<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>91538_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Richtlijnen voor sloop/herbouw orde 2 panden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Deelgemeente">Amsterdam - Centrum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Richtlijnen sloop/herbouw van orde 2 panden</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-14</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanDeelgemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81 </dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsdeelkrant Centrum nummer 5, 10 maart 2011</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-06-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-03-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr 05/4029/BW</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Monumenten en welstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>vastgesteld door DB op 14 juni 2005, juiste bekendmaking op 10 maart 2011. vóór 10 maart 2011 gelden deze richtlijnen als vaste bestuurspraktijk.</al><al id="anker-doi">Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:
                Onbekend</al><al id="anker-bbi">Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit:
                Stadsdeelkrant Centrum nummer 5, 10 maart 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Op 29 januari 1999 is de Amsterdamse binnenstad aangewezen als beschermd stadsgezicht in</al><al>de zin van de Monumentenwet 1988. Na de aanwijzing heeft de gemeenteraad de beleidsnota</al><al>waarderingskaart beschermd stadsgezicht en een kaart vastgesteld, waarop de panden</al><al>gewaardeerd zijn naar hun architectonische en/of cultuurhistorische waarde: respectievelijk</al><al>orde 1, orde 2, orde 3.</al><al>Orde 1 panden zijn de rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten; deze panden zijn</al><al>juridisch beschermd.</al><al>Tot orde 3 behoren de bouwwerken van voor 1940 van wisselende architectonische kwaliteit,</al><al>die wat schaal en detaillering betreft passen in de gevelwand, maar geen architectonische</al><al>meerwaarde hebben.</al><al>De bouwwerken die tot orde 2 worden gerekend zijn bouwwerken van voor 1940 die vanwege</al><al>hun hoge architectonische kwaliteit, hun plaats in de stedenbouwkundige structuur en/of als</al><al>toonaangevend element in de gevelwand een belangrijke bijdrage leveren aan het stadsbeeld.</al><al>Het uitgangspunt bij deze bouwwerken is behoud ten behoeve van het stadsbeeld. In stadsdeel</al><al>Amsterdam-Centrum staan 24.000 panden, daarvan zijn ruim 8.000 monument en ca. 8.000</al><al>orde 2 of orde 3 pand.</al><al>Doel van deze notitie van het Dagelijks Bestuur is om afspraken gemaakt in de praktijk voor</al><al>orde 2 panden, die in bouwkundig zeer slechte staat verkeren, op schrift te zetten en in een</al><al>stappenplan samen te vatten, waarna deze afspraken vastgesteld worden. Overigens gaat het</al><al>om een zeer beperkte groep orde 2 panden. In totaal verkeren ongeveer twintig orde 2 panden</al><al>in een uitzonderlijk slechte bouwkundige staat, waarbij behoud en herstel problematisch is.</al><al>Met dit aantal kunnen we echter niet meer van een incident spreken.</al><al>Het Dagelijks Bestuur vindt het belangrijk om -vanuit het oogpunt van rechtszekerheid/</al><al>rechtsgelijkheid naar de burger toe en vanuit de wens om tot een zorgvuldige en tegelijkertijd</al><al>efficiënte werkwijze te komen- deze afspraken bestuurlijk vast te stellen.</al><al>Concreet gaat het om de volgende vraag: hoe gaan we om met orde 2 panden die in een</al><al>uitzonderlijk slechte bouwkundige staat verkeren?</al><al>De opbouw van deze notitie is als volgt. Eerst wordt kort ingegaan op de bescherming van de</al><al>orde 2 panden en de rol die de Commissie voor Welstand en Monumenten daarin heeft.</al><al>Vervolgens wordt ingegaan op de problematiek van orde 2 panden die in slechte</al><al>bouwkundige staat verkeren, gevolgd door een voorstel.</al><al><cursief>Bescherming orde 2 panden</cursief></al><al>Het uitgangspunt bij orde 2 panden is behoud/restauratie teneinde het beschermde</al><al>stadsgezicht te respecteren.</al><al>Orde 2 panden worden op verschillende manieren beschermd.</al><al>1. Allereerst is er bescherming op grond van de Woningwet: alle bouwwerken in een</al><al>beschermd stadsgezicht zijn bouwvergunningplichtig. Voor alle bouwwerkzaamheden</al><al>aan (orde 2) panden is dus een bouwvergunning vereist;</al><al>2. door het vaststellen van beschermende bestemmingsplannen.</al><al>Vanwege het belang van het stadsbeeld gaat het vooral om vanaf de openbare weg zichtbare</al><al>delen van het gebouw zoals de straatgevels en de dakvorm. Een uitzondering wordt volgens</al><al>de beschrijvingen in hoofdlijnen van de verschillende bestemmingsplannen gemaakt wanneer</al><al>het bouwwerk of een deel daarvan in zeer slechte bouwvallige staat verkeert of wanneer het</al><al>om een aanbouw van na 1940 gaat.</al><al>Tenslotte volgt de Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) bij haar toetsing van</al><al>bouwplannen aan redelijke eisen van welstand het vastgestelde beleid van de</al><al>waarderingskaart. De CWM houdt streng vast aan het uitgangspunt van behoud en herstel van</al><al>orde 2 panden en neemt daarbij niet het bouwtechnische aspect op in haar beschouwing.</al><al>Volgens eerdergenoemd beleid kan de slechte bouwtechnische staat van een pand geen reden</al><al>zijn om af te wijken van het uitgangspunt ‘behoud'.