<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100979_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maak kennis met Haarlemmerliede en Spaarnwoude, 09-02-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007 van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>bijlage II, onder c</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BOB 11/001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij "Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen” is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 oktober
                        2006;</al><al/><al>Gelezen het advies van de commissie Middelen / Bewonerszaken van 9 november
                        2006;</al><al/><al>Gelet op de gemeentewet;</al><al/><al>Besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>De Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007 vast te
                                stellen</al></li><li nr="2."><al>Kennis te nemen van het “Convenant Woonruimteverdeling 2007”</al></li><li nr="3."><al>Kennis te nemen van de “Prestatieafspraken bij het Convenant
                                Woonruimteverdeling 2007”, behorende bij “Het Convenant
                                Woonruimteverdeling 2007”</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt een groot aantal vaste begrippen gebruikt. Een
                            uitleg hiervan is opgenomen in bijlage II.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Overeenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan met eigenaren van woonruimte overeenkomsten (als
                                bedoeld in artikel 4 van de wet) sluiten over het in gebruik geven
                                van woonruimte. Zij nemen hierbij hoofdstuk 1, 2 en 3 van deze
                                verordening in acht. Daar waar er in het Convenant opgenomen in
                                bijlage III van deze verordening afspraken zijn gemaakt over een
                                onderwerp, treden deze in de plaats van de desbetreffende bepalingen
                                in hoofdstuk 1, 2 en 3 van de verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overeenkomsten dienen een evenwichtige en rechtvaardige verdeling
                                van woonruimte te bevorderen. De overeenkomsten worden voor de
                                inwerkingtreding en ondertekening ter kennis gebracht aan de
                                raadscommissie die het college adviseert over de volkshuisvesting.
                                De inhoud van de overeenkomsten wordt in ruime mate bekend gemaakt
                                aan de inwoners van de regio Zuid-Kennemerland en andere
                                belanghebbenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college overeenkomsten sluit als bedoeld in lid 1 wordt een
                                klachtencommissie ingesteld. Zij nemen hierbij artikel 4, lid 2 van
                                de wet in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ingebruikneming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college woonruimte
                                (woning, standplaats of ligplaats) in gebruik te nemen of geven, als
                                de huurprijs lager of gelijk is aan de huurprijsgrens of de
                                koopprijs lager of gelijk is aan de koopprijsgrens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lid 1 is niet van toepassing op woonruimten als bedoeld in artikel
                                6, eerste lid van de wet (inwoning, woonwagens, woonschepen en
                                bejaardenoorden).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Procedure voor het aanvragen van een vergunning</titel></kop><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning, een vergunning voor
                            onttrekken, samenvoegen, splitsen of omzetten van woonruimte of een
                            urgentieverklaring worden schriftelijk ingediend bij het college.
                            Behandeling hiervan volgt als:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag is ingediend via het daarvoor bestemde formulier dat
                                    volledig is ingevuld en ondertekend;</al></li><li nr="b."><al>nadere gegevens of bescheiden, noodzakelijk voor het toetsen van
                                    de aanvraag aan deze verordening, zijn verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>indien nadere gegevens of bescheiden ontbreken wordt de
                                    aanvrager twee weken in de gelegenheid gesteld het ontbrekende
                                    in te leveren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Het college kan een verleende vergunning intrekken als:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen de in de vergunning gestelde termijn van de
                                    vergunning gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de aanvrager
                                    verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op alle woningen onder de huurprijsgrens
                            en koopprijsgrens voor zover er hierna of in het convenant opgenomen in
                            bijlage III niet van wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorwaarden voor verlening huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent de vergunning als tenminste één van de leden
                                van het huishouden dat de vergunning aanvraagt, behoort tot de in de
                                artikelen 8 en 9 van deze verordening en artikel 9, lid 2 van de wet
                                genoemde categorieën.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een huurwoning gelden in aanvulling op lid 1 nadere
                                voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte wordt volgens de artikelen 10 en 11 passend
                                        geacht;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar is aantoonbaar bereid de woning te
                                        verhuren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor een standplaats voor een woonwagen gelden in aanvulling op lid
                                1 de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar van de standplaats is aantoonbaar bereid deze
                                        aan de standplaatszoekende in gebruik te geven;</al></li><li nr="b."><al>de standplaatszoekende komt voor een standplaats in
                                        aanmerking overeenkomstig de in artikel 12 opgenomen
                                        volgordebepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een ligplaats voor een woonschip gelden in aanvulling op lid 1
                                de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de ligplaats is door de raad of het college als zodanig
                                        aangewezen;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar van de ligplaats is aantoonbaar bereid deze aan
                                        de ligplaatszoekende in gebruik te geven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van lid 2b wordt een principe-huisvestingsvergunning
                                afgegeven als de eigenaar niet bereid is de woonruimte te verhuren
                                en de aanvraag is gedaan met het oog op het bepaalde in de artikelen
                                267 lid 6, 268 lid 3 of 270 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk
                                Wetboek en de aanvrager voldoet aan het gestelde in lid 1 en lid
                                2a.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning wordt geweigerd als verlening hiervan ertoe zou leiden
                                dat aanvrager meer dan één woning in gebruik heeft.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op of bij de vergunning is de volgende informatie vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen 2 maanden kan van de vergunning gebruik worden
                                        gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>de naam (namen) van de vergunninghouder(s);</al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toelating</titel></kop><al>Om in aanmerking te kunnen komen voor een huisvestingsvergunning dient
                            de aanvrager of dienen de aanvragers meerderjarig te zijn volgens de
                            bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingezetenschap, economische en maatschappelijke binding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten minste één van de meerderjarige leden van het huishouden
                                moet:</al><lijst><li nr="a."><al>ingezetene zijn van de regio Zuid-Kennemerland of van de
                                        gemeente Haarlemmermeer of</al></li><li nr="b."><al>maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de regio
                                        of</al></li><li nr="c."><al>behoren tot diegenen die gelijkgesteld zijn aan economisch
                                        gebondenen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 geldt de eis van binding niet bij
