<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100842_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Appingedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-05-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Appingedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Eemslander, 19-05-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam 2011 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Appingedam;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22
                        februari 2011 inzake de Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam
                        2011;</al><al>overwegende dat het gewenst is de Algemene subsidieverordening gemeente
                        Appingedam 2008 efficiënter en regellichter in te richten;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam 2011 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel/></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: raad van de gemeente Appingedam;</al></li><li nr="b."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Appingedam;</al></li><li nr="c."><al>eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere
                                incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
                                reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar
                                subsidie wil verstrekken; </al></li><li nr="d."><al>jaarlijkse subsidie: subsidie die per jaar of voor een bepaald
                                aantal jaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier
                                jaar wordt verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen
                                    subsidie kan worden verstrekt: a. algemeen bestuur;b. openbare
                                    orde en veiligheid;c. verkeer, vervoer en waterstaat;d.
                                    economische zaken;e. onderwijs;f. cultuur en recreatie;g.
                                    sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;h.
                                    volksgezondheid en milieu;i. ruimtelijke ordening en
                                    volkshuisvesting.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                    activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per
                                    beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden
                                    omschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                    subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting
                                    opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien
                                    de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd -
                                    onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                    subsidieverlening te verbinden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting
                                    besluiten tot het instellen van subsidieplafonds.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                    welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van de ingevolge artikel 2,
                                    door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere
                                    regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare
                                    bedrag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                    mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                    ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                    vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                    middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij
                                    het college met behulp van een door het college vastgesteld
                                    aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                    gegevens:a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie
                                    voor wordt aangevraagd;b. de doelstellingen en resultaten, die
                                    daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel
                                    bijdragen, in het bijzonder in welke mate de activiteiten
                                    gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de
                                    gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;c. een
                                    begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten,
                                    waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat
                                    een opgave van bij andere bestuursorganen of private
                                    organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen
                                    ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de
                                    stand van zaken daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de
                                    in het tweede lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                    voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                    respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1
                                mei in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie
                                    binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel,
                                    indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken
                                    gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen
                                    van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                                    uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is
                                    ingediend.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Weigering van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>Naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet
                                bestuursrecht genoemde gronden, kan het college een aanvraag voor
                                subsidie weigeren indien de subsidieverstrekking niet past binnen
                                het beleid van de gemeente of wanneer de activiteiten van de
                                aanvrager niet (voornamelijk) gericht zijn op de gemeente of niet
                                aanwijsbaar ten goede zullen komen aan de ingezetenen van de
                                gemeente.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college
                                    aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen
                                    subsidie plaats vindt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                    subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                    gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                    artikel 14, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven vindt de
                                    betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in
                                    artikel 14, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven wordt 100%
                                    bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt
                                    in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen
                                    van de voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor
                                activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college
                                de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening
                                en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan
                                verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse
                                verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                                aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                                verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of
                                geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening
                                verbonden verplichtingen zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de
                                    subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                    schriftelijk over:a. besluiten of procedures die zijn gericht op
                                    de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is
                                    verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;b. relevante
                                    wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met
                                    derden;c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                    beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel
                                    of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;d. wijziging van de
                                    statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de
                                    persoon van de bestuurder(s) en het doel van de
                                    rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                    handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 1.500 euro</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Subsidies tot 1.500 euro worden door het college:a. direct
                                    vastgesteld of;b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat
                                    de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                    onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de
                                    door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten,
                                    waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is
                                    voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 1.500 tot 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 1.500 euro, maar
                                    minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13
