<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">89773_1</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen</dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Boarnsterhim</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2011-02-21</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Mid Fryslander </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Regeling gemeentelijke belastingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 6, derde lid; art. 13, eerste lid en art. 14, eerste lid</dcterms:source><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">financiën en economie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Invorderingswet 1990, art. 29 en art. 31</dcterms:source><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">1998-04-20</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 231, tweede lid, aanhef en onder a en art. 231, derde lid</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-04-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr. </overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze regeling per 1 januari 2016 vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling gemeentelijke belastingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Het college van burgemeester en wethouders van Boarnsterhim; </al><al>gelet op artikel 6, derde lid, 13 eerste lid en 14, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met artikel 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid van de Gemeentewet en de betreffende bepalingen van de belastingverordeningen;</al><al></al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al></al><al>vast te stellen de volgende: </al><al></al><al><vet>"Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen".</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Reikwijdte van de regeling</titel></kop><al>De in deze regeling opgenomen regels gelden bij de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen op grond van de onderscheiden belastingverordeningen voorzover deze regels in artikel 5 voor de betreffende gemeentelijk belasting van toepassing is verklaard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aangifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingplichtige die niet binnen twee maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of wie niet binnen twee maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na afloop van die twee maanden bij de in artikel 231, tweede lid onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar ontstaat dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, moet de belastingplichtige binnen veertien dagen na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan en de wijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><al>Na de aanvang van het belastingjaar of het kalenderjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd of kan van de belastingplichtige een voorlopig bedrag worden gevorderd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag of het gevorderde bedrag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het percentage van de invorderingsrente volgt het percentage dat op grond van artikel 29 van de invorderingswet 1990 voor het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de invordering van de gemeentelijk belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van € 22,68 niet te boven gaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gelding voor gemeentelijke belastingen</titel></kop><al> Met betrekking tot: </al><al>a. de onroerende-zaakbelastingen vinden de artikelen 2, eerste lid, en 4 toepassing; </al><al>b. de forensenbelasting vinden de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 toepassing; </al><al>c. de toeristenbelasting vinden de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 toepassing; </al><al>d. de hondenbelasting vinden de artikelen 2 en 4 toepassing; </al><al>e. de rioolrechten vinden de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 toepassing; </al><al>f. de reinigingsrechten en de afvalstoffenheffing vindt artikel 4 toepassing; </al><al>g. de leges vindt artikel 4 toepassing; </al><al>h. de begraafrechten vindt artikel 4 toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling gemeentelijke belastingen.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Grou, 20 april 1998. </al><al></al><al>Het college van burgemeester en wethouders, </al><al>de loco-secretaris, C.I. Koffeman </al><al>de burgemeester, Y. Dijkstra</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>