<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR100063_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 22-07-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:0003740">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:0002757">Wet ambulancevervoer</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:0027466">Wet veiligheidsregio's</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/2009.3078</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Gemeenschappelijke regelingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De gemeenteraad heeft toestemming verleend op 26-05-2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>OVERWEGINGEN EN BESLUIT</al><al>De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de
                        gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden,
                        Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht,
                        Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland, Oud-Beijerland, Papendrecht,
                        Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht, ieder voor zover het hun
                        bevoegdheden betreft,</al><al><vet>overwegende,</vet></al><al>dat bij algemene maatregel van bestuur van 18 mei 2004 tot vaststelling van
                        de regio-indeling van gemeenten met betrekking tot taken in het kader van de
                        Brandweerwet 1985 en de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en
                        rampen (Besluit territoriale indeling brandweer- en GHOR-regio's) de
                        gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden,
                        Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht,
                        Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland, Oud-Beijerland, Papendrecht,
                        Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht zijn aangewezen, die tezamen een
                        regio vormen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Brandweerwet
                        1985;</al><al>dat voornoemde gemeenten, respectievelijk hun bestuursorganen, verplicht
                        zijn gemeenschap-pelijke regelingen te treffen op grond van artikel 3,
                        eerste lid, van de Brandweerwet 1985 en op grond van artikel 3 van de Wet
                        geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;</al><al>dat het gewenst is dat deze gemeenschappelijke regeling belast wordt
                        met:</al><lijst><li nr="-"><al>de wettelijke taken genoemd in artikel 4 van de Brandweerwet
                                1985;</al></li><li nr="-"><al>de wettelijke taken genoemd in artikel 4 van de Wet geneeskundige
                                hulpverlening bij ongevallen en rampen;</al></li><li nr="-"><al>het voorzien in de geïntegreerde meldkamerfunctie ten behoeve van de
                                meldkamers van de politieregio, de regionale brandweer en de
                                centrale post voor het ambulance vervoer (meldkamer
                                ambulancezorg);</al></li></lijst><al>dat het voorts gewenst is een veiligheidsregio zoals bedoeld in het voorstel
                        van wet inzake de bepalingen over de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de
                        crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening tot stand te brengen (TK
                        2006-2007 31 117 nr. 2. en 2008-2009, 31 117 nr. 10.);</al><al>dat het wetsvoorstel de Brandweerwet 1985, de Wet geneeskundige
                        hulpverlening bij ongevallen en rampen en de Wet rampen en zware ongevallen
                        integreert.</al><al><vet>gelet op,</vet></al><al>de Brandweerwet 1985, de Wet ambulancevervoer, de Wet geneeskundige
                        hulpverlening bij ongevallen en rampen, de Gemeentewet, de Wet rampen en
                        zware ongevallen en de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al><vet>besluiten:</vet></al><al>de volgende gemeenschappelijke regeling aan te gaan:</al><al><vet>“Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid”.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende
                                bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de Wet veiligheidsregio’s: </cursief>het voorstel
                                        van wet inzake de Wet veiligheidsregio’s (TK 2006-2007 31
                                        117 nr. 2. en 2007-2008 31 117 nr. 10.);</al></li><li nr="b."><al><cursief>de wet:</cursief> de Wet gemeenschappelijke
                                        regelingen;</al></li><li nr="c."><al><cursief>de regeling:</cursief> deze gemeenschappelijke
                                        regeling;</al></li><li nr="d."><al><cursief>de veiligheidsregio:</cursief> het openbaar lichaam
                                        als bedoeld in artikel 2 van de regeling;</al></li><li nr="e."><al><cursief>het algemeen bestuur:</cursief> het bestuur van het
                                        openbaar lichaam veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid tevens
                                        zijnde het regionale bestuur van de regionale brandweer, van
                                        de gemeenschappelijke meldkamer en van de geneeskundige
                                        hulpverlening bij ongevallen en rampen, en het
                                        ‘veiligheidsbestuur’ zoals genoemd in de Wet
                                        veiligheidsregio’s overeenkomstig het ter zake bepaalde in
                                        deze regeling;</al></li><li nr="f."><al><cursief>het samenwerkingsgebied:</cursief> het gezamenlijk
                                        grondgebied van de in artikel 2, tweede lid, genoemde
                                        gemeenten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Daar waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de
                                gemeente, de gemeenteraad, het college en de burgemeester,
                                onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het
                                dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling en plaats van vestiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Zuid-Holland
                                Zuid (VRZHZ).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam is rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, lid
                                1 van de wet en is gevestigd in Dordrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de
                                deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Doel en taken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel en reikwijdte</titel></kop><al>Het openbaar lichaam heeft tot doel de brandweerzorg, de
                            rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening
                            bij ongevallen en rampen met behoud van lokale verankering bestuurlijk
                            en operationeel op regionaal niveau te integreren, teneinde een
                            doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis
                            van een gecoördineerde voorbereiding. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het openbaar lichaam draagt zorg voor de volgende wettelijke taken
