<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101293_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening investeringsbudget stedelijke vernieuwing Gelderland 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-07-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2010/70</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening investeringsbudget stedelijke vernieuwing Gelderland 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PS2010-466</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>huisvesting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening investeringsbudget stedelijke vernieuwing Gelderland 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten d.d. 23 febrauri 2005, nr.
                        PS2005-54 (Provinciaal Blad nr. 2005/28 van 17 maart 2005). Op 12 mei 2005
                        met terugwerkende kracht tot 1 januari 2005 in werking getreden. Laatstelijk
                        gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 30 juni 2010, nr.
                        PS2010-466 (Provinciaal Blad nr. 2010/70 van 8 juli 2010). Op 9 juli 2010 in
                        werking getreden.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> wet: Wet stedelijke vernieuwing;</al></li><li nr="b."><al> Mega-beschikking: besluit van de Minister van Volkshuisvesting,
                                    Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot plaatsen van woningen
                                    op de A- en Raillijst voor het nemen van geluidwerende
                                    maatregelen;</al></li><li nr="c."><al> programmagemeente: de gemeente bedoeld in artikel 6, derde lid,
                                    onder a van de wet;</al></li><li nr="d."><al> projectgemeente: de gemeente bedoeld in artikel 7, vijfde lid,
                                    van de wet;</al></li><li nr="e."><al> enkelvoudige geluidssanering: een activiteit die geen onderdeel
                                    uitmaakt van een ISV-project maar alleen is gericht op
                                    geluidwerende maatregelen van woningen, als opgenomen in de
                                    Mega-beschikking en de provinciale actualisering daarvan;</al></li><li nr="f."><al> ISV-project: een of meer activiteiten op het gebied van
                                    stedelijke vernieuwing, waarvan onderdeel kan uitmaken het
                                    saneren van een ernstige bodemverontreiniging, veroorzaakt voor
                                    1987, en geluidwerende maatregelen van woningen, als opgenomen
                                    in de Mega-beschikking en de provinciale actualisering
                                    daarvan;</al></li><li nr="g."><al> ISV-bodemmodule: een overzicht van de in het
                                    investeringstijdvak aan te pakken bodemproblemen in een
                                    programmagemeente;</al></li><li nr="h."><al> herstructureringslocatie: een gebied binnen de bebouwde kom (CD
                                    ROM VROM contouren bestaand stedelijk gebied 2000) waar
                                    bestaande huur- of koopwoningen vervangen worden door nieuwe
                                    huur- of koopwoningen of deze worden toegevoegd; onder
                                    vervanging wordt ook begrepen de ingrijpende renovatie van
                                    huurwoningen en gedeeltelijke omzetting naar koopwoningen;</al></li><li nr="i."><al> functieveranderings- of transformatielocatie: de feitelijke
                                    functiewijziging binnen de bebouwde kom met als resultaat
                                    wonen;</al></li><li nr="j."><al> subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor
                                    de verstrekking van investeringsbudgetten op grond van deze
                                    regeling;</al></li><li nr="k."><al> bodemprestatie-eenheden: een factor waarin de geleverde
                                    inspanning van de bodemsanering in m2 te saneren terrein, m2 te
                                    saneren grond en m2 te saneren grondwater wordt uitgedrukt;</al></li><li nr="l."><al> een goedgekeurde kostenexploitatie: een door de raad
                                    goedgekeurde begroting op basis van een kostenexploitatie van
                                    het te ontwikkelen plangebied waarbij de verwachte kosten en
                                    opbrengsten zijn weergegeven waaruit blijkt welk bedrag blijvend
                                    voor rekening van de gemeente komt;</al></li><li nr="m."><al> controleprotocol: een instructie aan de subsidie-ontvanger als
                                    bedoeld in artikel 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht voor
                                    het geven van aanwijzingen voor de reikwijdte en intensiteit van
                                    de accountantscontrole.</al></li><li nr="n."><al> Gelders stedelijk ontwikkelingsbeleid: provinciaal stedelijk
                                    ontwikkelingsbeleid voor de gemeenten Apeldoorn, Arnhem,
                                    Doetinchem, Ede, Harderwijk, Nijmegen, Tiel, Zutphen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Uitsluiting Algemene subsidieverordening Gelderland
                                1998</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening Gelderland 1998 is niet van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ten behoeve van de verstrekking van investeringsbudget aan de
                                programmagemeenten, is het gedeelte van de krachtens artikel 5,
                                derde lid, van de wet ontvangen middelen beschikbaar, dat door
