<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101138_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Bloemendaal 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Kennemerland-Zuid d.d. 10 maart 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Bloemendaal 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011006400</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Bloemendaal 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad der gemeente Bloemendaal;gelezen het voorstel van de griffier; b e s l u
                        i t: vast te stellen de: VERORDENING AMBTELIJKE BIJSTAND EN FRACTIEONDERSTEUNING
                        BLOEMENDAAL 2011</al><al>VERORDENING AMBTELIJKE BIJSTAND EN FRACTIEONDERSTEUNING BLOEMENDAAL
                        2011</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand overeenkomstig het
                            bepaalde bij en krachtens deze verordening.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>1.Een raadslid richt zich tot een ambtenaar met verzoeken om: </al><al>a.feitelijke informatie van geringe omvang; </al><al>b.inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn. </al><al>2.Indien de ambtenaar twijfelt of een verzoek betrekking heeft op
                            informatie of inzage als bedoeld in respectievelijk het eerste lid sub a
                            en b stelt hij de secretaris daarvan direct in kennis, die vervolgens zo
                            spoedig mogelijk op het verzoek beslist. </al><al>3.Een raadslid richt zich tot de griffier met verzoeken om bijstand bij
                            het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                            bijstand. </al><al>4.De griffier of een medewerker van de griffie verleent de bijstand
                            bedoeld in het derde lid. Als de griffier of een medewerker van de
                            griffie de gevraagde bijstand niet kan verlenen, kan de griffier de
                            secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de
                            gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. </al><al>5.Een raadslid richt zich tot het college met verzoeken die niet voldoen
                            aan lid 1.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>1.Een ambtenaar verleent zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen
                            30 dagen nadat informatie is gevraagd, ambtelijke bijstand, tenzij: </al><al>a.het raadslid niet aannemelijk maakt dat de gevraagde bijstand
                            betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; </al><al>b.dit verzoek het belang van de gemeente kan schaden.</al><al>2.De ambtenaar weigert verzoeken om ambtelijke bijstand uitsluitend op
                            grond van de in het eerste lid onder a en b genoemde omstandigheden en
                            in overleg met de secretaris.</al><al>3.Indien de ambtenaar de bijstand op grond van het eerste lid weigert,
                            deelt hij dit zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen twee weken
                            schriftelijk en met redenen omkleed mee aan het raadslid dat het verzoek
                            indiende.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Als een verzoek om bijstand van een ambtenaar wordt geweigerd op grond
                            van artikel 3, kan het betrokken raadslid het betreffende verzoek aan
                            het college voorleggen. Het college beslist vervolgens zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek. </al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>1.Als een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende
                            bijstand of over het uitblijven daarvan, doet hij hiervan mededeling aan
                            de secretaris. </al><al>2.Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                            partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan het college.
                            Het college beslist vervolgens zo spoedig mogelijk over de zaak. </al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>1.Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand of de
                            inhoud van het gegeven advies geheim moet worden gehouden. </al><al>2.Indien het college of leden van het college informatie wensen over een
                            dergelijk verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
                            advies richten zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.
                        </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>1.Elke fractie kan een beroep doen op een financiële bijdrage als
                            tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. </al><al>2.Het maximum van de tegemoetkoming in een kalenderjaar bedraagt een
                            vast deel per fractie plus een bedrag per raadszetel van die
                            fractie.</al><al>3.De raad stelt jaarlijks deze beide bedragen vast en neemt het totaal
                            bedrag als afzonderlijke post in de begroting op.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>1.Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                            kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al><al>2.De fracties mogen de bijdrage niet gebruiken voor de bekostiging
                            van:</al><al>a.uitgaven in strijd met wettelijke bepalingen en overige regelingen; </al><al>b.betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden
                            instellingen en/of natuurlijke personen; </al><al>c.giften (inclusief bloemen, fruitmanden e.d.);</al><al>d.uitgaven voor kosten die de leden moeten bekostigen uit hun
                            vergoedingen op grond van het rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden; </al><al>e.opleidingen voor raads- en duocommissieleden;</al><al>f.uitgaven voor communicatie zoals advertenties, website, folders/flyers
                            (incl. verspreiding) in de periode gelegen een half jaar vóór
                            gemeentelijke verkiezingen in deze gemeente.</al><al>3.Uitgaven voor communicatie zoals advertenties, website, folders/flyers
