<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101200_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente Gulpen-Wittem 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente Gulpen-Wittem 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-10-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PD/026</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van inwerkingtreding van deze regeling is bij benadering</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente Gulpen-Wittem 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De Raad van de gemeente Gulpen-Wittem,</al><al>gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 -08- 2008,</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al><vet>SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</vet></al><al><vet>GEMEENTE GULPEN-WITTEM 2008</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Algemene</nr><titel>bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.monument:</al><al>een object dat op grond van de 'Monumentenverordening 2008 is geplaatst op de gemeentelijke</al><al>monumentenlijst; bijgebouwen, interieurelementen en andere aanhorigheden bij en in een monument</al><al>worden als onderdeel van het monument aangemerkt indien deze als waardevol worden vermeld in de</al><al>redengevende beschrijving van het monument;</al><al>b.restaureren/plegen van onderhoud:</al><al>het treffen van voorzieningen/maatregelen tot het opheffen van (bouwtechnische)</al><al>gebreken, waaronder begrepen het normale onderhoud, noodzakelijk voor het herstel en de</al><al>instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument;</al><lijst><li nr="c."><al>eigenaar</al><lijst><li nr="1."><al>de natuurlijke of rechtspersoon die het monument waaraan de in deze</al></li></lijst></li></lijst><al>verordening genoemde voorzieningen worden getroffen in eigendom heeft;</al><lijst><li nr="2."><al>onder eigenaar wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die het recht van erfpacht op het monument bezit;</al></li><li nr="b."><al>de houder van een recht van opstal;</al></li><li nr="c."><al>de houder van een appartementsrecht als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="d."><al>de vereniging van eigenaren als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="e."><al>Het besluit van burgemeester en wethouders waarin, voorafgaand aan het treffen van</al></li></lijst></li></lijst><al>de voorzieningen/maatregelen, voorlopig de hoogte van de subsidiabele kosten is</al><al>vastgelegd en waarmee de eigenaar van een monument een aanspraak kan maken op</al><al>een subsidie, mits aan alle aan de subsidie bijdrage verbonden voorwaarden is voldaan;</al><al>d.vaststellingsbeschikking:</al><al>Het besluit van burgemeester en wethouders waarin, nadat de voorzieningen/maatregelen zijn</al><al>getroffen, de hoogte van de subsidiabele kosten definitief wordt vastgesteld;</al><al>e.Awb:</al><al>Titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht is op het bepaalde in deze verordening van</al><al>toepassing behoudens in deze verordening aangegeven expliciete afwijkingen of</al><al>aanvullingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Reikwijdte van de verordening:</label></kop><al>Deze verordening is van toepassing op subsidieaanvragen voor restauratie- en</al><al>onderhoudswerkzaamheden aan gemeentelijke monumenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Bevoegdheid:</label></kop><al>1.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het verlenen, vaststellen en uitbetalen van</al><al>subsidie als bedoeld in deze verordening.</al><al>2.Burgemeester en wethouders zijn eveneens bevoegd tot het intrekken of wijzigen van</al><al>subsidieverlenings- of subsidievaststellingsbesluiten, alsmede tot het geheel of gedeeltelijk</al><al>terugvorderen van subsidiegelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Subsidieplafond:</label></kop><al>1.De Raad stelt voor een meerjarenperiode een subsidieplafond als bedoelt in artikel 4:22 e.v. van</al><al>Awb vast voor in deze verordening beschreven subsidies.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De aanvraagprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 5 De aanvraag</label></kop><al>De aanvraag om subsidie als bedoeld in deze verordening dient schriftelijk bij Burgemeester en</al><al>wethouders te worden ingediend op een door hen vastgesteld formulier.</al><al>Daarbij dient de eigenaar de gegevens zoals bedoelt in artikel 6 te overleggen voor zover deze</al><al>gegevens nog niet, via een andere weg, in het bezit van de gemeente zijn.