                                Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld. Gedeputeerde Staten hanteren
                                daarbij als indicatie het door het Rijk voor deze gemeenten
                                berekende bedrag, exclusief de component bodemsanering. Ten behoeve
                                van de verstrekking van investeringsbudget aan de projectgemeenten
                                is het restant van de in de vorige volzin bedoelde middelen
                                beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de
                                verstrekking van investeringsbudget aan de programmagemeenten vast
                                voorafgaand aan het investeringstijdvak voor de duur daarvan. Voor
                                de projectgemeenten stellen zij jaarlijks het subsidieplafond
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De middelen voor het verstrekken van investeringsbudget aan
                                programmagemeenten en projectgemeenten, die Gedeputeerde Staten in
                                enig jaar niet hebben besteed, behouden hun bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het in het kader van ISV beschikbare bodembudget en het
                                geluidsbudget maken integraal deel uit van het ISV
                                investeringsbudget en kunnen voor fysieke programmaonderdelen en
                                projecten, die aan de criteria voldoen worden ingezet.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Aan middelen die in enig jaar niet zijn besteed, wordt per 31
                                december van dat jaar rente toegevoegd volgens een door de provincie
                                gebruikelijk berekend percentage.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De artikelen 4:25, tweede en derde lid, 4:27 en 4:28 Algemene wet
                                bestuursrecht zijn van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Aanwijzing programmagemeenten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten wijzen op grond van continuïteit als
                            programmagemeente aan de gemeenten, die in het eerste
                            investeringstijdvak programmagemeenten waren en ook in het tweede
                            investeringstijdvak een structurele vernieuwingsopgave hebben, die in
                            overeenstemming is met de provinciale uitgangspunten. Voor die
                            programmagemeenten, die hebben aangegeven in het tweede
                            investeringstijdvak projectgemeenten te willen zijn, geldt de eerste
                            volzin niet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Verdelingscriteria programmagemeenten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5. Verdeling investeringsbudget aan
                                programmagemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het investeringsbudget voor een programmagemeente bedraagt ten
                                hoogste het indicatieve bedrag van het investeringsbudget, dat
                                Gedeputeerde Staten vaststelt, met als uitgangspunt de door het Rijk
                                aangegeven indicatie voor deze gemeente. Voor de toekenning van
                                bodemmiddelen geldt deze systematiek niet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de jaren 2008 en 2009 kunnen Gedeputeerde Staten aan
                                programmagemeenten, niet zijnde de gemeenten bedoeld in artikel 1,
                                onderdeel n., een extra investeringsbudget stedelijke vernieuwing
                                verstrekken voor de door hen in het kader van de versnelling van de
                                woningbouw geoormerkte projecten die niet in het programma 2005-2010
                                zijn genoemd. Het extra investeringsbudget bedraagt maximaal €
                                580.000,-- per gemeente. In afwijking van het bepaalde in de vorige
                                volzin kan ten behoeve van een, naar het oordeel van Gedeputeerde
                                Staten, zeer complexe bouwlocatie het investeringsbudget per
                                gemeente op grond van dit artikel worden verhoogd tot maximaal €
                                2.000.000,--.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Artikel 8, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing
                                op de in het vorige lid bedoelde verstrekking van een
                                investeringsbudget.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Bodemsanering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In het ontwikkelingsprogramma, waar in relatie tot herontwikkeling
                                tevens een ernstige bodemverontreiniging integraal wordt opgelost,
                                wordt dit expliciet aangegeven in de bodemmodule. Bij de aanpak van
                                de bodemproblematiek gaat het om een functiegerichte en
                                kosteneffectieve sanering. Alleen bodemsaneringsprogramma's die
                                gerealiseerd kunnen worden binnen de uitvoeringsperiode van het
                                investeringstijdvak komen voor een bijdrage in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De middelen, die vanwege de bodemproblematiek aan het ISV-budget
                                zijn toegevoegd worden zo veel mogelijk integraal ingezet om de
                                herstructurings- en transformatieopgave mogelijk te maken. Daarbij
