></row><row><entry><al>100-150 stammen per 100 meter met diameter &gt; 9
                                            cm</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 4,38,00 per meter</al></entry></row><row><entry><al>50-100 stammen per 100 meter met diameter &gt; 9 cm</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 3,63 per meter</al></entry></row><row><entry><al>9 cm</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 2,70 per 100 meter</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Griendje</al></entry></row><row><entry><al>Werkzaamheden: kappen en neerdrukken</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry><al>Bedekking hakhout &gt; 60% 50 stobben per are</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 26,15 per are</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Knotbomen(rij)</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Werkzaamheden: knotten, takhout versnipperen</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 10,48 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 30-60 cm*, gemiddeld 30 telgen per
                                            knot</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 28,83 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 60-80 cm*, gemiddeld 40 telgen per
                                            knot</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 38,01 per stuk</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Bomen(rij) – bomen ouder dan 20 jaar</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Werkzaamheden: snoeien en versnipperen takhout</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 20-40 cm</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 12,00 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 40-80 cm</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 22,69 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam &gt; 80 cm</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 35,34 per stuk</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Struweelhaag</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Werkzaamheden: afzetten struweelhaag en takhout
                                            versnipperen</al></entry></row><row><entry><al>Voor iedere haag</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>€ 390,00 per 100 meter haag</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Poel</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Werkzaamheden: opschonen van de poel</al></entry></row><row><entry><al>Voor één of meerdere poelen</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Op basis van een offerte </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* diameter gemeten op 130 cm boven maaiveld</al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage B</titel></kop><al>Richtlijnen en normen voor het onderdeel Instandhouding kleine
                        landschapselementen van artikel 13 lid 2 van deze subsidieregeling.</al><al>Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor de instandhouding van kleine landschapselementen.</al><al>De in deze bijlage opgenomen periodieke bijdragen voor het onderhoud van
                        landschapselementen is alleen van toepassing op bestaande en nieuwe
                        landschapselementen op dijken die onderdeel uitmaken van het project Dijk
                        van een Landschap (Intentieverklaring Dijk van een Landschap). De bijdrage
                        is 100% van de vastgestelde normbedragen (zie tabel B1a). Een bijdrage kan
                        verkregen worden voor het onderhoud van landschapsbomen, knotbomen, struweel
                        en poelen. Voor de poelen geldt dat ze aan de voet van de dijk gelegen
                        moeten zijn.</al><al>In de subsidienorm voor onderhoud van beplantingen is begrepen: het afzetten
                        van beplantingen, inclusief uitsnoeien en korten van de stammen en het
                        versnipperen van het takhout voor alle elementen met uitzondering van brede
                        beplantingselementen omdat bij deze elementen het snoeihout op andere wijze
                        kan worden verwerkt.</al><al>De normkosten voor Instandhouding kleine landschapselementen zijn berekend
                        op basis van de Tijdnormen voor aanleg en onderhoud van natuur, groen en
                        recreatieve voorzieningen (IMAG; Groene Boek). De berekening van de kosten
                        is conform de uitgangspunten in de door de Europese Commissie goedgekeurde
                        landelijke Catalogus Groen-Blauwe Diensten.</al><al>De normkosten zijn in tabel B1a opgenomen. Deze normen gelden bij uitvoering
                        in eigen beheer door de eigenaar. Wanneer het beheer gestructureerd wordt
                        opgezet en uitgevoerd worden door één of meerdere aannemers, wordt subsidie
                        toegezegd op basis van een offerte. De offerte wordt getoetst aan de normen
                        in tabel A3a.</al><al>Tabel B1a: Normen 2006 voor het onderhoud van beplantingen op dijken in het
