<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>89613_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing en reinigingsrecht bedrijfsvuil Stadsdeel Oost</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Deelgemeente">Amsterdam - Oost</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrecht bedrijfsvuil stadsdeel Oost 2014.</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:issued>2013-10-29</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanDeelgemeente">deelraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer, artikel 15.33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet, artikelen 156, 216 en 229</dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Echo, 20 november 2013.</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>419827</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al id="anker-doi">Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:
                </al><al id="anker-bbi">Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit:
                -.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing en reinigingsrecht bedrijfsvuil stadsdeel Oost 2014.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>a. een afvalstoffenheffing en</al><al>b. een reinigingsrecht bedrijfsvuil.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen, afkomstig uit particuliere huishoudens, afvalwater en</al><al>autowrakken daaronder niet begrepen;</al><al>b. bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet-zijnde huishoudelijke afvalstoffen, papier, karton, glas,</al><al>afvalwater, autowrakken of gevaarlijke stoffen;</al><al>c. jaar: kalenderjaar;</al><al>d. gebruik: gebruik in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Aard van de heffing</titel></kop><al>1. Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33</al><al>van de Wet milieubeheer.</al><al>2. De afvalstoffenheffing wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het</al><al>gebruik van een perceel, waaronder mede begrepen een stacaravan, een woonboot en een</al><al>woonwagen, ten aanzien waarvan ingevolge art. 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een</al><al>verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Onder het begrip perceel</al><al>wordt niet verstaan een volkstuinhuisje, zomerhuisje of vakantiehuisje, tenzij een dergelijk huisje</al><al>dient tot hoofdverblijf.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing is degene die naar de omstandigheden beoordeeld, al</al><al>dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van een</al><al>perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een</al><al>verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 246,60, indien het perceel op 1 januari</al><al>van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de</al><al>belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon.</al><al>2. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 328,80, indien het perceel op 1 januari</al><al>van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de</al><al>belastingplicht, wordt gebruikt door meer personen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan een jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Wijze van belastingheffing</titel></kop><al>1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al><al>2. De aanslagen kunnen met andere aanslagen op een zogenaamd gecombineerd aanslagbiljet</al><al>worden verenigd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Tijdstip ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de</al><al>aanvang van de belastingplicht.</al><al>2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting</al><al>verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting</al><al>als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden</al><al>overblijven.</al><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op</al><al>ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als</al><al>er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Termijnen van betaling</titel></kop><al>1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn</al><al>vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede termijn één maand</al><al>later.</al><al>2. Indien op basis van artikel 7, tweede lid, een machtiging tot automatische incasso werd</al><al>afgegeven, moeten de aanslagen worden betaald, respectievelijk worden de aanslagen</al><al>geïncasseerd in acht gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt één maand na de</al><al>dagtekening van het aanslagbiljet en elke volgende termijn één maand later.</al><al>3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde</al><al>termijnen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 3 Reinigingsrecht bedrijfsvuil</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Aard van de heffing</titel></kop><al>Onder de naam reinigingsrecht bedrijfsvuil wordt een recht geheven voor zowel het genot van de door</al><al>of vanwege de gemeente verstrekte dienst als voor het gebruik van voor de openbare dienst</al><al>bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud</al><al>zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig voor het reinigingsrecht bedrijfsvuil is degene op wiens aanvraag dan wel ten</al><al>behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen</al><al>gebruikmaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>1. Voor het periodiek inzamelen van bedrijfsafvalstoffen, voor zover dit kan geschieden tijdens het</al><al>periodiek inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedraagt het recht, bij de afgifte van ten</al><al>hoogste 180 liter per week, overeenkomend met maximaal vier huisvuilzakken van 44 liter, € 328,80</al><al>per belastingjaar (exclusief BTW).</al><al>2. Voor het periodiek inzamelen van bedrijfsafvalstoffen, voor zover dit kan geschieden tijdens het</al><al>periodiek inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedraagt het recht, bij de afgifte van meer</al><al>dan 180 liter en ten hoogste 400 liter per week, overeenkomend met minimaal vijf en maximaal</al><al>negen huisvuilzakken van 44 liter, € 657,60 per belastingjaar (exclusief BTW).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan een jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Wijze van heffen</titel></kop><al>1. Het recht wordt geheven bij wege van aanslag.</al><al>2. De aanlagen kunnen met andere aanslagen op een zogenaamd gecombineerd aanslagbiljet</al><al>worden verenigd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>1. Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van</al><al>de belastingplicht.</al><al>2. Indien de belastingsplicht in de loop van het belastingsjaar aanvangt, is het recht verschuldigd</al><al>voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na</al><al>de aanvang van de belastingsplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op</al><al>ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat</al><al>jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Termijnen van betaling</titel></kop><al>1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn</al><al>vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede termijn één maand</al><al>later.</al><al>2. Indien op basis van artikel 14, tweede lid, een machtiging tot automatische incasso werd</al><al>afgegeven, moeten de aanslagen worden betaald, respectievelijk worden de aanslagen</al><al>geïncasseerd in acht gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt één maand na de</al><al>dagtekening van het aanslagbiljet en elke volgende termijn één maand later.</al><al>3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde</al><al>termijnen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Kwijtschelding</titel></kop><al>Van het reinigingsrecht wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 4 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18 Nadere regels door het dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de</al><al>invordering van afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht bedrijfsvuil.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><al>1. Met ingang van de in het derde lid vermelde datum vervalt de Verordening op de heffing en </al><al>invordering afvalstoffenheffing en reinigingsrecht bedrijfsvuil Stadsdeel Oost 2013, vastgesteld bij</al><al>besluit van de stadsdeelraad Oost in zijn vergadering van 20 november 2012, met dien verstande dat</al><al>deze van toepassing blijf op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al><al>3. De datum van de ingang van heffing is 1 januari 2014.</al><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrecht</al><al>bedrijfsvuil stadsdeel Oost 2014.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>