                                wordt in eerste instantie gelet op het oplossen van de belemmeringen
                                die veroorzaakt worden door de bodemvervuiling. De
                                ontwikkelingsprogramma's vormen daarvoor de basis. Het maximum voor
                                de programmagemeenten wordt gevormd door de verdeelsleutel uit het
                                landsdekkend beeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Geluidssanering</titel></kop><al>In het ontwikkelingsprogramma, waar in relatie tot herontwikkeling
                            tevens een geluidssanering integraal wordt aangepakt, wordt dit
                            expliciet aangegeven in het ontwikkelingsprogramma. Bij de aanpak van de
                            geluidssanering gaat het om een kosteneffectieve sanering. Alleen
                            geluidssaneringsprogramma’s die gerealiseerd kunnen worden binnen de
                            uitvoeringsperiode van het investeringstijdvak komen voor een bijdrage
                            in aanmerking.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Verdelingscriteria projectgemeenten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8. Verdeling investeringsbudget aan
                                projectgemeente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het maximale investeringsbudget voor een projectgemeente bedraagt
                                binnen het investeringstijdvak € 580.000,--. Het investeringsbudget
                                kan aan een of meer projecten binnen het investeringstijdvak worden
                                besteed. Het in de eerste volzin genoemde maximum geldt niet voor
                                enkelvoudige geluidssanering. In afwijking van het bepaalde in de
                                eerste volzin kan ten behoeve van een, naar het oordeel van
                                Gedeputeerde Staten, zeer complexe bouwlocatie het
                                investeringsbudget per gemeente op grond van dit artikel worden
                                verhoogd tot maximaal € 2.000.000,--.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het investeringsbudget wordt alleen verstrekt als voldoende
                                invulling is gegeven aan het provinciaal accent wonen, als nader
                                uitgewerkt in door Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsregels.
                                Projecten die niet voldoen aan die verplichte eisen, worden niet in
                                de rangorde opgenomen, als bedoeld in het vijfde lid.</al><al/><al> Gedeputeerde Staten bepalen voor het provinciaal accent wonen de
                                volgende categorieën: </al><lijst><li nr="a."><al> Aanpak omvat kwalitatief woningaanbod conform de woonvisie
                                        Gelderland deel A t/m C.</al></li><li nr="b."><al> Aanpak omvat een herstructurerings- en/of
                                        transformatielocatie.</al></li><li nr="c."><al> Aanpak omvat het vergroten van de
                                        woningdifferentiatie.</al></li><li nr="d."><al> Aanpak omvat sociale koop- en/of sociale huurwoningen en
                                        woningen voor specifieke doelgroepen.e. Minimale omvang van
                                        10 woningen. In een specifiek geval in een kleine kern
                                        kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van dit criterium, mits
                                        het project ook op één voorrangscriterium scoort, als
                                        bedoeld in het vijfde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het vast te stellen investeringsbudget kan niet hoger zijn dan de
                                helft van de door Gedeputeerde Staten met inachtneming van artikel
                                11 goedgekeurde bijdrage van de gemeente zelf in de kosten van het
                                project, dat blijvend ten laste van de gemeente komt. De eerste
                                volzin is niet van toepassing op enkelvoudige geluidssanering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde Staten bepalen bij de verlening van het
                                investeringsbudget de termijn waarbinnen met het project een aanvang
                                moet zijn gemaakt en nemen daarbij in acht dat deze termijn ten
                                minste binnen het investeringstijdvak ligt. Bij aanvragen die worden
                                gedaan voor 1 juli 2010 wordt deze termijn gesteld op 1 januari
                                2011. Bij aanvragen die worden gedaan voor 1 oktober 2010 wordt deze
                                termijn gesteld op 1 januari 2012. Bij aanvragen die worden gedaan
                                voor 1 januari 2011 wordt deze termijn gesteld op 1 januari
                                2013.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Gedeputeerde Staten geven bij de verdeling van het
                                investeringsbudget voorrang aan die projecten die het meest
                                overeenstemmen met het doel van de wet. Gedeputeerde Staten kunnen
                                bij nadere regels een puntenstelsel vaststellen, waarbij extra
                                inspanningen die extra kwaliteit toevoegen aan het project, in
                                punten worden uitgedrukt. Het project met de meeste punten heeft
                                voorrang.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De aanvraag heeft een hogere prioriteit naarmate het bedrag per