                        West-Brabant (project Dijk v/e Landschap)</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Onderdeel</al></entry><entry><al>Vergoeding per onderhoudsbeurt</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Struweel</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Werkzaamheden: vellen, snoeien en
                                            verbranden/versnipperen takhout</al></entry></row><row><entry><al>Bedekking &gt; 60% 50-100 stammen per are met diameter
                                            &gt; 9 cm</al></entry><entry><al>€ 133,76 per are</al></entry></row><row><entry><al>Bedekking 20-60% 9 cm</al></entry><entry><al>€ 96,68 per are</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Knotbomen(rij)</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Werkzaamheden: knotten, takhout versnipperen</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam</al></entry><entry><al>€ 10,48 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 30-60 cm*, gemiddeld 30 telgen per
                                            knot</al></entry><entry><al>€ 28,83 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 60-80 cm*, gemiddeld 40 telgen per
                                            knot</al></entry><entry><al>€ 38,01 per stuk</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Bomen(rij) – bomen ouder dan 20 jaar</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Werkzaamheden: snoeien en versnipperen takhout</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam</al></entry><entry><al>€ 7,80 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 20-40 cm</al></entry><entry><al>€ 15,59 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam 40-80 cm</al></entry><entry><al>€ 22,69 per stuk</al></entry></row><row><entry><al>Diameter stam &gt; 80 cm</al></entry><entry><al>€ 35,34 per stuk</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Poel</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Werkzaamheden: opschonen poel</al></entry></row><row><entry><al>Voor één of meerdere poelen</al></entry><entry><al>Op basis van offerte </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* diameter gemeten op 130 cm boven maaiveld</al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage C</titel></kop><al>Richtlijnen en normen voor het onderdeel natuurbouw van artikel 14 lid 2 van
                        deze subsidieregeling</al><al>Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor kleinschalige natuurontwikkeling</al><al>Bijlage C heeft betrekking op de aanleg van natuurvriendelijke oevers en
                        overige projecten waarbij door ontgraving gunstige situaties voor
                        natuurontwikkeling worden gecreëerd. In tabel C zijn de subsidiabele
                        activiteiten omschreven.</al><al>Tabel C: Overzicht subsidiabele activiteiten</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>Onderdeel</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Te subsidiëren kosten</al></entry></row><row><entry><al>Planvorming</al><al>Bestek</al><al/></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Uitvoering door aanvrager zelf:</al><al>Planvorming: 3% van de uitvoeringskosten</al><al>Bestek : 3% van de uitvoeringskosten</al><al>Uitvoering door extern adviesbureau:</al><al>Planvorming: werkelijke kosten met maximum van 10% van
                                            de uitvoeringskosten</al><al>Bestek : werkelijke kosten met maximum van 10% van de
                                            uitvoeringskosten</al><al>Tot de uitvoeringskosten worden gerekend de kosten
                                            behorende bij de onderdelen inrichting en overige
                                            kosten.</al><al/></entry></row><row><entry><al>Inrichting</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>De inrichtingskosten komen tot een maximum van €
                                            50.000,-per hectare in te richten gebied voor subsidie
                                            in aanmerking.</al><al> Tot de inrichtingskosten worden gerekend: - het
                                            uitzetten van het object - uitgraven en transport grond
                                            - verwerken vrijkomende grond, indien van toepassing het
                                            betreffende perceel waarop de vrijkomende grond wordt
                                            verwerkt in oude staat herstellen - herstel rijpaden -
                                            rasterkosten ter bescherming van het element</al><al>De kosten van uitbestede werken als van werken die in
                                            eigen beheer worden uitgevoerd ten behoeve van de
                                            inrichting van een gebied zijn subsidiabel. Het
                                            subsidiebedrag wordt toegekend op basis van een
                                            begroting of een of meerdere offerte(s).</al><al>De begroting of offerte wordt getoetst aan de
                                            Standaard-Eenheids-Prijzen Dienst Landelijk Gebied.
