<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR10022_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">KernPUNTEN, 26-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet dualisering gemeentebestuur</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-06-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>2e wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>02-09-2010, nummer 149</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor het bekendmaken van evenementen of andere commerciële activiteiten in de displays</al><al>Beleidsregels Inzamelen Geld en Goederen</al><al>Beleidsregels Evenementen</al><al>Beleidsregels vent- en standplaatsvergunningenBeleidsregels plaatsing sandwich- en driehoeksborden ter bekendmaking evenementen</al><al>Beleidsregels tijdelijke verwijsborden</al><al>Beleidsregels voor het aanbrengen van spandoeken met ideële reclame</al><al>Nadere regels seksinrichtingen</al><al>Beleidsregels uitstallingen en terrassen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente
                        Dalfsen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college
                        d.d.
                        29 januari 2009, nummer 16;</al><al/><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al><al/><al>Gelet
                        op artikel 149 Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te
                        stellen:"
                        de Algemene Plaatselijke Verordening".</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b.</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn.</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de
                                    Wegenwet.</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening
                                    gemeente
                                    Dalfsen.</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet.</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                artikel 2:11 of artikel 4:10.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval waardoor er
                                    ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot
                                    toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er
                                    ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                    bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                    bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                    zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                    openbare
                                    platsen die door of vanwege het
                                    bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid
                                    of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij
                                    die het voornemen heeft op een openbare
                                    plaats een betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                    aankondiging en ten minste
                                    48
                                    uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis
                                    aan
                                    de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij
                                    die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het
                                    tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op
                                    door
                                    het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf,
                                    tekenaar,
                                    filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester
                                    in
                                    het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                    volksgezondheid en het milieu
                                    aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Voorwerpen
                                    of
                                    stoffen
                                    op,
                                    aan
                                    of
                                    boven de
                                    weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden
                                    zonder
                                    vergunning de weg of een weggedeelte
                                    te
                                    gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    in
                                    het eerste lid bepaalde
                                    isniet
                                    vantoepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen,
                                            wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of
                                            hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en
                                            niet voor commerciële doeleinden worden
                                            gebruikt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>zonneschermen,
                                            mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers
                                            bestemde gedeelte van de weg en mits:
                                            </al></li></lijst><al>
                                    - geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte
                                    bevindt; en </al><al>-
                                    geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat,
                                    zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer
                                    bestemde gedeelte van de weg bevindt;
                                    </al><al>-
                                    geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel
                                    reikt; </al><lijst><li nr="c."><al>de
                                            voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen ervan en mits degene die de
                                            werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt,
                                            dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
                                            </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>voorwerpen
                                            of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden
                                            geopenbaard; </al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>standplaatsen
                                            als bedoeld in artikel
                                            5:16.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                    is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen
                                    waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of
                                    vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade
                                    toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid
                                    van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    danwel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van de weg. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor
                                    de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg
                                    verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                    daaronder verstaat. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan een vergunning verlenen als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een
                                    vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
                                    </al><lijst><li nr="a."><al>indien
                                            het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan danwel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien
                                            het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>in
                                            het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                            voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het
                                    in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994 of het Provinciaal wegenreglement Overijssel van toepassing
                                    zijn of voor zover er sprake is van een evenement, als bedoeld
                                    in artikel 2.2.1, of terras, als bedoeld in artikel 2.3.1.2,
                                    vijfde lid, waarvoor vergunning is verleend.
                                    </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het
                                    bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of
                                    de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van
                                    terrassen en uitstallingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college,
                                            onder
                                            indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste
                                            uitweg
                                            en een foto van de bestaande
                                            situatie.</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht,</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats,</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast,</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de
                                    Keur
                                    Waterschap
                                    Groot Salland of
                                    de
                                    Verordening voor de Fysieke Leefomgeving
                                    Overijssel.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden
                                    buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als bedoeld in
                                    het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen is in een
                                    winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van dat
                                    winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of
                                    winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte,
                                    grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex en tevens een aan
                                    die weg of dat weggedeelte aansluitende
                                    parkeerplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                    is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg,
                                    onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe
                                    aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in
                                    (rivier)duingebieden
                                    of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een
                                    door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    (rivier)duingebieden
                                    of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voorzover het
                                    de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te
                                    laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                    weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                    bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas
                                    of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken,
                                    hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al> voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al> bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Uitzicht
                                    belemmerende beplanting of
                                    voorwerp</titel></kop><al>Het
                                is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben
                                op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt
                                belemmerd of daarvan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel
                                            5:20
                                            van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel
                                            2:4
                                            en
                                            5:41
                                            van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel
                                            2:2
                                            van deze verordening, op de
                                            weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen
                                    vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan
                                            75
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen
                                            08.00
                                            en
                                            24:00
                                            uur plaats vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor
                                            08.00
                                            uur of na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator
                                            binnen
                                            veertien
                                            werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan de
                                            melding heeft gedaan aan burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen
                                    zeven
                                    dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van
                                    een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien
                                    daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                    volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
                                        Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers
                                    geopend te
                                    hebben:
                                    op maandag tot en met vrijdag tussen
                                    01.00
                                    uur en
                                    06.00
                                    uur, en op zaterdag en zondag tussen
                                    02.00
                                    uur en
                                    06.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor
                                    de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op
                                    zondag kan door de exploitant een uitloopuur worden ingesteld.
                                    Dit houdt in dat na sluitingstijd geen nieuwe bezoekers mogen
                                    worden binnengelaten en dat een uur na sluitingstijd alle
                                    bezoekers het horecabedrijf moeten hebben verlaten.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor
                                    één
                                    of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens
                                    artikel
                                    2:19
                                    geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel
                                2:19
                                of ingevolge een op grond van artikel
                                2:20
                                genomen besluit gesloten dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel
                                2:19
                                en
                                2:20.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                    houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het
                                    Wetboek van Strafrecht bij te houden dat is ingericht volgens
                                    het door de burgemeester vastgestelde
                                    model.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                    houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht, het in het eerste lid bedoelde register aan de
                                    burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te
                                    leggen op een door de burgemeester te bepalen
                                    wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden
                                    een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden
                                    een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel
                                    2:30.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden
                                    op
                                    een
                                    openbare
                                    plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren
                                    of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Rooftassen</titel></kop><al>Het
                                is verboden op de weg in de nabijheid van winkels een tas bij zich
                                te hebben, die er kennelijk toe uitgerust is om het plegen van
                                winkeldiefstal te vergemakkelijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of
                                    de
                                    Verordening voor de Fysieke Leefomgeving
                                    Overijssel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden :</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een
                                            aanlijn-
                                            en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                            noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel
                                    2:43,
                                    eerste
                                    lid
                                    onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat
                                    de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-
                                    verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
                                    buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf:
                                            een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van
                                            stevig leer of van beide stoffen, die door middel van
                                            een stevige leren riem rond de hals zodanig is
                                            aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                            niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de
                                            drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten
                                            ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                            toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het- college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van
                                            dertig
                                            meter van woningen of andere gebouwen waar overdag
                                            mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van
                                            dertig
                                            meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag
                                    uit-
                                    en invliegen van de bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door
                                    de
                                    Verordening voor de Fysieke Leefomgeving
                                    Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al> het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                            het goed;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; </al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>
                                            de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al> de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1º"><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2º"><al>van een verandering van de onder a, sub
                                                1°,
                                                bedoelde adressen;</al></li><li nr="3º"><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4º"><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al> aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                        hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming
                                        duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al> een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Verbod
                                    carbid te schieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                    is verboden zonder vergunning acetyleengas afkomstig van een
                                    reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een
                                    gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze
                                    te verbranden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    college kan onder voorwaarden vergunning verlenen voor locaties
                                    binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen
                                    vergunning is vereist voor het op explosieve wijze verbranden
                                    van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsel met
                                    vergelijkbare eigenschappen buiten de bebouwde kom
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>
                                            gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van
                                            maximaal 100 liter; en</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>
                                            de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal;
                                            en</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>
                                            het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin
                                            geen openbare wegen of paden liggen; en
                                            </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>
                                            het gebruik plaatsvindt op 31 december, van 10.00 uur
                                            tot 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar;
                                            en</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>
                                            wordt geschoten in een richting die is afgewend van de
                                            woonbebouwing; en</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>
                                            De betreffende locatie is gelegen op een afstand van
                                            tenminste:</al><lijst><li nr="-"><al>
                                                  75 meter van woonbebouwing;
                                                  en</al></li><li nr="-"><al>
                                                  300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg;
                                                  en</al></li><li nr="-"><al>
                                                  300 meter van inrichtingen waar dieren worden
                                                  gehouden.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>
                                            het schietterrein wordt afgezet met linten of ander
                                            vergelijkbaar materiaal.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het
                                    college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in
                                    het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente
                                    aanwijzen waar het gestelde in het tweede en derde lid niet van
                                    toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het
                                    verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Verzameling
                                    van personen in verband met
                                    drugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                    is verboden op of aan wegen, die door de burgemeester zijn
                                    aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het
                                    openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in
                                    de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel
                                    noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier
                                    personen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling
                                    personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of
                                    de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de
                                    Opiumwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een
                                    ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in
                                    het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend
                                    bevel van een ambtenaar van de politie zijn weg te vervolgen of
                                    zich in de door deze aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Openlijk
                                    druggebruik</titel></kop><al>Het
                                is verboden, op of aan de weg, op een voor het publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te
                                hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel
                                2:1,
                                2:2, 2:36, 2:37, 2:38, 2:39, 2:55 of 5:32
                                van
                                dezeVerordening
                                groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Cameratoezicht
                                    op openbare plaatsen</titel></kop><al>De
                                burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                plaats.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf
                                        exploiteert,
                                        dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding
                                        uitoefent,
                                        danwel uitoefenen in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel
                                                6.2
                                                van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel
                                3:14
                                genoemde belangen, kan het college over de uitoefening
                                van
                                de bevoegdheden
                                zoals
                                genoemd in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunning
                                    kan worden verleend voor maximaal één seksinrichting.