                                    weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot
                                    vaststelling in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag,
                                    waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                                    verleend, zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                    artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling
                                    van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient
                                    de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                    college:a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                    verricht zijn van de activiteiten;b. bij een jaarlijks
                                    verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop
                                    van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:a. een inhoudelijk verslag,
                                    waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is
                                    verleend, zijn verricht;b. een overzicht van de activiteiten en
                                    de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag
                                    of jaarrekening);c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak
                                    met een toelichting daarop;d. een accountantsverklaring.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                    artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling
                                    van belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag
                                    tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                    daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                    subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                    genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                    daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                    subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>8Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in
                                    het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college
                                    zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve
                                    vaststelling.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen
                                van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken,
                                met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing
                                gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                                onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van
                                dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt
                                periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Appingedam 2008 wordt
                                ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend
                                    op haar bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De verordening Sportsubsidies d.d. 7 juli 2004 en de regeling
                                    toeslag op inzameling oud papier d.d. 17 januari 2008 blijven
                                    bestaan totdat zij worden ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                                gemeente Appingedam 2011.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Appingedam van 21 april 2011.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>, voorzitter. , griffier.</ondertekening><ondertekening>(H.K. Pot) (E.P. Faber- van Brug) </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al>Artikel 1. BegripsomschrijvingenIn dit artikel wordt een aantal begrippen
                    verduidelijkt, welke in de verordening worden gehanteerd. Er is in de definities
                    een onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van subsidie. De jaarlijkse
                    subsidie, die voor meerdere jaren kan worden verleend en veelal op voortdurende
                    activiteiten van een instelling betrekking heeft. In de verordening is bepaald
                    dat deze voor een periode van ten hoogste vier jaren worden verstrekt. Na het
                    verstrijken van die periode kan uiteraard opnieuw worden besloten een jaarlijkse
                    subsidie te verstrekken. Eenmalige subsidies zijn subsidies die voor een
                    eenmalige activiteit of een activiteit, waarvoor het college slechts voor een
                    van te voren bepaalde tijd van maximaal 4 jaar subsidie wil verlenen. Te denken
                    valt aan een subsidie ten behoeve van het doorgang doen vinden van de
                    gebruikelijke activiteiten van de subsidieontvanger, terwijl die doorgang door
                    bijzondere, incidentele omstandigheden anders niet gewaarborgd zou zijn. Of aan
                    projectsubsidies die worden gegeven voor door de subsidieontvanger te realiseren
                    bijzondere projecten, zoals bijvoorbeeld een kunstmanifestatie. Eenmalige
                    subsidies hebben een looptijd, afhankelijk van de duur van het project en kunnen
                    onder omstandigheden dus een looptijd hebben van langer dan een jaar.</al><al>Artikel 2. Reikwijdte verordeningIn het eerste lid wordt aangegeven voor welke
                    beleidsterreinen subsidies kunnen worden verstrekt. Er is voor gekozen om zo
                    veel mogelijk op te nemen in deze algemene verordening. Op die manier wordt
                    bereikt dat zowel burger als bestuur direct en zonder zich teveel in
                    onderliggende zaken als beleidsregels en raadsbesluiten, hoeven te verdiepen om
                    na te gaan aan welke voorwaarden zij moeten voldoen om voor verlening van een
                    subsidie in aanmerking te komen.</al><al>Door de veelheid en verscheidenheid van subsidiemogelijkheden is uiteraard niet
                    te vermijden, dat op onderdelen nadere regels noodzakelijk zullen blijken. Die
                    verscheidenheid onderbrengen in een algemene verordening is mogelijk, maar komt
                    de met een algemene verordening nagestreefde overzichtelijkheid niet ten goede.
                    Daarbij komt dat beleidsdoelen en prioriteiten wijzigen en dit, naar aangenomen
                    mag worden, in een hoger tempo zullen doen dan de Algemene subsidieverordening
                    aan wijziging toe is.</al><al>Wijziging van een alsdan complexe en uitgebreide verordening, die veel
                    beleidsterreinen bestrijkt, gaat gepaard met aanzienlijke bestuurlijke en
                    administratieve lasten. Met deze algemene verordening, die de kaders geeft voor
                    nadere regels, worden deze lasten beperkt.</al><al>Artikel 3. Bevoegdheid collegeHet college besluit ingevolge het eerste lid
                    binnen de daarvoor door de raad vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de
                    gemeentebegroting en beleidsnota’s en deze Algemene subsidieverordening. Dit
                    betekent dat het college geen subsidies kan verlenen, die niet stroken met de
                    door de raad vastgestelde algemene regels.</al><al>In het eerste lid is bepaald dat het college daarbij de gemeentebegroting en
                    eventuele subsidieplafonds in acht neemt. Als de gemeentebegroting nog niet is
                    vastgesteld en er formeel dus nog geen financiële ruimte door de raad
                    beschikbaar is gesteld, wordt subsidie slechts verleend onder de voorwaarde dat
                    de raad daarvoor geld beschikbaar zal stellen, het zogenoemde
                    begrotingsvoorbehoud.</al><al>In het tweede lid is de bevoegdheid van het college geregeld om voorwaarden aan
                    de subsidie te verbinden.</al><al>In beginsel is in afdeling 4.2.4 Awb zeer uitvoerig en nauwgezet bepaald welke
                    verplichtingen onder welke voorwaarden bij een subsidieverlening kunnen worden
                    opgelegd en kunnen alle toegestane verplichtingen in beginsel bij
                    subsidieverlening of subsidiewijziging worden opgelegd. Ingevolge artikel 3:14
                    van het Burgerlijk Wetboek mogen bepalingen in subsidieovereenkomsten er niet
                    toe leiden, dat een bestuursorgaan handelt in strijd met de Awb, de
                    publiekrechtelijke subsidieregeling, waarop de subsidie berust, of de andere
                    ongeschreven regels van het publiekrecht.</al><al>Artikel 4. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoudIn de Awb zijn in de artikelen
                    4:25 tot en met 4:28 de belangrijkste bepalingen rondom het werken met een
                    ‘subsidieplafond’ gegeven. Ingevolge het eerste lid van artikel 4 kan de raad
                    subsidieplafonds per beleidsterrein vaststellen. In de regel valt dit qua
                    tijdstip samen met de vaststelling van de begroting. De raad maakt daarbij de
                    wijze van verdeling van de beschikbare middelen bekend. Eventueel kan het
                    college nadere regels opstellen omtrent de wijze van verdeling van de
                    beschikbare middelen.</al><al>Met het oog op de rechtszekerheid verlangt de Awb, dat het subsidieplafond
                    bekend wordt gemaakt, voordat de periode waarop het betrekking heeft, ingaat. Zo
                    kunnen potentiële aanvragers tijdig weten hoeveel geld beschikbaar is. Maar
                    vooral van belang is, dat subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden
                    afgewezen op het moment dat het subsidieplafond bereikt is.</al><al>Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen gegevensIn het eerste lid is bepaald dat
                    een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met
                    ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’. Zo kan een aanvraag
                    in de toekomst ook digitaal worden gedaan.</al><al>Door het gebruik van standaardformulieren wordt de rechtszekerheid bevorderd.
