<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100770_6</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Kampen 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kampen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kampen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, 121313</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Kampen 2001 (APV)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 2.6.3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15ADV00467</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="1.1:CVDR98716_1">1. Aanwijzingsbesluit hinderlijk drankgebruik</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98695_1">2. Aanwijzingsbesluit hinderlijk drugsgebruik</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113701_2">3. Aanwijzingsbesluit parkeren grote voertuigen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98719_1">4. Aanwijzingsbesluit passantenhaven Wilsum</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98742_1">5. Aanwijzingsbesluit plakzuilen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98692_1">6. Instructie havenmeester gemeente Kampen 2008</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98693_1">7. Kaderegeling Kampen 2008</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR100054_1">8. Standplaatsenbeleid gemeente Kampen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR100042_1">9. Terrassenbeleid gemeente Kampen algemeen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98694_1">10. Terrassenbeleid gemeente Kampen Plantage</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98738_1">11. Uitvoeringsregeling verbod te koop aanbieden voertuigen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR98734_1">12. Uitvoeringsregeling voorwerpen op/aan/boven de weg</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR298372_1">13. Beleidsregels evenementen 2012</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113657_1">14. Aanwijzingsbesluit hondendolterreinen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113656_1">15. Aanwijzingsbesluit gebied verboden voor honden</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113658_1">16. Aanwijzingsbesluit maximumstelsel seksinrichtingen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113660_1">17. Aanwijzingsbesluit gebied exploitatie sekswinkels</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR102061_1">18. Aanwijzingsbesluit gebied exploitatie seksinrichtingen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR116159_1">19. Nadere regels seksinrichtingen en escortbedrijven</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR116079_1">20. Beleidsnota prostitutiebeleid</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113697_1">21. Aanwijzingsbesluit gebied verbod rally-vissen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR113695_1">22. Beleidsnota afval verbranden Kampen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR116102_1">23. Beleid herplantplicht</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR116089_1">24. Beleid ontruimen huurwoningen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR117142_1">25. Coffeeshopbeleid</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR251597_1">26. Uitvoeringsbesluit opkoopregister</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR297164_1">27. Aanwijzingsbesluit cameratoezicht</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR304531_1">28. Uitvoeringsbesluit geveltuinen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR304593_1">29. Spelregels gebruiksvoorwaarden geveltuinen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR304534_1">30. Uitvoeringsbesluit voederverbod dieren</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Algemene plaatselijke verordening Kampen
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>weg:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li>
                  <li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, welke
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li>
                  <li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
                                            de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
                                            naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>openbaar water:</al><al>Alle wateren die – al dan niet met enige beperking – voor het
                                    publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.</al></li>
              <li nr="c."><al>bebouwde kom: </al><al>Het gebied binnen de grenzen van de bebouwde kom die zijn
                                    vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></li>
              <li nr="d."><al>rechthebbende: </al><al>Een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens
                                    een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li>
              <li nr="e."><al>voertuigen: </al><al>Alle voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a en onder a l
                                    van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met
                                    uitzondering van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>treinen en trams;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="f."><al>vaartuigen: </al><al>Alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen,
                                    alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al></li>
              <li nr="g."><al>woonschepen: </al><al>Schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot
                                    woning bestemd.</al></li>
              <li nr="h."><al>bouwwerk: </al><al>Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                                    ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct
                                    of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                                    steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                                    functioneren.</al></li>
              <li nr="i."><al>gebouw:</al><al>Elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel
                                    of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</al></li>
              <li nr="j."><al>vee: </al><al>Eenhoevige dieren, herkauwende dieren en varkens.</al></li>
              <li nr="k."><al>pluimvee: </al><al>Klein- en pluimvee, eenden en ganzen.</al></li>
              <li nr="l."><al>handelsreclame: </al><al>Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                                    kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.</al></li>
              <li nr="m."><al>kampeermiddel: </al><al>tent, vistent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig
                                    ander onderkomen of enig ander voertuig of gedeelte daarvan,
                                    voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40
                                    van de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander
                                    voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele
                                    blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
                                    worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;</al></li>
              <li nr="n."><al>bevoegd gezag: </al><al>bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Beslissingstermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.2, 2.1.5.3
                                of artikel 4.3.2.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2a</nr>
              <titel>Beschikking van rechtswege</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de
                            positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen is van
                            toepassing op artikel 5.2.4 van deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2b</nr>
              <titel>Uitsluiting bischikking van rechtswege</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de
                            positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen is niet van
                            toepassing op de artikelen 2.2.2, eerste lid, 2.3.1.2, 2.3.3.1, 3.2.1,
                            5.2.3 en 5.7.1 van deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.3</nr>
              <titel>Te late indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of
                                ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij
                                de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de
                                vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor zover sprake is van termijnen in uren, bepaald door
                                terugrekening van een tijdstip of gebeurtenis, en deze eindigen op
                                een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                erkende feestdag, worden de termijnen geacht te eindigen om 12.00
                                uur op de voorgelegen dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen
                                erkende feestdag is. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Orde en veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.1.1</nr>
                  <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een
                                        samenscholing of in groepsverband dan wel afzonderlijk
                                        onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten
                                        of op andere wijze de orde te verstoren​.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Degene die op de weg</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li>
                    <li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing; </al></li>
                  </lijst>
                  <al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg
                                        te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                        verwijderen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        terreinen, wegen of weggedeelten, die door of vanwege het
                                        bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare
                                        veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn
                                        afgezet.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.1.2</nr>
                  <titel>Gebiedsverboden</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en
                                        veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het
                                        voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of
                                        leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de
                                        gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare
                                        feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een
                                        verbod opleggen om zich te bevinden op in dat verbod
                                        aangewezen gebied gedurende een periode van maximaal 3
                                        dagen).</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                        burgemeester aan degene aan wie eerder een gebiedsverbod als
                                        bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie
                                        wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of
                                        openbare ordeverstorende handelingen verricht, een
                                        gebiedsverbod opleggen om zich gedurende een in dat
                                        gebiedsverbod genoemd tijdvak van ten hoogste 30 dagen te
                                        bevinden op in dat gebiedsverbod aangewezen gebied. </al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Een gebiedsverbod krachtens het tweede lid kan slechts
                                        worden opgelegd indien strafbare feiten of andere openbare
                                        ordeverstorende handelingen binnen zes maanden na het
                                        opleggen van een eerder gebiedsverbod, opgelegd op grond van
                                        het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid
                                        gestelde gebiedsverboden, indien dat in verband met de
                                        persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                        is.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd gebiedsverbod.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>optochten en betogingen</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.2.1</nr>
                  <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat deze
                                        gehouden zal worden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester, met inachtneming van hetgeen in artikel
                                        2.1.2.3, eerste lid hierover is bepaald.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als bedoeld
                                        in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet
                                        openbare manifestaties, te weten een plaats die krachtens
                                        bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek, met
                                        uitzondering van een gebouw of besloten plaats als bedoeld
                                        in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.2.2</nr>
                  <titel>Afwijking termijn</titel>
                </kop>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                    2.1.2.3, eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en
                                    een mondelinge kennisgeving ontvankelijk verklaren.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.2.3</nr>
                  <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Bij de kennisgeving kan de burgemeester een opgave verlangen
                                        van:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li>
                    <li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li>
                    <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig ver-loop te
                                                bevorderen.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>verspreiden van gedrukte stukken</titel>
              </kop>
              <structuurtekst>
                <al>Niet overgenomen van de model-APV</al>
              </structuurtekst>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
              </kop>
              <structuurtekst>
                <al>Niet overgenomen van de model-APV</al>
              </structuurtekst>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Bruikbaarheid van de weg</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.5.1</nr>
                  <titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                        gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
                                        als:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                                gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                                voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan
                                                wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig
                                                beheer en onderhoud van de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het college kan ter uitvoering van het eerste lid nadere
                                        regels stellen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.2;</al></li>
                    <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3;</al></li>
                    <li nr="c."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet, Woningwet of het Provinciaal
                                        wegenreglement.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.5.2</nr>
                  <titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in
                                        een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                        geveltuinen welke worden aangelegd en in stand gehouden in
                                        overeenstemming met door het college vast te stellen nadere
                                        regels en nadat van de voorgenomen aanleg melding is gedaan
                                        aan het college.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het tweede lid is niet van toepassing op door het college
                                        vastgestelde gebieden.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Onder een geveltuin wordt verstaan: in de weg aangebrachte
                                        beplanting welke direct grenst aan een gevel, muur of
                                        schutting.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                        hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                        verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van
                                        gebouwen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>6.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij
                                        het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>7.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                        zover het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Wegenverordening
                                        Overijssel, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                            Telecommunicatieverordening<cursief>,</cursief> van
                                        toepassing is.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.5.3</nr>
                  <titel>Maken en veranderen van een uitweg</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li>
                    <li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                gemeente.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet
                                        beheer rijkswaterstaatswerken, het Rijkswegenreglement of de
                                        Provinciale Wegenverordening Overijssel van toepassing
                                        is.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Veiligheid van de weg</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.1</nr>
                  <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
                </kop>
                <al>Niet overgenomen van model-APV</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.2</nr>
                  <titel>Winkelwagentjes</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De rechthebbende op een bedrijf die ten behoeve van het
                                        winkelend publiek winkelwagentjes ter beschikking stelt,
                                        mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de
                                        weg, is verplicht deze te voorzien van de naam van het
                                        bedrijf of van een ander herkenningsteken en de in de
                                        omgeving van dat bedrijf door het publiek op of langs de weg
                                        achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te
                                        doen verwijderen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te
                                        bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf
                                        als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen
                                        is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving
                                        van dat winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het
                                        bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het
                                        weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex
                                        en tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende
                                        parkeerplaats.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de
                                        weg, onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een
                                        daartoe aangewezen plaats.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                        milieubeheer van toepassing is.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.3</nr>
                  <titel>Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp</titel>
                </kop>
                <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.4</nr>
                  <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
                </kop>
                <al>Niet overgenomen van model-APV</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.5</nr>
                  <titel>Kelderingangen, koekoeken e.d.</titel>
                </kop>
                <al>Kelderingangen, koekoeken, indiepingen en andere lager dan de
                                    aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk
                                    mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
                                    opleveren Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    artikel 427, aanhef en onder 1e of 3e, van het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.6</nr>
                  <titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel>
                </kop>
                <al>Niet overgenomen van model-APV</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.7</nr>
                  <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                        (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                        prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                        voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                        meter boven dat gedeelte van de weg.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v.