</al><al>Op basis van de ingediende begroting worden de subsidiabele kosten en de hoogte van de subsidie</al><al>bepaald. De hoogte van de subsidie wordt binnen 12 weken na de dag dat de aanvraag is ingediend</al><al>dan wel de ontbrekende gegevens genoegzaam zijn aangevuld in een subsidiebeschikking vastgesteld</al><al>onder bepaalde voorschriften en bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 In te dienen bescheiden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de technische staat van het monument, waarin de gebreken</al></li></lijst></li></lijst><al>van het monument nauwkeurig per onderdeel vermeld staan;</al><al>b.een bouwhistorische opname;</al><al>tekeningen van de bestaande toestand en nieuwe toestand (gevel, doorsneden en</al><al>plattegronden) waarop de voorgenomen herstellingen of wijzigingen staan</al><al>aangegeven, minimaal schaal 1:100; situatie, schaal 1:1000;</al><al>c.relevante principedetails, schaal 1:1, 1:5 of 1:10, die noodzakelijk zijn voor een</al><al>goede beoordeling van het plan;</al><al>d.een bestek, zijnde een werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen</al><al>constructies, materialen, afwerkingen en kleuren, alsmede de algemene</al><al>bepalingen met betrekking tot de rechtsverhoudingen tussen de bij het werk</al><al>betrokken contractpartijen, de wijze van verwerking van de materialen,</al><al>garantiebepalingen, enz. enz.;</al><al>e.een begroting die alle kosten van de restauratie omvat, niet ouder dan ten</al><al>hoogste één jaar en gespecificeerd in hoeveelheden, uren, arbeid- en</al><al>materiaalkosten;</al><al>a.de begroting dient voorzien te zijn van de naam van de opsteller en de datum</al><al>van opstelling;</al><al>b.in de begroting dient te zijn aangegeven welke posten in zelfwerkzaamheid</al><al>worden uitgevoerd;</al><al>f.relevante foto´s die noodzakelijk zijn ten behoeve van een goede beoordeling van</al><al>het plan;</al><al>g.een verklaring van de Vereniging van Eigenaren welke bouwdelen</al><al>gemeenschappelijk, dan wel niet gemeenschappelijk zijn;</al><lijst><li nr="h."><al>bewijsstukken met betrekking tot een vergoeding vanwege een verzekering;</al><lijst><li nr="2."><al>Uit de ingediende begroting berekenen burgemeester en wethouders de subsidiabele</al></li></lijst></li></lijst><al>kosten en leggen deze vast in een subsidiebeschikking.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 Subsidiabele kosten</label></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend éénmaal per vier kalenderjaren</al><al>subsidie verlenen voor hetzelfde monument voor de volgende restauratiewerkzaamheden:</al><al>a.herstel van het casco. Onder casco wordt verstaan: de hoofdstructuur van het monument</al><al>bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap- en</al><al>gebintconstructie, vloeren, balklagen, dragende muren, fundering, kelder en gewelven;</al><al>b.alle onderhoudswerkzaamheden als nader omschreven in lid 2 die tegelijk met één of</al><al>meer van de hier genoemde restauratiewerkzaamheden worden uitgevoerd;</al><al>c.herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen (in- en exterieur) al dan niet in</al><al>combinatie met herstel van het casco, bijvoorbeeld schouwen, vloeren, trappartijen,</al><al>plafonds, schilderingen, pleister- en schilderwerk, bijzonder behang, raam- en deurpartijen met</al><al>omlijsting en gevelonderdelen;</al><al>d.reconstructies van verdwenen of gewijzigde onderdelen indien en voor zover deze</al><al>verdwijning en wijziging afbreuk doet aan de monumentale waarde van het object;</al><al>e.herstel van specifieke technische installaties ten behoeve van bedrijf en techniek,</al><al>bijvoorbeeld dieselmotoren, raamzagen en persen;</al><al>f.het aanbrengen van technische installaties ten behoeve van bescherming van zeer</al><al>waardevolle interieurelementen, bijvoorbeeld verwarmings- of luchtbevochtigings installaties;</al><lijst><li nr="g."><al>het opstellen van een restauratieplan;</al></li><li nr="h."><al>het verrichten van bouwhistorisch onderzoek of een haalbaarheidsonderzoek.</al></li></lijst><al>2 . Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend éénmaal per vier kalenderjaren subsidie</al><al>verlenen voor hetzelfde monument voor de volgende onderhoudswerkzaamheden:</al><al>a.buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voor zover het betreft de</al><al>buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren;</al><lijst><li nr="b."