                                        </al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Overige kosten</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Archeologisch onderzoek:</al><al>Legeskosten:</al><al>Kosten bemonstering ten behoeve van inrichting:</al><al>Uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en
                                            risico:</al><al>Onvoorzien:</al></entry><entry><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al><al>Subsidiabel zijn de kosten tot een maximum van 15% van
                                            de totale uitvoeringskosten.</al><al>Subsidiabel zijn de kosten tot een maximum van 10% van
                                            de totale uitvoeringskosten.</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage D</titel></kop><al>Richtlijnen en normen voor het onderdeel Biotoopverbetering van artikel 15
                        lid 2 van deze subsidieregeling</al><al>Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor biotoopverbetering</al><al>Bijlage D heeft betrekking op de aanleg van voorzieningen voor kwetsbare
                        diersoorten die niet in het kader van artikel 14 gesubsidieerd kunnen
                        worden. Voorzieningen waar aan gedacht kan worden zijn ondermeer aanleg van
                        steile wanden voor oeverzwaluwen en aanleg van vleermuizenverblijven. Bij
                        een aanvraag van een dergelijke voorziening zal de Stichting zich laten
                        adviseren door terzake deskundige over de ecologische meerwaarde van de
                        voorziening. In tabel D zijn de subsidiabele activiteiten nader
                        omschreven.</al><al>Tabel D: Overzicht subsidiabele activiteiten</al><al/><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Onderdeel</al></entry><entry><al>Te subsidiëren kosten</al></entry></row><row><entry><al>Planvorming</al><al>Bestek</al><al/></entry><entry><al>Uitvoering door aanvrager zelf:</al><al>Planvorming: 3% van de uitvoeringskosten</al><al>Bestek: 3% van de uitvoeringskosten</al><al>Uitvoering door extern adviesbureau:</al><al>Planvorming: werkelijke kosten met maximum van 10% van
                                            de uitvoeringskosten</al><al>Bestek: werkelijke kosten met maximum van 10% van de
                                            uitvoeringskosten</al><al>Tot de uitvoeringskosten worden gerekend de kosten
                                            behorende bij de onderdelen inrichting en overige kosten
                                            (aanneemsom) </al></entry></row><row><entry><al>Inrichting</al></entry><entry><al>Tot de inrichtingskosten worden gerekend: - het
                                            uitzetten van het object - het aanbrengen van de
                                            betreffende voorziening</al><al>De kosten van uitbestede werken als van werken die in
                                            eigen beheer worden uitgevoerd ten behoeve van de
                                            voorziening zijn subsidiabel. Het subsidiebedrag wordt
                                            toegekend op basis van een begroting of een of meerdere
                                            offerte(s).</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Overige kosten</al></entry></row><row><entry><al>Legeskosten:</al><al>Uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en
                                            risico:</al></entry><entry><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al><al>Subsidiabel zijn de kosten tot een maximum van 20% van
                                            de totale uitvoeringskosten.</al></entry></row><row><entry><al>Onvoorzien</al></entry><entry><al>Subsidiabel zijn de kosten tot een maximum van 10% van
                                            de totale uitvoeringskosten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage E</titel></kop><al>Richtlijnen en normen voor het onderdeel Ecologische verbindingszones ter
                        uitvoering van artikel 16 lid 6 van deze subsidieregeling, deels van
                        overeenkomstige toepassing op het onderdeel Ontsnippering van gemeentelijke
                        wegen (artikel 17 lid 6).</al><al>Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor ecologische verbindingszones.</al><al>Bijlage E heeft betrekking op de aanleg van ecologische verbindingszones en
                        deels ontsnippering van gemeentewegen. In tabel E zijn de subsidiabele
                        activiteiten nader omschreven.</al><al/><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Onderdeel</al></entry><entry><al>Te subsidiëren kosten</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Planvorming, bestek en directievoering</al></entry></row><row><entry><al>Planvorming</al><al>Bestek</al></entry><entry><al>Uitvoering door waterschap of gemeente zelf:</al><al>Planvorming: 3% van de uitvoeringskosten</al><al>Bestek: 3% van de uitvoeringskosten</al><al> Uitvoering door extern adviesbureau:</al><al>Planvorming: werkelijke kosten met maximum van 10% van
                                            de uitvoeringskosten</al><al>Bestek: werkelijke kosten met maximum van 10% van de
                                            uitvoeringskosten</al><al> Tot de uitvoeringskosten worden gerekend de kosten
                                            behorende bij de onderdelen inrichting en overige kosten
                                            (aanneemsom) </al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Kosten voor aankoop of inbreng van eigen gronden ten
                                            behoeve van een ecologische verbindingszone door
                                            waterschap en/of gemeente</al></entry></row><row><entry><al>Aankoop/ontpachting gronden algemeen:</al></entry><entry><al>- In het buitengebied komt gemiddeld 2,5 hectare grond