                    Voor de aanvrager is meteen duidelijk welke documenten hij dient te overleggen.
                    Tevens kan met een aanvraagformulier de uniformiteit van behandeling van
                    subsidieaanvragen in de verschillende beleidsterreinen van de gemeente worden
                    bevorderd.</al><al>Ingevolge artikel 4:29 Awb begint het subsidieproces met een aanvraag. Wat een
                    aanvraag is en aan welke eisen deze moet voldoen staat in afdeling 4.1.1. van de
                    Awb. In het tweede lid is bepaald welke gegevens de aanvrager dient te
                    overleggen bij zijn subsidieaan¬vraag. De bevoegdheid van het college ter zake
                    nadere regels te stellen, is geregeld in lid 3. Het college kan zo desnoods per
                    geval regelen welke gegevens dienen te worden verstrekt, waarbij het
                    uitgangspunt is dat het college dit doet om de administratieve en bestuurlijke
                    lasten voor alle betrokkenen zo beperkt mogelijk te houden. I Artikel 6.
                    AanvraagtermijnHier worden de termijnen genoemd, waarbinnen aanvragen voor
                    subsidie dienen te zijn ingediend bij het college. In dit artikel wordt slechts
                    een uiterste indiendatum genoemd voor (meer)jaarlijkse subsidies.</al><al>Artikel 7. BeslistermijnHier worden de termijnen gegeven, waarbinnen het college
                    gehouden is te beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen
                    strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. In de regel wordt een
                    termijn van acht tot dertien weken redelijk geacht, de uiterste beslistermijn is
                    daarom gesteld op 13 weken.</al><al>Artikel 8. WeigeringsgrondenDe algemeen geldende weigeringsgronden, opgenomen in
                    artikel 4:35 Awb, worden hier met een nadere, op de praktijk toegesneden grond
                    aangevuld. Dit betreft het niet of niet in overwegende mate gericht zijn van de
                    activiteiten van de aanvrager op de gemeente, dan wel haar ingezetenen of
                    daaraan niet of nauwelijks ten goede komen. Ook wanneer de activiteiten niet
                    binnen het beleid van de gemeente passen, zal de subsidieaanvraag afgewezen
                    worden.</al><al>Artikel 9. Verlening van de subsidieIngevolge het eerste lid geeft het college
                    al in het besluit tot verlening van de subsidie aan op welke wijze de
                    verantwoording van de ontvangen subsidies dient plaats te vinden. Hiermee wordt
                    bereikt dat degene, aan wie de subsidie is toegekend, van meet af aan duidelijk
                    is aan welke voorwaarden en administratieve eisen hij dient te voldoen. In het
                    tweede lid is geregeld dat het college de ontvanger verplichtingen kan
                    opleggen.</al><al>Bij veel, veelal kleinere subsidies zal het stellen van verplichtingen bij de
                    toekenning niet noodzakelijk zijn. In die gevallen kan het college daarvan
                    eenvoudig afzien. In gevallen, dat het college van oordeel is dat redelijkerwijs
                    nadere verplichtingen dienen te worden gesteld, zal dit veelal op de
                    subsidieontvanger en de door hem te ondernemen activiteiten toegesneden
                    verplichtingen zijn. In artikel 4:37 Awb staan de standaardverplichtingen
                    vermeld welke het college bij de beschikking tot subsidieverlening aan de
                    subsidieontvanger kan opleggen. Er kan maatwerk worden gevonden door een
                    differentiatie te maken tussen verplichtingen, die worden gesteld aan eenmalige
                    subsidies en jaarlijkse subsidies.Bij de in het tweede lid van artikel 9 te
                    stellen verplichtingen kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het verzekeren van de
                    zaken, die voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit noodzakelijk
                    zijn, de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de subsidieontvanger,
                    reservevorming, het bestuur, het aanstellen van toezichthouders, de inrichting
                    van de administratie en de benodigde toestemming van het college voor het
                    aangaan van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 4:71 Awb.</al><al>Het is van belang voor de verantwoording, dat op een heldere manier wordt
                    aangegeven wat met de verlening van de subsidie wordt verlangd.</al><al>Artikel 10. Betaling en bevoorschottingVoorschotten worden automatisch verstrekt
                    volgens het in de subsidieregeling of de verleningsbeschikking opgenomen
                    bevoorschottingsritme. De bevoorschottingsbeschikking wordt automatisch gegeven
                    op het moment van de verleningsbeschikking. De subsidieaanvrager hoeft geen
                    aanvra(a)g(en) voor bevoorschotting in te dienen of tussentijdse overzichten van
                    prestaties of uitgaven te overleggen. Dit leidt tot lastenbesparingen bij zowel
                    de subsidieontvanger als de gemeente.</al><al>Omdat de bevoorschotting mede afhankelijk is van de aard van de te subsidiëren
                    activiteit is er voor gekozen om de termijnen, waarop de bevoorschotting plaats
                    vindt, niet in de verordening te noemen. Het bevoorschottingsritme en de hoogte
                    van de voorschotten worden in verleningsbeschikking vermeld.</al><al>De subsidieontvanger is volgens artikel 12 verplicht te melden, indien er
                    omstandigheden zijn die van invloed zijn op de hoogte van het verleende bedrag.