><al>herstel en vernieuwen van rieten daken (met daklatten en herstel van sporen);</al></li><li nr="c."><al>herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten), leien, lood, zink of</al></li></lijst><al>koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van het dakbeschot en</al><al>sporen;</al><al>d.herstel van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het</al><al>aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig</al><al>waren, inclusief aansluitingen op riolering en open water;</al><al>e.herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van</al><al>stoepen, roeden verdeling, lijstwerk en luiken;</al><lijst><li nr="f."><al>herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen;</al></li><li nr="g."><al>herstel van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het</al></li></lijst><al>nemen van beperkte maatregelen tegen duivenoverlast;</al><lijst><li nr="h."><al>inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels;</al></li><li nr="i."><al>op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen;</al></li><li nr="j."><al>behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, dan wel ter</al></li></lijst><al>bestrijding van zwamaantasting of hout aantasters;</al><al>k.herstel van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen,</al><al>balkkoppen, en spantbenen);</al><al>l.herstel van glas-in-loodbeglazing en het aanbrengen van beschermende beglazing voor</al><al>gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas;</al><al>m.vervangen en herstel van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote</al><al>historische waarde;</al><al>n.het plaatsen van achterzet beglazing in samenhang met herstel van historisch waardevolle</al><al>ramen;</al><lijst><li nr="o."><al>het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en machines;</al></li><li nr="p."><al>het niet-jaarlijks onderhoud aan bomen, die op de monumentenlijst staan;</al></li><li nr="q."><al>het opstellen van een onderhoudsplan.</al><lijst><li nr="3."><al>Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten verbonden aan de uitvoering van</al></li></lijst></li></lijst><al>de subsidiabel geachte restauratie- of onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het</al><al>eerste en tweede lid van dit artikel voor zover het betreft:</al><al>a.de directiekosten, bestaande uit kosten voor honorarium, uitvoeringstekeningen, toezicht en</al><al>kosten van verschotten;</al><lijst><li nr="b."><al>de directe kosten, dat wil zeggen: de loonkosten en de materiaalkosten;</al></li><li nr="c."><al>de indirecte kosten; dat wil zeggen: de algemene bouwplaatskosten, de algemene</al></li></lijst><al>bedrijfskosten en de winst;</al><lijst><li nr="d."><al>de BTW;</al></li><li nr="e."><al>de over de directe kosten te berekenen onvoorziene kosten;</al></li><li nr="f."><al>de constructeurskosten;</al></li><li nr="g."><al>de kosten van de CAR-verzekering.</al><lijst><li nr="4."><al>Ten behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten stellen burgemeester en</al></li></lijst></li></lijst><al>wethouders criteria, maxima en normbedragen vast.</al><al>5.Burgemeester en wethouders kunnen eveneens subsidie verlenen voor het lidmaatschap</al><al>van de Monumentenwacht.</al><al>6.Indien de aanvrager de voorzieningen in zelfwerkzaamheid verricht, kunnen alleen de</al><al>materiaalkosten als subsidiabel worden opgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Eigenaar</label></kop><al>Subsidie kan uitsluitend worden verleend aan de natuurlijke of rechtspersoon, die krachtens</al><al>zakelijk recht gerechtigd is over het monument te beschikken, een monument, of dit recht</al><al>aantoonbaar in de naaste toekomst verkrijgt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Subsidiepercentage en -maximum</label></kop><al>De subsidie in de kosten van onderhoud of restauratie of van een monument bedraagt 25% van</al><al>het totaal van de door burgemeester en wethouders subsidiabel geachte kosten, als genoemd</al><al>in artikel 7, tot een bedrag van maximaal € 500,- per aanvraag voor onderhoud en € 1500, - per</al><al>aanvraag voor restauratie wordt slechts één maal per vier kalenderjaren voor hetzelfde monument</al><al>verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Toetsingscriteria</label></kop><al>1.Burgemeester en wethouders brengen van de ingediende aanvragen op basis van de mate van</al><al>urgentie van de restauratie- of onderhoudswerkzaamheden, zo nodig in relatie tot de in het derde lid</al><al>genoemde toetsingscriteria.