                                        prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                        voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de
                                        uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen
                                        van een afscheiding zijn aangebracht.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                        hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                        verstaat.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel
                                        5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.8</nr>
                  <titel>Vallende voorwerpen</titel>
                </kop>
                <al>Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een bouwwerk
                                    een voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen
                                    neervallen op de weg.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.9</nr>
                  <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                        aanwijzingen van burgemeester en wethouders, voorwerpen,
                                        borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer
                                        of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                        gewijzigd of verwijderd.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders maken tevoren aan de
                                        rechthebbende als bedoeld in het eerste lid hun besluit
                                        bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van
                                        een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste
                                        lid.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                        Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing is.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>7</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.7.1</nr>
                  <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een
                                        bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                        plaats.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van andere voor eenieder
                                        toegeangkelijke plaatsen voor zover het openbare
                                        plantsoenen, speelweiden en parkeerplaatsen betreft.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Toezicht op evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak al dan niet op of
                                    aan de weg, met uitzondering van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen als bedoeld in de Wet op de
                                            filmvertoningen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 151 Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3.1 van deze
                                            verordening;</al></li>
                  <li nr="g."><al>reguliere sportwedstrijden van plaatselijke
                                            verenigingen;</al></li>
                  <li nr="h."><al>reguliere voorstellingen en concerten in de
                                            Stadsgehoorzaal;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan een
                                    herdenkingsplechtigheid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onder evenementen in de zin van deze afdeling worden in ieder
                                    geval begrepen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>optochten, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2.1.2.3</al></li>
                  <li nr="b."><al>vertoningen op of aan de weg, niet zijnde een betoging
                                            als bedoeld in artikel 2.1.2.3</al></li>
                  <li nr="c."><al>het voor publiek muziek ten gehore brengen op of aan de
                                            weg</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest of wedstrijden houden op of aan de weg</al></li>
                  <li nr="e."><al>circussen</al></li>
                  <li nr="f."><al>kermissen</al></li>
                  <li nr="g."><al>braderiën en gelijksoortige activiteiten</al></li>
                  <li nr="h."><al>houseparty’s en andere voor publiek toegankelijke
                                            (dans)feesten, die niet plaatsvinden in een inrichting
                                            in de zin van de Drank-en Horecawet</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.2</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, dient tenminste
                                    zes weken voor de aanvang van het evenement te worden
                                    aangevraagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere gevallen en bij evenementen
                                    van eenvoudige aard de in het tweede lid bedoelde termijn
                                    verkorten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod voor het eerste lid geldt niet voor ééndaagse
                                    evenementen en indien aan alle onderstaande eisen wordt
                                    voldaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het evenement een barbecue of straatfeest in de open
                                            lucht betreft;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het evenement:</al><lijst>
                      <li nr="a."><al>op zondag tot en met donderdag van 15.00 uur tot
                                                  23.00 uur plaatsvindt of</al></li>
                      <li nr="b."><al>op vrijdag van 15.00 uur tot 23.30 uur
                                                  plaatsvindt of</al></li>
                      <li nr="c."><al>op zaterdag van 15.00 uur tot 24.00 uur
                                                  plaatsvindt;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="d."><al>het evenement niet meer dan 2 straten omvat;</al></li>
                  <li nr="e."><al>niet langer dan tot 23.00 uur (on-)versterkte muziek ten
                                            gehore wordt gebracht en tot 70 dB(A) bij de
                                            dichtsbijzijnde woning;</al></li>
                  <li nr="f."><al>het evenement geen belemmering vormt voor de
                                            hulpdiensten;</al></li>
                  <li nr="g."><al>er slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10m2 per object zoals een
                                            kleine partytent, een springkussen en een
                                            barbecuetoestel, waarbij het maximaal toegestane aantal
                                            objecten afhankelijk is van de beschikbare ruimte.</al></li>
                  <li nr="h."><al>de bij de straat/straten behorende brandkranen worden
                                            vrijgehouden voor blusvoertuigen en wel zodanig dat
                                            hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt;</al></li>
                  <li nr="i."><al>er een aanwijsbare organisator is, dit kan zowel een
                                            natuurlijk als een rechtspersoon zijn, en deze bekend is
                                            bij de burgemeester;</al></li>
                  <li nr="j."><al>de organisator de burgemeester tenminste vijf werkdagen
                                            voorafgaand aan het evenement in kennis stelt met een
                                            door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier;</al></li>
                </lijst>
                <al>Indien binnen drie werkdagen na ontvangst van het
                                    meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is
                                    verzonden, kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een
                                    wedstrijd op of aan de weg voor zover in het geregeld onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.3</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Toezicht op horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.1</nr>
                  <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: de
                                        voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                        logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of
                                        rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid
                                        of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval
                                        verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                        snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                        aanhorigheden.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                        besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                        horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                        tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of
                                        verstrekt.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die
                                        een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in
                                        artikel 2.3.1.2 of artikel 2.3.1.3.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders
                                                wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn
                                                onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde
                                                graad;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
                                                Strafrecht;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.2</nr>
                  <titel>Exploitatie horecabedrijf</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                        vergunning van de burgemeester.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het
                                        eerste lid, indien de vestiging of de exploitatie van het
                                        horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                        bestemmingsplan.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste
                                        lid geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde
                                        op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de
                                        aanwezigheid van het horecabedrijf.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                        weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
                                        karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf
                                        is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                                        horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter
                                        plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                        exploitatie van het horecabedrijf.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de
                                        burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die
                                        betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf
                                        behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden
                                        over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het
                                        terras.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>6.</lidnr>
                  <al>Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de
                                        burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming
                                        van die weg ten behoeve van een of meer bij een
                                        horecabedrijf horende terrassen weigeren:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                                van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                daarvan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor
                                                het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>7.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan ter uitvoering van het bepaalde in het
                                        vijfde en zesde lid nadere regels stellen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>8.</lidnr>
                  <al>Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet, voor
                                        zover het Rijkswegenreglement of het Provinciaal
                                        wegenreglement van toepassing is.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>9.</lidnr>
                  <al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
                                        winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                        voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de
                                        winkelactiviteit;</al>
                  <al>Voor zowel de winkel als het horecabedrijf gelden de
                                        sluitingstijden op grond van de Winkeltijdenwet.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>10.</lidnr>
                  <al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een hotel, een pension, een bed-and-breakfast, dus
                                                een bedrijf gericht op logies;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een restaurant;</al></li>
                    <li nr="e."><al>een buurthuis, een sociaal cultureel centrum, dat
                                                door een niet-commerciële instelling wordt
                                                geëxploiteerd;</al></li>
                    <li nr="f."><al>een snackbar of daarmee vergelijkbaar horecabedrijf,
                                                mits deze voor 22.00 uur gesloten is én geen
                                                alcoholhoudende dranken voor directe consumptie ter
                                                plaatse worden verstrekt.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.3</nr>
                  <titel>Opheffing vergunningplicht</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan bepalen, dat het gestelde in artikel
                                        2.3.1.2 niet geldt voor een of meer in dat besluit
                                        aangeduide soorten horecabedrijven in de gehele gemeente dan
                                        wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de
                                        gemeente.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>De exploitatie van een horecabedrijf, waarop een besluit als
                                        bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet zodanig
                                        geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de
                                        omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde niet
                                        op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.4</nr>
                  <titel>Sluitingsuur</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan voor een horecabedrijf of voor een
                                        daarbij behorend terras, door middel van een
                                        vergunningvoorschrift of anderszins, een sluitingsuur
                                        vaststellen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
                                        bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven gedurende op grond van lid 1 door de
                                        burgemeester aangewezen sluitingsuren.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet voor zover op
                                        de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
                                        zijn.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.5</nr>
                  <titel>Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één
                                        of meer horecabedrijven, tijdelijk andere dan de krachtens
                                        artikel 2.3.1.4 geldende sluitingsuren vaststellen of
                                        tijdelijk sluiting bevelen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover artikel
                                        13b van de Opiumwet van toepassing is.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.6</nr>
                  <titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel>
                </kop>
                <al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de
                                    tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of ingevolge een
                                    op grond van artikel 2.3.1.5 genomen besluit gesloten dient te
                                    zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.7</nr>
                  <titel>Ordeverstoring</titel>
                </kop>
                <al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.8</nr>
                  <titel>Toegang ambtenaren van politie</titel>
                </kop>
                <al>De houder van een horecabedrijf is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat ambtenaren van politie vanaf de weg onmiddellijk en
                                    onbelemmerd toegang hebben tot zijn bedrijf:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende de tijd dat het bedrijf voor bezoekers geopend
                                            is; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn
                                            en indien die ambtenaren van politie hun vermoeden uiten
                                            dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.9</nr>
                  <titel>Burgemeester en wethouders als bevoegd
                                        bestuursorgaan</titel>
                </kop>
                <al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen
                                    inrichting is in de zin van artikel 174 Gemeentewet treedt niet
                                    de burgemeester maar het college van burgemeester en wethouders
                                    op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van de artikelen
                                    2.3.1.2 tot en met 2.3.1.5.</al>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.2.1</nr>
                  <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
                </kop>
                <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>inrichting: elke al of niet besloten ruimte waarin, in
                                            de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                            mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                            kamperen wordt verschaft;</al></li>
                  <li nr="2."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert, dan wel
                                            daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li>
                </lijst>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.2.2</nr>
                  <titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
                </kop>
                <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                    houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                    daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                    burgemeester.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.2.3</nr>
                  <titel>Nachtregister</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend
                                        persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel
                                        438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is
                                        ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde
                                        model.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend
                                        persoon is verplicht het in het eerste lid bedoelde register
                                        aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar
                                        over te leggen op een door de burgemeester te bepalen
                                        wijze.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.2.4</nr>
                  <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
                </kop>
                <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                    kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die
                                    inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres,
                                    woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van
                                    aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken.</al>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.3.1</nr>
                  <titel>Speelgelegenheden</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Deze paragraaf verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waarin de mogelijkheid
                                        wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in
                                        geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op: </al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>Speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
                                                Kansspelen vergunning is verleend;</al></li>
                    <li nr="b."><al>Speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>Speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>De burgemeester weigert de vergunning indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare
                                        orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                        exploitatie van de speelgelegenheid.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.3.2.</nr>
                  <titel>Speelautomaten</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Begripsomschrijvingen </al>
                  <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                                onder a van de Wet;</al></li>