                                woningruil.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhouding inkomen-huurprijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het inkomen van het huishouden moet in redelijke verhouding tot de
                                huurprijs staan. Voor de bepaling van deze verhouding hanteert het
                                college de tabel opgenomen in bijlage I van deze verordening. Deze
                                verhouding is niet van toepassing op de huurtoeslag als bepaald in
                                artikel 36.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor woonruimte van eigenaren met wie geen convenant is afgesloten,
                                en waarvan de huurprijs ligt beneden de huurprijsgrens zoals
                                opgenomen in bijlage I, artikel 1, lid 2 van deze verordening, wordt
                                bij voorrang vergunning verstrekt aan een huishouden dat volgens de
                                in bijlage I, artikel 1 lid 2 opgenomen tabel passend is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bepaling van het inkomen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>als geen aanslag voor de inkomstenbelasting is opgelegd,
                                        geldt als bewijsstuk het laatste inkomstenbewijs van de
                                        werkgever(s) en/of uitkerende instantie(s) met betrekking
                                        tot het bruto inkomen;</al></li><li nr="b."><al>als wel een aanslag voor de inkomstenbelasting is opgelegd
                                        geldt het laatst bekende belastbare jaarinkomen; bewijsstuk
                                        is de daarop betrekking hebbende aanslag
                                        inkomstenbelasting;</al></li><li nr="c."><al>het college kan verzoeken een zgn. IB-60 formulier over het
                                        meest recente kalenderjaar te overleggen ter controle van
                                        het inkomen;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager kan aantonen dat het inkomen, sinds de
                                        vaststelling hiervan volgens a) of b), is veranderd of
                                        binnen 13 weken zal veranderen, dan geldt dit actuele
                                        inkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd de in de bijlage I opgenomen verhouding
                                tussen huur en inkomen (huurquote)en overige bedragen in bijlage I
                                jaarlijks aan te passen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bezettingsnorm</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De omvang van het huishouden moet in redelijke verhouding staan
                                    tot de woninggrootte. De verhouding wordt getoetst als:</al><lijst><li nr="a."><al>de huurprijs lager is dan de huurprijsgrens (woningen
                                            van corporaties waarmee geen huisvestingsconvenant is
                                            afgesloten);</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs lager is dan het bedrag zoals opgenomen in
                                            artikel 1, lid 1 van bijlage I van deze verordening
                                            (woningen van overige woningeigenaren).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de toepassing van lid 1 hanteert het college bij verhuurders
                                    met wie <onderstreept>geen</onderstreept> convenant is
                                    afgesloten de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding
                                    tussen het aantal leden van het huishouden en het daarbij
                                    passende aantal kamers van de woonruimte.</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omvang huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Passend aantal kamers</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 persoon</al></entry><entry colname="col2"><al>1-3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>2-4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>3-4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>3-4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>4-5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>4-5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7 en meer personen</al></entry><entry colname="col2"><al>5 of meer kamers</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="3."><al>Voor de bepaling van de grootte van het huishouden van de
                                    aanvrager geldt:</al><lijst><li nr="a."><al>het ongeboren kind telt mee als een verklaring van een
                                            arts of verloskundige van een zwangerschap van tenminste
                                            zes maanden kan worden overgelegd;</al></li><li nr="b."><al>een éénoudergezin wordt gelijkgesteld aan een gezin met
                                            twee ouders.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Voor de bepaling van het aantal kamers van de woning geldt:</al><lijst><li nr="a."><al>kamers en suite tellen als één kamer;</al></li><li nr="b."><al>kamers met een vloeroppervlakte van minder dan 5 m²
                                            tellen niet mee;</al></li><li nr="c."><al>als er geen badkamer of douche aanwezig is, telt de
                                            kleinste kamer niet mee.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bovenstaande is onzelfstandige woonruimte
                                    ook passend voor de alleenstaande woningzoekende die ingevolge
                                    de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten of in het
                                    bezit is gesteld van een vergunning tot verblijf als bedoeld in
                                    die wet, als zij in verband hiermee woonruimte nodig
                                    hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Selectie van kandidaten voor een woonwagenstandplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij selectie van kandidaten voor nieuwe of vrijkomende standplaatsen
                                geldt de volgende prioriteitsvolgorde:</al><lijst><li nr="a."><al>kandidaten, welke wonen op het centrum, waar de toe te
                                        wijzen standplaats op -of aansluitend aan- is gelegen;</al></li><li nr="b."><al>kandidaten, welke wonen op één van de andere woonwagencentra
                                        in de regio Zuid-Kennemerland. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zijn er geen kandidaten binnen de woonwagencentra in
                                Zuid-Kennemerland, dan komt de standplaats beschikbaar voor andere
                                woningzoekenden in de regio en vindt de selectie voor de standplaats
                                plaats conform het convenant woonruimteverdeling
                                Zuid-Kennemerland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er meerdere kandidaten zijn binnen dezelfde prioriteitscategorie
                                zoals bepaald in lid 2 of als er op grond van lid 1 meerdere
                                kandidaten zijn voor één standplaats, dan geldt binnen deze
                                categorie dat kandidaten met een huisvestingsvergunning voor een
                                standplaats voorrang krijgen boven de onzelfstandig wonende
                                kinderen. Vervolgens gaan kandidaten met de langste zoekduur voor.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien er op grond van zoekduurlengte geen voorrang tussen de
                                kandidaten bestaat, wordt de woningzoekende met de hoogste leeftijd
                                geselecteerd voor de standplaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 5 kan een huisvestingsvergunning voor een
                                standplaats worden ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder niet binnen twee weken nadat de
                                        standplaats feitelijk beschikbaar is gekomen, de standplaats
                                        inneemt;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder handelt in strijd met deze verordening,
                                        de voor de standplaats verstrekte huisvestingsvergunning
                                        en/of de daaraan verbonden voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De huisvestingsvergunning voor een standplaats vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen
                                        heeft gegeven van de standplaats geen gebruik meer te willen
                                        maken;</al></li><li nr="b."><al>onmiddellijk nadat de huurovereenkomst voor de standplaats
                                        is beëindigd en de vergunninghouder de standplaats heeft
                                        verlaten;</al></li><li nr="c."><al>onmiddellijk nadat de vergunninghouder de standplaats heeft
                                        verlaten, voor zover de betreffende standplaats niet
