<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100305_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">De gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-02-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nvt</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Rekenkamercommissie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>commissie: rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="d."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>rechtmatigheid: het voldoen aan de wettelijke kaders en
                                regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid: de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo
                                gering mogelijke kosten worden bereikt;</al></li><li nr="g."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de gemeentelijke organisatie er
                                binnen de financiële kaders in slaagt met de geleverde prestaties de
                                beoogde doelen te bereiken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid
                            als de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak ten behoeve van de raad onderzoek te doen of
                            te laten doen naar de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie bestaat uit maximaal evenveel leden als er fracties in de
                            raad zijn vertegenwoordigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de commissie. Elke in de raad
                            vertegenwoordigde fractie kan uit haar midden een kandidaat voor
                            benoeming voordragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de commissie worden voor een periode gelijk aan de
                            zittingsduur van de raad benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad benoemt de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit de
                            leden van de commissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
                            periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de
                            vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het
                            bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert
                            hiertoe regelmatig overleg met de ambtelijk secretaris van de commissie
                            en de ingevolge artikel 8, lid 10, bedoelde onderzoeker. Bij
                            ontstentenis van de voorzitter treedt de plaatsvervangend voorzitter
                            op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadslid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>indien het lid aftreedt als lid van de raad;</al></li><li nr="c."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt
                                    is de functie van de commissie te vervullen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ambtelijk secretaris.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt op voorstel van het college een ambtelijk secretaris.
                            Het college doet dit voorstel in overleg met de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken
                            terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over
                            de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en
                            de vorming van dossiers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter
                        kennisneming naar de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt in overleg met het raadspresidium de onderwerpen
                            die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de
                            onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderwerpen moeten voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp moet op rechtmatigheid, doelmatigheid en/of
                                    doeltreffendheid getoetst kunnen worden;</al></li><li nr="b."><al>het moet een bestuurlijk relevant onderwerp zijn, dat valt onder
                                    de gemeentelijke invloedsfeer;</al></li><li nr="c."><al>het onderwerp moet financieel relevant zijn;</al></li><li nr="d."><al>het gemeentebestuur moet van de uitkomsten van het onderzoek
                                    kunnen leren;</al></li><li nr="e."><al>het onderwerp moet een structureel karakter hebben; de
                                    aanleiding voor het onderzoek moet niet primair zijn gelegen in
                                    een incident;</al></li><li nr="f."><al>het onderzoek door de commissie moet toegevoegde waarde hebben:
                                    het moet gaan om onderwerpen waar andere partijen niet of niet
                                    op dezelfde wijze onderzoek naar zullen/kunnen doen;</al></li><li nr="g."><al>het onderzoek moet binnen de geldende randvoorwaarden (tijd,
                                    geld en menskracht) kunnen worden afgerond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie
                            ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in
                            hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het
                            verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor gegronde redenen moeten
                            aanvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                            begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                            vastgestelde onderzoeksopzet. In de onderzoeksopzet wordt aangegeven wat
                            precies onderwerp van onderzoek is, wat de onderzoeksvragen zijn en hoe
                            het onderzoek wordt aangepakt. Nadat de commissie de onderzoeksopzet
                            heeft vastgesteld worden de betrokken personen of instanties ingelicht
                            over de hoofdlijnen van het onderzoek. Ook worden zij ingelicht over de
                            gesprekken die voor het onderzoek gevoerd gaan worden en over het
                            verdere verloop van de procedure.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                            informeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij
                            alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen
                            die zij nodig heeft voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van
                            het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de
                            gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te
                            verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht ter bespreking van
                            procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op
                            grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van
                            Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of
                            gedeelten daarvan als geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie kan niet beraadslagen of besluiten als minder dan de helft
                            van het aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissie besluit bij meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                            voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming
                            van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                            inschakelen.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Het onderzoek resulteert in een openbare schriftelijke rapportage,
                            waarin bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen. Indien
                            in de commissie minderheidsstandpunten worden ingenomen wordt dit in de
                            rapportage kenbaar gemaakt. De voorzitter en de ambtelijk secretaris
                            ondertekenen de rapportage.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door
                            haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun
                            zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te
                            maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van
                            onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als
                            betrokkenen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>De commissie neemt de hoofdlijnen van de ingebrachte zienswijzen op in
                            het rapport en voorziet deze desgewenst van een reactie.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie wordt het onderzoeksrapport met de
                            conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het
                            rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het
                            college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al>De voorzitter van de raad agendeert het rapport voor de eerstvolgende
                            raadsvergadering op vergelijkbare wijze als een initiatiefvoorstel. Op
                            voorstel van het college beslist de raad in die vergadering of het
                            rapport voor kennisgeving wordt aangenomen, direct in behandeling wordt
                            genomen of om advies in handen van het college wordt gesteld. Indien de
                            raad beslist tot het direct in behandeling nemen van het voorstel, vindt
                            behandeling van het voorstel plaats, nadat alle op de agenda voorkomende
                            onderwerpen zijn behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevoegdheden ten aanzien van informatie bij derden</titel></kop><al>Indien de gemeente subsidie verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen
                        ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling,
                        zal de gemeente als voorwaarde stellen dat deze rechtspersoon alle nodige
                        inlichtingen verstrekt aan de commissie die voor de uitoefening van haar
                        taken van belang zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
                                beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                                uitvoering van haar taken.</al></li><li nr="2."><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn
                                        ingeschakeld;</al></li><li nr="b."><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor
                                        de uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></li></lijst><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording
                        verschuldigd aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening gemeentelijke
                        rekenkamercommissie”.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de verordening op de gemeentelijke
                    rekenkamercommissie</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven.</al><al>De begrippen doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid worden in artikel
                    182 van de Gemeentewet genoemd. </al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel
                    81o van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet
                    spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze verordening is gekozen voor een
                    rekenkamercommissie, bestaande uit leden van de raad. De voorzitter wordt uit de
                    leden gekozen. Elke raadsfractie heeft de mogelijkheid uit haar midden een
                    kandidaat voor benoeming in de commissie voor te dragen. </al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De raad benoemt uit de leden van de commissie de voorzitter en plaatsvervangend
                    voorzitter. </al><al>4</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Deze wordt door de
                    raad benoemd op voorstel van het college, welk voorstel in overleg met de
                    commissie wordt gedaan. De commissie dient zelfstandig te functioneren en in het
                    derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de
                    secretaris ten opzichte van de commissie.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>De onderzoeksonderwerpen worden door de commissie na overleg met het
                    raadspresidium bepaald. De commissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Omdat
                    het verzoek van de raad expliciet in artikel 182, tweede lid, van de Gemeentewet
                    wordt genoemd, wordt er een bepaald gewicht aan het verzoek toegekend. Daarom is
                    in de verordening opgenomen dat de commissie gegronde redenen moet aanvoeren
                    voor het niet inwilligen van het verzoek van de raad. </al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Om te waarborgen dat de commissie bij de uitvoering van haar onderzoek over
                    voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid om
                    inlichtingen in te winnen van de leden van het gemeentebestuur en van de
                    ambtenaren. De rapporten van de commissie zijn in beginsel openbaar maar op
                    grond van artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim
                    worden aangemerkt. </al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) onderzoeksrapport.
                    Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het
                    onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de
                    vraag er eventuele onjuistheden uit te halen en te corrigeren. Indien van
                    toepassing wordt het verantwoordelijke gemeentebestuur de gelegenheid geboden om
                    te reageren op de conceptaanbevelingen die de commissie verbindt aan de
                    (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de commissie een definitief rapport
                    naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen.</al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De wet bevat voor de commissie geen regeling ten aanzien van bevoegdheden inzake
                    informatie die bij derden berust. De raad zal dat zelf moeten regelen. In deze
                    verordening is gekozen om via subsidievoorwaarden derden te verplichten de
                    commissie inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de uitoefening van de
                    taken.</al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De commissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget
                    dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget
                    worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.</al><al/><al><vet>Artikel 11 en 12</vet></al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>