<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>79205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Terrassennota 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Deelgemeente">Amsterdam - Centrum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-10</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Terrassennota 2008</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-04-01</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanDeelgemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, 4:81</dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">  Stadsdeelnieuws nr 13, jaargang 4, 31 maart 2008</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-06-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08/0713/BW</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Natuur, milieu en beheer openbare ruimte</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Samenvatting</titel></kop><structuurtekst><al>Terrassen zijn een belangrijk onderdeel van de horeca. Ze bevorderen de levendigheid in</al><al>de stad en vormen een aangename voorziening voor bewoners en bezoekers. Tevens</al><al>vergroten ze de omzet van de horeca en zijn daarmee voor deze branche een</al><al>economisch belangrijke factor. Ze zijn prominent aanwezig: de binnenstad telt 888</al><al>terrassen.</al><al>Op dit moment verleent de voorzitter van het dagelijks bestuur in mandaat</al><al>exploitatievergunningen (inclusief terras) op basis van oude beleidsregels,</al><al>bestuurspraktijk, jurisprudentie en uitzonderingen. De beleidsregels stammen uit 1992 en</al><al>daarnaast zijn er draaiboeken geschreven over terrashandhaving in 1995 en 1996. De</al><al>beleidsregels uit 1992 en de draaiboeken vormen de basis voor het huidige beleid. Dit</al><al>beleid is daadwerkelijk verouderd en als gevolg van jurisprudentie, bestuurspraktijk en</al><al>diverse proeven is nieuw terrassenbeleid noodzakelijk. Er is een onduidelijke situatie</al><al>ontstaan voor ondernemers en burgers en de uitvoering van het beleid lijkt diffuus te zijn.</al><al>Sommige regels waren in het verleden niet altijd duidelijk opgeschreven of er hebben zich</al><al>ontwikkelingen voorgedaan waardoor deze regels verduidelijkt of aangescherpt moeten</al><al>worden. De kern van het beleid is echter niet gewijzigd.</al><al>De publieke ruimte wordt in de binnenstad zeer intensief gebruikt. Belangrijk uitgangspunt</al><al>is dat de publieke ruimte openbaar en voor iedereen toegankelijk is. In eerste instantie is</al><al>de openbare ruimte bedoeld voor de voetganger, die zich veilig en niet gehinderd door</al><al>objecten moet kunnen voortbewegen. Een veilige doorloopruimte is voldoende breed</al><al>indien mensen elkaar goed kunnen passeren. Daarnaast is het trottoir obstakelvrij, wat</al><al>betekent dat straatmeubilair, (winkel)uitstallingen en terrassen buiten de looproute zijn</al><al>geplaatst. Algemeen kan van een veilige doorloopruimte worden gesproken indien deze</al><al>minimaal 1,50 meter bedraagt. Deze nota heeft tot doel om duidelijkheid en eenduidigheid</al><al>te creëren.</al><al><vet>Beleidsregels</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>De op het trottoir aanwezige doorloopruimte voor voetgangers bedraagt 1,50</al><al>meter.                   </al></li><li nr="•"><al>Op brugvleugels moet het oversteken van de voetgangers centraal staan. Het</al><al>mag niet gebeuren dat voetgangers als gevolg van een terras gedwongen worden</al><al>om op de rijweg te lopen.</al></li><li nr="•"><al>Bij een vergunning voor een terras voor een Horeca I zaak worden twee</al><al>aanvullende voorwaarden gesteld. Er moet bediend en afgeruimd worden en er</al><al>moet normaal servies (aardewerk / porselein) gebruikt worden. Dit houdt in dat</al><al>er geen wegwerpartikelen gebruikt mogen worden. </al></li></lijst><al><cursief>Locatie</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>De minimale diepte van een terras bedraagt 0,80 meter</al></li><li nr="•"><al>De maximale diepte van een terras bedraagt 3,5 meter of de helft van het trottoir</al><al>indien het trottoir breder is dan 7 meter.</al></li><li nr="•"><al>Bij een gevelbank(terras) moet het trottoir minimaal 2 meter zijn en de bank is niet</al><al>dieper dan 0,5 meter.</al></li><li nr="•"><al>Het terras is uitsluitend ingericht direct aansluitend aan de gevel:</al><al>o gesplitste terrassen zijn niet toegestaan;</al><al>o van het uitgangspunt dat terrassen direct aan de gevel worden geplaatst,</al><al>   kan worden afgeweken ten behoeve van een terras aan de overzijde van</al><al>   de weg als er sprake is van een rijweg met éénrichtingsverkeer of</al><al>   weerichtingsverkeer met een 30 km-zone en na advies van de</al><al>   verkeerspolitie. Ook dient er recht tegenover de gevel van het</al><al>   horecabedrijf ruimte aan de overzijde van weg beschikbaar te zijn;</al><al>o het is mogelijk om zowel een terras direct aan de gevel te hebben als een</al><al>   terras aan de overzijde van de weg;</al><al>o de maximale diepte aan de overzijde bedraagt in principe ook 3,50 meter;</al><al>o als de openbare ruimte aan de overzijde al voor een ander doel volledig</al><al>   in gebruik is (bijvoorbeeld fietsenrekken, parkeerplaatsen, parkeermeters,</al><al>   lantaarnpalen, bankjes, nutsvoorzieningen enz.) dan wordt geen</al><al>   vergunning voor een terras verleend;</al><al>o de afmetingen van het terras aan de overzijde van de rijweg kunnen</al><al>   worden beperkt in het belang van een goede verdeling van de openbare</al><al>   ruimte, de verkeersveiligheid en de bescherming van de zich in die ruimte</al><al>   bevindende objecten;</al><al>o om het zicht voor anderen dan de terrasbezoeker zo min mogelijk te</al><al>   belemmeren zijn terrasschotten op een terras aan de overzijde van de</al><al>   weg niet toegestaan. Terrasschotten zijn aan de gevel slechts toegestaan</al><al>   indien hier een vergunning voor is verleend;</al><al>o in uitzonderlijke gevallen kan maatwerk worden toegepast. Maatwerk</al><al>   vindt plaats conform een eenduidige procedure. </al></li><li nr="•"><al>Het terras is niet breder dan de gevel. </al></li><li nr="•"><al>Het terras is niet op een zogenaamd kopprofiel geplaatst. </al></li><li nr="•"><al>In een gebiedsgerichte aanpak (bijvoorbeeld een horecabeleidsplan) kan, mits</al><al>gemotiveerd, worden afgeweken van de algemene uitgangspunten. </al></li><li nr="•"><al>De volgende straten zijn uitgesloten voor het plaatsen van terrassen en</al><al>gevelbanken: Nieuwendijk, Kalverstraat, Reguliersbreestraat, Koningsplein, Oude</al><al>Hoogstraat, Nieuwe Hoogstraat, Heiligeweg, Amstelstraat en Leidsestraat. </al></li><li nr="•"><al>De Damstraat en de Oude Doelenstraat zijn eveneens uitgesloten van terrassen. </al></li><li nr="•"><al>Het middengedeelte van pleinen is uitgesloten van terrassen, behalve bij al</al><al>aanwezige horecavoorzieningen. </al></li><li nr="•"><al>Voor de volgende straten, gebieden en situaties geldt een aangepaste</al><al>doorloopruimte:</al><al>o in de volgende straten en gebieden mag het gehele trottoir gebruikt</al><al>worden om een terras te plaatsen: de Korte Leidsedwarsstraat, de Lange</al><al>Leidsedwarsstraat, de Leidsekruisstraat, de noordelijke even zijde van het</al><al>Leidseplein vóór de nummers 2 tot en met 24, de noordelijke zijde van het</al><al>Kleine-Gartmanplantsoen;</al><al>o op het Damrak en de westzijde van het Rokin worden terrassen</al><al>toegestaan tot maximaal 3,5 meter uit de gevel, mits er een ruimte van</al><al>ten minste 6 meter voor de voetgangers overblijft;</al><al>o voor de Nieuwmarkt geldt het bestaande gebiedsgerichte terrassenbeleid;</al><al>o in het terrassenbeleid Jordaan is in een aantal straten 1,00 meter vrije</al><al>doorloopruimte gehanteerd;</al><al>o in de Reguliersdwarsstraat mag bij zomerafsluiting het gehele trottoir</al><al>gebruikt worden voor een terras. </al></li></lijst><al><cursief>Overig:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Er worden geen nieuwe gebouwde terrassen toegestaan. </al></li><li nr="•"><al>De verantwoordelijkheid van het uiterlijk van het terras(meubilair) ligt bij de</al><al>exploitant van het terras. </al></li><li nr="•"><al>Het is toegestaan om op de volant van de parasol de naam van de zaak plus het</al><al>logo van de sponsor te vermelden. Daarnaast is het toegestaan om op de</al><al>onderkant van het terrasschot de naam van de horeca-zaak te vermelden plus het</al><al>logo van de sponsor. Verder is reclame op terrasobjecten verboden. Bij de</al><al>wijziging van de Welstandsnota zal rekening worden gehouden met reclameuitingen</al><al>op zonneschermen en markiezen. Deze uitingen moeten zoveel mogelijk</al><al>overeenstemmen met reclame op objecten in de openbare ruimte. Dit houdt in dat</al><al>per gevel maximaal één zonnescherm met logo en zaaksnaam wordt toegestaan. </al></li><li nr="•"><al>Terrasverwarmingsobjecten zijn niet toegestaan. </al></li><li nr="•"><al>In de winterperiode (1 november tot 1 maart) zijn alleen zitmeubilair en tafels</al><al>toegestaan. </al></li><li nr="•"><al>Terrassen op terrasboten of dekschuiten zijn conform stedelijk beleid niet</al><al>toegestaan. </al></li><li nr="•"><al>Nieuwe terrassen op (afmeer)steigers zijn niet toegestaan. </al></li><li nr="•"><al>Het Tropisch Weer Scenario (TWS) blijft van kracht. De 1,50 meter blijft ook</al><al>tijdens het TWS een zeer belangrijk uitgangspunt. De doorloopruimte moet</al><al>gewaarborgd blijven. </al></li></lijst><al><vet>Praktische zaken</vet></al><al>Naast deze beleidsregels zijn de volgende punten ook van belang voor het verkrijgen en</al><al>het naleven van een exploitatievergunning voor een terras.</al><al><cursief>Wijze van meten</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Bij Amsterdammertjes en andere fysieke afscheidingen wordt de doorloopruimte</al><al>vanaf de fysieke afscheiding gemeten tot aan het terras.   </al></li><li nr="•"><al>Wanneer er geen Amsterdammertje of andere fysieke afscheiding aanwezig is</al><al>wordt de doorloopruimte vanaf het einde van de stoeprand gemeten tot aan het</al><al>terras. </al></li></lijst><al><cursief>Inrichting:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Er mogen geen objecten vast in de grond worden bevestigd. </al></li><li nr="•"><al>De eigenaar slaat het meubilair op wanneer het terras niet wordt geëxploiteerd:</al><al>alleen in het zogenaamde zomerseizoen (1 maart tot 1 november) is opslag op</al><al>straat van het meubilair toegestaan. Opslag op straat gebeurt op een zodanige</al><al>manier dat gebruik van het meubilair tijdens de opslag niet mogelijk is. Het</al><al>opgeslagen meubilair doet geen afbreuk aan de publieke functie van de openbare</al><al>ruimte. </al></li><li nr="•"><al>Voor de inrichting van een terras zijn alleen volgende objecten toegestaan: tafels,</al><al>zitmeubilair, parasols, terrasschotten tot een hoogte van 1,50 meter. </al></li></lijst><al><vet>Handhaving</vet></al><al>Bij handhaving worden de volgende onderdelen als uitgangspunt gehanteerd.</al><lijst><li nr="•"><al>Handhaving van terrasovertredingen geschiedt in overeenstemming met de</al><al>|daartoe door de burgemeester opgestelde stappenplannen. </al></li><li nr="•"><al>Alle terrassen in de binnenstad worden minimaal één keer per week gezien .</al><al>Deze zogenaamde zichtcontroles houden in dat een inspecteur in zijn wijk elke</al><al>week alle terrassen ziet. </al></li><li nr="•"><al>Notoire overtreders kunnen rekenen op intensieve handhaving. </al></li><li nr="•"><al>De vergunde afmeting van het terras wordt duidelijk aangegeven. In principezullen hiervoor punaises gebruikt worden, maar het is ook mogelijk om</al><al>verschillende kleuren klinkers te gebruiken. </al></li></lijst><al><vet>Overgangsregeling</vet></al><al>De uitgangspunten in deze Terrassennota 2008 hebben voor een aantal straten en</al><al>horecazaken tot gevolg dat een terras op de huidige locatie niet meer geëxploiteerd kan</al><al>worden. Het gaat om de volgende situaties:</al><al>1. De Damstraat en Oude Doelenstraat worden gezien het drukke</al><al>voetgangersverkeer uitgesloten van terrassen.</al><al>2. Overige in afwijking van het beleid vergunde terrassen.</al><al>De overgangstermijn wordt gesteld op 3 jaar. Dat wil zeggen dat drie jaar na vaststelling</al><al>van dit beleid de hierboven genoemde situaties niet meer zijn toegestaan en daarom</al><al>verwijderd (aangepast) dienen te zijn. Deze overgangsregeling geldt alleen voorzover de</al><al>betreffende horecazaak in het bezit is van een vergunning voor de genoemde situatie.</al><al>Indien een horecazaak in de tussentijd wordt overgedragen, dan blijft de overgangstermijn</al><al>van kracht. De termijn van drie jaar is een redelijke termijn en geeft ondernemers de</al><al>mogelijkheid om hun exploitatie aan te passen.</al><al>Voor reclame-uitingen op terrasobjecten zal de nota Reclame in de openbare ruimte in de</al><al>binnenstad van Amsterdam moeten worden aangepast. Hiervoor geldt een aparte</al><al>overgangsregeling. Uitgangspunt is wel dat de nieuwe regels uiterlijk op 1 maart 2009 van</al><al>kracht zullen zijn. Bij de wijziging van de Welstandsnota zal rekening worden gehouden</al><al>met reclame-uitingen op zonneschermen en markiezen. Deze uitingen moeten zoveel</al><al>mogelijk overeenstemmen met reclame op objecten in de openbare ruimte.</al><al>Speciale aandacht verdient het onderwerp terrasverwarming. Op dit moment vindt er een</al><al>proef met terrasverwarming plaats. De uitkomsten van deze proef kunnen van invloed zijn</al><al>op dit beleid. In het verleden hebben exploitanten de verwarming zonder vergunning</al><al>opgehangen. Voor deze groep is de overgangsregeling niet van toepassing.</al><al>Tot slot zal deze nota drie jaar na vaststelling geëvalueerd worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Onze binnenstad is bepalend voor de identiteit van Amsterdam: de kleinste wereldstad,</al><al>tegelijkertijd druk en intiem, waar nieuwe initiatieven kunnen gedijen, waar de schitterende</al><al>architectuur en de uiteenlopende culturele functies en initiatieven elkaar stimuleren en</al><al>versterken. Het centrum van Amsterdam is daarnaast uniek door zijn combinatie van</al><al>wonen, werken en uitgaan. In het Programakkoord 2006-2010 heeft de deelraad opnieuw</al><al>bevestigd dat men het gemengde karakter van de binnenstad wil behouden en waar</al><al>mogelijk versterken.</al><al><cursief>Hart van het uitgaansleven</cursief></al><al>Een belangrijk onderdeel van het gemengde karakter is het culturele klimaat en het</al><al>uitgaansleven. De binnenstad van Amsterdam is het belangrijkste cultuur- en</al><al>uitgaanscentrum van het land. Horeca, culturele instellingen, clubs en evenementen</al><al>dragen bij aan de tolerante en kosmopolitische sfeer in de stad. En die sfeer draagt voor</al><al>een belangrijk deel bij aan de aantrekkingskracht van de stad. Of zoals het College van</al><al>Burgemeester &amp; Wethouders het verwoordt: De Amsterdamse culturele vrijheid en het</al><al>kleinschalige karakter van de stad staan internationaal hoog aangeschreven. Samen</al><al>scheppen ze een klimaat waarin talent en creativiteit bloeien, groei mogelijk is en mensen</al><al>zichzelf kunnen zijn (Uit: Amsterdam Topstad: Metropool. Amsterdam terug in de top 5</al><al>van Europese vestigingslocaties. ).</al><al><cursief>Visie op het uitgaansleven</cursief></al><al>Het dagelijks bestuur wil een uitdagend en creatief uitgaansleven ondersteunen, maar</al><al>tegelijkertijd de beperkingen respecteren van een historische binnenstad waar volop wordt</al><al>gewoond en gewerkt.</al><al>Diversiteit, tolerantie en gastvrijheid staan daarin voorop. Mensen met verschillende</al><al>achtergronden moeten elkaar in de stad kunnen ontmoeten en zich welkom voelen.</al><al>Gastvrijheid is meer dan een correcte bediening in de horeca. Het gaat om de sfeer: die</al><al>hoort vriendelijk, nieuwsgierig en positief te zijn. Met een verantwoord en positief gebruik</al><al>van alcohol, in plaats van het houden van happy hours.</al><al>Horeca is belangrijk in de binnenstad, omdat het een plek biedt voor ontmoeting,</al><al>vermaak, ontspanning, emancipatie en creatieve ideeën en daarmee een prominente rol</al><al>in het uitgaansleven heeft.