</al><lijst><li nr="2."><al>De navolgende onderscheidingen in urgentie worden bij de toetsing gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>zeer urgent: het object is in constructief opzicht in zeer slechte staat: de gevraagde</al></li></lijst></li></lijst><al>voorzieningen dienen op de kortst mogelijke termijn te worden uitgevoerd om een goede</al><al>instandhouding van het monument te waarborgen;</al><al>b.urgent: het object is in constructief opzicht in slechte staat; de gevraagde voorzieningen dienen</al><al>binnen een termijn van één tot drie jaar te worden uitgevoerd om een goede instandhouding</al><al>van het monument te waarborgen;</al><al>c.minder urgent: het object is constructief in matige tot goede staat; de gevraagde</al><al>voorzieningen dienen binnen een termijn van drie tot vijf jaar te worden uitgevoerd om een goede</al><al>instandhouding van het monument te waarborgen.</al><al>3.Bij eenzelfde mate van urgentie van twee of meer aanvragen wordt aan de navolgende</al><al>criteria getoetst om de rangorde te bepalen:</al><al>a.de mate en wijze van onderhoud gepleegd door de huidige eigenaar gedurende de</al><al>afgelopen jaren, in relatie tot de gevraagde voorzieningen;</al><al>b.een al dan niet redelijke verhouding tussen de kosten van de voorzieningen en het te</al><al>verkrijgen resultaat;</al><al>c.volledigheid van de aanpak van de te verrichten restauratie- of</al><al>onderhoudswerkzaamheden;</al><al>d.compleetheid respectievelijk gedetailleerdheid van het restauratie- of onderhoudsplan voor de</al><al>komende jaren;</al><lijst><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van het monument.</al><lijst><li nr="4."><al>Indien er sprake is van twee of meer aanvragen waarbij op grond van de in het tweede en</al></li></lijst></li></lijst><al>derde lid bedoelde toetsingscriteria geen rangorde kan worden bepaald, is de datum van</al><al>ontvangst van de aanvraag doorslaggevend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Voorwaarden aan subsidieverlening</label></kop><al>De aanvrager van subsidie dient een door burgemeester en wethouders aangewezen</al><al>deskundige of ambtenaar in gemeentelijke dienst desgewenst de gelegenheid te bieden het</al><al>monument en de wijze waarop de werkzaamheden zullen worden of zijn uitgevoerd, te</al><al>inspecteren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Uitvoeringsvoorschriften</label></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de beschikking tot subsidieverlening nadere</al><al>voorschriften verbinden met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden, waarvoor subsidie wordt</al><al>verleend, moeten worden uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Schriftelijke toestemming bij afwijking</label></kop><al>De werkzaamheden ten behoeve waarvan de subsidie is verleend, mogen niet in afwijking van</al><al>de ter zake verstrekte gegevens worden uitgevoerd, tenzij met schriftelijke toestemming van</al><al>Burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Wijgeringsgronden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:</al><lijst><li nr="a."><al>met het treffen van voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende</al></li></lijst></li></lijst><al>mate wordt gediend;</al><al>b.de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staat tot het te bereiken</al><al>resultaat;</al><al>c.met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschiking</al><al>heeft ontvangen;</al><al>d.voor het te treffen van de voorzieningen een monumentenvergunning is vereist en deze (nog)</al><al>niet is verleend;</al><lijst><li nr="e."><al>voor zover door verstrekking het subsidieplafond zou worden overschreden.</al><lijst><li nr="2."><al>in bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste</al></li></lijst></li></lijst><al>lid onder c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Termijn besluitvorming</label></kop><al>1.De hoogte van de subsidie wordt binnen 12 weken na de dag dat de aanvraag is ingediend</al><al>in een subsidiebeschikking vastgesteld onder bepaalde voorschriften en bepalingen</al><al>Burgemeester en wethouders maken het besluit tot subsidieverlening aan de aanvrager</al><al>bekend.</al><al>2.Zij kunnen die termijn met ten hoogste acht weken verlengen. De aanvrager ontvangt</al><al>hiervan schriftelijk bericht vóór de in het eerste lid genoemde verstreken termijn.