                                            per strekkende kilometer verbindingszone voor subsidie
                                            in aanmerking. - Binnen bestaand stedelijk gebied is
                                            gemiddeld 5,0 hectare grond per strekkende kilometer
                                            verbindingszone subsidiabel. </al></entry></row><row><entry><al>Aankoop van gronden:</al></entry><entry><al>Subsidiabel zijn de kosten voor grondaankoop mits zij
                                            niet uitstijgen boven hetgeen gebruikelijk is volgens
                                            Bureau Beheer Landbouwgronden van de Dienst Landelijk
                                            Gebied. Afwijkende situaties moeten voorgelegd worden
                                            aan Adviescommissie EVZ. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>Vervolg Tabel E</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry><al>Waardedaling</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Subsidiabel zijn de kosten voor waardedaling van de
                                            inzet van eigen agrarische gronden van waterschap en/of
                                            gemeente, mits deze niet uitstijgen boven hetgeen
                                            gebruikelijk is volgens Bureau Beheer Landbouwgronden
                                            van de Dienst Landelijk Gebied. Voor de restwaarde van
                                            gronden die omgezet worden in ‘natuur’ wordt 10 % van de
                                            grondprijs aangehouden.</al></entry></row><row><entry><al>Ontpachting:</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Subsidiabel zijn de kosten voor ontpachting mits zij
                                            niet uitstijgen boven hetgeen gebruikelijk is volgens
                                            Bureau Beheer Landbouwgronden van de Dienst Landelijk
                                            Gebied.</al></entry></row><row><entry><al>Personeelskosten voor verwerving en/of ontpachting:
                                        </al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Werkelijke kosten tot een maximum van 5% van de som van
                                            de grondprijs.</al></entry></row><row><entry><al>Notariële kosten:</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Werkelijke kosten subsidiabel </al></entry></row><row><entry><al>Onderdeel</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Te subsidiëren kosten</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Inrichting</al></entry></row><row><entry><al>Inrichting algemeen:</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>De kosten van uitbestede werken als van werken die in
                                            eigen beheer worden uitgevoerd ten behoeve van de
                                            inrichting van de ecologische verbindingszone met een
                                            gemiddelde breedte van 25 meter in het buitengebied en
                                            50 meter binnen het stedelijk zijn subsidiabel. </al><al>De inrichtingskosten komen tot een maximum van €
                                            50.000,- per hectare in te richten zone voor subsidie in
                                            aanmerking. Afwijkende situaties moeten voorgelegd
                                            worden aan Adviescommissie EVZ. </al><al>De begroting wordt getoetst aan de hand van de
                                            Standaard-Eenheids-Prijzen (SEP) Dienst Landelijk
                                            Gebied. </al></entry></row><row><entry><al>Kleinschalige faunavoorzieningen voor landnatuur:</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Zie artikel 17: Ontsnippering van gemeentelijke
                                            wegen</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Overige kosten</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Archeologisch onderzoek:</al></entry><entry><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Vooronderzoek kabels en leidingen:</al></entry><entry><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Legeskosten:</al></entry><entry><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Kosten bemonstering ten behoeve van inrichting:</al></entry><entry><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Uitvoeringskosten , algemene kosten, winst en
                                            risico:</al></entry><entry><al>Subsidiabel zijn de kosten tot een maximum van 20% van
                                            de totale uitvoeringskosten</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Onvoorzien:</al></entry><entry><al>Subsidiabel zijn de kosten tot een maximum van 10% van
                                            de totale uitvoeringskosten</al></entry></row><row><entry nameend="col2" namest="col1"><al>Kosten opstellen accountantsverklaring:</al></entry><entry><al>Werkelijke kosten subsidiabel</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage F</titel></kop><al>Richtlijnen en normen voor het onderdeel Herstel en behoud monumentale lanen
                        op landgoederen ter uitvoering van artikel 18 lid 4 van deze
                        subsidieregeling.</al><al>Subsidiabele activiteiten, criteria en randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor herstel en behoud monumentale lanen op particuliere landgoederen</al><al>De subsidiabele activiteiten, criteria, randvoorwaarden en subsidienormen
                        voor het herstel en behoud van monumentale lanen op landgoederen zijn
                        vastgelegd in het beoordelingskader Behoud en herstel van monumentale lanen
                        op particuliere landgoederen (GS 22 april 2008), een en ander zoals dit door
                        Gedeputeerde Staten is vastgesteld en gepubliceerd in het Provinciaal blad.