                                woning waarvoor subsidie wordt verstrekt in vergelijking met de
                                bedragen per woning in andere aanvragen lager is. Het in de eerste
                                volzin bepaalde is niet van toepassing op projecten waarvoor ook uit
                                andere provinciale middelen subsidie wordt ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Bodemsanering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij projectaanvragen, waar in relatie tot herontwikkeling tevens
                                een ernstige bodemverontreiniging integraal wordt opgelost, wordt
                                dit expliciet aangegeven in de projectaanvraag. Bij de aanpak van de
                                bodemproblematiek gaat het om een functiegerichte en
                                kosteneffectieve sanering. Alleen bodemsaneringsprojecten die
                                gerealiseerd kunnen worden binnen de uitvoeringsperiode van het
                                investeringstijdvak, komen voor een bijdrage in aanmerking, met
                                uitzondering van aanvragen die worden gedaan in 2009, waarvoor de
                                termijn wordt gesteld op 31 december 2011.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De middelen, die vanwege de bodemproblematiek aan het ISV-budget
                                zijn toegevoegd, worden zo veel mogelijk integraal ingezet om de
                                herstructurerings- en transformatieopgave mogelijk te maken. Daarbij
                                wordt in eerste instantie gelet op het oplossen van de belemmeringen
                                die veroorzaakt worden door de bodemvervuiling. De projectaanvragen
                                vormen daarvoor de basis. Het maximum voor de projectgemeenten in de
                                regio's KAN en Stedendriehoek kan worden verhoogd en wordt in dat
                                geval gevormd door de verdeelsleutel uit het landsdekkend
                                beeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Geluidssanering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij projectaanvragen, waar in relatie tot herontwikkeling tevens
                                een geluidssanering integraal wordt aangepakt, wordt dit expliciet
                                aangegeven in de projectaanvraag. Bij de aanpak van de
                                geluidssanering gaat het om een kosteneffectieve sanering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De maximale bijdrage voor geluidssanering bedraagt het indicatieve
                                sleutelbedrag, dat op regionaal niveau wordt afgeleid van de
                                Mega-beschikking en de provinciale actualisatie daarvan. De hoogte
                                van de bijdrage is afhankelijk van de gekozen geluidsreducerende
                                maatregel en de gemeentelijke investeringen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten geven in 2005 en 2006 voorrang aan
                                ISV-projecten boven enkelvoudige geluidssanering. Gedeputeerde
                                Staten kunnen de beslissingen op in 2005 en 2006 gedane aanvragen
                                voor enkelvoudige geluidssanering opschorten tot uiterlijk 1 januari
                                2007.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten geven bij enkelvoudige geluidssanering, als
                                bedoeld onder 1e, voorrang aan projecten, waarbij de meest
                                effectieve maatregelen worden genomen in volgorde van maatregelen
                                bij de bron, bij de overdracht van geluid en de ontvangst van
                                geluid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten laten de navolgende kosten bij het beoordelen
                                van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage buiten beschouwing: </al><lijst><li nr="a."><al> kosten die aantoonbaar niet doelmatig of zonder voldoende
                                        reden worden gemaakt;</al></li><li nr="b."><al> kosten, die uit reguliere financieringsbronnen kunnen
                                        worden betaald;</al></li><li nr="c."><al> kosten, die niet blijvend ten laste van de gemeente zullen
                                        komen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De maximale kosten voor een bodemsanering, die in aanmerking komen
                                voor subsidie, worden berekend op basis van
                                bodemprestatie-eenheden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van een door de
                                gemeenteraad goedgekeurde kostenexploitatie van het project, waaruit
                                ook de bijdragen van de verschillende partijen blijkt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen aanvullende informatie vragen, waarvan
                                de kosten voor rekening komen van aanvrager.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4 De aanvraag en verlening van investeringsbudget van een
                            projectgemeente</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12. De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag van investeringsbudget voor projecten wordt ingediend
                                uiterlijk 1 maart of 1 oktober, 1 juli respectievelijk 1 januari van
                                het betreffende jaar, dat investeringsbudget wordt verdeeld, door
                                middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld formulier.