                    <li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30
                                                onder c van de Wet;</al></li>
                    <li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30 onder d van de Wet;</al></li>
                    <li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld
                                                onder e van de Wet.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Opstelplaatsenbeleid </al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>in hoogdrempelige inrichtingen zijn twee
                                                speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee
                                                kansspelautomaten.</al></li>
                    <li nr="b."><al>in laagdrempelige inrichtingen zijn twee
                                                speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat
                                                kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                                toegestaan.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.1</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten
                                    woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten
                                    woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij
                                    die woning of dat behorend erf, een voor publiek toegankelijk
                                    lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Dit verbod geldt niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd van het in het eerste of tweede lid
                                    bedoelde verbod ontheffing te verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.2</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak
                                    dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende
                                    zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:een aanplakbiljet of ander
                                    geschrift, afbeelding of aanduiding, aan te plakken of op andere
                                    wijze aan te brengen; met kalk, krijt, teer of een kleur- of
                                    verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
                                    brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen aanplakborden aanwijzen voor
                                    het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het
                                    aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, welke geen
                                    betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.3</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden tussen des avonds 10 uur en des morgens 6 uur op
                                    de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                    aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing,
                                    indien de in dat lid bedoelde materialen of gereedschappen niet
                                    zijn gebezigd of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden
                                    in artikel 2.4.2.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.4</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg inbrekerswerktuigen te vervoeren of
                                    bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                                    vergemakkelijken. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde
                                    tas niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handeling.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.5</nr>
                <titel>Betreden plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Niet overgenomen van model-APV</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.6</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Niet overgenomen van model-APV</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.7</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan de weg zonder toestemming van de rechthebbende
                                            te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt
                                            wordt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                    artikel 424, 426 bis, 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.7a</nr>
                <titel>Aanstootgevende sportvisserij aan de openbare weg (verbod
                                    rallyvissen)</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar het, ter
                                voorkoming van aantasting van de openbare orde, het woon- en
                                leefklimaat en de zedelijkheid, verboden is de sportvisserij op een
                                zodanige wijze te bedrijven dat de gevangen vis niet levend in het
                                water wordt teruggezet maar ter plaatse wordt gedood</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.7.B</nr>
                <titel>Verbod spelen om geld</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan de openbare weg met kaarten, geld,
                                dobbelstenen of andere voorwerpen om geld te spelen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.8</nr>
                <titel>Hinderlijk drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld
                                            in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijfals bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.9</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een
                                            gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van een zodanig gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.10</nr>
                <titel>Gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel of op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.11</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel voor de ingang van een gebouw,
                                indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.12</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en
                                plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een terrein
                                waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid
                                gehouden wordt welke publiek trekt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.13</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <al>Niet overgenomen van model-APV</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.14</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen in model-APV</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.15</nr>
                <titel>Nodeloos alarmeren</titel>
              </kop>
              <al>Niet overgenomen van model-AV</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.16</nr>
                <titel>Alarminstallaties</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.17</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op of aan de weg zonder dat die
                                            hond aangelijnd is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door burgemeester en
                                            wethouders aangewezen plaats;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een door middel van tatoeage aangebracht
                                            identificatiemerk, die de eigenaar of houder duidelijk
                                            doen kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar het,
                                    in afwijking van lid 1 onder a, is toegestaan honden niet
                                    aangelijnd te laten verblijven of te lopen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.18</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg zoals bedoeld in artikel 1.1 onder a; </al></li>
                  <li nr="b."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> Het verbod genoemd in het eerste lid onder a geldt niet
                                            voor hondentoiletten.</al></li>
                  <li nr="b."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod
                                            genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid,
                                    onder a en b, gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar
                                    of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De houder of verzorger van de hond en ook degene die een hond
                                    onder zijn hoede heeft is verplicht, als hij zich op plaatsen
                                    als bedoeld in lid 1 bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij
                                    zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de
                                    uitwerpselen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De houder of verzorger van de hond en ook degene die een hond
                                    onder zijn hoede heeft, die zich met die hond op plaatsen als
                                    bedoeld in 1 bevindt, is verplicht dit hulpmiddel op eerste
                                    vordering van een toezichthoudend ambtenaar aan hem te laten
                                    zien. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.19</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
                                    terrein van een ander:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd, nadat burgemeester en
                                            wethouders aan de eigenaar of de houder hebben
                                            bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            achten en zij een aanlijngebod in verband met het gedrag
                                            van die hond noodzakelijk vinden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf,
                                            nadat burgemeester en wethouders de eigenaar of de
                                            houder hebben bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk
                                            of hinderlijk achten en zij een aanlijn- en
                                            muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                            noodzakelijk vinden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond moet zijn
                                    voorzien van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voorzover de Regeling agressieve dieren van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.20</nr>
                <titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden vee in de zin van de Wet milieubeheer aanwezig
                                    te hebben of te houden binnen de bebouwde kom.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders zijn, onverminderd het bepaalde in
                                    lid 1, bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen
                                    aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast
                                    of van schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij
                                    aangeduide dieren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of van
                                            schade aan de openbare gezondheid gestelde regels; dan
                                            wel</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven; dan wel
                                        </al></li>
                  <li nr="d."><al>te voeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een krachtens het tweede lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde
                                    regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                    door hen is aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een
                                    onroerende zaak, gelegen binnen het in het eerste lid of
                                    krachtens het tweede lid aangewezen gedeelte van de gemeente,
                                    ontheffing verlenen van het in het eerste en derde lid gestelde
                                    verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.21</nr>
              </kop>
              <al>Vervallen in model-APV</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.22</nr>
                <titel>Loslopend vee en pluimvee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee of pluimvee, dat zich bevindt in een aan een
                                weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden
                                door een deugdelijke vee-kering, is verplicht ervoor te zorgen dat
                                zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee of pluimvee die
                                weg niet kan bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.23</nr>
              </kop>
              <al>Niet overgenomen van model-APV</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.24</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bijen te houden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht</al></li>
                <li nr="b."><al>Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.2</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor
                                            zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.3</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al></li>
                <li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a
                                        bedoelde functionaris;</al></li>
                <li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li>
                <li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.4</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.5</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijf</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten dat
                                    een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                    inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere
                                    wijze overdraagt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare
                                    verkopingen en veilingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>horecabedrijf: het bedrijf als bedoeld in artikel
                                            2.3.1.1, eerste en tweede lid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2.3.1.1, vierde
                                            lid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder vuurwerk:</al>
              <al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.2</nr>
                <titel>Afleveren van vuurwerk</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf vuurwerk af te leveren, dan wel ter aflevering
                                    aanwezig te houden, zonder een vergunning van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                    gevestigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang
                                    van het voorkomen of beperken van overlast.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.3</nr>
                <titel>Bezigen van vuurwerk, carbid-gas of andere ontplofbare gassen
                                    of vloeistoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden vuurwerk te bezigen, carbid-gas, een ander soort
                                    gas of (vloei)stof tot ontploffing te brengenop een door
                                    burgemeester en wethouders of de burgemeester, voor zover het
                                    zijn bevoegdheid betreft, in het belang van de voorkoming van
                                    gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden vuurwerk op of aan de weg of op een voor publiek
                                    toegankelijke plaats te bezigen indien zulks gevaar, schade of
                                    overlast kan veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.4</nr>
                <titel>Carbidbussen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden om een vat, bus, fles, of een ander voorwerp dat
                                    er kennelijk toe dient om carbid-gas, een ander soort gas of
                                    (vloei)stof tot ontploffing te brengen op de weg te
                                    vervoeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg of op een voor het publiek
                                    toegankelijk terrein met gebruikmaking van carbid-gas, een ander
                                    soort gas of (vloei)stof een busdeksel, blikdeksel of ander
                                    projectiel af te schieten op andere tijden dan op 31 december na
                                    10.00 uur en op 1 januari voor 02.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in lid 2 geldt niet voorzover de Wet geluidhinder
                                    of het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7.1</nr>
                <titel>Verbod begeven op de weg om drugs te verhandelen</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7.2</nr>
                <titel>Openlijk drugsgebruik</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7.3</nr>
                <titel>Wegwerpen drugsgerelateerd afval</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals
                                naalden, reservoirs, zuigers en dergelijk of daarop gelijkende
                                voorwerpen op of aan de weg dan wel in afvalbakken achter te laten
                                met het kennelijk doel om afstand van het voorwerp te doen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Veiligheidsrisicogebied </titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.8</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebied </titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan, overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet,
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>BORDELEN, SEKSWINKELS, E.D.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen en nadere regels</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding; </al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een
                                        parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens
                                        begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                        combinatie met elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonenbevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: </al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende reden noodzakelijk
                                                is</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college van burgemeester en wethouders of, voor zover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                college van burgemeester en wethouders over de uitoefening van de
                                bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.0</nr>
                <titel>Gebiedsaanwijzing voor seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in andere gebieden
                                of delen van de gemeente dan daartoe door de gemeenteraad zijn
                                aangewezen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.1</nr>
                <titel>Vergunningplicht voor seksinrichtingen en
                                    escortbedrijven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of een escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd orgaan kan een maximum stellen aan het aantal te
                                    verlenen vergunningen, zoals bedoeld in lid 1. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Bij de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval overgelegd respectievelijk vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een plattegrond van de seksinrichting door middel van
                                            een tekening met een schaal van tenminste 1:100;</al></li>
                  <li nr="e."><al>een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel;</al></li>
                  <li nr="f."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                            seksinrichting.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. Zij
                                    is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.2</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li>
                  <li nr="c."><al>hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van duizend gulden of
                                            meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel
                                            9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst>
                      <li nr="1°"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li>
                      <li nr="2°"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 250a, 252, 300 tot en met 303,
                                                  416, 417, 417bis, 426, 429quater of 453 van het
                                                  Wetboek van strafrecht;</al></li>
                      <li nr="3°"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 jº artikel 8 of jº artikel 163 van de
                                                  Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                      <li nr="4°"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li>
                      <li nr="5°"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li>
                      <li nr="6°"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan driehonderd vijftig euro bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al> een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de
                                            datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al> bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de
                                            datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant - indien een rechtspersoon: de tot
                                    vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke
                                    perso(o)n(en) - of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een inrichting die voor
                                    ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is
                                    gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1.