                            (inclusief verspreiding) – voor zover deze niet zijn uitgesloten van
                            vergoeding op grond van artikel 8 sub 2- worden voor 50% vergoed met een
                            maximum van 1000 euro per jaar.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>1.De verstrekking van de bijdrage heeft plaats op basis van een bij de
                            griffier ingediende declaratie met originele rekening/factuur.</al><al>2.Indien de griffie meent dat een declaratie (mogelijk) niet in
                            aanmerking komt voor vergoeding in het kader van de verordening, wordt
                            de indiener (fractie) hierover geadviseerd.</al><al>3.De accountant controleert na afloop van het kalenderjaar de ingediende
                            declaraties met originele rekening/factuur en toetst deze aan de
                            verordening in het kader van de controle van de gemeentelijke
                            jaarrekening.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>1.Bij verandering van het zeteltal van een fractie als gevolg van
                            verkiezingen, wijzigt de bijdrage op de eerste dag van de maand na de
                            datum waarop de nieuwe gekozen raad voor de eerste keer vergadert.</al><al>2.Bij splitsing van een fractie heeft verdeling van de op grond van
                            artikel 7, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke
                            fractie plaats over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                            aantal bij de splitsing betrokken leden. </al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De raad reserveert het in een jaar niet gebruikte gedeelte van de
                            bijdrage van het fractiebudget niet, maar laat dit terugvloeien naar de
                            algemene reserve.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>1.Elke fractie kan tot maximaal 1 maand na het einde van een
                            kalenderjaar declaraties met originele rekening/factuur indienen.</al><al>2.Indien de accountant tot de conclusie komt dat de declaraties ten
                            onrechte zijn gehonoreerd, stort de fractie het betreffende bedrag
                            binnen één maand na mededeling daarvan door de griffier, terug aan de
                            gemeente.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening ambtelijke
                            bijstand en fractieondersteuning Bloemendaal 2011.</al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al><al>Met ingang van het in het tweede lid genoemde tijdstip vervalt de
                            Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                            Bloemendaal 2005. Op niet afgehandelde uitgaven en budgetten die
                            betrekking hebben op 2010 en voorgaande jaren, blijft die verordening
                            van kracht.</al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Bloemendaal,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 3 maart 2011</ondertekening><ondertekening>R.Th.M. Nederveen , voorzitter</ondertekening><ondertekening>K.A. van der Pas , griffier</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Weekblad Kennemerland-Zuid d.d. 10 maart 2011.</ondertekening><ondertekening>In werking (met terugwerkende kracht): 1 januari 2011.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>TOELICHTING VERORDENING AMBTELIJKE BIJSTAND EN FRACTIEONDERSTEUNING BLOEMENDAAL 2011</label></kop><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Paragraaf 1: </vet><vet> Ambtelijke bijstand</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Uitgangspunt van deze verordening is het recht van ieder raadslid op ambtelijke
                    bijstand. De verordening heeft tot doel het afhandelen van verzoeken om bijstand
                    doelmatig en doeltreffend te regelen en niet om formele barrières op te werpen,
                    die het verlenen van bijstand aan raadsleden moeilijker maken. </al><al>Artikel 2</al><al>Als het gaat om een verzoek om informatie van feitelijke aard en van geringe
                    omvang, dan wel inzage in of afschrift van openbare documenten kan een raadslid
                    rechtstreeks contact opnemen met een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De verordening verstaat onder het begrip document de betekenis, die
                    de Wet openbaarheid van bestuur daaraan geeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten of omvangrijke feitelijke informatie moet het raadslid zich tot het
                    college wenden (zie lid 5). Dan is artikel 40 van het Reglement van Orde van
                    toepassing.</al><al>De verordening maakt onderscheid tussen ambtenaren en medewerkers van de
                    griffie. De verordening verstaat onder ambtenaren de ambtenaren van de reguliere
                    ambtelijke organisatie, die onder gezag van het college staan en dus niet de
                    medewerkers van de griffie, die onder gezag staan van de raad. Overigens zijn
                    die medewerkers wel ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet.</al><al>Op grond van het tweede lid beslist de gemeentesecretaris bij twijfel over
                    verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b.</al><al><vet>Artikelen 3 en 4 </vet></al><al>Uit lid 1 van artikel 3 blijkt dat de ambtenaar zo spoedig mogelijk, maar in
                    ieder geval binnen 30 dagen, de informatie moet verstrekken. Deze termijn is
                    dezelfde als die geldt voor schriftelijke vragen aan het college (artikel 40
                    Reglement van Orde). Uiteraard is dit een maximale termijn en kan (en moet) de
                    informatie meestal per omgaande worden verstrekt.</al><al>In eerste instantie beoordeelt de ambtenaar of zich ten aanzien van een verzoek
                    om informatie of inzage weigeringsgronden voordoen, genoemd in artikel 3. Mocht
                    hij op één van de twee weigeringsgronden stuiten, dan treedt hij in overleg met
                    de gemeentesecretaris en beslist dan in overeenstemming met de secretaris (de
                    woorden “in overleg met” in plaats van “na overleg met” geven dit al aan). Een