                                Gedeputeerde Staten laten een te laat ingediende aanvraag buiten
                                behandeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvraag, die ook maatregelen omvat op het gebied van
                                bodemsanering, bevat ten minste de navolgende gegevens:</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvraag, die ook maatregelen omvat op het gebied van
                                geluidssanering, bevat ten minste de navolgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al> een analyse van de (on)mogelijkheden voor een koppeling van
                                        de aanpak van geluidssanering met een aanpak in gebieden van
                                        herstructering en transformatie;</al></li><li nr="b."><al> programmering en fasering van de aanpak van geluidssanering
                                        voor de periode 2005 t/m 2009;</al></li><li nr="c."><al> relatie met de totale werkvoorraad geluidssanering, zijnde
                                        de werkvoorraad tot 2020;</al></li><li nr="d."><al> relatie met de langetermijn-afspraken met de voormalige
                                        budgethouder;</al></li><li nr="e."><al> verslag van de uitkomsten van de regionale afstemming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen voor enkelvoudige
                                geluidssanering door projectgemeenten tot uiterlijk 1 januari 2007
                                worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13.</titel></kop><al>De aanvraag wordt buiten behandeling gelaten indien op het moment van
                            indiening met de uitvoering van het project een begin is gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14.</titel></kop><al>Artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5 Vaststelling van aan een projectgemeente verleend
                            investeringsbudget</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15. Vaststelling</titel></kop><al> Projectgemeenten dienen de aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                            voor het investeringsbudget stedelijke vernieuwing over de periode
                            2000-2005 in, tegelijk met de jaarrekening en het jaarverslag van het
                            jaar, waarin het project is afgerond. In deze aanvraag worden de
                            activiteiten die in de periode bedoeld in de vorige volzin, zijn
                            uitgevoerd alsmede de daarmee verband houdende uitgaven
                            verantwoord.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De betaling aan een projectgemeente</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De betaling van investeringsbudget aan een projectgemeente vindt
                                plaats binnen zes weken na de subsidievaststelling, onder
                                verrekening van de betaalde voorschotten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De artikelen 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn
                                van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen aan een projectgemeente een voorschot
                                van ten hoogste 80% van verleende investeringsbudget verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het bepaalde in het
                                vorige lid, projectgemeenten een voorschot van maximaal 95 % van de
                                verleende subsidie verstrekken, als het project is afgerond en de
                                activiteiten zijn uitgevoerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 7 Overgangsrecht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18. Afhandeling aanvragen eerste
                                investeringstijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aanvragen, die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze
                                verordening, worden afgehandeld volgens de bepalingen van de oude
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een subsidieaanvraag van een projectgemeente die tijdens de tweede
                                investeringsperiode programmagemeente was, wordt met voorrang
                                behandeld, mits de aanvraag in 2010 wordt ingediend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8 Bijzondere en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19. Rapportage</titel></kop><al>Eenmaal per jaar rapporteren burgemeester en wethouders over de
                            voortgang van de projecten, zodanig dat inzichtelijk is wanneer de
                            afronding plaatsvindt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Evaluatie</titel></kop><al>Eenmaal in de vijf jaren wordt een verslag gepubliceerd over de
                            doeltreffendheid en de effecten van investeringsbudget in de praktijk.
