<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR101013_1</dcterms:identifier><dcterms:title>MMV april 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>MMV april 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 75, 232 Gemeentewet,afdeling 10.1.1. Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-06-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-06-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>MMV april 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Mandaat-, machtiging- en volmachtbesluit (MMV-besluit)</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van Delft en de burgemeester van
                        de gemeente Delft, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al>gelet op de artikelen 75, tweede lid, en 232 van de Gemeentewet en op titel
                        10.1, afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>met inachtneming van het Delegatiebesluit 2002-2006;</al><al>overwegende, dat het om redenen van doelmatigheid wenselijk is, hun daarvoor
                        in aanmerking komende bevoegdheden te mandateren of op te dragen aan aan hen
                        ondergeschikte ambtenaren of aan anderen;</al><al>b e s l u i t e n</al><al>vast te stellen het Mandaat-, machtiging- en volmachtbesluit en de
                        bijbehorende artikelsgewijze toelichting en bijlagen lijst 1 en lijst 2
                        onder de volgende voorschriften:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><al>mandaat (md): de bevoegdheid om in naam van en onder verantwoordelijkheid
                        van het bestuursorgaan besluiten te nemen;</al><al>volmacht (vm): de bevoegdheid om in naam van en onder verantwoordelijkheid
                        van het bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te
                        verrichten;</al><al>machtiging (mg): de bevoegdheid om in naam en onder verantwoordelijkheid van
                        het bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit noch een
                        privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;</al><al>het bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of de
                        burgemeester, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al>mandaatverlener/mandans: degene die het mandaat verleent;</al><al>gemandateerde/mandataris: degene die het mandaat ontvangt;</al><al>de wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Ondermandaat</titel></kop><al>Het bestuursorgaan staat toe dat ondermandaat wordt verleend, tenzij dit in
                        de instructies in kolom 5 van de bij dit besluit behorende [lijst 1] en
                        [lijst 2] uitdrukkelijk is uitgesloten.</al><al>De gemandateerde kan van het aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen
                        aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen. Dit geschiedt
                        schriftelijk en wordt ter kennis van het bestuursorgaan gebracht.</al><al>In dit besluit wordt onder ondermandaat mede begrepen het verlenen van een
                        volmacht of machtiging door de ge(vol)machtigde aan andere hiërarchisch
                        ondergeschikten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>a. Het bestuursorgaan verleent mandaat, machtiging of volmacht aangeduid in
                        kolom 3 in de bij dit besluit behorende [lijst 1] met md, mg en vm, van de
                        bevoegdheden genoemd in kolom 1 van [lijst 1], aan de gemeentesecretaris,
                        met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.</al><al>De gemeentesecretaris verleent ondermandaat, ondermachtiging of
                        ondervolmacht van de in dit lid onder a genoemde bevoegdheden aan de daarbij
                        genoemde functionarissen in kolom 4 van de bij dit besluit behorende [lijst
                        1].</al><al>De functionarissen als bedoeld in dit lid onder b verlenen ondermandaat,
                        ondermachtiging of ondervolmacht van de in dit lid onder a genoemde
                        bevoegdheden aan de daarbij genoemde functionarissen aangeduid met nummer 1
                        in kolom 6 van [lijst 1], die vervolgens ondermandaat, ondermachtiging of
                        ondervolmacht kunnen verlenen aan de functionarissen aangeduid met nummer 2
                        in kolom 6 en verder.</al><al>Het bestuursorgaan verleent mandaat, machtiging of volmacht aangeduid in
                        kolom 3 in de bij dit besluit behorende [lijst 2] met md, mg en vm, van de
                        bevoegdheden genoemd in kolom 1 van [lijst 2], aan de instanties genoemd in
                        kolom 4 van [lijst 2], met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.</al><al>In geval van afwezigheid van functionarissen, aan wie bij of krachtens dit
                        besluit bevoegdheden zijn toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend
                        door hun plaatsvervanger, waar een plaatsvervanger is aangewezen of hun
                        waarnemer, waar een waarnemer is aangewezen.</al><al>Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing indien de bevoegde
                        functionarissen hetzij in [lijst 1] of [lijst 2] behorende bij dit besluit
                        hetzij in een krachtens dit besluit gedane nadere instructie alleen met naam