                                        ingevolge een huurovereenkomst door de vergunninghouder werd
                                        ingenomen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 7 wordt de vergunning altijd verleend als
                                de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in lid 2
                                weergegeven procedure gedurende 13 weken vruchteloos is aangeboden
                                aan woningzoekenden die volgens artikel 7 daarvoor in aanmerking
                                komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar moet de woonruimte binnen de in het vorige lid genoemde
                                termijn tenminste zes maal door middel van een advertentie,
                                geplaatst in één of meer regionaal verschijnende bladen, te huur of
                                te koop hebben aangeboden. Deze advertentie moet in ieder geval
                                bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de huur- of koopprijs;</al></li><li nr="c."><al>de mededeling dat woningzoekenden die voldoen aan artikel 6,
                                        de voorkeur hebben.</al></li></lijst><al>De in lid 1 genoemde termijn begint op de datum van plaatsing van de
                                eerste advertentie die voldoet aan het hier bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is alleen van toepassing als:</al><lijst><li nr="a."><al>de huur- of koopprijs redelijk is, gelet op de prijs in het
                                        economische verkeer voor vergelijkbare woonruimten, of</al></li><li nr="b."><al>als de huurprijs niet hoger is dan de volgens deze wet
                                        maximaal redelijke huurprijs als bedoeld in de wet in
                                        onderafdeling 2 van afdeling 5 van titel 4 van Boek 7 van
                                        het Burgerlijk Wetboek.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Urgentieverklaring</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een woningzoekende die voldoet aan artikel 9, lid 2 van de wet
                                en artikel 8 van deze verordening, en ingezetene is van de regio
                                Zuid-Kennemerland, dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte,
                                kan het college in de in de artikelen 15 en16 omschreven gevallen op
                                schriftelijk verzoek een urgentieverklaring verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Woningzoekenden die zelf verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor
                                de ontstane woonproblematiek of die onvoldoende pogingen hebben
                                gedaan om zelf een oplossing te vinden, komen niet in aanmerking
                                voor een verklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bezitters van een verklaring kunnen 26 weken (vanaf de datum van
                                afgifte) met voorrang boven andere woningzoekenden in aanmerking
                                komen voor een vergunning. Daarbij gelden de passendheidseisen in de
                                artikelen 10 en 11.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een verklaring is geldig in alle regiogemeenten. Met de
                                urgentieverklaring kan met voorrang gereageerd worden op alle
                                woningen die voldoen aan het zoekprofiel dat is opgenomen in de
                                verklaring. Uitgangspunt van het zoekprofiel is dat er met de
                                verklaring geen sprong voor- of achteruit in de wooncarrière wordt
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bezitters van een verklaring worden bij de rangordebepaling bovenaan
                                geplaatst. Als meerdere woningzoekenden met een verklaring reageren,
                                wordt degene met de oudste, nog geldige verklaring bovenaan
                                geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De eerste 13 weken kan men zelf reageren op het woningaanbod. De
                                overige 13 weken kan, indien nodig, gericht worden gezocht door
                                Woonservice. Ook tijdens deze tweede periode kan men zelf reageren
                                op het aanbod. De verklaring vervalt als passende woonruimte is
                                gevonden, of in de tweede periode is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De termijn van 26 weken kan eenmalig met 26 weken worden verlengd
                                als nog geen passende woonruimte is vrijgekomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Er kan worden bepaald dat de verklaring geen voorrang geeft bij de
                                toewijzing van relatief schaarse woningen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De verklaring vervalt door verloop van de geldigheidsduur of het
                                afgeven van een vergunning op naam van (onder meer) de
                                urgentverklaarde.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op
                                verzoek van de urgentverklaarde, besluiten de inhoud van de
                                verleende verklaring te wijzigen of de verklaring in te
                                trekken.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Als een urgentverklaarde binnen de termijn geen gebruik heeft
                                gemaakt van de verklaring, terwijl er naar het oordeel van het
                                college in deze termijn passende huisvesting beschikbaar is gekomen,
                                hetzij via reageren op aanbod, hetzij door een passend aanbod van
                                Woonservice, wordt, op grond van dezelfde feiten of omstandigheden
                                die hebben geleid tot de urgentieverklaring, niet opnieuw een
                                verklaring afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Het college kan een verklaring intrekken, als:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de eisen voor een verklaring niet meer wordt
                                        voldaan;</al></li><li nr="b."><al>de verklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan de
                                        woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij
                                        onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Het college kan met instanties die werkzaam zijn op sociaal,
                                maatschappelijk of medisch terrein, afspraken maken over af te geven
                                urgentieverklaringen voor cliënten van deze instellingen die wegens
                                bijzondere omstandigheden een verklaring nodig hebben, maar aan de
                                reguliere voorwaarden hiervoor niet voldoen.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>De urgentieverklaring bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de personalia van de urgentverklaarde;</al></li><li nr="b."><al>de geldigheidstermijn van 26 weken;</al></li><li nr="c."><al>een zoekprofiel: woningtypen waarvoor de verklaring geldig
                                        is, met als uitgangspunt de kenmerken van de achter te laten
                                        woning (indien van toepassing) en rekening houdend met de
                                        achtergrond van de urgentie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al>Er wordt regionaal een actueel overzicht bijgehouden van alle
                                geldige urgentieverklaringen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Sociale en medische urgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 14 eerste lid bedoelde urgentie kan worden verleend
                                indien er sprake is van een medische of een psychosociale klacht in
                                relatie met de huidige woning, waaruit een dringende noodzaak tot
                                (her)huisvesting op korte termijn voortvloeit. Deze noodzaak is
                                alleen aanwezig als er sprake is van een levensbedreigende of
                                maatschappelijk onaanvaardbare situatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vraagt voorafgaand aan de besluitvorming omtrent de
                                urgentieaanvraag advies aan de urgentiecommissie, zoals bedoeld in
                                het Reglement Regionale Urgentiecommissie 2007. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overige urgentieverklaringen</titel></kop><al>Een verklaring kan worden verleend als:</al><lijst><li nr="a."><al>de huidige woonruimte waarover men zelfstandig beschikt in de
                                    regio direct definitief moet worden verlaten door natuurgeweld
                                    of een niet door eigen opzet ontstane calamiteit;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte in het kader van een stadsvernieuwings- of
                                    herstructureringsproject op korte termijn moet worden verlaten.