</al><al>De toegevoegde waarde voor de stad staat voorop. Geen eenzijdig op toeristen gerichte</al><al>activiteiten die de binnenstad als decor gebruiken, maar een levendig en divers</al><al>uitgaansleven dat uit de stad zelf voortkomt. Elke stad heeft wel een Ierse pub, de</al><al>Amsterdamse bruine kroeg is echter uniek.</al><al>De horeca heeft zich de afgelopen jaren voorspoedig ontwikkeld. Op dit moment telt de</al><al>binnenstad 1765 horecagelegenheden, 5% van alle cafés, restaurants en cafetaria s in</al><al>Nederland (coffeeshops en hotels niet meegerekend). Ter illustratie: dit is meer horeca</al><al>dan in Utrecht, Groningen en Maastricht bij elkaar.</al><al>Het wekt dan ook geen verbazing dat de groei van de horeca tegen grenzen aanloopt. In</al><al>de huidige bestemmingsplannen wordt om die reden in het algemeen zeer terughoudend</al><al>omgegaan met nieuwe horeca-initiatieven. De ruimte in de binnenstad is immers beperkt</al><al>en er spelen ook andere belangen: er wonen ruim 80.000 mensen, het is het belangrijkste</al><al>winkelhart van de regio, nog steeds de belangrijkste kantorenlocatie en het grootste</al><al>monumentale stadshart in West-Europa. Al die activiteiten en functies vormen een</al><al>kwetsbaar evenwicht, dat samen ons centrum tot één van de vitaalste binnensteden van</al><al>Europa maakt.</al><al>Om het gemengde karakter van de binnenstad te bewaren en toch ruimte te bieden voor</al><al>ontwikkelingen in de horeca, is een genuanceerd en breed gedragen beleid nodig. De</al><al>uitgangspunten daarvoor zijn in het Programakkoord 2006-2010 geformuleerd.</al><al><cursief>Terrassen</cursief></al><al>Terrassen zijn een belangrijk onderdeel van de horeca. Ze bevorderen de levendigheid in</al><al>de stad en vormen een aangename voorziening voor bewoners en bezoekers. Tevens</al><al>vergroten ze de omzet van de horeca en zijn daarmee voor deze branche een</al><al>economisch belangrijke factor. Ze zijn prominent aanwezig: de binnenstad telt 888</al><al>terrassen. Of meer beeldend: de levensgenieter die elke dag één nieuw terrasje wil</al><al>pakken, is daar twee jaar en vijf maanden onafgebroken mee bezig. Overigens hebben</al><al>terrassen voor bewoners nog een andere functie. Sommige bewoners hebben geen of</al><al>beperkte buitenruimte en mede daarom worden de vele terrassen vaak gebruikt als het</al><al>verlengde van de woning.</al><al>Er zijn ook minpunten. Het grote aantal terrassen brengt met zich mee dat zelfs als maar</al><al>een klein percentage voor problemen zorgt, het nog altijd om aanzienlijke aantallen gaat.</al><al>Het aantal klachten neemt, mede als gevolg van betere registratie, toe over</al><al>geluidsoverlast, het blokkeren van trottoirs en visuele vervuiling. Deze klachten zijn niet</al><al>nieuw, zie het rapport van Van Dijk, Someren en Partners over terrassenbeleid uit 2001.</al><al>Dit maakt regulering noodzakelijk. Het is moeilijk om daarin een evenwicht te vinden. Al</al><al>jaren discussiëren partijen over de inhoud van het terrassenbeleid, wat heeft geleid tot</al><al>een ondoorzichtig stelsel van complexe regels, proeven zonder einddatum en</al><al>(gebiedsgerichte) uitzonderingen waarvan soms de achterliggende gedachte niet meer te</al><al>achterhalen is. Het geheel is ook nog eens lastig te handhaven, als er al voldoende</al><al>handhavingscapaciteit is. Ook in het rapport van de Rekenkamer wordt hier uitgebreid op</al><al>ingegaan. In de vorige bestuursperiode is bij het vaststellen van de Horecanota (2003)</al><al>besloten om nieuw terrassenbeleid op te stellen. In reactie op de Horecanota hebben de</al><al>burgemeester en de gemeenteraad enkele nieuwe regels voor horeca en terrassen</al><al>vastgesteld. Tenslotte zijn in april 2006 in het nieuwe Programakkoord enkele</al><al>uitgangspunten voor terrassenbeleid opgenomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.1 Beleidskader</titel></kop><structuurtekst><al>Het terrassenbeleid is gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in het</al><al>Programakkoord 2006-2010, het Handboek Inrichting Openbare Ruimte en de Horecanota</al><al>2003.</al><al>In het Programakkoord 2006-2010 zijn de beleidsvoornemens voor de komende</al><al>bestuursperiode verwoord. De ambitie van het horecabeleid is gericht op een levendige</al><al>binnenstad met gemengde functies zodat er een gezond evenwicht blijft bestaan tussen</al><al>wonen, werken en recreëren. Het nieuwe terrassenbeleid moet vooral simpel en</al><al>eenduidig zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de verschillende belangen.</al><al>Voor de openbare ruimte is de ambitie van het stadsdeel als volgt omschreven: een goed</al><al>ingerichte, overzichtelijke, schone en mooie openbare ruimte draagt bij aan het gevoel</al><al>van veiligheid en daarmee aan de kwaliteit van het leven: een publieke ontmoetingsplaats</al><al>met voetgangersvriendelijke gebieden . Het uitgangspunt voor de inrichting blijft</al><al>bruikbaar, duurzaam en mooi . De openbare ruimte is in de eerste plaats functioneel</al><al>ingericht als: verblijfsgebied, voetgangersgebied en verkeersgebied.</al><al>Toegankelijkheid moet worden gewaarborgd en de privatisering tegengegaan.</al><al>Voetgangers en fietsers moeten zich overal in de binnenstad veilig en comfortabel kunnen</al><al>voortbewegen. Prioriteit wordt gegeven aan de toegankelijkheid voor ouderen en mindervaliden.</al><al>Wat betreft verkeer kiest het stadsdeelbestuur voor de volgorde 1. voetganger; 2.</al><al>fietser; 3. openbaar vervoer; 4. auto. Iedereen die zich door de binnenstad beweegt is</al><al>vroeg of laat voetganger. Er komt meer ruimte voor voetgangers en spelende kinderen op</al><al>de straten en pleinen. Voetgangers dienen zich als kwetsbare verkeersdeelnemers overal</al><al>veilig te kunnen verplaatsen door de Amsterdamse binnenstad.</al><al>In het Handboek Inrichting Openbare Ruimte zijn de uitgangspunten voor de openbare</al><al>ruimte opgenomen: de openbare ruimte moet schoon, heel, veilig en toegankelijk zijn,</al><al>waarbij de verblijf- en ontmoetingsfunctie van straten en pleinen minstens zo belangrijk</al><al>zijn . Deze standpunten vloeien voort uit vastgestelde nota s zoals de Nota</al><al>Bereikbaarheid, Evaluatienota Voetgangers in de binnenstad , Nota Op goede voet van</al><al>Saar Boerlage (2000), preadvies van B&amp;W op dit stuk (2001) en de Nota Straat in zicht .</al><al>Op 29 april 2003 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met de kaderstellende Horecanota</al><al>Naar een eigentijds, transparant horecabeleid in de Amsterdamse binnenstad . De</al><al>deelraad heeft in haar vergadering van 20 juni 2003 de horecanota voor kennisgeving</al><al>aangenomen en met zestien voorstellen ingestemd. Specifiek voor terrassen zijn de</al><al>volgende voorstellen nader uitgewerkt en uitgevoerd: het houden van proeven met</al><al>winterterrassen en gevelbanken, het afsluiten van de Reguliersdwarsstraat en het</al><al>toestaan van terrassen bij avond- en nachtzaken. Deze en andere voorstellen uit de</al><al>Horecanota 2003 zijn in deze nota opgenomen en zoveel mogelijk vertaald in helder en</al><al>handhaafbaar beleid.</al><al>Meer algemeen is bij het opstellen van het terrassenbeleid aangesloten bij de visies en</al><al>uitgangspunten zoals deze zijn neergelegd in de Nota Economie, het Beleidsplan</al><al>Binnenstad en de uitwerking van het Beleidsplan Integrale Handhaving van de sector</al><al>Bouwen en Wonen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.2 Visie op terrassen in de openbare ruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De publieke ruimte wordt in de binnenstad voor allerlei activiteiten zeer intensief gebruikt.</al><al>Belangrijk uitgangspunt is dat de publieke ruimte openbaar en voor iedereen toegankelijk</al><al>is. In eerste instantie is de openbare ruimte bedoeld voor de voetganger, zodat deze zich</al><al>veilig en niet gehinderd door objecten kan voortbewegen. Daarnaast wordt de openbare</al><al>ruimte gebruikt voor het plaatsen van objecten ten behoeve van het openbaar nut. Ten</al><al>derde is de openbare ruimte een verblijfsgebied voor iedereen. Een goed voorbeeld is het</al><al>intensief gebruik van de bankjes op de Nieuwmarkt, maar ook het gebruik van andere</al><al>plekken in de openbare ruimte dragen bij aan een intensief en toegankelijk gebruik van</al><al>het centrum.</al><al>Terrassen bepalen in een groot deel van het jaar de kwaliteit van de openbare ruimte.</al><al>Terrassen vervullen een belangrijke rol voor de sfeer in het stadsdeel en fungeren als</al><al>ontmoetingsplaats voor bezoekers en bewoners. Daarnaast hebben terrassen een</al><al>economische functie omdat zij de exploitatiemogelijkheden van horecabedrijven</al><al>verruimen. Er is echter geen sprake van het recht op een terras . Er kan pas een</al><al>vergunning voor een terras worden verleend indien de eerder genoemde functies niet in</al><al>het geding zijn en voldaan wordt aan het toetsingskader in deze beleidsnota.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.3 Doelstelling terrassenbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>Het terrassenbeleid heeft tot doel:</al><al>1. het bijdragen aan de verlevendiging en gastvrijheid van het stadsdeel;</al><al>2. het reguleren van de ingebruikneming van de openbare ruimte ten behoeve van</al><al>een terras door middel van simpele en handhaafbare regels.</al><al>3. het waarborgen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte;</al><al>4. het waarborgen van de verkeersveiligheid;</al><al>5. het waarborgen van de openbare orde en het woon- en leefklimaat;</al><al>6. het reduceren van de administratieve lasten.</al><al>Het oude terrassenbeleid is op veel punten achterhaald en onduidelijk. Er wordt gewerkt</al><al>met vele uitzonderingen en er zijn gebiedsgerichte binnenstadsituaties ontwikkeld waar</al><al>niet iedereen van op de hoogte is of waarvan de achterliggende gedachte en afspraken</al><al>soms verloren zijn gegaan. Daarnaast blijkt uit een onderzoek in 2004 dat de overlast</al><al>onder bewoners ten aanzien van versperring en geluid ten opzichte van 2002 is</al><al>toegenomen. En niet in de laatste plaats werkt het dagelijks bestuur aan minder maar</al><al>beter handhaafbare regels.</al><al>Deze nota is een mengeling van oude en nieuwe regels. Bestaande ideeën en regels zijn</al><al>in het verleden niet SMART geformuleerd. Daarom zijn deze regels in deze nota</al><al>aangescherpt met zo min mogelijk uitzonderingen met als doel een duidelijk en eigentijds</al><al>terrassenbeleid.</al><al>Stadsdeel Centrum heeft tot doel om de administratieve lasten met 25% te reduceren. In</al><al>deze nota staan alle regels opgenomen voor het verkrijgen van een vergunning voor een</al><al>terras. Voor een horeca-ondernemer wordt het makkelijker te achterhalen of hij in</al><al>aanmerking komt voor een vergunning. Daarnaast zal de besluitvorming van het</al><al>stadsdeel sneller verlopen, vanwege het nieuwe terrassenbeleid. Hierdoor kan de</al><al>doorlooptijd voor exploitatievergunningen voor een terras verkort worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.4 Cijfers</titel></kop><structuurtekst><al>Ons stadsdeel telt 1765 alcoholschenkende en alcoholvrije horecazaken (Bron: Systeem</al><al>Horeca, 23 mei 2007). Van deze 1765 zaken hebben er 888 (50,3 procent) een terras.</al><al>Het overgrote deel van alle terrassen is ongebouwd. 61 Horecagelegenheden hebben een</al><al>gebouwd terras. De meeste terrassen bevinden zich bij cafés en restaurants.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.5 Juridisch kader</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>De bevoegdheden met betrekking tot terrassen, in het bijzonder de relatie tussen de</al><al>burgemeester, de voorzitter van het dagelijks bestuur en het dagelijks bestuur vindt zijn</al><al>grondslag in de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV), de Gemeentewet en de</al><al>Verordening op de stadsdelen. In de volgende twee paragrafen is deze relatie</al><al>weergegeven.</al><al>Het eerste lid van artikel 174 Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester is belast met het</al><al>toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het</al><al>publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. In het derde lid van artikel</al><al>174 staat dat de burgemeester is belast met de uitvoering van de verordeningen</al><al>voorzover deze betrekking hebben op het toezicht als bedoeld in het eerste lid.</al><al>Op grond van artikel 3.2 van de APV is het verboden om zonder vergunning van de</al><al>burgemeester een horecabedrijf te exploiteren.</al><al>In artikel 3.1 van de APV is vastgelegd dat onder een horecabedrijf mede moet worden</al><al>verstaan: een bij een dergelijk bedrijf behorend terras .</al><al>Bijzonder aan een exploitatievergunning met terras is dat daarin twee soorten belangen</al><al>worden meegewogen die eigenlijk van huis uit bij twee verschillende organen thuishoren,</al><al>te weten:</al><al>1. openbare orde en bescherming woon- leefklimaat (bevoegdheid van de</al><al>burgemeester);</al><al>2. de ordening van de functies van de openbare ruimte (bevoegdheid van het dagelijks</al><al>bestuur).</al><al>Gelet op deze twee verschillende belangen had de gemeenteraad er destijds voor kunnen</al><al>kiezen om voor een terras twee vergunningplichten in het leven te roepen (één door de</al><al>burgemeester en één door het dagelijks bestuur te verlenen vergunning). Dat is niet</al><al>gebeurd. De gemeenteraad heeft gekozen voor één vergunningplicht. Gelet op de tekst</al><al>van artikel 174 van de Gemeentewet werd de burgemeester het bevoegde orgaan.</al><al><cursief>Bevoegdheid</cursief></al><al>Behalve de Gemeentewet en de APV hebben we ook te maken met de Verordening op de</al><al>stadsdelen. In de Verordening op de stadsdelen is bepaald dat de bevoegdheden van de</al><al>burgemeester met betrekking tot de horeca niet kunnen worden gedelegeerd</al><al>(overgedragen) aan een ander orgaan. Overdracht van deze bevoegden zou in strijd zijn</al><al>met de Gemeentewet. Daarom is ervoor gekozen de horecabevoegdheden te</al><al>mandateren, en wel aan de voorzitter van het dagelijks bestuur. De voorzitter van het</al><al>dagelijks bestuur oefent deze bevoegdheden uit in naam van de burgemeester.</al><al>Met betrekking tot terrassen betekent dit dat de voorzitter van het dagelijks bestuur</al><al>beslissingen over exploitatievergunning met terrassen en daarop betrekking hebbende</al><al>handhavingsbesluiten mag nemen namens de burgemeester. Ook mag de voorzitter van</al><al>het dagelijks bestuur (namens de burgemeester) wegen aanwijzen waarop geen terras</al><al>mag worden geëxploiteerd.</al><al><cursief>Grondslag voor het terrassenbeleid</cursief></al><al>Bij besluit van 21 april 2005 heeft de Burgemeester van Amsterdam een aantal hem</al><al>toekomende bevoegdheden gemandateerd aan de voorzitters van de stadsdelen. Onder</al><al>meer is mandaat verleend voor de bevoegdheid op grond van artikel 3.5 van de APV. Tot</al><al>het mandaat behoort het beslissen op een aanvraag voor een vergunning met betrekking</al><al>tot de ingebruikneming van de weg ten behoeve van een terras, het aanwijzen van wegen</al><al>waar geen terras mag worden geëxploiteerd en het vaststellen van beleidsregels ten</al><al>aanzien van de ingebruikneming van de weg ten behoeve van een terras. Van deze</al><al>laatste bevoegdheid is bij de vaststelling in mandaat van de Terrassennota 2008 gebruik</al><al>gemaakt.</al><al>In artikel 3.5 tweede lid wordt bepaald dat de Burgemeester de ingebruikneming van de</al><al>weg kan weigeren;</al><lijst><li nr="a."><al>als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert</al><al>voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; </al></li><li nr="b."><al>als dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en</al><al>onderhoud van de weg; </al></li><li nr="c."