                    weigering zal zich uiteraard niet vaak voordoen. Regel dient te zijn dat een
                    raadslid recht heeft op ambtelijke bijstand (zie artikel 1). </al><al>Een voorbeeld van de weigeringsgrond genoemd in artikel 3, lid 1, sub a, zou
                    kunnen zijn informatie over een bedrijf die een raadslid uitsluitend ten behoeve
                    van zijn eigen bedrijf nodig heeft. Een voorbeeld van weigeringsgrond b is nòg
                    moeilijker denkbaar. Te denken valt aan mondelinge of schriftelijke informatie
                    over delicate onderhandelingen door het college die nog niet zover zijn dat de
                    raad er al in gekend moet worden. Artikel 4 bepaalt dat het college uiteindelijk
                    over het al dan niet verlenen van ambtelijke bijstand beslist. Dit is in het
                    kader van het dualisme een betere oplossing dan dit aan het Presidium over te
                    laten.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Als naar de mening van een raadslid de ambtelijke organisatie op onvoldoende
                    wijze gehoor geeft aan zijn verzoek om bijstand dan kan hij het verzoek aan de
                    gemeentesecretaris voorleggen en zo nodig vervolgens aan het college. </al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Een raadslid moet er bij een verzoek om ambtelijke bijstand van uit kunnen gaan,
                    dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk opereert
                    van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De verordening voorziet in de mogelijkheid
                    voor een raadslid om aan te geven dat voor een verzoek om ambtelijke bijstand en
                    de inhoud van de verleende bijstand geheimhouding geldt. Om te verzekeren dat
                    een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen
                    te verschaffen over een geheim verzoek van een raadslid is in het tweede lid
                    bepaald dat collegeleden zich voor dit soort informatie direct tot het betrokken
                    raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. </al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent, behoort tot de reguliere
                    ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de
                    normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent, behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al><vet>Paragraaf 2:</vet><vet> Fractieondersteuning</vet></al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Onder fractie wordt in dit verband verstaan: het deel van de raad dat behoort
                    tot één politieke partij, inclusief de duo-commissieleden. Bij de berekening van
                    het variabele deel van de fractieondersteuning tellen de duo-commissieleden
                    echter niet mee. Dat deel is nl. afhankelijk van het aantal raadszetels.
                    Fractieondersteuning heeft plaats in de vorm van een financiële ondersteuning.
                    De raad stelt het totale bedrag van het budget voor fractieondersteuning bij de
                    gemeentebegroting vast en neemt het in deze begroting op. De
                    fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Dit bedrag is de
                    maximum vergoeding per fractie. Het vaste deel garandeert dat elke fractie de
                    kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat de lasten
                    ook afhankelijk zijn van de grootte van een fractie in de raad is het logisch
                    dat het variabele deel van de vergoeding afhankelijk is van die fractiegrootte. </al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De fracties hebben een grote vrijheid voor wat betreft de besteding van de
                    bijdrage voor fractieondersteuning. De besteding van de bijdrage moet plaats
                    hebben voor raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de
                    fracties de bijdrage niet mogen gebruiken. Deze opsomming moet als uitputtend
                    worden beschouwd. De regeling voorkomt dat fracties met de bijdrage
                    verkiezingscampagnes financieren en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het
                    raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat
                    zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met
                    de bijdrage voor fractieondersteuning. De fractiebijdrage is niet bestemd voor
                    opleidingen voor raads- en duocommissieleden. De voorzieningen op grond van de
                    Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden dienen voor de
                    bekostiging van deze opleidingen.</al><al>De in lid 2 onder d bedoelde uitgaven zijn:</al><al>• representatiekosten </al><al>• kosten van vakliteratuur </al><al>• contributies, lidmaatschappen</al><al>• telefoon- en internetkosten </al><al>• bureaukosten, porti</al><al>• giften </al><al>• bijdrage aan fractiekosten </al><al>• ontvangsten thuis </al><al>• excursies</al><al>De verordening regelt niet het ter beschikking stellen van gemeenteambtenaren
                    aan de fracties, dit vanwege het politieke karakter van die ondersteuning.
                    Fracties moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties
                    eventueel ondersteunen. De kosten daarvan kunnen uit de financiële bijdrage als
                    bedoeld in deze verordening, worden voldaan.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Doordat de declaraties bij de griffie moeten worden ingediend, zal daar een
                    eerste toetsing aan de verordening plaatsvinden.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Wijziging van de bijdrage heeft plaats bij veranderd zeteltal van een
                    raadsfractie. De regeling heeft tot gevolg dat de bijdrage bij verandering van
                    het zeteltal met ingang van de eerste dag van de maand waarop de nieuw gekozen
                    raad voor het eerst vergadert, wijzigt. </al><al>Bij splitsing van een fractie heeft direct verdeling van de vastgestelde
                    bijdrage plaats. </al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Paragraaf 3:</vet><vet> Slotbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>