                                en beschikt daarbij over de daarbij genoemde bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al>genoemd in artikel 4 van de Brandweerwet 1985;</al></li><li nr="b."><al>genoemd in artikel 4 van de Wet geneeskundige hulpverlening
                                        bij ongevallen en rampen;</al></li><li nr="c."><al>overige taken die bij of krachtens wet aan het openbaar
                                        lichaam worden opgedragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam draagt voorts zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het verzorgen van andere aangelegenheden die in het kader
                                        van de doelstelling van belang zijn en waarvan de uitvoering
                                        door de gemeente, na besluitvorming in het algemeen bestuur,
                                        aan het openbaar lichaam wordt opgedragen.</al></li><li nr="b."><al>het beheren en instandhouden van een multidisciplinair
                                        oefenterrein;</al></li><li nr="c."><al>het met het oog op de verantwoordelijkheid voor het
                                        grootschalig optreden toezien op de kwaliteit van de
                                        basisbrandweerzorg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het openbaar lichaam is bevoegd tot het verrichten van diensten voor
                                een of meer deelnemende gemeenten en andere overheden, indien deze
                                daarom verzoeken en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam is bevoegd tot het verrichten van diensten ten
                                behoeve van instellingen en organen waarin het namens de deelnemende
                                gemeenten zitting heeft, indien de desbetreffende instelling of het
                                orgaan hierom verzoekt en het algemeen bestuur dat verzoek
                                inwilligt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot dienstverlening vermeldt de wijze van
                                kostenverrekening en de overige voorwaarden, waaronder tot de
                                gevraagde dienstverlening wordt overgegaan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het openbaar lichaam kent de volgende bestuursorganen:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Het Algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat, in afwijking van artikel 13,
                                    eerste lid, van de wet, uit de burgemeesters van de deelnemende
                                    gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een burgemeester kan als lid van het algemeen bestuur tijdelijk
                                    worden vervangen door de loco-burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met
                                    de betrekking van ambtenaar aangesteld door of vanwege het
                                    openbaar lichaam of daaraan ondergeschikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement
                                    van orde vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of het
                                    dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of wanneer één vijfde deel
                                    van de leden van het algemeen bestuur dit onder opgave van
                                    redenen schriftelijk verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van de voorzitter geschiedt de in artikel 19 van de
                                    Gemeentewet bedoelde openbare kennisgeving tevens door de
                                    burgemeester van de deelnemende gemeenten op de aldaar
                                    gebruikelijke wijze.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoofdofficier van justitie en de in het samenwerkingsgebied
                                    functionerende dijkgraven kunnen de vergaderingen van het
                                    algemeen bestuur bijwonen en hebben een adviserende stem ten
                                    aanzien van de voorbereiding op de rampenbestrijding, de
                                    crisisbeheersing en het multidisciplinair optreden in groter
                                    verband, voor zover zulks relatie heeft met de taakstelling van
                                    hun onderscheidenlijke publiekrechtelijke organen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Anderen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen
                                    van het algemeen bestuur bij te wonen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de
                                    leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem
                                    uit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, indien
                                    de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de
                                    doorslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Door
                                    het algemeen bestuur zal met gesloten deuren worden vergaderd
                                    indien ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden of
                                    de voorzitter dat nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan noch
                                    worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen ter zake
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling en wijziging van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of
                                            andere heffingen;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                            verordeningen;</al></li><li nr="e."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                            rechtspositieregelingen voor het personeel van het
                                            openbaar lichaam;</al></li><li nr="f."><al>het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of
                                            opheffen van de regeling;</al></li><li nr="g."><al>het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een
                                            gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam
                                            en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot
                                            en het uittreden uit een dergelijke regeling;</al></li><li nr="h."><al>het oprichten van of deelnemen in stichtingen,
                                            maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere
                                            vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het
                                            beëindigen van deelneming daaraan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen
                                    besluit worden genomen ter zake van:</al><lijst><li nr="a."><al>het aangaan van geldleningen, het aangaan van
                                            rekening-courant overeenkomsten, het uitlenen van gelden
                                            en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door
                                            anderen aan te gaan;</al></li><li nr="b."><al>het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren
                                            van onroerend goed;</al></li><li nr="c."><al>het doen van een uitgaaf voordat de begroting waarbij
                                            deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk aan de
                                    colleges van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle
                                    inlichtingen die door een of meer leden van dat college worden
                                    gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verstrekt het college dat hem
                                    als lid heeft aangewezen schriftelijk dan wel op een andere door
                                    dat college te bepalen wijze, alle inlichtingen die door een of
                                    meer leden worden gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem als
                                    lid heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door
                                    hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door het
                                    betrokken college geregelde wijze.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Het DAGELIJKS bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en de
                                    burgemeesters van de gemeenten Gorinchem, Zwijndrecht en
                                    Oud-Beijerland, tenzij het algemeen bestuur, met in achtneming
                                    van hetgeen in de wet en de regeling over de voorzitter is
                                    bepaald, anders besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan, in geval van langdurige
                                    afwezigheid, worden vervangen door een ander lid van het
                                    dagelijks bestuur. Deze tijdelijke vervanging kan ook plaats
                                    hebben, indien een lid van het dagelijks bestuur het
                                    voorzitterschap waarneemt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt
                                    tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de
                                    leden van het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een secretaris aan,
                                    die tevens optreedt als secretaris van het algemeen
                                    bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Taak en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur
                                    daartoe besluit en dan naar door dat bestuur te stellen regelen,
                                    de aan het algemeen bestuur wettelijk toegekende of krachtens de
                                    regeling hem toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                            verordeningen;</al></li><li nr="d."><al>het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de
                                            gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde
                                            in hoofdstuk 11;</al></li><li nr="e."><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van de algemeen
                                            directeur, de regionaal commandant en de regionaal
                                            geneeskundig functionaris.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                                    uitgaan worden door de voorzitter en de secretaris
                                    ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van besluiten van het algemeen bestuur als bedoeld in het eerste
                                    lid, doet het dagelijks bestuur binnen vijf werkdagen mededeling
                                    aan de aan de regeling deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vervulling van de in artikel 4 vermelde taken oefent het
                                    dagelijks bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de
                                    wet zijn toegekend aan de colleges van burgemeester en
                                    wethouders van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts is het dagelijks bestuur belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>een voortdurend toezicht op al wat het openbaar lichaam
                                            aangaat;</al></li><li nr="b."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur
                                            ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen
                                            bestuur;</al></li><li nr="d."><al>de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van
                                            het openbaar lichaam;</al></li><li nr="e."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor
                                            de controle op het geldelijk beheer en de
                                            boekhouding;</al></li><li nr="f."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in
                                            als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter
                                            voorkoming van verjaring en verlies van recht of
                                            bezit.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of tenminste twee leden die dit de voorzitter
                                    schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste
                                    geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig
                                    verzoek gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de
                                    leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden
                                    alsmede de onderlinge plaatsvervanging. De taakverdeling wordt
                                    medegedeeld aan het algemeen bestuur en aan de deelnemende
                                    gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                    vergaderingen vast. Dit reglement wordt medegedeeld aan het
                                    algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten
                                    deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders
                                    heeft bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden
                                    beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het
                                    aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de
                                    voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergadering bedoeld in het zesde lid, is het vijfde lid
                                    niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over
                                    andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering
                                    was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de
                                    helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang genoemd in
                                    artikel 4 of 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het
                                    in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van
                                    de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd,