                                    Daarbij geldt als voorwaarde dat er recht is op huurbescherming
                                    (op basis van het Burgerlijk Wetboek) ten opzichte van de
                                    eigenaar, niet zijnde de bewoner op het moment dat de woning
                                    moet worden verlaten;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Leegstand en wijziging woningvoorraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Strekking</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle zelfstandige
                            en onzelfstandige woonruimten, ongeacht de koopprijs of huurprijs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Melding leegstand woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel is van toepassing op eigenaren van woonruimte, waarmee
                                geen convenant is gesloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de leegstand langer duurt dan drie maanden, is de eigenaar
                                verplicht dit aan het college te melden. Het daarover in de wet in
                                artikel 18 bepaalde is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een woonruimte wordt geacht leeg te zijn als:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruiker van de woonruimte het gebruik daarvan aan de
                                        eigenaar heeft opgezegd;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar het gebruik aan de gebruiker heeft opgezegd en
                                        vaststaat dat ontruiming juridisch mogelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte is ontruimd;</al></li><li nr="d."><al>de woonruimte als zodanig niet langer in gebruik is, tenzij
                                        aannemelijk wordt gemaakt dat dit slechts voor korte tijd
                                        het geval is;</al></li><li nr="e."><al>op andere wijze is gebleken dat een woonruimte te huur of –
                                        vrij van huur – te koop is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college noteert de gemelde leegstand in het
                                leegstandsregister.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voordracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19, 20 en 21 van
                                de wet kan het college aan de eigenaar van een ter beschikking
                                gekomen woonruimte die behoort tot de in artikel 19, lid 1
                                aangewezen categorieën een voordracht tot verhuring van de
                                woonruimte aan een door het college aangegeven woningzoekende
                                doen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor plaatsing van de in lid 1 bedoelde voordracht komen in
                                aanmerking woningzoekenden die beschikken over een
                                urgentieverklaring als bedoeld in de artikelen 14, 15 en 16.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen twee weken nadat de eigenaar het ter beschikking komen van de
                                woonruimte heeft gemeld of anderszins is gebleken dat de woonruimte
                                ter beschikking is gekomen, zendt het college een voordracht van ten
                                hoogste drie woningzoekenden, of berichten zij aan de eigenaar dat
                                geen voordracht zal worden gedaan.</al><al>Van de voordracht worden de desbetreffende woningzoekenden door het
                                college schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Binnen twee weken na ontvangst van de voordracht dient de eigenaar
                                de woningzoekende te benaderen en het college schriftelijk te
                                berichten of met de voorgedragen woningzoekende een huurovereenkomst
                                afgesloten zal worden. Als de eigenaar de voorgedragen
                                woningzoekende weigert, dient hij de reden daarvan aan het college
                                te melden.</al><al>Het college stelt de voorgedragen woningzoekende hiervan in kennis
                                en geeft daarbij aan wat het vervolg van de procedure zal zijn. Als
                                de voorgedragen woningzoekende de woonruimte weigert, dient hij de
                                reden daarvan schriftelijk aan het college te melden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de voorgedragen woningzoekende de woonruimte weigert, of de
                                eigenaar de voorgedragen woningzoekende om, naar het oordeel van het
                                college gegronde redenen weigert, kan een tweede voordracht worden
                                gedaan binnen twee weken nadat het college van de weigering is
                                kennis is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een voorgedragen woningzoekende wordt geacht geweigerd te hebben,
                                als hij niet binnen twee weken nadat hij van de voordracht in kennis
                                is gesteld aan de eigenaar of aan het college heeft laten weten dat
                                hij de aangeboden woonruimte accepteert.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 4 blijft buiten toepassing als:</al><lijst><li nr="a."><al>het college heeft bericht dat geen voordracht zal worden
                                        gedaan;</al></li><li nr="b."><al>zij niet binnen de termijn van twee weken een voordracht
                                        hebben gedaan;</al></li><li nr="c."><al>alle door hen voorgedragen woningzoekenden de aangeboden
                                        woonruimte hebben geweigerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als de eigenaar niet binnen de gestelde termijn een bericht als
                                bedoeld in lid 3 heeft gezonden of als hij de voorgedragen
                                woningzoekende naar het oordeel van het college zonder gegronde
                                redenen weigert, kan het college overeenkomstig hoofdstuk IV van de
                                wet tot vordering van de woonruimte overgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergunning voor onttrekken, samenvoegen en omzetten</titel></kop><al>Het is verboden om zonder onttrekkingsvergunning woonruimte binnen de
                            gemeentegrenzen:</al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijk aan de woonbestemming te onttrekken.
                                    Onder onttrekken wordt verstaan het slopen of het gebruiken voor
                                    een ander doel dan permanente bewoning door een huishouden.
                                    Onder gedeeltelijk onttrekken wordt verstaan een zodanige
                                    onttrekking van woonruimte, dat die woonruimte daardoor niet
                                    langer geschikt is voor bewoning door een huishouden van
                                    dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking
                                    geschikt is;</al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>om te zetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Criteria voor de vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent de vergunning als naar hun oordeel het met
                                    de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter
                                    is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de
                                    woningvoorraad.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college heeft vastgesteld dat het belang van
                                    aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woningvoorraad, maar dat het belang door
                                    het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan
                                    worden gediend, kunnen zij de gevraagde vergunning verlenen
                                    indien de vergunningaanvrager voldoende compensatie als bedoeld
                                    in artikel 22, lid 4 of lid 5 biedt en overigens aan de door het
                                    college gestelde voorwaarden en voorschriften voldoet.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag voor onttrekking, samenvoegen of omzetten wordt
                                    getoetst aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de huidige bestemming van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de behoefte aan de te ontrekken woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>het volkshuisvestingsbeleid.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een aanvraag voor een gedeeltelijke onttrekking wordt getoetst
                                    aan de verhouding tussen de grootte van de woonruimte en de
                                    omvang van het huishouden.</al><al>Als bij deze vergunning de voorwaarde van tijdelijkheid en
                                    zelfbewoning conform artikel 22, lid 2 wordt opgelegd, wordt
                                    geen financiële compensatie verlangd. Hiermee wordt het
                                    tijdelijke karakter van de onttrekkingsvergunning
                                    benadrukt.</al></li><li nr="5."><lijst><li nr="a."><al>Het college kan een tijdelijke vergunning verlenen voor
                                    onttrekking, samenvoeging of omzetting.</al></li><li nr="b."><al>Een tijdelijke vergunning kan worden afgegeven voor
                                            maximaal 5 jaar.</al></li><li nr="c."><al>Na het verstrijken van de periode, waarvoor vergunning
                                            is verleend, dient de onttrekking, de samenvoeging of
                                            omzetting weer ongedaan gemaakt te worden, tenzij een
                                            nieuwe, al dan niet tijdelijke, vergunning is
                                            verleend.</al></li></lijst></li><li nr="6."><lijst><li nr="a."><al>Een vergunning tot samenvoeging kan worden toegestaan als de
                                    woning gelegen is in de binnenstad én één van de woningen
                                    kleiner dan 60m2 BKO is, tenzij de samengevoegde woning groter
                                    is dan 3 x de maat van de kleinste woning.</al></li><li nr="b."><al>Een vergunning tot samenvoeging kan worden toegestaan
                                            als één van de woningen kleiner is dan 70 m2, tenzij de
                                            samengevoegde woning groter wordt dan 3 x de maat van de
                                            kleinste woning of groter dan 180 m2. </al></li><li nr="c."><al>In afwijking van het hiervoor gestelde onder a en b voor
