<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>80587_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening Stadsdeel Oost-Watergraafsmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Deelgemeente">Amsterdam - Oost</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-02-07</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Inspraakverordening Stadsdeel-Oost Watergraafsmeer</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanDeelgemeente">deelraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet, art. 150, lid 1</dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.regelgeving.amsterdam.nl/oostwatergraafsmeer/inspraakverordening/20080201">Het Amsterdams Stadsblad, 2008, week 4</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-05-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>"-"</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inspraakverordening Stadsdeel Oost-Watergraafsmeer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van stadsdeelbeleid; </al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven; </al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid het vaststellen van een besluit van algemene strekking daaronder begrepen- met betrekking tot een aangelegenheid die behoort tot de huishouding van de gemeente; </al></li><li nr="d."><al>Besluit van algemene strekking: een algemeen verbindend voorschrift dan wel een uitvoeringsbesluit, niet zijde een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuurrecht; </al></li><li nr="e."><al>Bestuurorgaan: het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, stadsdeelvoorzitter of de deelraad van Stadsdeel Oost-Watergraafsmeer. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Onderwerp van inspraak </titel></kop><al>1. Elk bestuursorgaan verleent inspraak met betrekking tot een beleidsvoornemen. </al><al>2. Geen inspraak wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen, dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk om juridisch-technische dan wel redactionele redenen wordt genomen; </al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; </al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; </al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; </al></li><li nr="e."><al>Indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; of wanneer het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van een snelle besluitvorming of uitvoering of wanneer andere gewichtige en/of dringende reden tot uitzondering nopen; </al></li><li nr="f."><al>in geval van een zwaarwegend te beschermen algemeen belang. </al></li><li nr="g."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het stadsdeelbestuur voor kwetsbare groepen in de samenleving; </al></li><li nr="h."><al>ten aanzien van besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening, waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is; </al></li><li nr="i."><al>ten aanzien van ontheffingen op grond van de Wet geluidhinder. </al></li><li nr="j."><al>het een besluit betreft dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van het stadsdeel; </al></li><li nr="k."><al>het een besluit betreft dat rechtstreeks voortvloeit uit een besluit waarover inspraak heeft plaatsgevonden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Inspraakgerechtigden </titel></kop><al>1. Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Inspraakprocedure </titel></kop><al>1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. </al><al>2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Eindverslag</titel></kop><al>1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.</al><al>2. Het eindverslag bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; </al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; </al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. </al></li></lijst><al>3. De stadsdeelvoorzitter vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag. </al><al>4. Het eindverslag wordt toegezonden aan degenen die hebben ingesproken en wordt gepubliceerd op de webside van het stadsdeel en in het stadsblad.</al><al>5. indien het aantal insprekers omvangrijk (&gt;10) is, kan van toezending worden afgezien en wordt volstaan met publicatie op de webside van het stadsdeel en in het Stadsblad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Klachtprocedure</titel></kop><al>1. Ten aanzien van de wijze waarop aan deze verordening in een specifiek geval uitvoering is gegeven - met uitzondering van besluiten om geen inspraak te verlenen - alsmede van de wijze waarop een inspraakprocedure heeft plaatsgevonden, kan een belanghebbende een klacht indienen bij het bestuursorgaan. Een klacht wordt behandeld met inachtneming van hoofdstuk 9 van de Awb.</al><al>2. Indien een klager niet tevreden is over de behandeling van zijn klacht, kan hij zich wenden tot de Gemeentelijke Ombudsman. De Verordening gemeentelijke ombudsman is in dat geval van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Intrekking oude verordening </titel></kop><al>De Inspraakverordening, vastgesteld op 2 juni 1998 en laatstelijk gewijzigd op 8 mei 2000, wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van haar bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening Stadsdeel Oost-Watergraafsmeer. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>