                                    is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                    verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.3</nr>
                <titel>Sluitingsuur</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 24.00 uur en 10.00 uur; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd orgaan kan door middel van de
                                    vergunningvoorschriften voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4 eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van
                                    toepassing zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.4</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste
                                            of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.5</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zijn verplicht er voortdurend op
                                    toe te zien dat in de seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en
                                            XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie;</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.6</nr>
                <titel>Verbod tot raam- en straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zichtbaar vanaf de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door een ambtenaar van politie het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.7</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak, in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving, verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in andere gebieden dan daartoe door de
                                gemeenteraad zijn aangewezen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.8</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen,opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Beslissingstermijn, weigeringsgronden, nadere regels</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3.1</nr>
                <titel>Beslissingstermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen
                                    twintig weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3.2</nr>
                <titel>Weigeringgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3.2.2 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan en daarvan geen vrijstelling is of wordt
                                            verleend;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd
                                            met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht, of met
                                            het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                            Vreemdelingenwet bepaalde;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het maximaal af te geven aantal vergunningen voor
                                            seksinrichtingen of escortbedrijven is bereikt;</al></li>
                  <li nr="e."><al>het een aanvraag betreft voor een seksinrichting,
                                            waarvan de vestigingsplaats in strijd is met artikel
                                            3.2.0;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de vergunning is aangevraagd voor de exploitatie van een
                                            raamprostitutiebedrijf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, kan
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de gezondheid</al></li>
                  <li nr="g."><al>de zedelijkheid;</al></li>
                  <li nr="h."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Beëindiging exploitatie, wijziging beheer</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.4.1</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1. op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.4.2</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, derde lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe
                                    beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                    exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig
                                    de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.5.1</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of een
                                    bestaand escortbedrijf is het gestelde in artikel 3.2.1, eerste
                                    lid niet van toepassing: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende 12 weken na het in werking treden
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid,
                                            heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Indien een seksinrichting aantoonbaar reeds meer dan twee jaar
                                    op een lokatie gevestigd is, op het moment van het in werking
                                    treden van de bepalingen van dit hoofdstuk, is op het
                                    exploiteren van een zodanige seksinrichting voorts het gestelde
                                    in artikel 3.2.0 niet van toepassing: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende 12 weken na het in werking treden
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid,
                                            heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>na afloop van de onder b gestelde termijn, indien het
                                            bevoegd bestuursorgaan besluit om de gevraagde
                                            vergunning, zoals hiervoor bedoeld onder sub b, te
                                            verlenen, totdat de verleende vergunning vervalt of
                                            wordt ingetrokken of totdat de geldingsduur daarvan
                                            afloopt, zonder dat de vergunning direct aansluitend
                                            wordt verlengd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In het geval van een reeds meer dan twee jaar bestaande
                                    seksinrichting, zoals bedoeld in lid 2, kan het bevoegde
                                    bestuursorgaan bij de beslissing op een aanvraag om vergunning
                                    als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, afwijken van het
                                    bepaalde in artikel 3.3.2, lid 1, sub b en e. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Gedurende de periode als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                    onder a en b, kan het bevoegd bestuursorgaan met het oog op de
                                    in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen de exploitant
                                    aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde
                                    voorzieningen. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Geluid- en lichthinder</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: een inrichting type A of type B, als bedoeld in
                                        het Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan
                                te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                wijzen dagen of dagdelen.</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De beperking met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening op sportterreinen, artikel 4.110, lid 1
                                        van het Besluit geldt niet voor door het college per
                                        kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                        gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede
                                        lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt
                                        in een of meer van de volgende delen:...</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de
                                    inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld door
                                    middel van het door het college vastgestelde standaardformulier
                                    zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.110, lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de
                                    houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Er is een vastgesteld (digitaal) standaardformulier (‘melding
                                    incidentele festiviteiten horecabedrijven milieubeheer’) voor
                                    het doen van een kennisgeving als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan, wanneer
                                    het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                    formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.4</nr>
                <titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze wordt beïnvloed.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.5</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te
                                    hebben of handelingen te verrichten, waaronder ook het houden
                                    van luidruchtige dieren, op een zodanige wijze dat voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    bepaalde ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover de op de
                                    Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder,
                                    de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen van toepassing zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.1</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Het bewaren van houtopstanden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal,
                                            een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
                                            een beplanting van bosplantsoen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                            dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 25 centimeter op
                                            1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                            meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                            stam.</al></li>
                  <li nr="d."><al>boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het
                                            produkt van de factoren:</al><lijst>
                      <li nr="-"><al>de oppervlakte in cm<sup>2</sup> van de
                                                  dwarsdoorsnede op 1.3 meter boven het
                                                  maaiveld</al></li>
                      <li nr="-"><al>de geïndexeerde eenheidsprijs per
                                                  cm<sup>2</sup></al></li>
                      <li nr="-"><al>de standplaatswaarde</al></li>
                      <li nr="-"><al>de conditiewaarde</al></li>
                      <li nr="-"><al>de waarde van de plantwijze</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="e."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                            (Buism.) C. Moreau);</al></li>
                  <li nr="f."><al>iepespintkever: het insekt, in elk ontwikkelingsstadium,
                                            behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en
                                            Scolytus multistriatis (Marsh) en Scolytus
                                            pygmaeus.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen,
                                    zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige
                                    beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen
                                    hebben.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.2</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    houtopstanden die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze
                                    worden geëxploiteerd, indien het betreft:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                            landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit
                                            populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al></li>
                  <li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>fijnsparren, of andere coniferen, niet ouder dan twaalf
                                            jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op
                                            daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet
                                    voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het
                                            bepaalde in artikel 4.3.6.</al></li>
                  <li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                            reguliere onderhoud.</al></li>
                  <li nr="c."><al>de volgende boomsoorten: berken, coniferen, populieren
                                            en wilgen, mits deze voldoen aan onderstaande drie
                                            voorwaarden:</al><al>1<sup>o</sup> de bomen staan binnen de bebouwde
                                            kom;</al><al>2<sup>o</sup> de bomen zijn geen eigendom van de
                                            gemeente Kampen;</al><al>3<sup>o </sup>de bomen maken geen onderdeel uit van
                                            houtwal, lintbegroeiing, singelbeplanting, bosplantsoen
                                            of bomenrij.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.3</nr>
                <titel>Aanvraag vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wanneer de directeur Bos- en Landschapsbouw van het Ministerie
                                    van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van burgemeester en
                                    wethouders een afschrift heeft toegezonden van de
                                    ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwen burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.3A</nr>
                <titel>Weigeringsgronden en voorschriften</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren dan wel
                                    voorschriften aan de vergunning verbinden in het belang
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het weigeren of onder
                                    voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde
                                    als motivering hanteren. Zij verwijzen zoveel mogelijk naar
                                    gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of
                                    landschapsplannen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.4</nr>
                <titel>Vervaltermijn vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een door burgemeester en wethouders verleende vergunning vervalt
                                    indien daarvan niet binnen een jaar na onherroepelijk worden van
                                    de vergunning gebruik is gemaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In het geval een vergunning betrekking heeft op meer dan één
                                    boom, is de vergunning voor alle bomen, geveld of niet, na
                                    onherroepelijk worden één jaar geldig, ook als enkele andere
                                    bomen al geveld zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.5</nr>
                <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven
                                    aanwijzingen moet worden herplant. Een dergelijke herplantplicht
                                    wordt in ieder geval zoveel mogelijk opgelegd, indien een
                                    gemeentelijk bestemmings-, bomen-, groen- of landschapsplan de
                                    te vellen houtopstand direkt of indirekt als waardevol
                                    omschrijft.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen
                                    behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de
                                    houtopstand voorkomende flora en fauna.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.6</nr>
                <titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
                                    burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze
                                    teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                    zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                    bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                                    van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                    herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
                                    binnen een door hen te stellen termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                    zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                    bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                                    treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
                                    om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                    door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor
                                    die bedreiging wordt weggenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
                                    tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger,
                                    is verplicht daaraan te voldoen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.7</nr>
                <titel>Schadevergoeding</titel>
              </kop>
              <al>Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende, door de
                                toepassing van artikel 4.3.2, artikel 4.3.5 of artikel 4.3.6, schade
                                lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te
                                zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet
                                anderszins is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem op
                                zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                                toe.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.7A</nr>
                <titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel>
              </kop>
              <al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek
                                wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor
                                heesters.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3.8</nr>
                <titel>Bestrijding iepziekte</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepeziekte of voor vermeerdering van
                                    iepespintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de
                                    bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>of de niet ontbaste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepeziekte wordt voorkomen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
                                            voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                            vervoeren.</al></li>
                  <li nr="b."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                            iepehout en op iepehout met een doorsnede kleiner dan 4
                                            cm.</al></li>
                  <li nr="c."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het onder a van dit lid gestelde verbod.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.1</nr>
                <titel>Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen,
                                    mest, ingekuilde landbouwprodukten e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.2</nr>
                <titel>Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.3</nr>
                <titel>Aanschrijving</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.4</nr>
                <titel>Schotelantennes</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                        van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                <li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li>
                    <li nr="2."><al>tweewielige fietsen en tweewielige bromfietsen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li>
                    <li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen, rolstoelen;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                            voertuigen; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.2A</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het
                                    kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                    verhandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    bedoelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.3</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.4</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
                                    Wet milieubeheer van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.5</nr>
                <titel>Caravans e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk
                                    voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of
                                    mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen of gedurende
                                            meer dan vijf dagen binnen een tijdsbestek van een maand
                                            te parkeren op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats
                                            te parkeren, waar dit naar hun oordeel schadelijk is
                                            voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Provinciale caravan- en tentenverordening, de Provinciale
                                    wegenverordening Overijssel of de provinciale
                                    landschapsverordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.6</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.7</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door burgemeester en wethouders
                                    aangewezen plaats, waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor
                                    het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit naar hun
                                    oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van de in het eerste en tweede
                                    lid gestelde verboden ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.8</nr>
                <titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.9</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te
                                    parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet milieubeheer van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.10</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                    door dan wel deze te laten staan in een park of plantsoen of een
                                    van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen, zoels bedoeld in artikel 5.1.1, onder a;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.11</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen op de weg gelegen plaatsen
                                    aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel
                                    ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden
                                    is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                    ruimten of plaatsen te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren op de weg te laten staan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.1</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goed</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    een openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                    daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook geschreven of
                                    gedrukte stukken worden gerekend, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten, aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen onder door hen te stellen
                                    voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door
                                    daarbij aangewezen instellingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.2</nr>
                <titel>Venten e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen op of aan de weg, aan huis dan wel op
                                    een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht
                                    gelegen plaats, dan wel diensten aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder venten wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degenen die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en
                                            markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in
                                            artikel 5.2.4 van deze verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen als bedoeld in het eerste lid op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5.2.3.1 van deze
                                            verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten op zondagen en op maandag voor 10.00
                                    uur en op maandag t/m zaterdag tussen 20.00 uur en 10.00
                                    uur.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.3</nr>
                <titel>Standplaatsen: uitstallingen op de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere
                                    – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke
                                    en in de openlucht gelegen plaats:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander
                                            middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde
                                            in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te
                                            bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten
                                            aan te bieden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te
                                            hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken aan publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan,
                                    dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn
                                    uitgestald als bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten
                                    aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven
                                    stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als
                                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Alsdan geldt
                                    ook het in het tweede lid gestelde verbod niet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op
                                    de plaats die is aangewezen voor het houden van een door de
                                    gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden dat de
                                    markt gehouden wordt voor een evenement als bedoeld in artikel
                                    2.2.1, of voor het organiseren van een markt als bedoeld in
                                    artikel 5.2.4.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale Wegenverordening
                                    Overijssel van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving;</al></li>
                  <li nr="d."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            -veiligheid;</al></li>
                  <li nr="e."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
                                            verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                            plaatse in gevaar komt;</al></li>
                  <li nr="f."><al>vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag
                                    voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens
                                    een milieuwetplichtige activiteit betreft en indien geen
                                    toepassing kan worden gegeven aan het zesde lid, tot de dag
                                    waarop de beslissing over de milieuvergunningaanvraag is
                                    genomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.4</nr>
                <titel>Snuffelmarkten e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in of op een – al dan niet met enige beperking – voor
                                            het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te
                                            organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige
                                            goederen worden verhandeld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te
                                            geven, dat in of op een – al dan niet met enige
                                            beperking – voor publiek toegankelijk gebouw of plaats
                                            met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel
                                            standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan
                                            publiek aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor ruimten
                                    die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en
                                    voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                    Winkeltijdenwet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van een krachtens artikel 151 van de
                                            Gemeentewet ingestelde markt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.1</nr>
                <titel>Gebruik van openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een
                                    voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in, of boven openbaar
                                    water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de gemeentelijke Havenverordening, de
                                    keur op de waterstaatswerken van het waterschap Groot Salland of
                                    een provinciale verordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.2</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelten
                                    van openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen, hebben of
                                    beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een
                                    vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten
                                    van openbaar water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de gemeentelijke
                                    Havenverordening, de keur op de waterstaatswerken van het
                                    waterschap Groot Salland of een provinciale verordening van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.3</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2
                                    bepaalde kunnen burgemeester en wethouders aan de rechthebbende
                                    op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang
                                    van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de
                                    milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met
                                    betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                    ligplaats op te volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de gemeentelijke Havenverordening, de
                                    keur op de waterstaatswerken van het waterschap Groot Salland of
                                    een provinciale verordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.4</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.3.2, tweede
                                lid en 5.3.3 bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.5</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 350
                                    Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.6</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.7</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de keur op de waterstaatswerken
                                    van het waterschap IJsseldelta of een provinciale verordening
                                    van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.8</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.9</nr>
                <titel>Jetski’s en dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>snelle motorboot: een klein schip dat bij gebruikmaking
                                            van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller
                                            kan varen dan 20 km per uur.</al></li>
                  <li nr="b."><al>waterscooter: een snelle motorboot gebouwd of ingericht
                                            om door één of meer personen skiënd door of over het
                                            water te worden voortbewogen , jetski’s daaronder
                                            begrepen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich met recreatieve doeleinden met een snelle
                                    motorboot op de IJssel binnen de grenzen van de gemeente Kampen
                                    te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de
                                    Scheepvaartverkeerswet of het Binnenvaartpolitiereglement van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4.1</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen terreinen aanwijzen waarvoor
                                    het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.