                    De gemeente kan vervolgens, indien nodig, door een wijziging van de
                    verleningsbeschikking het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten
                    aanpassen. Na vaststelling van de subsidie wordt het resterende bedrag (het
                    vastgestelde bedrag verminderd met de verleende voorschotten) uitgekeerd aan de
                    subsidieontvanger.</al><al>Indien in de verleningsbeschikking niet anders is bepaald, vindt betaling van
                    het voorschot binnen zes weken na verzending van de verleningsbeschikking
                    plaats. Zie artikel 4:87, lid 1, Awb.</al><al>Artikel 11. Tussentijdse rapportage In het kader van het terugdringen van de
                    administratieve lasten is ervoor gekozen aan meerjarig verstrekte subsidies,
                    hoger dan 50.000 euro, de mogelijkheid te verbinden om jaarlijks een
                    tussentijdse verantwoording te vragen. Het college bepaalt vooraf welke
                    vereisten worden gesteld aan de tussentijdse, inhoudelijke en financiële
                    verantwoording.</al><al>Artikel 12. MeldingsplichtDe subsidieontvanger is verplicht tijdig (zonder
                    nodeloos tijdsverloop) te melden bij de gemeente als het aannemelijk is dat de
                    gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig, niet geheel of niet volgens alle
                    daaraan verbonden verplichtingen zal worden verricht. In dat geval zal de
                    subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of zullen nadere afspraken worden
                    gemaakt over het aanpassen van de verplichtingen, bijvoorbeeld het geven van
                    meer tijd voor de uitvoering van de activiteiten. Bij het niet voldoen aan deze
                    meldingsplicht kan, indien dat achteraf mocht blijken, met toepassing van
                    artikel 4:49 Awb alsnog de subsidievaststelling worden ingetrokken, omdat de
                    ontvanger wist en behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was.</al><al>Artikel 13. Overige verplichtingen van de subsidieontvangerIn artikel 13 zijn de
                    overige verplichtingen van de ontvanger van de subsidie opgenomen, als ook de
                    plicht belangrijke wijzigingen (denk hierbij aan het oprichten dan wel deelnemen
                    in een rechtspersoon, wijzigen van de statuten, aankopen van registergoederen,
                    aangaan van een geldlening)te melden aan het college. Overigens moet
                    “schriftelijk” hier niet al te letterlijk worden opgevat; een melding per e-mail
                    kan ook voldoende zijn. Niets belet de gemeente om bij twijfel direct contact op
                    te nemen met de subsidieontvanger en om nadere stukken te vragen.</al><al>Artikel 14. Verantwoording subsidies tot 1.500 euroKenmerkend voor subsidies tot
                    1.500 euro is dat een vast bedrag wordt verstrekt en dat de subsidieontvanger
                    achteraf niet standaard verantwoording hoeft af te leggen aan de
                    subsidieverstrekker. De subsidieontvanger hoeft geen aanvraag voor
                    subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten
                    voor zowel de subsidieaanvrager als de gemeente worden bespaard.</al><al>In het geval van directe vaststelling (eerste lid, onderdeel a) worden de
                    bewijsstukken van de prestatie direct met de aanvraag meegestuurd. Ook indien de
                    activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan de subsidie direct worden
                    vastgesteld. De toepassing is dan onder meer afhankelijk van de aard van de
                    subsidie en risicoafweging van de subsidieverstrekker. Steekproefsgewijze
                    controle na de vaststelling is mogelijk.</al><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid,
                    onderdeel b), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                    activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 13 weken
                    na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve
                    vastgesteld door de gemeente.</al><al>Door te kiezen voor het systeem van ambtshalve vaststelling is er juridisch meer
                    mogelijkheid om op te treden, indien de gemeente merkt dat de activiteit niet
                    (geheel) is gerealiseerd. De subsidie is immers niet bij verstrekking reeds
                    vastgesteld. De subsidieontvanger dient desgevraagd, op een door het college in
                    de beschikking aangegeven wijze, aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de
                    subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie
                    verbonden verplichtingen. De gemeente zal steekproefsgewijs van deze bevoegdheid
                    gebruik maken.</al><al>Artikel 15. Verantwoording subsidies vanaf 1.500 tot 50.000 euroIn dit artikel
                    is aangegeven op welke wijze de subsidiënt de aan hem verleende subsidie aan het
                    college dient te verantwoorden. Ingevolge artikel 9, eerste lid, wordt de wijze