                                    </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De
                                    vergunning bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend worden
                                    verleend voor het buitengebied. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de
                                            seksinrichting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="° "><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="° "><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="° "><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="° "><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="° "><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="° "><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met
                                            zaterdag
                                            tussen
                                            0.00
                                            en
                                            12.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op
                                            zondag
                                            tussen
                                            0.00
                                            en
                                            24.00
                                            uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel
                                    3:14,
                                    tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met
                                    de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe
                                    dat
                                    in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Escortbedrijven</titel></kop><al>Het
                                is verboden een escortbedrijf te vestigen of te
                                exploiteren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen
                                    achttien
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    achttien
                                    weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                            in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                            stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>het
                                            maximaal af te geven aantal vergunningen voor
                                            seksinrichtingen is
                                            verleend;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de
                                            vergunning is aangevraagd voor een
                                            raamprostitutiebedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid,
                                    worden
                                    geweigerd
                                    in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de
                                            openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het
                                            voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het
                                            voorkomen of beperken van aantasting van
                                            het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de
                                            veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de
                                            verkeersvrijheid
                                            of
                                            -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de
                                            gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de
                                            arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting
                                    feitelijk
                                    heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel
                                    3:1,
                                    onder
                                    g,
                                    het beheer in de seksinrichting
                                    feitelijk
                                    heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na
                                    de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:14,
                                    eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een
                                    deel
                                    van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal
                                    12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing
                                    zijn,
                                    mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal
                                    12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113,
                                    eerste
                                    lid,
                                    van het Besluit niet van toepassing
                                    is,
                                    mits de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                    bedoeld in artikel
                                    2.18,
                                    eerste
                                    lid
                                    onder f en
                                    vijfde
                                    lid
                                    van het Besluit binnen inrichtingen is de onder
                                    e.
                                    opgenomen tabel van
                                    toepassing,
                                    met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                            aanpandige gevoelige gebouwen
                                            niet
                                            gelden
                                            indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                            toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of
                                            doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel
                                            ook
                                            gelden
                                            bij
                                            gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                            zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                            ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                            de
                                            tabel
                                            geen bedrijfsduurcorrectie
                                            wordt
                                            toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> </al></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van
                                    deze verordening van toepassing
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de
                                    Verordening
                                    voor de Fysieke Leefomgeving
                                    Overijssel.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de
                                door
                                het college aangewezen reinigingsdienst
                                aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander
                                voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide
                                tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom:
                                            een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                            dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 centimeter op
                                            1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                            meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                            stam. In het kader van een herplant- of
                                            instandhoudingplicht kunnen voorschriften worden gesteld
                                            en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 30
                                            centimeter dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het
                                            maaiveld;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>houtopstand:
                                            één
                                            of meer bomen, hakhout, een
                                            houtwal
                                            een
                                            grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een
                                            beplanting van
                                            bosplantsoen;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>hakhout:
                                            één
                                            of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                            stronk uitlopen.</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>knotten/kandelaren:
                                            het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                                            uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaarde bomen of
                                            leibomen als periodiek noodzakelijk
                                            onderhoud;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de
                                            bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge
                                            artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>iepziekte:
                                            de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi
                                            (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                            Moreau);</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>iepenspintkever:
                                            het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot
                                            de soorten Scolytus scolytus (F) en Scolytus
                                            multistriatus (Marsh) en Scolytus
                                            pygmaeus</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                    handelingen,
                                    zowel boven- als ondergronds, die de
                                    dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand
                                    tot
                                    gevolg
                                    kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                    een
                                    houtopstand
                                    te vellen of te doen
                                    vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Bomen
                                            binnen de bebouwde kom voor zover ze niet voorkomen op
                                            de door het college vastgestelde lijst van
                                            kapvergunningsplichtige bomen binnen de bebouwde
                                            kom;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Coniferen,
                                            dennen, ceders, larixen, niet-geknotte wilgen, niet
                                            geknotte populieren, lijsterbessen, sierkersen,
                                            sierappels en sierperen buiten de bebouwde
                                            kom;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Berken,
                                            elzen en meidoorns buiten de bebouwde kom voorzover ze
                                            geen onderdeel uitmaken van een rijbeplanting van meer
                                            dan vijf bomen of een singelbeplanting van minimaal 2,5
                                            meter breed en 5 meter
                                            lang;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Vruchtbomen
                                            en windschermen om
                                            boomgaarden;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>Fijnsparren,
                                            niet ouder dan 12 jaar, die als kerstbomen worden
                                            geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                            terreinen;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>kweekgoed;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>houtopstand
                                            die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>houtopstand
                                            die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                            geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten
                                            een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige
                                            eenheid vormt die</al><lijst><li nr="-"><al>
                                                  ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are
                                                  (1.000 m2);</al></li><li nr="-"><al>ofwel
                                                  bestaat uit een rijbeplanting van niet meer dan 20
                                                  bomen, gerekend over het totale aantal
                                                  rijen;</al></li><li nr="-"><al>ofwel
                                                  geveld moet worden krachtens de Plantenziektewet
                                                  of krachtens een aanschrijving of op last van het
                                                  college, zulks onverminderd het bepaalde in
                                                  artikel 4:14.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De
                                    in artikel 4:10, lid 2, sub a, bedoelde lijst wordt minimaal één
                                    maal per vijf jaar door het college geactualiseerd, voor het
                                    eerst uiterlijk 1 december 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Aanvraag
                                    vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                    vergunning moet worden aangevraagd door of namens danwel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te
                                    beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer
                                    de teammanager van de Landelijke Service bij Regelingen (Laser)
                                    van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
                                    Voedselkwaliteit
                                    aan
                                    het bevoegd
                                    gezag
                                    een afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als
                                    bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college dit
                                    afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De
                                vergunning kan worden geweigerd op grond