                                    Zij kunnen daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik
                                    van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of
                                            van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit geluidsproductie sportmotoren van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4.2</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan zij
                                    verklaren, dat het rijden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                    artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990 of een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets
                                    of een paard aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan
                                    berokkenen aan milieuwaarden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaatsen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld
                                            in het vorige lid of met een fiets of een paard te
                                            bevinden; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich met een motorvoertuig, met een bromfiets of met een
                                            fiets of een paard te bevinden op een in die aanwijzing
                                            aangeduid tijdstip.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers
                                    of berijders van paarden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van verkeer en waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de door burgemeester en wethouders
                                            aangewezen plaatsen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken welke
                                            krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                            uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                            percelen gelegen binnen de door burgemeester en
                                            wethouders aangewezen plaatsen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            "Stiltegebieden" aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als "toestel".</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het tweede lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Verbod vuur te stoken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5.</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen of anderszins vuur aan te leggen, te stoken
                                    of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde en veiligheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li>
                  <li nr="c."><al>ter bescherming van de flora en fauna.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de provinciale milieuverordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van
                                            strafrecht van toepassing zijn; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels
                                            en dergelijke, sfeervuren, zoals terrashaarden,
                                            vuurkorven en dergelijke of vuur voor koken, bakken en
                                            braden, indien dat geen gevaar, overlast of hinder
                                            oplevert voor de omgeving.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5.2</nr>
                <titel>Verbod vervoer autobanden, pallets, huisraad en andere
                                    voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel deze op de weg te
                                    verbranden.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg te vervoeren, op de weg bij zich te
                                    dragen of anderszins voorhanden te hebben autobanden, pallets,
                                    huisraad en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel
                                    deze op de weg te verbranden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod geldt niet, indien ter plaatse en ten genoegen van
                                    een ambtenaar van politie of andere toezichthouder wordt
                                    aangetoond, dat het vervoer en/of opslag van de genoemde
                                    voorwerpen of stoffen geschiedt voor andere handelingen dan die,
                                    welke in het eerste lid worden genoemd.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Verstrooiing van as</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.2</nr>
                <titel>Verboden plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooing is verboden op verharde delen van de
                                    weg; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen een besluit nemen waarin voor
                                    een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan
                                    genoemd in het eerste lid asverstrooing plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van de nabestaande
                                    die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere
                                    omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste
                                    lid, behoudens gemeentelijke begraafplaatsen en
                                    crematoriumterreinen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.3</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Kamperen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7.1.</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor het plaatsen van
                                    kampeermiddelen voor eigen gebruik voor korte perioden door de
                                    rechthebbende op een terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de ontheffing weigeren in het
                                    belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de bescherming van natuur en landschap.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7.2.</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waarop het
                                    verbod in artikel 5.7.1.eerste lid, niet geldt. Zij kunnen
                                    daarbij nadere regels stellen in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de bescherming van natuur en landschap.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Overtreding van enig artikel van deze verordening en de op grond van
                                artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van
                                de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                                openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor artikelen van deze verordening
                                en de krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen
                                welke gebaseerd zijn op een bijzondere wet, waarin ten aanzien van
                                de overtreding van deze artikelen, voorschriften en beperkingen
                                reeds een strafbedreiging is gegeven.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn de buitengewone opsporingsambtenaren
                                milieutoezicht belast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>de ambtenaren bouwtoezicht</al></li>
                <li nr="-"><al>de gemeentelijke milieuinspecteur</al></li>
                <li nr="-"><al>de markt- en havenmeester</al></li>
                <li nr="-"><al>de overige bij besluit van burgemeester en wethouders of de
                                        burgemeester aangewezen personen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend of in stand gebleven
                                krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven
                                van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken
                                of totdat zij worden ingetrokken, indien en voor zover het gebod of
                                verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook
                                vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voorschriften en beperkingen die zijn opgelegd of in stand gebleven
                                krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven
                                van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd is verstreken
                                of totdat zij worden ingetrokken, indien en voor zover de bepalingen
                                in gevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook
                                zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van een
                                verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling
                                van de onderhavige verordening toegepast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>gedurende 12 weken na het in werking treden van deze
                                        verordening;</al></li>
                <li nr="b."><al>ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                        vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn
                                        een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze
                                        aanvraag is beslist.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De intrekking van de verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede
                                lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordeningen genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien
                                en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn
                                gebaseerd ook vervat is in deze verordeningen en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Exploitanten van bestaande horecabedrijven die op het moment van de
                                inwerkingtreding van deze verordening rechtsgeldig een horecabedrijf
                                exploiteren, worden geacht te beschikken over een vergunning, zoals
                                bedoeld in artikel 2.3.1.2. lid 1.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>Vergunningen voor het hebben van een terras, zoals bedoeld in
                                artikel 2.3.3.1. lid 3 die zijn verleend of in stand gebleven
                                krachtens de algemene plaatselijke verordening Kampen 1994 worden
                                geacht te zijn verleend op grond van artikel 2.3.1.2., lid 1 en
                                blijven van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is
                                verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.6</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel "Algemene
                            plaatselijke verordening Kampen 2001".</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Toelichting bij de 12e wijziging van de APV 2001</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <al>
          <vet>Algemeen deel </vet>
        </al>
        <al>Deze 12e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Kampen 2001 (hierna
                    APV) betreft een verzameling van – voornamelijk – op zichzelf staande
                    wijzigingen die betrekking hebben op diverse onderdelen uit de APV. Naast enkele
                    technische wijzigingen gaat het voornamelijk om de volgende onderwerpen: </al>
        <al>- wijzigen van de definitie van „bebouwde kom‟; </al>
        <al>- vervallen vergunningplicht en invoeren algemene regels en meldingsplicht voor
                    de aanleg van geveltuinen; </al>
        <al>- verruimen verbod vervoeren inbrekerswerktuig; </al>
        <al>- vervallen vergunningplicht voor het hebben van alarminstallaties; </al>
        <al>- invoeren mogelijkheid tot instellen van verbod op het voederen van dieren; </al>
        <al>- verruimen mogelijkheid tot vellen van houtopstanden zonder vergunning. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelgewijs </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder A</cursief>
        </al>
        <al>Het begrip „bebouwde kom‟ komt in verschillende wetten voor, waarbij de grenzen
                    door verschillende bestuursorganen worden vastgesteld, namelijk door
                    gedeputeerde staten of de gemeenteraad. In diverse artikelen van de APV wordt
                    het begrip „bebouwde kom‟ gehanteerd. De APV-modelverordening van de VNG geeft
                    als suggestie het hanteren van een begripsomschrijving waarbij aangesloten wordt
                    bij de vaststelling van bebouwde kom grenzen door de gemeenteraad op grond van
                    de Wegenverkeerswet 1994. Gezien het door de raad vastgestelde Algemeen
                    Delegatiebesluit is dan in de gemeente Kampen het college bevoegd om deze
                    grenzen te bepalen. Hierdoor is sprake van flexibilisering van de vaststelling
                    van de bebouwde kom grenzen voor de APV. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder B</cursief>
        </al>
        <al>Deze wijziging betreft een technische wijziging als gevolg van de invoering van
                    de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna Wabo). Het maken of veranderen
                    van de weg zoals opgenomen in artikel 2.1.5.3 APV valt onder de werking van de
                    Wabo (artikel 2.2, eerste lid onder e). De in artikel 1.2 van de APV opgenomen
                    beslissingstermijn moet voor wat betreft artikel 2.1.5.3 APV dan ook op de Wabo
                    worden afgestemd. Dit is ten tijde van invoering van de Wabo niet onderkend,
                    maar wordt middels deze wijzigingsverordening alsnog verwerkt. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder C </cursief>
        </al>
        <al>Het aanleggen van geveltuinen betreft het veranderen van de weg zoals bedoeld in
                    artikel 2.1.5.2. Het wordt niet nodig geacht om een dergelijke beperkte
                    verandering onder een vergunningplicht te laten vallen. In verband daarmee vindt
                    wijziging van de verordening plaats, zodat sprake is van algemene regels. Met
                    inachtneming van deze – door het college vast te stellen – algemene regels kan
                    zonder vergunning een geveltuin worden aangelegd en in stand gehouden. Wordt
                    niet aan deze algemene regels voldaan, dan zal een vergunning moeten worden
                    aangevraagd, zodat een preventieve toetsing en eventueel weigering van de
                    aanvraag in het licht van bruikbaarheid van de weg kan plaatsvinden. In verband
                    met het behouden van inzicht in de inrichting van de openbare ruimte is het doen
                    van melding van de voorgenomen aanleg voorgeschreven. In situaties dat de grond
                    in eigendom is van de gemeente, is de gemeente hierdoor overigens ook in de
                    gelegenheid om zijn rechten als eigenaar te waarborgen. </al>
        <al>Indien in specifieke gebieden of specifieke plekken het aanleggen en hebben van
                    geveltuinen zonder het aanvragen van vergunning niet wenselijk wordt geacht, kan
                    het college op grond van het derde lid deze plaatsen aanwijzen. Voor deze
                    plaatsen zal een vergunning moeten worden aangevraagd. </al>
        <al>Het begrip „geveltuin‟ dient in het licht van deze wijziging ruim opgevat te
                    worden. Het betreft niet slechts een „tuin bij een gevel‟, maar in beginsel elke
                    plaats waarbij een tuintje in de openbare weg wordt aangelegd tegen een
                    aangrenzende gevel, muur, schutting, of andersoortige erfafscheiding enzovoorts.