><al>als dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare</al><al>ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. </al></li></lijst><al>Als aan de beleidsregels wordt voldaan is er geen weigeringsgrond en dus geen gevaar</al><al>voor de bruikbaarheid van de weg en is er sprake van doelmatig en veilig gebruik. Als op</al><al>grond van het beleid een terrasvergunning wordt verleend betekent dat tevens dat het</al><al>gebruik als terras geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van</al><al>de weg. De beleidsregels geven voorts invulling aan het begrip andere publieke functies</al><al>van de openbare ruimte. Aan de exploitatievergunning worden ten aanzien van het terras</al><al>voorschriften verbonden. De grondslag daarvoor wordt gevonden in artikel 1.6 van de</al><al>APV. Dit artikel bevat de mogelijkheid om aan een vergunning voorschriften en</al><al>beperkingen te verbinden die strekken tot bescherming van het belang of de belangen in</al><al>verband waarmee het vereiste van de vergunning is gesteld. Het spreekt voor zich dat de</al><al>in de vergunning opgenomen voorschriften pas aan de orde komen als zich op grond van</al><al>de APV en het beleid geen weigeringsgronden voordoen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.6 Overgangsregeling </titel></kop><structuurtekst><al>In deze nota zit een aantal nieuwe en / of aangepaste regels. Voor sommige horecazaken</al><al>kan dit gevolgen hebben voor de exploitatie van het terras. De overgangstermijn wordt</al><al>gesteld op 3 jaar. Dat wil zeggen dat drie jaar na vaststelling van dit beleid bepaalde</al><al>situaties niet meer zijn toegestaan en daarom verwijderd (aangepast) dienen te zijn. Deze</al><al>overgangsregeling geldt alleen voorzover de betreffende horecazaak in het bezit is van</al><al>een vergunning voor de genoemde situatie. De termijn van drie jaar is een redelijke</al><al>termijn en geeft ondernemers de mogelijkheid om hun exploitatie aan te passen. Indien</al><al>een horecazaak in de tussen tijd wordt overgedragen, dan blijft de overgangstermijn van</al><al>kracht. Met andere woorden, drie jaar na vaststelling van dit beleid zijn alle situaties</al><al>tegelijkertijd aangepast.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.7 Opbouw nota</titel></kop><structuurtekst><al>Het voorliggende terrassenbeleid bestaat uit een aantal hoofdstukken waarin de</al><al>verschillende aspecten van terrassen in de binnenstad wordt besproken. Na dit inleidende</al><al>hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 nader ingegaan op het begrip terras en de wijze van het</al><al>aanvragen van een vergunning voor een terras.</al><al>Hoofdstuk 3 behandelt de vijf uitgangspunten voor het plaatsen van een terras. Per</al><al>uitgangspunt is een toelichting opgenomen en zijn de uitzonderingen uitgewerkt.</al><al>Daarnaast gaat dit hoofdstuk over de inrichting van het terras. Daarbij gaat het om welke</al><al>objecten geplaatst mogen worden en welke eisen gesteld worden aan reclame op</al><al>terrasobjecten.</al><al>In hoofdstuk 4 zijn voor zowel gevelbanken als terrassen de vergunningvoorwaarden in</al><al>het zomer- en winterseizoen overzichtelijk weergegeven. Daarnaast zijn de voorschriften</al><al>voortvloeiende uit andere regelgeving opgenomen.</al><al>Alle overige terrasgerelateerde onderwerpen, bijvoorbeeld sta-terrassen, gebouwde</al><al>terrassen, leges, precario, terrassen niet op de openbare weg, terrasverwarming,</al><al>geluidsoverlast en het opheffen van parkeerplaatsen zijn opgenomen in hoofdstuk 5.</al><al>In hoofdstuk 6 wordt tot slot nader ingegaan op het aspect handhaving.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2 Algemeen</titel></kop></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.1 Definities en regelgeving</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Definitie terras</cursief></al><al>Wat precies onder een terras moet worden verstaan is geregeld in artikel 3.1, aanhef en</al><al>onder c van de APV. Volgens deze bepaling is een terras:</al><al><cursief>een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar</cursief></al><al><cursief>zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden</cursief></al><al><cursief>geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid en/of</cursief></al><al><cursief>verstrekt .</cursief></al><al>Een terras kan zowel gebouwd als ongebouwd zijn. Een terras noemen we gebouwd</al><al>wanneer het een overdekte en/of door wanden omgeven ruimte betreft. Deze nota gaat</al><al>over ongebouwde terrassen.</al><al><vet>Geldend beleid</vet></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.1.1 Algemene Plaatselijke Verordening</titel></kop><structuurtekst><al>De regels die in de APV zijn gesteld met betrekking tot terrassen dienen twee doelen:</al><al><cursief>1. bescherming woon- en leefklimaat en openbare orde</cursief></al><al>In artikel 3.2, tweede lid, is te lezen dat op deze gronden de vergunning geweigerd</al><al>kan worden. Daarnaast kan een vergunning worden geweigerd als het terras in strijd</al><al>is met het bestemmingsplan (artikel 3.2, vierde lid) en tot slot is van belang dat een</al><al>vergunning voor een terras alleen wordt verleend als het terras onderdeel uitmaakt</al><al>van een horecabedrijf (artikel 3.1, aanhef en onder c);</al><al><cursief>2. verdeling en bescherming van de openbare ruimte</cursief></al><al>Zie hiervoor artikel 3.5 van de APV. Het gaat bijvoorbeeld om het aanwijzen van</al><al>wegen waar geen terrassen zijn toegestaan, maar ook welke delen van de openbare</al><al>weg geschikt worden geacht voor een terras.</al><al>Verder zijn in de APV regels te vinden over het intrekken en wijzigen van vergunningen</al><al>(artikel 1.7 en artikel 3.2, achtste lid APV). Artikel 3.2 zesde lid regelt de openingstijden</al><al>van een terras.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.1.2 Drank- en Horecawet</titel></kop><structuurtekst><al>Naast de verplichting tot een exploitatievergunning, is er in het kader van de Drank- en</al><al>Horecawet ook een vergunning nodig voor alcoholschenkende horecabedrijven. In deze</al><al>vergunning wordt ook het terras vermeld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.1.3 Wet milieubeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Op horecabedrijven is het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer</al><al>van toepassing. Een terras vormt onderdeel van het horecabedrijf en daarom is dit besluit</al><al>in beginsel ook op terrassen van toepassing. Het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen</al><al>milieubeheer bevat algemene voorschriften waaraan alle bedrijven die onder</al><al>de werking van het besluit vallen, moeten voldoen. De voorschriften uit het besluit ten</al><al>aanzien van afval en geluid zijn nader uitgewerkt in paragraaf 5.10 en paragraaf 6.1.5.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.1.4 Bouwverordening Amsterdam 2006</titel></kop><structuurtekst><al>Ook in de Bouwverordening Amsterdam 2006 is een aantal bepalingen opgenomen die</al><al>hetzij direct, hetzij indirect van toepassing zijn op het plaatsen van terrassen. Het gaat</al><al>daarbij om het vrijhouden van vluchtwegen, maar ook de bereikbaarheid / toegankelijkheid</al><al>van gebieden door nood- en hulpdiensten (brandweer, ambulance) en het vrijhouden van</al><al>brandkranen. In de artikelen 6.4.1 en 6.5.1 van de Bouwverordening zijn hierover</al><al>voorschriften opgenomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.1.5 Het terrassenbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>De grondslag voor het beleid vormt artikel 3.5 van de APV. De beleidsregels stammen uit</al><al>1992 en daarnaast zijn er draaiboeken geschreven over terrashandhaving in 1995 en</al><al>1996. De beleidsregels uit 1992 en de draaiboeken vormen de basis voor het huidige</al><al>beleid. In 1992 werd al besloten dat een terras in een straat niet verkeersbelemmerend is,</al><al>indien er tenminste 1,50 meter voor de voetgangers overblijft. Terrassen moeten voor de</al><al>gevel geplaatst worden en bij bepaalde straten zoals de Kalverstraat, Nieuwendijk,</al><al>Heiligeweg en de Amstelstraat waren geen terrassen toegestaan. Voor de Leidsebuurt</al><al>was echter een uitzondering gemaakt. In bepaalde straten mocht het terras op het hele</al><al>trottoir.</al><al>In de draaiboeken van 1995 en 1996 is de terrassenhandhaving voor het eerst vorm</al><al>gegeven. Daarnaast werd het Tropisch Weer Scenario ingevoerd en werd vastgesteld dat</al><al>terrassen op kopprofielen ongewenst zijn. Verder werd besloten om terughoudend om te</al><al>gaan met terrassen aan de overzijde van de weg en bovendien werden terrassen aan de</al><al>rijwegzijde niet vergund. Dit alles in verband met de verkeersveiligheid.</al><al>Tot slot werd ook in 1995 / 1996 aangegeven dat een buurtgerichte aanpak gewenst was.</al><al>Voor de Leidsebuurt, Nieuwmarkt, Damrak en Kalverstraat / Nieuwendijk waren al</al><al>speciale regelingen en in 1998 zou de Jordaan volgen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>2.2 Aanvragen van een exploitatievergunning met terras</titel></kop><structuurtekst><al>Indien een exploitant van een horecaonderneming in het bezit wenst te komen van een</al><al>exploitatievergunning voor een ongebouwd terras dient hij een aanvraag in te dienen bij</al><al>de afdeling Vergunningen Gebruik (sector Bouwen &amp; Wonen).</al><al>Een aanvraag dient tenminste een tekening op schaal te bevatten waaruit duidelijk is op</al><al>te maken waar het gewenste terras of de gewenste gevelbank gesitueerd moet worden.</al><al>Op de tekening moeten ook duidelijk de toegang en de nooduitgangen van de horecazaak</al><al>(indien deze op het terras uitkomen) worden weergegeven.</al><al>De aanvraag wordt voor advies doorgestuurd naar de gebiedsbeheerder van de sector</al><al>Openbare Ruimte. In voorkomende gevallen wordt advies gevraagd aan de</al><al>verkeerspolitie, de politie van het wijkteam waar de horecagelegenheid onder valt en/of de</al><al>Brandweer Amsterdam.</al><al>De aanvraag voor een terras wordt gepubliceerd in het Stadsdeelnieuws.</al><al>Belanghebbenden hebben twee weken de tijd om hun zienswijze kenbaar te maken.</al><al>Aan de hand van het beleid en de eventuele adviezen van de eerder genoemde instanties</al><al>wordt de aanvraag beoordeeld.</al><al>Na de beoordeling zijn er drie mogelijkheden:</al><al>1. er wordt een exploitatievergunning voor het terras afgegeven conform de aanvraag;</al><al>2. er wordt slechts een deel van de aanvraag gehonoreerd;</al><al>3. de exploitatievergunning voor een terras wordt in zijn geheel geweigerd.</al><al>Bij een (gedeeltelijk) positief besluit maakt het stadsdeel een tekening van het terras.</al><al>Deze gewaarmerkte tekening is onderdeel van de exploitatievergunning.</al><al>Op de exploitatievergunning wordt de openingstijd van het terras of gevelbank voor zowel</al><al>het zomer- als winterseizoen vermeld. In onderstaande tabel staan de algemene tijden</al><al>voor dagzaken weergegeven:</al><table><title>Tabel 1: Algemene openingstijden terassen</title><tgroup cols="3"><colspec colnum="3" colname="C3"></colspec><colspec colnum="2" colname="C2"></colspec><colspec colnum="1" colname="C1"></colspec><colspec colnum="0" colname="C0"></colspec><tbody><row><entry><al></al></entry><entry><al>Week</al></entry><entry><al>Weekeinde</al></entry></row><row><entry><al>Zomerseizoen</al></entry><entry><al>07.00 uur-01.00 uur</al></entry><entry><al>07.00 uur-02.00 uur</al></entry></row><row><entry><al>Winterseizoen</al></entry><entry><al>10.00 uur-20.00 uur</al></entry><entry><al>10.00 uur-20.00 uur</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Als gevolg van de wijziging van de APV mogen ook avond- en nachtzaken (vanaf 9.00</al><al>uur) een terras plaatsen. Op de vergunning kan een eerdere sluitingstijd worden vermeld.</al><al>In de Jordaan geldt bijvoorbeeld voor een aantal zaken in smalle straten een sluitingstijd</al><al>van 23.00 uur.</al><al>De weigeringsgronden voor een terras staan in de artikelen 3.2 en 3.5 van de APV en in</al><al>het terrassenbeleid. Bij het niet verder behandelen van de aanvraag of het weigeren van</al><al>de vergunning kan de exploitant, op verzoek, 25% van de betaalde leges terugbetaald</al><al>krijgen. In het kader van de dienstverlening stelt het dagelijks bestuur voor om deze</al><al>regeling te vereenvoudigen. Een exploitant krijgt in dit soort gevallen automatisch 25%</al><al>van de betaalde leges terug.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3 Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al>Voor het bepalen van locaties waar terrassen wel of niet mogelijk zijn, staat de</al><al>toegankelijkheid van de openbare ruimte voor voetgangers voorop. Naast de</al><al>doorloopruimte zijn ook de leefbaarheid, openbare orde, de verkeersveiligheid en overige</al><al>(publieke) gebruiksfuncties belangrijke toetsingsfactoren voor het al dan niet toestaan van</al><al>een terras. Verder moeten de regels simpel en handhaafbaar zijn en moet er voldoende</al><al>handhavingscapacitieit zijn.</al><al>In dit hoofdstuk worden de wijze van meten, de afmetingen en de situering van terrassen</al><al>en gevelbanken behandeld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.1 Uitgangspunten terrassen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de beoordeling of een terras is toegestaan en welke afmeting dat terras dan mag</al><al>hebben gelden de volgende hoofdregels:</al><lijst><li nr="•"><al>de op het trottoir aanwezige doorloopruimte voor voetgangers bedraagt</al><al>minimaal 1,50 meter; </al></li><li nr="•"><al>het terras moet direct aansluitend aan en recht voor en / of tegenover de</al><al>gevel worden geplaatst; </al></li><li nr="•"><al>het terras is niet breder dan de gevel; </al></li><li nr="•"><al>de minimale diepte van een terras is 0,8 meter; </al></li><li nr="•"><al>de maximale diepte van een terras bedraagt 3,5 meter of de helft van het</al><al>trottoir indien het trottoir breder is dan 7 meter. </al></li></lijst><al>In de volgende paragrafen wordt elk van de vijf bovenstaande hoofdregels toegelicht en</al><al>vervolgens worden de bijzonderheden en uitzonderingen behandeld.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.1.1 Vrije doorloopruimte voor voetgangers en mindervaliden</titel></kop><structuurtekst><al>Voetgangers en minder validen moeten van de stoep gebruik kunnen maken. Het is</al><al>vanwege de (verkeers)veiligheid onwenselijk dat voetgangers door een terras op de</al><al>rijbaan moeten lopen. Uit onderzoek (informatie: website SWOV (nationale</al><al>wetenschappelijke instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek)) blijkt dat het grootste</al><al>aantal ernstige ongevallen met voetgangers plaatsvindt in gevallen waarbij voetgangers</al><al>van de rijbaan gebruik maken.</al><al><cursief>1. Om de doorloopruimte en veiligheid van voetgangers en mindervaliden te</cursief></al><al><cursief>waarborgen geldt de standaardmaat van minimaal 1,50 meter vrije</cursief></al><al><cursief>doorloopruimte.</cursief></al><al>Een veilige doorloopruimte is voldoende breed indien mensen elkaar goed kunnen</al><al>passeren. Daarnaast is het trottoir obstakelvrij, dat betekent dat straatmeubilair,</al><al>(winkel)uitstallingen en terrassen buiten de looproute zijn geplaatst. Algemeen kan van</al><al>een veilige doorloopruimte worden gesproken indien deze minimaal 1,50 meter bedraagt.</al><al>De standaard van 1,50 meter is gebaseerd op Het handboek voor Toegankelijkheid</al><al>(Elsevier bedrijfsinformatie en de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland).</al><al>Dit handboek bevat richtlijnen voor de toegankelijkheid (doorgankelijkheid, bruikbaarheid</al><al>en aanpasbaarheid) van woonomgeving, gebouwen en woningen. De 1,5 meter norm is</al><al>als standaard opgenomen in het op 7 juli 2000 door de gemeenteraad vastgestelde</al><al>Handboek Inrichting Openbare Ruimte Binnenstad . Deze standaard wordt bij het</al><al>vergunnen van alle objecten gehanteerd.</al><al><vet>Wijze van meten</vet></al><al>Het voornaamste uitgangspunt voor het bepalen van locaties waar terrassen wel of niet</al><al>mogelijk zijn, is de doorloopruimte van minimaal 1,50 meter voor voetgangers.</al><al>Om deze doorloopruimte te kunnen bepalen is een aantal meetcriteria opgesteld.</al><al>Bij Amsterdammertjes en andere fysieke afscheidingen (bijvoorbeeld een verhoogde</al><al>trottoirband, een hek, een molgoot, een prullenbak of een lantaarnpaal) wordt de</al><al>doorloopruimte vanaf de fysieke afscheiding gemeten tot aan het terras (nummer 2 op</al><al>figuur 1, bijlage A).