                    van verantwoording al bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de
                    ontvanger bekend gemaakt.</al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de subsidieontvanger moet aantonen dat de
                    activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. Daarbij zal
                    vooraf door de subsidieverstrekker al moeten zijn aangegeven op welke manieren
                    het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten
                    worden gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een
                    managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken
                    (bijvoorbeeld een publicatie) enz..</al><al>Ook hier kan het college bepalen dat bepaalde categorieën van subsidies, dan wel
                    subsidie¬ontvangers, niet tot verantwoording van de aan hun verleende subsidie
                    hoeven over te gaan. Te denken valt daarbij aan subsidies van een beperkte
                    omvang of subsidies, die aan een vertrouwde ontvanger worden verstrekt, dan wel
                    subsidies die voor een doel worden aangewend, dat nadere verantwoording van de
                    besteding van het geld overbodig maakt. Bij dit laatste kan worden gedacht aan
                    de huurkosten van een gebouw. De verantwoorde besteding van de subsidie blijkt
                    dan immers al uit het feit, dat het betreffende gebouw in gebruik is bij de
                    subsidieontvanger.</al><al>Ingevolge het derde lid kan het college bepalen dat het voor de verantwoording
                    daarvan andere stukken en bewijzen verlangt dan gebruikelijk en uit hoofde van
                    de gewone bedrijfsvoering van de subsidieontvanger al worden opgesteld. Te
                    denken valt aan de verslagen, die rechtspersonen uit hoofde van de wet al dienen
                    op te stellen en die natuurlijk naar gelang van de hoedanigheid van de
                    betreffende rechtspersoon verschillen.</al><al>Waar het hier om gaat, is te voorkomen dat subsidieontvangers speciale stukken
                    met andere verantwoordingsmethoden moeten opstellen dan zij gebruikelijk al
                    doen. Zo kan uit een algemeen jaarverslag genoegzaam blijken, dat de verkregen
                    subsidie is aangewend voor het doel, waarvoor de subsidie werd verstrekt.</al><al>Voor kleinere subsidies is de mogelijkheid geopend in het derde lid voor het
                    college om andere bewijsmiddelen te verlangen dan de gebruikelijke. Zo zou in
                    het geval van een speeltoestel kunnen worden volstaan met het mailen van een
                    foto daarvan of iets dergelijks.</al><al>Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euroBij subsidies van 50.000
                    euro of meer wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies,
                    namelijk op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de
                    subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde
                    kosten. Bij de financiële verantwoording mag de subsidieverstrekker een door een
                    accountant opgesteld stuk vragen. Het is echter niet verplicht daar in alle
                    gevallen om te vragen. Zekerheid kan ook worden verkregen door
                    steekproefsgewijze controles van de uitvoerings¬instanties of door
                    verantwoording in de jaarrekening van een instelling.</al><al>Indien er wordt gekozen voor het opvragen van een accountantsverklaring, is het
                    van belang dat de gemeente en de subsidieontvanger vooraf goede afspraken maken
                    over de wijze van verantwoorden en over de aspecten, die in de controle worden
                    betrokken. Hierbij kan het raadzaam zijn om ook de accountant te consulteren. In
                    de regel worden drie niveaus van controle onderscheiden: 1. een
                    getrouwheidsverklaring bij een financiële verantwoording;2. een
                    rechtmatigheidsverklaring bij een financiële verantwoording;3. een
                    rechtmatigheidsverklaring bij een financiële verantwoording plus een
                    Assurance-rapport bij het activiteitenverslag.</al><al>Vanuit het oogpunt van lastenverlichting wordt in lid 3 van de artikelen 15 en
                    16 geregeld dat ook alternatieve verantwoordingsbewijzen kunnen worden gevraagd.
                    Daarmee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt, dat de
                    verantwoordingslasten in verhouding moeten zijn met de hoogte van het
                    subsidiebedrag.</al><al>Artikel 17. Vaststelling subsidieIn dit artikel is geregeld binnen welke termijn
                    het college besluit ter zake van de vaststelling van de subsidie.</al><al>Artikel 18. HardheidsclausuleIn de hardheidsclausule is zo concreet en
                    nauwkeurig mogelijk (dus door het benoemen van de specifieke artikelen)
                    aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze clausule van toepassing is.