                    Er is niet beoogd te beperken tot bijvoorbeeld gevels van woningen of bepaalde
                    soorten bouwwerken. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder D</cursief>
        </al>
        <al>Met de wijziging wordt het in het artikel vervatte verbod verruimd door de
                    opgenomen tijdsbeperking (22.00 – 06.00 uur) in te trekken. Daarmee wordt het
                    vervoeren van inbrekerswerktuigen op alle momenten van de dag verboden.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder E</cursief>
        </al>
        <al>In de model-APV van de VNG is artikel 2.4.16 vervallen. De afgelopen jaren is
                    geen enkele vergunning op grond van dit artikel aangevraagd. Daarnaast kent de
                    APV een algemeen artikel met betrekking tot geluidhinder door geluidsapparaten
                    of installaties (artikel 4.1.5). Dit artikel blijft onverkort gelden. Uit
                    oogpunt van vereenvoudiging van regelgeving, deregulering en administratieve
                    lastenverlichting wordt artikel 2.4.16 ook uit de APV van Kampen verwijderd. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder F </cursief>
        </al>
        <al>In aanvulling op het huidige verbod dieren aanwezig te hebben, kan het college
                    op grond van deze wijziging gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen
                    aanwijzen waar het verboden is om door het college aangewezen dieren, zoals
                    bijvoorbeeld duiven en andere overlastgevende vogels, te voeren. Hierdoor kan –
                    in combinatie met eventuele andere maatregelen – overlast worden voorkomen of
                    beperkt. Het omschreven verbod is slechts van kracht indien het college een
                    uitvoeringsbesluit krachtens dit artikel heeft vastgesteld.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder G </cursief>
        </al>
        <al>In verband met het vervallen van artikel 2.4.16 APV dient de verwijzing naar dat
                    artikel zoals opgenomen in artikel 4.1.5 APV te worden verwijderd. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder H</cursief>
        </al>
        <al>Door de wijziging in artikel 4.3.2 APV geldt voor een aantal bomen niet langer
                    de vergunningplicht voor het vellen van die bomen. Voor het vellen van de
                    genoemde boomsoorten is geen vergunning meer nodig, mits is voldaan aan de
                    aangegeven voorwaarden. </al>
        <al>Eerste voorwaarde is, dat de bomen staan binnen de bebouwde kom. Deze is in
                    artikel 1.1 APV gedefinieerd. Voor bomen buiten de bebouwde kom blijft de
                    vergunningplicht in stand. </al>
        <al>Tweede voorwaarde is, dat de bomen geen eigendom van of in beheer zijn bij
                    gemeente Kampen. Als eigenaar van een boom dient de gemeente Kampen in alle
                    gevallen een vergunning aan te vragen voor het vellen van bomen. </al>
        <al>Tenslotte is als voorwaarde gesteld dat de boom geen onderdeel mag uitmaken van
                    een bepaalde structuur, zoals een houtwal of lintbegroeiing. Het gaat derhalve
                    slechts om solitaire/alleenstaande – dus niet gegroepeerde – bomen. </al>
        <al>Indien niet is voldaan aan één of meer van deze voorwaarden, dan dient een
                    vergunning te worden aangevraagd. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder I</cursief>
        </al>
        <al>Door de wijziging van artikel 4.3.4 APV wordt de geldigheidsduur van de
                    vergunning verlengd. De vergunning blijft geldig tot een jaar na het
                    onherroepelijk zijn van de vergunning. Voor vergunningen waartegen geen bezwaar
                    en/of (hoger) beroep is ingesteld, betekent dit dat de vergunning zes weken na
                    verzending onherroepelijk is en daarna een jaar geldig is. In andere gevallen
                    geldt dat de vergunning nog een jaar geldig is nadat de
                    rechtsbeschermingsmogelijkheden zijn uitgeput en de vergunning (daarmee)
                    onherroepelijk vaststaat. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel I onder J</cursief>
        </al>
        <al>De wijziging van artikel 4.3.5 APV betreft een technische wijziging die verband
                    houdt met invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De
                    mogelijkheid het in het vierde lid opgenomen voorschrift op te nemen is reeds in
                    deze wet als standaardregeling opgenomen. Dit is ten tijde van invoering van
                    deze wet niet onderkend. Het betreft een standaard in de wet opgenomen regeling
                    die in alle gevallen van toepassing is, dus zonder dat het opnemen van een
                    voorschrift nodig is. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel II onder A</cursief>
        </al>
        <al>De overgangsbepaling met betrekking tot artikel 2.1.5.2 regelt twee zaken. </al>
        <al>Geveltuinen die al zijn aangelegd zonder vergunning dienen te voldoen aan de
                    door het college vast te stellen nadere regels. Voor zover bestaande geveltuinen
                    daar op dit moment niet aan voldoen, bestaat behoefte aan het creëeren van een
                    overgangstermijn waarin de geveltuinen alsnog in overeenstemming met de nadere
                    regels kunnen worden aangepast (of verwijderd). Op grond van de
                    overgangsbepaling geldt een periode van drie maanden na inwerkingtreding op 1
                    oktober voor het treffen van deze maatregelen. Gezien de beperkte omvang van de
                    werkzaamheden is dit een redelijke termijn. </al>
        <al>Voor deze geveltuinen, geldt dat geen melding (meer) kan worden gedaan van de
                    "voorgenomen aanleg" zoals in artikel 2.1.5.2 vereist; de geveltuin is immers
                    reeds aangelegd. Een melding in verband met inwerkingtreding van deze
                    wijzigingsverordening wordt verder niet nodig geacht, omdat er vanuit de
                    gemeente een inventarisatie van bestaande geveltuinen zal worden uitgevoerd. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Artikel II onder B</cursief>
        </al>
        <al>De overgangsbepaling met betrekking tot artikel 4.3.4 regelt dat voor de reeds
                    verleende vergunningen voor het vellen van houtopstanden de oude situatie in
                    stand blijft; deze vergunningen vervallen als niet binnen een jaar <cursief>na
                        afgifte </cursief>van de vergunning gebruik is gemaakt. </al>
        <al>Voor ná inwerkingtreding van de wijzigingsverordening verleende vergunningen
                    geldt het nieuwe artikel, ook als de vergunning al voor inwerkingtreding is
                    aangevraagd. Deze vergunningen vervallen als ze niet binnen een jaar <cursief>na
                        onherroepelijk worden </cursief>zijn gebruikt. </al>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting behorende bij APV</label>
        </kop>
        <al>
          <vet>
            <onderstreept>TOELICHTING BIJ DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING KAMPEN
                            2001</onderstreept>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>A. Hoofdstuk 5, afdeling 7 – kamperen, artikel 5.7.1 en 5.7.2. op
                            de verschillende vormen van kamperen buiten kampeerterreinen</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>1 kamperen in het kader van het bijwonen van een evenement; </al>
        <al>2 kamperen door groepen in besloten kring; </al>
        <al>3 kamperen in individueel verband. </al>
        <al/>
        <al>Ad 1 Kamperen in het kader van het bijwonen van een evenement</al>
        <al>Bij bepaalde grootschalige meerdaagse evenementen biedt de organisator de
                    bezoekers de mogelijkheid om te overnachten in een tent. Het gaat bijvoorbeeld
                    om middeleeuwse evenementen, popconcerten of sportevenementen. Het bijwonen van
                    het evenement is het doel van het verblijf. </al>
        <al>Het kamperen kan beschouwd worden als een onderdeel van het evenement. </al>
        <al>De burgemeester is het vergunningverlenend orgaan. Als de organisator van het
                    evenement ook kampeerplaatsen wil aanbieden aan de bezoekers, zal de organisator
                    naast de evenementenvergunning ook een ontheffing voor het plaatsen van
                    kampeermiddelen moeten aanvragen. De evenementenvergunning wordt door de
                    burgemeester verleend en de ontheffing door het college. Bij de ontheffing
                    kunnen voorschriften worden gesteld in verband met de (brand)veiligheid. </al>
        <al/>
        <al>Ad 2 Kamperen door groepen in besloten kring</al>
        <al>Bij deze vorm van kamperen gaat het om verenigingen (bijv. een sportvereniging
                    of een scoutingclub) die met hun eigen leden op incidentele basis en voor een
                    korte periode buiten een kampeerterrein in tenten willen overnachten. Ze zullen
                    daarvoor allereerst toestemming nodig hebben van de eigenaar of beheerder van
                    het terrein. Als het gaat om openbaar groen of een sportpark, is de gemeente de
                    eigenaar en zal de gemeente uit dien hoofde toestemming moeten geven. Ook als de
                    gemeente geen eigenaar van de grond is, kan de gemeente regels stellen. Dit kan
                    in de vorm van ontheffingen waaraan voorschriften worden verbonden. Hiermee
                    bepaalt de gemeente of de locatie geschikt is om te kamperen, gelet op
                    bijvoorbeeld de aanwezige natuurwaarden in het gebied of evt. overlast voor
                    omwonenden. Gelet op het besloten karakter van deze vorm van kamperen is de
                    hygiëne en de veiligheid de primaire verantwoordelijkheid van de organisator. </al>
        <al/>
        <al>Ad 3 Kamperen in individueel verband</al>
        <al>Kampeerauto’s </al>
        <al>Mensen met kampeerauto’s zijn minder afhankelijk van de voorzieningen of
                    kampeerterreinen dan kampeerders met een tent, vouwwagen of caravan. De
                    verblijfsduur van veel kampeerautobezitters op een kampeerterrein is vaak ook
                    kort. Het doel van het verblijf is overnachten en in veel mindere mate
                    recreëren. </al>
        <al>Het overnachten in kampeerauto’s moet als kamperen worden opgevat. De
                    voorgestelde bepaling in de APV maakt het mogelijk voor het college om
                    Gereguleerde OvernachtingsPlekken, zogenaamde G.O.P.’s, aan te wijzen als
                    kampeerplaatsen (waarop het kampeerverbod niet van toepassing is). </al>
        <al/>
        <al>Nachtvissen </al>
        <al>Bij nachtvissen gaat het vaak om een langer verblijf aan het water waarbij het
                    vissen wordt gecombineerd met kamperen. Om deze vorm van kamperen mogelijk te
                    maken, kan de gemeente gebieden aanwijzen waarvoor het verbod op kamperen in
                    combinatie met nachtvissen niet geldt. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>B. Hoofdstuk 2,</cursief>
            <cursief> afdeling 1, paragraaf 7, behorende bij het besluit van de raad van
                            Kampen van 26 maart 2009</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Cameratoezicht op openbare plaatsen </vet>
        </al>
        <al>Artikel 2.1.7.1 </al>
        <al>Het besluit van de burgemeester tot plaatsing van camera's op een openbare
                    plaats is een besluit van algemene strekking waartegen op grond van de Algemene
                    wet bestuursrecht (Awb) voor belanghebbenden bezwaar en beroep openstaat. Het
                    kan voorkomen dat beelden worden gemaakt van personen die een pand binnengaan of
                    verlaten. De eigenaren van dergelijke panden zijn aan te merken als
                    belanghebbenden in de zin van de Awb, evenals bijvoorbeeld degenen die in zo'n
                    pand werken of wonen (huurders) of anderszins regelmatige bezoekers van zo'n
                    pand zijn. </al>
        <al/>
        <al>Doel van het cameratoezicht </al>
        <al>Gemeentelijk cameratoezicht op grond van artikel 151c Gemeentewet mag
                    uitsluitend plaatsvinden voor het handhaven van de openbare orde. Dit begrip
                    omvat ook de algemene bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed
                    hebben op de orde en rust in de gemeentelijke samenleving. Dit hoofddoel laat
                    onverlet dat deze vorm van cameratoezicht ook subdoelen mag dienen. Zo biedt
                    artikel 151c lid 7 Gemeentewet de mogelijkheid om de opgenomen beelden te
                    gebruiken voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Daarnaast mogen
                    camera's worden gebruikt om de politie en andere hulpdiensten efficiënter en
                    effectiever in te zetten. De preventieve werking van cameratoezicht vergroot
                    bovendien hun veiligheid. </al>
        <al/>
        <al>Openbare plaats </al>
        <al>De invulling van het begrip openbare plaats uit artikel 151c Gemeentewet is
                    ontleend aan de wetsgeschiedenis van de Wet openbare manifestaties (Wom). Op
                    grond van die wet omvat het begrip openbare plaats, zeer in het algemeen, de
                    plaatsen 'waar men komt en gaat'. In eerste instantie gaat het hierbij om 'de
                    straat' of 'de weg' in de ruime zin des woords, ofwel de wegen die voor eenieder
                    vrij toegankelijk zijn. Maar het begrip omvat nog een aantal andere plaatsen die
                    een met de weg vergelijkbare functie vervullen en daarom als het 'verlengde' van
                    de weg kunnen worden aangemerkt. In de wetsgeschiedenis staan als voorbeelden
                    vermeld: openbare plantsoenen, speelweiden, parken en de voor eenieder vrij
                    toegankelijke gedeelten van overdekte passages, winkelgalerijen, stationshallen
                    en vliegvelden. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2 Wom bevat twee criteria om vast te stellen of er sprake is van een
                    openbare plaats:</al>
        <al>Vereist is dat de plaats 'openstaat voor het publiek'. Dat wil zeggen volgens de
                    memorie van toelichting (TK 1985-1986, 19 427, nr. 3, p. 16) zeggen dat eenieder
                    vrij is om er te komen, te vertoeven en te gaan; dit houdt in dat het verblijf
                    op die plaats niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden mag zijn
                    (...). Dat de plaats 'openstaat' betekent voorts dat geen beletselen in de vorm
                    van een meldingsplicht, de eis van een voorafgaand verlof of de heffing van een
                    toegangsprijs gelden voor het betreden van de plaats. Op grond van het
                    vorenstaande kunnen bijvoorbeeld stadions, postkantoren, gemeentehuizen,
                    parkeerterreinen, musea, warenhuizen, ziekenhuizen en kerken niet als 'openbare
                    plaatsen' worden aangemerkt. Het open staan van de plaats dient te zijn
                    gebaseerd op bestemming of op vast gebruik. Deze bestemming kan blijken uit een
                    besluit van de gerechtigde of uit de bedoeling die spreekt uit de inrichting van
                    de plaats. Een openbare plaats krachtens vast gebruik ontstaat wanneer de plaats
                    gedurende zekere tijd wordt gebruikt als had deze die bestemming, en de
                    rechthebbende deze feitelijke toestand gedoogt, aldus de memorie van toelichting
                    (TK 1985-1986, 19 427, nr. 3, p. 16). </al>
        <al/>
        <al>Een incidentele openstelling van een plaats door de rechthebbende maakt de
                    plaats nog niet tot een openbare plaats in de zin van de Wom. In de Wom zijn
                    kerken en andere gebouwen, die door de rechthebbende zijn bestemd voor de
                    belijdenis van een geloofsovertuiging, uitgesloten van het begrip openbare
                    plaats. Dit betekent dat het ook krachtens artikel 151c Gemeentewet niet is
                    toegestaan toezichtcamera's te plaatsen in kerken, moskeeën en dergelijke.
