<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">84256_1</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening) </dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Boarnsterhim</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2011-01-24</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Op 'e Hichte, 7 februari 2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Inspraakverordening 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=art. 150" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, artikel 150</dcterms:source><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">bestuur en recht</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2006-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-03-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr.11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1. Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze verordening per 1 januari 2016 vervallen, tenzij de hierna genoemde bestuursorganen de betreffende verordening al eerder vervallen hebben verklaard.</al><al>2. De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân heeft op 19 december 2013 besloten deze verordening vervallen te verklaren voor zover deze verordening ziet op het grondgebied van de gemeente Boarnsterhim dat vanaf 1 januari 2014 deel gaat uitmaken van de gemeente Súdwest Fryslân. </al><al>3. De raad van de gemeente Leeuwarden heeft op 6 januari 2014 besloten deze verordening vervallen te verklaren voor zover deze verordening ziet op het grondgebied van de voormalige gemeente Boarnsterhim dat vanaf 1 januari 2014 deel is gaan uitmaken van de nieuwe gemeente Leeuwarden.</al><al>4. Zowel het college van burgemeester en wethouders als de raad van de gemeente Heerenveen hebben op 2 januari 2014 besloten deze regeling vervallen te verklaren voor zover dit besluit ziet op het grondgebied van de voormalige gemeente Boarnsterhim dat vanaf 1 januari 2014 deel is gaan uitmaken van de nieuwe gemeente Heerenveen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening).</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Boarnsterhim; </al><al></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 december 2005; </al><al></al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet; </al><al></al><al>gehoord de commissie BMM (Bestjoer, Mienskipssaken en Middels van 9 januari 2006; </al><al></al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al></al><al>vast te stellen de volgende </al><al></al><al><vet>"Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening)".</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al> inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; </al><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven; </al><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderwerp van inspraak.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijke beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Geen inspraak wordt verleend: </al><al>a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; </al><al>b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; </al><al>c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; </al><al>d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; </al><al>e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; </al><al>f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inspraakgerechtigden.</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inspraakprocedure.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor één of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eindverslag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het eindverslag bevat in elk geval: </al><al>a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; </al><al>b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; </al><al>c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Intrekking oude verorde- ning.</titel></kop><al>De Inspraakverordening van 18 januari 1994 wordt hierbij ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>In werking treding.</titel></kop><al>Deze verordening treedt zes weken na de dag van bekendmaking in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 8. </nr><titel>Citeerartikel.</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Inspraakverordening 2006".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Grou, 24 januari 2006. </al><al></al><al>De raad voornoemd, </al><al></al><al>de griffier, de voorzitter </al><al></al><al></al><al> M. Frensel, P. Schadd-de Boer</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>