                    De te treffen voorziening, die niet in de verordening is voorzien, dient altijd
                    binnen de doelstellingen van de subsidie te passen. De toepassing van de
                    hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot individuele gevallen.</al><al/><al>Relevante artikelen uit het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet bestuursrecht
                    (bepalingen zoals die gelden januari 2011).</al><al>Burgerlijk Wetboek Boek 3 Artikel 14Een bevoegdheid die iemand krachtens het
                    burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven
                    of ongeschreven regels van publiekrecht.</al><al>Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:1Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk
                    ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te
                    beslissen.</al><al>Artikel 4:21. De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en
                    het adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. een aanduiding van de
                    beschikking die wordt gevraagd. 2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al><al>Artikel 4:31. De aanvrager kan weigeren gegevens en bescheiden te verschaffen
                    voor zover hetbelang daarvan voor de beslissing van het bestuursorgaan niet
                    opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer,
                    met inbegrip van de bescherming van medische en psychologische
                    onderzoeksresultaten, of tegen het belang van de bescherming van bedrijfs- en
                    fabricagegegevens. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op bij wettelijk
                    voorschrift aangewezen gegevens en bescheiden waarvan is bepaald dat deze dienen
                    te worden overgelegd.</al><al>Artikel 4:3aHet bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch
                    ingediende aanvraag.</al><al>Artikel 4:4Het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen, kan
                    voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens een formulier
                    vaststellen, voor zover daarin niet is voorzien bij wettelijk voorschrift.</al><al>Artikel 4:51. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen,
                    indien:a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor
                    het in behandeling nemen van de aanvraag, ofb. de aanvraag geheel of
                    gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, ofc. de verstrekte gegevens
                    en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de
                    voorbereiding van de beschikking,mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de
                    aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.2.
                    Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een
                    vreemde taal is gesteld en een vertaling daarvan voor de beoordeling van de
                    aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan het
                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de
                    gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de
                    aanvraag met een vertaling aan te vullen. 3. Indien de aanvraag of een van de
                    daarbij behorende gegevens of bescheiden omvangrijk of ingewikkeld is en een
                    samenvatting voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de
                    beschikking noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet
                    te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het
                    bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag met een samenvatting aan te vullen.
                    4. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager
                    bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de
                    daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al><al>Artikel 4:211. Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële
                    middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten
                    van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                    goederen of diensten.2. Deze titel is niet van toepassing op aanspraken of
                    verplichtingen die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift inzake:a.
                    belastingen,b. de heffing van een premie dan wel een premievervangende belasting
                    ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen, ofc. de heffing van een
                    inkomensafhankelijke bijdrage dan wel een bijdragevervangende belasting
                    ingevolge de Zorgverzekeringswet.3. Deze titel is niet van toepassing op de
                    aanspraak op financiële middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk
                    voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die
                    krachtens publiekrecht zijn ingesteld.4. Deze titel is van overeenkomstige
                    toepassing op de bekostiging van het onderwijs en onderzoek.</al><al>Artikel 4:22Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een
                    bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies
                    krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.</al><al>Artikel 4:231. Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een
                    wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden
                    verstrekt. 2. Indien een zodanig wettelijk voorschrift is opgenomen in een niet
                    op een wet berustende algemene maatregel van bestuur, vervalt dat voorschrift
                    vier jaren nadat het in werking is getreden, tenzij voor dat tijdstip een
                    voorstel van wet bij de Staten-Generaal is ingediend waarin de subsidie wordt
                    geregeld. 3. Het eerste lid is niet van toepassing:a. in afwachting van de
                    totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste een jaar of
                    totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is
                    verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden;b. indien de subsidie
                    rechtstreeks op grond van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees
                    Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen
                    vastgesteld programma wordt verstrekt;c. indien de begroting de
                    subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden
                    vastgesteld, vermeldt, ofd. in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten
                    hoogste vier jaren wordt verstrekt.4. Het bestuursorgaan publiceert jaarlijks
                    een verslag van de verstrekking van subsidies met toepassing van het derde lid,
                    onderdelen a en d.</al><al>Artikel 4:24Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten
                    minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de
                    doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij
                    wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al><al>Artikel 4:251. Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk
                    voorschrift worden vastgesteld.2. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door
                    verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.3.