                                            wat betreft de grootte van de samengevoegde woning mag
                                            het aantal m2 binnenwerkse kernoppervlakte (BKO) in de
                                            samengevoegde woning maximaal 210 m2 bedragen indien het
                                            huishouden, waarvoor de samenvoeging wordt aangevraagd,
                                            bestaat uit meer dan 6 personen.</al></li><li nr="d."><al>Voorts geldt bij de in dit lid onder a t/m c gestelde
                                            dat de hier onderstaande grenzen niet worden
                                            overschreden:</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colwidth="37*"/><colspec colname="col3" colwidth="35*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Huishoudengrootte</al></entry><entry colname="col2"><al>Maximum grootte van de grootste woning in BKO</al></entry><entry colname="col3"><al>Maximum grootte van de woning na samenvoeging in
                                                BKO</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 tot 2 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>60 m2 </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3 tot 4 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 m2</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 tot 6 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>90 m2</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meer dan 6 personen</al></entry><entry colname="col2"><al>120 m2</al></entry><entry colname="col3"><al>210 m2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="7."><al>Een vergunning tot samenvoegen wordt in elk geval verleend als
                                    aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>als de samen te voegen woonruimten van zodanige
                                            kwaliteit zijn dat zij redelijkerwijs niet langer als
                                            zelfstandige woningen in de woningbehoefte kunnen
                                            voorzien (overwegingen van algemeen belang);</al></li><li nr="b."><al>als de aanvrager volgens de normen in de vorige tabel te
                                            krap is gehuisvest en er binnen een door het college te
                                            bepalen aanvaardbare termijn geen passende woonruimte
                                            beschikbaar is. Voorwaarde daarbij is dat de aanvrager
                                            na samenvoegen de maximum grootte zoals bepaald in lid 6
                                            niet overschrijdt;</al></li><li nr="c."><al>als de behoefte aan de woonruimte die na samenvoeging
                                            ontstaat, in het kader van een evenwichtige opbouw van
                                            de woningvoorraad, groter is dan de behoefte aan de
                                            afzonderlijke woonruimten (overwegingen in het kader van
                                            herstructurering).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Voorwaarden bij de vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="a."><al>een bouwvergunning wordt aangevraagd en verleend;</al></li><li nr="b."><al>zonder tussenkomst van de gemeente passende woonruimte aan
                                        de zittende huurders wordt aangeboden;</al></li><li nr="c."><al>gekoppeld aan de samenvoeging of omzetting een ingrijpende
                                        woningverbetering wordt uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een onttrekkingsvergunning verlenen voor een
                                gedeeltelijke onttrekking, onder de voorwaarden van tijdelijkheid en
                                zelfbewoning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij samenvoegen van woonruimte dient een nieuw huisnummer te worden
                                aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de vergunning kan de voorwaarde worden verbonden dat de
                                aanvrager binnen één jaar na het besluit zorgdraagt voor het creëren
                                van gelijkwaardige andere woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ter compensatie van het verlies aan woonruimte kan een financiële
                                voorwaarde aan de vergunning worden verbonden indien het verlies aan
                                woonruimte voldoende kan worden gecompenseerd door het opleggen van
                                een financiële compensatie.</al><al>Hierbij gelden de volgende tarieven voor een
                                    <onderstreept>definitieve</onderstreept> vergunning:</al><lijst><li nr="-"><al>zelfstandige, te onttrekken woonruimte € 220,-- per m2</al></li><li nr="-"><al>zelfstandige, samen te voegen woonruimte € 200,-- per
                                        m2</al></li><li nr="-"><al>zelfstandige, om te zetten woonruimte € 110,-- per m2</al></li><li nr="-"><al>onzelfstandige, te onttrekken woonruimte € 110,-- per
                                        m2</al></li><li nr="-"><al>ondeugdelijke, te onttrekken woonruimte € 85,-- per m2</al></li></lijst><al>Hierbij gelden de volgende tarieven per jaar voor een
                                    <onderstreept>tijdelijke </onderstreept>vergunning:</al><lijst><li nr="-"><al>zelfstandige, te onttrekken woonruimte € 15,-- per m2</al></li><li nr="-"><al>zelfstandige, samen te voegen woonruimte € 13,-- per m2</al></li><li nr="-"><al>onzelfstandige te onttrekken / samen te voegen woonruimte €
                                        10,-- per m2</al></li></lijst><al>De bijdrage wordt berekend naar het aantal vierkante meters
                                vloeroppervlakte van de te onttrekken, samen te voegen of om te
                                zetten woonruimte, inclusief de daarbij behorende gangen, keuken,
                                toilet en beschoten zolder. De tarieven worden jaarlijks aangepast
                                met het CBS-prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De bedragen worden gestort in de reserve sociale woningbouw en
                                worden voor de volkshuisvesting aangewend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als de aanvrager voor compenserende woonruimte zorgt, betaalt deze
                                een waarborgsom op basis van de tarieven uit lid 5. De waarborgsom
                                wordt betaald binnen twee weken na verlenging van de vergunning
                                waarin de eis van deze compensatie is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De waarborgsom wordt in het Fonds Woningonttrekking gestort als niet
                                binnen één jaar na verlening vervangende woonruimte is aangeboden of
                                met het bouwen daarvan daadwerkelijk is begonnen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op of bij de vergunning wordt de volgende informatie vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen 1 jaar van de vergunning gebruik
                                        moet worden gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de opgelegde compensatie;</al></li><li nr="d."><al>bij gedeeltelijke onttrekking tevens de voorwaarde van
                                        tijdelijkheid en zelfbewoning.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>Het college kan in het belang van de volkshuisvesting geheel of
                            gedeeltelijk ontheffing verlenen van de voorwaarden in (delen van) dit
                            hoofdstuk.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Splitsing in appartementsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op alle gebouwen, bevattende woonruimte,
                            ongeacht de huur- of koopprijs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een
                                gebouw, zoals aangewezen in artikel 24, te splitsen in
                                appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid
                                van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, als één of meer
                                appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van één
                                of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lid 1 is ook van toepassing op het verlenen van deelname- of
                                lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door
                                een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in lid
                                1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op of bij de splitsingsvergunning vermeldt het college de volgende
                                informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen een jaar van de
                                        splitsingsvergunning gebruik gemaakt kan worden;</al></li><li nr="b."><al>de gebouwde onroerende zaak waarop de splitsing betrekking
                                        heeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Gronden voor weigering van splitsingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een splitsingsvergunning weigeren als:</al><lijst><li nr="a."><al>het (gedeelte van een) gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of
                                        die laatstelijk verhuurd zijn geweest;</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van één of meer van die (voormalige)
                                        woonruimten lager is dan de maximale huurgrens voor de
                                        huurtoeslag.</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet kan waarborgen dat de woonruimte(n) na de
                                        splitsing bestemd blijven, of de voormalige woonruimte(n) na
                                        de splitsing opnieuw bestemd zullen worden voor verhuur ter
                                        bewoning en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft niet opweegt
                                        tegen het belang van het behoud van de woningvoorraad, voor
                                        zover die voor verhuur is bestemd. Bij de afweging worden
                                        ook de ligging en de te verwachten vraag naar de
                                        desbetreffende woonruimten betrokken.</al></li><li nr="e."><al>de splitsing zou leiden tot woningen met een oppervlakte,
                                        die vanuit volkshuisvestelijk standpunt als te klein worden
                                        aangemerkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een splitsingsvergunning weigeren als:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied, waarin het gebouw is gelegen, een
