<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta>
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>89075_9</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2007</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Franekeradeel</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2016-12-21</dcterms:modified>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Overheid.nl 27-12-2016</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:issued>2016-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:alternative>Verordening onroerende zaakbelastingen 2007</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 220 t/m 220h van de Gemeentewet </dcterms:source>
      <dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>art. 5, lid 1</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Stuknr. F16. 203172</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp>
      <overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>-</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule/>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>De raad van de gemeente Franekeradeel; </vet>
          </al>
          <al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21
                        november 2006; </al>
          <al/>
          <al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; </al>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>B E S L U I T: </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende
                            zaakbelastingen 2007. </vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van
                                binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                        woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                        recht of persoonlijk recht feitelijk gebruikt;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        belastingjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig
                                        te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven; </al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al> het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
                                        ter beschikking is gesteld.</al>
                  <al/>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <al/>
          <al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                        hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18, en 20, tweede lid, van de Wet
                                waardering onroerende zaken. </al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                                maatstaf van heffing buiten aanmerking gelaten,voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van: </al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al> ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open
                                        grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken; </al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; </al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, één en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed, met
                                        uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                        eigendommen;</al>
                </li>
                <li nr="e.">
                  <al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, welke
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al>
                </li>
                <li nr="f.">
                  <al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, één en ander met inbegrip van kunstwerken;</al>
                </li>
                <li nr="g.">
                  <al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al>
                </li>
                <li nr="h.">
                  <al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning;</al>
                </li>
                <li nr="i.">
                  <al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al>
                </li>
                <li nr="j.">
                  <al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al>
                </li>
                <li nr="k.">
                  <al>straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige
                                        gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn
                                        geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten
                                        dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                                        zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden,
                                        monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;</al>
                </li>
                <li nr="l.">
                  <al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen
                                        van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al>
                </li>
                <li nr="m.">
                  <al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        dienen als woning.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet
                                voorzover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van
                                de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting </al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Belastingtarieven. * wijz. Rbs. 22-12-2016 (artikel 5, lid 1)</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van
                                heffingsmaatstaf.</al>
              <al>Het percentage bedraagt voor: </al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>de gebruikersbelasting 0,1630%</al>
                  <al>(2016 0,1540%)</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>bij de eigenarenbelasting</al>
                  <lijst>
                    <li nr="1.">
                      <al> voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                                dienen 0,1613%</al>
                      <al>(2016 0,1635%)</al>
                    </li>
                    <li nr="2.">
                      <al> voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot
                                                woning dienen 0,2037%</al>
                      <al>(2016 0,1925%)</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op gehele euro’s.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al>
            </li>
          </lijst>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk 4 maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet, waarvan de eerste termijn vervalt
                                een maand na de dagtekening en elke volgende termijn telkens een
                                maand later. </al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zeven
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later. </al>
            </li>
            <li nr="13">
              <al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                en tweede lid gestelde termijnen.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De “Verordening onroerende zaakbelastingen 1996” van 4 december 1996
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de vijfde dag na
                                die van de bekendmaking.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.* Rbs.
                                17-12-2016</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>Zij kan worden aangehaald als “Verordening onroerende
                                zaakbelastingen 2007”.</al>
              <al/>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 december 2006. </al>
          <al>, voorzitter , griffier</al>
          <al/>
          <al/>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