                            Het verslag wordt voor de tweede keer na inwerkingtreding van de
                            verordening aan Provinciale Staten aangeboden in juni 2011.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Ontheffing en afwijking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten afwijken of
                                ontheffing verlenen van de procedurebepalingen en -voorschriften van
                                deze verordening.</al><al/><al> Voor het tijdvak 15 april - 31 december 2009 geldt in afwijking van
                                het bepaalde in:</al><al/><al> - artikel 5, tweede lid, dat een investeringsbudget eveneens kan
                                worden verleend aan gemeenten bedoeld in artikel 1, onderdeel
                                n.</al><al/><al> - Artikel 8, eerste en tweede lid, dat een maximaal
                                investeringsbudget per project kan worden verstrekt van €
                                580.000,--;</al><al/><al> - Artikel 8, vijfde lid dat uiterlijk in 2010 een aanvang met het
                                project moet worden gemaakt.</al><al/><al> -artikel 12, eerste lid, dat een aanvraag uiterlijk op 1 juli moet
                                zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen ten behoeve van
                                activiteiten en projecten die van buitengewonn belang zijn voor de
                                uitvoering van het stedelijk ontwikkelingsbeleid afwijken van het
                                maximale investeringsbudget bedoeld in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Bijzondere afwijking</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen, in afwijking van het bepaalde in de
                            paragrafen 2 en 3, bijzondere subsidies verstrekken ten behoeve van
                            projecten of activiteiten die van buitengewoon belang zijn voor de
                            uitvoering van stedelijk ontwikkelingsbeleid, zoals vastgelegd in de
                            beleidsbrieven voor programmagemeenten en projectgemeenten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Intrekking</titel></kop><al>De Verordening investeringsbudget stedelijke vernieuwing Gelderland
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Naamgeving en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening wordt aangehaald als Verordening
                                investeringsbudget stedelijke vernieuwing Gelderland 2005.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Zij treedt in werking op het moment dat de Wet stedelijke
                                vernieuwing in werking treedt, maar niet eerder dan de dag na datum
                                van uitgifte van het Provinciaal Blad en werkt terug tot en met 1
                                januari 2005.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Op 31 december 2004 eindigt het eerste investeringstijdvak stedelijke
                    vernieuwing. Voor het tweede investeringstijdvak 2005-2010 heeft het Rijk een
                    aantal beleidswijzigingen aangebracht, hetgeen eveneens leidt tot een voorstel
                    tot wijziging van de Wet stedelijke vernieuwing. Ook wij hebben in ons beleid
                    ten aanzien van programmagemeenten en projectgemeenten wijzigingen aangebracht.