                                    geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een
                                    besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering
                                    opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling
                                    aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken
                                    kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar
                                    opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van een belang, genoemd in de artikelen 4 of 10 van de
                                    Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens
                                    worden opgelegd door de voorzitter, de algemeen directeur of een
                                    commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks
                                    bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
                                    De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de
                                    verplichting heeft opgelegd dan wel het algemeen bestuur haar
                                    opheft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het dagelijks bestuur zich ter zake van het behandelde
                                    waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het
                                    algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht
                                    genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inlichtingen en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft aan de colleges van de deelnemende
                                    gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die
                                    colleges worden gevraagd, met inachtneming van hetgeen in de
                                    regeling over geheimhouding is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden zijn voor het in dat
                                    bestuur gevoerde beleid tezamen en ieder afzonderlijk
                                    verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het
                                    algemeen bestuur alle inlichtingen die door één of meer leden
                                    daarvan worden gevraagd. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>De VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van het bestuur is, in afwijking van artikel 13,
                                    negende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de
                                    burgemeester die ingevolge de Politiewet 1993 is benoemd als
                                    korpsbeheerder. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is tevens de voorzitter van het dagelijks
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Door en uit het dagelijks bestuur wordt een plaatsvervangend
                                    voorzitter aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt deze
                                    vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten
                                    rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een
                                    door hem aan te wijzen gemachtigde.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de gemeente, tot het bestuur waarvan hij behoort, partij
                                    is in een geding waarbij het openbaar lichaam betrokken is,
                                    oefent diens plaatsvervanger deze bevoegdheid uit.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>adviescommissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan op voorstel van het dagelijks bestuur
                                onderscheidenlijk de voorzitter vaste commissies van advies
                                instellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, werkwijze en
                                samenstelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie als bedoeld in het eerste lid genieten,
                                indien het algemeen bestuur zulks bepaalt, een op jaarbasis door het
                                algemeen bestuur te bepalen tegemoetkoming in de kosten. Het besluit
                                hiertoe wordt aan gedeputeerde staten gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Commissie van advies voor brandweeraangelegenheden (CAB)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie van advies voor brandweeraangelegenheden,
                                bestaande uit de gemeentelijke brandweercommandanten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regionaal commandant is voorzitter van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Commissie van advies gemeentesecretarissen veiligheid
                                (AGV)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie van advies gemeentesecretarissen
                                veiligheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voordracht van de kring van gemeentesecretarissen wordt door het
                                dagelijks bestuur een coördinerend gemeentesecretaris benoemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De coördinerend gemeentesecretaris is voorzitter van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie geeft, door tussenkomst van de algemeen directeur,
                                gevraagd en ongevraagd advies aan het dagelijks bestuur over de
                                kwaliteit en organisatie van de gemeentelijke deelprocessen
                                rampenbestrijding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Portefeuillehoudersoverleg Middelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zaken van financiële aard, alsmede voor het bewaken van de
                                eenheid van beleid en de naleving van kaders en richtlijnen binnen
                                de regio op het gebied van beheer en de bedrijfsvoering functioneert
                                een portefeuillehoudersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het portefeuillehoudersoverleg is de betreffende adviescommissie die
                                door het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Regio
                                Zuid-Holland Zuid is ingesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Bestuurscommissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de
                                behartiging van bepaalde belangen als bedoeld in artikel 25 van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, werkwijze en
                                samenstelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een besluit tot
                                instelling van een commissie als bedoeld in het eerste lid aan de
                                raden der deelnemende gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van een commissie als bedoeld in het eerste lid genieten,
                                indien het algemeen bestuur zulks bepaalt, een op jaarbasis door het
                                algemeen bestuur te bepalen vergoeding voor hun werkzaamheden en een
                                tegemoetkoming in de kosten. Het besluit hiertoe wordt aan