                                        stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de Wet
                                        op de stads- en dorpsvernieuwing of Leefmilieuverordening
                                        als bedoeld in artikel 9 van die wet van kracht is, of een
                                        ontwerp voor een zodanig plan, zodanige verordening of een
                                        herziening daarvan in procedure is;</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of verordening danwel de
                                        herziening daarvan, ter inzage is gelegd voordat de aanvraag
                                        voor de splitsingsvergunning is gedaan, of, als de aanvraag
                                        op basis van artikel 27 is aangehouden, voordat die
                                        aanhouding is geëindigd;</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen heeft voor de met
                                        het plan of de verordening nagestreefde doeleinden en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet
                                        opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmeringen
                                        van de stadsvernieuwing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een splitsingsvergunning weigeren als:</al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling
                                        of staat van onderhoud geheel of gedeeltelijk tegen
                                        splitsing verzet;</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                        voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                        worden opgeheven, of onvoldoende is verzekerd dat de
                                        gebreken zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van gebreken als bedoeld in lid 3 is in ieder geval sprake als:</al><lijst><li nr="a."><al>het college op basis van de artikelen 14-25 van de Woningwet
                                        een aanschrijving heeft gedaan en deze aanschrijving nog
                                        niet is uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>het gebouw één of meer woonruimten bevat die volgens de
                                        artikelen 29-38 van de Woningwet onbewoonbaar zijn
                                        verklaard.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Aanhouding van de splitsingsaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt de beslissing op de aanvraag aan als:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen een
                                        voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet
                                        op de Ruimtelijke Ordening van kracht is met het oog op de
                                        voorbereiding van een stadsvernieuwingsplan of een
                                        herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>dat besluit is genomen voordat de aanvraag werd ingediend
                                        en</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het
                                        stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen nadelig kunnen
                                        worden beïnvloed door de voorgenomen splitsing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanhouding als bedoeld in lid 1 duurt tot het moment dat het
                                voorbereidingsbesluit is vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de beslissing aanhouden als de aanvrager aannemelijk
                                kan maken dat hij binnen een redelijke termijn de gebreken als
                                bedoeld in artikel 26 zal opheffen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college de beslissing aanhoudt, vermeldt zij in het besluit
                                tot aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen
                                splitsing hersteld moeten worden en binnen welke termijn zij dit
                                redelijk achten. Als de in het besluit vermelde gebreken binnen de
                                aangegeven termijn zijn hersteld, wordt vergunning verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 25 kan het college een splitsingsvergunning
                            intrekken als niet binnen 1 jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                            geworden, is overgegaan tot inschrijving in de openbare registers van de
                            acte van splitsing in appartementsrechten of tot het verlenen van
                            deelnemings- of lidmaatschapsrechten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan één of meer artikelen uit de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5
                            buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet
                            op het belang van het in gebruik nemen of geven van woonruimte of het
                            wijzigen van de woonruimtevoorraad leidt tot een onbillijkheid van
                            overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 3, 20 en 25 wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de
                            derde categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn
                            overtredingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college
                                aangewezen ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met de opsporing van de bij artikel 30 van deze verordening
                                strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de in artikel 141 van het
                                Wetboek van Strafvordering en de in artikel 75 van de wet aangewezen
                                ambtenaren belast de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor
                                zover zij door de Minister van Justitie daartoe zijn
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden als
                                genoemd in de artikelen 76, 77 en 78 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Restbepaling</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college. Zij zal zich daarbij uitsluitend laten leiden door overwegingen
                            betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van
                            schaarse woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            pleegt het college overleg met de regiogemeenten en de in de gemeente
                            werkzame corporaties en met andere daarvoor naar hun oordeel in
                            aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van
                            de woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Toepassing regelgeving na sluiten overeenkomsten</titel></kop><al>Als toepassing wordt gegeven aan artikel 2, zijn de criteria voor
                            werving en selectie van kandidaten voor vrijkomende woningen ook van
                            toepassing op zelfstandige woonruimte, die in het bezit is van een
                            corporatie welke de overeenkomst niet heeft ondertekend, of welke deze
                            eenzijdig opzegt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Experimenten</titel></kop><al>Het college kan, na kennisgeving aan de betreffende raadscommissie
                            afwijken van deze verordening ten behoeve van experimenten in het belang
                            van de volkshuisvesting, mits niet in strijd met de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Passendheidstoets bij aanvraag huurtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de huurtoeslag-aanvragen boven de aftoppingsgrens maar onder de
                                huurtoeslag-grens wordt aan de gemeente een passendheidsverklaring
                                gevraagd of de huurprijs passend is. De gemeente geeft voor een
                                huurprijs boven de aftoppingsgrens geen passendheidsverklaring.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan afwijken van het eerste lid, voor zover toepassing
                                gelet op het belang van het in gebruik nemen of geven van woonruimte
                                of het wijziging van de woonruimtevoorraad dat naar mening van het
                                college leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen en verzoeken die getoetst worden aan bepalingen in de
                                Huisvestingsverordening die zijn ingediend voor het van kracht
                                worden van deze verordening worden getoetst aan de regels gesteld in
                                de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 1999, wanneer de
                                toepassing voor de aanvrager gunstiger is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste lid worden de aanvragen voor de
                                passendheidstoets bij huurtoeslag, als omschreven in artikel 36,
                                getoetst aan de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 1999
                                wanneer de aanvrager is verhuisd in het laatste half jaar voor het
                                van kracht worden van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening
                            Zuid-Kennemerland 2007 van de gemeente Haarlemmerliede en
                            Spaarnwoude.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007</al></li><li nr="2."><al>Met de inwerkingtreding komt de Huisvestingsverordening
                                    Zuid-Kennemerland 1999 te vervallen.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 28 november 2006 nr. BOB 06/037,
                        gepubliceerd in het Witte Weekblad d.d. 5 december 2006 en het Haarlems
                        Weekblad d.d. 6 december 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 november
                        2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>I</nr><titel>behorende bij de huisvestingsverordening</titel></kop><al>Artikel 1 Verhouding huur-inkomen</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het bedrag in artikel 11, lid 1 van de Huisvestingsverordening
                            Zuid-Kennemerland 2007 wordt gesteld op € 400,- per maand.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van artikel 10 lid 2 van de Huisvestingsverordening wordt voor
                            woonruimte van eigenaren, waarmee geen Convenant is afgesloten waarin
                            andere grenzen zijn afgesproken, de huurgrens waar beneden de verhouding
                            inkomen/huur wordt getoetst bij de Huisvestingsvergunning, gesteld op
                            het bedrag dat is genoemd als maximale huurgrens voor de huurtoeslag.