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1. Orde 2 panden in een uitzonderlijk slechte bouwkundige staat </titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer orde 2 panden in bezit van een particuliere eigenaar in zo'n slechte bouwkundige</al><al>staat verkeren dat de kap en de straatgevels in de oorspronkelijke staat niet meer te handhaven</al><al>zijn, dan is het mogelijk om onder nadere voorwaarden tot herbouw over te gaan.</al><al>Belangrijkste voorwaarde is dat deze herbouw het stadsbeeld niet aantast. Het desbetreffende</al><al>handhavingsrayon stelt vast of het pand daadwerkelijk in zo'n slechte staat verkeert, dat</al><al>behoud van het pand of van de straatgevels en kap in alle redelijkheid niet kan worden</al><al>verlangd. Het nieuwe gedeelte achter de te herbouwen gevel wordt daarbij beoordeeld als</al><al>vernieuwbouw, waarbij er gelijkstelling is aan nieuwbouweisen, behoudens een aantal nader</al><al>te bepalen vrijstellingen ten aanzien van eisen die vanwege het aangezicht van de te</al><al>herbouwen voorgevel onmogelijk te realiseren zijn.</al><al>Bij zulke aanvragen wordt de Commissie voor Welstand en Monumenten gevraagd of de te</al><al>herbouwen gevel voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al><al>Vervolgens kan de sloopvergunning verleend worden, nadat de aanvrager een verklaring tot</al><al>herbouw heeft ondertekend en een bankgarantie overlegd heeft (uitgewerkt onder 1 en 2):</al><al>1. de aanvrager dient een verklaring te ondertekenen waarin is opgenomen dat de vanaf</al><al>de straat zichtbare gevels en de dakvorm (het uiterlijk van het gebouw) nauwkeurig</al><al>naar origineel voorbeeld zullen worden teruggebouwd, waarbij oorspronkelijke</al><al>gevelelementen zoveel mogelijk dienen te worden gehandhaafd en/of hersteld. Het</al><al>gebruik van niet-authentieke materialen is toegestaan, mits deze visueel volledig</al><al>overeenkomen met de oorspronkelijke vorm, kleur en detaillering.</al><al>2. de aanvrager dient ter meerdere zekerheid een bankgarantie te overleggen ter hoogte</al><al>van dertig procent van totale bouwsom. De hoogte van deze bankgarantie zal</al><al>voldoende prikkel genereren om de herbouw conform de vergunning en het beding te</al><al>realiseren.</al><al>Dit leidt tot het volgende stappenplan.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Stappenplan bij (sloop/)herbouw van een orde 2 pand in een uitzonderlijk slechte bouwkundige staat </titel></kop><structuurtekst><al>1. De eigenaar of aanvrager dient een (principe)aanvraag bouwvergunning in tot</al><al>(sloop/)herbouw van een orde 2 pand.</al><al>2. Het desbetreffende handhavingsrayon stelt vast aan de hand van een goed onderbouwde</al><al>schriftelijke rapportage -waarin een bouwkundige opname per bouwdeel van het pand is</al><al>opgenomen- dat de gevels en kap gezien de slechte bouwkundige staat niet kunnen worden</al><al>behouden (Bij deze opname kan ook een constructeur in dienst van de eigenaar/opdrachtgever</al><al>aanwezig zijn).</al><al>3. Het betrokken rayon van Regie en Beleid of de afdeling projecten vraagt een quick scan</al><al>aan bij bureau Monumenten &amp; Archeologie (bMA) om na te gaan of het interieur van het</al><al>pand monumentwaardige onderdelen bevat (zie bijlage 1 Procedure quick scan, vastgesteld</al><al>door het Dagelijks Bestuur in december 2003). Het pand zou -indien het een</al><al>monumentwaardige interieur bevat en bedreigd wordt- vervolgens met spoed op de</al><al>gemeentelijke monumentenlijst geplaatst moeten worden. In aanvulling hierop zal de</al><al>wethouder Monumenten in deze specifieke gevallen overleg plegen met de wethouder</al><al>Bouwen en Wonen over de al dan niet plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst,</al><al>waarbij het behoud van de aanwezige interieurwaarden en de mate van bouwvalligheid</al><al>worden afgewogen. Mocht tot sloop van het pand worden besloten, dan dient de aanvrager de</al><al>eventueel aanwezige monumentale interieuronderdelen (zoals schouwen, trappartijen) zoveel</al><al>mogelijk te behouden, te demonteren en te herplaatsen. De aanvrager is in dat laatste geval</al><al>voorts verplicht om mee te werken aan de documentatie van het pand.</al><al>4. Het Bouwberaad beoordeelt aan de hand van alle beschikbare gegevens de aanvraag tot</al><al>(sloop)herbouw. Deze specifieke aanvragen worden beoordeeld als "vernieuwbouw" (o.a. van</al><al>belang voor de eventueel noodzakelijke vrijstelling voor de verdiepingshoogte).</al><al>5. De aanvrager dient vooruitlopend op de te verlenen sloop- en herbouwvergunning een</al><al>verklaring te ondertekenen, waarin is opgenomen dat bij herbouw de straatgevels en de</al><al>dakvorm naar het origineel zullen worden teruggebouwd, waarbij oorspronkelijke</al><al>gevelelementen zoveel mogelijk dienen te worden gehandhaafd en/of hersteld. Het gebruik</al><al>van niet-authentieke materialen is toegestaan, mits deze visueel volledig overeenkomen met</al><al>de oorspronkelijke vorm, kleur en detaillering. Tevens dient de aanvrager een bankgarantie ter</al><al>hoogte van dertig procent van de totale bouwsom te overleggen. Pas daarna wordt de sloop/</al><al>bouwvergunning verleend.</al><al>6. Indien de aanvrager de bij 5 genoemde verklaring niet ondertekent en/of geen bankgarantie</al><al>overlegt, dan zal het Dagelijks Bestuur geen gebruik maken van zijn bevoegdheid om af te</al><al>wijken van het vigerende welstandsbeleid.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>