                    Evenmin is het toegestaan om, in het kader van dit artikel, toezichtcamera's te
                    richten op de ingang van dergelijke gebouwen. Indien echter beelden worden
                    gemaakt van een openbare plaats (een straat of plein) waaraan bijvoorbeeld een
                    kerk is gelegen, is het wel toegestaan dat het exterieur van die kerk in beeld
                    komt. </al>
        <al/>
        <al>Particulier eigendom </al>
        <al>Bepaalde openbare plaatsen zijn in particulier eigendom. Voorbeelden hiervan
                    zijn de vrijelijk voor publiek toegankelijke gedeelten van stationsterreinen,
                    stationshallen en sommige winkelpassages. De onderhavige regeling geldt indien
                    gemeenten in het desbetreffende gebied cameratoezicht willen toepassen in het
                    belang van de handhaving van de openbare orde. </al>
        <al>Bij openbare plaatsen die in particulier eigendom zijn, zoals bedrijfsterreinen,
                    voor de handhaving van de openbare orde kan gebruik worden gemaakt van
                    particuliere camera's en/of het cameratoezicht samen met particulieren
                    uitvoeren. Deze samenwerking moet dan wel voldoen aan de voorwaarden uit artikel
                    151c Gemeentewet. </al>
        <al/>
        <al>Vaste camera's </al>
        <al>Artikel 151c lid 1 Gemeentewet heeft betrekking op het langdurig plaatsen van
                    vaste camera's op openbare plaatsen voor de handhaving van de openbare orde. Met
                    het begrip vast (statisch) wordt bedoeld dat de camera's nagelvast zijn
                    bevestigd. Dit bevestigen gebeurt veelal door montage aan de gevels of dakranden
                    van gebouwen of op daarvoor geplaatste palen. Met het begrip vast (statisch)
                    wordt niet bedoeld dat camera's een vast ingekaderd beeld weergegeven. Het
                    gebruik van de camera's kan dynamisch zijn, dat wil zeggen dat de observatiehoek
                    en de grote van de observatiehoek op afstand kan worden ingesteld (pendelen/in-
                    en uitzoomen). Evenmin is er een beperking voor interactieve toepassingen, zoals
                    het gebruik van noodknoppen en de mogelijkheid om vanuit de centrale burgers op
                    hun gedrag toe te spreken. </al>
        <al/>
        <al>De wetgever heeft dit onderwerp uitputtend bij formele wet geregeld. Uitsluitend
                    op de wijze omschreven in artikel 151c Gemeentewet kan worden besloten tot
                    langdurige plaatsing van vaste camera's ten behoeve van de handhaving van de
                    openbare orde. Ander gebruik van camera's ten behoeve van de openbare orde en
                    veiligheid dan het hiervoor bedoelde statische en langdurige gebruik, wordt door
                    de regeling onverlet gelaten. Hierbij moet men met name denken aan kortstondig
                    en/of mobiel cameragebruik bij evenementen, rellen en grootschalige
                    ordeverstoringen. In die gevallen, waarbij steeds een concrete aanleiding
                    bestaat, kan de bevoegdheid tot cameragebruik worden ontleend aan artikel 2 van
                    de Politiewet 1993. </al>
        <al/>
        <al>Proportionaliteit en subsidiariteit </al>
        <al>Het uitvoeren van cameratoezicht op openbare plaatsen moet noodzakelijk zijn
                    voor de handhaving van de openbare orde. Het cameratoezicht moet evenredig zijn
                    in relatie tot het doel (proportionaliteit) en er moet worden bezien of dit
                    doel, i.c. de handhaving van de openbare orde, niet op een minder ingrijpende
                    wijze kan worden geëffectueerd (subsidiariteit). </al>
        <al/>
        <al>De eisen van proportionaliteit en subsidiariteit verlangen dat periodiek moet
                    worden beoordeeld of de doelstelling(en), die aan het plaatsen van de camera's
                    ten grondslag hebben gelegen, zijn gerealiseerd en of er nog langer een noodzaak
                    bestaat voor cameratoezicht. Daarom geldt op grond van artikel 151c lid 1
                    Gemeentewet dat de plaatsing van camera's geschiedt voor een bepaalde duur. Na
                    het verstrijken van deze termijn kan het cameratoezicht, bij gebleken noodzaak,
                    worden verlengd. </al>
        <al/>
        <al>Kenbaarheid </al>
        <al>In artikel 151c lid 4 Gemeentewet is vastgelegd dat het gebruik van camera's
                    kenbaar moet zijn. Burgers moeten in elk geval in kennis worden gesteld van de
                    mogelijkheid dat zij op beelden kunnen voorkomen zodra zij het gebied betreden
                    dat valt binnen het bereik van de camera's. Aan het kenbaarheidsvereiste moet
                    niet alleen worden voldaan als er beelden worden vastgelegd, maar ook als sprake
                    is van monitoring en er dus geen opnames worden gemaakt. Door het goed zichtbaar
                    plaatsen van borden, waarop wordt aangeven dat in het betrokken gebied met
                    camera's wordt gewerkt, kan het publiek op deze mogelijkheid worden
                    geattendeerd. Overigens houdt het kenbaarheidsvereiste niet in dat camera's
                    altijd zichtbaar moeten zijn of dat de burgers op de hoogte moeten worden
                    gesteld van de precieze opnametijden. </al>
        <al/>
        <al>In artikel 441b van het Wetboek van Strafrecht is de niet-kenbare toepassing van
                    cameratoezicht op voor het publiek toegankelijke plaatsen strafbaar gesteld! De
                    straf kan een hechtenis van ten hoogste twee maanden inhouden of een geldboete
                    van € 4.500. </al>
        <al/>
        <al>Besluit cameratoezicht op openbare plaatsen </al>
        <al>Op grond van artikel 151c lid 8 Gemeentewet worden nadere regels gesteld om de
                    goede uitvoering van het cameratoezicht te waarborgen. Deze regels hebben
                    betrekking op: de vaste camera's en andere technische hulpmiddelen benodigd voor
                    het toezicht, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze hulpmiddelen
                    worden aangebracht; de personen belast met of anderszins direct betrokken bij de
                    uitvoering van het toezicht; de ruimten waarin de waarneming of verwerking van
                    door het toezicht vastgelegde beelden plaatsvindt. </al>
        <al/>
        <al>Lid 2 </al>
        <al>De gemeenteraad heeft op grond van artikel 151c lid 1 Gemeentewet de bevoegdheid
                    om ook andere plaatsen, die zonder enige vorm van beperking publiek toegankelijk
                    zijn, aan te wijzen als openbare plaats en zo onder de reikwijdte van de wet te
                    brengen. Het gaat dan om plaatsen, zoals parkeerterreinen, die vanwege het
                    doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats uit de Wom
                    vallen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>C. Hoofdstuk 2, afdeling 4, paragraaf 1, lid 2, behorende bij het
                            besluit van de raad van Kampen van 23 april 2009</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Wijziging artikel 2.4.1.2 Betreden gesloten woning of lokaal.</al>
        <al>De Opiumwet verbiedt het bezit en de handel in drugs. In twee bijlagen worden de
                    stoffen gespecificeerd waar de wet betrekking op heeft. In eerste instantie is
                    de uitvoering van de wet een strafrechtelijke zaak. Artikel 13b geeft de wet
                    echter ook een bestuursrechtelijke component. In het verleden (voor 1 november
                    2007) kon slechts worden opgetreden tegen handel, of het aanwezig hebben van een
                    voorraad met het doel dit te verhandelen, vanuit openbare locaties. Het sluiten
                    van een woning was slechts mogelijk op basis van de Gemeentewet art 174a. Dan
                    moest echter overlast aangetoond worden. De wetswijziging artikel 13b Opiumwet
                    (wet Damocles) maakt het mogelijk om ook tegen de handel in drugs vanuit
                    woningen op te treden Door de voorgestelde APV wijziging wordt het mogelijk op
                    basis van de APV mensen te weren uit zowel lokalen als woningen die op last van
                    de Burgemeester op grond van art 13b gesloten zijn.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>D. Hoofdstuk 2, afdeling 7, paragraaf 2, behorende bij het besluit
                            van de raad van Kampen van 23 april 2009 </cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Toevoeging artikel 2.7.2 Openlijk drugsgebruik </al>
        <al>De bepaling heeft als doel, het openlijk gebruik van drugs op straat, in
                    portieken en in voor het publiek toegankelijke gebouwen tegen te gaan. Dit
                    gebruik kan met overlast gepaard gaan. Voorts werkt dit gebruik gevoelens van
                    onbehagen en onveiligheid in de hand bij anderen die van de openbare ruimte
                    gebruik kunnen of moeten maken. Volgens artikel 172 van de Gemeentewet is de
                    Burgemeester en de onder zijn gezag staande politie bevoegd overtreding van
                    wettelijke voorschriften die op de openbare orde betrekking hebben, te beletten
                    en te beëindigen. Artikel 2.7.2 behoort tot deze voorschriften. De bepaling
                    geeft aldus een rechtstreekse grondslag om tegen openlijk gebruik op te treden.