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>de
                                        natuurwaarde van de
                                        houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de
                                        landschappelijke waarde van de
                                        houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de
                                        waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de
                                        beeldbepalende waarde van de
                                        houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de
                                        cultuurhistorische waarde van de houtopstand;f. de waarde
                                        voor de leefbaarheid van de
                                        houtopstand.</al></li><li nr="f."><al>de
                                        waarde voor de leefbaarheid van de
                                        houtopstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Bijzondere
                                    vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot
                                    de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                    voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                    door het bevoegd
                                    gezag
                                    te geven aanwijzingen moet worden
                                    herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt
                                    een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                                    daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot
                                    de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens
                                    behoren het voorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt
                                    met ingang van de dag na
                                    afloop
                                    van de termijn voor het indienen van een bezwaar- of
                                    beroepschrift
                                    en dat indien gedurende
                                    dezetermijn
                                    een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, de vergunning
                                    niet van kracht wordt voordat op dat verzoek is
                                    beslist, als bedoeld in artikel 6.1 lid
                                    2 en 3 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien
                                    de houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                    afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd
                                    gezag
                                    is geveld danwel op andere wijze teniet is gegaan, kan het
                                    college
                                    aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                                    houtopstand bevond danwel aan degene die uit anderen hoofde tot
                                    het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                                    opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven
                                    aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt
                                    een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                                    daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien
                                    houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                    afdeling van toepassing is inhet voortbestaan ernstig wordt
                                    bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstand bevindt danwel aan degene die
                                    uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                    aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
                                    voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                                    weggenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien
                                en voor zover blijkt dat een belanghebbende door toepassing van
                                artikel 4:11, 4:14 of 4:15 schade lijdt of zal lijden, die
                                redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen
                                en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het
                                bevoegd
                                gezag
                                hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                                toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Bestrijding
                                    iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien
                                    zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                                    oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van
                                    de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de
                                    rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
                                    stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien
                                            de iepen in de grond staan, deze te
                                            vellen;</al></li><li nr="b."><al>de
                                            iepen te ontschorsen en de schors te
                                            vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of
                                            de niet ontschorste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepziekte wordt
                                            voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het
                                            is verboden gevelde iepen of delen daarvan voor handen
                                            of in voorraad te hebben of te
                                            vervoeren;</al></li><li nr="b."><al>Het
                                            verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst
                                            iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan
                                            4 cm;</al></li><li nr="c."><al>Het
                                            college kan ontheffing verlenen van het onder a van dit
                                            lid gestelde verbod.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Vervaltermijn
                                    vergunning</titel></kop><al>De
                                vergunning als bedoeld in artikel 4:11 vervalt, indien daarvan
                                binnen één jaar na de datum van verlening van de vergunning niet
                                volledig uitvoering aan is gegeven.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de
                                    gemeente
                                    de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel
                                            4:21
                                            of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde
                                    stofop
                                    te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                    is de rechthebbende op een onroerende zaak, alsmede de
                                    hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van het
                                    bevoegd
                                    gezag
                                    deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het
                                    gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame
                                    met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in
                                    welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor
                                    het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften,
                                            aankondigingen en afbeeldingen in het inwendige gedeelte
                                            van een onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>opschriften
                                            en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere
                                            constructies, aangewezen door de
                                            overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften
                                            en aankondigingen die betrekking hebben
                                            op:</al><lijst><li nr="-"><al>
                                                  openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop,
                                                  verhuur of verpachting van een onroerende zaak
                                                  voor zover zij feitelijke betekenis
                                                  hebben;</al></li><li nr="-"><al>
                                                  het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op
                                                  de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor
                                                  die zaak is bestemd, zomede op naamborden; mits
                                                  deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk
                                                  geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en
                                                  geen van allen een grotere afmeting in een
                                                  richting hebben dan 1,25 meter en mits deze
                                                  opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op
                                                  of aan een onroerende
                                                  zaak;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>opschriften
                                            betrekking hebbend op de naam of de aard van de in
                                            uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen
                                            die bij het ontwerpen of de uitvoering van het bouwwerk
                                            zijn betrokken, mits deze opschriften zijn aangebracht
                                            op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken
                                            zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij
                                            feitelijke betekenis
                                            hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften
                                            en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van
                                            openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten
                                            dienste van dat vervoer;</al></li><li nr="f."><al>opschriften
                                            en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor
                                            zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits van het
                                            aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de
                                            rechthebbende of hoofdgebruiker van de onroerende zaak
                                            schriftelijke kennisgeving is gedaan aan het college en
                                            dit college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                            kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;
                                            zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht hun
                                            tijdelijke karakter te hebben verloren, wanneer deze
                                            gedurende meer dan 9 weken op de onroerende zaak
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                    in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                    de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, de
                                    Woningwet,
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                                    Monumentenwet, de gemeentelijke Monumentenverordening of artikel
                                    2:5 van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een
                                    vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien
                                            de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                            omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand;</al></li><li nr="b."><al>In
                                            het belang van de
                                            verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>In
                                            het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                            voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Aanschrijving</titel></kop><al>Indien
                                door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het
                                tweede lid van artikel
                                4:19danwel
                                aangebracht voor een ander doel dan handelsreclame, de veiligheid
                                van het verkeer in het gevaar wordt gebracht of ernstige hinder voor
                                de omgeving wordt veroorzaakt is het college bevoegd de
                                rechthebbende onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende
                                zaak aan te schrijven tot het treffen van maatregelen ter
                                voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze
                                hinder. Degene tot wie de aanschrijving is gericht of diens
                                rechtsopvolger, is verplicht deze aanschrijving op te
                                volgen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
                                    als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een
                                            dorpsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Verbod
                                    kampeerterrein</titel></kop><al>Het
                                is verboden een (kleinschalig) kampeerterrein te houden behoudens in
                                die gevallen waarin dit uitdrukkelijk door het geldende
                                bestemmingsplan wordt toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Nadere
                                    eisen kleinschalig
                                    kampeerterrein</titel></kop><al>Indien
                                het op grond van artikel 4:23 is toegestaan een kleinschalig
                                kampeerterrein te houden dan geldt
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten
                                        hoogste vijftien kampeermiddelen geplaatst mogen worden,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>het
                                        kampeerterrein alleen gedurende de periode tussen 15 maart
                                        en 31 oktober van elk jaar in werking mag zijn.