                                gedeputeerde staten gezonden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Organisatie</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>De algemeen directeur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De algemeen directeur fungeert als ambtelijk secretaris van het
                                    algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Hij staat het
                                    algemeen bestuur en het dagelijks bestuur bij de uitoefening van
                                    hun taak terzijde en is in de vergaderingen van het algemeen
                                    bestuur en dagelijks bestuur aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemeen directeur is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de
                                    voorbereiding, organisatie en uitvoering van de regionale
                                    brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en
                                    geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemeen directeur is namens het dagelijks bestuur belast met
                                    de integrale dagelijkse leiding over de ambtelijke organisatie
                                    en de procesvoering ten aanzien van de geïntegreerde
                                    voorbereiding en uitvoering van de taken zoals bedoeld in
                                    artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een instructie vast omtrent de wijze
                                    waarop de algemeen directeur de in dit artikel genoemde taken
                                    verricht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De algemeen directeur wordt bijgestaan door de concerncontroller
                                    en de regiostaf, van het openbaar lichaam Regio Zuid-Holland
                                    Zuid, die de eenheid van beleid en de naleving van kaders en
                                    richtlijnen binnen de regio bewaakt, alsmede het
                                    besluitvormingsproces binnen de regio coördineert.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het vierde lid worden taken als
                                    bedoeld in artikel 4 van de regeling opgedragen aan de regionaal
                                    commandant, de regionaal geneeskundig functionaris, indien het
                                    hun wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden
                                    betreft.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Verordening op de veiligheidsregio</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Het algemeen bestuur legt de door haar genomen besluiten ten aanzien
                                van de aan haar opgedragen taken omtrent het beleid en beheer van de
                                organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding,
                                crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening vast in een
                                verordening op de veiligheidsregio.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>De meldkamer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur heeft de beschikking over een
                                    gemeenschappelijke meldkamer ten behoeve van de
                                    crisisbeheersing, de brandweertaak, de geneeskundige
                                    hulpverlening, het ambulancevervoer en de politietaak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het regionale college, bedoeld in artikel 22 van de Politiewet
                                    1993, draagt zorg voor het instandhouden van de meldkamer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur en het regionale college sluiten een convenant dat
                                    betrekking heeft op de meldkamerfunctie. In het convenant worden
                                    in ieder geval afspraken gemaakt over de locatie, het beleid en
                                    beheer, de financiën, de prestaties, de ondersteunende systemen
                                    en de samenwerking van politie met het regionaal
                                    coördinatiecentrum, de brandweer, de geneeskundige hulpverlening
                                    en het ambulancevervoer in de meldkamer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De meldkamer is belast met het ontvangen, registreren en
                                    beoordelen van alle acute hulpvragen ten behoeve van de
                                    brandweer, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer
                                    en de politie, het bieden van een adequaat hulpaanbod en het
                                    begeleiden en coördineren van de hulpdiensten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Bestuurlijke en Operationele leiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Bij rampen en crises van meer dan plaatselijke betekenis, fungeert
                                de voorzitter, en bij zijn afwezigheid de plaatsvervangend
                                voorzitter, als coördinerend burgemeester en de regionaal commandant
                                van de brandweer als eindverantwoordelijk leidinggevende.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is, binnen het raam van de door het
                                    algemeen bestuur vastgestelde kaders, belast met het aanstellen
                                    als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar
                                    burgerlijke recht en met het schorsen en ontslaan van het
                                    personeel van het openbaar lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde
                                    bevoegdheden opdragen aan de algemeen directeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>De rechtspositie en bezoldiging van de ambtenaren en van het
                                personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht,
                                wordt bepaald door de regels welke zijn of zullen worden vastgesteld
                                voor het personeel in dienst van de gemeente Dordrecht, tenzij
                                overeenkomstig het bepaalde in de Ambtenarenwet 1929 het algemeen
                                bestuur op enig moment zelf voorziet in de rechtspositie en
                                bezoldiging.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Financiële voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten
                                    voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het
                                    financiële beheer en voor de inrichting van de financiële
                                    organisatie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de
                                    controle op het financiële beheer en op de inrichting van de
                                    financiële organisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur verricht periodiek onderzoek naar de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde
                                    bestuur. Het algemeen bestuur stelt bij verordening nadere
                                    regels over dit onderzoek. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>DE Begroting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt uiterlijk 1 juli de begroting voor