                    Ook voorwerpen die openlijk worden gebezigd als hulpmiddel voor dat gebruik,
                    vallen onder het verbod. Dat is gedaan om de bepaling uitvoerbaar te maken met
                    het oog op de gewenste overlastbestrijding. Het gaat niet om (opsporing van) de
                    voorwerpen op zich. Het moet voorts gaan om het openlijk voorhanden hebben. Een
                    voorwerp dat verborgen cq. opgeborgen wordt meegevoerd, valt niet onder de
                    bepaling. De bepaling heeft een ander motief dan de Opiumwet, namelijk de
                    openbare orde, en is daarom niet in strijd met die wet. De Opiumwet verbiedt
                    overigens het openlijk gebruiken op straat als zodanig niet. De Apv-bepaling
                    laat onverlet dat de Politie in voorkomende gevallen optreedt op grond van
                    (strafrechtelijke) bevoegdheden in verband met overtredingen van de Opiumwet.
                    Daarvoor gelden vervolgingsrichtlijnen, die overigens wat het in bezit hebben
                    van kleine hoeveelheden voor eigen gebruik betreft, een lagere prioriteit
                    inhouden dan voor andere Opiumwetdelicten. Ook met het oog daarop is er behoefte
                    aan een Apv-bepaling die specifiek is gericht op het tegengaan van overlast en
                    hinder die met het gebruiken van harddrugs op voor het publiek toegankelijke
                    plaatsen gepaard gaat. De bepaling stelt daaromtrent een norm vast. Zij vervult
                    in de uitvoering een (basis)functie naast andere, verdergaande maatregelen,
                    zoals opsporing en vervolging van (zware) Opiumwetdelicten, en bestuurlijk
                    ingrijpen met verwijderingsbevelen (met strafrechtelijke vervolging bij
                    overtreding daarvan). </al>
        <al/>
        <al>Toevoeging artikel 2.7.3. Wegwerpen drugsgerelateerd afval </al>
        <al>Een andere verstoring van de orde is het rondslingeren van drugsgerelateerd
                    afval op sommige gebruiklocaties. Denk aan spuiten, naalden, papiertjes met
                    drugsrestanten, wietzakjes en dergelijke. Met name voor spelende kinderen vormt
                    dit een gevaar. Het spelen met gevonden naalden en spuiten kan tot gevaarlijke
                    situaties leiden. Het is daarom goed dat gebruikers verantwoordelijk gehouden
                    kunnen worden voor het afval dat ze wegwerpen. Dit bevordert de veiligheid en is
                    ook beter voor het milieu.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>E. Hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 1, behorende bij het besluit
                            van de raad van Kampen van 12 juli 2012</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2.1.1.1 </al>
        <al/>
        <al>lid 1 </al>
        <al>Het begrip “samenscholing” is ontleend aan artikel 186 WvSr: “Hij die
                    opzettelijk bij gelegenheid van een volksoploop zich niet onmiddellijk
                    verwijdert na het derde door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan gegeven
                    bevel, wordt, als schuldig aan deelneming aan samenscholing, gestraft met
                    gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                    categorie.”</al>
        <al>Onder omstandigheden is het denkbaar dat een samenscholing het karakter heeft
                    van bijvoorbeeld een betoging. Gelet op de Wet openbare manifestaties moeten dit
                    soort samenscholingen van de werking van dit artikel uitgezonderd worden. In het
                    vijfde lid is dit dan ook gebeurd.</al>
        <al>De woorden ‘opdringen, lastig vallen en vechten’ geven de politie de
                    mogelijkheid tegen kleine ongeregeldheden op te treden waarin geen sprake is van
                    een aangifte. Wanneer iemand een klap uitdeelt in een café zonder ernstig letsel
                    en de andere partij wil geen aangifte doen (om wat voor reden dan ook) dan kan
                    de politie weinig ondernemen. Om dit onwenselijke gedrag toch te kunnen
                    aanpakken, immers geweld hoort niet in het openbare leven, worden deze woorden
                    aan de APV toegevoegd.</al>
        <al/>
        <al>lid 2</al>
        <al>In het tweede lid wordt aan de burger de verplichting opgelegd om zich op bevel
                    van een politieambtenaar te verwijderen van een openbare plaats bij (dreigende)
                    ongeregeldheden.</al>
        <al>Naast de politiebevelen ex artikel 2.1.1.1 APV blijven uiteraard ook de bevelen
                    van de burgemeester in het kader van diens openbare-ordebevoegdheden mogelijk.
                    Bevelen van de burgemeester, bijvoorbeeld op grond van de Gemeentewet, of
                    aanwijzingen in het kader van de Wet Openbare Manifestaties die de politie in
                    mandaat uitvoert en die niet worden opgevolgd, kunnen nog steeds strafbaar
                    worden gesteld op grond van artikel 184, eerste lid Wetboek van Strafrecht.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 2.1.1.2 </al>
        <al/>
        <al>lid 1</al>
        <al>In gevallen waar een gebiedsverbod op grond van de ‘Voetbalwet’ nog niet
                    mogelijk omdat bijvoorbeeld het dossier nog niet dik genoeg is, kan met dit
                    artikel toch een gebiedsverbod voor een korte periode worden opgelegd. Hierbij
                    wordt in eerste instantie gedacht als maatregel in het uitgaansgebied maar het
                    is ook elders toepasbaar. In geval van uitgaansoverlast moet het gebiedverbod
                    gezien worden als complementair aan de horecaontzegging. De politie zal
                    gemandateerd worden om deze maatregel uit te voeren.</al>
        <al/>
        <al>lid 2</al>
        <al>Mocht de toepassing van het eerste lid onvoldoende blijken dan kan de
                    burgemeester een gebiedverbod voor een langere periode, namelijk 30 dagen,
                    opleggen. </al>
        <al/>
        <al>lid 4</al>
        <al>Wanneer iemand toevallig woont of werkt in het door het gebiedsverbod verboden
                    gebied dan kan de burgemeester een beperking aanbrengen om het leven van de
                    betrokkenen niet onproportioneel te verstoren.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>F. Hoofdstuk 2, afdeling 4, behorende bij het besluit van de raad
                            van Kampen van 12 juli 2012</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2.4.8. </al>
        <al/>
        <al>In dit artikel is een verbod opgenomen om in een bepaald door het college aan te
                    wijzen gebied alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flesjes en
                    blikjes met dergelijke drank bij zich te hebben. Dit verbod geldt uiteraard niet
                    voor terrassen die deel uitmaken van een horecabedrijf, of voor een evenement
                    waarbij van gemeentewege op grond van artikel 35 van de Drank en Horecawet
                    toestemming is verleend om op de plaats waar dat evenement zich afspeelt
                    alcoholhoudende drank te verstrekken.</al>
        <al/>
        <al>Omvang gebied</al>
        <al>Er moet een duidelijk omschreven gebied aangewezen worden. Het kan bijvoorbeeld
                    gaan om het uitgaansgebied in het centrum of een park of plein waar regelmatig
                    overlast veroorzaakt wordt.</al>
        <al>Het is niet mogelijk het grondgebied van de hele gemeente aan te wijzen. Er moet
                    namelijk wel een concrete aanleiding te zijn waarom een bepaald gebied
                    aangewezen wordt. Een gebied kan worden aangewezen als gerechtvaardigde vrees
                    bestaat voor aantasting van de openbare orde, of de openbare orde is al
                    aangetast. Als dat geldt voor het hele grondgebied van de gemeente is het
                    stadium van hinderlijk drankgebruik allang gepasseerd, en heeft de burgemeester
                    zijn noodbevoegdheden uit de Gemeentewet nodig. Daarnaast zou het college bij
                    een algemeen verbod elk alcoholgebruik op de openbare weg en op openbare
                    plaatsen, ook van goedwillende personen, verbieden. Daarmee zou er geen
                    evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel
                    3:4, van de Awb. Dit geldt ook voor een verbod om onaangebroken flesjes en
                    blikjes bij zich te hebben, waar met enige regelmaat naar wordt gevraagd. Het
                    gaat de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente te boven om te bepalen
                    dat het verboden is ongeopende flesjes alcoholhoudende drank bij zich te
                    dragen.</al>
        <al/>
        <al>Het is mogelijk dat een verschuiving in het gedrag van de personen in de
                    richting van buiten het aangewezen gebied gelegen delen van de gemeente zal
                    plaatsvinden. In de meeste gevallen zal dit echter niet erg waarschijnlijk zijn,
                    omdat mag worden aangenomen dat de aangewezen plaatsen door hun aantrekkelijke
                    karakter mede bepalend voor het verschijnsel zijn. Als er toch verplaatsing
                    optreedt, kan het college alsnog ook voor die nieuwe pleisterplaatsen een
                    aanwijzingsbesluit nemen.</al>
        <al>Verstoring openbare orde</al>
        <al/>
        <al>Bij daadwerkelijke verstoring van de openbare orde kunnen op grond van artikel 2
                    van de Politiewet bevelen tot verwijdering worden gegeven..</al>
        <al/>
        <al>Soms (als bijvoorbeeld wordt geconstateerd dat flesjes worden stukgegooid) zal
                    optreden mogelijk zijn aan de hand van artikel 424 van het Wetboek van
                    Strafrecht (baldadigheid). De hantering van deze wetsbepalingen is in de
                    praktijk echter niet eenvoudig. Er bestaat daarom behoefte aan dit artikel,
                    waardoor optreden in wat men zou kunnen noemen de “voorfase” - dus het bier
                    drinken op bepaalde plaatsen - mogelijk wordt.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>G. Hoofdstuk 2, afdeling 8, behorende bij het besluit van de raad
                            van Kampen van 12 juli 2012</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2.8</al>
        <al/>
        <al>Wanneer er in een bepaald gebied op en een bepaald moment reden is om aan te
                    nemen dat er een verstoring van de openbare orde zal plaatsvinden, en daar is
                    een dreiging van wapenbezit bij, dan kan de politie preventief fouilleren.
                    Preventief fouilleren is alleen mogelijk in een veiligheidsrisicogebied. Het
                    aanwijzen van een degelijk gebeurd aan de hand van een bepaling in de APV.
                    Kampen had dat artikel tot op heden niet. Toepassing van het artikel gebeurt
                    altijd in overleg met de Driehoek.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>