                    Op grond van artikel 6, vierde lid van de wet behoren Provinciale Staten de
                    verdelingscriteria in een verordening vast te leggen. Onze beleidswijzigingen
                    leiden ook tot een aanpassing van de Verordening investeringsbudget stedelijke
                    vernieuwing Gelderland. De wettelijke voorschriften voor programmagemeenten zijn
                    grotendeels in de Wet stedelijke vernieuwing vastgelegd. In de verordening zijn
                    op dit punt de paragrafen 1 en 2 van belang. Voor de projectgemeenten regelt de
                    wet zeer minimaal de basisvereisten en geeft het provinciaal bestuur de ruimte
                    eigen beleid te accentueren. Voor de projectgemeenten is dat beleid vastgelegd
                    in de paragrafen 3 tot en met 7. Ten opzichte van de oude regeling is gekozen
                    voor een eenvoudiger puntensysteem, ruimere financiële bijdragen voor
                    individuele projectgemeenten, een forse nadruk op wonen, verminderde aandacht
                    voor economie en meer specifieke mogelijkheden voor geluidssanering. De
                    mogelijkheid om reguliere aanvragen te koppelen aan bodemsanering blijft
                    gehandhaafd.</al><al>Staatssteun</al><al>De gemeenten zullen er op toezien dat het investeringsbudget niet wordt
                    aangewend voor het direct of indirect begunstigen van bepaalde ondernemingen of
                    producties, tenzij sprake is van toegestane staatssteun. Voor de vaststelling
                    van het investeringsbudget kan het niet inachtnemen van deze bepaling een
                    weigeringsgrond opleveren.</al><al>In een werkgroep van IPO/VROM in samenwerking met het Kenniscentrum Europa
                    decentraal is nader uitgewerkt hoe gemeenten het aspect staatssteun dienen te
                    behandelen. Meer accent zal worden gelegd op (openbaar) aanbesteden en
                    onafhankelijke taxaties. Daarnaast kan ook overwogen worden om steun bij de
                    Europese Commissie aan te melden, zodat ieder misverstand of staatssteun al dan
                    niet is toegestaan wordt uitgesloten. Bij de verordening komt een handleiding
                    over staatssteun. Meer bewust omgaan met het begrip staatssteun zal leiden tot
                    enige vertraging bij de aanpak van projecten. Op langere termijn zal blijken dat
                    veel procedures gelijktijdig kunnen lopen en de vertraging in de praktijk
                    mogelijk kan meevallen.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1f: Bodemsanering en geluidssanering kunnen deel uitmaken van een
                    ISV-project.</al><al>Artikel 1g: De bodemmodule vormt per programmagemeente een onderdeel van een
                    ISV-ontwikkelingsprogramma en wordt volgens een voorgeschreven standaard
                    gerapporteerd. In de bodemmodule wordt per project aangegeven of het een
                    dynamische dan wel statische locatie betreft, datgene wat als oude
                    verplichtingperiode doorschuift uit een voorgaande periode, de planning, de
                    wijze van financiering en voor te saneren locaties het overzicht van de
                    (verwachte) bodemprestatie-eenheden (bpe’s).</al><al>Artikel 1 h: Onder ingrijpende renovatie wordt verstaan een investering van meer
                    dan € 50.000,-- per woning, welk bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd.</al><al>Artikel 1 l: Alle relevante kosten en opbrengsten en rekenparameters zijn hierin
                    opgenomen. Bij een dergelijke kostenexploitatie hoort altijd een kaart waar het
                    plangebied exact op staat.</al><al>Artikel 6 en 7: Voor de programma’s van programmagemeenten valt de nadruk op de
                    component wonen.</al><al>Artikel 7, 8, 9 en 10: Ook voor de projecten van de projectgemeenten valt de
                    nadruk op de component wonen; indien deze component ontbreekt is geen sprake van
                    een subsidiabel ISV-project.</al><al>Artikel 8: De Beleidsbrief ISV-2 voor projectgemeenten bevat nieuw beleid voor
                    de inzet van de middelen, die ten opzichte van de eerste periode aanzienlijk
                    zijn afgenomen. Het eerste investeringstijdvak heeft bovendien tot betere
                    inzichten geleid, hoe de middelen het meest effectief kunnen worden ingezet. Ook
                    de koppeling aan andere budgetten zal meer aandacht krijgen in het tweede
                    investeringstijdvak.</al><al>Artikel 11, tweede lid: Een Algemene maatregel van bestuur is in
                    voorbereiding.</al><al>Artikel 11, derde lid: Het kan bijvoorbeeld gaan om noodzakelijke
                    taxatiekosten.</al><al>Artikel 17: De uitbetaling van voorschotten volgt het betalingsritme van het
                    Rijk.</al><al> Toelichting bij de wijziging van 25 januari 2006</al><al>De motivatie voor wijziging van de Verordening investeringsbudget stedelijke
                    vernieuwing Gelderland 2005 is hetzelfde als bij de wijziging van de Verordening
                    bijdragenverlening primaire waterkeringen Gelderland. In dit verband wordt dan
                    ook verwezen naar de toelichting op artikel IV.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>