<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101193_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening gemeente Gulpen-Wittem 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heuvelland Actueel, 09-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening Gulpen-Wittem 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 12, 14, 14a, 15, 16</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-03-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PD/034</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum van inwerkingtreding is bij benadering.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening gemeente Gulpen-Wittem 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Gulpen-Wittem;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12-08.-2008;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14, 14a, 15 en 16 van de</al><al>Monumentenwet 1988 en de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>b e s l u i t : vast te stellen de</al><al/><al><vet>Monumentenverordening gemeente Gulpen- Wittem 2008</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>monumenten:</al></li><li nr="1."><al>zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of</al></li></lijst><al>cultuurhistorische waarde;</al><lijst><li nr="2."><al>terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1;</al></li><li nr="2."><al>gemeentelijk monument:</al></li></lijst><al>onroerende monument, bedoelt in onderdeel 1, onder 1, dat overeenkomstig de bepalingen van deze</al><al>verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;</al><al>3.gemeentelijke monumentenlijst:</al><al>de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk</al><al>monument aangewezen zaken;</al><al>4.gemeentelijk archeologisch monument:</al><al>monument bedoelt in onderdeel 1, onder 2;</al><al>5.rijksmonument:</al><al>onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde</al><al>registers;</al><al>6.kerkelijke monument:</al><al>onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan,</al><al>een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke</al><al>grondslag en welke uitsluitend of voor een overwegend deel worden gebruikt voor het gezamenlijk</al><al>belijden van de godsdienst of levensovertuiging;</al><al>7.monumentencommissie:</al><al>Op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet 1988 door het college van burgemeester en wethouders</al><al>ingestelde commissie of instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen</al><al>beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het</al><al>monumentenbeleid.</al><al>8.gemeentelijk stads- en dorpsgezichten:</al><al>groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge</al><al>ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en</al><al>in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden;</al><al>9.beschermde stads- en dorpsgezichten:</al><al>Stads- en dorpsgezichten die door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze</al><al>Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer als zodanig ingevolge artikel</al><al>35 van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen;</al><al>10.archeologische attentiegebieden:</al><al>terreinen waarvan het algemeen belang wegens hun betekenis voor de archeologische</al><al>monumentenzorg vaststaat of vermoed wordt op grond van historische gegevens en/of door</al><al>archeologische vondsten en onderzoek;</al><al>11.gemeentelijke archeologisch attentiegebieden:</al><al>archeologische attentiegebieden die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening op de</al><al>gemeentelijk archeologische attentie gebiedkaart en –lijst zijn geplaatst;</al><al>12.gemeentelijk archeologisch attentiegebied kaart en –lijst;</al><al>Kaart en lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening aangewezen</al><al>gemeentelijke archeologische attentiegebieden;</al><al>13.bouwhistorisch onderzoek:</al><al>In een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de</al><al>cultuurhistorische, esthetische en wetenschappelijke waarden en kwaliteiten van een onroerend</al><al>monument;</al><al>14.restauratieplan:</al><al>bouwplan voor het slopen, wijzigen, c.q. herstellen van een beschermd gemeentelijk monument of</al><al>dorpsgezicht, bestaand uit:</al><al>1.bestaande toestand tekening van plattegronden, gevels en doorsneden, schaal 1:100. (eventuele</al><al>bouwsporen dienen in de tekening te worden aangegeven.);</al><lijst><li nr="2."><al>gewenste toestand tekening van plattegronden, gevels en doorsneden, schaal 1:100;</al></li><li nr="3."><al>situatietekening van het bouwwerk, schaal 1:100;</al></li><li nr="4."><al>fotorapportage van de te wijzigen c.q. te restaureren onderdelen;</al></li><li nr="5."><al>principedetails van de te wijzigen c.q. te restaureren onderdelen, schaal 1:5;</al></li><li nr="6."><al>straataanzicht (schaal 1:100/200)en foto`s van de belendende bouwwerken;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Het gebruik van het monument</label></kop><al>Bij de toepassing van de verordening wordt binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan,</al><al>rekening gehouden met de bestaande en mogelijke toekomstige gebruiksfuncties van het monument,</al><al>en onroerende zaken gelegen in een beschermde dorpsgezicht en respectievelijk met terreinen gelegen</al><al>in een archeologisch attentiegebied.