</al><al>Bij een trottoir zonder meubilair wordt gemeten tot en met de stoeprand (nummer 3 op</al><al>figuur 1, bijlage A).</al><al>Onder stoeprand wordt verstaan de rand van de trottoirband of andere afscheiding tussen</al><al>stoep en rijweg of fietspad. Dit betekent dat de trottoirband wordt meegerekend (zie figuur</al><al>2, bijlage B).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.1.2 Situering van het terras</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>2. Een terras mag uitsluitend worden ingericht direct aansluitend aan de gevel</cursief></al><al><cursief>van het betreffende horecabedrijf (zie figuur 3, bijlage C).</cursief></al><al>Het is niet toegestaan het volledige trottoir in te richten als terras waarbij er halverwege</al><al>een vrije doorgang van 1,50 (het zogenaamde gesplitste terras ) meter wordt</al><al>aangehouden. Deze regel is gesteld omdat de vrije doorloopruimte in deze situatie in de</al><al>praktijk dichtslibt (zie figuur 4, bijlage D).</al><al>In de praktijk bestaat er slechts één uitzondering op deze regel. Aan de westzijde van de</al><al>Nieuwmarkt zijn gesplitste terrassen wel toegestaan.</al><al><cursief>Overzijde weg</cursief></al><al>Van het uitgangspunt dat terrassen direct aan de gevel worden geplaatst, kan worden</al><al>afgeweken als er sprake is van een rijweg met éénrichtingsverkeer en na advies van de</al><al>verkeerspolitie. Bij tweerichtingsverkeer met een 30 kilometerzone kan na advies van de</al><al>verkeerspolitie in bijzondere gevallen van dit beleid worden afgeweken. Ook dient er recht</al><al>tegenover de gevel van het horecabedrijf ruimte aan de overzijde van weg beschikbaar te</al><al>zijn. Het is mogelijk om zowel een terras direct aan de gevel te hebben als een terras aan</al><al>de overzijde.</al><al>Als de openbare ruimte aan de overzijde al voor een ander doel in gebruik is</al><al>(fietsenrekken, parkeermeters, lantaarnpalen, bankjes, nutsvoorzieningen, zelfbeheer</al><al>projecten, enzovoort) dan wordt geen vergunning voor een terras verleend.</al><al>Een terras wordt niet voor andermans gevel geplaatst. Dit is een belangrijke reden</al><al>waarom terrassen direct aansluitend aan de gevel worden geplaatst. Dit uitgangspunt</al><al>gaat ook op voor terrassen aan de overzijde van de weg. Hierdoor kunnen er bijvoorbeeld</al><al>geen terrassen geplaatst worden aan de gevel van een woonboot.</al><al>De afmetingen van het terras aan de overzijde van de rijweg kunnen worden beperkt in</al><al>het belang van een goede verdeling van de openbare ruimte, de verkeersveiligheid en de</al><al>bescherming van de zich in die ruimte bevindende objecten, zoals bomen. Indien er een</al><al>boom staat dan zal de voor een terras beschikbare ruimte altijd worden gemeten vanaf de</al><al>boomkrans of vanaf het om de boom geplaatste hekje. Om het zicht voor anderen dan de</al><al>terrasbezoeker zo min mogelijk te belemmeren zijn terrasschotten aan de overzijde van</al><al>de weg niet toegestaan. Voorts kunnen eisen worden gesteld ten aanzien van de</al><al>veiligheid. Het zal bij terrassen aan de overzijde in de meeste gevallen gaan om openbare</al><al>ruimte die direct grenst aan water. Indien bij hoge uitzondering een terras aan de</al><al>overzijde niet aan het water grenst (bijvoorbeeld een middenterrein), dan geldt de</al><al>maximale diepte van 3,5 meter.</al><al><cursief>Kopprofiel</cursief></al><al>Het is niet toegestaan om een terras op een kopprofiel te plaatsen. Het begrip kopprofiel</al><al>kan als volgt worden omschreven: dat gedeelte van het trottoir dat daar extra aan is</al><al>toegevoegd indien de buitenkant van het trottoir in gedachten door wordt getrokken.</al><al>Kopprofielen zijn onder andere aangelegd om een veilige oversteekplaats voor</al><al>voetgangers te creëren. Een terras op deze plek vergroot de onveiligheid voor de</al><al>voetganger. Het verbod om op een kopprofiel een terras te plaatsen vloeit overigens al</al><al>voort uit het algemene verbod van gesplitste terrassen en het verbod op het plaatsen van</al><al>terrassen aan de rijwegzijde. Hieronder wordt aangegeven wat onder een kopprofiel</al><al>verstaan wordt. Daarnaast wordt aangegeven welk gedeelte van het trottoir gebruikt mag</al><al>worden voor een terras. Het vrijhouden van het kopprofiel en de doorloopruimte van 1,50</al><al>meter staan daarbij centraal.</al><al>(Zie voorbeeld kopprofiel, bijlage E).</al><al><cursief>Terrassen in stegen en autovrije straten</cursief></al><al>Terrassen in stegen (met uitsluitend een voetgangersfunctie) zijn toegestaan onder de</al><al>voorwaarde dat er minimaal 1,50 meter vrije doorloopruimte voor voetgangers</al><al>gewaarborgd is. Indien in een steeg twee zaken recht tegenover elkaar liggen zal in</al><al>overleg met de gebiedsbeheerder een oplossing worden gezocht, waarbij de 1,50 meter</al><al>norm gewaarborgd blijft. Voor sommige stegen moet er meer ruimte overblijven (3,50</al><al>meter), omdat de rijroutes van de nood- en hulpdiensten gewaarborgd moeten blijven.</al><al><cursief>Terrassen in winkelcentra of andere openbare (overdekte) ruimten</cursief></al><al>Voor terrassen in overdekte winkelcentra of andere overdekte ruimten, althans indien de</al><al>ruimte als openbare weg kan worden aangemerkt, gelden de algemene regels voor het</al><al>plaatsen van een terras. Dat wil zeggen terrassen zijn toegestaan direct voor en</al><al>aansluitend aan de gevel van het horecabedrijf. Ook de norm van 1,50 m doorloopruimte</al><al>geldt hier onverkort. Omdat in winkelcentra vaak sprake zal zijn van grote drukte, zal de</al><al>gebiedsbeheerder per geval beoordelen of een bredere doorloopruimte nodig is.</al><al><cursief>Brugvleugels</cursief></al><al>In de praktijk is gebleken dat bij terrassen op brugvleugels voetgangers in veel gevallen</al><al>gedwongen worden om van de rijweg gebruik te maken. Daarmee gaan de</al><al>oorspronkelijke functie van de brugvleugel en de reden waarom deze zo royaal is</al><al>aangelegd geheel verloren. Daarom is het uitgangspunt voor het nieuwe beleid dat de</al><al>voetgangers geen gebruik hoeven te maken van de rijweg. Het oversteken moet</al><al>gewaarborgd blijven, want het komt nu te vaak voor dat voetgangers als gevolg van een</al><al>terras op de rijweg moeten lopen. Hieronder wordt door middel van een tekening deze</al><al>regel verduidelijkt (zie bijlage F).</al><al>Bestaande terrassen met een vergunning die niet voldoen aan deze eisen vallen onder de</al><al>overgangsregeling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.1.3 Breedte terras</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>3. Een terras is niet breder dan de gevel.</cursief></al><al>Deze hoofdregel is gesteld om hinder voor derden zoveel mogelijk te voorkomen of te</al><al>beperken. Er wordt slechts een vergunning afgegeven voor een terras dat niet breder is</al><al>dan de gevel van de betrokken horecazaak.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.1.4 Minimale diepte van een terras</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>4 De minimale diepte van een terras is 0,80 meter</cursief></al><al>Dit is een oude regel, die in deze nota nogmaals bevestigd wordt. In 1996 is deze</al><al>minimale maat van 0,80 meter al ingevoerd. Er is toen besloten dat voor reeds vergunde</al><al>terrassen een uitsterfregeling zou gelden. Bij wijziging van exploitant kon geen nieuwe</al><al>vergunning verkregen worden. De uitsterfregeling vervalt. Voor de gevelbanken gelden</al><al>andere afmetingen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.1.5 Maatvoering van het terras</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>5 de maximale diepte van een terras bedraagt 3,5 meter of de helft van het</cursief></al><al><cursief>trottoir indien het trottoir breder is dan 7 meter</cursief></al><al>Om een evenwichtige verdeling tussen het gebruik als terras en de overige</al><al>publieksfuncties van de openbare ruimte te waarborgen is als uitgangspunt een maximum</al><al>diepte van 3,5 meter gesteld. Een brede straat heeft een bepaalde ruimtelijke uitstraling</al><al>en de aanleg van een dergelijke straat is niet slechts bedoeld om brede terrassen mogelijk</al><al>te maken. De achterliggende gedachte van de ruimtelijke uitstraling moet zo veel mogelijk</al><al>behouden blijven.</al><al>Deze verdeling geldt niet voor de uitzonderingen (3.7) waarbij ofwel het gehele trottoir</al><al>gebruikt mag worden voor het terras (Leidsebuurt) of al een maximale maat is gegeven.</al><al>Voor terrassen op pleinen is deze maatvoering niet van toepassing (3.7.2).</al><al><cursief>Rekenvoorbeeld I</cursief></al><al>Het trottoir heeft een breedte van 10 meter. Dit betekent dat het terras maximaal 5 meter</al><al>mag bedragen (de helft van 10 meter). De vrije doorloopruimte bedraagt minstens 5</al><al>meter.</al><al><cursief>Rekenvoorbeeld II</cursief></al><al>Het trottoir heeft een breedte van 4 meter. Dit betekent dat het terras maximaal 2,5 meter</al><al>mag bedragen. De doorloopruimte is gesteld op 1,5 meter.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.2 Uitgangspunten gevelbanken</titel></kop><structuurtekst><al>In de Horecanota 2003 is opgenomen dat er proeven worden gehouden met het plaatsen</al><al>van gevelbanken in de Haarlemmerstraat, Haarlemmerdijk, Warmoesstraat en Zeedijk. In</al><al>de volgende paragrafen zijn de uitkomsten van deze proeven weergegeven.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.2.1 Evaluatie gevelbanken Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk</titel></kop><structuurtekst><al>De proef met de gevelbanken in de Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk is op1 juli 2004</al><al>ingegaan en had een duur van 2 jaar. De proef is formeel geëindigd op 1 juli 2006.</al><al>Bij deze proef waren gevelbanken toegestaan indien het trottoir minimaal 2,3 meter breed</al><al>(0,8 meter gevelbank en 1,5 meter vrije doorloopruimte) is.</al><al>Uit de evaluatie blijkt dat zowel ondernemers, bewoners als bezoekers de gevelbanken</al><al>als positief hebben ervaren. Bewoners en bezoekers hebben gevelbanken gebruikt om af</al><al>en toe uit te rusten, waardoor het bankje ook functioneerde als ontmoetingsplek.</al><al>Ondernemers geven aan dat de gevelbank klanten trekt, voornamelijk doordat de klanten</al><al>zien dat de zaak geopend is.</al><al>De reinigingspolitie heeft tijdens haar controles geen problemen gehad met de</al><al>gevelbanken. Er zijn bij het stadsdeel ook geen klachten binnengekomen over de</al><al>gevelbanken. Ook het toestaan van het Tropisch Weer Scenario sinds medio 2005 heeft</al><al>niet geleid tot verkeersbelemmerende situaties.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.2.2 Tussentijdse evaluatie gevelbanken Warmoesstraat en Zeedijk</titel></kop><structuurtekst><al>De proef in de Warmoesstraat en Zeedijk is gestart op 1 april 2005. Bij deze proef zijn</al><al>andere afmetingen gebruikt. Gevelbanken zijn toegestaan indien het trottoir minimaal 1,8</al><al>meter breed (0,8 meter gevelbank en 1,0 meter vrije doorloopruimte) is.</al><al>Uit de eerste ervaringen blijkt dat ook hier de gevelbanken als positief worden ervaren.</al><al>Het meest genoemde argument door bewoners en ondernemers is dat het overlast /</al><al>samenscholing van verslaafden tegengaat. Er is sprake van een toegenomen sociale</al><al>controle waardoor de veiligheid verbeterd is.</al><al>In het begin van de proef zijn in de Warmoesstraat en Zeedijk de terrassen uitgewaaierd,</al><al>doordat tafels en stoelen werden bijgeplaatst. Het bijplaatsen van tafels, stoelen of andere</al><al>objecten is niet toegestaan.</al><al>In de Warmoesstraat en Zeedijk is een aantal gevelbanken aan de gevels bevestigd.</al><al>Gedurende de proef mochten deze blijven hangen. Na afloop van de proef dienen deze</al><al>banken verwijderd te zijn en worden - indien mogelijk - vervangen door een reguliere</al><al>gevelbank. Na vaststelling van dit beleid dienen deze gebouwde gevelbanken verwijderd</al><al>te worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.2.3 Conclusies uit de proeven</titel></kop><structuurtekst><al>Uit de reacties en bevindingen van zowel ondernemers, burgers, gebruikers als het</al><al>stadsdeel kan de conclusie worden getrokken dat de gevelbank een positieve bijdrage</al><al>levert aan het straatbeeld. Ondernemers krijgen door het plaatsen van een gevelbank de</al><al>mogelijkheid om hun exploitatie uit te breiden. Bijkomend voordeel voor de ondernemers</al><al>is dat het voor passanten duidelijk is dat de horecazaak geopend is. In de</al><al>Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk heeft de gevelbank bijgedragen aan een</al><al>verlevendiging van de buurt. In deze straten is tijdens de proef periode gekozen om</al><al>éénzelfde gevelbank door iedere ondernemer te laten plaatsen. Dit geeft deze straten een</al><al>mooie en verzorgde uitstraling. Op de Warmoesstraat en Zeedijk heeft de proef geleid tot</al><al>verlevendiging van de buurt wat tot gevolg heeft dat er op straat meer sociale controle is</al><al>en overlast / samenscholing van verslaafden is tegengegaan.</al><al>De minimale vrije doorloopruimte voor voetgangers is in beide proeven verschillend</al><al>geweest. Omdat de straten zo smal zijn, is op de Warmoesstraat en Zeedijk een vrije</al><al>doorloopruimte gehanteerd van 1,00 meter. Bij 1,50 meter vrije doorloopruimte had de</al><al>proef geen toegevoegde waarde gehad, omdat dan te weinig ondernemers mee hadden</al><al>kunnen doen. Op de Haarlemmerstraat en Haarlemmerdijk is de gebruikelijke 1,50 meter</al><al>vrije doorloopruimte gehanteerd.</al><al>Uit (terras)controles is gebleken dat bij een vrije doorloopruimte voor voetgangers van</al><al>1,00 meter, voetgangers veelal gebruik moeten maken van de rijbaan om elkaar te</al><al>kunnen passeren. Dit is een onwenselijke situatie, aangezien de Warmoesstraat en</al><al>Zeedijk drukke fietsroutes zijn en daarom zijn gevelbanken met een doorloopruimte van</al><al>1.00 meter in de toekomst niet toegestaan.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.2.4 Gevelbanken stadsdeelbreed invoeren</titel></kop><structuurtekst><al>Uit beide proeven kan de algemene conclusie worden getrokken dat het plaatsen van een</al><al>gevelbank een goed alternatief is indien er geen ruimte is voor een regulier terras. De</al><al>gevelbanken leveren een positieve bijdrage aan het straatbeeld en het verruimt de</al><al>exploitatiemogelijkheden voor ondernemers.</al><al>De gevelbank kan gelet op de uitkomsten van beide proeven stadsdeelbreed ingevoerd</al><al>worden. Voor gevelbanken gelden dezelfde uitgangspunten als voor terrassen. Er moet</al><al>een vrije doorloopruimte van minimaal 1,50 meter voor voetgangers in acht worden</al><al>genomen. Voor de eigen gevel van een horecazaak mogen meerdere banken geplaatst</al><al>worden. De banken moeten los op de grond staan en mogen niet aan de gevel bevestigd</al><al>worden. Bij het bevestigen van de gevelbank aan de gevel is er namelijk sprake van</al><al>bouwen in de zin van de Woningwet en daarvoor is een bouw- en wellicht een</al><al>monumentenvergunning vereist.</al><al>Tijdens de twee proeven zijn verschillende maatvoeringen voor de vrije doorloopruimte</al><al>voor voetgangers gehanteerd. Daarbij is als maatvoering voor de gevelbank aangesloten</al><al>bij de minimale maatvoering van een terras, namelijk 0,80 meter. In de praktijk blijkt dat de</al><al>gevelbank minder ruimte inneemt dan een terras. Bij een gevelbank(terras) moet het</al><al>trottoir minimaal 2 meter zijn en de bank is niet dieper dan 0,5 meter. De gevelbank is</al><al>immers bedoeld om bij smalle straten toch een terras mogelijk te maken.</al><al>Op of aan een gevelbank mag geen reclame worden gemaakt. Er worden geen</al><al>welstandseisen aan de gevelbank verbonden. Uitgangspunt is dat dit de eigen</al><al>verantwoordelijkheid van de ondernemer is. Wel verdient het de voorkeur om, net als bij</al><al>de proef in de Haarlemmerstraat, in overleg met de straatmanagers te kiezen voor</al><al>hetzelfde meubilair.