                                    het volgend jaar en een meerjarenbegroting van de Regio
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting uiterlijk vóór
                                    1 mei toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, voordat zij
                                    aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.</al><lijst><li nr="a."><al>De gemeentebesturen leggen de ontwerp-begroting veertien
                                            dagen ter inzage en stellen haar tegen betaling van de
                                            kosten algemeen verkrijgbaar.</al></li><li nr="b."><al>Van de ter inzage legging en verkrijgbaarstelling
                                            geschiedt van gemeentewege openbare kennisgeving.</al></li><li nr="c."><al>Behandeling in de gemeenteraad kan niet eerder
                                            plaatsvinden dan twee weken na de openbare kennisgeving.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raden van de deelnemende gemeenten omtrent de
                                    ontwerp-begroting aan het dagelijks bestuur tijdig hun gevoelen
                                    hebben doen blijken, voegt dit bestuur de ontvangen commentaren
                                    waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerp-begroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de
                                    begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter
                                    zake gedeputeerde staten van hun gevoelen kunnen doen
                                    blijken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting terstond na
                                    vaststelling aan gedeputeerde staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemende
                                    gemeente verschuldigd is aan de Regio. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten die de Regio aan gemeenten toerekent bestaan uit
                                    algemene kosten en overige kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemene kosten worden toegerekend aan alle deelnemende
                                    gemeenten op basis van het aantal inwoners. Voor het vaststellen
                                    van het aantal inwoners worden de door het Centraal Bureau voor
                                    de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 juli van
                                    het voorvorig begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De overige kosten worden toegerekend aan de gemeenten die
                                    deelnemen aan de taken, waarop die kosten betrekking
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot
                                    jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van
                                    de in het eerste lid bedoelde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en
                                    aflossing van de geldleningen aan te gaan door de
                                    Veiligheidsregio voor de uitvoering van zijn taak, in de
                                    verhouding tot het inwoneraantal op 1 januari van het dienstjaar
                                    waarin de geldlening wordt aangegaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>De bepalingen van artikel 31 en 32 betreffende de ontwerp-begroting
                                zijn zoveel mogelijk mede van toepassing op wijzigingen van de
                                begroting, met uitzondering van het bepaalde in het eerste, tweede,
                                derde, vierde lid van artikel 31, voor zover het betreft wijzigingen
                                van die begroting die geen invloed hebben op de bijdragen van de
                                deelnemende gemeenten.</al><al>Voor af- en overschrijvingen op de posten der begroting zijn artikel
                                31 en 32 van overeenkomstige toepassing voor zover hiervoor niet bij
                                de begroting zelf of bij een afzonderlijk door gedeputeerde staten
                                goedgekeurd besluit van het algemeen bestuur machtiging is verleend.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>Wanneer het algemeen bestuur blijkt, dat de raad van een deelnemende
                                gemeente weigert de in artikel 32, lid 1 bedoelde bijdrage in de
                                gemeentebegroting op te nemen, doet het algemeen bestuur aan
                                gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de
                                artikelen 194 juncto 195 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>De deelnemers dragen er zorg voor dat de regio te allen tijde over
                                voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens
                                derden te kunnen voldoen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>De rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de inkomsten en uitgaven van de Regio wordt door het
                                    dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording afgelegd
                                    aan het algemeen bestuur onder overlegging van de rekening met
                                    de daarbij behorende bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt deze rekening, met toevoeging van
                                    een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de
                                    rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikelen 212 en 213
                                    van de Gemeentewet aangewezen accountant(s), alsmede hetgeen het
                                    dagelijks bestuur voor zijn verantwoording dienstig acht, ter
                                    vaststelling aan het algemeen bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekening en de toelichting daarop, wordt gelijktijdig met de
                                    aanbieding aan het algemeen bestuur aan de raden van de
                                    deelnemende gemeenten gezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en
                                    stelt haar vast voor 1 juli volgend op het jaar waarop deze
                                    betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekening wordt binnen twee weken na vaststelling met alle
                                    bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten aangeboden. Van de
                                    vaststelling doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden
                                    der deelnemende gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot
                                    decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in
                                    geschrifte of andere onregelmatigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de rekening wordt het door elk der deelnemende gemeente over
                                    het betreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag
                                    opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over
                                    de deelnemende gemeenten verdeeld naar rato van de