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>beschermde gemeentelijke monumenten,</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op</titel></kop><structuurtekst><al><vet>de</vet><vet> gemeentelijke monumentenlijst.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 3 De aanwijzing tot gemeentelijk monument</label></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, besluiten, een</al><al>onroerend monument als bedoelt in artikel 1 lid 1 aanwijzen als beschermd gemeentelijk</al><al>monument. Rijksmonumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de</al><al>Monumentenwet 1988, worden door burgemeester en wethouders niet op de gemeentelijke</al><al>monumentenlijst geplaatst.</al><al>2.Op de voorbereiding van een besluit tot aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van</al><al>de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing.</al><al>3.Voorafgaande aan de ter inzage legging van een ontwerpbesluit tot aanwijzing van een</al><al>gemeentelijk monument dan wel afwijzing van een daartoe strekkend verzoek, wordt de</al><al>monumentencommissie, in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen.</al><al>4.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek</al><al>van burgemeester en wethouders.</al><al>5.Als belanghebbende als bedoeld in artikel 3:13 Algemene Wet Bestuursrecht wordt in ieder geval</al><al>verstaan de eigenaar van een monument.</al><lijst><li nr="6."><al>Zienswijzen kunnen worden ingebracht door eenieder.</al></li><li nr="7."><al>Indien zienswijzen worden ingebracht naar aanleiding van een ontwerpbesluit, indien wenselijk</al></li></lijst><al>adviseert de monumentencommissie. Lid 4 is van overeenkomstige toepassing.</al><al>8.Als er sprake is van een besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk monument, beslissen</al><al>burgemeester en wethouders binnen zestien weken na de ter inzage legging van het</al><al>ontwerpbesluit.</al><al>9.Met ingang van de datum waarop op verzoek van belanghebbenden, besluiten, een onroerend</al><al>monument als bedoelt in artikel 1 lid 1 aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument tot</al><al>aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in</al><al>artikel 5 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen</al><al>7 tot en met 11 van overeenkomstige toepassing.</al><al>10.Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet</al><al>1988, worden door burgemeester en wethouders niet op de gemeentelijke monumentenlijst</al><al>geplaatst.</al><al>11.Monumenten, op de gemeentelijke monumentenlijst die worden ingeschreven in het Rijksregister</al><al>als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden geacht niet meer op de</al><al>gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Mededeling aanwijzingsbesluit</label></kop><al>1.De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk</al><al>gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire</al><al>schuldeisers.</al><al>2.De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, inschrijven in het register Wet kenbaarheid</al><al>publiekrechtelijke beperkingen onroerdende zaken (Wkpb).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college registreert het gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding, de kadastrale aanduiding, de</al></li></lijst><al>datum van aanwijzing, de tenaamstelling en een beschrijving van het monument aan.</al><al>3.Burgemeester en wethouders maken plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst op de in de</al><al>gemeente gebruikelijke wijze bekend in het Heuvelland Aktueel.</al><al>4.De gemeentelijke monumentenlijst ligt in het gemeentehuis voor eenieder ter inzage, en kan via</al><al>internet worden geraadpleegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Wijzigen of intrekken van de aanwijzing</label></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van belanghebbenden een</al><al>aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument wijzigen dan wel intrekken.</al><al>2.De artikelen 3, tweede tot en met negende lid, artikel 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Vergunning tot wijziging of afbraak van gemeentelijke monumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 Verbodsbepaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een gemeentelijk monument te bekladden, beschadigen of te vernielen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige</al></li></lijst><al>vergunning gestelde voorschriften:</al><al>a.een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig</al><al>opzicht te wijzigen;</al><al>b.een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een</al><al>wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Vergunning</label></kop><al>1.Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoelt in artikel 7, 2e lid,</al><al>is afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuurrecht van toepassing</al><lijst><li nr="2."><al>Zienswijze kunnen naar voren worden gebracht door eenieder</al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag van voornoemde vergunning worden de door burgemeester en wethouders</al></li></lijst><al>verlangde gegevens, zoals aangegeven op het door de burgemeester en wethouders vastgestelde</al><al>aanvraagformulier en als bedoelt in artikel 1, lid1, onderdeel 1.4 van deze verordening overgelegd.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ter beoordeling van de aanvraag een bouwhistorisch</al><al>onderzoek als bedoelt in artikel 1, lid1, onderdeel, 13 van de aanvrager verlangen.</al><al>4.Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de aanvraag aan de</al><al>monumentencommissie.</al><al>5.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 2 maanden na de datum van ontvangst van</al><al>het afschrift.</al><al>6.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 6 maanden na de datum van ontvangst van het</al><al>advies van de monumentencommissie, doch in ieder geval binnen de in artikel 3:18 Algemene Wet</al><al>Bestuursrecht bepaalde termijn.</al><al>7.Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het zesde lid, wordt de vergunning geacht te</al><al>zijn verleend.</al><al>8.De werking van de vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien</al><al>(hoger) beroep is ingesteld, op het (hoger) beroep is beslist. De vergunninghouder kan de</al><al>voorzieningenrechter van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling</al><al>bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Voorschriften</label></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang</al><al>van de monumentenzorg.</al><al>Artikel 11 Intrekken van de vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is</al></li></lijst></li></lijst><al>verleend;</al><lijst><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 10 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben</al></li></lijst><al>gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.</al><al>d.Niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, van de</al><al>vergunning gebruik wordt gemaakt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 12 Vergunning</label></kop><al>1.Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om</al><al>vergunning voor een rijksmonument aan de monumentencommissie.</al><al>2.De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de</al><al>datum van verzending van het afschrift. Bij overschrijding van deze termijn wordt de</al><al>monumentencommissie geacht te hebben geadviseerd.</al><al>3.De procedure voor de afgifte van vergunning voor het wijzigen van beschermde rijksmonumenten</al><al>door burgemeester en wethouders is geregeld in de artikelen 11 t/m 21 van de monumentenwet</al><al>1988</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Schadevergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 13 Schadevergoeding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning als bedoelt in artikel 7, tweede</al></li></lijst></li></lijst><al>lid te verlenen;</al><al>b.voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning als bedoelt in</al><al>artikel 9, tweede lid;</al><al>2.Artikel 23 t/m 29 van de Monumentenwet 1988 worden eveneens van toepassing verklaard, met</al><al>dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders in plaats treedt van Onze Minister</al><al>van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en dat voor Ministerie dient te worden gelezen; de</al><al>gemeente Gulpen-Wittem.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 14 Strafbepalingen</label></kop><al>Hij, die handelt in strijd met de artikel 7 van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de</al><al>tweede categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 15 Toezichthouders</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>medewerker vergunningverlening monumenten;</al></li><li nr="b."><al>medewerker handhaving bouw- en woning toezicht;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Verder zijn met het toezicht op naleving van bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de</al></li></lijst><al>bij besluit van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester aan te wijzen persoon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Opsporing</label></kop><al>1.De opsporing van de in artikel 14 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het</al><al>Wetboek van Strafverordening genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door</al><al>burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder</al><al>voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al><al>2.Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist wordt hierbij de last</al><al>verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen</al><al>de wil van rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden, aan hen die en voor zover zij door het</al><al>bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 22 Inwerkingtreding</label></kop><al>1.Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten treedt zij in werking</al><al>op de derde dag na de dag waarop zij is bekendgemaakt in de Heuvelland Aktueel.</al><al>2.Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten treedt zij in</al><al>werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, lid 2, van de Monumentenwet 1988.</al><al>3.De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 25 februari 1999,</al><al>voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop</al><al>het tweedelid toepassing vindt.</al><al>4.Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend vóór de in werkingtreding van deze verordening</al><al>worden afgehandeld met in achtneming van de in het derde lid3 ingetrokken verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Monumentenverordening Gulpen-Wittem 2008”.</al><al>Aldus besloten door de raad der gemeente Gulpen-Wittem van 09-10-2008</al><al/><al>de griffier, de voorzitter,</al><al/><al>M.van der Walle drs. A.R.B. van den Tilllaar</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>