</al><al>Met de invoering van gevelbanken in het hele stadsdeel is ook de proef in de</al><al>Warmoesstraat en Zeedijk beëindigd. Voor deze twee straten wordt geen uitzondering</al><al>gemaakt voor de doorloopruimte van 1,50 meter. Slechts op die plekken waar voldoende</al><al>doorloopruimte is, kan een vergunning worden verleend voor een (ongebouwde)</al><al>gevelbanken. Gebouwde gevelbanken, die zonder een bouwvergunning gerealiseerd zijn,</al><al>moeten verwijderd worden. Binnenkort wordt de Zeedijk geherprofileerd. Er zal</al><al>onderzocht worden of het trottoir zodanig breed kan worden aangelegd zodat een</al><al>gevelbank mogelijk is met een doorloopruimte van 1,50 meter.</al><al>Ook in het winterseizoen mag de gevelbank vanaf 10.00 buiten staan. In deze periode</al><al>moet de bank echter na 20.00 uur van de straat worden verwijderd en binnen worden</al><al>opgeslagen.</al><al>In straten waar geen terrassen zijn toegestaan mogen ook geen gevelbanken geplaatst</al><al>worden. Voor bijvoorbeeld de Jordaan is afgesproken dat de vrije doorloopruimte in</al><al>sommige gevallen 1 meter is. Vanzelfsprekend geldt deze doorloopruimte dan ook voor</al><al>gevelbanken.</al><al>Gevelbanken zijn vergunningsplichtig en hiervoor moet een exploitatievergunning worden</al><al>aangevraagd. Daarnaast wordt de gevelbank op de drankvergunning vermeld. De</al><al>voorwaarden voor een vergunning voor een gevelbank staan in hoofdstuk 4 van deze</al><al>nota.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.3 Afmeting terras of gevelbank</titel></kop><structuurtekst><al>In onderstaande tabel zijn de mogelijkheden voor een terras of gevelbank weergegeven:</al><table><title>Tabel 2: Gevelbank of terras</title><tgroup cols="3"><colspec colnum="3" colname="C3"></colspec><colspec colnum="2" colname="C2"></colspec><colspec colnum="1" colname="C1"></colspec><colspec colnum="0" colname="C0"></colspec><thead><row><entry><al>Trottoirbreedte</al></entry><entry><al>Terras</al></entry><entry><al>Gevelbank</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Minder dan 2 meter</al></entry><entry><al>nee</al></entry><entry><al>nee</al></entry></row><row><entry><al>Tussen 2 meter en 2,3 meter</al></entry><entry><al>nee</al></entry><entry><al>ja</al></entry></row><row><entry><al>2,3 meter of breder</al></entry><entry><al>ja</al></entry><entry><al>ja</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>In de bovenstaande tabel is voor een terras 0,80 meter en bij een terras met een</al><al>gevelbank moet het trottoir minimaal 2 meter zijn. Dit houdt in dat gevelbanken in principe</al><al>0,5 meter diep zijn, maar banken kunnen ook minder diep uitgevoerd worden.</al><al>Belangrijkste uitgangspunt blijft de vrije doorloopruimte van 1,50 meter voor voetgangers.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.4 Inrichting en welstandstoets</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de inrichting van een terras gaat het om de vraag welke terrasobjecten gebruikt</al><al>worden en welke eisen er aan deze objecten gesteld worden. Daarbij is de omschrijving</al><al>van een terras belangrijk: een seizoensgebonden uitbreiding van de exploitatieruimte van</al><al>een horecabedrijf op of aan de openbare weg (Handboek Inrichting Openbare Ruimte).</al><al>Een terras is dus per definitie tijdelijk, ook al is het sinds 2005 mogelijk om het hele jaar</al><al>een terras te exploiteren. Door deze tijdelijke aard is de belangrijkste eis die aan het</al><al>meubilair gesteld wordt dat dit los op straat staat.</al><al>Er zijn verschillende aanleidingen voor het stadsdeel om eisen te stellen aan het</al><al>meubilair. Een groot deel van de binnenstad heeft de status van beschermd stadsgezicht,</al><al>het is een historische omgeving waar we zorgvuldig mee omgaan. Het stadsdeel besteedt</al><al>dan ook veel aandacht aan de inrichting en een juist gebruik van de openbare ruimte. Ook</al><al>aan objecten die in de openbare ruimte worden geplaatst worden hoge eisen gesteld.</al><al>Gelet op de wens om te komen tot minder regels en het belang van ondernemers om een</al><al>mooie uitstraling van de horecazaak met het bijbehorende terras te hebben is gekozen om</al><al>geen (welstands)eisen voor terrasobjecten op te stellen. Het dagelijks bestuur gaat ervan</al><al>uit dat de ondernemers zich hiervoor verantwoordelijk voelen. Het is in het belang van de</al><al>ondernemers om kwalitatief hoogwaardige terrasobjecten te plaatsen. Het gaat daarbij</al><al>niet alleen om uitstraling maar ook om veiligheid, zoals een stevige constructie van</al><al>parasols, stoelen en degelijke tafels.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.5 Reclame</titel></kop><structuurtekst><al>In verband met reclame op terrasobjecten is een aantal afspraken vastgelegd in de nota</al><al>Reclame in de openbare ruimte in de binnenstad van Amsterdam , dienst Binnenstad</al><al>Amsterdam, 1997.</al><al>De binnenstad wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan reclame-uitingen. Het</al><al>streven is om de uitstraling en kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. Daarnaast</al><al>is er ook een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers. Daarom</al><al>wordt voorgesteld om reclame-uitingen op terrasobjecten beperkt toe te staan. Op de</al><al>volanten van de parasols mag de zaaksnaam worden weergegeven. Een logo van de</al><al>sponsor mag eveneens op de volant geplaatst worden. Daarnaast is het toegestaan om</al><al>op de onderkant van het terrasschot de naam van de horeca-zaak te vermelden plus het</al><al>logo van de sponsor. Verder is reclame op terrasobjecten verboden.</al><al>Na vaststelling van deze nota moet de nota Reclame in de openbare ruimte in de</al><al>binnenstad van Amsterdam (dienst Binnenstad Amsterdam, 1997) voor wat betreft</al><al>reclame op terrasobjecten ingetrokken en vervangen worden. Uiterlijk per 1 maart 2009</al><al>dient alle reclame op terrasobjecten aangepast of verwijderd te zijn.</al><al>Bij de wijziging van de Welstandsnota zal rekening worden gehouden met reclameuitingen</al><al>op zonneschermen en markiezen. Deze uitingen moeten zoveel mogelijk</al><al>overeenstemmen met reclame op objecten in de openbare ruimte. Dit houdt in dat per</al><al>gevel maximaal één zonnescherm met logo en zaaksnaam wordt toegestaan.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.6 Voorwaarden</titel></kop><structuurtekst><al>De belangrijkste regel is dat er geen objecten vast aan de grond mogen worden bevestigd</al><al>(artikelen 3.5, 8.1, 8.2, 8.6 APV). Het bevestigen van meubilair aan de grond is niet</al><al>toegestaan om de volgende redenen:</al><lijst><li nr="•"><al>boren of graven in de grond beschadigt de bestrating; </al></li><li nr="•"><al>ondergrondse kabels en leidingen kunnen worden beschadigd; </al></li><li nr="•"><al>losliggende tegels of klinkers kunnen verdere schade veroorzaken; </al></li><li nr="•"><al>vast aan de grond bevestigd meubilair kan moeilijk elke avond worden opgeslagen; </al></li><li nr="•"><al>vast aan de grond bevestigd meubilair bemoeilijkt het beheer van de openbare ruimte</al><al>(reparaties en straatreiniging). </al></li></lijst><al>De eigenaar slaat het meubilair op wanneer het terras niet wordt geëxploiteerd. Alleen in</al><al>het zomerseizoen (1 maart tot 1 november) is opslag op straat op de plek waar het</al><al>terras mag staan - toegestaan. Opslag op straat gebeurt op een zodanige manier dat</al><al>gebruik van het meubilair tijdens de opslag niet mogelijk is.</al><al>Voor de inrichting van een terras zijn alleen de hieronder genoemde objecten toegestaan:</al><lijst><li nr="•"><al>tafels; </al></li><li nr="•"><al>zitmeubilair; </al></li><li nr="•"><al>parasols; </al></li><li nr="•"><al>losstaande terrasschotten. </al></li></lijst><al>Andere objecten zijn niet toegestaan. Al het meubilair bevindt zich binnen de aan het</al><al>terras toegekende ruimte. Het is ook niet toegestaan om straatmeubilair bij</al><al>Amsterdammertjes te gebruiken als onderdeel van een tafel.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.7 Gebiedsgerichte uitzonderingen</titel></kop><structuurtekst><al>Het dagelijks bestuur streeft er naar om in overleg met bewoners en ondernemers</al><al>gebiedsgericht beleid te ontwikkelen waarbij rekening wordt gehouden met het woon- en</al><al>leefklimaat.</al><al>Gebiedsgericht beleid wordt op verschillende manieren vormgegeven. Zo kan gekeken</al><al>worden naar een gehele buurt, bijvoorbeeld het terrassenbeleid Jordaan, of naar</al><al>specifieke ruimtelijke kenmerken zoals pleinen, (midden)terreinen, stegen en openbare</al><al>overdekte ruimten zoals een winkelcentrum.</al><al>In de binnenstad is al op verschillende plaatsen gebiedsgericht terrassenbeleid van</al><al>toepassing. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Jordaan, de Nieuwmarkt en de Nieuwezijds</al><al>Kolk. Daarnaast is er een aantal straten aangewezen waar geen terrassen mogen staan</al><al>dan wel het gehele trottoir als terras mag worden gebruikt. In de Kalverstraat mogen geen</al><al>terrassen staan, omdat het een drukke winkelstraat is. In de Leidsebuurt is een aantal</al><al>straten aangewezen waar het hele trottoir als terras mag worden gebruikt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.7.1 Jordaan / Nieuwmarkt</titel></kop><structuurtekst><al>Het college heeft op 17 december 1996 een plan van aanpak vastgesteld voor het</al><al>ontwikkelen van gebiedsgericht terrassenbeleid. Na de formulering van een aantal</al><al>uitgangspunten is per straat bekeken of terrassen mogelijk zijn en wat de minimale vrije</al><al>doorloopruimte moet zijn. Het gebiedsgerichte terrassenbeleid voor de Jordaan is op 8</al><al>april 1998 vastgesteld door de gemeenteraad.</al><al>Met het oog op de beperking van overlast voor de buurt en de bescherming van het woonen</al><al>leefklimaat is in het gebiedsgerichte beleid bepaald dat terrassen waar 1,00 meter vrije</al><al>doorloopruimte wordt gehanteerd om 23.00 uur moeten sluiten. De Raad van State heeft</al><al>het stadsdeel in 2007 bij een juridische procedure over dit beleid in het gelijk gesteld.</al><al>In het gebiedsgerichte terrassenbeleid hebben de verschillende straten een kleur</al><al>gekregen. In met rood aangemerkte straten is geen terras mogelijk. In groene straten</al><al>moet 1,5 meter vrije doorloopruimte voor voetgangers gehanteerd worden en wordt</al><al>daarmee het normale beleid gevolgd. In gele straten wordt 1 meter doorloopruimte</al><al>gehanteerd in combinatie met de vervroegde sluitingstijd van 23.00 uur. In bijlage 2 is een</al><al>overzicht opgenomen van de straten waar 1,00 meter geldt als vrije doorloopruimte.</al><al>Voor de Nieuwmarkt is in het kader van een opknapbeurt een specifiek, gebiedsgericht,</al><al>terrassenbeleid ontwikkeld. In dit beleid zijn onder andere gesplitste terrassen mogelijk</al><al>gemaakt aan de westzijde, met een vrije doorloopruimte van 2,00 meter. Deze</al><al>terrasindeling is uitgebreid besproken en de meningen zijn verdeeld. Voor de helderheid is</al><al>het beleid voor de Nieuwmarkt in bijlage 7 opgenomen. Dit beleid is conform de huidige</al><al>situatie en wordt met deze nota opnieuw bevestigd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.7.2 Terrassen op pleinen</titel></kop><structuurtekst><al>Pleinen zijn vaak gezichtsbepalende elementen in de stad en vervullen meerdere functies</al><al>(bijvoorbeeld voor markten, evenementen en demonstraties). Ook zijn de pleinen</al><al>belangrijk als verblijfs- en doorgangsgebied. De verblijfskwaliteit van pleinen is zeer</al><al>belangrijk en daarom zijn er op pleinen geen terrassen toegestaan anders dan aan de</al><al>gevel van de aanwezige horecazaken. Het middenterrein moet zo veel mogelijk als</al><al>levendige openbare ruimte gebruikt kunnen worden.</al><al>Daarom is in dit beleid bepaald dat op middengedeelten van pleinen geen terrassen zijn</al><al>toegestaan, behalve aan de gevel van al aanwezige horecavoorzieningen (bijvoorbeeld</al><al>de Waag op de Nieuwmarkt).</al><al>Op het middenterrein van de Dam, het Thorbeckeplein en het Rembrandtplein waren al</al><al>geen terrassen toegestaan. Op deze pleinen worden slechts terrassen aan de gevel</al><al>toegestaan zoals die op dit moment reeds zijn vergund.</al><al>De twee bestaande uitzonderingen op de regel zijn de terrassen op het Leidseplein en de</al><al>Nieuwezijds Kolk. Deze terrassen bevinden zich al jaren op deze locaties en in de</al><al>toekomst wordt voor deze terrassen een zogenaamd terrassenplan gemaakt.</al><al>Voor de Noordermarkt geldt het gebiedsgerichte terrassenbeleid van de Jordaan.</al><al>Als gevolg van het nieuwe terrassenbeleid wordt het terras op het middenterrein van het</al><al>Max Euweplein niet langer toegestaan. Hiervoor geldt de overgangsregeling. Het</al><al>stadsdeel gaat in gesprek met de ondernemers van het Max Euweplein om over de</al><al>sociaal-economische gevolgen voor het plein te praten.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.7.3 Uitzonderingen</titel></kop><structuurtekst><al>In het verleden heeft de gemeenteraad een aantal uitzonderingen gemaakt. Hieronder</al><al>worden deze uitzonderingen uiteen gezet.</al><al><cursief>Straten, pleinen en gebieden uitgesloten van terrassen</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Haarlemmerdijk </al></li><li nr="•"><al>Haarlemmerstraat </al></li><li nr="•"><al>Nieuwendijk </al></li><li nr="•"><al>Middengedeelten van de Dam </al></li><li nr="•"><al>Oude Hoogstraat </al></li><li nr="•"><al>Nieuwe Hoogstraat </al></li><li nr="•"><al>Staalstraat (met uitzondering van de vergunde terrassen) </al></li><li nr="•"><al>Kalverstraat </al></li><li nr="•"><al>Heiligeweg </al></li><li nr="•"><al>Reguliersbreestraat </al></li><li nr="•"><al>Halvemaansteeg </al></li><li nr="•"><al>Middengedeelte Thorbeckeplein </al></li><li nr="•"><al>Amstelstraat </al></li><li nr="•"><al>Leidsestraat </al></li><li nr="•"><al>Koningsplein </al></li><li nr="•"><al>Middengedeelte van de noordelijke oneven zijde van het Leidseplein (nrs. 1 t/m 19) </al></li><li nr="•"><al>Voor Nieuwmarkt 4, tenzij aansluitend aan het gebouw De Waag of de uitbouw </al></li><li nr="•"><al>Vijzelstraat </al></li></lijst><al>Daarnaast is in 2005 besloten om terrassen aan de overzijde van de rijweg op de</al><al>Oudezijds Achterburgwal niet toe te staan. Dit verbod geldt niet voor Oudezijds</al><al>Achterburgwal 2 t/m 26, aangezien de rijweg hier niet door auto s gebruikt wordt.</al><al><cursief>Straten / gebieden waar het gehele trottoir gebruikt kan worden als terras:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>de Korte Leidsedwarsstraat; </al></li><li nr="•"><al>de Lange Leidsedwarsstraat; </al></li><li nr="•"><al>de Leidsekruisstraat; </al></li><li nr="•"><al>de noordelijke even zijde van het Leidseplein vóór de nummers 2 tot en met 24; </al></li><li nr="•"><al>de noordelijke zijde van het Kleine-Gartmanplantsoen (tot de strook voor laden en</al><al>lossen). </al></li></lijst><al>In de bovengenoemde straten en gebieden mag het gehele trottoir gebruikt worden om</al><al>een terras te plaatsen. Het is een uitgaansgebied met beperkt autoverkeer en de</al><al>weggedeelten zijn van gelijk niveau.</al><al><cursief>Straten / gebieden waar beperkingen ten aanzien van terrassen gelden:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>op het Damrak en de westzijde van het Rokin worden terrassen toegestaan tot</al><al>maximaal 3 meter uit de gevel, mits er een ruimte van tenminste 6 meter voor de</al><al>voetgangers overblijft. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.7.4 (Her)bevestiging uitzonderingen</titel></kop><structuurtekst><al>Deze uitzonderingen gelden al vele jaren en in het licht van deze nota worden deze</al><al>uitzonderingen nogmaals bekeken. Met de invoering van gevelbanken en de nadruk op</al><al>1,50 meter zijn sommige uitzonderingen wellicht achterhaald. Bovendien wil het dagelijks</al><al>bestuur eenduidige en heldere regels. Als gevolg van de 1,50-norm kunnen er geen</al><al>terrassen in de Halvemaansteeg vergund worden. Verder zorgen de diverse</al><al>uitzonderingen in de Staalstraat ervoor dat het niet geloofwaardig is om deze straat uit te</al><al>sluiten van terrassen. Tot slot leidt de proef met de gevelbanken in de Haarlemmerstraat /</al><al>Haarlemmerdijk ook tot een wijziging.