<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>74155_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Skarsterlân</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-02</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Skarsterlân Nijs, 09-11-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl/BWBR0002320">Algemene wet inzake rijksbelastingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl/BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl/BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl/BWBR4770">Invorderingswet 1990 </dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:alternative>Regeling gemeentelijke belastingen 2011</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2010-09-21</dcterms:issued></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>collegebesluit 2011.4793</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Regeling gemeentelijke belastingen 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân;</al><al>gelet op de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met artikel 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en 237 van de Gemeentewet, op artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,  en de betreffende bepalingen van de in de gemeente Skarsterlân geldende belastingverordeningen, waarin aan het college de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven met betrekking tot de heffing en invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende regeling:</al><al>Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2011</al><al> </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Reikwijdte van de regeling</titel></kop><al>De in deze regeling opgenomen regels gelden bij de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen op grond van de onderscheiden belastingverordeningen voor zover deze regels in artikel 5 voor de betreffende gemeentelijke belasting van toepassing is verklaard.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aangifte</titel></kop><al>De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na afloop van die zes maanden bij de artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Na de aanvang van het belastingjaar of het kalenderjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd of kan van de belastingplichtige een voorlopig bedrag worden gevorderd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag onderscheidenlijk het gevorderde bedrag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Na de aanvang van het belastingtijdvak kunnen aan de belastingplichtige maandelijks voorlopig gevorderde bedragen worden opgelegd ter grootte van een twaalfde gedeelte van het van toepassing zijnde jaartarief.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het percentage van de invorderingsrente volgt het percentage dat op grond van artikel 29 van de Invorderingswet 1990 voor het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag € 23,00 niet te boven gaat.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gelding voor gemeentelijke belastingen</titel></kop><al>Met betrekking tot:</al><al>a	de onroerende-zaakbelastingen vinden de artikelen 2, eerste lid, en 4 toepassing:</al><al>b	de forensenbelasting vinden de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 toepassing;</al><al>c	de toeristenbelasting vinden de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 toepassing;</al><al>d	de watertoeristenbelasting vinden de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 toepassing;</al><al>e	de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten vinden de artikelen 3 en 4 toepassing;</al><al>f	de leges vindt artikel 4 toepassing;</al><al>g	de rioolheffing vinden de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 toepassing;</al><al>h	de veergelden vindt artikel 4 toepassing;</al><al>i	de marktgelden vindt artikel 4 toepassing;  </al><al>j	de lijkbezorgingsrechten vindt artikel 4 toepassing; </al><al>k	de brandweerrechten vindt artikel 4 toepassing;</al><al>l	de precariobelasting vinden de artikelen 2, 3 en 4 toepassing;</al><al>m	de liggelden vindt artikel 4 toepassing. </al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gebruik nachtverblijfregister ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting</titel></kop><al>Bij de vaststelling van feiten ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting kan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar het door belastingplichtige bijgehouden nachtverblijfregister raadplegen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van betalen</titel></kop><al>Indien girale betaling voor de belastingschuldige bezwaarlijk is als bedoeld in artikel 4:90, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, bepaalt de ambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet, plaats, tijdstip en wijze waarop contante betaling kan plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Geen afgifte kwitantie</titel></kop><al>In afwijking van artikel 4:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt bij contante betaling geen kwitantie afgegeven in de volgende gevallen:</al><al>a	titel 1, de hoofdstukken 1, 3, 4, 5 en 6 van de tarieventabel behorende bij de legesverordening;</al><al>b	de verordening veergelden;</al><al>c	de verordening marktgelden;</al><al>d	hoofdstuk 2 van de verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen van 2010, goedgekeurd bij besluit van 22 september 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De datum van ingang van de regeling is 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gemeentelijke belastingen 2011.</al><al> </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 21 september 2010.</al><al>Burgemeester en wethouders voornoemd,</al><al> </al><al>burgemeester,	secretaris,</al><al>G.J. Kuiper.	mevr. E. Blaauw.</al><al> </al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>