                    Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van een
                    rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de verplichting
                    van het tweede lid slechts voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de
                    beslissing in eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen.</al><al>Artikel 4:261. Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het
                    beschikbare bedrag wordt verdeeld.2. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond
                    wordt de wijze van verdeling vermeld. </al><al>Artikel 4:271. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het
                    tijdvak waarvoor het is vastgesteld.2. Indien het subsidieplafond of een
                    verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen
                    gevolgen voor voordien ingediende aanvragen.</al><al>Artikel 4:28Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:a. de
                    aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld ingevolge
                    wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de
                    begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;b. het een verlaging betreft
                    die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de begroting, enc. bij de
                    bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid van verlaging
                    en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.</al><al>Artikel 4:29Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald kan voorafgaand
                    aan een subsidievaststelling een beschikking omtrent subsidieverlening worden
                    gegeven, indien een aanvraag daartoe is ingediend voor de afloop van de
                    activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd.</al><al>Artikel 4:301. De beschikking tot subsidieverlening bevat een omschrijving van
                    de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend.2. De omschrijving kan later
                    worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit
                    vermeldt.</al><al>Artikel 4:311. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het bedrag van de
                    subsidie, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.2. Indien de
                    beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de subsidie niet vermeldt,
                    vermeldt zij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld,
                    tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al><al>Artikel 4:32Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële
                    middelen wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de beschikking tot
                    subsidieverlening wordt vermeld.</al><al>Artikel 4:33Een subsidie kan niet worden verleend onder de voorwaarde dat
                    uitsluitend het bestuursorgaan of uitsluitend de subsidieontvanger een bepaalde
                    handeling verricht, tenzij het betreft de voorwaarde dat:a. de subsidieontvanger
                    medewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van de
                    beschikking tot subsidieverlening, ofb. de subsidieontvanger aantoont dat een
                    gebeurtenis, niet zijnde een handeling van het bestuursorgaan of van de
                    subsidie-ontvanger, heeft plaatsgevonden.</al><al>Artikel 4:341. Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een
                    begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend
                    onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.2. De
                    voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover zulks voortvloeit uit het
                    wettelijk voorschrift waarop de subsidie berust.3. De voorwaarde vervalt, indien
                    het bestuursorgaan daarop niet binnen vier weken na de vaststelling of
                    goedkeuring van de begroting een beroep heeft gedaan.4. Het beroep op de
                    voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een activiteit die door het
                    bestuursorgaan ook in het voorafgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd door
                    een intrekking wegens veranderde omstandigheden overeenkomstig artikel 4:50.5.
                    In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door een intrekking
                    overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid. </al><al>Artikel 4:351. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien
                    een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:a. de activiteiten niet of niet
                    geheel zullen plaatsvinden;b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de
                    subsidie verbonden verplichtingen; c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze
                    rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de
                    daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling
                    van de subsidie van belang zijn.2. De subsidieverlening kan voorts in ieder
                    geval worden geweigerd indien de aanvrager:a. in het kader van de aanvraag
                    onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze
                    gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, ofb.
                    failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten
                    aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
                    is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al><al>Artikel 4:361. Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een
                    overeenkomst worden gesloten.2. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst
                    worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de activiteiten te
                    verrichten waarvoor de subsidie is verleend.</al><al>Artikel 4:371. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen
                    opleggen met betrekking tot:a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor
                    subsidie wordt verleend; b. de administratie van aan de activiteiten verbonden
                    uitgaven en inkomsten; c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van
                    gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;d.
                    de te verzekeren risico’s;e. het stellen van zekerheid voor verleende
                    voorschotten;f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                    activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn;g. het beperken of wegnemen van
                    de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden;h. het uitoefenen van controle
                    door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het
                    Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en
                    de financiële verantwoording daarover. 2. Indien een verplichting als bedoeld in
                    het eerste lid, onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van
                    overeenkomstige toepassing.</al><al>Artikel 4:381. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere
                    verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                    subsidie.2. Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de
                    verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk
                    voorschrift bij de subsidieverlening. 3. Indien de subsidie niet op een
                    wettelijk voorschrift berust, kunnen de verplichtingen worden opgelegd bij de
                    subsidieverlening.</al><al>Artikel 4:391. Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel
                    van de subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden verbonden voor zover dit
                    bij wettelijk voorschrift is bepaald.2. Verplichtingen als bedoeld in het eerste
                    lid kunnen slechts betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee
                    de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. </al><al>Artikel 3:40Een besluit treedt niet in werking voordat het is
                    bekendgemaakt.</al><al>Artikel 3:411. De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden
                    zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie
                    begrepen de aanvrager.2. Indien de bekendmaking van het besluit niet kan
                    geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een
                    andere geschikte wijze.</al><al>Artikel 3:421. De bekendmaking van besluiten van een tot de centrale overheid
                    behorend bestuursorgaan die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht,
                    geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in
                    de Staatscourant, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.2. De
                    bekendmaking van besluiten van een niet tot de centrale overheid behorend
                    bestuursorgaan die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt
                    door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van
                    overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel
                    op een andere geschikte wijze. Elektronische bekendmaking vindt uitsluitend
                    plaats in een van overheidswege uitgegeven blad, tenzij bij wettelijk
                    voorschrift anders is bepaald.3. Indien alleen van de zakelijke inhoud wordt
                    kennisgegeven, wordt het besluit tegelijkertijd ter inzage gelegd. In de
                    kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer het besluit ter inzage ligt.</al><al>Artikel 3:431. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking
                    wordt van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding
                    ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht. Aan een adviseur als bedoeld in
                    artikel 3:5 wordt in ieder geval mededeling gedaan indien van het advies wordt
                    afgeweken. 2. Bij de mededeling van een besluit wordt tevens vermeld wanneer en
                    hoe de bekendmaking ervan heeft plaatsgevonden.</al><al>Artikel 3:441. Indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven
                    aan afde-ling 3.4, geschiedt de mededeling, bedoeld in artikel 3:43, eerste
                    lid:a. met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste of
                    tweede lid, en derde lid, onderdeel a, met dien verstande dat de stukken ter
                    inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken, enb. door toezending van
                    een exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het besluit
                    zienswijzen naar voren hebben gebracht.2. In afwijking van het eerste lid,
                    onderdeel b, kan het bestuursorgaan:a. indien de omvang van het besluit daartoe
                    aanleiding geeft, volstaan met een ieder van de daar bedoelde personen de
                    strekking van het besluit mee te delen;b. indien een zienswijze door meer dan
                    vijf personen naar voren is gebracht bij hetzelfde geschrift, volstaan met
                    toezending van een exemplaar aan de vijf personen wier namen en adressen als
                    eerste in dat geschrift zijn vermeld;c. indien een zienswijze naar voren is
                    gebracht door meer dan vijf personen bij hetzelfde geschrift en de omvang van
                    het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met het meedelen aan de vijf
                    personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld, van de
                    strekking van het besluit;d. indien toezending zou moeten geschieden aan meer
                    dan 250 personen, die toezending achterwege laten.</al><al>Artikel 3:451. Indien tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan
                    worden ingesteld, wordt daarvan bij de bekendmaking en bij de mededeling van het
                    besluit melding gemaakt. 2. Hierbij wordt vermeld door wie, binnen welke termijn
                    en bij welk orgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden
                    ingesteld.</al><al>Artikel 3:46Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.</al><al>Artikel 3:471. De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het
                    besluit.2. Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk
                    voorschrift het besluit wordt genomen.3. Indien de motivering in verband met de
                    vereiste spoed niet aanstonds bij de bekendmaking van het besluit kan worden
                    vermeld, verstrekt het bestuursorgaan deze binnen een week na de bekendmaking.4.
