<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100284_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-05-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-08-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nvt</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ambtelijke bijstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning
            2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                            zijn;</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen
                                            en moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b,
                                    wordt door de griffier of op verzoek van de griffier via de
                                    secretaris door een ambtenaar gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt
                                    hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, sub c, wordt verleend
                                    door de griffier. Indien de gevraagde bijstand niet door of
                                    namens de griffier kan worden verleend kan de griffier de
                                    secretaris verzoeken een ambtenaar aan te wijzen, die de
                                    gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verleent.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
                                    secretaris ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                    eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
                                    en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                                wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het
                                verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo
                                spoedig mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                    verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling
                                    aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                    partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor aan de
                                    burgemeester. Deze beslist zo spoedig mogelijk over de
                                    zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De griffier houdt een register van de verleende ambtelijke bijstand
                                als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub c, bij, waarin per verzoek
                                om bijstand aan de reguliere ambtelijke organisatie wordt
                                opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De griffier verstrekt de secretaris of de desbetreffende
                                portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het
                                verzoek uit het register.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand
                                    of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen
                                    over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het
                                    gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het
                                    betrokken raadslid. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het Reglement van
                                    Orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als
                                    tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                    fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van 1200 euro voor elke
                                    fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van 100 euro
                                    per raadszetel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                    kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                            partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen
                                            anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of
                                            goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis
                                            van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit
                                            vergoedingen die de leden ingevolge het
                                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                            toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van
                                    een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                    verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de
                                    verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin
                                    de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt
                                    wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat
                                    jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie als gevolg van verkiezingen
                                    verandert, wijzigt de bijdrage:</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de
                                            nieuw gekozen raad plaatsvindt;</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                            gekozen raad plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8,
                                    tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke
                                    fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid
                                    van het aantal bij de splitsing betrokken leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                    fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de
                                    verdeling die volgt uit het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de
                                bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een globaal
                                verslag van de voor het budget verrichte activiteiten</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht met
                                ingang van 14 maart 2002.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de verordening op de ambtelijke bijstand en de
                        fractieondersteuning </vet></al><al/><al><vet>Algemene Toelichting</vet></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt
                    expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
                    geregeld. </al><al>De regeling ambtelijke bijstand is gebaseerd op het nieuwe dualistische
                    bestuursstelsel. Het meest opvallend is de centrale rol van de griffier. Dit
                    nieuwe instituut, dat bij uitstek bedoeld is voor het verlenen van hulp aan
                    raadsleden, wordt het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand.
                    De griffier vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere
                    ambtelijke organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. De Staatscommissie dualisme
                    en lokale democratie had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van de
                    burgemeester.</al><al>Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op
                    het punt van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen worden getrokken
                    tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking
                    in het feit dat een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand
                    en de inhoud van de verleende bijstand geheim moet worden gehouden. De ambtenaar
                    mag niet onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad
                    verricht. Daarom zal een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek
                    om ambtelijke bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet
                    tot de behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is er behoefte aan duidelijke regels. Deze ambtenaren werken doorgaans namelijk
                    voor het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit
                    scherp zien. Vóór de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde
                    dit artikel dat de secretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke
                    organisatie) de raad en het college terzijde stond. In dualistische verhoudingen
                    staat de secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de
                    griffier.</al><al>Dat de raad nu beschikt over een griffier betekent niet dat er geen behoefte
                    meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie.
                    De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie, beperkt in omvang
                    zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen,
                    moties en regelingen zal een beroep op de ambtelijke organisatie dan ook nodig
                    blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere
                    ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het
                    recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze
                    verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het reglement van orde voor
                    de raad, het reglement van orde voor het college en de verordening op de
                    raadscommissies. </al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan
                    van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het
                    college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de
                    ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
                    van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                    griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                    griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft. </al><al/><al><vet>Artikelen 2 en 3</vet></al><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het
                    betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    secretaris.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Het register dat door de griffier wordt bijgehouden maakt het mogelijk na te
                    gaan hoe vaak er een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan een
                    belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte van deze
                    voorzieningen.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                    portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend door
                    onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de vergroting
                    van de afstand tussen raad en college die met de dualisering is gecreëerd, is
                    het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het verschaffen van
                    ambtelijke bijstand. Het college, de secretaris en de griffier kunnen afspreken
                    in welke gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat
                    een raadslid aangeeft dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim wordt gehouden. Om te verzekeren dat een ambtenaar
                    niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat
                    collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en
                    niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor
                    de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat
                    zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen. </al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
                    besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage
                    besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd
                    waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere
                    voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat
                    raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen bekostigd
                    te worden uit het daarvoor beschikbare individuele budget en dientengevolge ook
                    niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk niet
                    te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het
                    beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk
                    geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties
                    moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties eventueel
                    ondersteunen. </al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt
                    aan de nieuwe verhoudingen in de raad. </al><al/><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner
                    worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand waarin de nieuwe raad
                    voor het eerst vergaderd de bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden
                    (of nieuwe fracties) gaat de bijdrage per diezelfde maand in. Dat betekent dat
                    de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger
                    uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                    verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de
                    oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het andere
                    deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog
                    verrekend moeten worden. Het is billijker de verrekening in deze gevallen direct
                    te laten plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Het verslag is gewenst ten behoeve van de accountant. De controle hiervan kan
                    door de accountant meegenomen worden met de controle op de jaarrekening. </al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Er wordt van uitgegaan dat de financiële bijdrage in het kader van de
                    fractieondersteuning ingaat per de datum van installatie van de huidige
                    gemeenteraad. Om die reden is er voor gekozen de verordening met terugwerkende
                    kracht in werking te laten treden per 14 maart 2002. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>