<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100193_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsbode, 20-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 44, lid 2, 3, art. 95 tot en met 99, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 736</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                            2011</vet></al><al>De raad van de gemeente Zeist gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid,
                        95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet, gelet op het
                        Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden,</al><al>gelet op de VNG ledenbrief ECCVA/U200700476 d.d. 29 maart 2007; besluit vast
                        te stellen de <vet>verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                            commissieleden 2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de </al><al> Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243; </al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; </al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders; </al></li><li nr="e."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr </al><al> AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. </al><al> 56; </al></li><li nr="g."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, </al><al> Stcrt. 181;</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; </al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de </al><al> Gemeentewet; </al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de </al><al> Gemeentewet;</al></li><li nr="k."><al>Raadspresidium: het orgaan zoals bedoeld in artikel 3c van het
                                    Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                                    van de gemeenteraad van Zeist.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            vastgestelde maximum, dat van toepassing is voor het inwonertal van de
                            gemeente Zeist overeenkomstig tabel I van het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                    verbonden kosten is gelijk aan het bedrag dat van toepassing is
                                    voor het inwonertal van de gemeente Zeist overeenkomstig tabel
                                    II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                    ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                    loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                    dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
                                    eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag dat van
                                    toepassing is voor het inwonertal van de gemeente Zeist
                                    overeenkomstig tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                    geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en
                                    3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                    raadslid is geweest. </al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                    geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                                    kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de
                                    gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                    gemeentebestuur vergoed. </al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten;</al><al> b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                    de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de
                                    Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
                            beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed
                            overeenkomstig artikel 5 Reisregeling binnenland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente. </al></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                            seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                            wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een
                                            gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                            inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></li><li nr="b."><al>De kosten van sub a komen voor rekening van de gemeente
                                            als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                            vervulling van het raadslidmaatschap en voldoende budget
                                            beschikbaar is. Het Raadspresidium kan nadere regels
                                            stellen voor verdeling van het opleidingsbudget.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag verleent het college een raadslid voor de
                                    uitoefening van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming voor: </al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                            software, of </al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur
                                            en software. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanleg- en
                                    abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het
                                    eerste lid genoemde computerapparatuur. </al></li><li nr="3."><al>De tegemoetkoming en vergoeding wordt verstrekt in de vorm van
                                    een maandelijkse bijdrage.</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van de tegemoetkoming en vergoedingen wordt vermeld op
                                    Bijlage 1.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de hoogte van de tegemoetkoming en vergoedingen
                                    indexeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                    aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor
                                    de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt
                                    kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel
                                    geldende spaarloonregeling. </al></li><li nr="2."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                    aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor
                                    de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt
                                    kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel
                                    19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                    raadslid gebruik maakt van de wettelijke
                                    levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                    aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor
                                    de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt
                                    kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van
                                    de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. </al></li><li nr="2."><al>Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel
                                    vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de
                                    fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="3."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                    Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van
                                    die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                    Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt
                                    en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit
                                    ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer
                                    dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                    gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag
                                    van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                    werkzaamheden over de tijd van de waarneming. </al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt een tegemoetkoming in de kosten van een
                                    ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                    kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                    tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid
                                    van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                                    geweest.</al></li><li nr="3."><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                    geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven
                                    van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10
                                    van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap
                                    en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de
                                    onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3,
                                    eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag
                                    dat op grond van die bepalingen van toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde
                                    lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van
                                    toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter
                                    vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de
                                    Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en
                                    bevalling of ziekte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor dat van toepassing is
                            voor het inwonertal van de gemeente Zeist overeenkomstig artikel 25,
                            eerste lid van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in
                                    artikel 15 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van
                                    andere dan de in artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de
                                    gemeente gemaakt.</al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            taxi: </al><al>een volledige vergoeding van de reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: </al><al>de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van
                                            de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs
                                            gemaakte verblijfkosten overeenkomstig artikel 5
                                            Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                    wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                    gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de
                                    eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de
                                    reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
                                    overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland,
                                    artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de
                                    krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                    Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten vergoed overeenkomstig de van toepassing
                                    zijnde artikelen in de Reisregeling buitenland en/of Reisbesluit
                                    buitenland. </al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                    zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                    toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                    deze toestemming voorwaarden verbinden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                    uitoefening van het ambt van wethouder. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor
                                    de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende
                                    apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
                                </al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste
                                    lid; ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag
                                    per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde
                                    daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt
                                    ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software welke het college aan de
                                    wethouders in bruikleen ter beschikking stelt. </al></li><li nr="3."><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                    beschikking is gesteld, verleent het college de wethouder op
                                    aanvraag voor de uitoefening van het ambt voor een periode van
                                    maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                    aanschafwaarde voor </al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                            software, of </al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur
                                            en software.</al></li></lijst><al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                                    computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college
                                    aan de wethouders in bruikleen ter beschikking stelt.</al></li><li nr="4."><al>Op aanvraag worden de wethouder de aanleg- en abonnementskosten
                                    voor de internetverbinding voor de in het eerste of derde lid
                                    genoemde computerapparatuur vergoed in de vorm van een
                                    maandelijkse bijdrage. </al></li><li nr="5."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente. </al></li><li nr="6."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
                                </al></li><li nr="7."><al>De hoogte van de tegemoetkomingen en vergoeding wordt vermeld op
                                    Bijlage 1.</al></li><li nr="8."><al>Het college kan de hoogte van de tegemoetkomingen en vergoeding
                                    indexeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening
                                    van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                    gesteld. </al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente. </al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
                                </al></li><li nr="4."><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                    voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een
                                    verrekening van de gesprekskosten plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. </al></li><li nr="2."><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld
                                    in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                    wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                    levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                    artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar
                                    keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                    onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                    vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                    Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                    commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het
                                    door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                                    vastgestelde bedrag dat van toepassing is voor het inwonertal
                                    van de gemeente Zeist overeenkomstig tabel IV van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene
                                    die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de
                                    werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet
                                    ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van
                                            een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van
                                            een functie bij een instelling die grotendeels van
                                            overheidswege wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                            organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van
                                            de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk
                                            belang dient.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid
                                    een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 500%
                                    van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten
                                    aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn
                                            bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied
                                            van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                            aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de
                                            vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke
                                            verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de
                                            omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is
                                    en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de
                                    commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van
                                    de vergaderingen van de commissie vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                            gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                            van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                            overeenkomstig het bedrag per kilometer dat volgens de
                                            fiscale bepalingen onbelast vergoed mag worden. In
                                            bijzondere gevallen kan er een vergoeding van de in
                                            redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten worden
                                            vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4,
                                            onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                            wethouders.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                    redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van
                                    reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente ter
                                    uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                    Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad
                                    toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                    buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                    verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                    vanwege de gemeente georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                    rekening van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Vaste vergoeding</titel></kop><al>In bijzondere gevallen kan het college aan de leden van het dagelijks
                            bestuur van een bestuurscommissie of en andere commissie als bedoeld in
                            artikel 84 Gemeentewet een vaste vergoeding van maximaal € 250,00 bruto
                            per geleverde prestatie toekennen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of </al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6,
                                    16, 19 en 24 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier,
                                    waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze
                                    kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. </al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                    Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                    declaratieformulier binnen 3 maanden bij de griffier,
                                    onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem
                                    aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele
                                    bewijsstukken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20
                                    en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door
                                    het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord
                                    ondertekende factuur aan de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></li><li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                    begeleidingsformulier en de factuur binnen 3 maanden in bij de
                                    griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                    aangewezen ambtenaar. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de artikelen van de
                            Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011
                            worden de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden
                            en de Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2008
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 5 oktober 2010.</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>de adjunct griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>H.R.A. Beenen drs. J.J.L.M. Janssen</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>Vergoedingen Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                        commissieleden 2011.</titel></kop><al><onderstreept>Raadsleden</onderstreept></al><al>De tegemoetkoming op grond van artikel 8, eerste lid Verordening rechtspositie
                    wethouders en raadsleden 2008 bedraagt: € 28,-- bruto per maand.</al><al>De vergoeding op grond van artikel 8, tweede lid Verordening rechtspositie
                    wethouders en raadsleden 2008 bedraagt: € 20,-- bruto per maand.</al><al><onderstreept>Wethouders</onderstreept></al><al>De tegemoetkoming op grond van artikel 21, eerste lid Verordening rechtspositie
                    wethouders en raadsleden 2008 bedraagt: nihil omdat er een computer,
                    bijbehorende apparatuur en software in bruikleen wordt verstrekt.</al><al>De vergoeding op grond van artikel 21, vierde lid Verordening rechtspositie
                    wethouders en raadsleden 2008 bedraagt: € 20,-- bruto per maand.</al></bijlage><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting bij hoofdstuk IV Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><tussenkop>Welke commissies?</tussenkop><al>Het gaat om commissies, zoals bedoeld in artikel 82, 83 en 84 van de
                    Gemeentewet.</al><al>Dit zijn de volgende commissies:</al><lijst><li nr="·"><al>commissies, die door de raad zijn ingesteld om de besluitvorming van de
                            raad voor te bereiden en met het college of de burgemeester te
                            overleggen (raadscommissies);</al></li><li nr="·"><al>door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissies, die
                            bevoegdheden uitoefenen, die hun door de raad, het college,
                            onderscheidenlijk de burgemeester zijn overgedragen
                            (bestuurscommissies);</al></li><li nr="·"><al>andere commissies, die door de raad, het college of de burgemeester zijn
                            ingesteld. Dit kunnen commissies zijn, die adviseren over te nemen
                            besluiten of over klachten.</al></li></lijst><al>Naar de stand van zaken per de datum van 01-07-2010 kent de gemeente Zeist de
                    navolgende commissies, waarop de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                    commissieleden 2011 van toepassing is:</al><al><onderstreept>Naam commissie </onderstreept><onderstreept>Afdeling </onderstreept><onderstreept>Contactpersoon</onderstreept></al><al>Adviescommissie Beeldende Kunst MAZA Marijke Badings</al><al>Adviescommissie Milieukwaliteit en Leefomgeving BOR Michiel Beek</al><al>Adviescommissie bezwaarschriften Algemeen JuZa Anita Beenen</al><al>Bezwarenadviescommissie Personeelsaangelegenheden JuZa Jan Willem van den
                    Berg</al><al>Straatnaamcommissie P&amp;D Peter van der Zwan</al><al>Monumentencommissie BOR Peter de Wit</al><al>WMO Raad MAZA Robert Moorman</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>