                        zijn genoemd.</al><al>a. Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing op de bevoegdheden
                        genoemd in deel B, hoofdstuk IV, voor zover het betreft de bevoegdheden uit
                        het Treasury Statuut.</al><al>Het bestuursorgaan verleent mandaat, machtiging of volmacht, aangeduid in
                        kolom 3 in de bij dit besluit behorende (lijst 1) met md, mg en vm, van de
                        bevoegdheden uit het Treasury Statuut genoemd in kolom 1 van deel B,
                        hoofdstuk IV van (lijst 1) aan het hoofd van het vakteam Treasury en
                        riskmanagement genoemd in kolom 4.</al><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing op de bevoegdheden
                        genoemd in deel C. Het bestuursorgaan verleent mandaat, machtiging of
                        volmacht van die bevoegdheden aan de Griffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vermelding bestuursorgaan</titel></kop><al>Bij de uitoefening van de bevoegdheid brengt de (onder)gemandateerde in alle
                        gevallen tot uitdrukking dat besloten of gehandeld wordt namens het
                        bestuursorgaan.</al><al>Ingeval van uitoefening van (onder)mandaat worden uitgaande stukken als
                        volgt ondertekend:</al><al>“Het college van burgemeester en wethouders van Delft,</al><al>namens het college”, (onder brief in de wij-vorm) </al><al>cq </al><al> “Namens het college van burgemeester en wethouders van Delft” (onder brief
                        in de ik-vorm), </al><al>c.q.</al><al> “De burgemeester van Delft, namens deze”,</al><al> gevolgd door de handtekening, naam en functie-aanduiding van degene die als
                        (onder)mandataris beslist of handelt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Instructies en overige in acht te nemen regelingen</titel></kop><al>Instructies als bedoeld in artikel 10:6 van de wet, die bij de uitoefening
                        van de bevoegdheden, bedoeld in dit besluit, in acht moeten worden genomen,
                        worden weergegeven in kolom 5 van [lijst 1] en [lijst 2] behorende bij dit
                        besluit.</al><al>Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in dit besluit, worden
                        toepasselijke wettelijke regelingen, beleidsregels, aanwijzingen,
                        circulaires alsmede richtlijnen in acht genomen. Ten aanzien van
                        bevoegdheden die financiële consequenties hebben, geldt bovendien dat hierin
                        in de begroting moet zijn voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><al>Mandaat kan worden verleend, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                        bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening
                        verzet.</al><al>In de volgende gevallen legt de (onder)gemandateerde of -ge(vol)machtigde de
                        kwestie in ieder geval ter beoordeling aan het bestuursorgaan voor,
                        onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 tweede lid van de wet:</al><al>indien het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan
                        gevoerde beleid of tot vaststelling van nieuw beleid;</al><al>indien niet begrote financiële of andere belangrijke consequenties zijn te
                        verwachten of anderszins een aanmerkelijk beslag op financiële middelen is
                        te verwachten;</al><al>indien er rekening mee moet worden gehouden dat het bestuursorgaan op zijn
                        of haar verantwoordelijkheid voor de uitgeoefende bevoegdheid zal
                        worden aangesproken;</al><al>indien het een onderwerp betreft dat naar verwachting sterk in de publieke
                        aandacht zal staan;</al><al> indien de schijn van vooringenomenheid kan worden gewekt, waaronder in
                        ieder geval moet worden verstaan het nemen van een besluit door de
                        (onder)gemandateerde ten aanzien van de gemeente;</al><al>indien de ambtelijke adviezen die ten grondslag liggen aan het besluit niet
                        eensluidend zijn;</al><al>indien er twijfel bestaat of de aard van de bevoegdheid zich tegen de
                        mandaatverlening verzet.</al><al>Stukken gericht aan de kroon, minister, staatssecretaris, commissaris van de
                        koningin en gedeputeerde staten, worden ondertekend door het bestuursorgaan,
                        behoudens zaken met een routinematig karakter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslissing op bezwaarschrift</titel></kop><al>De (onder)gemandateerde neemt geen beslissing op een bezwaarschrift tegen
                        een besluit dat is gebaseerd op een bevoegdheid als bedoeld in artikel
                        3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigingen</titel></kop><al>Wijzigingen in de verlening van mandaat, machtiging en volmacht van
                        bevoegdheden die in de bijlagen [lijst ] en [lijst 2] behorende bij dit
                        besluit worden opgenomen zijn te herleiden tot een besluit voorzien van
                        datum en ondertekening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Onder sectorhoofden worden in dit besluit tevens verstaan, waar het
                        Combiwerk betreft, de directeur Bedrijven, Manager F&amp;C en Manager HRM.