</al><al>Hieronder worden straten die uitgesloten zijn van terrassen nogmaals bevestigd onder</al><al>vermelding van de belangrijkste reden.</al><al><cursief>Straten:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Nieuwendijk: Drukke winkelstraat</al></li><li nr="•"><al>Oude Hoogstraat: Drukke doorgaande route</al></li><li nr="•"><al>Nieuwe Hoogstraat: Drukke doorgaande route</al></li><li nr="•"><al>Kalverstraat: Drukke winkelstraat</al></li><li nr="•"><al>Heiligeweg: Drukke winkelstraat</al></li><li nr="•"><al>Reguliersbreestraat: Drukke doorgaande gelijkvloerse weg</al></li><li nr="•"><al>Amstelstraat: Drukke doorgaande gelijkvloerse weg</al></li><li nr="•"><al>Leidsestraat: Drukke winkelstraat</al></li><li nr="•"><al>Koningsplein: Drukke doorgaande route</al></li></lijst><al>Het verbod op terrassen wordt in de volgende twee straten ingevoerd. De Damstraat en</al><al>de Oude Doelenstraat zijn drukke winkelstraten en vooral de terrassen in het begin van de</al><al>Damstraat zorgen voor een chaotische verkeerssituatie. Voor de vergunde terrassen is</al><al>de overgangsregeling van kracht.</al><al>Voor het Damrak en de westzijde van het Rokin wordt de maatvoering op 3,5 meter</al><al>gesteld, onder voorwaarde dat er 6 meter doorloopruimte overblijft voor de voetgangers.</al><al>Omdat het trottoir hier breed is, zijn deze straten niet uitgesloten van terrassen. Om de</al><al>doorstroming van voetgangers te waarborgen moet de 6 meter doorloopruimte</al><al>gewaarborgd blijven. De maatvoering is gewijzigd van 3 naar 3,5 meter, omdat de 3,5</al><al>meter ook bij andere terrassen als maatvoering gehanteerd wordt. Voor de oostzijde van</al><al>het Rokin geldt overigens het algemene terrassenbeleid.</al><al>Het gebiedsgerichte terrassenbeleid voor de Jordaan en de Nieuwmarkt blijven voorlopig</al><al>van kracht.</al><al>Het verbod op terrassen aan de overzijde van de rijweg op de Oudezijds Achterburgwal</al><al>blijft van kracht. Dit verbod geldt niet voor Oudezijds Achterburgwal 2 t/m 26, aangezien</al><al>de rijweg hier niet door auto s gebruikt wordt.</al><al>De verruiming in de Leidsebuurt blijft eveneens van kracht, hoewel de situatie wel herzien</al><al>kan worden indien de herprofilering zal worden uitgevoerd (2009-2011). Er kan dan een</al><al>nieuwe situatie ontstaan waarbij de straat niet meer gelijkvloers zal zijn.</al><al>In sommige straten is het verbod op terrassen opgeheven. Soms, omdat de straat toch</al><al>niet breed genoeg is voor een terras, waardoor een dubbel verbod niet nodig is, terwijl bij</al><al>andere straten de invoering van de gevelbank de reden is.</al><lijst><li nr="•"><al>Haarlemmerdijk </al></li><li nr="•"><al>Haarlemmerstraat </al></li><li nr="•"><al>Staalstraat </al></li><li nr="•"><al>Halvemaansteeg </al></li><li nr="•"><al>Vijzelstraat </al></li></lijst><al>Tot slot verdient de Reguliersdwarsstraat speciale aandacht. Deze straat wordt in de</al><al>zomer afgesloten voor het verkeer. De rijweg wordt dan voetpad en het trottoir mag in zijn</al><al>geheel als terras gebruikt worden. Dit is een wijziging van het eerdere besluit bij de</al><al>herprofilering. Het gebruik van het volledige trottoir als terras mag slechts tijdens de</al><al>zomerafsluiting.</al><al>Overigens geldt ook voor andere straten dat bij volledige afsluiting het trottoir in zijn</al><al>geheel als terras kan worden gebruikt. Dit houdt in dat de rijweg voetpad wordt en dat de</al><al>straat wordt afgesloten voor auto s én fietsers.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.7.5 Gebiedsgerichte accenten in de toekomst</titel></kop><structuurtekst><al>In deze nota wordt bestaand gebiedsgericht terrassenbeleid (nogmaals) vastgesteld. In de</al><al>toekomst zal het stadsdeel een horecabeleidsplan opstellen. Het is mogelijk dat in dit plan</al><al>nieuwe gebiedsgerichte accenten kunnen worden gelegd. In het horecabeleidsplan wordt</al><al>in ieder geval het terrassenbeleid Jordaan geëvalueerd en zonodig aangepast.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>3.8 Bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten</titel></kop><structuurtekst><al>Straten moeten altijd bereikbaar blijven voor nood- en hulpdiensten zoals bijvoorbeeld de</al><al>Brandweer. Sommige stegen worden ook gebruikt als aanrijroute van de hulpdiensten. Dit</al><al>kan ertoe leiden dat aanvragen om een terras kunnen worden geweigerd op advies van</al><al>de Brandweer. In principe geldt een breedte van minimaal 3,50 meter en een hoogte van</al><al>4,20 meter. Overigens is er bij de Brandweer voor dit onderwerp beleid in ontwikkeling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>4 Vergunningvoorwaarden</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van de voorwaarden aan de exploitatievergunning voor een terras zijn na</al><al>vaststelling van deze nota vier situaties te onderscheiden:</al><al>1. ongebouwd terras in de (zomer)periode van 1 maart tot 1 november;</al><al>2. ongebouwd terras in de (winter)periode van 1 november tot 1 maart;</al><al>3. gevelbank in de (zomer)periode van 1 maart tot 1 november;</al><al>4. gevelbank in de (winter)periode van 1 november tot 1 maart.</al><al>Tenslotte zijn er verschillende voorschriften die direct of indirect te maken hebben met het</al><al>terras, maar voortvloeien uit andere regelgeving, bijvoorbeeld de Bouwverordening. Deze</al><al>voorschriften worden in de exploitatievergunning, ter verduidelijking, opgenomen als</al><al>mededeling. De handhaving van deze voorschriften geschiedt niet op basis van de</al><al>exploitatievergunning maar op basis van de desbetreffende regeling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>4.1 Ongebouwd terras</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>1. terras in de (zomer)periode van 1 maart tot 1 november:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>het terras mag uitsluitend worden geplaatst overeenkomstig de bij de vergunning</al><al>behorende, door het dagelijks bestuur gewaarmerkte, tekening; </al></li><li nr="•"><al>het is verboden etenswaren en/of dranken op het terras op te slaan of te bereiden; </al></li><li nr="•"><al>indien met het oog op het uitvoeren van openbare werken of om andere dringende</al><al>redenen het terras uit de openbare ruimte tijdelijk verwijderd moet worden, dient het</al><al>terras na aankondiging binnen 24 uur te worden verwijderd; </al></li><li nr="•"><al>op het terras mogen uitsluitend zitmeubilair, tafels, parasols en terrasschotten</al><al>(maximaal 1,5 meter hoog) worden geplaatst; </al></li><li nr="•"><al>het terras mag niet kunstmatig worden verwarmd. Verwarmingstoestellen zijn</al><al>verboden evenals verwarmingselementen aan de gevel; </al></li><li nr="•"><al>indien het terras niet wordt geëxploiteerd, dienen alle terrasobjecten te worden</al><al>opgeruimd. Indien terrasmeubilair op straat wordt opgeslagen dan moet dit tegen de</al><al>gevel en op de plek waar het terras mag staan te gebeuren; </al></li><li nr="•"><al>reclame-uitingen op het terras en op het aanwezige meubilair zijn niet toegestaan. </al></li></lijst><al><cursief>2. terras in de (winter)periode van 1 november tot 1 maart:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>het terras mag uitsluitend worden geplaatst overeenkomstig de bij de vergunning</al><al>behorende, door het dagelijks bestuur gewaarmerkte, tekening; </al></li><li nr="•"><al>het is verboden etenswaren en/of dranken op het terras op te slaan of te bereiden; </al></li><li nr="•"><al>indien met het oog op het uitvoeren van openbare werken of om andere dringende</al><al>redenen het terras uit de openbare ruimte tijdelijk verwijderd moet worden, dient het</al><al>terras na aankondiging binnen 24 uur te worden verwijderd; </al></li><li nr="•"><al>op het terras mogen uitsluitend zitmeubilair en tafels worden geplaatst; </al></li><li nr="•"><al>het terras mag niet kunstmatig worden verwarmd. Verwarmingstoestellen zijn</al><al>verboden evenals verwarmingselementen aan de gevel; </al></li><li nr="•"><al>het terras mag worden geëxploiteerd tussen 10.00 en 20.00 uur; </al></li><li nr="•"><al>buiten de genoemde tijden mogen de terrasobjecten niet op de openbare weg worden</al><al>opgeslagen; </al></li><li nr="•"><al>reclame-uitingen op het terras en op het aanwezige meubilair zijn niet toegestaan. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>4.2 Gevelbank</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>3. gevelbank in de (zomer)periode van 1 maart tot 1 november:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>de gevelbank mag uitsluitend worden geplaatst overeenkomstig de bij de vergunning</al><al>behorende, door het dagelijks bestuur gewaarmerkte, tekening; </al></li><li nr="•"><al>gevelbanken zijn alleen toegestaan indien geplaatst voor en tegen de eigen gevel; </al></li><li nr="•"><al>gevelbanken moeten op de grond worden geplaatst, mogen niet in de grond worden</al><al>verankerd en niet aan de gevel worden bevestigd; </al></li><li nr="•"><al>bij een gevelbank moet het trottoir minimaal 2 meter zijn en de bank is niet dieper dan</al><al>0,5 meter; </al></li><li nr="•"><al>indien slechts een vergunning voor een gevelbank is verleend zijn tafels, stoelen,</al><al>parasols, terrasschotten en andere objecten niet toegestaan; </al></li><li nr="•"><al>de gevelbank mag niet kunstmatig worden verwarmd. Verwarmingstoestellen zijn</al><al>verboden evenals verwarmingselementen aan de gevel; </al></li><li nr="•"><al>het is verboden etenswaren en/of dranken op en rond de gevelbank op te slaan of te</al><al>bereiden; </al></li><li nr="•"><al>indien met het oog op het uitvoeren van openbare werken of om andere dringende</al><al>redenen verwijdering van de gevelbank noodzakelijk is dient de gevelbank, na</al><al>aankondiging, binnen 24 uur tijdelijk te worden verwijderd; </al></li><li nr="•"><al>reclame-uitingen zijn niet toegestaan. </al></li></lijst><al><cursief>4. gevelbank in de (winter)periode van 1 november tot 1 maart:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>de gevelbank mag uitsluitend worden geplaatst overeenkomstig de bij de vergunning</al><al>behorende, door het dagelijks bestuur gewaarmerkte, tekening; </al></li><li nr="•"><al>gevelbanken zijn alleen toegestaan indien geplaatst voor en tegen de eigen gevel; </al></li><li nr="•"><al>gevelbanken moeten op de grond worden geplaatst, mogen niet in de grond worden</al><al>verankerd en niet aan de gevel worden bevestigd; </al></li><li nr="•"><al>bij een gevelbank moet het trottoir minimaal 2 meter zijn en de bank is niet dieper dan</al><al>0,5 meter; </al></li><li nr="•"><al>tafels, stoelen, parasols, terrasschotten en andere objecten zijn niet toegestaan; </al></li><li nr="•"><al>de gevelbank mag niet kunstmatig worden verwarmd. Verwarmingstoestellen zijn</al><al>verboden evenals verwarmingselementen aan de gevel; </al></li><li nr="•"><al>het is verboden etenswaren en/of dranken op en rond de gevelbank op te slaan of te</al><al>bereiden; </al></li><li nr="•"><al>indien met het oog op het uitvoeren van openbare werken of om andere dringende</al><al>redenen verwijdering van de gevelbank noodzakelijk is dient de gevelbank, na</al><al>aankondiging, binnen 24 uur tijdelijk te worden verwijderd; </al></li><li nr="•"><al>reclame-uitingen zijn niet toegestaan; </al></li><li nr="•"><al>de gevelbank mag worden geëxploiteerd tussen 10.00 en 20.00 uur; </al></li><li nr="•"><al>buiten de genoemde tijden mag de gevelbank niet op de openbare weg worden</al><al>opgeslagen. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>4.3 Mededelingen overige regelgeving</titel></kop><structuurtekst><al>Het kader om te toetsen of een exploitatievergunning voor een terras verleend kan</al><al>worden is hoofdstuk 3 van de APV en het terrassenbeleid. Een aantal voorschriften uit</al><al>andere hoofdstukken van de APV en uit andere regelgeving wordt ter verduidelijking als</al><al>mededeling opgenomen in de exploitatievergunning. Het gaat om de volgende</al><al>voorschriften:</al><al>1. Wijzen erop dat voor het terras / de gevelbank geen voorwerpen in de grond</al><al>en op of aan de gevel mogen worden verankerd (artikel 8.6 APV).</al><al>2. Wijzen erop dat het gedeelte van de weg waarop het terras / de gevelbank</al><al>zich bevindt en de directe omgeving na sluitingstijd door de exploitant dient te</al><al>worden schoongemaakt. (Wet milieubeheer, AMvB Besluit horeca-, sport- en</al><al>recreatie-inrichtingen milieubeheer en Afvalstoffenverordening).</al><al>3. Wijzen erop dat als gevolg van artikel 6.4.1 van de Bouwverordening</al><al>Amsterdam 2006:</al><lijst><li nr="•"><al>De bij het bouwwerk behorende brandkranen en andere</al><al>bluswaterwinplaatsen moeten worden vrijgehouden voor blusvoertuigen,</al><al>en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt. </al></li><li nr="•"><al>Op het bij het bouwwerk behorende terrein moeten de beplanting, de</al><al>parkeerplaatsen, de laad- en losplaatsen en de plaatsen waar goederen</al><al>en afvallen worden opgeslagen of gedeponeerd, zodanig zijn gesitueerd</al><al>dat bij brand het oprijden en opstellen van de voertuigen en andere</al><al>hulpmiddelen van de Brandweer niet worden bemoeilijkt of belemmerd. </al></li></lijst><al>4. Wijzen erop dat als gevolg van artikel 6.5.1 van de Bouwverordening</al><al>Amsterdam 2006 de in- en doorgangen, (nood)uitgangen, gangpaden,</al><al>galerijen, trappen, hellingbanen en vluchtwegen moeten te allen tijde over de</al><al>minimaal vereiste breedte zijn vrijgehouden van obstakels en steeds</al><al>voldoende stroef zijn. Dit geldt eveneens voor het als verlengstuk van de</al><al>vluchtwegen aan te merken gedeelte van het aansluitende terrein.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5 Overige uitgangspunten</titel></kop></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.1 Terrassen bij horeca I</titel></kop><structuurtekst><al>Onder horeca I wordt verstaan: Fastfood , waaronder onder andere automatiek, snackbar</al><al>en fastfoodrestaurants worden begrepen. Horeca I is een begrip zoals dat in de</al><al>bestemmingsplannen van het stadsdeel wordt gehanteerd. Het nieuwe terrassenbeleid</al><al>beoogt een verbetering van de kwaliteit van zowel de horecabranche als het woon- en</al><al>leefklimaat.</al><al>Terrassen bij horeca I-zaken hebben vaak een rommelige uitstraling. Verpakking blijven</al><al>bijvoorbeeld op de tafels liggen en waaien weg. Er is gekozen om nadere voorwaarden</al><al>aan de exploitatievergunning te verbinden. Een terras bij een horeca I zaak heeft de</al><al>volgende aanvullende voorwaarden:</al><lijst><li nr="•"><al>er moet bediend en afgeruimd worden; </al></li><li nr="•"><al>er moet normaal servies (aardewerk / porselein) gebruikt worden. Dit</al><al>houdt in dat er geen wegwerpartikelen gebruikt mogen worden. </al></li></lijst><al>Op het moment dat horeca-ondernemers zich niet aan deze voorwaarden houden, geldt</al><al>het volgende stappenplan. Bij de eerste overtreding krijgt de exploitant een</al><al>waarschuwing. Bij de tweede overtreding mag het terras een week niet uitstaan en bij de</al><al>derde overtreding verliest de exploitant het recht op een terras.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.2 Gebouwde terrassen</titel></kop><structuurtekst><al>In principe hoort dit onderwerp niet thuis in deze nota. Het gaat immers niet om het in</al><al>gebruik nemen van de openbare ruimte, maar om bouwen in de zin van de Woningwet en</al><al>het gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Voor de volledigheid wordt dit onderwerp</al><al>hieronder kort aangestipt.</al><al>Een gebouwd terras is een overdekt en/of een door wanden omgeven ruimte, waarin het</al><al>horecabedrijf wordt voortgezet. Het gebouwde terras is aangebouwd aan of op een</al><al>horecavestiging en is gelegen op of aan de openbare weg.</al><al>De gebouwde terrassen in de binnenstad zijn opgenomen in de geldende</al><al>bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen is de volgende definitie gegeven aan</al><al>een gebouwd terras: <cursief>Een zelfstandig gebouw, dat uitsluitend dienst doet als</cursief></al><al><cursief>zitgelegenheid voor bezoekers van de aangrenzende horecavestiging</cursief> .