</al><al>3.Burgemeester en wethouders maken eveneens de weigering subsidie te verlenen uiterlijk</al><al>12 weken na de dag dat de aanvraag is ingediend aan de aanvrager bekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Uitvoering</label></kop><al>1.De subsidie vervalt als niet binnen twaalf maanden na datum van verzending van het</al><al>besluit tot subsidieverlening met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen.</al><al>2.De uitvoering van de werkzaamheden dient te zijn voltooid binnen vierentwintig maanden</al><al>na datum van verzending van het besluit tot subsidieverlening.</al><al>3.Bij onvoorziene omstandigheden -die buiten de directe invloedsfeer van de aanvrager</al><al>liggen- kunnen burgemeester en wethouders de in het eerste en tweede lid genoemde</al><al>termijnen schriftelijk verlengen op verzoek van de aanvrager.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Subsidievaststellingen –uitbetaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 17 De gereedmelding</label></kop><al>1.Binnen twaalf weken na het gereedkomen van de voorzieningen dient de aanvrager met</al><al>gebruikmaking van een daartoe door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld</al><al>formulier te verklaren, dat de werkzaamheden zijn voltooid. Dit gereedmeldingsformulier</al><al>dient volledig ingevuld te zijn en vergezeld te gaan van alle gevraagde gegevens en</al><al>facturen als bedoeld in artikel 18 lid 1 sub c.</al><al>2.Indien de gereedmelding naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoet aan</al><al>het bepaalde in het eerste lid, doen zij daarvan binnen vier weken na ontvangst schriftelijk</al><al>mededeling aan de aanvrager onder vermelding van de nog te verstrekken gegevens.</al><al>3.De aanvrager dient binnen de in de mededeling aangegeven termijn zijn gereedmelding aan</al><al>te vullen met de nog ontbrekende gegevens of deze gegevens desgevraagd te</al><al>verduidelijken.</al><al>4.De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de definitieve hoogte en een</al><al>verzoek tot uitbetaling van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Subsidievaststelling</label></kop><al>1.De vaststelling van de hoogte van een op grond van dit hoofdstuk toegekende subsidie</al><al>vindt plaats nadat:</al><al>a.de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden conform artikel 17 schriftelijk zijn</al><al>gereed gemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens;</al><al>b.de onder a bedoelde werkzaamheden door of vanwege burgemeester en wethouders zijn</al><al>gecontroleerd en akkoord bevonden;</al><al>c.de rekeningen en betaalbewijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de</al><al>totale kostenopstelling, waarin de verrichte werkzaamheden op dezelfde wijze zijn</al><al>gerangschikt als in de in artikel 7, lid 1, bedoelde begroting, door burgemeester en</al><al>wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden.</al><al>2.De vastgestelde subsidie is gelijk aan de verleende subsidie, tenzij de werkelijke</al><al>subsidiabele kosten lager zijn dan geraamd, respectievelijk minder voorzieningen zijn</al><al>getroffen dan bij de aanvraag aangegeven.</al><al>3.Het besluit tot subsidievaststelling wordt binnen 12 weken na indiening van de</al><al>gereedmelding als bedoeld in artikel 17 aan de aanvrager bekend gemaakt.</al><al>4.Burgemeester en wethouders stellen de subsidie niet vast indien niet is voldaan aan het</al><al>bepaalde in het eerste of derde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Uitbetaling</label></kop><al>Uitbetaling geschiedt binnen 8 weken na bekendmaking van het besluit tot subsidievaststelling op een</al><al>bij de gereed melding door de aanvrager op te geven (Post) bankrekeningnummer.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><label>Artikel 20 Hardheidsclausule</label></kop><structuurtekst><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen van deze verordening afwijken, indiende</al><al>toepassing ervan zou leiden tot kennelijke onbillijkheden van overwegende aard.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 21 Citeertitel en inwerkingtreding</label></kop><al>1.Deze verordening kan worden aangehaald als 'Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten</al><al>gemeente Gulpen-Wittem 2008.</al><al>2.Deze verordening treedt in werking de dag na haar bekendmaking.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 09 -10- 2008.</al><al/><al>de griffier, de voorzitter,</al><al/><al>M.van der Walle drs. A.R.B. van den Tillaar</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>