                                        </al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van
                                            25
                                            meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de
                                    Verordening voor de Fysieke Leefomgeving
                                    Overijssel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren
                                    binnen
                                    de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het
                                    eerste
                                    lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en
                                    met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste
                                    lid
                                    gestelde
                                    verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                    het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het
                                    verboden is langer dan een door hen te bepalen periode gebruik
                                    te maken van voor het parkeren van fietsen of bromfietsen
                                    bestemde ruimten of plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren op de weg te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen
                                            dan
                                            wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten
                                            als bedoeld in
                                            artikel
                                            160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                            5:20;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen
                                            dan
                                            wel het aanbieden van diensten
                                            op een standplaats als bedoeld
                                            in artikel
                                            5:16.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen
                                    21.00
                                    en
                                    09.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Personen
                                    jonger dan 16 jaar mogen alleen bij het venten worden ingezet
                                    als zij onder toezicht staan van iemand die 16 jaar of ouder
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod
                                    als
                                    bedoeld in het eerste lid geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 5 van het Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel
                                    5:14,
                                    eerste lid geldt niet voor venten met
                                    gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                    dan
                                    wel diensten aan te bieden,
                                    gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen
                                    of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:15.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college
                                    is
                                    bevoegd locaties aan te wijzen waar standplaatsen kunnen worden
                                    ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                    college is bevoegd nadere regels te stellen over dagen en tijden
                                    waarop standplaats mag worden ingenomen en over het aantal
                                    standplaatsen per locatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel
                                    5:17,
                                    eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of
                                    de
                                    Verordening voor de Fysieke Leefomgeving
                                    Overijssel.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw
                                    of
                                    plaats waar hoofdzakelijk tweedehands
                                    en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                    aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:15.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning
                                    wegens
                                    strijd met
                                    een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de
                                    Verordening
                                    Waterhuishouding Overijssel, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de
                                    Verordening Waterhuishouding Overijssel of
                                    de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel
                                    5:23
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglementof
                                    de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen
                                5:23,
                                tweede lid bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement
                                    of de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement
                                    of de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                    te
                                    rijden, dan wel een motorvoertuig of
                                    een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de
                                            Verordening
                                            voor
                                            de Fysieke Leefomgeving Overijssel aangewezen
                                            stiltegebieden, ten aanzien van
                                            motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                            aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Vuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Verbod
                                    vuur
                                    te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht
                                    vuur
                                    aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De
                                    ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in
                                            het belang van de openbare orde en
                                            veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>ter
                                            bescherming van de woon- en
                                            leefomgeving;</al></li><li nr="c."><al>ter
                                            bescherming van de flora en
                                            fauna;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het
                                    in
                                    het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover:</al><lijst><li nr="a."><al>op
                                            de Wet milieubeheer gebaseerde
                                            vooschriften;</al></li><li nr="b."><al>de
                                            Verordening voor de Fysieke Leefomgeving
                                            Overijssel;</al></li><li nr="c."><al>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van
                                            Strafrecht
                                            van toepassing is: of</al></li><li nr="d."><al>het
                                            betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand of het betreft vuur
                                            voor het koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar
                                            oplevert voor de
                                            omgeving;</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Kansspelen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Wet:
                                            de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kleine
                                            kansspelen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                            7c van de Wet op de
                                            kansspelen;</al></li><li nr="c."><al>speelautomaat:
                                            automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de
                                            Wet;</al></li><li nr="d."><al>behendigheidsautomaat:
                                            een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b,
                                            van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>kansspelautomaat:
                                            automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                                            Wet;</al></li><li nr="f."><al>hoogdrempelige
                                            inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder
                                            d, van de Wet;</al></li><li nr="g."><al>laagdrempelige
                                            inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder
                                            e, van de Wet;</al></li><li nr="h."><al>speelautomatenhal:
                                            een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="i."><al>aanwezigheidsvergunning:
                                            een vergunning als bedoeld in artikel 30b, eerste lid,
                                            van de Wet;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Kleine
                                    kansspelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Kleine
                                        kansspelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                        aanmelden van kleine kansspelen dient te geschieden door of
                                        namens het bestuur van de organiserende
                                        vereniging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                        aanmelding omvat mede een opgave van de
                                        prijzen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanmelding
                                        geschiedt op een door het college verstrekt
                                        formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Financiële
                                        verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van
                                        elk gehouden klein kansspel moet een afzonderlijke
                                        administratie worden gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een
                                        uitgewerkte en gespecificeerde rekening en verantwoording
                                        van baten en kosten van een kansspel, zonodig met
                                        toelichting, moet binnen twee weken na het houden daarvan
                                        bij de gemeente worden
                                        ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                        financieel verslag dient een duidelijk beeld te geven van de
                                        ontvangsten en de uitgaven van het
                                        kansspelbijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het
                                        financieel verslag dient een duidelijk beeld te geven van de
                                        ontvangsten en de uitgaven van het
                                        kansspelbijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Financiële
                                        verantwoording geschiedt op door het college verstrekte
                                        formulieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Maximum
                                        aantal bijeenkomsten</titel></kop><al>Het
                                    maximum aantal bijeenkomsten voor het organiseren van kleine
                                    kansspelen bedraagt per vereniging 26 per
                                    kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Inkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                        inkomsten van het kleine kansspel moeten ten goede komen aan
                                        de organiserende vereniging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                        aanmeldende bestuurslid van de organiserende vereniging is
                                        verplicht het bedrag aan inkomsten binnen twee weken na de
                                        gehouden bijeenkomst te storten op de bank- of girorekening
                                        van de vereniging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Afschriften
                                        van stortingsbewijzen dienen tezamen met de in artikel 5:38
                                        bedoelde bescheiden te worden ingeleverd bij het
                                        college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De
                                        penningmeester van de organiserende vereniging is verplicht
                                        deze inkomsten terstond in deboekhouding te
                                        verwerken.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Toezicht
                                    op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit
                                        artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                        is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelgelegenheden
                                                waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van
                                                Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden
                                                waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                                                kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                                kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                                speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet
                                                op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De
                                        burgemeester weigert de
                                        vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien
                                                naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                                woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de
                                                speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien
                                                de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is
                                                met een geldend bestemmingsplanb. indien de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                                een geldend
                                                bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In
                                        hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                        toegestaan, waarvan maximaal twee
                                        kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In
                                        laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                        toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                        geheel niet zijn toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:43</nr><titel>Speelautomatenhal</titel></kop><al>Het
                                    is verboden een speelautomatenhal in de gemeente Dalfsen te
                                    vestigen of te exploiteren.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Markten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Inleidende
                                    bepalingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:44</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In
                                    deze afdeling wordt verstaan
                                    onder:</al><lijst><li nr="a."><al>markt:
                                            de warenmarkt die plaatsvindt op de door het college
                                            vastgestelde dag, tijd en
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>marktterrein:
                                            de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke
                                            oppervlakte grond, die door het college is aangewezen
                                            voor het uitoefenen van de
                                            markthandel;</al></li><li nr="c."><al>standplaats:
                                            de ruimte die voor de duur van de markt op het
                                            marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de
                                            markthandel;</al></li><li nr="d."><al>vaste
                                            plaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde
                                            tijd ter beschikking wordt gesteld aan de
                                            vergunninghouder;</al></li><li nr="e."><al>dagplaats:
                                            een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt
                                            gesteld;</al></li><li nr="f."><al>vergunninghouder:
                                            degene aan wie door het college vergunning is verleend
                                            voor het innemen van een
                                            standplaats;</al></li><li nr="g."><al>wachtlijst:
                                            de lijst van gegadigden voor een vaste
                                            plaats;</al></li><li nr="h."><al>marktmeester:
                                            de persoon, die als zodanig is aangewezen door het
                                            college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:45</nr><titel>Aanwijzen
                                        andere marktplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                        college kan op grond van dringende redenen bepalen dat de
                                        markt tijdelijk zal
                                        plaatsvinden:</al><lijst><li nr="a."><al>op
                                                een andere dag;</al></li><li nr="b."><al>op
                                                een andere tijd;</al></li><li nr="c."><al>op
                                                een andere plaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer
                                        één van de feestdagen genoemd in de Winkeltijdenwet
                                        samenvalt met de marktdag, bepaalt het college of de markt
                                        al dan niet wordt gehouden en of deze naar een andere dag
                                        wordt verschoven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:46</nr><titel>Bepalingen
                                        ten aanzien van de markt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het
                                        college bepaalt ten aanzien van de
                                        markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het
                                                aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de
                                                afmetingen van de
                                                standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de
                                                opstelling en indeling van de
                                                markt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                        college kan voor de markt
                                        vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een
                                                lijst met artikelgroepen (branches);
                                                en</al></li><li nr="b."><al>een
                                                maximumaantal standplaatsen per
                                                branche.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen
                                    over het aanvragen en verlenen van de
                                    vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr/><titel>Algemene
                                        bepalingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:47</nr><titel>Vergunning
                                            voor innemen
                                            standplaats</titel></kop><al>Het
                                        is verboden op het marktterrein een standplaats in te nemen
                                        zonder vergunning van het
                                        college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:48</nr><titel>Toewijzing
                                            standplaatsen</titel></kop><al>Een
                                        standplaats wordt toegewezen als vaste plaats of als
                                        dagplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:49</nr><titel>De
                                            vergunningaanvraag</titel></kop><al>Voor
                                        toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in
                                        aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de
                                        leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en die een aanvraag voor
                                        een vergunning heeft ingediend bij het college en die
                                        daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle
                                        publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van
                                        bedrijfsuitoefening en
                                        bedrijfsorganisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:50</nr><titel>Intrekken
                                            vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                            vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt
                                            ingetrokken bij overlijden van de vergunninghouder,
                                            tenzij op grond van artikel 5:55 de vergunning wordt
                                            overgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                            college kan een vergunning intrekken indien de
                                            vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel
                                            5:49 genoemde vereisten voor het toewijzen van een
                                            standplaats of indien de vergunninghouder niet of niet
                                            tijdig het verschuldigde marktgeld
                                            voldoet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien
                                            degene op wie een vergunning ingevolge artikel 5:55 is
                                            overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere
                                            vaste plaats op dezelfde markt, wordt deze vergunning
                                            ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr/><titel>Vaste
                                        plaatsen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:51</nr><titel>Inhoud
                                            vergunning</titel></kop><al>Indien
                                        een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het college
                                        een vergunning waarin in ieder geval is
                                        bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de
                                                naam en voorletters, de geboortedatum en –plaats,
                                                het adres en de woonplaats van de
                                                vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>een
                                                duidelijke omschrijving van de toegewezen plaats met
                                                vermelding van de afmetingen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>de
                                                verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het
                                                innemen van de plaats mag
                                                gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>de
                                                artikelen (branche) die de vergunninghouder mag
                                                verhandelen;</al></li><li nr="e."><al>dat
                                                de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de
                                                inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn
                                                standplaats schoon
                                                oplevert.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:52</nr><titel>Inschrijving
                                            op de wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                            college schrijft de aanvrager in op de wachtlijst,
                                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de
                                                  aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel
                                                  5:49, maar aan hem geen vaste plaats kan worden
                                                  toegewezen; en</al></li><li nr="b."><al>de
                                                  aanvrager heeft aangegeven dat hij op de
                                                  wachtlijst wil worden
                                                  geplaatst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                            college vermeldt bij de inschrijving in ieder
                                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de
                                                  naam en voorletters, de geboortedatum en –plaats,
                                                  het adres en de woonplaats van de
                                                  aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de
                                                  datum waarop de aanvraag door hem is
                                                  ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>de
                                                  artikelen (branche) die de aanvrager wil
                                                  verhandelen;</al></li><li nr="d."><al>de
                                                  verkoopmaterialen die de aanvrager wil
                                                  gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De
                                            inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien
                                            de ingeschrevene de verlenging hiervoor jaarlijks voor 1
                                            januari aanvraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:53</nr><titel>Doorhalen
                                            van inschrijving op de
                                            wachtlijst</titel></kop><al>De
                                        inschrijving op de wachtlijst wordt
                                        doorgehaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien
                                                de ingeschrevene de verlenging van de inschrijving
                                                niet jaarlijks voor 1 januari
                                                aanvraagt;</al></li><li nr="b."><al>op
                                                verzoek van de
                                                ingeschrevene;</al></li><li nr="c."><al>bij
                                                overlijden van de
                                                ingeschrevene;</al></li><li nr="d."><al>wanneer
                                                aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste
                                                plaats is verleend, tenzij hij deze op grond van
                                                bijzondere omstandigheden niet
                                                aanvaardt;</al></li><li nr="e."><al>indien
                                                niet meer aan de vereisten van artikel 5:49 wordt
                                                voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:54</nr><titel>Volgorde
                                            toewijzing vaste
                                            plaatsen</titel></kop><al>Indien
                                        voor de toewijzing van een beschikbare vaste plaats meer
                                        aanvragers in aanmerking komen, wordt de plaats
                                        achtereenvolgens toegewezen aan degene die zich op de
                                        wachtlijst heeft laten inschrijven in volgorde van
                                        inschrijving op deze lijst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:55</nr><titel>Overschrijving
                                            vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In
                                            geval van overlijden danwel blijvende
                                            arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de
                                            vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op
                                            de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner
                                            of de levenspartner van de
                                            vergunninghouder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien
                                            de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond
                                            van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder
                                            vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten
                                            minste drie jaren in loondienst van het marktbedrijf van
                                            de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde
                                            periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft
                                            gefunctioneerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een
                                            aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee
                                            maanden na het overlijden van de vergunninghouder danwel
                                            nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is
                                            vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het
                                            college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                            wijken van het bepaalde in dit
                                            artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr/><titel>Dagplaatsen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:56</nr><titel>Toewijzing
                                            dagplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toewijzing
                                            van een dagplaats geschiedt door afgifte van een
                                            vergunning door het college op het moment dat de
                                            standplaats niet als vaste plaats wordt
                                            ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de
                                            dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op
                                            de lijst van gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf
                                            vóór 8.30 uur aanmelden bij de
                                            marktmeester.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen
                                    over het gebruik van de
                                    standplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:57</nr><titel>Persoonlijk
                                        innemen standplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                        vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen
                                        persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander
                                        afstaan of in gebruik geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                        vergunninghouder mag zich op de standplaats doen
                                        bijstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:58</nr><titel>Aantal
                                        keren innemen standplaats</titel></kop><al>De
                                    vergunninghouder neemt ten minste eenmaal per twee weken en ten
                                    minste tienmaal per dertien weken zijn plaats op de markt in;
                                    dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 5:59 en
                                    5:60.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:59</nr><titel>Afwezigheid
                                        wegens ziekte, vakantie of bijzondere
                                        omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                        vergunninghouder van een vaste plaats die wegens ziekte,
                                        vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn
                                        vaste plaats in te nemen, deelt dit mee aan het college. Bij
                                        vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn
                                        afwezigheid duurt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                        mededeling wordt tijdig voor de betreffende marktdag gedaan.