</al><al>Dergelijke terrassen hoeven buiten het terrasseizoen niet te worden afgebroken. Deze</al><al>gebouwde terrassen zijn niet seizoensgebonden. Dat betekent dat deze terrassen als</al><al>onderdeel van de inrichting zonder afwijkende openingstijden ook buiten het vastgestelde</al><al>terrassenseizoen mogen worden geëxploiteerd.</al><al>Stadsdeel Centrum telt 61 gebouwde terrassen. De gebouwde terrassen zijn positief</al><al>bestemd op de plankaart met de aanduiding gebouwd terras toegestaan . Daar waar een</al><al>gebouwd terras is toegestaan, mag dit geheel worden vernieuwd, uiteraard binnen de</al><al>begrenzing van de aanduiding gebouwd terras toegestaan en met inachtneming van de</al><al>bebouwingsbepalingen (situering en bouwhoogte). Wordt de aangrenzende horecafunctie</al><al>beëindigd en ter plaatse een niet-horecafunctie gerealiseerd, dan dient het gebouwde</al><al>terras te worden verwijderd. Het gebouwde terras mag daarna niet opnieuw worden</al><al>opgericht.</al><al>Voor gebouwde terrassen geldt alleen de voorwaarde dat deze binnen 24-uur na</al><al>aanzegging daartoe verwijderd moeten worden om bijvoorbeeld onderhoud aan leidingen</al><al>te kunnen uitvoeren. Verder is het gebouwde terras een onderdeel van de inrichting. Deze</al><al>ruimte mag daarom verwarmd worden. Bij gebouwde terrassen is er sprake van</al><al>privatisering van de openbare ruimte. Sinds juni 1992 is het beleid om geen nieuwe</al><al>gebouwde terrassen toe te staan. Dit beleid is vertaald in de geldende</al><al>bestemmingsplannen van het stadsdeel. Gebouwde terrassen zijn alleen toegestaan daar</al><al>waar dit op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. In de evaluatie van de</al><al>sectorale uitwerking Bouwen en Wonen van het Beleidsplan Integrale Handhaving wordt</al><al>de handhaving van gebouwde terrassen nader uitgewerkt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.3 Terrassen niet op de openbare weg</titel></kop><structuurtekst><al>In de op 20 juni 2003 door de deelraad vastgestelde Horecanota 2003 is onder nummer</al><al>12 het volgende voorstel opgenomen:</al><al><cursief>De eis van een vergunning voor terras op de open/gesloten aanhorigheid te laten</cursief></al><al><cursief>vervallen voor terrassen die niet in de openbare ruimte gelegen zijn en evenmin door</cursief></al><al><cursief>woningen worden omsloten .</cursief></al><al>De vergunning waarover hierboven gesproken wordt, is de exploitatievergunning. Een</al><al>Drank- en Horecavergunning voor alcoholschenkende bedrijven blijft altijd verplicht.</al><al>Onder aanhorigheid wordt verstaan een buiten de besloten ruimte van de inrichting</al><al>liggend deel van een horecabedrijf, niet zijnde een terras op de openbare weg. Het gaat</al><al>bijvoorbeeld om (binnen)terreinen zonder aanliggende woningen, balkons, veranda s en</al><al>dakterrassen.</al><al>Het toetsingskader voor terrassen niet gelegen op de openbare weg is het</al><al>bestemmingsplan. De exploitatie van een terras zal in bijna alle gevallen in strijd zijn met</al><al>de bestemming. Een exploitatievergunning kan op grond van artikel 3.2, lid 4 APV (strijd</al><al>met het bestemmingsplan) niet worden verleend. In principe wordt ook geen medewerking</al><al>verleend aan een vrijstelling van het bestemmingsplan op basis van de Wet op de</al><al>Ruimtelijke Ordening.</al><al>Om de exploitatievergunningplicht voor een terras op de open/gesloten aanhorigheid te</al><al>laten vervallen voor terrassen die niet in de openbare ruimte gelegen zijn en evenmin door</al><al>woningen worden omsloten zou de APV moeten worden gewijzigd. Dat is een</al><al>bevoegdheid van de gemeenteraad. Die heeft het voorstel om overwegingen van</al><al>openbare orde en druk op woon- en leefklimaat niet gehonoreerd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.4 Terrasboten - dekschuiten</titel></kop><structuurtekst><al>Ligplaatsen voor boten en dekschuiten zijn opgenomen in de verschillende</al><al>bestemmingsplannen. In een aantal bestemmingsplannen wordt onderscheid gemaakt</al><al>tussen ligplaatsen voor woonboten en bedrijfsvaartuigen. In principe zijn alleen</al><al>watergebonden functies toegestaan.</al><al>Voor het afmeren van een boot of dekschuit is, indien dit planologisch is toegestaan, een</al><al>ligplaatsvergunning vereist. Op grond van de (stedelijke) Verordening op de haven en het</al><al>binnenwater (VHB) mogen er alleen watergebonden activiteiten plaatsvinden.</al><al>De deelraad heeft op 26 januari 2006 de visie op het water van de binnenstad</al><al>vastgesteld. Ook in deze visie is het uitgangspunt dat bedrijvigheid op het water een</al><al>watergebonden karakter moet hebben. Het hebben van een ligplaats voor een boot die</al><al>als terras wordt gebruikt, wordt niet gekwalificeerd als een watergebonden activiteit.</al><al>Terrassen op terrasboten of dekschuiten zijn niet toegestaan. Toetsingskader voor</al><al>verzoeken en aanvragen zijn de Verordening op de haven en het binnenwater, het</al><al>geldende bestemmingsplan, de vastgestelde visie op het water van de binnenstad en het</al><al>nog vast te stellen beleid voor bedrijfsvaartuigen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.5 Terras op (afmeer) steigers</titel></kop><structuurtekst><al>In de visie op het water is het uitgangspunt opgenomen dat bedrijvigheid op het water een</al><al>watergebonden karakter moet hebben. Het gebruik als terras van een steiger wordt niet</al><al>gekwalificeerd als een watergebonden activiteit. De (afmeer)steigers zijn primair bedoeld</al><al>voor de toegankelijkheid van water en wal. Het uitgangspunt is daarbij dat deze sober en</al><al>doelmatig worden ingericht.</al><al>In principe zijn terrassen op steigers niet toegestaan, maar in het verleden is een beperkt</al><al>aantal terrassen op steigers vergund. Deze steigers hebben hun oorspronkelijke functie</al><al>behouden, aangezien het nog steeds mogelijk is om aan te meren. Het is echter niet de</al><al>bedoeling dat het aantal terrassen op steigers wordt uitgebreid. Nieuwe terrassen op</al><al>steigers zijn daarom niet mogelijk, maar in het verleden vergunde terrassen vallen onder</al><al>een uitsterfregeling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.6 Terrassen bij horecabedrijven die niet op de begane grondzijn gevestigd</titel></kop><structuurtekst><al>In het stadsdeel is een aantal horecabedrijven op hoger gelegen verdiepingen en in het</al><al>souterrain gevestigd. Deze bedrijven hebben geen recht op een terras omdat zij niet</al><al>voldoen aan de eis dat een terras uitsluitend recht voor de gevel van het horecabedrijf</al><al>mag worden geplaatst. Er is immers geen toezicht op deze terrassen. Recht tegenover de</al><al>gevel wil zeggen dat alleen op de begane grond gevestigde horecabedrijven in</al><al>aanmerking komen voor een terras. Indien horecabedrijven een uitgiftepunt op de begane</al><al>grond hebben is het wel mogelijk een terras te exploiteren. Er is dan sprake van een</al><al>terras direct aan de gevel en het toezicht is gewaarborgd. Ook een terras aan de overzijde</al><al>van de weg wordt niet toegestaan omdat de afstand tussen horecabedrijf en terras te</al><al>groot wordt, er geen directe binding meer is tussen horecabedrijf en terras en er</al><al>onvoldoende toezicht kan worden uitgeoefend. Eventueel vergunde terrassen vallen</al><al>onder de overgangsbepaling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.7 Opheffen parkeerplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van het opheffen van parkeerplaatsen ten behoeve van terrassen is in de</al><al>Horecanota de wens uitgesproken om parkeerplaatsen op te heffen als dit past in de</al><al>parkeerbalans en hierdoor de verkeersveiligheid niet in geding komt.</al><al>In het kader van de Nota Bereikbaarheid is vastgelegd dat er alleen parkeerplaatsen</al><al>worden opgeheven indien dit noodzakelijk is vanwege herprofileringen, met een maximum</al><al>van 150 per jaar.</al><al>Na vaststelling van de terrassennota zal het dagelijks bestuur criteria opstellen waaraan</al><al>men moet voldoen om een parkeerplaats op te heffen. Per geval zal bekeken worden of</al><al>men aan de criteria voldoet en of de parkeerbalans ruimte biedt voor het opheffen van</al><al>parkeerplaatsen ter plaatse. Is het, na afweging van alle belangen, mogelijk om de</al><al>parkeerplaats(en) op te heffen dan zal dit besluit door het dagelijks bestuur genomen</al><al>worden. Het daarna in gebruik geven van de ruimte voor een terras is de bevoegdheid</al><al>van de voorzitter van het dagelijks bestuur.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.8 Sta-terrassen</titel></kop><structuurtekst><al>Formeel moet men op een terras zitten. Indien er op het terras wordt gestaan is er geen</al><al>sprake meer van een terras. Sta-terrassen kunnen daarom op grond van de APV niet</al><al>worden toegestaan. In artikel 3.5 lid 8 sub b is opgenomen dat het verboden is om drank</al><al>en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken aan degenen die geen gebruik</al><al>maken van de op het terras aanwezige zitplaatsen.</al><al>Met deze regel wordt bereikt dat een terras overzichtelijk blijft, er niet buiten de</al><al>toegestane ruimte dranken en/of etenswaren worden geconsumeerd en de kans op</al><al>verkeersonveilige situaties of openbare ordeverstoringen en/of aantasting van het woonen</al><al>leefklimaat daardoor wordt verminderd.</al><al>Om sta-terrassen toe te staan zou de APV moeten worden gewijzigd. Dit is een</al><al>bevoegdheid van de gemeenteraad.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.9 Schoonhouden van het terras</titel></kop><structuurtekst><al>Het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer verplicht inrichtingen</al><al>waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie</al><al>worden bereid of verstrekt tot het regelmatig schoonmaken van de inrichting. Alle binnen</al><al>de inrichting vrijkomende afvalstoffen dienen regelmatig te worden afgevoerd.</al><al>Etenswaren, de verpakking daarvan of ander uit de inrichting afkomstig zwerfvuil die</al><al>binnen een straal van omstreeks 25 meter van de inrichting terechtkomen, moeten zo</al><al>vaak als nodig verwijderd worden.</al><al>Als er bij verkoop of uitgifte van voedsel en/of drank vervuiling ontstaat op het terras en in</al><al>de omgeving dan verplicht de Afvalstoffenverordening van stadsdeel Centrum de uitgever</al><al>hiervan dit afval uit de directe omgeving van de verkoop of uitgifte op te ruimen. In ieder</al><al>geval dagelijks, uiterlijk een uur na sluitingstijd van de uitgifte of verkoop.</al><al>In het verleden is gebleken dat de meeste exploitanten inderdaad hun terras na</al><al>sluitingstijd schoonvegen. Daarbij is echter geconstateerd dat een deel van de</al><al>exploitanten het terrasafval niet op de juiste manier afvoert, maar het afval direct op de</al><al>openbare weg veegt en daarmee de openbare ruimte verontreinigt. Het dagelijks bestuur</al><al>vindt dit gedrag onwenselijk. De Reinigingspolitie treedt, op basis van de</al><al>Afvalstoffenverordening, handhavend op en legt op basis van het strafrecht boetes aan</al><al>overtreders op.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.10 Winterterrassen</titel></kop><structuurtekst><al>In het vorige Programakkoord (2002-2006) was het voorstel opgenomen om de</al><al>beperkende bepaling voor terrassen in de wintermaanden te laten vervallen. Het</al><al>uitgangspunt voor dit voorstel was om ook in de winter te kunnen genieten van mooi weer.</al><al>Op 21 december 2004 heeft de burgemeester besloten in te stemmen met het voorstel</al><al>van stadsdeel Centrum om winterterrassen onder bepaalde voorwaarden toe te staan</al><al>(gemeenteblad, afdeling 3B, nummer 80).</al><al>Vanaf eind december 2004 is vervolgens voor de horecaondernemers met een geldige</al><al>exploitatievergunning voor een ongebouwd terras een pilot met de winterterrassen</al><al>gestart. Zij hebben tot 1 maart 2005 de mogelijkheid gehad een winterterras uit te zetten.</al><al>In het voorjaar van 2005 is met de Horecanieuwsbrief een evaluatieformulier</al><al>meegestuurd. Hiermee hebben de ondernemers de gelegenheid gekregen aan te geven</al><al>hoe zij het gebruik van een winterterras tot dan toe hadden ervaren. Uit de inspraak kwam</al><al>naar voren dat men positief was over de mogelijkheid van een winterterras. Daarnaast</al><al>vonden ondernemers het jammer dat terrasverwarming en terrasschotten niet zijn</al><al>toegestaan.</al><al>Gelet op de uitkomsten van de evaluatie en de inspraak heeft de voorzitter van het</al><al>dagelijks bestuur op 1 maart 2006 besloten om het winterterrassenbeleid vast te stellen.</al><al>Aan het exploiteren van een terras in de winter zijn de volgende voorwaarden verbonden:</al><lijst><li nr="•"><al>het terras mag alleen geëxploiteerd worden tussen 10.00 en 20.00 uur; </al></li><li nr="•"><al>buiten deze tijden mag het terrasmeubilair niet op de openbare weg blijven staan; </al></li><li nr="•"><al>het terras wordt niet kunstmatig verwarmd; </al></li><li nr="•"><al>afdaken, luifels, terrasschotten en andere objecten zijn niet toegestaan; </al></li><li nr="•"><al>na sluiting van het terras wordt het trottoir door de exploitant schoongemaakt. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.11 Terrasverwarming</titel></kop><structuurtekst><al>Uit de evaluatie van de winterterrassen is gebleken dat ondernemers het liefst de</al><al>beperkende voorwaarde met betrekking tot terrasverwarming geschrapt zien. In het</al><al>Programakkoord 2006-2010 is afgesproken dat terrasverwarming kan zodra het</al><al>milieuvriendelijk is en voldoet aan monumenten- en welstandseisen. Dit is nog niet het</al><al>geval. Bovendien is het dagelijks bestuur van mening dat er een onderscheid moet blijven</al><al>tussen een zomer- en winterperiode. Het gebruik van terrasverwarming leidt er toe dat de</al><al>druk op de openbare ruimte toeneemt. Als gevolg van terrasverwarming zal het gebruik</al><al>van een terras geïntensiveerd worden met gevolgen voor het woon- en leefklimaat.</al><al>De doelstelling van de proef met de winterterrassen was om het mogelijk te maken om op</al><al>een zonnige dag in februari buiten te kunnen zitten. Het mooie weer moet de aanleiding</al><al>zijn om buiten te zitten in deze periode. In het Programakkoord heeft het dagelijks bestuur</al><al>nogmaals aangegeven dat terrasverwarming niet is toegestaan, tenzij het milieuvriendelijk</al><al>is. Aan de exploitatievergunning met terras is daarom voor zowel de zomer als de</al><al>winterperiode de voorwaarde verbonden dat terrasverwarming niet is toegestaan.</al><al>Terrasverwarming in welke vorm dan ook was verboden én blijft verboden.</al><al>De gemeenteraad heeft in januari 2007 een motie aangenomen dat er een proef moet</al><al>worden gehouden met terrasverwarming in stadsdeel Centrum en Oud-Zuid. Stadsdeel</al><al>Centrum heeft aangegeven geen voorstander te zijn van terrasverwarming, maar doet wel</al><al>mee aan de proef van de centrale stad. Van januari tot juni 2008 wordt een proef</al><al>gehouden in het zuidelijke gedeelte van het centrum. De uitkomsten van deze proef</al><al>kunnen leiden tot wijziging van het beleid.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.12 Geluidsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Geluidshinder wordt geregeld in het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen</al><al>milieubeheer. Daarin wordt bepaald wat het ten hoogste toegelaten niveau is van het</al><al>geluid dat door het terras wordt veroorzaakt. In voorschrift 1.1.1 zijn ten aanzien van de in</al><al>het horecabedrijf verrichte werkzaamheden en activiteiten de maximaal toegestane</al><al>geluidniveaus neergelegd. Ten aanzien van terrassen bevat voorschrift 1.1.2 echter een</al><al>beperking. Bij het bepalen van die geluidniveaus blijft namelijk buiten beschouwing het</al><al>stemgeluid van: bezoekers op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is</al><al>van het horecabedrijf, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein.</al><al>Klachten over hinder van stemgeluid kunnen dus niet gemeten worden. Ook kunnen in de</al><al>APV hierover geen normen worden vastgesteld.