                            Vergunning wordt slechts verleend aan een huishouden indien de
                            verhouding inkomen/huur conform de volgende tabel passend is. Let wel
                            artikel 36 van de Huisvestingsverordening bevat de criteria voor de
                            passendheidstoets bij de aanvraag huurtoeslag.</al></li></lijst><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Leeftijd</al></entry><entry><al><vet>Bruto inkomen/maand</vet></al></entry><entry><al><vet>Acceptabele huur/maand</vet></al></entry></row><row><entry><al>Tot 23 jaar</al></entry><entry><al>Max. € 1.600,--</al></entry><entry><al>Max. € 348,99</al></entry></row><row><entry><al>Boven 23 jaar</al></entry><entry><al>Onder € 2.526,--</al></entry><entry><al>Max. € 631,73</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Boven € 2.526,--</al></entry><entry><al>Vanaf € 400,-- </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>(laatstelijk gewijzigd 27 augustus 2008)</vet></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>II</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colwidth="65*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>aftoppingsgrens</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>rekenhuur als bedoeld in Artikel 20 van de Wet op de
                                        huurtoeslag waarboven het college, als omschreven in Artikel
                                        38 van de Wet op de huurtoeslag, moet toezien dat het aantal
                                        gevallen, waarin huurtoeslag wordt toegekend, beperkt
                                        blijft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>besluit</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>het Huisvestingsbesluit;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>college</vet></al></entry><entry colname="col3"><al> het college van burgemeester en wethouders van
                                        Haarlemmerliede en Spaarnwoude </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>convenant</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>het convenant woonruimteverdeling. Hierin zijn opgenomen
                                        afspraken met de corporaties en andere wooneigenaren over de
                                        verdeling van woningen door advertenties;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>corporatie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70, eerste lid
                                        of artikel 2, eerste lid van de Woningwet (Stb. 1991,
                                        439);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>economische binding</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>binding van een persoon aan de regio Zuid-Kennemerland,
                                        welke is gelegen in het redelijke belang dat die persoon,
                                        met het oog op de voorziening in het bestaan, heeft om zich
                                        in deze regio te vestigen.</al><al>Er is in elk geval sprake van economische binding als men
                                        voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op het
                                        duurzaam verrichten van arbeid tijdens een aantal uren dat
                                        gelijk is aan ten minste de helft van het aantal uren dat
                                        een volledige werkweek uitmaakt binnen diens beroepsgroep,
                                        binnen of vanuit dat gebied.</al><al>Bij “duurzaam verrichten van arbeid” is inbegrepen:</al><al>a.een standaardarbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (met
                                        een minimum van 1 jaar, waarbij de mogelijkheid van
                                        verlenging is opgenomen) of</al><al>b.een standaardarbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op
                                        projectbasis voor een periode die langer is dan 1 jaar.</al><al>Aan groepen woningzoekenden die behoren tot één van de
                                        categorieën genoemd in artikel 13c van de wet wordt de eis
                                        van economische binding niet gesteld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>eigenaar</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>het daarover in artikel 1, lid 2 van de wet bepaalde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>huishouden</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>-een alleenstaande danwel twee of meer personen die een
                                        gemeenschappelijke huishouding (willen gaan) voeren. Het
                                        voeren of willen gaan voeren van een gemeenschappelijke
                                        huishouding wordt tot uitdrukking gebracht door het vormen
                                        van een economische eenheid en in het gezamenlijk
                                        ondertekenen van het huurcontract;</al><al>-meeverhuizende kinderen (of daarmee gelijkgestelde) maken
                                        deel uit van het huishouden van de ouders (of daarmee
                                        gelijkgestelde). Een kind (of daarmee gelijkgestelde) kan
                                        slechts tot één huishouden behoren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>huurprijs</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het
                                        enkele gebruik van een woning, uitgedrukt in een bedrag per
                                        maand.</al><al>Voor een standplaats voor een woonwagen of een ligplaats
                                        voor een woonschip: het bedrag dat is verschuldigd voor het
                                        innemen van die standplaats, of ligplaats, uitgedrukt in een
                                        bedrag per maand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>huurprijsgrens</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de huurprijs waarboven in de regio Zuid-Kennemerland geen
                                        huisvestings-vergunning verplicht. Dit is gelijk aan de
                                        maximale huurgrens voor de huurtoeslag </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>inkomen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>Het rekeninkomen zoals omschreven in artikel 1 onder i van
                                        de Wet op de huurtoeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>ingezetene</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>degene die gedurende tenminste twee jaren aaneengesloten in
                                        de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van een
                                        gemeente in de regio of in de gemeente Haarlemmermeer is
                                        opgenomen en feitelijk in de regio of de gemeente
                                        Haarlemmermeer hoofdverblijf heeft en gedurende deze periode
                                        niet in strijd met de Huisvestingsverordening
                                        Zuid-Kennemerland 2007 zonder huisvestingsvergunning een
                                        woonruimte in gebruik heeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>inwoning</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>het bewonen van woonruimte die onderdeel uitmaakt van
                                        woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is
                                        genomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>klachtencommissie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de commissie als bedoeld in artikel 4, lid 2 van de
                                        wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>koopprijs</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte is of
                                        zal worden betaald;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>koopprijsgrens</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de koopprijs waarboven geen huisvestingsvergunning verplicht
                                        is. Deze bedraagt € 136.134,--;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>ligplaats</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de door de raad of het college aangewezen plaats, waar een
                                        woonschip mag liggen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maatschappelijke </vet></al><al><vet>binding</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>binding van een persoon aan de regio Zuid-Kennemerland. Deze
                                        wordt alleen aangenomen als men in de afgelopen tien jaar
                                        ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van