                        Onder vakteamhoofden worden, eveneens waar het Combiwerk betreft, tevens
                        verstaan de Bedrijfsmanagers. </al><al>Op de uitoefening van bevoegdheden – zoals genoemd in dit besluit – binnen
                        de zelfstandige privaatrechtelijke rechtspersonen zoals deze in de werksfeer
                        van Combiwerk bestaan, is het bepaalde in dit besluit van overeenkomstige
                        toepassing, tenzij de aard van die bevoegdheden of de organisatorische
                        structuur van die zelfstandige rechtspersonen zich daartegen op basis van
                        het bij of krachtens de wet bepaalde, verzet.</al><al>te bepalen dat dit besluit kan worden aangehaald als: Mandaat-, machtiging-
                        en volmachtbesluit (MMV-besluit).</al><al>te bepalen dat dit besluit in de plaats treedt van alle eerdere besluiten
                        tot mandaat, volmacht of machtiging ten aanzien van de in dit besluit
                        bedoelde bevoegdheden.</al><al>in te trekken het Delegatie- en Mandaatbesluit van 1 oktober 1993, zoals
                        laatstelijk gewijzigd en alle andere voorheen door het bestuursorgaan
                        verleende mandaten, machtigingen en volmachten.</al><al>te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 1 april 2004</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Delft, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,</ondertekening><ondertekening>,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>,secretaris</ondertekening><ondertekening>De burgemeester van Delft,</ondertekening><ondertekening>Besluit van burgemeester en wethouders van 2 maart 2004, inwerkingtreding 1
                        april 2004. Bekendgemaakt 28 maart 2004.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd bij besluit van het college van 10 januari 2006, inwerkingtreding
                        1 februari 2006.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt 22 januari 2006.Gewijzigd bij besluit van het college van 6
                        juni 2007, inwerkingtreding 11 juni 2007</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt 10 juni 2007</ondertekening><ondertekening>Bij dit besluit behorende bijlagen:</ondertekening><ondertekening>[lijst 1]: interne mandaten/-machtigingen/-volmachten</ondertekening><ondertekening>[lijst 2]: externe mandaten/machtigingen/volmachten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting op algemene voorschriften</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 1 Begripsbepalingen</onderstreept></al><al>In dit artikel worden verschillende begrippen die in het besluit worden
                    gehanteerd gedefinieerd.</al><al><onderstreept>Artikel 2 Ondermandaat</onderstreept></al><al>Hierin is een regeling voor ondermandaat opgenomen. Degene aan wie een
                    bevoegdheid is gemandateerd mag die bevoegdheid doormandateren aan hiërarchisch
                    aan hem ondergeschikten. Dit moet altijd schriftelijk en wordt ter kennis van
                    het bestuursorgaan (b&amp;w of burgemeester) gebracht. Het derde lid stelt het
                    verlenen van een volmacht of machtiging door de ge(vol)machtigde aan een andere
                    hiërarchisch ondergeschikte gelijk aan ondermandaat. Daar waar in het besluit
                    “ondermandaat” staat moet dus ook steeds worden gelezen “ondervolmacht” en
                    “ondermachtiging”.</al><al><onderstreept>Artikel 3 Bevoegdheden</onderstreept></al><al>In artikel 3 is in het eerste lid onder a het algemeen mandaat van het
                    bestuursorgaan aan de gemeentesecretaris opgenomen. In het eerste lid onder b is
                    het ondermandaat van de gemeentesectretaris aan de functionarissen genoemd in
                    kolom 4 van de bijlage (lijst 1) opgenomen (directeuren). In het eerste lid
                    onder c zijn de overige ondermandaten (van de directeuren naar lager in de
                    organisatie) geregeld. Daarbij is de systematiek dat de clusterdirecteur
                    doormandateert aan de functionaris aangeduid met nummer 1 in kolom 6, die door
                    kan mandateren aan de functionaris aangeduid met nummer 2 in kolom 6 enzovoorts.
                    Verder is in het tweede lid bepaald dat externe mandaten (mandaat aan niet
                    hiërarchisch ondergeschikten) in een aparte bijlage (lijst 2) worden opgenomen.