</al><al>Dit laat onverlet dat bij de vraag of een terrasvergunning verleend kan worden,</al><al>beoordeeld zal worden of de situering van dat terras inbreuk maakt op het woon- en</al><al>leefklimaat van die specifieke locatie. Op grond hiervan kan een terrasvergunning</al><al>geweigerd worden of kunnen beperkende voorwaarden aan de vergunning worden</al><al>verbonden. Dit is onder andere afhankelijk van de te verwachte geluidssituatie op basis</al><al>van mogelijke bezoekersaantallen, akoestische omstandigheden en achtergrondgeluid.</al><al>Zo kunnen de sluitingstijden van een terras, los van die van het horecabedrijf, worden</al><al>beperkt indien de verwachting is dat een terras een te grote inbreuk maakt op het woonen</al><al>leefklimaat ter plaatse als dit tot in de late uurtjes wordt geëxploiteerd.</al><al>De grondslag hiervoor wordt gevonden in de Algemeen Plaatselijke Verordening.</al><al>Uit de artikelen 3.2, tweede lid en 3.5, tweede lid van de APV volgt dat de bescherming</al><al>van de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde,</al><al>belangen zijn die bij de verlening van een terrasvergunning mogen worden meegewogen.</al><al>Bij de verlening van een terrasvergunning kunnen, gelet op het karakter van de omgeving</al><al>waar het terras wordt gevestigd en de uitstraling van het terras -in zijn totaliteit- op die</al><al>omgeving, voorschriften worden gesteld met het oog op genoemde belangen.</al><al>Artikel 3.2, zesde lid van de APV stelt de sluitingstijd voor terrassen op uiterlijk 01.00uur</al><al>en uiterlijk 02.00 uur in het weekeinde. Dit zijn maximumtijden. Op grond van artikel 3.2,</al><al>tweede lid en 3.5, tweede lid kunnen deze tijden, in het individuele geval maar ook per</al><al>buurt worden beperkt indien dit uit een oogpunt van bescherming van het woon- en</al><al>leefklimaat noodzakelijk wordt geacht. In het buurtgericht terrassenbeleid Jordaan is van</al><al>deze mogelijkheid gebruik gemaakt en is de sluitingstijd van terrassen in een aantal</al><al>smalle straten bepaald op 23.00 uur.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.13 Maatwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Maatwerk voor individuele gevallen moet voor uitzonderlijke situaties mogelijk zijn.</al><al>Ongeveer 80 of 85% van de terrassen moet via algemene regels vergund kunnen worden</al><al>en voor 10 tot 15% is maatwerk wellicht een oplossing. Er is gezocht naar een oplossing</al><al>om wel een heldere en eenduidige nota te maken, waarbij ook ruimte is voor maatwerk</al><al>voor die 10 tot 15%. In plaats van heldere regels wordt voor deze categorie een heldere</al><al>procedure voorgesteld.</al><al>Aan de hand van vier criteria wordt bepaald of er maatwerk moet worden geleverd. De</al><al>criteria zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>toezicht op het terras vanuit de horeca-zaak; </al></li><li nr="•"><al>verkeersveiligheid; </al></li><li nr="•"><al>het woon- en leefklimaat; </al></li><li nr="•"><al>het meest doelmatige gebruik van de openbare ruimte. </al></li></lijst><al>De sectoren Bouwen en Wonen én Openbare Ruimte maken samen een ambtelijk advies</al><al>aan de hand van de bovengenoemde criteria en leggen dit advies voor aan de voorzitter</al><al>van het dagelijks bestuur. De voorzitter bepaalt uiteindelijk of maatwerk noodzakelijk /</al><al>rechtvaardig is. De exploitant krijgt een voorwaardelijke vergunning voor een terras met</al><al>als belangrijkste voorwaarde dat er niet meer dan drie overtredingen per jaar mogen</al><al>plaatsvinden. Na drie overtredingen wordt de voorwaardelijke vergunning voor het terras</al><al>ingetrokken. Op deze manier wordt maatwerk gekoppeld aan de eigen</al><al>verantwoordelijkheid van de exploitant.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>5.14 Precario</titel></kop><structuurtekst><al>Voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond wordt</al><al>precariobelasting geheven. Hieronder valt ook het plaatsen van een terras. Er zijn twee</al><al>verschillende tariefgroepen:</al><al>1. overdekt (gebouwd) terras;</al><al>2. onoverdekt (ongebouwd) terras.</al><al>Ten aanzien van terrassen geldt een A en B regime. De belasting wordt standaard</al><al>berekend aan de hand van tarief B. Gezien de geringe verschillen in waarde van de</al><al>terrassen in het grootste deel van de binnenstad is het A-gebied in 2006 uitgebreid. Voor</al><al>het gebied dat wordt omsloten door de Singelgracht, Lozingskanaal, Brug 78, Nieuwe</al><al>Vaart, Oosterdok, Oosterdoksdoorgang, het IJ, Zoutkeetsgracht en het Westerkanaal, met</al><al>inbegrip van de (water)wegen of delen daarvan, geldt tarief A. De uitbreiding van het Agebied</al><al>is pas gedaan nadat er lange tijd geen precarioverhoging had plaatsgevonden.</al><al>Voor de gevelbank zal een aparte tariefgroep worden opgesteld. Van precariobelasting</al><al>wordt geen kwijtschelding verleend.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6 Handhaving</titel></kop></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6.1 Kader</titel></kop></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6.1.1 Handhavingsbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>In 2005 is het Beleidsplan Integrale Handhaving vastgesteld. De kern van de integrale</al><al>handhavingsnota is dat er - gelet op de grote hoeveelheid wet- en regelgeving en</al><al>beperkte capaciteit - prioriteiten moeten worden gesteld. Daarnaast moeten er</al><al>maatregelen genomen worden om efficiënter en effectiever te werken. Jaarlijks wordt een</al><al>handhavingsprogramma gemaakt, waarin de prioriteiten én de efficiencymaatregelen</al><al>opnieuw worden vastgesteld. Het handhavingsprogramma wordt door het dagelijks</al><al>bestuur vastgesteld.</al><al>In de uitwerking voor de sector Bouwen en Wonen van het Beleidsplan Integrale</al><al>Handhaving staan de prioriteiten beschreven. Veiligheid, reclame en aantasting van</al><al>monumenten hebben op dit moment hoge prioriteit, maar ook de handhaving van</al><al>terrassen is prioriteit. Vanaf 2008 worden deze prioriteiten jaarlijks geëvalueerd én</al><al>opnieuw vastgesteld.</al><al>Uit het onderzoek van de Rekenkamer komt naar voren dat de handhaving efficiënter kan</al><al>worden uitgevoerd. De pakkans is laag en vooral op het gebied van de coördinatie en</al><al>samenwerking valt veel winst te behalen. Door middel van de aanpak uit Loket Horeca</al><al>(voorheen Pilot Horeca) wordt de coördinatie verbeterd met als doel integrale handhaving.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6.1.2 Organisatie</titel></kop><structuurtekst><al>Het feitelijke toezicht op terrassen wordt uitgevoerd door de reinigingspolitie (RP). De</al><al>sector Bouwen en Wonen doet de juridisch-administratieve afhandeling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6.1.3 Stappenplannen horecabedrijven</titel></kop><structuurtekst><al>De burgemeester heeft voor de handhaving van horecabedrijven verschillende</al><al>stappenplannen opgesteld. In een stappenplan is de handhavingsstrategie (procedure) en</al><al>sanctiestrategie (bestuursdwang, last onder dwangsom of intrekking van de vergunning)</al><al>vastgelegd. Deze plannen gelden voor de hele stad. In beginsel kan niet afgeweken</al><al>worden van deze stappenplannen. Dit is alleen in bijzondere omstandigheden mogelijk,</al><al>na een uitgebreide belangenafweging én motivering. Het voordeel van het werken met</al><al>stappenplannen is dat iedereen weet (of kan weten) waar hij aan toe is. Het nadeel is dat</al><al>het stadsdeel weinig mogelijkheden heeft om de handhaving naar eigen inzicht en op</al><al>maat in te vullen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6.1.4 Handhaving op basis van andere regelgeving</titel></kop><structuurtekst><al>Er is ook flankerende regelgeving die (in)direct te maken heeft met terrassen. Het gaat</al><al>dan bijvoorbeeld om de Wet milieubeheer, de Afvalstoffenverordening, de</al><al>Bouwverordening en regels met betrekking tot de openbare ruimte. Het stadsdeel heeft de</al><al>handhaving van deze overtredingen zelf vormgegeven.</al><al>Overtredingen zoals het vastzetten van terrasobjecten en het niet schoonhouden van het</al><al>terras en de directe omgeving handhaaft de reinigingspolitie in het kader van het toezicht</al><al>in de Openbare Ruimte.</al><al>Het verankeren van terrasobjecten is op grond van artikel 8.6 van de APV verboden. Deze</al><al>overtreding wordt strafrechtelijk aangepakt. De exploitant dient het gedeelte van de weg</al><al>waarop het terras zich bevindt en de directe omgeving na sluitingstijd schoon te maken.</al><al>Doet hij / zij dit niet dan is dit een overtreding van de Wet milieubeheer (Besluit horeca-,</al><al>sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer) en de Afvalstoffenverordening. Op grond</al><al>van artikel 47 van de Afvalstoffenverordening wordt deze overtreding strafrechtelijk</al><al>gehandhaafd.</al><al>Tot slot is er een aantal regels van de Bouwverordening Amsterdam 2006 die (in)direct</al><al>met het plaatsen van terrassen te maken heeft. Het gaat daarbij om het vrijhouden van</al><al>(nood)uitgangen, toegangen van derden (bijvoorbeeld woningen) en het bereikbaar blijven</al><al>van brandkranen. Afhankelijk van de spoedeisendheid van de situatie wordt</al><al>bestuursdwang (direct handelen noodzakelijk) toegepast of wordt een last onder</al><al>dwangsom opgelegd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6.2 De praktijk</titel></kop><structuurtekst><al>Het rapport van de Rekenkamer geeft aan dat het stadsdeel verantwoordelijk is voor de</al><al>coördinatie van de handhaving. De aanpak uit Loket Horeca heeft tot doel om deze</al><al>coördinatie vorm te geven. In de zomer van 2007 is het stadsdeel Centrum van start</al><al>gegaan met de nieuwe werkwijze.</al><al>De reinigingspolitie blijft belast met het toezicht en een deel van de handhaving van de</al><al>terrassen. De sector Bouwen en Wonen is verantwoordelijk voor de juridischadministratieve</al><al>afhandeling. In praktijk komt het erop neer dat de RP een constatering van</al><al>de overtreding maakt. Deze rapportage wordt opgestuurd naar de afdeling Handhaving</al><al>van Bouwen en Wonen. De medewerkers van de handhavingsrayons verzorgen het</al><al>handhavingstraject conform het stappenplan of de Awb. Zij voeren ook de zienswijzegesprekken</al><al>met ondernemers en verzorgen de correspondentie en besluitvorming.</al><al>Op 1 oktober 2004 is het nieuwe stappenplan voor de handhaving van horecabedrijven</al><al>van kracht geworden. De kern van het stappenplan is dat de ondernemer al na vier</al><al>overtredingen rechtstreeks in zijn exploitatie wordt getroffen. Na vier overtredingen wordt</al><al>namelijk de exploitatievergunning voor één week ingetrokken.</al><al>Voor de handhaving van terrassen, in mandaat van de burgemeester, gelden de volgende</al><al>stappenplannen (zie bijlage 2):</al><al><cursief>Stappenplan 2</cursief> wijziging exploitatie zonder aanpassing van de vergunning (een terras</al><al>uitzetten zonder dat dit op de exploitatievergunning staat vermeld)</al><al><cursief>Stappenplan 6</cursief> overtreding van de tijden verbonden aan het terras</al><al><cursief>Stappenplan 7</cursief> terrassen (uitwaaiering, staan, vergunning voorwaarden e.d.)</al><al>Op dit moment worden de stappenplannen geëvalueerd. Vanuit stadsdeel Centrum is de</al><al>wens geuit om de stappenplannen te toetsen op efficiency en effectiviteit. Een duidelijke</al><al>wens hierbij is om te werken met boetes op basis van het strafrecht. Deze manier van</al><al>handhaving is efficiënter en effectiever doordat de overtreder direct wordt gesanctioneerd.</al><al>Uit het rapport van de Rekenkamer komt eveneens naar voren dat het gebruik van</al><al>strafrecht bij terrassen efficiënter zal zijn. De burgemeester is, met betrekking tot de</al><al>stappenplannen, echter het bevoegde orgaan en hij beslist uiteindelijk op welke manier de</al><al>handhaving van de horeca wordt vormgegeven. Stadsdeel Centrum zal nogmaals</al><al>aandringen om strafrecht te mogen gebruiken bij terrasovertredingen.</al><al>Speciale aandacht verdient het Tropisch Weer Scenario (TWS). Op tropische dagen zijn</al><al>er in de regel meer mensen op straat dan binnen. Ondanks het feit dat er sprake zal zijn</al><al>van meer overlast, is het draagvlak om sanctionerend op te treden niet of nauwelijks</al><al>aanwezig. Feitelijk betekent het TWS dat bij uitzonderlijke klimatologische</al><al>omstandigheden de handhaving van de geldende terrasvoorwaarden, indien voldaan</al><al>wordt aan een aantal voorwaarden, een lage prioriteit heeft. In bijlage 3 wordt het TWS</al><al>nader toegelicht.</al><al>Bij terrassen bij horeca I-zaken zijn aanvullende voorwaarden gesteld over bediening en</al><al>servies. Voor deze terrassen geldt het volgende stappenplan. Bij de eerste overtreding</al><al>krijgt de exploitant een waarschuwing. Bij de tweede overtreding mag het terras een week</al><al>niet uitstaan en bij de derde overtreding verliest de exploitant het recht op een terras.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>6.3 De toekomst</titel></kop><structuurtekst><al>Het Programakkoord 2006-2010 is inmiddels vertaald tot de vastgestelde notitie Meetbaar</al><al>Programakkoord 2006-2010 . Met betrekking tot de horeca staat beschreven dat het</al><al>dagelijks bestuur zich inzet om:</al><al>- De tevredenheid van de bewoners te vergroten;</al><al>- Het aantal klachten met 15% te verminderen;</al><al>- De tevredenheid van de ondernemers over het stadsdeel te vergroten;</al><al>- Een aantal vernieuwende initiatieven te faciliteren.</al><al>Het stadsdeel wil dit onder andere bereiken door de dienstverlening te verbeteren door</al><al>het opzetten van één horecaloket en één klachtensysteem. Daarnaast zal de nieuwe</al><al>werkwijze - voortvloeiend uit Loket Horeca leiden tot efficiëntere vergunningverlening en</al><al>integrale toezicht en de handhaving. De controle op terrassen is hier vanzelfsprekend een</al><al>onderdeel van. De organisatie moet zodanig worden ingericht dat terrassenhandhaving</al><al>aan de volgende voorwaarden voldoet:</al><lijst><li nr="•"><al>Alle terrassen in de binnenstad worden minimaal één keer per week gezien .</al><al>Deze zogenaamde zichtcontroles houden in dat een inspecteur in zijn wijk elke</al><al>week alle terrassen ziet; </al></li><li nr="•"><al>Notoire overtreders kunnen rekenen op intensieve handhaving. </al></li></lijst><al>De vergunde afmeting van het terras wordt duidelijk aangegeven. In principe zullen</al><al>hiervoor punaises gebruikt worden, maar het is ook mogelijk om verschillende kleuren</al><al>klinkers te gebruiken. Tot nu toe is dit niet standaard gedaan. Zowel de exploitant als de</al><al>toezichthouder kan door de afbakening eenvoudig zien of er sprake is van uitwaaiering.</al><al>Regelmatig wordt ook gecontroleerd of de punaises niet verplaatst zijn.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_a_terrassennota_2008.pdf (86 Kb)" id="i280810" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_b_terrassennota_2008.pdf (97 Kb)" id="i280811" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_c_terrassennota_2008.pdf (88 Kb)" id="i280812" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_d_terrassennota_2008.pdf (93 Kb)" id="i280813" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_e_terrassennota_2008.pdf (101 Kb)" id="i280814" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_f_terrassennota_2008.pdf (109 Kb)" id="i280815" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_1_terrassennota_2008.pdf (6781 Kb)" id="i280816" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_2_terrassennota_2008.pdf (4952 Kb)" id="i280817" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_3_terrassennota_2008.pdf (128 Kb)" id="i280818" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_4_terrassennota_2008.pdf (599 Kb)" id="i280819" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_5_terrassennota_2008.pdf (414 Kb)" id="i280820" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_6_terrassennota_2008.pdf (625 Kb)" id="i280821" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage><bijlage><plaatje><illustratie naam="bijlage_7_terrassennota_2008.pdf (6611 Kb)" id="i280822" formaat="pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></bijlage></regeling></body></cvdr>