                                        Plotselinge verhindering wordt mondeling aan de marktmeester
                                        gemeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij
                                        langdurige afwezigheid wegens ziekte overlegt de
                                        vergunninghouder als bewijs van ziekte iedere drie maanden
                                        een geneeskundige verklaring aan het college, tenzij het
                                        college hiervan ontheffing heeft
                                        verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:60</nr><titel>Ontheffing
                                        en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In
                                        geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan
                                        het college op aanvraag van de vergunninghouder van een
                                        vaste plaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de
                                        verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en
                                        tienmaal per dertien weken de plaats op de markt in te
                                        nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                        college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem
                                        vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten
                                        vervangen door een met name genoemde
                                        persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:61</nr><titel>Legitimatie
                                        en identiteit
                                        vergunninghouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene
                                        die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te
                                        nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te
                                        tonen dat hij de vergunninghouder is met behulp van een
                                        wettelijk legitimatiebewijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                        vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk
                                        zichtbaar zijn naam en bedrijfsnaam aan te
                                        geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:62</nr><titel>Tijdstip
                                        innemen standplaats/aan- en afvoer
                                        goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                        is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer
                                        dan 1 uur voor aanvang en meer dan 1 uur na afloop van de
                                        markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te
                                        nemen danwel goederen aan of af te
                                        voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                        vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de
                                        sluitingstijd van de markt te blijven
                                        innemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien
                                        de vergunninghouder zijn vaste plaats niet uiterlijk om 8.30
                                        uur heeft ingenomen, wordt de betreffende plaats voor die
                                        dag als dagplaats aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het
                                        bepaalde in het derde lid is niet van toepassing indien de
                                        vergunninghouder de marktmeester vóór dit tijdstip, onder
                                        opgave van een geldige reden die hem belet tijdig aanwezig
                                        te zijn, heeft verzocht de plaats vrij te
                                        houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:63</nr><titel>Afvalbakken</titel></kop><al>De
                                    vergunninghouder aan wie vergunning is verleend om geringe eet-
                                    en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen,
                                    dient aan de voorzijde van zijn standplaats voldoende
                                    afvalbakken te plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:64</nr><titel>Elektriciteit</titel></kop><al>Het
                                    is de standplaatshouder zonder ontheffing van het college
                                    verboden op zijn standplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik
                                            te maken van andere dan elektrische
                                            verlichting;</al></li><li nr="b."><al>elektriciteit
                                            te betrekken van een ander dan degene die door het
                                            college voor het leveren daarvan is aangewezen of om
                                            zelf hierin te voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:65</nr><titel>Geluidsapparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                        is verboden op de standplaats gebruik te maken van
                                        luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking
                                        van het geluid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                        aanwezig hebben van radio’s, cd-spelers en overige
                                        geluidsapparatuur op de standplaats, voor een ander doel dan
                                        verkoop daarvan, is evenmin
                                        toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                        college kan ontheffing verlenen van de in het eerste en
                                        tweede lid gestelde verboden, onder door hen te stellen
                                        voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:66</nr><titel>Verboden
                                        voor de standplaatshouder</titel></kop><al>Het
                                    is de standplaatshouder verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>de
                                            opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken
                                            of te verplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de
                                            doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein
                                            op enigerlei wijze te hinderen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:67</nr><titel>Verbod
                                        aanwezig hebben
                                        rij-/voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                        is verboden rij- en voertuigen, waarmee goederen of waren
                                        ter markt worden of zijn aangevoerd, op de markt aanwezig te
                                        hebben op een andere plaats dan die is
                                        aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                        college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:68</nr><titel>Verbod
                                        aanbieden andere artikelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                        is verboden artikelen, welke krachtens een besluit van het
                                        college niet op de markt verhandeld mogen worden, op de
                                        markt in voorraad te houden, uit te stallen, ten verkoop aan
                                        te bieden of te verkopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                        college kan, indien dit in het belang van de orde op de
                                        markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de
                                        handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn
                                        verbieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:69</nr><titel>Verwijderen
                                        van de marktplaats</titel></kop><al>Degene
                                    die in strijd handelt met het bij of krachtens deze afdeling
                                    bepaalde of zich aan wangedrag of bedrog op de markt schuldig
                                    maakt, het marktpersoneel in de uitoefening van zijn taak
                                    belemmert danwel direct of indirect de orde op de markt
                                    verstoort of in gevaar brengt, kan door het college gelast
                                    worden zich met goederen en waren ogenblikkelijk van de markt te
                                    verwijderen, aan welke last onmiddellijk gevolg dient te worden
                                    gegeven.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Winkelsluiting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:70</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In
                                deze afdeling wordt verstaan onder:a. de wet: de Winkeltijdenwet;b.
                                feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag.b. feestdagen:
                                Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag,
                                eerste Kerstdag en tweede Kerstdag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:71</nr><titel>Overdracht
                                    van de ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ontheffingen
                                    op grond van deze afdeling zijn overdraagbaar na verkregen
                                    toestemming van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In
                                    geval van een voorgenomen overdracht van de in het eerste lid
                                    bedoelde ontheffingen doet de houder van de ontheffing hiervan
                                    onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college onder
                                    vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde
                                    rechtverkrijgende. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:72</nr><titel>Intrekken
                                    of wijzigen van de ontheffing</titel></kop><al>Het
                                college kan een ontheffing intrekken of wijzigen
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>ter
                                        verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                        verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>op
                                        grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                                        opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden
                                        aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door
                                        het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                        ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>het
                                        gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf
                                        anders dan in een winkel op basis van de ontheffing gevaar
                                        oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon-
                                        en leefklimaat ter plaatse;</al></li><li nr="d."><al>de
                                        aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen
                                        niet zijn of worden nagekomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:73</nr><titel>Zon-
                                    en feestdagenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                    verboden, vervat in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, en
                                    tweede lid van de wet gelden niet op ten hoogste acht door het
                                    college aan te wijzen zondagen, geen feestdagen zijnde, per
                                    kalenderjaar voor de woonkern
                                    Lemelerveld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    college is bevoegd vrijstelling te verlenen van de in artikel 2,
                                    eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid van de
                                    Winkeltijdenwet vervatte verboden, de winkel geopend te mogen
                                    hebben op Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                    Pinksterdag en tweede Kerstdag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:74</nr><titel>Ontheffing
                                    zon- en feestdagenregeling voor afzonderlijke
                                    situaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                    college kan ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet
                                    vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
                                    zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                    Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag, ten behoeve
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere
                                            gelegenheden van tijdelijke aard;
                                            </al></li><li nr="b."><al>het
                                            uitstallen van goederen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                    in het eerste lid genoemde ontheffing kan worden verleend, in
                                    geval van feestelijkheden, bijeenkomsten, veilingen, beurzen,
                                    kunstataliers en galeries.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:75</nr><titel>Verbod
                                    straatverkoop bepaalde goederen op zon- en
                                    feestdagen</titel></kop><al>Het
                                college kan bepalen dat de vrijstelling genoemd in artikel 12 van
                                het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet niet geldt voor de gehele
                                gemeente of voor één of meer delen van de
                                gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:76</nr><titel>Openstelling
                                    op werkdagen tussen 22.00 en 06.00
                                    uur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                    college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden
                                    vervat in artikel 2 van de wet, voorzover deze betrekking hebben
                                    op werkdagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                    ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie
                                    of de openbare orde in de omgeving van de winkel op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling
                                    van de winkel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:77</nr><titel>Toerisme</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                    college kan op aanvraag een ontheffing verlenen van de verboden,
                                    vervat in artikel 2, eerste lid, van de wet, in verband met de
                                    toeristische aantrekkingskracht van de
                                    gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                    ontheffing kan slechts worden verleend aan campingwinkels op de
                                    in de gemeente aanwezige terreinen voor verblijfsrecreatieve
                                    doeleinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het
                                    college kan voorschriften verbinden aan de
                                    ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De
                                    ontheffing wordt geweigerd indien er geen sprake is van
                                    toeristische doeleinden als bedoeld in artikel 3, derde lid,
                                    onder a, van de wet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Gebruik
                                gemeentewapen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:78</nr><titel>Gemeentewapen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De
                                    gemeente Dalfsen beschikt over een gemeentewapen dat bij
                                    Koninklijk Besluit van 13 september 2002, no. 02.003716, is
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het
                                    gemeentewapen heeft de volgende omschrijving:
                                        "<cursief>Doorsneden:
                                        I geschaakt van zilver en azuur in vier rijen, elke rij van
                                        vijf vakken; II in sabel twee schuingekruiste seizen van
                                        zilver met zeisbomen van goud. Het schild gedekt met een
                                        gouden kroon van drie bladeren en twee
                                        parels</cursief>".</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:79</nr><titel>Toestemming
                                    voor gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het
                                    is verboden het gemeentewapen structureel te gebruiken door
                                    personen, verenigingen, organisaties en instellingen zonder
                                    toestemming van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een
                                    verzoek om toestemming zoals bedoeld in lid 1, dient
                                    schriftelijk te worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:80</nr><titel>Incidenteel
                                    gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidenteel
                                    gebruik van het gemeentewapen is toegestaan zonder voorafgaande
                                    toestemming van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder
                                    incidenteel gebruik wordt verstaan: het gebruik van het
                                    gemeentewapen bij incidentele festiviteiten, zoals optochten en
                                    straatversieringen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding
                                van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op
                                grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                                wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                                geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1 Samenscholing en
                                ongeregeldheden, 2:17 Ordeverstoring, 2:20 Afwijking sluitingstijd;
                                tijdelijke sluiting, 2:21 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf,
                                2:29 Betreden gesloten woning of lokaal, 2:30 Plakken en kladden,
                                2:32 Vervoer inbrekerswerktuigen, 2:37 Verboden drankgebruik, 2:43
                                Loslopende honden, 2:44 Verontreiniging door honden, 2:54 Bezigen
                                van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling, 2:56 Drugshandel
                                op straat, 2:59 Bestuurlijke ophouding, Hoofdstuk 3
                                Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d., 4:18 Opslag
                                voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz., 4:19 Verbod
                                hinderlijke of gevaarlijke reclame, 5:8 Parkeren van grote
                                voertuigen, 5:17 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden, 5:30
                                Crossterreinen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding
                                van het bij of krachtens de overige
                                artikelen, met uitzondering van artikel 2:5
                                lid 6, artikel 2:6 en artikel
                                4:10,
                                bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de
                                eerste categorie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn
                                personen
                                belast
                                voor zover het die feiten betreft en zij zijn
                                beëdigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel
                            6:5,
                            tweede
                            lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze
                                verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De
                                Algemene plaatselijke verordening van 29 januari 2001 wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De
                                verordening treedt in werking op 1 mei
                                2009.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus
                        besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn openbare vergadering
                        van 23 maart 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De
                        raad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de
                        voorzitter, de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk
                            1. Algemene bepalingen </al><al>Artikel
                                1:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                1:2 Beslistermijn </al><al>Artikel
                                1:3 Indiening aanvraag </al><al>Artikel
                                1:4 Voorschriften en beperkingen </al><al>Artikel
                                1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                                </al><al>Artikel
                                1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
                                </al><al>Artikel
                                1:7 Termijnen </al><al>Artikel
                                1:8 Weigeringsgronden </al><al>Hoofdstuk
                            2. Openbare orde </al><al>Afdeling
                                1. Bestrijding van ongeregeldheden </al><al>Artikel
                                    2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
                                    </al><al>Afdeling
                                2. Betoging </al><al>Artikel
                                    2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
                                    </al><al>Afdeling
                                3. Verspreiden van gedrukte stukken
                                </al><al>Artikel
                                    2:3 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen </al><al>Afdeling
                                4. Vertoningen e.d. op de weg </al><al>Artikel
                                    2:4 Straatartiest </al><al>Afdeling
                                5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg
                                </al><al>Artikel
                                    2:5 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
                                    </al><al>Artikel
                                    2:6 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
                                    </al><al>Artikel
                                    2:7 Maken, veranderen van een uitweg
                                    </al><al>Afdeling
                                6. Veiligheid op de weg </al><al>Artikel
                                    2:8 Winkelwagentjes </al><al>Artikel
                                    2:9 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel
                                    2:10 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
                                    </al><al>Artikel
                                    2:11 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
                                    </al><al>Artikel
                                    2:12 Objecten onder hoogspanningslijn
                                    </al><al>Artikel
                                    2:13 Veiligheid op het ijs </al><al>Artikel
                                    2.14 Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp
                                    </al><al>Afdeling
                                7. Evenementen </al><al>Artikel
                                    2:15 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    2:16 Evenement </al><al>Artikel
                                    2:17 Ordeverstoring </al><al>Afdeling
                                8. Toezicht op horecabedrijven </al><al>Artikel
                                    2:18 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                    2:19 Sluitingstijd </al><al>Artikel
                                    2:20 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
                                    </al><al>Artikel
                                    2:21 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf
                                    </al><al>Artikel
                                    2:22 Handel in horecabedrijven </al><al>Artikel
                                    2:23 Ordeverstoring </al><al>Artikel
                                    2:24 Het college als bevoegd bestuursorgaan
                                    </al><al>Afdeling
                                9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
                                </al><al>Artikel
                                    2:25 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    2:26 Kennisgeving exploitatie </al><al>Artikel
                                    2:27 Nachtregister </al><al>Artikel
                                    2:28 Verschaffing gegevens nachtregister
                                    </al><al>Afdeling
                                10. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
                                </al><al>Artikel
                                    2:29 Betreden gesloten woning of lokaal
                                    </al><al>Artikel
                                    2:30 Plakken en kladden </al><al>Artikel
                                    2:31 Vervoer plakgereedschap e.d.
                                    </al><al>Artikel
                                    2:32 Vervoer inbrekerswerktuigen
                                    </al><al>Artikel
                                    2:33 Rooftassen </al><al>Artikel
                                    2:34 Betreden van plantsoenen e.d.
                                    </al><al>Artikel
                                    2:35 Rijden over bermen e.d. </al><al>Artikel
                                    2:36 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
                                    </al><al>Artikel
                                    2:37 Verboden drankgebruik </al><al>Artikel
                                    2:38 Verboden gedrag bij of in gebouwen
                                    </al><al>Artikel
                                    2:39 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
                                    </al><al>Artikel
                                    2:40 Neerzetten van fietsen e.d.
                                    </al><al>Artikel
                                    2:41 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d. </al><al>Artikel
                                    2:42 Bespieden van personen </al><al>Artikel
                                    2:43 Loslopende honden </al><al>Artikel
                                    2:44 Verontreiniging door honden
                                    </al><al>Artikel
                                    2:45 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel
                                    2:46 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
                                    </al><al>Artikel
                                    2:47 Loslopend vee </al><al>Artikel
                                    2:48 Bijen </al><al>Artikel
                                    2:49 Bedelarij </al><al>Afdeling
                                11. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
                                </al><al>Artikel
                                    2:50 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    2:51 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                    </al><al>Artikel
                                    2:52 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht </al><al>Afdeling
                                12. Vuurwerk </al><al>Artikel
                                    2:53 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                    2:54 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                                    </al><al>Artikel
                                    2:55 Verbod carbid te schieten </al><al>Afdeling
                                13. Drugsoverlast </al><al>Artikel
                                    2:56 Drugshandel op straat </al><al>Artikel
                                    2:57 Verzameling van personen in verband met drugs
                                    </al><al>Artikel
                                    2:58 Openlijk druggebruik </al><al>Afdeling
                                14. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen
                                </al><al>Artikel
                                    2:59 Bestuurlijke ophouding </al><al>Artikel
                                    2:60 Veiligheidsrisicogebieden </al><al>Artikel
                                    2:61 Cameratoezicht op openbare plaatsen
                                    </al><al>Hoofdstuk
                            3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
                            </al><al>Afdeling
                                1. Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                    3:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                    3:2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel
                                    3:3 Nadere regels </al><al>Afdeling
                                2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
                                </al><al>Artikel
                                    3:4 Seksinrichtingen </al><al>Artikel