                    In dat geval zijn de artikelen 3:41 tot en met 3:43 van overeenkomstige
                    toepassing.</al><al>Artikel 3:481. De vermelding van de motivering kan achterwege blijven indien
                    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.2.
                    Verzoekt een belanghebbende binnen een redelijke termijn om de motivering, dan
                    wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt.</al><al>Artikel 3:49Ter motivering van een besluit of een onderdeel daarvan kan worden
                    volstaan met een verwijzing naar een met het oog daarop uitgebracht advies,
                    indien het advies zelf de motivering bevat en van het advies kennis is of wordt
                    gegeven.</al><al>Artikel 4:501. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                    subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten
                    nadele van de subsidieontvanger wijzigen:a. voor zover de subsidieverlening
                    onjuist is;b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich
                    in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de
                    subsidie verzetten, ofc. in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.
                    2. Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b,
                    vergoedt het bestuursorgaan de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij
                    in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou
                    hebben gedaan.</al><al>Artikel 4:511. Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer
                    achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak
                    dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering
                    van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde
                    omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde
                    voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een
                    redelijke termijn. 2. Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie
                    is verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering voor een
                    daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn is verstreken, wordt de
                    subsidie voor het resterende deel van die termijn verleend, zo nodig in
                    afwijking van artikel 4:25, tweede lid.</al><al>Artikel 4:521. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                    betaald.2. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan bij
                    de subsidieverlening, of, indien geen beschikking tot subsidieverlening is
                    gegeven, bij de subsidievaststelling een van artikel 4:87, eerste lid,
                    afwijkende termijn voor de betaling van het subsidiebedrag worden
                    vastgesteld.</al><al>Artikel 4:531. Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits bij
                    wettelijk voorschrift is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke
                    tijdstippen zij worden betaald.2. Indien de subsidie niet op een wettelijk
                    voorschrift berust, kan het subsidiebedrag in gedeelten worden betaald, mits bij
                    de subsidieverlening, of indien geen beschikking tot subsidieverlening is
                    gegeven, bij de subsidievaststelling, is bepaald hoe de gedeelten worden
                    berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald. </al><al>Artikel 4:56De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot
                    wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan aan de
                    subsidieontvanger schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden dat er
                    grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 4:48 of 4:49, tot en met de dag
                    waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de
                    dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken zijn
                    verstreken.</al><al>Artikel 4:571. Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen
                    terugvorderen.2. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag bij
                    dwangbevel invorderen.3. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag
                    verrekenen met een aan dezelfde subsidieontvanger voor dezelfde activiteiten
                    verstrekte subsidie voor een ander tijdvak.4. Terugvordering van een
                    subsidiebedrag of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de
                    subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in artikel 4:49, eerste
                    lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken.</al><al>Artikel 4:711. Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening
                    is bepaald, behoeft de subsidieontvanger de toestemming van het bestuursorgaan
                    voor: a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;b. het
                    wijzigen van de statuten;c. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het
                    bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de
                    subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de
                    subsidiegelden;d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                    vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht
                    daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel
                    van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de
                    subsidie;e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van
                    geldlening; f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich
                    verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor
                    schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
                    verbindt of zich voor een derde sterk maakt;g. het vormen van fondsen en
                    reserveringen;h. het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de
                    subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten
                    te verrichten prestaties;i. het ontbinden van de rechtspersoon; j. het doen van
                    aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van
                    betaling.2. Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de
                    toestemming.3. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                    verdaagd. 4. Paragraaf 4.1.3.3 is van toepassing.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>