                    Het derde en vierde lid geven tenslotte een regeling over uitoefening van
                    bevoegdheden in mandaat tijdens afwezigheid van functionarissen.</al><al><onderstreept>Artikel 4 Vermelding bestuursorgaan</onderstreept></al><al>Artikel 4 verplicht de vermelding bij de uitoefening van de bevoegdheid dat
                    wordt besloten of gehandeld namens het bestuursorgaan. In het tweede lid wordt
                    in dit verband aangegeven hoe uitgaande stukken moeten worden ondertekend. </al><al><onderstreept>Artikel 5 Instructies en overige in acht te nemen
                        regelingen</onderstreept></al><al>De Algemene wet bestuursrecht geeft de mogelijkheid voor de mandaatgever om per
                    geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de
                    gemandateerde bevoegdheid. In artikel 5 wordt bepaald dat deze instructies
                    worden weergegeven in kolom 5 van lijst 1 en 2. Verder worden overige in acht te
                    nemen toepasselijke regelingen genoemd.</al><al><onderstreept>Artikel 6 Uitzonderingen</onderstreept></al><al>In artikel 6 worden de gevallen genoemd die in ieder geval aan het
                    bestuursorgaan ter beoordeling moeten worden voorgelegd. Het bestuursorgaan kan
                    dan beslissen dat de gemandateerde de zaak zelf mag afdoen of kan zelf een
                    besluit nemen. Lid 2 sub d geeft aan dat onderwerpen die “politiek gevoelig”
                    zijn aan het bestuurorgaan moeten worden voorgelegd. Dit criterium is voor
                    discussie vatbaar. Er is namelijk jurisprudentie waarin wordt geoordeeld dat
                    dergelijke vage criteria voor velerlei uitleg vatbaar en onduidelijk zijn,
                    hetgeen in strijd is met de rechtszekerheid. Gezien het grote belang van deze
                    bepaling voor de praktijk is het criterium toch opgenomen. Verdere
                    jurisprudentie zal moeten worden afgewacht. Het derde lid bepaalt dat stukken
                    gericht aan de kroon, minister, staatssecretaris, commissaris van de koningin en
                    gedeputeerde staten, worden ondertekend door het bestuursorgaan, behoudens zaken
                    met een routinematig karakter.</al><al><onderstreept>Artikel 7 Beslissing op bezwaarschrift</onderstreept></al><al>In de Algemene wet bestuursrecht is opgenomen dat degene die het primaire
                    besluit in mandaat heeft genomen niet krachtens mandaat mag besluiten op het
                    bezwaarschrift. Mandaat tot het beslissen op bezwaar dient dus aan een ander te
                    worden verleend dan aan degene die krachtens mandaat in eerste instantie heeft
                    besloten. Artikel 7 sluit hierbij aan.</al><al><onderstreept>Artikel 8 Wijzigingen</onderstreept></al><al>Wijzigingen in de verlening van mandaat, machtiging en volmacht die tussentijds
                    in de bijlagen worden opgenomen moeten zijn te herleiden tot een besluit
                    voorzien van datum en ondertekening.</al><al><vet><onderstreept>L I J S T 1</onderstreept> - <onderstreept>I N T E R N E M A
                            N D A T E N / M A C H T I G I N G E N / V O L M A C H T E
                            N</onderstreept></vet></al><al>behorend bij het Mandaat-, machtiging- en volmachtbesluit (MMV-besluit)</al><al><vet>A. Bevoegdheidsuitoefening geldend voor alle
                    organisatieonderdelen</vet></al><al>ALGEMEEN</al><al>II PERSONEELSAANGELEGENHEDEN</al><al>III FINANCIEN </al><al><vet>B. Bevoegdheidsuitoefening per organisatieonderdeel (in samenhang met de
                        door het organisatieonderdeel uit te voeren taken)</vet></al><al>CLUSTER PUBLIEKSZAKEN</al><al>II CLUSTER WIJK- EN STADSZAKEN</al><al>III CLUSTER MIDDELEN</al><al>IV CLUSTER CENTRALE STAF</al><al>V COMBIWERK</al><al>VI VRIJE AKADEMIE</al><al><vet>Bevoegdheidsuitoefening Griffier</vet></al><al><vet>Bevoegdheidsuitoefening geldend voor alle organisatieonderdel</vet></al><al/><al>MMV tabel</al><al/><al>MMV tabel</al><al/><al>MMV tabel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>