<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100825_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Barneveld Vandaag 15 november 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reclamebelasting 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet/article=227">gemeentewet, art. 227 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-11-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RECLAMEBELASTING 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><al>In deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt verstaan
                            onder:</al><al>a. tussenpersoon:</al><al>een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het
                            verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van
                            overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in
                            een vaste betrekking staat;</al><al>b. exploitant:</al><al>een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het
                            ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van aankondigingen
                            zichtbaar vanaf de openbare weg op door hem daartoe beschikbaar gestelde
                            oppervlakten;</al><al>c. reclameobject:</al><al>een openbare aankondiging in letters, symbolen, cijfers, tekens of
                            kleuren of een combinatie daarvan, dan wel een reclamevoorwerp,
                            zichtbaar vanaf de openbare weg;</al><al>d. vestiging:</al><al>een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt
                            gebruikt;</al><al>e. bouwwerk:</al><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
                            materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect
                            met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of
                            op de grond;</al><al>f. reclamevoorwerp:</al><al>een voorwerp, waarmee beoogd wordt reclame te maken dan wel aandacht te
                            trekken van het publiek voor een product, een dienst of een
                            bedrijf;</al><al>g. etalage:</al><al>ruimte achter een ruit van een vestiging of bouwwerk waar goederen zijn
                            uitgestald ter verkoop;</al><al>h. voorziening:</al><al>specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan
                            niet wisselende) openbare aankondigingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 VOORWERP VAN DE BELASTING EN BELASTBAAR FEIT</titel></kop><al>1. Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals
                            aangewezen in de bij deze verordening behorende overzichtskaart, een
                            belasting geheven ter zake van reclameobjecten.</al><al>2. De belasting wordt ook geheven ter zake van reclameobjecten op
                            vestigingen die zichtbaar zijn vanaf de gemarkeerde openbare wegen en
                            direct aan deze wegen grenzen. Voor de vraag of een vestiging direct
                            grenst aan de openbare weg, worden openbare parkeerplaatsen, openbaar
                            groen en openbare (parallel)wegen buiten aanmerking gelaten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 BELASTINGPLICHT</titel></kop><al>1. De reclamebelasting wordt geheven van degene die de reclameobjecten
                            heeft.</al><al>2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de
                            reclamebelasting ter zake van reclameobjecten met vermelding van de naam
                            van een tussenpersoon in verband met de verhuur of de verkoop van
                            roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.</al><al>3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de
                            reclamebelasting ter zake van een reclameobject dat door tussenkomst van
                            een exploitant is aangebracht, geheven van die exploitant.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 MAATSTAF VAN HEFFING</titel></kop><al>1. De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per vestiging,
                            ongeacht de oppervlakte van de reclameobjecten.</al><al>2. Indien meerdere gebouwde percelen of delen daarvan naast elkaar
                            gelegen zijn, onderling verbonden zijn en tezamen en met dezelfde
                            naamsduiding worden gebruikt door één belastingplichtige, wordt dit als
                            één vestiging aangemerkt.</al><al>3. Indien dezelfde belastingplichtige een aantal niet naast elkaar
                            gelegen gebouwde percelen of gedeelten, waarop reclameobjecten zijn
                            aangebracht, in gebruik heeft, worden deze aangemerkt als afzonderlijke
                            vestigingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 TARIEF</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per vestiging per jaar € 500,-.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 WIJZE VAN HEFFING</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 BELASTINGTIJDVAK</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 ONTSTAAN VAN DE BELASTINGSCHULD EN HEFFING NAAR TIJDSGELANG</titel></kop><al>1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
                            belastingtijdvak.</al><al>2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                            aanvangt, ontstaat de</al><al>belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                            aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd over voor zoveel twaalfde
                            gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                            jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al><al>4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                            eindigt, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleend
                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            belasting als erin dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaanden overblijven.</al><al>5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen het gebied zoal bedoeld in artikel 2 verhuist
                            en aldaar een andere vestiging in gebruik neemt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 VRIJSTELLINGEN</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare
                            aankondigingen:</al><al>a. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt
                            gediend, kunnen worden aangemerkt;</al><al>b. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of
                            aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter
                            uitvoering van de publieke taak;</al><al>c. die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen
                            of verenigingen zijn aangebracht en die een cultureel, maatschappelijk,
                            charitatief of ideëel belang dienen;</al><al>d. die zijn aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of
                            wijkorganen, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag
                            met naam van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan;</al><al>e. die uitsluitend landen-, provincie-, gemeente- of streekvlag
                            inhouden;</al><al>f. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang
                            dienen;</al><al>g. die zijn aangebracht op scholen, verpleeg- en verzorgingshuizen,
                            ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie
                            van het gebouw;</al><al>h. die zijn aangebracht op terreinen en gebouwen van
                            amateursportverenigingen;</al><al>i. die nostalgische uitingen aan de gevel zijn ouder dan 50 jaar en die
                            geen relatie hebben met de uitoefening van het bedrijf;</al><al>j. die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare
                            aankondigingen zijn aangebracht in een voorziening waarin, waaraan of
                            waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, die
                            individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de
                            verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer
                            aanwezig zijn;</al><al>k. die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde
                            artikelen en producten in een etalage of in de winkel;</al><al>l. die zijn aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften
                            rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde
                            bouwwerkzaamheden;</al><al>m. die zijn aangebracht door een tussenpersoon in verband met de verkoop
                            of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de
                            onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of de te verhuren zaak;</al><al>n. die op of in verband met pin- en betaalautomaten worden
                            gebruikt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 TERMIJNEN VAN BETALING</titel></kop><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moet de aanslag ineens worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de
                            tweede maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld.</al><al>2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                            voorgaande lid gestelde termijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan met betrekking tot de
                            heffing en de invordering van de reclamebelasting nadere regels
                            stellen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 KWIJTSCHELDING</titel></kop><al>Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL</titel></kop><al>1. De ‘Verordening reclamebelasting 2010 – 2012, wordt ingetrokken met
                            ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing,
                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                            die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                            die van de bekendmaking.</al><al>3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                            reclamebelasting 2013’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Deze verordening is vastgesteld bij raadsbesluit van 23 oktober 2013, nr
                        12-69b en gepubliceerd ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet d.d.
                        2012 </al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>