                        Hierin zijn zowel de criteria en voorwaarden opgenomen waaraan een
                        lanenplan–zoals bedoeld in artikel 18 lid 3– moet voldoen, als ook de
                        uitvoeringsmaatregelen welke voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen.
                        Op basis van deze criteria worden subsidiebeschikkingen opgesteld. In
                        bijzondere gevallen kunnen GS alleen op basis van een advies van de
                        commissie van experts voor de beoordeling van lanenplannen hiervan
                        afwijken.</al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage G</titel></kop><al>Handreiking inrichtingsvisie ecologische verbindingszones, vastgesteld door
                        de Adviescommissie EVZ op 16 oktober 2007</al><al>De Adviescommissie EVZ toetst subsidieaanvragen voor ecologische
                        verbindingszones, welke in het kader van deze subsidieregeling bij het
                        Coördinatiepunt Landschapsbeheer zijn ingediend. De Adviescommissie richt
                        zich daarbij met name op de ecologische onderbouwing van inrichtingsvisies.
                        Het uitgangspunt van de commissie daarbij is dat in een goede visie de
                        volgende vragen worden beantwoord:</al><al/><al>1. Welke natuurgebieden worden door de ecologische verbindingszone
                        verbonden?</al><al>Het kan daarbij gaan om natuurgebieden van de ecologische hoofdstructuur,
                        maar ook om andere voor specifieke soorten relevante leefgebieden, zoals
                        dassenleefgebied of struweelvogelgebied. In sommige gevallen kan ook het
                        gebied van de verbindingszone zelf bijzondere natuurwaarden hebben. In de
                        visie worden de betreffende natuurgebieden genoemd en wordt een korte
                        karakterisering van de natuurwaarden in deze gebieden gegeven (inclusief
                        bronvermelding).</al><al/><al>2. Voor welke (doel)soorten in de te verbinden natuurgebieden is de
                        ecologische verbindingszone van belang? Is er een goede analyse gemaakt ten
                        aanzien van de keuze van deze doelsoorten?</al><al>Uit de visie moet duidelijk worden welke soorten er in de te verbinden
                        natuurgebieden voorkomen (inclusief bronvermelding), en voor welke van die
                        soorten de ecologische verbindingszone van belang kan zijn. Het kan daarbij
                        gaan om soorten die al in (één van de) betreffende gebieden voorkomen, maar
                        ook om soorten waarvoor de te verbinden gebieden in potentie geschikt
                        zijn.</al><al>In de visie wordt tevens een nadere onderbouwing gegeven bij de selectie van
                        de doelsoorten. Daaruit moet blijken dat verwacht mag worden dat de soorten
                        waarvoor de verbindingszone wordt ingericht, ook daadwerkelijk van de
                        verbindingszone gebruik zullen gaan maken. Het heeft daarbij de voorkeur om
                        te kiezen voor een beperkt aantal doelsoorten, en niet een opsomming te
                        geven van alle mogelijke doelsoorten [1]</al><al>Past het gekozen ambitieniveau (doelsoorten) bij de feitelijke mogelijkheden
                        voor de verbindingszone?</al><al>Het ambitieniveau voor de ecologische verbindingszone moet overeenstemmen
                        met de mogelijkheden die er voor inrichting zijn. Als een ecologische
                        verbindingszone door stedelijk gebied loopt, dan heeft het mogelijk weinig
                        zin om voor een doelsoort te kiezen die stedelijk gebied mijdt, ook al zou
                        de verbindingszone in potentie veel meerwaarde voor die soort kunnen hebben.
                        Het is dan waarschijnlijk beter om het ambitieniveau te richten op een soort
                        die wel van de verbindingszone gebruik kan maken. Een ander voorbeeld is
                        wanneer een bepaalde doelsoort dusdanig hoge eisen aan zijn leefgebied stelt
                        (qua milieu of qua oppervlakte), en verwacht wordt dat binnen de voor een
                        verbindingszone beschikbare ruimte niet aan deze eisen voldaan kan worden.