                                    3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
                                    </al><al>Artikel
                                    3:6 Sluitingstijden </al><al>Artikel
                                    3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
                                    </al><al>Artikel
                                    3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
                                    </al><al>Artikel
                                    3:9 Straatprostitutie </al><al>Artikel
                                    3:10 Sekswinkels </al><al>Artikel
                                    3:11 Escortbedrijven </al><al>Artikel
                                    3:12 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
                                    </al><al>Afdeling
                                3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden
                                </al><al>Artikel
                                    3:13 Beslissingstermijn </al><al>Artikel
                                    3:14 Weigeringsgronden </al><al>Afdeling
                                4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer
                                </al><al>Artikel
                                    3:15 Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel
                                    3:16 Wijziging beheer </al><al>Hoofdstuk
                            4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente </al><al>Afdeling
                                1. Geluidhinder en verlichting </al><al>Artikel
                                    4:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                    4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
                                    </al><al>Artikel
                                    4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
                                    </al><al>Artikel
                                    4:4 Onversterkte muziek </al><al>Artikel
                                    4:5 Overige geluidhinder </al><al>Afdeling
                                2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
                                </al><al>Artikel
                                    4:6 Straatvegen </al><al>Artikel
                                    4:7 Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel
                                    4:8 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                    riolen en putten buiten gebouwen
                                    </al><al>Afdeling
                                3. Het bewaren van houtopstanden </al><al>Artikel
                                    4:9 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                    4:10 Kapverbod </al><al>Artikel
                                    4:11 Aanvraag vergunning </al><al>Artikel
                                    4:12 Weigeringsgronden </al><al>Artikel
                                    4:13 Bijzondere vergunningsvoorschriften
                                    </al><al>Artikel
                                    4:14 Herplant-/instandhoudingsplicht
                                    </al><al>Artikel
                                    4:15 Schadevergoeding </al><al>Artikel
                                    4:16 Bestrijding iepziekte </al><al>Artikel
                                    4:17 Vervaltermijn vergunning </al><al>Afdeling
                                4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
                                </al><al>Artikel
                                    4:18 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
                                    </al><al>Artikel
                                    4:19 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
                                    </al><al>Artikel
                                    4:20 Aanschrijving </al><al>Afdeling
                                5. Kamperen buiten kampeerterreinen
                                </al><al>Artikel
                                    4:21 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    4:22 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
                                    </al><al>Afdeling
                                6 Kampeerterreinen </al><al>Artikel
                                    4:23 Verbod kampeerterrein </al><al>Artikel
                                    4:24 Nadere eisen kleinschalig kampeerterrein
                                    </al><al>Hoofdstuk
                            5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
                            </al><al>Afdeling
                                1. Parkeerexcessen </al><al>Artikel
                                    5:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                    5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
                                    </al><al>Artikel
                                    5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
                                    </al><al>Artikel
                                    5:4 Defecte voertuigen </al><al>Artikel
                                    5:5 Voertuigwrakken </al><al>Artikel
                                    5:6 Kampeermiddelen e.a. </al><al>Artikel
                                    5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
                                    </al><al>Artikel
                                    5:8 Parkeren van grote voertuigen
                                    </al><al>Artikel
                                    5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
                                    </al><al>Artikel
                                    5:10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
                                    </al><al>Artikel
                                    5:11 Overlast van fiets of bromfiets
                                    </al><al>Afdeling
                                2. Collecteren </al><al>Artikel
                                    5:12 Inzameling van geld of goederen
                                    </al><al>Afdeling
                                3. Venten </al><al>Artikel
                                    5:13 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    5:14 Ventverbod </al><al>Artikel
                                    5:15 Vrijheid van meningsuiting
                                    </al><al>Afdeling
                                4. Standplaatsen </al><al>Artikel
                                    5:16 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    5:17 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
                                    </al><al>Artikel
                                    5:18 Toestemming rechthebbende </al><al>Artikel
                                    5:19 Afbakeningsbepalingen </al><al>Afdeling
                                5. Snuffelmarkten </al><al>Artikel
                                    5:20 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    5:21 Organiseren van een snuffelmarkt
                                    </al><al>Afdeling
                                6. Openbaar water </al><al>Artikel
                                    5:22 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
                                    </al><al>Artikel
                                    5:23 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
                                    </al><al>Artikel
                                    5:24 Aanwijzingen ligplaats </al><al>Artikel
                                    5:25 Verbod innemen ligplaats </al><al>Artikel
                                    5:26 Beschadigen van waterstaatswerken
                                    </al><al>Artikel
                                    5:27 Reddingsmiddelen </al><al>Artikel
                                    5:38 Veiligheid op het water </al><al>Artikel
                                    5:29 Overlast aan vaartuigen </al><al>Afdeling
                                7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden </al><al>Artikel
                                    5:30 Crossterreinen </al><al>Artikel
                                    5:31 Beperking verkeer in natuurgebieden
                                    </al><al>Afdeling
                                8. Vuur </al><al>Artikel
                                    5:32 Verbod vuur te stoken </al><al>Afdeling
                                9. Verstrooiing van as </al><al>Artikel
                                    5:33 Begripsbepaling </al><al>Artikel
                                    5:34 Verboden plaatsen </al><al>Artikel
                                    5:35 Hinder of overlast </al><al>Afdeling
                                10 Kansspelen </al><al>Paragraaf
                                    1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                        5:36 Begripsbepalingen </al><al>Paragraaf
                                    2 Kleine kansspelen </al><al>Artikel
                                        5:37 Kleine kansspelen </al><al>Artikel
                                        5:38 Financiële verantwoording
                                        </al><al>Artikel
                                        5:39 Maximum aantal bijeenkomsten
                                        </al><al>Artikel
                                        5:40 Inkomsten </al><al>Paragraaf
                                    3 Toezicht op speelgelegenheden
                                    </al><al>Artikel
                                        5:41 Speelgelegenheden </al><al>Artikel
                                        5:42 Speelautomaten </al><al>Artikel
                                        5:43 Speelautomatenhal </al><al>Afdeling
                                11 Markten </al><al>Paragraaf
                                    1 Inleidende bepalingen </al><al>Artikel
                                        5:44 Begripsbepalingen </al><al>Artikel
                                        5:45 Aanwijzen andere marktplaats
                                        </al><al>Artikel
                                        5:46 Bepalingen ten aanzien van de markt
                                        </al><al>Paragraaf
                                    2 Bepalingen over het aanvragen en verlenen van de vergunning
                                    </al><al>Sub-paragraaf
                                        Algemene bepalingen </al><al>Artikel
                                            5:47 Vergunning voor innemen standplaats
                                            </al><al>Artikel
                                            5:48 Toewijzing standplaatsen
                                            </al><al>Artikel
                                            5:49 De vergunningaanvraag
                                            </al><al>Artikel
                                            5:50 Intrekken vergunning
                                            </al><al>Sub-paragraaf
                                        Vaste plaatsen </al><al>Artikel
                                            5:51 Inhoud vergunning </al><al>Artikel
                                            5:52 Inschrijving op de wachtlijst
                                            </al><al>Artikel
                                            5:53 Doorhalen van inschrijving op de wachtlijst
                                            </al><al>Artikel
                                            5:54 Volgorde toewijzing vaste plaatsen
                                            </al><al>Artikel
                                            5:55 Overschrijving vergunning
                                            </al><al>Sub-paragraaf
                                        Dagplaatsen </al><al>Artikel
                                            5:56 Toewijzing dagplaats
                                            </al><al>Paragraaf
                                    3 Bepalingen over het gebruik van de standplaats
                                    </al><al>Artikel
                                        5:57 Persoonlijk innemen standplaats
                                        </al><al>Artikel
                                        5:58 Aantal keren innemen standplaats
                                        </al><al>Artikel
                                        5:59 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere
                                        omstandigheden </al><al>Artikel
                                        5:60 Ontheffing en vervanging
                                        </al><al>Artikel
                                        5:61 Legitimatie en identiteit vergunninghouder
                                        </al><al>Artikel
                                        5:62 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen
                                        </al><al>Artikel
                                        5:63 Afvalbakken </al><al>Artikel
                                        5:64 Elektriciteit </al><al>Artikel
                                        5:65 Geluidsapparatuur </al><al>Artikel
                                        5:66 Verboden voor de standplaatshouder
                                        </al><al>Artikel
                                        5:67 Verbod aanwezig hebben rij-/voertuigen
                                        </al><al>Artikel
                                        5:68 Verbod aanbieden andere artikelen
                                        </al><al>Artikel
                                        5:69 Verwijderen van de marktplaats
                                        </al><al>Afdeling
                                12 Winkelsluiting </al><al>Artikel
                                    5:70 Begripsomschrijving </al><al>Artikel
                                    5:71 Overdracht van de ontheffing
                                    </al><al>Artikel
                                    5:72 Intrekken of wijzigen van de ontheffing
                                    </al><al>Artikel
                                    5:73 Zon- en feestdagenregeling
                                    </al><al>Artikel
                                    5:74 Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor afzonderlijke
                                    situaties </al><al>Artikel
                                    5:75 Verbod straatverkoop bepaalde goederen op zon- en
                                    feestdagen </al><al>Artikel
                                    5:76 Openstelling op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur
                                    </al><al>Artikel
                                    5:77 Toerisme </al><al>Afdeling
                                13 Gebruik gemeentewapen </al><al>Artikel
                                    5:78 Gemeentewapen </al><al>Artikel
                                    5:79 Toestemming voor gebruik </al><al>Artikel
                                    5:80 Incidenteel gebruik </al><al>Hoofdstuk
                            6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
                            </al><al>Artikel
                                6:1 Strafbepaling </al><al>Artikel
                                6:2 Toezichthouders </al><al>Artikel
                                6:3 Binnentreden woningen </al><al>Artikel
                                6:4 Overgangsbepaling </al><al>Artikel
                                6:5 Slotbepaling </al></bijlage></regeling></body></cvdr>