                                        deze regio;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>maatschappelijk </vet></al><al><vet>onaanvaardbaar </vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de situatie waarin een ingezetene zich bevindt waarbij, </al><al>-het jongste kind minderjarig is en</al><al>-er zeer ernstige medische of psychische problemen zijn bij
                                        een van de gezinsleden, die door de huidige woonsituatie
                                        worden versterkt dan wel de huidige situatie onhoudbaar
                                        maken en</al><al>-verhuizen de enige oplossing is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>onzelfstandige
                                        woo</vet><vet>n</vet><vet>ruimte</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning,
                                        zonder eigen toegang, die niet door een huishouden kan
                                        worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van
                                        wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>u.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>onttrekkingsvergunning</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de vergunning tot onttrekking van woonruimte als beschreven
                                        in hoofdstuk 5 van deze verordening en als bedoeld in
                                        artikel 30 van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>v.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>raad</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de gemeenteraad van Haarlem</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>w.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>regio</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de regio Zuid-Kennemerland waaronder de gemeenten
                                        Bennebroek, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en
                                        Spaarnwoude, Heemstede en Zandvoort vallen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>x.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>relatief schaarse </vet></al><al><vet>woonruimte</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>woonruimte die op het moment van de beoordeling zodanig
                                        schaars is dat de verhouding tussen vraag en aanbod op meer
                                        gespannen voet staat dan bij andere woningtypen of
                                        soortgelijke woningen in andere delen van de regio;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>y.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>splitsingsvergunning</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>z.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>standplaats</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                        onderdeel h van de Woningwet (Stb. 1991, 439);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aa.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>vergunning</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de huisvestingsvergunning, bedoeld in artikel 7 van de
                                        wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bb.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>wet</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de Huisvestingswet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>cc.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>woningruil</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>het door twee of meer huishoudens wederkerig in gebruik
                                        nemen van elkaars zelfstandige woonruimte voor permanente
                                        bewoning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>dd.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>woonruimte</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>besloten ruimte die, al dan niet samen met één of meer
                                        andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door
                                        een huishouden, tenzij die woonruimte bestemd is voor
                                        inwoning.</al><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen
                                        worden onder woonruimte ook begrepen:</al><al>a.een woonwagen;</al><al>b.een standplaats voor een woonwagen;</al><al>c.een ligplaats voor een woonschip;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ee.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>woonschip</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>woonschip als bedoeld in artikel 1 van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ff.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>woonwagen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>een wagen als bedoeld in artikel 1 van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>gg.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>woonwagenlocaties</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>de locaties met standplaatsen voor woonwagens zoals deze
                                        door de gemeenteraad zijn aangewezen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>hh.</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>zelfstandige woonruimte</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning,
                                        welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden
                                        kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van
                                        wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Algemene en artiekelsgewijze toelichting</label><nr/></kop><tussenkop>Deze toelichting maakt onderdeel uit van de
                    Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007. </tussenkop><tussenkop>B Artikel gewijze toelichting</tussenkop><al/><al>Artikel 2</al><al>Binnen de overeenkomsten met eigenaren van woningen die gesloten worden door het
                    college heeft het Convenant Woonruimteverdeling 2007 een aparte status. Om
                    maatwerk te kunnen leveren en volkshuisvestelijke doelen te kunnen
                    verwezenlijken wordt aan de corporaties een aantal ruimte geboden om
                    weloverwogen af te wijken van de strikte toepassing van de
                    Huisvestingsverordening. Deze ruimte is vastgelegd in het Convenant
                    Woonruimteverdeling 2007. Alleen voor de artikelen van de
                    Huisvestingsverordening waarvan in het Convenant Woonruimteverdeling 2007 staat
                    beschreven dat er voor de corporaties andere regels gelden, komen de artikelen
                    van het Convenant in de plaats van de artikelen in de
                    Huisvestingsverordening.</al><al/><al>Artikel 9 </al><al/><al>Lid 1, sub c</al><al>In ieder geval gelijk gesteld aan Economische binding is diegene die een
                    dagstudie volgt aan een instituut voor dagstudie in de regio Zuid-Kennemerland
                    en meerderjarig is. </al><al/><al>BIJLAGE I behorende bij de Huisvestingsverordening</al><al/><al>Artikel 1 Verhouding huur-inkomen</al><lijst><li nr="1."><al>Het bedrag in artikel 11, lid 1 van de Huisvestingsverordening
                            Zuid-Kennemerland 2007 wordt gesteld op € 400,- per maand.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van artikel 10 lid 2 van de Huisvestingsverordening wordt voor
                            woonruimte van eigenaren, waarmee geen Convenant is afgesloten waarin
                            andere grenzen zijn afgesproken, de huurgrens waar beneden de verhouding
                            inkomen/huur wordt getoetst bij de Huisvestingsvergunning, gesteld op
                            het bedrag dat is genoemd als maximale huurgrens voor de huurtoeslag.
                            Vergunning wordt slechts verleend aan een huishouden indien de
                            verhouding inkomen/huur conform de volgende tabel passend is. Let wel
                            artikel 36 van de Huisvestingsverordening bevat de criteria voor de
                            passendheidstoets bij de aanvraag huurtoeslag.</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colwidth="36*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Leeftijd</al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bruto inkomen/maand</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Acceptabele huur/maand</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tot 23 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Max. € 1.600,--</al></entry><entry colname="col3"><al>Max. € 348,99</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Boven 23 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Onder € 2.526,--</al></entry><entry colname="col3"><al>Max. € 631,73</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Boven € 2.526,--</al></entry><entry colname="col3"><al>Vanaf € 400,-- </al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>(laatstelijk gewijzigd 27 augustus 2008)</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>