                        Indien er geen mogelijkheden zijn om alsnog aan deze eisen te voldoen, dan
                        is het waarschijnlijk beter om het ambitieniveau aan te passen.</al><al>Overigens is het van belang om niet alleen een onderbouwing te geven bij de
                        keuze voor de doelsoorten waarvoor wel gekozen is, maar deze onderbouwing
                        ook te geven voor de doelsoorten waarvoor niet gekozen is. Alleen wanneer
                        deze informatie is toegevoegd, kan een goed oordeel over een
                        inrichtingsvisie worden gegeven.</al><al>4. Is de inrichting en het beheer van de verbindingszone afgestemd op de
                        gekozen doelsoorten?</al><al>In de visie is aangegeven welke eisen de gekozen doelsoorten aan hun leef-
                        of verspreidingsgebied stellen, en dat dit zijn doorvertaling heeft gekregen
                        in het inrichtingsplan. Belangrijk is ook dat uitgewerkt wordt welk
                        ecologisch beheer er nodig is om ook op de langere termijn de
                        verbindingszone voor deze soort geschikt te houden.</al><al>5. Hoe wordt het ecologische functioneren en recreatief medegebruik op
                        elkaar afgestemd?</al><al>In de visie is aangegeven waar –en met welke frequentie– er binnen de
                        verbindingszone sprake is van recreatief medegebruik, en door middel van
                        welke maatregelen voorkomen wordt dat er verstoring van de verbindingszone
                        plaatsvindt.</al><al>Over het algemeen is een ecologische verbindingszone goed te combineren met
                        (extensief) recreatief medegebruik, mits er hiermee bij de inrichting
                        rekening wordt gehouden. De mogelijkheden van recreatief medegebruik wordt
                        vanzelfsprekend mede bepaald door de voor de verbindingszone beschikbare
                        ruimte: in een EVZ met een gemiddelde breedte van 25 meter is meer mogelijk
                        dan in een EVZ met de minimale breedte van 10 meter.</al><al>6. Past de inrichting bij de landschapsecohydrologische structuur van het
                        gebied, en is rekening gehouden met archeologische, aardkundige en
                        cultuurhistorische aspecten?</al><al>De Adviescommissie neemt deze aspecten bij de beoordeling van
                        inrichtingsvisie zijdelings mee en adviseert zonodig over opvallende zaken.
                        Onder ‘opvallende zaken’ kan worden verstaan: · een voorstel tot bosaanleg
                        in een gebied met een typisch open landschappelijk karakter; · het voorstel
                        tot hermeandering van een gegraven waterloop (graaf, leij, turfvaart); · het
                        voorstel tot een inrichtingsprofiel van een laaglandbeek in de bovenloop van
                        een waterloop of omgekeerd; · het voorstel om een natte EVZ aan te leggen
                        over of door een dekzandrug; · het voorstel om een gebied in te richten
                        volgens het natuurdoeltype ‘nat schraalland’ op een locatie waar geen kwel
                        verwacht wordt.</al><al>Het heeft daarom meerwaarde wanneer in een visie kort wordt aangegeven of
                        bovengenoemde aspecten relevant zijn voor het gebied waarin de betreffende
                        verbindingszone is gelegen en hoe dit heeft doorgewerkt in de
                        inrichting.(Ten aanzien van aardkundige, archeologische en
                        cultuurhistorische waarden verdient het aanbeveling om hierover vooraf te
                        overleggen met de provinciaal adviseur.)</al><al>In meer algemene zin stelt de Adviescommissie een korte en bondige
                        rapportage op prijs. Als richtlijn kan worden meegegeven dat de ecologische
                        onderbouwing (vraag 1 t/m 3) voor één ecologische verbindingszone in
                        maximaal 1 à 2 A4 beantwoord moet kunnen worden.</al><al>[1] Dit is een essentieel onderdeel van de visie. Het gaat hier in feite om
                        de vraag welke functie de ecologische verbindingszone binnen de EHS kan
                        vervullen. Een veelgemaakte denkfout is dat er hier vanuit de
                        verbindingszone zelf geredeneerd wordt in plaats vanuit deze verbindende
                        functie van de verbindingszone. (Dus niet: ‘het is een natte EVZ; als
                        doelsoort kiezen we daarom voor soorten van natte biotopen’, maar wel ‘de
                        EVZ verbindt twee populaties van soort X; de EVZ wordt daarom ingericht
                        zodat in ieder geval soort X van deze zone gebruik kan maken.’)</al></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>