                                    verdeelmaatstaven die in de begroting van datzelfde jaar worden
                                    gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 32,
                                    lid 6, betaalde voorschot en het werkelijk verschuldigde bedrag
                                    vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de gemeenten
                                    van de vaststelling van de rekening.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al>Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de
                            ruimste zin, geldt het gestelde in artikel 28 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>Het Archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de
                                veiligheidsregio en haar organen overeenkomstig een door het
                                algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet vast te stellen
                                regeling, welke aan gedeputeerde staten moet worden
                                medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid aan
                                het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden
                                overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemeen directeur is belast met het beheer van de
                                archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn
                                overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht,
                                doch kan deze taak aan een andere ambtenaar delegeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De archivaris van de gemeente Dordrecht oefent toezicht uit op het
                                in het derde lid genoemde beheer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet
                                1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling
                                genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de
                                gemeente Dordrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het vijfde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door
                                de archivaris van de gemeente Dordrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>klachten en ombudsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel
                                9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, een interne klachtenregeling
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam sluit, teneinde te voldoen aan de bepalingen in
                                hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, een
                                overeenkomst met de Nationale ombudsman.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><al>Toetreding van gemeenten tot de regeling of uittreding van gemeenten uit
                            de regeling is slechts mogelijk voor zover zulks in overeenstemming is
                            met de Algemene maatregel van Bestuur als bedoeld in artikel 3 van de
                            Brandweerwet 1985.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de toetreding kunnen door de deelnemende gemeenten bepaalde
                                voorwaarden worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die
                                waarin de opname in het register als bedoeld in artikel 26, derde
                                lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden,
                                tenzij anders bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uittreding kan slechts plaatsvinden op 1 januari na de datum,
                                waarop de opname van het besluit om uit de regeling te treden in het
                                register als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden, tenzij anders is
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt onder goedkeuring van gedeputeerde
                                staten de gevolgen van uittreding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Wijzigingen of opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel aan de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                deelnemende gemeenten tot wijziging van deze regeling kan worden
                                gedaan door het algemeen bestuur of door de bestuursorganen van ten
                                minste vijf van de deelnemende gemeenten, zulks onverminderd de ter
                                zake van toepassing zijnde bepalingen in de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen en/of de Brandweerwet 1985 en/of de Wet geneeskundige
                                hulpverlening bij ongevallen en rampen en/of de Wet rampen en zware
                                ongevallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot wijziging van deze regeling wordt slechts na
                                instemming van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Opheffing van de regeling is mogelijk indien de algemene maatregel
                                van bestuur als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Brandweerwet
                                1985, wordt gewijzigd of ingetrokken. Het algemeen bestuur stelt, de
                                raden van de deelnemende gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast
                                en regelt onder goedkeuring van gedeputeerde staten de vereffening
                                van het vermogen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>13</nr><titel>overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de eerste dag
                                van de maand volgende op die waarin de gemeenschappelijke regeling
                                overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                                is geregistreerd. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde
                                tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenschappelijke regeling wordt geacht naar de eisen van de Wet
                                veiligheidsregio’s te zijn aangepast als gevolg van het in werking
                                treden van de Wet veiligheidsregio’s en de toekomstige wijzigingen
                                daarvan, met dien verstande dat ten aanzien van het bepaalde in
                                artikel 23a van het wetsvoorstel Veiligheidsregio’s deelnemende
                                gemeenten gelegenheid wordt geboden gebruik te maken van het ter
                                zake bepaalde. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gemeentebestuur van Dordrecht zendt de regeling aan gedeputeerde
                                staten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Veiligheidsregio Zuid-Holland
                                Zuid (VRZHZ).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Het eerste boekjaar wordt geacht aan te vangen op de datum van
                            inwerkingtreding van de regeling en eindigt op 31 december 2010.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur </ondertekening><ondertekening>van de Regio Zuid-Holland Zuid van 24 juni 2009,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.N. van de Poel R.J.G. Bandell</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>