<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101391_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Cromstrijen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-05-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, d.d. 27 mei 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Cromstrijen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1110326</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Cromstrijen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Cromstrijen;</vet></al><al>overwegende dat;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 maart
                        2011;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen, het Convenant kwaliteit
                        peuterspeelzaalwerk en de Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen
                        nadere eisen te stellen aan de inrichting van peuterspeelzalen;</al><al>besluit:</al><al>de Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente
                        Cromstrijen 2011 vast te stellen, als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen
                            daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en Beleidsregels
                            kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2
                                bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                                leeftijd van de op te vangen kinderen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: </al><lijst><li nr="a."><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar; </al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte
                                        speelruimte per aanwezig kind; </al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te
                                        vangen kinderen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                                verordening gestelde regels. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als
                                toezichthouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel
                                2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                                peuterspeelzalen binnen 10 weken of de instandhouding redelijkerwijs
                                zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
                                of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in
                                overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                                toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van
                                de bij deze verordening gestelde voorschriften. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                onderzoek bij een peuterspeelzaal, als bedoeld in artikel 5,
                                schriftelijk vast in een inspectierapport. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of
                                krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen
                                worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de
                                houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en
                                daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder
                                vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                                de vaststelling daarvan openbaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
                                vaststelling van het rapport. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten
                            of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van
                            kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal
                            leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet
                            de houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente
                                Cromstrijen d.d. 14 december 2004 wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op
                                haar bekendmaking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                            inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Cromstrijen 2011.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Op 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                            peuterspeelzalen (hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel van deze
                            Wet is om jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig
                            en stimulerende omgeving te bieden.</al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de
                            regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren met de
                            kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een landelijk kwaliteitskader voor
                            zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang met minimum
                            kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen voor
                            de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de
                            bevoegdheid gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een
                            Algemene maatregel van Bestuur vast te leggen (AmvB). Van deze
                            bevoegdheid is tot op heden geen gebruik gemaakt omdat de partijen een
                            convenant hebben afgesloten waarin de kwaliteitseisen voor de houders
                            van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt.</al><al>De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de
                            Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de
                            minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Echter, in deze
                            Beleidsregels zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en
                            inrichting van de peuterspeelzalen. Bij het opstellen van de
                            modelverordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen is
                            aangesloten bij het convenant en de Beleidsregels kwaliteitseisen
                            kinderopvang.</al><al>Het onderhavige model is in overleg met diverse deskundigen op het
                            gebied van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties
                            tot stand gekomen.</al><al><vet>Ruimte en inrichting</vet></al><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het
                            stellen van kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen
                            hier een essentieel onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind
                            zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de cognitieve, de
                            sociaal-emotionele en de motorische vaardigheden. De opvoeding door de
                            ouders legt daarvoor de basis, maar ook de rest van de omgeving waarin
                            het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen brengen enkele uren per
                            dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze moeten daar
                            veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben.</al><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn
                            en volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                            brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne
                            en dergelijke.</al><al><vet>Toezicht</vet></al><al>In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de
                            handhaving, zijn de algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van
                            toepassing.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² bruto oppervlak
                            speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn
                            ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte
                            dient rekening te worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van
                            een ruimte gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Het gaat om
                            het totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in de
                            groepsruimten. Dus de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de
                            ruimtes waar de kinderen spelen.</al><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die
                            zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat
                            bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten
                            voldoen. Peuterspeelzalen vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie
                            voor kinderopvang’. De eisen uit het Bouwbesluit hebben betrekking op
                            veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik
                            maken van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te
                            zijn gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel
                            geschikt te zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en
                            mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat
                            bij de inrichting rekening dient te worden gehouden met het aantal
                            kinderen en de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de ruimte.
                            De speelruimte bestaat per aanwezig kind uit minimaal 3m² bruto
                            oppervlakte. Met aanwezig kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal
                            aanwezige kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W)
                            verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen
                            de directeur van de GGD aan als toezichthouder. Dit is in
                            overeenstemming met het systeem van de wet. De directeur van de GGD
                            oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van de burgemeester en
                            wethouders. Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht bevat een
                            algemene regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het
                            recht op het betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en
                            het inzien van schriftelijke stukken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de
                            eerste plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een
                            aanvraag voor de exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de
                            voorschriften uit deze verordening zal worden voldaan. Daarnaast voert
                            de toezichthouder jaarlijks regulier onderzoek uit bij bestaande
                            peuterspeelzalen. Voorts beschikt de toezichthouder op grond van lid 3
                            over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten naar de
                            naleving van de voorschriften uit deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de
                            toezichthouder schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De
                            toezichthouder zendt het ontwerpinspectierapport aan de houder van de
                            peuterspeelzaal. De houder wordt hiermee in de mogelijkheid gesteld om
                            een reactie te geven op de inhoud van het rapport. De toezichthouder
                            dient de reactie van de houder als bijlage bij het rapport te voegen. De
                            houder zorgt er voor dat zowel ouders van kinderen in de peuterspeelzaal
                            als het personeel inzage hebben in het inspectierapport van de
                            toezichthouder. Uiterlijk 3 weken na ontvangst maakt de toezichthouder
                            het inspectierapport openbaar. </al><al> Het ligt voor de hand dat de toezichthouder voor de openbaarmaking een
                            breed toegankelijk medium kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden
                            die het internet biedt. Van deze vaststelling worden burgemeester en
                            wethouders door de houder op de hoogte gebracht. In de praktijk zal het
                            veelal betekenen dat de toezichthouder het inspectierapport naar
                            burgemeester en wethouders toezendt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de
                            mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin
                            toepassing van een artikel van de verordening een onbillijkheid van
                            overwegende aard zou opleveren, artikel 2 en 3 buiten toepassing te
                            laten of daarvan af te wijken. Het afwijkende besluit van burgemeester
                            en wethouders moet altijd binnen de doelstellingen van de verordening
                            passen. De toepassing van de hardheidsclausule moet beperkt blijven tot
                            individuele gevallen. Het gebruik van dit artikel is slechts in
                            uitzonderlijke gevallen mogelijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande
                            peuterspeelzalen de tijd en gelegenheid te bieden om aan de
                            voorschriften zoals gesteld in de verordening te voldoen. Indien er
                            binnen een gemeente al een verordening bestaat met eisen aan ruimte- en
                            inrichting van peuterspeelzalen, dan is het niet nodig om deze
                            overgangsbepaling op te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerktreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 10 mei 2011.</al><al>Met ingang van die datum trekken wij de verordening peuterspeelzaalwerk
                            gemeente Cromstrijen 14 december 2004 (inclusief wijzigingen) in.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                            inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Cromstrijen 2011.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="29*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="45*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen
                                                in zijn openbare vergadering gehouden op 10 mei
                                                2011,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de griffier,</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>de voorzitter,</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>